Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - anglahall - contact

G - H pagina, Kranenburgia, Kranenburg, Cranenburgh, Kranenborg, Kranenberg, etc  
 

Kranenburga G-H

G::

Gadert van Cranenborch (1420*-1480*):
Zoon van Xx van Cranenborch (gb 1385) en NN te Nijmegen*.
Woont in Nijmegen*. Ghm NN.
Is provisor van de Broederschap van het Heylige Cruys te Nijmegen.

Gaerde
landmaat: 1 gaerde = 1 roede = 1/600 morgen
** Morgen
# WMN, KBG

 

Gamma:
Derde letter van het Griekse alfabet. Staat voor de letter C in het Latijnse alfabet. In het Grieks (v.a. circa 1000 vC) is het teken voor gamma een omgekeerde L, naar rechts gekeerd. Uit dit teken is de Latijnse C ontwikkeld, uitgesproken als een K.
 
De gamma is ontwikkeld vanuit het Fenicisch teken voor C, genaamd Gimel. FeniciŽ (1200-300 vC) is een kuststrook van circa 250 Km tussen Egypte en SyriŽ. In de eerste eeuwen staat FeniciŽ onder sterke invloed van de Egyptisch cultuur. Mogelijk daarom dat Gimel is ontwikkeld vanuit een Egyptische hiŽroglief met een nagenoeg identieke betekenis. Gimel betekent mogelijk 'oud', Oud Nederlands 'gamal' = oud. Mogelijk zijn beide woorden een verwijzing naar de stok, die ouderen gebruiken om te lopen. Deze stok heeft immers vaak een rechte of gekromde handvat.

In het Grieks is de gamma gelijk aan de G, de zevende letter van het alfabet. Dat kan betekenen dat de gamma oorspronkelijk een G-klank is geweest. Immers, Gamma is ontstaan uit de Fenicische Gimel, ook beginnend met een G-klank. Het Latijn voegt aan de C (3e letter) een streepje toe, waardoor de G (7e letter) ontstaat. Zeven geldt als een goddelijk getal. Drie als de volmaakte drie-eenheid. Numerologisch gezien is 7+3=10, de volmaakte twee-eenheid. De J is de 10e letter in het Latijnse schrift. Een naar links gerichte gamma en een naar rechts gerichte gamma vormen samen een T-kruis, ofwel Tau. Daaruit is de letter T ontstaan, de 20e (2x10) letter van het alfabet. Tau geldt als symbool van de volmaakte geestelijke eenheid. In de Kaballa is het een symbool voor Verlossing en Wedergeboorte. In het Christendom is het de kruis waaraan Jezus is genageld, sterft en weer herrijst. In het Latijn heeft Tau soms de vorm van de gamma, waarbij de bovenbalk een stukje naar links uitsteekt en de rest naar rechts.

Het Runen alfabet (2e eeuw nC) gebruikt zowel de gamma als de C voor de letter K.

De gamma lijkt sterk op het sterrenbeeld Kraanvogel (Grus). Mogelijk is dit teken in oertijden daarvan afgeleid. Dat kan te maken hebben met de Egyptische god Thot, de god van de kosmische wijsheid. In het oude Egypte geldt de kraanvogel als symbool van de astronomen. (> Kraanvogels: astronomie, mythologie) Thot wordt uitgebeeld als een ibis, een vogel van de Reigerachtigen. Daartoe behoort ook de kraanvogel (Gruidae). Mogelijk zijn de ibis en de kraanvogel in het oude Egypte met elkaar vereenzelvigd. Op een papyrusrol over de grafkelder van Ipuy is Thot inderdaad afgebeeld als een kraanvogel met de kroon van Osiris. De vogel heeft een rechte snavel en lange kopveren. De ibis is een waadvogel met een lange, neerwaarts gebogen snavel. In profiel lijkt de kop van de ibis sterk op oude variante vormen van gimel en gamma, die meer op grote, opstaande punthaken lijken.

Verder lijkt gamma in vele opzichten op een galg en op de Egyptische herdersstaf, later de faraostaf. De galg kan gezien worden als een werktuig van de Gerechtigheid. De Egyptische herderstaf wordt gezien als een symbool van macht. In biezonder de macht van de farao (vaak afgebeeld met staf en gesel). Deze staf vinden we anno 2007 nog terug bij de oerbevolking van Afrika. De staf wordt verder gezien als een symbool voor de regeneratieve kracht. Dat is terug te vinden in de bijbel, waarin Mozes een staf verandert in een slang (het symbool van regeneratieve kracht) door het op de grond te gooien. Dat schijnt een oeroude toevertruck te zijn uit het Nabije Oosten. Deze opvatting correspondeert met de kraanvogel als symbool voor de herrijzende Christus.

 

De faraostaf ofwel scepter beeld de regeermacht uit van de farao. Deze staf wordt in de hierogliefen gebruikt in een vorm lijkend op een groot vraagteken, zoals de staf van Sinterklaas. Deze hieroglief betekent regeren. In het wapen van Kranenburg Scharmer komt de winkelhaak vrij zeker ook als zodanig voor. De winkelhaak is daar namelijk ingevoerd door Jan Harkes Kranenburg rond 1690. Hij is grietman in Spijk (Gro), een burgermeester met rechtsprekende macht.
 

De voorloper van gamma en faraostaf is vrijwel zeker de leiderstaf, de staf van de stamleiders in de verre oudheid. Deze staf is langer dan de stamleider zelf en heeft een rechte haak. Onder het lopen houdt de stamleider de staf in z'n rechter hand met de haak naar rechts. Hij loopt voorop en steunt daarbij op zijn staf. Tegelijkertijd wijst hij zodoende de overige stamleden de weg. Hierdoor is de leiderstaf in de loop der tijden het symbool geworden van de goede weg, ofwel de deugdaamheid.
 
De leiderstaf wordt ook gebruikt door herders die met hun kudde trekken van weide naar weide. Hun staf wordt de herderstaf genoemd. Later gebruiken bisschoppen en andere Christelijke religieuse leiders de herderstaf als symbool voor het leiden van hun volgelingen langs de weg door het aardse leven.

Links: de Perzische koning Darius de Grote (521-486vC) noemt zich volgens een inscriptie in Naqsh-e-Rostam (nabij Shiraz in Iran): Een Pers, zoon van een Pers, een AriŽr, met Arische voorouders. De AriŽrs leven rond 8000-5000vC in Centraal AziŽ. Ze stammen af van Hamieten (300000-8000vC) in de Caucasus, die vrij zeker afkomstig zijn uit Egypte. De staf van Darius komt overeen met eerder genoemde leiderstaf. Ook in Afrika is een dergelijke staf nog steeds in gebruik bij stam- en dorpshoofden.
 

Oud Nederlands cric, crike, crock, cruc = krik, kruk, haak, L-vormige stok, staf of staaf. Crichoudere = schout, gerechtsdienaar. De cric is dus een symbool van bestuurlijke macht en waardigheid. Dit komt overeen met de eerder genoemde historische betekenissen van gamma.
** Winkelhaak, Runen, Kraanvogel (astronomie, mythologie), Thot, GXW
# WP, Symbole, egyptologica-vlaanderen.be 10.12.07, DAB

 
Gans:
In de Egyptische mythologie vereerd als oergans, die het wereldei legt. In Egypte en China verder beschouwd als bemiddelaar tussen hemel en aarde. In Rome wordt de gans in de oudheid vereerd als symbool van de Liefde, de Vruchtbaarheid, de Trouw en de Waakzaamheid. Het zijn ganzen die door hun waakzaamheid het Capitool van de ondergang redden tijdens de verwoesting van Rome in 387 VC. Bij de Kelten is de gans als symbool identiek aan de zwaan en geldt ze verder als boodschapper van de geestelijke wereld.
De gans is tevens het symbool van de Hussieten.
** Hussieten, Wijbrandus Kranenborg (gb 1668; wapen), FW Kranenborg Wedde
# Symbole, DHR

Garbrant Claesz Cranenburgh' (1548*-1608*):
Mogelijk een zoon van Claes Thijsz Cranenburgh (gb 1525; Groningen) en NN.
Is rond 1600 scheepmaker in Haarlem, waar hij o.a. karvelen bouwt. Hij heeft het vak waarschijnlijk geleerd van zijn vader, die ook scheepmaker is en karvelen bouwt.
Genoemd 24.11.1600 ivm verkoop van een karveelschip groot 28 lasten, zo het van stapel gelopen is, aan Wolphert Lubbertsz, schipper en burger te Schiedam, door Garbrant Claesz, scheepstimmerman te Haarlem, voor de somme van Fl 850 Vlaams.
** Karveel
# ORA Schiedam (Gifteboek; ivn 332 nr 93 fol 45v), KBG

Garrelt Harms Kraanenborg (1698*-1758*)
Zoon van Harmen Jans Cranenborg en Lucretia Jans te Winschoten.
# PKG

Garrit
** Gerrit~

Garritje Kranenbarg (1783*-1843*)
Woont in Vorden. Ghm Derk Kettelerij.
Udh: Jan Hendrik (gb 26.9.1818 in Vorden).
# hjmwijers.nl 24.9.07

Garritjen Kranenbarg (1835-1895*)
Dochter van Derk Weulen Kranenbarg en Janna Marsman.
Geboren 1835 in Ruurlo. Dienstmeid.
Huwt 25.10.1862 in Borculo met Hendrik Jan Kleine Brinke, boerenknecht (1862), geboren 1826 in Borculo.
# KBH

gb
= geboren
& born

GBB
Om te bepalen welke bewering het meest bruikbaar lijkt voor verder genealogisch onderzoek, kunnen we gebruik maken van de formule GBB = WKBxTBB.
GBB = genealogische bruikbaarheid van bewering B.
TBB = som van de assetwaarden van bewering B.
De waarde van een asset van de bewering = 1 (=redelijk), 2 (=belangrijk) of 3 (=erg belangrijk). Deze waarden moeten worden geschat.
WKB = 1-(1/[(A-C)!]) = waarheidskans bewering B. (> WKB) Hierin is:
A = aantal assets (relevante bevestigende argumenten) bewering B
C = aantal contra's (relevante ontkennende argumenten) bewering B

Voorbeeld:
Anno 2008 lijken twee beweringen mogelijk te zijn ivm de herkomst van ene Claes Thijsz te Groningen:

B1: Mathijs Claesz (gb 1480; scheepmaker) in Den Haag (> Mathijs Claesz van Cranenburch)
   = de vader van Claes Thijsz (gb 1520; scheepmaker) in Groningen
B2: Herman Thijsz (gb 1525) op Huys Cranenburch in Dordrecht (> Cranenburch Dordrecht)
   = de broer van Claes Thijsz (gb 1520; scheepmaker) in Groningen

Voor B1 krijgen we dan de assets:
A1: Mathijs > Thijsz (2)
A2: Claesz > Claes (1)
A3: Mathijs Claesz kan heel goed een zoon zijn van Claes Claesz van Cranenburch in Den Haag. (> Mathijs Claesz van Cranenburch) (2)
A4: Mathijs Claesz en Claes Thijsz zijn beiden sceepmaker (2)
A5: De overlevering omtrent Borg Kranenburg kan heel goed mogelijk via Mathijs Claesz zijn gelopen. (> Mathijs Claesz van Cranenburch) (3)
C: Er zijn geen contra's te vinden.

>> WKB1 = 1-(1/[5-0]!)=1-1(1/5!)=1-(1/120)=1-0.0083=0.992=99.2%
>> GBB2 = WKB1x(2+1+2+2+3)=0.992x10=9.92

Voor B2 krijgen we de assets:
A1: Vader Herman heet Thijs. Vader Claes dito. (2)
A2: Herman woont op Huys Cranenburch en kan dus Cranenburch heten. (> Cranenburch Dordrecht) (2)
C: Er zijn geen contra's te vinden.

>> WKB2 = 1-(1/[2-0])=1-(1/2!)=1-(1/2)=1-0.5=0.500=50.0%
>> GBB2 = WKB2x(2+2)=0.5x4=2.00

>> GBB1 > GBB2 >> B1 is dus de meest bruikbare bewering!

** Geneametrie
# KBG

gd
= gedoopt
& baptised

Geert~
** Gerrit~

Geertje~
** Gerritje~

Geese
** Gesiena~

GEH
Great English Houses
Russel Chamberlain
The English Tourist Boards
Book Club Associates
Guild Publishing, London 1983

Geldstelsel
** Valuta

Geneametrie
Een meer exacte methode om genealogische relaties te bepalen. In de geneametrie wordt gekeken naar tijdkundige, geografische, heraldische, sociale en andere aspecten om een genealogische verwantschap of relatie tussen twee personen met voldoende mate van zekerheid te kunnen bepalen. Deze methode is noodzakelijk wanneer langs documentaire weg geen of onvoldoende zekerheid te vinden is.
Hoe verder we teruggaan in de tijd hoe minder betrouwbare bronnen beschikbaar zijn. Om desondanks genealogie te kunnen bedrijven, is een verantwoorde geneametrische benadering zeker acceptabel, zoniet noodzakelijk.
Geneametrie kan ook worden gebruikt in onzekere situaties als startmethode om een redelijke hypothese te kunnen formuleren. Deze hypothese kan worden gebruikt om gericht en efficient naar betrouwbare informatie te zoeken. Deze methode wijkt af van een puur archivistische methode, die vaak zoeken naar een naald in een hooiberg betekent en veel tijd, geld, energie en frustratie oplevert.
De geformuleerde hypothese moet dan steeds worden aangepast, zodra nieuwe en betrouwbare gegevens bekend zijn. Dit proces moet zich net zolang herhalen totdat voldoende of acceptabele zekerheid is bereikt.
** NAGO, C5 Optiek, WKB, GBB, Demografie, Tweelingen, ANKB, LVK
# KBG

Geoffrey Cranenburgh (2004")
Woont in AustraliŽ. Mogelijk de zoon van Vernon Cranenburgh en Charmaine NN. Is zeer geÔnteresseerd in de historie van het geslacht Cranenburgh.
** Cranenburgh Australia

George Henri Kranenborg (1867-1949)
** Geert Kranenborg

Geranium:
Plantennaam, afgeleid van Grieks geranion, afgeleid van geranos = kraanvogel, wegens vruchtuitsteeksels in de vorm van een snavel.
** Kraanvogels
# EWB

Gerard~
** Gerrit~

Gerarda~
** Gerritje~

Gerecht
Rechtsgebied. Ambachtsheerlijkheid.
Vooral in de provincie Utrecht wordt vaak de term Gerecht gebruikt voor een lage heerlijkheid ofwel ambachtsheerlijkheid. Bijvoorbeeld de Gerechten Oostveen en Herbertskop.
Een gerecht is een gebied waar een gerechtsheer of ambachtsheer de regeermacht, de rechtspraak en andere heerlijke rechten bezit. De bischop van Utrecht bezit de hoge rechtsmacht, inhoudende de berechting van criminele zaken, die tot de doodstraf kunnen leiden; de zgn halszaken. De gerechtsheer bezit de lage rechtsmacht, inhoudende de behandeling van civiele zaken en de vrijwillige rechtspraak, zoals de overdracht van onroerend goed. De heerlijke rechten van de gerechtsheer omvatten de bevoegdheid om binnen het rechtsgebied openbare functionarissen aan te stellen. Het benoemen van de schout is daarvan de belangrijkste.
** Domproostgerecht Kranenburg, Heerlijkheid
# RDL, DAB

Gerecht Cranenburch
Een heerlijkheid gelegen in de ZO-hoek van stad Utrecht.
** Utrecht Stad, Domproostgerecht Kranenburg

Gerhardt van Cranenburgh (1671*-1731*)
Zoon van Herman van Cranenburgh en Agnis Wichmans in Zandwijk/Tiel.
Huwt 29.8.1697 te Nijmegen met Maria Cecilea Helonius.
Udh: Cecilia Agnes (Tiel, 1701).
# VC300 (p 354)

Gerhard Cranenburg (1735*-1895*):
Huwt 1759* te Nijmegen met Elisabeth Verheyden.
Gerhard en Elisabeth overlijden in Nijmegen.
Alias: Gerhard Cranenberg.
Udh: Gesina Cranenburg (gb 1760* Nijmegen).
# stamboomforum.nl 3.11.08

Gerhardus van Kranenburgh
** Gerardus van Cranenburgh

Gerhardus Kranenborg (1683-1743*):
Zoon van Hiskias Kranenburg en Trientje Wyben.
Gedoopt 26 augustus 1683 te Venhusen in Oost-Friesland.
# JBK

Gerlach van Kranenburg (1412-1492):
Mogelijk een kleinzoon van Steven Everardsz van Cranenburch (gb 1345) te Utrecht, later wonend in Leiden. Of van Enghebrecht Willemsz van Cranenburg (gb 1345) en NN te Leiden.

In 1422 conventuaal van klooster Groot Galilea te Sibculo.
In 1448 Eerste Prior van Wilhelmieten Klooster Mariengarden in Groot Burlo bij Borken (Dtl). Dit CisterciŽnzer klooster staat onder leiding van het klooster in Sibculo. Gerlach brengt hier onder moeilijke omstandigheden orde op zaken en zorgt er voor een beter bestaansnivo.

In 1455 Prior van klooster Groot Galilea in Sibculo. Sinds 1418 vormt dit klooster samen met de kloosters te Eiteren (bij IJsselstein) en Warmond de Colligatie van Sibculo. Dit sterkt de these dat Gerlach afkomstig is uit Warmond of aangrenzend Leiden. In deze regio wonen immers al sinds de 14e eeuw vele Kranenburgs~.

Inspectie ter plekke leert dat van het klooster in Sibculo anno 2007 slechts enkele fundamenten resten, benevens overblijfselen van de oude gracht. Mogelijk wordt op de plaats van het klooster een bejaardencomplex gebouwd, die in de stijl zal zijn van het oude klooster. Op de plaats van de oude kloosterkerk staat nu een Gereformeerde Kerk.

Gerlach wordt genoemd een zeer godsdienstig en gedisciplineerd man, rijp van zeden, dapper van inborst, standvastig van voornemen, vol van deugden, bij iedereen gezien en geliefd, vooral bij leken en hooggeplaatsten, voorzichtig in zijn adviezen en heilig in zijn gedrag, welsprekend, goedertierend, medelevend en barmhartig. (> Lindeborn) Sommigen zien in hem een tweede Bernardus. Zijn prioraat is buitengewoon vruchtbaar. Mede door zijn goede relaties met andere kerken en kloosters brengt hij veel tot stand. O.a. een betere kloostertucht, hogere inkomsten, bouw van de kloosterkerk en andere gebouwen, en een grote instroom van monniken en lekenbroeders. Voor de lekenbroerders stelt hij nieuwe statuten op.

Naast zijn functie als prior van klooster Groot Galilea in Sibculo is Gerlach vele jaren visitator van de broeders van klooster MariŽnberg in IJsselstein voor wie hij warme vaderlijke gevoelens koestert. Daarnaast visiteert hij ook het CisterciŽnzer nonnenklooster in Jesse (Essen) bij Haren (Gro).

In 1491 wordt Gerlach ziek. Hij doet daarom afstand van zijn ambt. Ouderdom en 37 jaar priorschap eisen hun tol. Gerlach overlijdt op Sint Vitusdag 15 juni 1492.

Volgens bron MDM is Gerlach afkomstig uit het Land van Kleef. Nadere details worden niet gegeven. Gevreesd wordt dat men te makkelijk is afgegaan op de naam Kranenburg als herkomstnaam. Tussen Kleef en Nijmegen ligt immers de stad Kranenburg. (> Kranenburg Kleef) Uit die contreien stammen inderdaad Van Cranenborchs, nazaten van het geslacht Van Horne dat in de 13e en 14e eeuw heer is van Kranenburg Kleef. Een tak uit dat geslacht noemt zich Van Cranenborch, later van Cranendonck, mogelijk om verwarring te voorkomen met het oudere geslacht Van Cranenburch uit Bleiswijk. Bij de Van Cranenborchs uit Kranenburg Kleef is echter vooralsnog geen goed aanknopingspunt te vinden met Gerlach van Kranenburg. Wel echter met de bovengenoemde Steven Everardsz van Cranenburch. Zijn grootvader Everardus van Cranenburgh is afkomstig uit Bleiswijk en Utrecht. Deze tak heeft goede relaties met de bischoppen van Utrecht. Dat kan een verklaring zijn voor zijn hoge posities als prior in Groot Burlo en Sibculo. Aangezien Gerlach ook nog vele jaren visitator is van het klooster in IJsselstein lijkt het per saldo daarom heel waarschijnlijk dat hij ook uit die hoek afkomstig is. IJsselstein ligt namelijk vlakbij Utrecht. Waarom visiteert hij klooster IJsselstein zo vele jaren met kennelijke overgave? Omdat hij dat moet? Of ook omdat hij dat graag wil? Een reŽle verklaring kan zijn dat hij vandaar afkomstig is. Gerlachs visitaties aan IJsselstein zijn dus misschien ook een reis naar de sweet memories van zijn prille jeugdwereld. Dat mag een mens toch gegund zijn. Ook al is die een belangrijke prior. Een barmhartige kerk zal hem dat zeker gunnen.

De vraag die nu overblijft is hoe Gerlach zo jong (10 jaar!) in het verre klooster te Sibculo belandt als conventuaal? Welke ouders vertrouwen hun jonge kind zomaar toe aan een verafgelegen klooster? Op deze vragen is vooralsnog geen antwoord gevonden. Mogelijk dat het klooster in IJsselstein een belangrijke sleutel biedt in dit raadsel. Misschien is Gerlach daar heel vlakbij geboren en al jong enthousiast geraakt voor het kloosterleven. Maar waarom dan zo jong naar Sibculo? Het antwoord wordt mogelijk gegeven door Johan Dodo van Leiden (1392-1465), in 1421-1449 prior van klooster Sibculo. Deze Johan van Leiden is dus de prior die Gerlach in 1422 moet hebben aangenomen als conventuaal in Sibculo. Prior Johan van Leiden is daarvůůr kellenaar (econoom) van het klooster te IJsselstein. In die tijd is Johan ook verantwoordelijk voor de herinrichting van priorij MariŽnhaven in Warmond. De grap is nu dat de mogelijke vader van Gerlach in Leiden moet hebben gewoond in een pand naast dat van Dirk Poes Jansz van Leyden. (> Steven Everardsz van Cranenburch) In dit verband lijkt prior Johan van Leiden mogelijk een zoon van Dirk Poes Jansz van Leyden. Johan van Leiden moet dan Gerlach hebben gekend als buurjongetje. Mogelijk heeft de vader van Gerlach (Xx van Cranenburch; gb 1378) om die reden zijn zoon Gerlach durven toevertrouwen aan prior Johan van Leiden in Sibculo. Temeer daar er tussen de geslachten Van Cranenburg~ en Van Leyden al heel oude banden zijn. Uiteindelijk komen de Van Cranenburgs~ ook via de Van Wassenaars voort uit de Van Leydens. Ze hebben zelfs hun naam te danken aan burggraaf Halewijn II van Leyden, die kasteel Cranenburg te Bleiswijk in 1106 heeft gebouwd.

De belangrijke rol die het geslacht Van Leyden speelt in dit bestek, wordt nog versterkt door het feit dat IJsselstein in 1366 bezit wordt van het Huis Egmond. Ook Eiteren valt daaronder. Daar wordt in de 14e eeuw het eerder genoemde Cistercienzer klooster MariŽnberg gebouwd. Kennelijk dus met instemming van het Huis Egmond. Genoemde prior Johan Dodo van Leiden is dus de centrale figuur in de relaties tussen Leiden, IJsselsten, Warmond, Sibculo en Gerlach. Warmond grenst aan Leiden. Daar wonen al sinds de 14e eeuw Kranenburgs~. Johan van Leiden is dus voor Gerlach een vertrouwd figuur, die heden en verleden van Gerlach met elkaar verbindt.
Alias: Gerlacus de Kranenburg (vermeld in een memoriebord uit 1718 in klooster Mariengarden in Groot Burlo bij Borken/Dtl; MDM p 84)
** Van Leyden
# MDM (p 62 ev; 84), WP, WKP, FRI, KBG

Gerlof Fockes Kranenburg (1750*-1810*):
Zoon van Focke Gerlofs Kranenburg en Margrieta Bomers.
Geboren in Groningen.
# JBK

Gerlov Jans Kranenburg (1680*-1745*):
Geboren in Loppersum. Mogelijk een zoon van Jan Hindrix Kranenburg (gb 1635).
Gerlov vestigt zich in Bedum (Gro). Hij huwt daar met Hilke Fockes.
Op 22.6.1710 laten Gerlov en Hilke zich inschrijven als lidmaten van de NH Kerk in Westerwijtwerd. Kennelijk zijn ze dus daarheen verhuisd.
Udh: Jan Gerlofs, Focke Gerlofs (gb 1710*) en Evert Gerlofs* (gb 1717*) Kranenburg.

Tot 1738 zijn Gerlov en Hilke lidmaten van de NH Kerk. Focke Gerlovs vertrekt in 1740 naar Groningen.
In de genealogie Folckert Claessen te Middelstum huwt 29.5.1710 Claas Harmens uit Holwierde met Aaltjen Wierts, weduwe van Gerlof Jans uit Westerwijtwerd. Bedum ligt ca 7 km van Westerwijtwerd. Het kan dus om dezelfde persoon gaan. Dan moet Gerlov zijn gestorven vůůr 1710. Hoe kan Evert dan in 1717* zijn geboren en hoe kan Gerlov dan in 1738 nog zijn ingeschreven als lidmaat van de NH Kerk? Bovendien moet Gerlov dan 2x gehuwd zijn geweest; eerst met Hilke Fockes en later met Aaltjen Wierts. Vooralsnog mogen we aannemen dat de genealogie Folckert Claessen op dit punt incorrect is en dat Gerlov Jans Kranenburg inderdaad zeker in 1738 nog in leven is.
Alias: Gerlov Jansen
# JBK, DAB

Gerrit~
** Gerijt~, Garrit, Gerard~, Gerret, Geert, Gerhard, etc

Gherijt Heinricsz van Kranenburg (1295*-1350*):
Vrij zeker een zoon van Hein van Kranenburg en NN te Eikenduinen.
Woont in Haagambacht. Ghm NN. Is rentmeester van Holland.
Vermeld in bron AKD 26.5.1336 als rentmeester van Noord-Holland ivm schenking van land door graaf Willem van Holland aan Witeman Snoyen, aan te wijzen door Gherard Heynen.
Biedt 27.5.1345 in Den Haag de Grafelijke Raad de jaarrekening van Holland aan ter goedkeuring. De Raad gaat accoord. Kennemerland heeft 7.500 pond opgebracht en Noord-Holland bijna 10.000. (KVN p 172).
Vermeld in bron AKD 6.7.1346 ivm genoemde schenking van 26.5.1336 als Gheeraerd Heynenszoon, eertijds rentmeest van Noort-Hollant.
Alias: Gerrit Heynensz, Gherard Heynen, Gheeraerd Heynenszoon.
Zoons*: Hughe Gherijtsz (1340) en Willem Gherijtsz (gb 1345) van Kranenburg.
** RGL/151, Cranenburch Den Haag
# AKD, KVN

Gerrit Henriksz van Cranenborch (1413*-1473*)
Zoon van Henrik van Cranenborch (gb 1380) en NN.
Is poorter van Den Bosch.
# RLH

Gherit Jan Meeus van Cranenborch (1438*-1498*):
Zoon van Jan Meusz van Cranenburg en NN te Zutphen/Rheden.
Woont in Tilburg op de Cranenborch, een stuk erf en heide.
Zoons: Adriaen Gherit Jan Meeus en Cornelis Gheritsz van Cranenborch.
** Cranenborch Tilburg
# RHC Tilburg (ws 22.12.2003)

Gerrit van Cranenburg (1442*-1484):
Zoon van Engelbert IV van Cranenburg en Gerarda Geranda.
Geboren op hofstede Cranenburg in Eikenduinen.
Op 17.3.1484 bij dode van zijn vader beleend met Cranenburg Eikenduinen en op 29 maart met alle goederen en de smaltiende te Maasland, uitgezonderd de leen van Hontshol.
Op 29.3.1484 beleend met een smaltiende te Burghersdijk, bij dode van zijn vader Engelbert.
Sterft vůůr 6 december 1484. Eikenduinen wordt in de 15e eeuw geteisterd door de pest. Mogelijk is Gerrit hieraan bezweken.
Alias: Gerijt van Cranenburch
Zoon*: Wouter Gerritsz van Cranenburg (gb 1470).
** OV70, OV78, Eikenduinen, Pest, Demografie
# HRAC, KJS, OV70, KBG

Geerit Woutersz van Cranenburch* (1480*-1560*):
Mogelijk een zoon van Wouter Dirxz van Cranenburch (gb 1440) en NN in Den Haag.
Bron AKD (p373/151) noemt ene Andriaen Jansz (van Cranenburg) in 1554 schepen in ambacht Schravenzande ivm verkoop van 2 hont land door Willem Cornelisz Boom aan Gerrit Woutersz. Mogelijk is deze Gerrit Woutersz een oom van Adriaen.
# AKD, KBG

Gerrit Xzn van Cranenburch (1484*-1544*):
Zoon van Xx van Cranenburch (gb 1449) en NN te Dordrecht.
Woont in Dordrecht. Ghm NN.
Udh: Mathijs Gerritsz van Cranenburch (gb 1519 Dordrecht).
** Cranenburch Dordrecht

Gerrit Klaasz van Cranenburch* (1487*-1547*)
Mogelijk een zoon van Claes Vranckenz van Cranenburch te Lisse/Warmond.
Woont in Rijnland/ZH.
Vermeld in 1524 als Welgeborene op de lijst LWR.
# LWR

Gheert Cranenborch (1510*-1570*)
Zoon van Xx Cranenborch (gb 1475) en NN te Antwerpen*.
Handelt 3.11.1545 voor Aert van Veltwijk op de vrijdagmarkt te Antwerpen ivm de veiling van een hoeve en stenen ophuis gelegen te Ekeren op 't Sant. Aert van Veltwijck wordt eigenaar. Hij is poorter van Antwerpen, lakenkoopman en gehuwd met Catharina van den Eynde. De hoeve te Ekeren is door het geslacht Van Veltwijck later verder uitgebouwd tot een kasteel met heerlijke rechten.
# WS antwerpen.be

Gerard van Cranenborch (1520*-1580*):
Zoon van Dierck van Cranenborch en Katharine Noppen in Den Bosch.
# bossche-encyclopedie.nl 23.8.08 (Erfdeling RA1843 23.1.1541 f40)

Gerrit Xzn van Cranenburgh (1525*-1585*):
Zoon van Xx van Cranenburgh (gb 1490) en NN te Hazerswoude*.
Woont in Hazerswoude*. Ghm NN.
Udh: Jacob Gerritsz van Cranenburgh (gb 1560; Hazerswoude).

Gerrit van Cranenburch (1527*-1587*):
Broers*: Johan (gb 1520) en Hendrick (gb 1525) van Cranenburch te Harderwijk.
Vermeld:
- 1560+ als schepen van Harderwijk in bron Hardervicum Antiquum ofwel het Olde Keurboeskje.
- 1566 ivm Beeldenstorm in de Grote Kerk te Harderwijk in boek "Beeldenstorm" van Dr J. Scheerder (Uitg. Fibula-VanDishoeck, Haarlem 2008):

Sommige beeldenstormers wilden ook de Grote Kerk gaan "zuiveren". Reeds hadden zij een Mariabeeld en een kruisbeeld op het kerkhof neergehaald, toen zij van verdere vernielingen in de kerk teruggehouden werden door de raadsleden Gerrit van Cranenborch en Wilt van Broekhuizen.
- in bron GAA/HGZ tgn 0124:
15.1.1569 ivm missive van het Hof aan de Momboir Johan (W)urdt te Harderwijk, waarin hij opdracht krijgt Gerrit van Cranenborch naar Arnhem te brengen. (ivn 660)
1.2.1569 ivm opdracht van Alva om het proces tegen Gerrit van Cranenborch te instrueren en de stukken met advies van het Hof op te sturen aan Schr. (GAA Brieven uit/aan het Hof)
11.2.1569 ivm vraag van de stadhouder aan het Hof van Alva wat er moet gebeuren met Gerrit van Cranenborch, gevangene op het huis te Harderwijk. (ivn 660)
19.2.1569 ivm missive van de stadhouder aan de drost van Harderwijk dat hij de gevangene Gerrit van Cranenborch moet meegeven aan de haakschutten, die hem deze brief brengen, en ook zelf moet meekomen. (ivn 990)
19.4.1569 ivm opdracht van Alva om Gerard van Cranenborch scherp in de gaten te houden en hem in zijn proces tot aan de sentantie door het Hof te instrueren. (ivn 660)
30.8.1569 ivm antwoord Hof aan Dr Fred van Boeymer als verdediger van Gerrit van Cranenborch dat hij nog tot ultimo 10 september uitstel krijgt voor repliek ivm een niet aanwezige. (ivn 1071)
16.1.1572 ivm antwoord van het Hof van Alva op een missives van 24.12.1571 en 26.8.1570 waarin Gerrit van Cranenborch te Harderwijk zich heeft verzoend met de Kerk en dus recht heeft op relaxatie (=kwijtschelding). (ivn 662)
26.8.1572 ivm vraag van Hof van Alva ivm verzoek van Gerrit van Cranenborch om begrepen te worden in het generaal pardon of gratie te krijgen bij gelegenheid van aankomst van de Spaanse koningin, nu hij al tww jaar gevangen heeft gezeten. (ivn 660)
1.2.1572 ivm processtukken betreffende Gerrit van Cranenburch en zijn verzoening met de kerk. (ivn 662)
19.4.1572 ivm processtukken van het Hof van Alva tegen hem mogelijk wegens ketterij. (ivn 662)
19.4.1572 ivm missive van Alva waarin Gerrit wordt veroordeeld om na zijn ontslag uit de gevangenis te gaan naar het Minorieteiten Klooster te Harderwijk en daar 2 jaar op eigen kosten te blijven met voldoende borstelling ten genoege van de Momboir. (ivn 662)
9.1.1573 ivm missive van het Hof van Alva, begeleidende een verzoek van Gerrit van Cranenborch om kwijtschelding van de tijd die hij nog gevangen moet zitten in het Minarieten Klooster in opdracht van Alva. (ivn 664)
15.4.1573 ivm opdracht van Alva dat men tegen Gerrit van Cranenborch mag handelen gelijk met goed vindt. (ivn 664)
13.6.1573 ivm zijn straf door te brengen op s'Heerenloo te Harderwijk. (ivn 664)
** Inquisitie
# archieven.nl 28.9.08>

Gerrit van Kranenborch (1533*-1593*):
Mogelijk een nazaat van Johan van Cranenburch (gb 1435) in Zutphen/Rheden.
Woont mogelijk in Rheden of daaromtrent.
Vermeld 3.4.1568 als hulder van Heesken, weduwe Henrick Holtman, ivm een leen in Angerlo aanbestorven van haar zoon Johan Holtman.
** Hulder
# Jaarboek CBG nr 32 1978 (ex Repertorium leenacten Huis Kell, Archief Kell II, nr 2 fol 127; Beinum, kerspel Doesburg; Archief Gelderland)

Gerrit Cornelisz Cranenburgh (1544*-1604*)
Vrij zeker een zoon van Cornelis Dirck Vranken Cranenburgh in Warmond.
Woont in Warmond. Ghm NN.
Vermeld in 1566 als Welgeborene in Rijnland.
Zoon: Jan Gerritsz van Cranenburch.
# LWR

Gerrit Maartensz van Cranenburch* (1545*-1605*)
Mogelijk een zoon van Marten Adriaensz van Cranenburch te Eikenduinen.
Vermeld in 1580 als Welgeborene in Rijnland.
# LWR

Gerrit Claesz Cranenburgh (1550*-1620*):
Zoon van Claes Dirck Vranken Cranenburgh en Maritgen Jacobsdr.
Geboren en wonend op de Vrouwe Ven te Warmond.
Zoon*: Claas Gerritsz van Cranenburch (gb 1591).
=* Gerrit Xzn Cranenburg
# VVB

Geert Claesen Cranenburgh* (1558*-1638*)
Mogelijk een zoon van Claes Thijsz Cranenburgh te Groningen.
Geert is koperslager en woont in de Ebbinghestraat te Groningen.
In 1595 eigenaar van een graf in de Broerkerk te Groningen.
Huismerk 715 en 805 GBG.
Op 5.8.1667 is Geert Egberts eigenaar van het graf. Hij is erfgenaam van Geert Claesen.
Zoon*: Berent Geerts.
** Broerkerk Groningen
# GBG (4868, 4976)

Gerrit van Cranenburgh (1560*-1620*):
Mogelijk een zoon van Johan van Cranenburch (gb 1520) en NN in Harderwijk.
Burgemeester van Wageningen in 1586-1589 en 1591-1592.
Genoemd:
- 27.9.1588 ivm opvolging als richter te Wageningen waar hij door zijn vrouw pandhouder van is. (bron GAA/HGZ tgn 0124: ivn 999)
- 1588/89 als burgemeester van Wageningen ivm een kwitantie van hopman Guillaume Baccart.
- 1591 als vertegenwoordiger van Wageningen op de Landdag van 10-17 augustus te Arnhem.
- 1592 benoemd tot commissielid van de Gedeputeerde Staten van de Veluwe als gedeputeerde van Wageningen.
- 4.5.1596 ivm pandhouder richterambt Wageningen. (bron GAA/HGZ tgn 0124:ivn 1006)
Alias: Gerard van Cranenburgh, Gerhart van Cranenburch, Gerrit van Cranenborch, Gerhardt van Kranenburch/Cranenburch.
Udh*: Dirck van Cranenburch (gb 1600; Veenendaal).
Mogelijk ook Xx van Cranenburgh (gb 1605; Tiel).
# Burgerboeck der Stad Wageningen, Oud Archief Wageningen (Stedelijke FinanciŽn; ivn 249), DAB, KBG

Gerrit Xzn Cranenburch (1574*-1634*):
Zoon van Xx Cranenburch (gb 1535) en NN te Zwammerdam.
Woont in Zwammerdam. Ghm NN.
Udh: Trijntje Gerritsdr Cranenburgh (gb 1609 Zwammerdam).

Gerrit Adriaansz Cranenburgh* (1579*-1639*)
Mogelijk een zoon van Adriaan Cornelisz Cranenburgh te Lisse.
Vermeld in 1614 als Welgeborene in Rijnland, schout in Oudshoorn.
Vermeld in 1619 als Welgeborene in Rijnland, wonend in Oudshoorn.
Zoons*: Cornelis Gerritsz Cranenburg, Gerrit Gerritsz en Willem Gerritsz Kranenburgh.
# LWR, KBG

Gerrit Xzn Cranenburg (1579*-1639*)
Woont in de bollenstreek*, mogelijk in Lisse.
Zoon: Cornelis Gerritsz Cranenburg.
=* Gerrit Adriaansz Cranenburgh (gb 1579)

Gerrit Xzn Kranenburgh (1580*-1640*)
Woont in Oudshoorn/Genphoek. Ghm NN.
Zoons: Gerrit Gerritsz en Willem Gerritsz Kranenburgh.
=* Gerrit Adriaansz Cranenburgh (gb 1579)

Gerrit Cornelisz Cranenburgh (1585*-1645*):
Zoon van Cornelis Dircksz Cranenburgh en Geertje Willemsdr.
Geboren en wonend in Warmond. Ghm NN.
Udh: Jan Gerritsz Cranenburgh (gb 1621 Warmond).
# TVP

Gerrit Xzn Cranenburgh (1585*-1645*):
Zoon van Xx Cranenburgh (gb 1550) en NN te Zwammerdam*.
Woont in Zwammerdam*. Ghm NN.
Udh: Trijntje Gerritsdr Cranenburgh.
=* Gerrit Cornelisz Cranenburgh (gb 1585 Warmond)

Gerhardus van Cranenburch (1590*-1650*):
Vermeld in 1635* in 'Die Matrikel [lijst van inschrijveingen] der Universitšt Heidelberg, von 1386 bis bearb. und herausgab. [1884] von G. Toepke (P. Hintzelmann)', Universitšt Heidelberg 1884.
De Universiteit Heidelberg is gesticht in 1386 als kerkelijke instelling. In 1556 wordt er de Reformatie ingevoerd. Na 1559 wordt de universiteit een belangrijk centrum voor het Calvinisme. (WP)
Mogelijk gaat het hier om Gerardus van Cranenburch (gb 1600*) uit Harderwijk.

Gerardus van Cranenburch (1600*-1660*):
Mogelijk een zoon van Henrick van Cranenburch en Geertruidt Janssen te Harderwijk.
Woont in Harderwijk en Leiden.
Volgens bron WGO (p 40) laat Gerardus zich op 27.5.1620 in Leiden als student inschrijven bij een Gelderse Studentenvereniging. Zijn wapen is beschreven als volgt:

In goud een reiger van azuur; dekkleden en wrong: azuur en goud; helmteken: een opvliegende reiger van azuur.
De reiger is vrij zeker een kraanvogel. Deze verwarring komt vaker voor.
Bron WGO schrijft eerder op pagina 21 e.v. over Het Leidse Wapenboek, waarin het wapen van Gerardus is opgenomen. Op pagina 22 schrijft de bron:
Op twee uitzonderingen na [Van Ingen en Hoemaecker] zijn dit alle wapens van riddermatige studenten ...
Gerardus is dus een riddermatige.
Alias: Gerhardus van Kranenburgh (Cranenburgh), Gerhard van Cranenburch.
=* Gerhardus van Cranenburch (gb 1590*; Heidelberg)
** Van Cranenburch Harderwijk, SCW, FW Van Cranenburch Harderwijk, Kranenburg Harderwijk
# VC300, Rietstap, HCM, WGO

Gerrit Xzn Cranenburg (1605*-1665*)
Woont in Woubrugge. Ghm NN.
Alias: Gerrit Xzn Kranenburgh
Zoon: Gerrit Gerritse Cranenburg (gb 1640*).

Gerrit Sachariasz van Cranenburgh (1607*-1670*)
Geboren op boerderij Pennings aan het Vennemeer te Warmond. Zoon van Zacharias Claesz (van) Cranenburgh en Geertge Gerritsdr van Dusseldorp.
Gerrit woont in 1623-40 op Pennings, samen met zijn broer Cornelis.
Genoemd in 1640 (RA Rijnsburg 4) en boedelscheiding 21.7.1640 (RA Rijnsburg 3).
Gerrit en zijn broer Cornelis nemen bij de boedelscheiding in 1640 hoeve Pennings over van hun vader. Zij moeten daartoe 721 gld 16 st betalen aan de andere erfgenamen en daarboven nog 400 gld 'aent weeskint'. Totaal 1221 gld 16 st.
Op 17.11.1645 verkoopt Gerrit aan Pieter Arisz van Poelgeest een huis, schuur, barg, met 'potinge en plantinge met alle beterschap van alle bruijcwaer mitsgaders de coeijen, paerden, wagens, bedden ende vorder de huijraet ende inneboedel de brouwerije behoorende, gelegen rondomme de Abdije van Rijnsburch. Prijs 6200 gld'. (RA Rijnsburg 3)
Gerrit is dus eigenaar van een brouwerij in Rijnsburg geweest.
Op 4.5.1648 koopt Gerrit voor 3000 gulden 'huisinge ende erve opt Sweylant onder Warmond (Lageland)' van Mathijs Foppen van Sijloort. (RA Warmond 9)
Op 14.10.1663 woont Gerrit op het Sweylant. Hij wordt in een adem genoemd met Maritgen Pieters. Mogelijk is hij met haar dus gehuwd. Aldus een acte waarin Maritgen Sachariasdr van Cranenburgh huis, erf en beplanting verkoopt aan Jan Willemsz Visscher (RA Warmond 9). Gerrit woont naast het erf van Maritgen.
** Pennings Vennemeer
# TVP

Gerrit Xzn Cranenburgh (1610*-1680*):
Zoon van Xx Cranenburgh (gb 1577) en NN te Alphen/Rijn*.
Woont in Alphen/Rijn*. Ghm NN.
Udh: Meeus Gerritsz Cranenburgh (gb 1645; Alphen/Rijn).

Gerrit Gerritsz Kranenburgh (1613*-1677*)
Mogelijk een zoon van Gerrit Adriaansz Cranenburgh.
Woont in Oudshoorn/Gnephoek* en Woubrugge* (1640*). Ghm NN.
Vermeld in 1646 als Welgeborene in Rijnland.
Kinderen: Gerrit Gerritse Cranenburg, Mietje Gerrits en Dirck Gerritsz Kranenburgh.
# LWR, KBG

Gerrit Xzn Cranenburg (1619*-1679*):
Woont in Warmond*. Ghm NN.
Udh: Cornelis Gerritsz (gb 1654; Warmond) en Neeltje Gerritsdr (gb 1656; Warmond).

Gerrit Dircksz van Cranenburch (1623*-1683*)
Mogelijk een zoon van Dirk Jacobsz van Cranenburch (gb 1588) te Alphen a.d. Rijn.
Huwt in 1648 te Endegeest met Grietje Dircksdr van Egmond.
Wapen: Op zilver een kraanvogel van natuurlijke kleur.
Udh*: Sara Gerrits Kranenburgh, Willem Gerritsz en Cornelis Gerritsz Cranenburg.
** FW Van Cranenburch Endegeest, FW Cranenburg Egmond, Van Egmond
# Wapenboek van G. van Rijckhuijsen, HCM, DAB

Gerrit Xzn Cranenburch (1629*-1689*):
Zoon van Xx Cranenburch (gb 1594) en NN in Oudshoorn/ZH*.
Woont in Oudshoorn. Ghm NN.
Udh: Floris Gerritsz Cranenburch (gb 1674; Oudshoorn).

Gerrit op de Cranenborch (1635-1695*):
Zoon van Henderick op de Cranenborch en NN te Kranenburg/Vorden.
Gedoopt NDG te Vorden op 22.3.1635.
Zoon*: Gerrit op Kranenborg (gb 1667).
# DTB Zutphen, JNZ, Doopboek NDG Vorden, KBG

Geert Jans Kranenburg* (1637*-1697*):
Mogelijk een zoon van Jan Thijssen Kranenburg te Scharmer.
Vermeld 15.10.1660 ivm aanstelling als schoolmeester te Scharmer. (> Thijs Jansen Kranenburg gb 1614)
Vermeld in 1670 op de lijst KHF.
Alias: Gerrit Jansen.
# KHF (1670)

Gerrit Gerritse Cranenburg (1640*-1700)
Geboren in Woubrugge. Zoon van Gerrit Gerritsz Kranenburgh (gb 1613).
Huwt 1e Woubrugge* 1666 Trijntje Floris Van der Öl (gb 1640* Rijnsaterwoude).
Udh*: Trijnte Gerrits Kranenburgh (gb 1675).
Huwt 2e Woubrugge 1678* Neeltje Crynen van Leeuwen (gb 1650* Woubrugge).
Udh: Maartje Gerrits, Dirck Gerrits, Antje Gerrits en Maritge Gerrits Cranenburg/Cranenburgh.
In 1677 erft Gerrit van Anna Jans te Rijnsaterwoude.
Alias: Gerrit Gerritsz Kranenburgh
# KPR, Dopen GK Oudshoorn en Gnephoek

Gerrit Xzn Kranenburgh (1640*-1700*)
Woont in Warmond. Ghm NN.
Udh: Sara Gerrits Kranenburgh (gb 1664 Rotterdam).

Geert te Cranenborg (1645*-1705*):
Mogelijk een zoon van Albert Cranenborch en Geesken ten Bemshuis op hoeve Cranenborg in Beltrum. Woont in Beltrum. Ghm NN.
Dochter: Willemken te Cranenborg.
# JNZ, KBG

Gerrit Cranenburch (1651-1711*)
Zoon van Hiskias Cranenburch en Willemijntje Willems.
Geboren 17.12.1651 te Amsterdam.
Zoon*: Cornelis Gerrits Kranenburgh (gb 1688).
# JKE, KBG

Gerrit van Kraenenburg (1662*-1732*):
Zoon van Xx van Kraenenburg en NN in Gorinchem.
Huwt 3.1.1687 met Lijsbeth Adamsdr. Beiden wonen in Gorinchem.
Udh*: Aaltje van Kranenburg (gb 1690) en Adam Cranenburg (gb 1695).
# JKE, KBG

Gerrit Xzn Kranenburgh (1662*-1722*):
Zoon van Xx Kranenburgh (gb 1627) en NN te Woubrugge*.
Woont in Woubrugge*. Ghm NN.
Udh: Floris Gerritsz Kranenburgh (gb 1697; Woubrugge).

Gerrit op Kranenborg (1667*-1727*):
Mogelijk een zoon van Gerrit op de Cranenborch (gb 1635).
Woont in Zutphen" (mogelijk Vorden). Ghm NN.
Udh: Hendrik op Kranenborg.
Mogelijk ook Elsken Cranenberg (gb 1703).
** Zutphen
=* Garrit Kranenborg (gb 1671*)
# DTB Zutphen, JNZ, KBG

Garrit Kranenborg (1671*-1731*)
Woont op boerderij Kranenburg in Kranenburg bij Vorden. Ghm NN.
Naar zeggen heet hij oorspronkelijk anders, maar noemt zich later naar de boerderij. Hij zou evenwel een zoon kunnen zijn van Gerrit op de Cranenborch, geboren in 1635 op boerderij Cranenborch in Kranenburg bij Vorden.
Dochter: Mechtelt Garrtisen Kranenborg.
** Kranenburg Vorden
=* Gerrit op Kranenborg (gb 1667* Kranenburg/Vorden)
# JBK

Gerrit Willemse van Cranenburgh (1671*-1731*):
Zoon van Willem van Cranenburgh (gb 1640) en NN in Tiel.
Ghm Maricken van Bosch.
# VC300

Gerard Kranenburg (1673-1733*):
Zoon van Jan Jans Kranenburg en Adriaantje Jans Smits.
NH gedoopt 15.1.1673 te Fijnaart en Heijningen.
Vermeld 21.3.1693 bij de doop NG van Huijbregt en Geertruij Leest te Fijnaart.
Alias: Geert Jansen Cranenburg.
# NG Dopen Fijnaart en Heiningen 1664-1742(3), KWS Franciscus Adrianus van Dijk (xs4all.nl 30.11.09)

Gerrit van Cranenburgh (1697*-1757*):
Zoon van Peter Willems van Cranenburgh en Marijcke Lamerts van Reeckum.
Geboren in Varik.
# HPN

Gerret Willem van Cranenburg (1699*-1759*):
Zoon van Johannes van Cranenburgh en Maria Margaretha Michaux te Arnhem.
Woont in Den Bosch. Ghm Anna Maria de Gasee.
Udh: Dirck Michel (27.11.1733 Den Bosch), Michiel Hendricus (19.12.1734 Den Bosch), Hendricus (1736 Den Bosch) en Frederik Jan (7.11.1738 Den Bosch) van Cranenburg.
Alias: Gerrit Willem van Cranenburgh.
=* Gerrit Willem van Cranenburgh (gb 1704 Den Bosch)
=* Willem van Cranenburg (gb 1699 Den Bosch)
# JKE, DAB

Garrit Cranenburgh (1701-1761*)
Zoon van Reiner Cranenburgh en Gerritjen Vrackinck te Beltrum.
Gedoopt NH 18.12.1701 te Groenlo.
** Beltrum, Groenlo
# JNZ

Gerrit Willem van Cranenburgh (1704-1754):
Zoon van Derck van Cranenburgh en Henrica Vierhuis.
Geboren in Puiflijk (Druten) op 19.9.1704.
Op 27.9.1729 aangesteld als deuwaarder van de gemene middelen over de stad en meiery van Den Bosch.
Huwt 10.8.1732 in Den Bosch met Anna Maria de Gasee, Gereformeerd gedoopt op 29.3.1713 in Den Bosch, dochter van Michiel de Gasee en Gertruijd Larense.
Huurt 17.4.1734 een huis in de Verwerstraat.
Per 13.7.1741 ingebieder van Den Bosch.
Vermeld in 1746: Relaas rechterlijk ingebod anno 1746 door G.W. Cranenburg, ingebieder in Den Bosch, op verzoek van A. Martini, aan Adriaan A. van Giersbergen in Vught, om op de rechtbank te verschijnen.
Gerrit overlijdt in Den Bosch en is aldaar begraven in de St Jan op 19.9.1754.
Udh: Dirck Michiel (1733-34), Michiel Hendrikus (1734-35), Hendricus (gd 1736), Frederik Jan (gd 1738), Machiel (gd 1741), Anna Geertruy (gd 1743) en Dirck (gd 1744; jong gestorven).
Anna Maria de Gasee hertrouwt 22.8.1775 met Johannes den Admiraal, weduwnaar van Adriana van Reunen. Anna overlijdt in Den Bosch en is aldaar begraven in de St Jan op 19.9.1787.
** Gerret Willem van Cranenburg (gb 1699*), Hendrik van Cranenburg (gb 1737 Den Bosch)
# VC300, NAD (tnr 319/De Jonge van Zwijnsbergen in Helvoirt/1760-1960)

Gerardus Cranenburgh (1720*-1780*):
Geboren in Aerns (Dl?). Huwt in 1745 te Kleef met Aleida Klocke.

Gerrit Kranenborg (1724*-1784*):
Mogelijk een zoon van Derk Cranenborg en NN in Klein Dochteren (Lochem).
Woont in Lochem. Ghm Wilmina Janknegt.
Alias: Garrijt Kranenborg.
Udh: Harmina (gb 1759) en Johanna Engberdina (gb 1761) Kranenborg.
# DTB Lochem (JNZ 29.12.08)

Garrit Kleyn Kranenborg (1728-1788*)
Zoon van Wander Kleyn Kranenborg en Geertje Jansen Addink.
Gedoopt op 3.10.1728 te Zutphen" (i.c. graafschap Zutphen).
** Zutphen
# DTB Zutphen, JNZ

Gerrit Cranenburg (1731-1791*):
Zoon van Jan Cranenburg en Geertruij de Vree.
Gedoopt NH 22.7.1731 in de Amstel Kerk te Amsterdam.
Alias: Gerrit Cranenborg.
# GA Amsterdam

Gerrit Cranenburg (1735-1795*):
Zoon van Maarten Willemsz Cranenburg en Maria Joosten van Leeuwen.
Geboren 1735 in Voorburg/Voorschoten*.
# JKE

Gerrit Kranenborg (1737*-1797*):
Vrij zeker een zoon van Engbert Kranenborg en Hermina van der Mast.
Woont in Amsterdam. Ghm Jereintien Aris (Trijntje Arijse) Middelkoop.
Op 21.1.1770 smm Jereintien Arijse Middelkoop getuige bij de NH doop in de Wester Kerk te Amsterdam van Johanna Jereintie, dochter van Jan Hendrik Droterma en Arientie Liefkind.
Alias: Gerrit Kranenberg.
Udh: Arijantien (gd NH 1763 Wester Kerk A'dam), Engberdina (gd NH Noorder Kerk A'dam), Engbert (gd NH 1767 Noorder Kerk A'dam), Jan Hendrik (gd NH 1769 Wester Kerk A'dam), Anna Adrijana (gd NH 1772 Noorder Kerk A'dam).
# GA Amsterdam, KBG
NB Gens Nostra jrg 34 p 249 meldt: Jerrijntje wordt geass. door haar vader AREND, tr. Amsterdam NH Gerrit COSIJN Kraneneburg. (# email Jan Middelkoop 31.5.2013) Cosijn is kennelijk een tweede voornaam. Geen verwijzing naar z'n vader. Ware dat zo, dan hadde er Cosijnsz moeten staan.

Gerrit Kranenborg (1738-1798*)
Zoon van Willem ten Kranenburg en Geertjen Klein Swerinck.
Geboren in Haaksbergen.
# JNZ

Gerrit Kranenburg (1744*-1804):
Woont in Delft. Huwt aldaar 29.4.1770 (otr 14.4) met Pleuntje Dirksd van Leeuwen.
Begraven 24.2.1804 te Delft (Nieuwe Kerk).
Udh: Maria Kranenburg (gb 1771).
# GA Delft

Garrit Cranenbarg (1746*-1806*):
Vrij zeker een zoon van Jan Weulen Kranenbarg (gb 1706) en Mechtelt Garritsen in Vorden. Woont in Ruurlo.
Huwt 1e 1771* Maria Karremans (ovl 1786*).
Udh1*: Harm Weulen Kranenbarg (gb 1775).
Vestigt zich 8.6.1788 te Eibergen met attestatie van Ruurlo.
Huwt 2e 1788 Janna Klein Tuinte afkomstig uit Eibergen.
Vermeld 28.6.1796 ivm overlijden van zijn vrouw. Zij is begraven op 30.6.1796.
Alias: Garrit Kranenburg.
# DTB NDG Ruurlo, JNZ 29.12.08, KBG

Gerrit Kranenbarg (1754*-1814*):
Mogelijk een zoon van Derck Hendriks Kranenberg en Aaltjen Kieskamp in Vorden.
Woont op hoeve Plekkenpoel in Zieuwent bij Ruurlo.
Huwt 1e Janna Kleijn Tuente (ovl 1800*).
Udh1: Maria (gb 1789), een zoon en een dochter.
Huwt 2e NN.
Udh2: een zoon.
** Kranenbarg
# Register Aangegeven Lijken Ruurlo 1806-1811

Gerardus Wilhelmus van Kranenburg (1760*-1820*):
Vermeld op 27.4.1794 als getuige in Den Bosch.

Gerrit van Kranenburg (1770-1828):
Zoon van Jasper Kranenburg en Antje Leemans.
Geboren in 1770 in Deil en aldaar gedoopt 29.7.1770. Getuige Pieterke van Steenis.
Woont in Deil. Ghm Lijntje Verweij.
Van beroep werkbode bij Abraham van Gelikum.
Inwonend een vrouw met drie kinderen, door de diaconie in de kost gedaan.
In 1806 aangeslagen voor een haarsdstede en twee personen.
Lijdt in 1809 vorse schade: een schaap gestorven (Fl 8,-), bedorven en verloren voederhooi (Fl 3;10;-), tien zakken aardappels (Fl 20,-) en enig huisraad.
Overlijdt 11.9.1828 in Deil.
Udh: Maria (1800 Deil), Aaltje (1803 Deil), Jasper (1807 Deil), Gerrigje (1809 Deil), Frans (1813-13), Francina, Gerrit (1817 Deil) en Frans (1819-20) van Kranenburg.
# GRD, HPN

Garrit Weulen Kranenbarg (1772*-1832*):
Woont in Vorden. Ghm Harmina Stapelkamp.
Udh: Dina Kranenbarg (gb 1807 Vorden).
Vrij zeker ook Marten Weulen Kranenbarg (gb 1807 Vorden).
** Tweelingen
# mengerink.srsserver.nl 30.8.07, KBG

Garrit Kranenberg (1788-1848*):
Gedoopt NH* te Eibergen op 8.6.1788.
Dochter*: Gerritdina Kranenburg (gb 1820; Markelo).
** Eibergen
# DTB Eibergen, JNZ, KBG

Gerard van Cranenburgh (1796-1853):
Zoon van Hendrik van Cranenburgh en Johanna Anna Gertrudis (Johanna Geertruij) Beugel.
Gedoopt RK 22.2.1796 in de Mozes & Ašron Kerk te Amsterdam.
Lid van Firma E&H van Cranenburgh Kassiers te Amsterdam.
Huwt 1e 10.6.1822 te Amsterdam met Cornelia Joanna van Wayenburg, gedoopt 8.11.1800 te Amsterdam, dochter van Henricus van Wayenburg en Francisca Cornelia Hekman. Cornelia overlijdt 7.3.1840 te Amsterdam.
Huwt 2e 24.12.1842 te Kampen met Magdalena Regiena Wilhelmina van Romunde, geboren 12.2.1814 te Kampen, dochter van Richardus van Romunde en Walburga Huurlink.
Gerard overlijdt 7.6.1853 te Kampen.
Udh: Johanna Maria (gb 1844), Hendrik Petrus (gb 1847), Petrus (gb 1850) en Richardus (1852-52) van Cranenburgh. Alle kinderen geboren in Amsterdam.
Magdalena hertrouwd 23.10.1856 te Amsterdam met Mr Herman van Sonsbeeck, weduwnaar van 1e Jonkvrouw Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein en 2e Anna Maria Lucia Cremers.
# NP 1949 (p 31 ev), GA Amsterdam

Gerrit van Kranenburg (1817-1878):
Zoon van Gerrit van Kranenburg en Lijntje Verweij. Geboren 8.9.1817 in Deil.
Huwt 30.11.1839 in Deil met Christina Vos.
Overlijdt 5.12.1878 in Deil.
Udh: Jantje (1839 Deil), Gerrit (1841-41 Deil), Gerdina (1843 Deil), Leendert (1849-49), Lena (1850 Deil), Jasper Hendrikus (1852-53 Deil), Jacobus Marinus (gb 1855 Deil) en Cornelis (1859-60 Deil) van Kranenburg.
# HPN

Gerrit Kranenburg (1830-1890*):
Zoon van Maarten Kranenburg (gb 1789) en Elizabeth van den Akker.
Geboren 5.2.1830 in Stompwijk.
Woont in Voorschoten. Ghm Hillegonda Verhoog, geboren 1830 in Oud Ade (Alkemade), dochter van Jan Verhoog en Sietje Los.
Udh: Maarten Kranenburg (gb 1862).
# Familie Zwiep (WS 27.4.2004), Gen. Aldo van Zeeland 10.6.2007

Geert Kranenborg (1848-1933):
Geboren 28.3.1848 in Hoogeand. Overlijdt 22.5.1933 in Sappemeer. Begraven op Hervormde Begraafplaats in Hoogezand.
# graftombe.nl 4.2.08

Geert Kranenburg (1857-1908):
Zoon van Hindrik Davids Kranenburg en Geertje Streurman.
Geboren 27.6.1857 in Scharmer. Geert is schoenmaker.
Huwt 24.5.1889 te Slochteren met Antje Zuur, geboren in 1865* te Scharmer, dochter van Hiltje Zuur en Geesje van Alteren. Antje is dienstmeid.
Geert overlijdt 15.3.1908 en is begraven in Scharmer.
Udh: Geertje (1890), Hiltje (1892), Geesje (1898-98) en Aaltje (1898-98).
** Tweelingen
# DVB, graftombe.nl 8.4.07

Geert Kranenborg (George Henri) (1867-1949)
Zoon van Hendrik Kranenborg en Aafke Reinewerf.
Geboren 25.11.1867 in Zuidhorn. Sales Manager bij Alabastine (40 jaar), directeur Canadian Gypsum Alabastine Ltd in Paris (Ontario). Overleden 13.6.1949 in Grand Rapids USA
Huwt 1e Karie Bishop(stob), geboren in Niezijl, overleden in Grand Rapids.
Huwt 2e 29.5.1895 in Nunica USA met Mary Sofia Larson, geboren in Zweden 2.6.1871, overleden 4.1.1943 in Grand Rapids.
Udh2: Harold Church Kranenberg (1901 Grand Rapids).
# PKG

Gerrit Willem Kranenbarg (1876*-1936*):
Zoon van Derk Kranenbarg en Johanna Lamberdina Jansen.
Geboren in Zelhem.
Woont in Varsseveld. Ghm Grada Berendina ten Brinke.
Udh: Jan (gb 1913 Varsseveld).
** Kranenbarg Zelhem
# KBH, MJK

Geert Kranenberg (1879-1947):
Geboren 2.9.1879. Overlijdt 11.1.1947. Begraven in Woltersum.
# graftombe.nl 4.2.08

Geert Kranenborg (1881-1959):
Geboren 29.12.1881 in Kalkwijk. Overlijdt 23.6.1959 in Groningen. Begraven op Esserveld in Groningen.
# graftombe.nl 4.2.08

Gerrit Jan Kranenbarg (1887-1947*):
Zoon van Hendrik Jan Kranenbarg (gb 1851) en Jannetje van der Hoef (gb 1855).
Geboren 24.11.1887 te Ede.
# JBM 22.10.08

Gerardus Kranenburg (1888-1958)
Zoon van Maarten Kranenburg (gb 1862) en Elizabeth Zwiep.
Geboren 4.1.1888 te Bovenkarspel (Enkhuizen).
Huwt 17.12.1915 in Den Haag met Leentje Boon, geboren 26.2.1890 in 's-Gravenzande, overleden 4.12.1965 in Vianen, dochter van Pieter Boon en Fransina Ruigrok.
Gerardus is bloemist. Hij overlijdt 22.3.1958 in Monster.
Udh: Elisabeth Francina (gb 1917 Den Haag).
# Gen. Aldo van Zeeland

Gerrit Kranenburg (1896*-1956*)
Mogelijk een zoon van Dirk Kranenburg (gb 1858) te Nieuwkoop.
Bezit in 1946-56 een smederij te Nieuwkoop aan 't Zuideinde 7/9 samen met Teunis Pietersz Kranenburg.
** SLN
# GNS (p 69)

Geert O. Kranenburg (1907-1954):
Geboren 23.9.1907. Overlijdt 8.1.1954. Begraven op Kranenburg in Zwolle.
# graftombe.nl 4.2.08

Gerrit Kranenburg (1913-1965):
Zoon van Derk Jan Kranenburg en Johanna Lodewijk. Geboren 17.2.1913 te Arnhem.
Huwt 27.11.1935 in Arnhem met Teuntje Grada Wolven, geboren 17.7.1914.
Start in 1948 in Velp een winkel voor verhuur van wasmachines. Zoon Martinus neemt de winkel later over en begint er met de verkoop van audio-visuele apparaten.
Gerrit overlijdt 22.11.1965. Teuntje overlijdt 28.12.2003. Beiden zijn begraven op Heiderust in Rheden.
Udh: Gerrit Jan (gb 1939 Velp), Martinus (gb 1941 Velp), Mieke Geerdiena Johanna (gb 1943), Harry Robert (gb 1948), Adriaan (gb 1949), Everardus Johannes (gb 1953), en Sonja Francisca (gb 1957) Kranenburg.
** Kranenburg Velp
# HRK

Gerrit Willem Kranenbarg (gb 1916):
Zoon van Marinus Kranenbarg en Hermina Wilhelmina Haverkamp.
Geboren 24.12.1916 in Zelhem.
** Kranenbarg Zelhem
# MJK

Gerard Pieter van Cranenburgh (gb 1920)
Zoon van Johan Hendrik van Cranenburgh en Trijntje Hendrina van den Berg.
Geboren 7.1.1920 in Delft. Huwt 26.10.1945 in Delft met Jcacoba Kattestaart, geboren 7.9.1921 in Delft.
Udh: Gerard Pieter (gb 1947 Maassluis), Trijntje Hendrikje (1949 Maassluis), Hendrikje Jacoba Catharina (gb 1953 Haarlem) en Johan Hendrik (27.8.1957).
# VC300

Gerrit Jan Kranenburg (gb 1939):
Zoon van Gerrit Kranenburg en Teuntje Grada Wolven in Arnhem.
Geboren 22.11.1939 in Velp. Woont anno 2006 in Den Helder.
** Kranenburg Velp
# HRK

Gerard Pieter van Cranenburgh (gb 1947)
Zoon van Gerard Pieter van Cranenburgh en Jacoba Kattestaart.
Geboren 20.7.1947 in Maassluis.
Huwt in Amsterdam met Saskia Stern.
Udh: Jori en Kasper.
# VC300

Gerard Johannes Kranenburg (1953-1997):
Geboren 6.4.1953. Overlijdt 5.9.1997. Begraven op Noorthey in Leidschendam.
# graftombe.nl 8.4.07

Gerritje~
() Gerritje, Gerritdina~, Gerda~, Gerdina~, Geertrui~, Geertruida~, Geertje~, etc
** Grietje~

Gertrudis van Saxen (1033*-1113)
Dochter van Bernard I van Saxen en Eilika van Schweinfurt. Huwt in 1050* met graaf Floris I van Holland.
Udh: Dirk V van Holland
In 1064 wordt Floris I vermoord. Dirk V is dan nog te jong om hem op te volgen. Gertrudis wordt daarom in 1064-1071 gravin van Holland. In 1067* hertrouwd zij met Robrecht de Fries, zoon van graaf Boudewijn V van Vllanderen.
Gertrudis overlijdt 3.8.1113 te Veurne in Vlaanderen. Ze is aldaar begraven in de St Walburgiskerk.
** Floris I van Holland, Robrecht de Fries
# DVB

Gerritgen van Craenenborch (1590*-1650*)
Mogelijk een dochter van Henrick van Cranenburch en Geertruijdt Janssen te Harderwijk. Ghm Aelbert Jansz.
Koopt in 1615 samen met Aelbert Jansz een 'herengoed' in Tonsel, een buurtschap tussen Ermelo en Harderwijk. Dit herengoed lag aan de huidige Mecklenburglaan te Harderwijk, aan de rand van de wijk Kranenburg. Het herengoed heet later hofstede Cranenburg, waarnaar de wijk Kranenburg is vernoemd. De hofstede blijft tot in de 19e eeuw familiegoed van de Cranenburgs~ te Harderwijk.
** FW Van Cranenburch Harderwijk, Kranenburg Harderwijk, Herengoederen
# HCM, HOV

Geertgen Huygensdr van Cranenburch (1591*-1651*):
Dochter van Huyg Willemsz van Cranenburch (gb 1552) en NN te Gouda.
Genoemd 1622 ivm betaling hoofdgeld. (Hoofdegeld Kwartier Gouda)
# GHA 29.1.09

Gerritje Jacobsdr Cranenburg (1613*-1678*):
Vrij zeker een dochter van Jacob Meesz van Cranenburgh en NN te Warmond/Lisse.
Woont in Lisse. Huwt 1638 in Voorschoten met Pieter Joosten Buitenweg.
# DTB Voorschoten, KBG

Geertien Berents Cranenburgh* (1622*-1682*)
Waarschijnlijk een dochter van Berent Geerts Cranenburgh te Groningen.
Vermeld in bron GBG (4776) ivm de verkoop van een graf in de Broerkerk te Groningen.
** Pieter Meesz van Cranenburgh, Broerkerk Groningen
# GBG

Geertie Dammasdr Cranenburgh (1639*-1699*):
Dochter van Dammus Cornelisz van Kranenburg en NN te Warmond.
Woont in de Klocksteegh te Leiden.
Vermeld 1688 bij de executie van het testament van haar moeder.

Geertje Dammis Kranenburg (1656-1720)
Dochter van Dammis Teunisz Cranenburg en Pleuntje Cornelisse.
Gedoopt 8.9.1656 te Heerjansdam. Getuige is Lijsbeth Cornelisse.
Huwt 25.7.1688 (otr 10.7) te Rijsoord met Huijgh Jacobs Lagerwerf, zoon van Jacob Teunis Lagerwerf en Barbertje Willems, gedoopt 16.12.1640 te Rijsoord.
Huijgh is bouwman en boer. Hij overlijdt in 1709 en wordt 30.5.1709 begraven te Rijsoord.
Geertje overlijdt 22.8.1720 te Ridderkerk en is begraven te Rijsoord.
# Fragment Rijsoord

Geertje Dammis Kranenburg (1656-1720)
Dochter van Dammis Teunisz Cranenburg en Pleuntje Cornelisse.
Gedoopt 8.9.1656 te Heerjansdam. Getuige is Lijsbeth Cornelisse.
Huwt 25.7.1688 (otr 10.7) te Rijsoord met Huijgh Jacobs Lagerwerf, zoon van Jacob Teunis Lagerwerf en Barbertje Willems, gedoopt 16.12.1640 te Rijsoord.
Huijgh is bouwman en boer. Hij overlijdt in 1709 en wordt 30.5.1709 begraven te Rijsoord.
Geertje overlijdt 22.8.1720 te Ridderkerk en is begraven te Rijsoord.
# Fragment Rijsoord

Geertje Hendriksen Kranenborg (1675*-1735*)
Woont in Vorden. Gehuwd met Jan Wanders Onstenck.
Zoon: Willem (gb 1705).
# JNZ

Geertge Jacobsdr Kranenburgh (1679*-1739*)
Mogelijk een dochter van Jacob Dirks Kranenburg (gb 1649) en Maertge Harmans Kuyter te Leiden.
Woont in Workum.
Huwt in 1702 (otr 18.3) te Leiden met Willem Ariensz de Jode, visser, wonend in Workum.
# DTB NH (otr) Leiden (ivn 12 fol 258v)

Geertruyt Dirks Cranenborgh (1683-1722):
Geboren 19.12.1683 te Numansdorp. Dochter van Dirck Meeuwisz Cranenburgh en Aletta Willemsdr Bosman. Woont in Strijen, waar ze overlijdt op 28.4.1722.
Huwt 10.12.1702 te Numansdorp Dirk Hendriks van der Linden (1677-1723), schepen te Strijen, landbouwer op hoeve Lugtenburg aan de Groot-Cromstrijensedijk 1 van de familie Kranenburg. Hij is de zoon van Hendrik Dircksz van der Linden en Erckje Jansdr Sneep.
Alias: Geertruyt Dirks Kranenburg, Geertruid Dirksdr van Cranenburg.
Udh: Erxje (gb 9.9.1703 Strijen), Aletta (gd 2.11.1704 Strijen), Hendrik Dirksz (gd 19.5.1707 Strijen), Erxje (gd 19.2.1710 Strijen), Maaijke Dirks (gb 1712* Strijen), Coenraad Dirks (gb 1716* Westmaas), Leendert Dirks (gb 11.9.1718 Strijen), Jannigje Dirks (gb 1719* Puttershoek), Neeltje Dirks (gb 1720* Strijen), Dirk Dirks (gd 9.1.1721 Strijen) en Willem Dirks (gb 1723* Strijen).
# Genealogie Swarts, DAB

Gerritje Kranenburgh (1685-1745*):
Alias Geertje. Dochter van Jacob Ottense Cranenburgh (gb 1649) en Grietje Jacobs Lindenburgh te Lisse. Gedoopt NH te Lisse 2.12.1685.
Huwt kerklijk 18.4.1718 te Lisse met Pieter Joostz Buijtenwegh, zoon van Joost Pietersz Buijtenwegh en Margje Willemsdr Keijzer, gd Leidschendam 29.5.1689. Udh geen kinderen.
# M. Kranenburg

Geertge Cranenburgh (1686*-1746*)
Woont in Leiden.
** Geertruyt Bartholomeusdr Kranenburgh

Geertruijd van Cranenburg (1687-1747*):
Dochter van Johannes van Cranenburg en Maria van Leeuwen (van Leen).
Geboren op 25.1.1687 te Dordrecht. Gedoopt 1689.
# JKE, DTB Dordrecht, archieven.nl 28.9.08 (Stadsarchief Dordrecht; doopacten)

Geertje Cranenburgh (1689-1763):
Gedoopt NG 23.10.1689 in de Hooglandse Kerk te Leiden. Huwt aldaar 29.11.1709 Laurens Copijn, geboren 3.8.1692 te Leiden. Laurens is lakenwerker, spinder. Hij overlijdt 8.3.1749 te Leiden. Geertje overlijdt aldaar 10.9.1763.
Alias: Geertruijd Cranenburgh
Udh: Jannetje (gb 1710), Bartholomeus (gb 1712), Glaude (gb 1714), Jan (gb 1715), Johanna (gb 1717), Laurens (gb 1718), Maria (gb 1719), Jannetje (gb 1721), Laurens (gb 1724), Jan (gb 1726), Laurens (gb 1731) en Hendrik (gb 1732). Allen gedoopt in de Geref. Hooglandse Kerk te Leiden.

Geertruyt Bartholomeusdr Kranenburgh (1689-1763)
Gedoopt 23.10.1689 te Leiden. Dochter van Bartholomees Hendrikxz Cranenburg en Eva Philipsdr Nagtegael. Woont aan de Tweede Groenesteegh te Leiden.
Huwt 1e Leiden 1709 (otr 29.11) Laurens Copyn (lakenwerker; ovl Leiden maart 1749).
Huwt 2e Leiden 25.10.1749 Leendert Leendertsz Maastrigt (gd Leiden 17.11.1689, ovl Leiden 1754*).
Huwt 3e Leiden 28.6.1759 Pieter Maljť (gd Leiden 12.10.1695, ovl Leiden).
Geertruyt overlijdt oktober 1763 te Leiden.
Alias: Geertge Cranenburgh
Kinderen geboren te Leiden: Jannetje (30.7.1710), Bartholomeus (27.1.1712), Glaude (20.2.1714), Jan (25.8.1715), Johanna (24.1.1717), Laurens (5.5.1718), Maria (19.11.1719), Jannetje (2.2.1721), Lauwrens (6.1.1724), Jan, Laurens (18.5.1731), Hendrik (8.5.1732).
# Dopen in Leiden, DTB NH (otr) Leiden (ivn 12 fol 188), DAB

Geertruyd Meessen Cranenburgh (1690*-1750*):
Dochter van Mees Xzn Cranenburgh (gb 1655) en NN in Woubrugge.
Woont in Esselyckerwoude (Woubrugge). Huwt 19.12.1716 met Abraham* Jacobsz de Jongh, wonend op de Nieuwewateringe te Alkemade.
# GA Alkemade, KBG

Geertje Claasdr Cranenburgh (1692*-1752*):
Dochter van Claas Ottosz Cranenburgh en Baafje Thomassen van Eede in Lisse.
Verhuist in 1714 naar Alkemade met haar vader en stiefmoeder Fytje Jans van der Sluys.
Huwt in 1717 te Kaag met Engel Cornelis Vis (gb te Kaag).
Engel overlijdt in Kaag, Geertje in Amsterdam.
Udh: Cornelis Vis (gb Kaag 14.5.1730), Maria Oerlemans (gb Rotterdam 6.1.1733).
Alias: Geertje Klaas Kranenburg

Geertruij Kranenburg (1702*-1762*):
Ouders*: Xx Kranenburg (gb 1665) en NN in Woubrugge.
Begraven 20.7.1762 in Woubrugge.
# GHA 16.3.09 (DTB Woubrugge)

Geurtje Cornelisdr Kranenburgh (1703*-1763):
Ouders: Cornelis Xzn Kranenburgh (gb 1668) en NN in Hazerswoude*.
Begraven pro deo 24.6.1763 in Hazerswoude.
# GHA 29.1.09

Geertruyt Willems van Cranenburg (1705*-1765*)
Dochter van Willem van Cranenburg en Willempien Arents in Vleuten.
Vermeld dd 30.6.1715 in acte U129a4/38 (UA), samen met haar ouders.
# UA

Geertie Kranenburg (1709-1769*)
Gedoopt 23.1.1709 te Leiden. Dochter van Dirk Kranenburg en Hendrikje van Leeuwen. Huwt 1734 te Leiden met Gerrit Kettenes (gb 1713), otr 22.5.1734 te Leiden. Geertie overlijdt in Leiden.
# Dopen in Leiden, DAB

Gerritien te Cranenborg (1712*-1772*):
Woont in Eibergen. Ghm Berend ten Kranenburg (gb 1709).
# JNZ 29.12.08

Geertruij Kranenburgh (1721-1781*)
Dochter van Pieter Kranenburgh en Maria Braax.
Gedoopt GF 25.11.1721 te Rotterdam.
Huwt 10.1.1740 (otr 10.1) te Rotterdam met Christiaan Molenaar uit Landsmeer, wonend aan de Hoogstraat. Ze gaan wonen aan de Hoogstraat, later (1743) aan de Hoofftsteeg.
Vermeld 21.2.1747 als getuige bij de doop GF van Margareta de Beij.
Vermeld 19.8.1755 als getuige bij de doop GF van Willem Kranenburg, zoon van Pieter Kranenburg en Johanna Klinderiks.
Alias: Geertruijda Cranenburgh, Geertruij Craanenburg
Udh: Margareta (gd GF 7.11.1743 Rotterdam), Simon (gd GF 7.6.1746 Rotterdam).
# DTB Rotterdam (ivn 1/299; 14/107; etc)

Geertje ten Kranenborg (1725*-1785*)
Woont in Haaksbergen*. Huwt op 29.3.1750 met Engbert ten Spoel.
# JNZ

Gerritie Kranenburg (1728*-1788*)
Mogelijk een dochter van Claas Kranenburg (gb 1694) te Rotterdam.
Vermeld 28.5.1763 als getuige bij de doop van Engel Vees te Rotterdam.
# DTB GF Rotterdam (ivn 1/492)

Gerritje Cranenburg (1729-1789*):
Dochter van Jan Cranenburg en Geertruij de Vree.
Geoopt NH 30.11.1729 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
# GA Amsterdam

Gerritjen Kleyn Kranenborg (1734-1794*)
Dochter van Wander Kleyn Kranenborg en Geertje Jansen Addink.
Gedoopt op 26.9.1734 te Zutphen.
** Zutphen
# DTB Zutphen, JNZ

Geertje Kranenburg (1735*-1795*):
Woont in Amsterdam. Ghm Jakobus Bot.
Udh: Jakobus (gd NH 17.6.1768 Wester Kerk A'dam).
# GA Amsterdam

Geertruid Kranenbargs (1735*-1795*):
Woont in Vorden. Ghm Hendrik Wonnink.
Udh: Garrit Jan (gd NDG 29.9.1765 Vorden).
# NDG Doopboek Vorden

Geertruid Kleyn Kranenborg (1736-1796*)
Dochter van Wander Kleyn Kranenborg en Geertje Jansen Addink.
Gedoopt op 11.3.1736 in Zutphen.
** Zutphen"
# DTB Zutphen, JNZ

Geertruy Adriaansdr Kranenburg (1740-1800*):
Dochter van Adrianus Dirksz Kranenburg en Lijntje Simonsdr Oudedeur.
Gedoopt 1.5.1740 in Strijen.
# KJS (OVG dec 2004)

Gerritje Kranenburg (1740*-1800*)
Huwt in 1762 met Marten Voskoele. Zij krijgen daarvoor huwelijksdispensatie tijdens de recessen van de ordinaris Landdagen op 21.4-21.5 1762 te Zutphen.
# GAA (Rekenkamer S 33, fo 825-1206)

Geertruij Kranenburg (1743-1803*)
Dochter van Maarten Kranenburg en Lijsbeth Hendriks Vijfschoof.
Gedoopt 9.6.1743 in Sommelsdijk.
# GKK

Geertjen Cranenburg (1750-1810*)
Dochter van Arent Kranenburg en Berendina van Keulen in De Steeg (Gld).
Gedoopt 7.6.1750 NDG in Rheden.
# NDG Doopboek Rheden

Geertruij Kranenburg (1751-1811*):
Dochter van Dirk Kranenburg en Johanna Vriessekolk.
Gedoopt NH 19.9.1751 in de Wester Kerk te Amsterdam.
Woont in Amsterdam. Ghm Willem Lamsvelt.
Alias: Getrui Kranenburg/Kraanenburg.
Udh: Johanna Jacoba (gd NH 17.12.1779 Wester Kerk A'dam), Maria (gd NH 4.6.1781 Wester Kerk A'dam), Geertruijda Anna (gd NH 2.2.1783 Oude Kark A'dam), Margaretha (gd NH 20.11.1785 Wester Kerk A'dam; get. Jan Kranenburg), Cornelia (gd NH 23.7.1788 Zuider Kerk A'dam), Jan Dirk (gd NH 25.4.1791 Wester Kerk A'dam), Jan (gd NH 16.9.1792 Nieuwe Kerk A'dam).
# GA Amsterdam

Geertruij Cranenburg (1756-1816*):
Dochter van Jan Cranenburg en Jannetje Wiltson.
Gedoopt NH 12.2.1756 in de Amstelkerk te Amsterdam.
Woont in Amsterdam. Ghm Gerret Leusing.
Alias: Geertruij van Cranenburg/Kranenburg.
Udh: Gerretie (gd NH 17.10.1784 in de Amstel Kerk te Amsterdam).
# GA Amsterdam

Geertruij Kranenburg (1756-1816*):
Woont in Amsterdam. Ghm Willem Lamsvelt.
Udh: Johanna Jacoba (gd NH 17.12.1779 Wester Kerk A'dam), Maria (gd NH 4.6.1781 Wester Kerk A'dam), Geertruijda Anna (gd NH 2.2.1783 Oude Kark A'dam), Margaretha (gd NH 20.11.1785 Wester Kerk A'dam; get. Jan Kranenburg), Cornelia (gd NH 23.7.1788 Zuider Kerk A'dam), Jan Dirk (gd NH 25.4.1791 Wester Kerk A'dam), Jan (gd NH 16.9.1792 Nieuwe Kerk A'dam).
# GA Amsterdam

Geertruid Kranenburg (1757*-1817*):
Woont in Scheemda. Ghm Hero Ludolfs.
Udh: Harm (gd NH 1790 Scheemda).
# archieven.nl 26.9.08

Geertruij Kranenburg (1763-1823*):
Dochter van Pancras Kranenburg en Catharina Vermeulen in Leiden.
Gedoopt 1.5.1763 te Leiden.
Huwt 6.4.1786 te Leiden met Frans Flaman, gedoopt 28.10.1755 te Leiden, zoon van Solomon Vlaman en Lijsbet Hoedaar. Frans was 15.12.1781 in Leiden gehuwd met Anna Vos.
Udh: Solomon, Katrina (gd 13.4.1788 Leiden), Jacob (gd 15.8.1791 Leiden), Willem Frederik (gd 6.9.1795 Leiden) en Frans Pieterse (gd 29.7.1798).
# Dopen in Leiden, Gen. Flamman

Geertruid Kranenberg (1768*-1841):
Dochter van Jan Kranenberg en NN in Lochem.
Woont in Schependom? Waarschijlijk Kekendom bij Lochem.
Huwt (1e) 1792 met Hendrik Leurink.
Trouwboek NDG Gemeente Vorden mei 1792: Ingetekend Hendrik Leurink jongeman, zoon van wijlen Hendrik Leurink, en Geertrui Kranenberg, jongedochter van wijlen Jan Kranenberg, beide onder Vorden. Hier getrouwd 27 mei.
Trouwboek NDG Gemeente Vorden 21.11.1794: Geertruijd Kranenborg, weduwe van Hendrik Leurink, huwt (2e) 28.12.1794 met Gerrit Jan Hogevonder, jongeman, zoon van Fredrik Hogevonder, beiden wonend onder Vorden.
Overlijdt 5.12.1841 in Vorden.
# WS Sijses 12.4.2005, Trouwboek NDG Gemeente Vorden, KBG

Geertje Leendertsdr Kranenburg (1772*-1832*):
Dochter van Leendert Ariense Kranenburg en Cornelia Jans van Wingerden.
Geboren in Hendrik-Ido-Ambacht.
Huwt in 1795* met Dirk Florisse Pleijsier, gedoopt 12.6.1770 te Rijsoord.
Dirk is vlasarbeider. Hij overlijdt 12.6.1817 te Rijsoord.
Udh: Floris Dirks (1796-1814 Rijsoord), Maaike Dirks (gb 1801 Rijsoord), Rookje (1803-13 Rijsoord), Lena Dirks (gb 1805 Rijsoord), Huig Dirks (gb 1810 Rijsoord), Cornelia Dirks (1811-11) en de tweeling Cornelia Dirks en Floris Dirks (gb 1814 Rijsoord).
# Fragment Rijsoord

Gerritjen Kranenborg (1790*-1850*):
Dochter van Hendrik Kranenborg (gb 1753) en Janna Groot Jimmink in Vorden.
# esveld.net 6.1.09

Geertruid Cranenburg (1801-1861)
Gedoopt 12.6.1801 in Groningen. Dochter van Heiko Cranenburg en Anna Louiza Looff. Huwt 13.7.1826 te Groningen met Kristiaan Severien (tuinier), gedoopt 28.11.1802 te Groningen, zoon van Jurrien Severien en Swaantje Kaspers.
Geertruid overlijdt 14.12.1863 te Groningen. Kristiaan overlijdt aldaar op 23.12.1883.
Alias: Geertruida Cranenborg
Udh: Maria Alida Severien (gb 23.9.1841 te Groningen en ghm Klaas Erents).
# Familie Erents, PKG, DAB

Gertruda Kranenburg (1802-1862*)
Woont in 1840 in Groningen.
# GKH

Geertruida Ipes Kranenburg (1802-1862*):
Dochter van Ype Hindriks Kranenburg en Aukje Everts Postema.
Geboren 1802 in Scharmer.
Vermeld in Bevolkings Register Groningen (1840-3-267).
# GKH

Geertje Kranenburg (1807*-1867*):
Dochter van Klaas Kranenburg en Marijtje van Es. Geboren in Zwammerdam.
Verhuist in 1811 met haar ouders naar Nieuwkoop.
Van beroep werkster (1862).
Huwt 13.5.1834 in Nieuwkoop met Jan van 't Kruis, geboren 1806* te Nieuwkoop.
Udh: Klaas (gb 1835 Nieuwkoop), Pietje (gb 3.11.1836 Nieuwkoop; ovl 1905; 29.8.1862 te Nieuwkoop ghm Hubertus Verheul), Cornelis (gb 1850* Nieuwkoop).
# rocusverheul.eu 30.5.08, members.chello.nl 16.7.09

Geertruij van Kranenburg (1808-1868*)
Dochter van Jan van Kranenburg en Cornelia Ketel te Moordrecht.
Geboren 2.9.1808 te Moordrecht. Aldaar gedoopt NH op 11.9.1808.
# FDK

Gerrigje van Kranenburg (1809-1869*):
Dochter van Gerrit van Kranenburg en Leentje Verweij. Geboren 21.8.1809 in Deil.
Huwt 9.11.1839 in Varik met Willem Hendrik de Cock.
Udh: Wilhelmina de Cock (gb 23.3.1844 in Varik; ghm Pieter Rietveld, gb 27.10.1840, zoon van Cornelis Rietveld en Maria Hopmans).
# members.home.nl 29.4.08, HPN

Gerritdina Kranenburg (1820*-1880*):
Mogelijk een dochter van Garrit Kranenberg (gb 1788) en NN uit Eibergen.
Woont in Markelo. Ghm Jan Hendrik Hofmeijer.
Udh: Gerritdina Hofmeijer (gb 18.10.1855 Markelo, gd NH)
# Gen. Wessel Berents (WS 12.6.2007), KBG

Gerarda Eva van Cranenburgh (1843-1911):
Dochter van Willem Diderik van Cranenburgh en Maria Magdalena Post in Den Haag.
Geboren 13.9.1843. Huwt 2.5.1877 in Den Haag met Johannes van der Bruijn.
Vertrekt 2.5.1877 naar Schiedam. Overlijdt 1.11.1911 in Den Haag.
# VC300

Gerdina van Kranenburg (1843-1903*):
Dochter van Gerrit van Kranenburg en Christina Vos. Geboren 1843 in Deil.
Huwt 18.5.1866 in Deil met Roelof Antonie Hoogendoorn.
Udh: Cornelia Christina, Johannes Martinus, Johannes Martinus, Cornelis Casper en Johannes Cornelis Hoogendoorn.
# HPN

Gerritje Hendrika van Kranenburg (1883-1943*):
Dochter van Frans van Kranenburg en Gerritje Beatrix van Blijderveen.
Geboren 17.3.1883 in Moordrecht.
# FDK

Geertje Kranenburg (1883-1917):
Dochter van Hendrik Kranenburg en Trientje van Kalsbeek.
Geboren op 23.2.1883 te Noorddijk (Gro).
Huwt 6.12.1906 te Groningen met Willem Henssen, geboren 4.4.1882 te Groningen, zoon van Wolbert Henssen en Eva van Dijken. Willem is schipper.
Geertje overlijdt 24.10.1917 te Arnhem.
# GKH

Geertje Kranenborg (1885-1977):
Geboren 18.4.1885. Overlijdt 10.5.1977. Begraven in Vriescheloo (Gro).
# graftombe.nl 4.2.08

Geertje Kranenburg (1887-1966):
Dochter van Willem Kranenburg en Geertje Streurman.
Geboren 9.11.1887 in Middelbert (Gro).
Overlijdt 12.1.1966 en is begraven in Middelbert.
# DVB, graftombe.nl 8.4.07

Geertje Kranenburg (1890-1982):
Dochter van Geert Kranenburg en Antje Zuur in Slochteren.
Geboren 25.5.1900. Overlijdt 20.7.1982. Begraven op Eshof II in Haren (Gro).
# DVB, graftombe.nl 8.4.07

Geertruida Reindina Kranenbarg (1890*-1950*)
Woont in Ruurlo. Ghm Antoon Bensink, geboren 1886*, spoorwegarbeider, zoon van Arend Jan Bensink en Jenneken Lievestro.
# bunskoeke.nl 24.9.07

Gerritje Kranenburg (1892-1987):
Geboren 28.6.1892 in Delft. Overlijdt 26.11.1987 in Utrecht. Begraven op Tolsteeg in Utrecht.
# graftombe.nl 4.2.08

Geertje Kranenburg (1895-1955*):
Dochter van David Hindriks Kranenburg en Geesje Blaauw.
Geboren 28.2.1895 te Scharmer.
Overlijdt 12.1.1972. Begraven in Scharmer.
Alias: Grietje Kranenburg.
# DVB, graftombe.nl 8.4.07

Gerritje Dina Kranenbarg (1899*-1959*):
Dochter van Hendrik Jan Kranenbarg (gb 1851) en Jannetje van der Hoef (gb 1855).
Geboren 14.4.1899* in Ede.
# JBM 22.10.08

Geertje Kranenborg (1903-1940):
Geboren 20.3.1903. Overlijdt 15.7.1940. Begraven op Begraafplaats Hofstraat in Winschoten.
# graftombe.nl 4.2.08

Gerritje Beatrix van Kranenburg (Gerda) (gb 1914*):
Dochter van Adrianus van Kranenburg en Lidewij Cornelia van Louwerenburg.
Geboren in Gouda. Huwt in Rotterdam met Marius Troost, electriciŽn, zoon van Pieter Troost en Maatje den Eenzamen.
# FDK

Geertje Kranenburg (1930-2003):
Dochter van Wim Kranenburg en Geertje Bruines.
Geboren in Nieuwveen of Haarlem. Ghm NN Willemsen.
# Bill Kranenburg (Australia, 6.5.08)

Geesje~
** Gesiena~

Gesiena~
() Gesiena~, Geeske~, Geesje~, etc

Geesken Cranenborgh (1608*-1668):
Mogelijk een dochter van Albert ten Kranenbargh en NN op hoeve Cranenborg in Beltrum.
Ghm Hendrick Wilderinck, overleden vůůr 1668.
Geesken overlijdt 18.5.1668.
# heerlijkheidborculo.nl 3.9.07

Gese Berents Cranenburgh* (1620*-1680*)
Waarschijnlijk een dochter van Berent Geerts Cranenburgh te Groningen.
Vermeld in bron GBG (4776) ivm de verkoop van een graf in de Broerkerk te Groningen.
** Pieter Meesz van Cranenburgh, Broerkerk Groningen
# GBG

Geese Kranenborghs (1627*-1687*)
Woont op hoeve Cranenborg in Beltrum. Mogelijk gedoopt in de NH Kerk in het centrum van de vestingstad Groenlo en aldaar begraven op het kerkhof achter de kerk. Ghm NN.
In 1627 is ze samen met Hendrick ter Heurne (haar man?) verwikkeld in een civiel proces tegen Jan Frackinck.
** Beltrum, Reiner Cranenburgh
# Oude Rechterlijk Archief Borculo

Geesken Kranenborg (1739*-1799*):
Dochter van Derk Kranenborg (gb 1704) en NN in den Wildenborg (Vorden).
Huwt 19.9.1762 te Lochem met Lammert Pagenkolk, jongeman, zoon van Garrijt Pagenkolk en NN in Barchem. Geesken en Lammert wonen na hun huwelijk op Langeschot in Barchem.
Udh: Hendrik Jan (gd 12.5.1763 Barchem op Langeschot) en Albertina (gd 31.10.1764 Barchem).
** Wildenborch
# DTB Lochem (JNZ 29.12.08)

Gesiena Kraanenburg (gb 1757*)
Woont in Amsterdam.
** Clasina Kranenburg (gb 1757; Amsterdam)

Gesina Cranenburg (1760*-1820*):
Dochter van Gerhard Cranenburg en Elisabeth Verheyden.
Geboren in Nijmegen. Huwt 3.5.1789 te Nijmegen met Peter Jacob.
# stamboomforum.nl 3.11.08

Geesien Kranenburg (1855-1923):
Geboren 3.3.1855. Overlijdt 3.2.1923. Begraven in Niekerk.
** Niekerk, G. Kranenburg
# graftombe.nl 8.4.07

Gezina M. Kranenberg (1879-1972):
Geboren 17.11.1879. Overlijdt 28.4.1972. Begraven op Algemene Begraafplaats in Heerenveen.
# graftombe.nl 4.2.08

Geesien Kranenburg (1919-1999):
Geboren 15.6.1919. Overlijdt 5.9.1999. Begraven in Gieterveen Oud.
# graftombe.nl 8.4.07

Geulenkamp
Buurt in Didam gelegen in de wijk Nieuw Dijk aan de N18 naar Doetinchem. Ten oosten van de Holthuizerstraat staat daar al vůůr 1720 een boerderij met de naam Geulenkamp. Niet bekend is of de buurt is genoemd naar de boerderij of andersom. De Geulecampweg in Nieuw Dijk loopt vanaf Didam naar de buurt Geulenkamp. Deze weg is genoemd naar havezathe Geulecamp die daar in de 17e eeuw staat, en vrij zeker al geruime tijd eerder. (A.G. van Dalen: Gelderse historie in
 
de Liemers; Den Haag 1971) Mogelijk is de boerderij gebouwd na afbraak van de oude havezathe. Zulks gebeurt vaker in de afgelopen eeuwen.

In Uelsen aan de Duitse grens onder Enschede ligt de buurt GŲlenkamp. Deze plaatsnaam komt in het huwelijksregister van Hardenberg, Heemse en Gramsbergen (1660-1852) op 8.3.1761 voor als Geulenkamp, kerspel Ulsen, bij het huwelijk van Jurjen Richter te Hardenberg en Geertjen Warring te Geulenkamp, kerspel Ulsen.

In 1407 komt Geulenkamp onder Uelsen voor als die buerscap toe Godelinchem in het Schattingsregister van Lage (graafschap Bentheim) van 1407 van auteur Drs A.L. Hulshoff. In zijn begeleidende tekst noemt hij deze locatie Golenkamp.

De naam Van Godelinchem blijkt een familinaam te zijn, die al in de 14e eeuw voorkomt in de grensstreek tussen Overijssel-Gelderland en Duitsland.

Per saldo mogen we dus aannemen dat Geulenkamp een verbastering is van de naam Godelinchem, de buurtschap bij Uelsen. Het lijkt er dus op dat havezathe Geulecamp in Nieuw Dijk bij Didam is gesticht door iemand uit Geulenkamp bij Uelsen. Gezien de ontwikkeling van de naam, zal de havezathe dus ruime tijd na 1470 zijn gebouwd. Mogelijk ergens rond 1600.
** Gulen~
@ foto © B.C. Kranenburg
# FRI, DAB

 

Geuzen:
Groep Edelen in de Nederlanden die zich rond 1560 verenigen tegen koning Filips II van Spanje en tegen de Roomse Kerk. De naam Geus is afgeleid van het Frans gueus = bedelaar, een scheldpnaam. De Geuzen vormen lange tijd de voorhoede en spits in de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje. In 1567 wijken vele Geuzen uit naar veilige oorden wegens de vervolgingen door Alva. Sindsdien onderscheidt men Watergeuzen en Bosgeuzen. De Geuzen voeren een eigen Geuzenvlag, slaan zgn Geuzenpenningen als eretekens en componeren zgn Geuzenliederen. Sommigen menen dat de Geuzen personen zijn van wie de goederen en titels zijn geconfisceerd door de Bloedraad tijdens de Inquisitie. Zulke Geuzen kunnen er
 
ongetwijfeld zijn, maar gezien het grote aantal van hen lijken de meesten toch primair gericht te zijn tegen de overheersing door Spanje en de Roomse Kerk.
Rechtsboven: Geus met Geuzenvlag (@ foto © B.C. Kranenburg)
** Hendrick van Cranenburch (gb 1525 Harderwijk), Christiaen van Cranenborch (gb 1553; Zelhem), BWG, Watergeuzen, Inquisitie, Ax (Aldenhaeve Zelhem)

 
Gewichten:
ZO naam, soort, OVK

Gewis (380*-440*):
Zoon van Wig, zoon van Freawin, onderkoning van Sleswig. Legendarische figuur uit de Angel-Saxische geschiedenis. Veel is vooralsnog helaas niet bekend over hem. Volgens overlevering is hij de stamvader van de Gewisse en van de koningen van Wessex. Mogelijk is hij slechts een mythologisch figuur, die als voorbeeld dient voor de Gewisse, het bondgenootschap tussen de Angelen en Saxen in Engeland in de 5e-6e eeuw.
Gezien de archeologische vondsten zijn de Gewisse afkomstig uit de Upper Thames en de Cotswolds. Deze regio's liggen in Mercia, dat historisch een Anglisch gebied is.
Nazaten manlijke lijn: Esla (gb 404; zoon) > Elesa (gb 439) > Cerdic (gb 474; 1e koning van Wessex) > Cynric (gb 500; koning van Wessex) > etc > Alfred de Grote (gb 848; koning van Wessex) > etc.
** Cynric, Mercia, Sleswig, Gewisse, Andrieskruis, Wychwood, Cotswolds
# SNK (p 222), AHM, DAB

Gewisse:
Naam voor de oorspronkelijke groep Angel-Saxen van Wessex in Engeland. Later ook de naam voor Wessex zelf.
Volgens overlevering zijn de Gewisse nazaten van Gewis, een legendarische figuur uit de geschiedenis van de Angel-Saxen.
Volgens de Anglo-Saxon Chronicle is Wessex gesticht door Cerdic en Cynric, hoofdmannen van een clan met de naam Gewisse. Volgens overlevering zijn ze in Southampton Water geland vanuit NW Duitsland en Denemarken. Archeologische vondsten suggereren echter
een herkomst uit de regio Upper Thames (o.a. Oxfordshire) en de Cotswolds. Anno 2006 omvat Wessex de counties Berkshire, Hampshire, Wiltshire, Dorset en Sommerset. Hoofdstad is Winchester. Volgens taalkundigen betekent Gewisse: district West-Saxon. Ge- is namelijk een oude Angel-Saxische prefix met de betekenis van district, vergelijkbaar met het Nederlandse gau. Deze opvatting strijdt niet met het voorgaande, zodat we inderdaad mogen aannemen dat met de Gewisse hier de West-Saxen c.q. Wessex wordt bedoeld. Het laat verder open waar de Gewisse precies vandaan komen. De instroom van deze Gewisse zal wel niet ineens massaal zijn gebeurd. Veeleer zal zal dat zijn gegaan in verschillende waves in de 6e-7e eeuw vanuit diverse oorden op het vasteland van NW Europa. Zowel via Southhampton als vanuit de Upper Thames regio en de Cotswolds, welke laatste regio's al eerder door de Angel-Saxen zijn gekoloniseerd. Uiteindelijk is Wessex van oorsprong af geen homogeen Saxisch gebied, maar een mix van Angelen, Saxen en de oorspronkelijke Britten: Welshmen, Belgae en een restant Romeinen. In deze mix nemen de Saxen kennelijk numeriek en maatschappelijk een dominante positie in. De Belgae zijn afkomstig uit de Nederlanden, i.b. het Rijngebied. Ze zijn in de 2e eeuw nC geÔmmigreerd, o.a. als soldaten van de Romeinen.

- Andrieskruis
Op munten van de eerste West-Saxische koningen Egbert (827-839), Alfred the Great (848-899), Edward the Elder (899-924) en Aethelstan (924-939) zijn saltieren (Andrieskruisen) afgebeeld. West-Saxische ridders en krijgers dragen in die tijd helmen met de kleuren blauw en geel en voeren schilden met een rood Andrieskruis. Men mag daarom aannemen dat dit Andrieskruis het symbool is van de Gewisse c.q. van Wessex. Dit is des te aannemelijker omdat het Andrieskruis of de saltiere gelijk is aan de letter X (Geofu, Gyfu) in het Runen alfabet. Dit teken staat voor de moderne letter G en wordt uitgesproken als de g-klank in Geoffrey. Dus voor de G in Gewisse. Een simpele manier om de eigen identiteit aan te geven, zoals dat hedentendage nog steeds gebeurt.
Volgens bron RGT staat het runenteken X voor Gebo dat geven betekent. De uitspraak is een harde G zoals in het Engelse woord 'gift'. (> Runentekens) Op pagina 55 schrijft bron RGT verder:

Het is ook het teken dat door bloedbroeders wordt gemaakt, als de ingesnede polsen worden gekruist in een rituele bloedruil. Daarom betekent Gebo ook mystiek verbond en rituele verbintenis. Op een meer wereldlijk niveau kan het duiden op het sluiten van elke belangrijke verbintenis.
Zoals eerder vermeld, voeren West-Saxische ridders in de 9e-11e eeuw schilden met het Andrieskruis. De geciteerde tekst van bron RGT sluit goed aan bij de historische achtergronden. In die tijd fuseren namelijk het Anglische Rijk en het Saxische Rijk in Groot-BrittanniŽ en vormen ze samen Engeland.

- Bondgenoten
In Middel-Nederlands bestaat het woord wisch, dat betekent: 1. strobos; 2. bundel, krans. (WMN) Daar het Middel-Nederlands via het Oud Neder-Saxisch verwant is aan het Oud Engels, kan wisch in het Oud Engels mogelijk een equivalente betekenis hebben. Daarvan uitgaande kan Gewisse mogelijk ook de Gebundelden of Verbondenen ofwel Bondgenoten betekenen, wat de Angelen en Saxen in feite ook zijn. Dat past dan heel goed bij de saltire, die zij voeren als teken van hun verbond.

- Ontstaan
Wanneer de Gewisse ontstaan is feitelijk niet exact aan te geven. Aan hun formele ontstaan kan wel een lange voorgeschiedenis zijn voorafgegaan. In feite gaat het om de ontstaansgeschiedenis van het verbond tussen de Angelen en de Saxen in Engeland, waarvan de Gewisse kennelijk de voorlopers zijn. Feitelijk ontstaat dat verbond door het huwelijk van Ethelred II van Mercia met Ethelflead van Wessex in 889. Dit huwelijk komt tot stand door toedoen van koning Alfred de Grote van Wessex, de vader van Ethelflead. Hij noemt zich zelf als eerste Rex Alglorum Saxonum, koning van de Agelen en Saxen. Ook noemt hij zich Rex Angul-Saxonum, koning van de Angel-Saxen. Pas daarna komt die aanduiding in zwang. In deze optiek is dus het huwelijk tussen Ethelred en Ethelflead een formele bezegeling van het samengaan van het Anglische Mercia en het Saxische Wessex. De Gewisse lijken derhalve een verbond van individuele Angelen en Saxen die een grootschalig staatkundig samengaan van beide volkstammen tot doel hebben gesteld. Deze lieden moeten dan toch zeker van goede huize zijn om te beseffen dat zulks van beider belang is om tussen alle andere stammen in Brittannia te kunnen overleven. Het lijkt daarom zeer reŽel dat de legendarische figuur Gewis hun bron van inspiratie is. Deze Gewis heeft zijn naam echter van zijn vader Wig meegekregen. Met die naam kan Wig bedoeld hebben dat zijn zoon Gewis het product is van een verbintenis van hem en een Saxische vrouw. Gewis is als het ware het vleesgeworden symbool van de verbintenis tussen Angelen en Saxen. Daarmee kan Gewis het voorbeeld zijn van een verder samengaan van de Angelen en Saxen in Engeland. De formele grondlegger van de Gewisse kan dus zijn Wig, een Angel uit Sleswig die zich in de Cotswolds heeft gevesitgd. Aangezien er in die tijd echter weinig of geen Saxen wonen in die regio, lijkt het er dus inderdaad op dat Gewis slechts een mythologisch figuur is, dienend als voorbeeld voor de Gewisse, de verbonden Angelen en Saxen. Dit verbond zal daarom pas zijn ontstaan in de tijd dat de Saxen in de Cotswolds sterker zijn vertegenwoordigd. Dus ergens rond het jaar 500. De Cotswolds liggen precies tussen het Anglische Noorden van Engeland en het meer Saxische Zuiden van Engeland. Een grensgebied waar dus zowel Angelen als Saxen wonen. Wig zal dus begrepen hebben dat het voor beide volkstammen uit NW Europa van levensbelang is om in eenheid en vrede samen te gaan. Temeer daar hun culturen nauw verwant zijn. Eendracht maakt macht. En macht betekent veiligheid en overlevingskans.

- De stichter
Zoals gezegd is Alfred de Grote van Wessex (848-901) de eerste koning die zich Rex Anglorum Saxonum noemt en dat pas kort nadien de naam Angel-Saxen verschijnt. De Gewisse verschijnen echter al rond het jaar 500, en wel in de Cotswolds en meer specifiek in de Upper Thames regio. De stichter van de Gewisse moet dus rond het jaar 500 in of nabij de Upper Thames regio wonen. Dat kan Cerdic van Wessex zijn, die volgens overlevering rond 505 met een grote groep Saxen vanuit NW Europa naar Brittannia migreert. Volgens de Britse schrijver Gildas (480-640) zijn er echter al veel eerder Saxen op grote schaal naar Zuidwest Brittannia gemigreert. Maar de Gewisse ontstaan in een regio die rond 500 toch overwegend Anglisch is, gezien de archeologische vondsten. De stichter zal dus eerder een Angel kunnen zijn, die kennelijk begrijpt dat het voor de overleving van de Germaanse stammen in Brittannia goed is om samen te werken en dus een duurzaam verbond te sluiten. De Saxen zijn rond 500 al in zulke grote getalen aanwezig in ZW Engeland, dat het voor de hand ligt om met hen een verbond te sluiten. Temeer daar de Saxen een verwante cultuur van het continentale homeland zijn en omdat ze goede vechters zijn. Het lijkt daarom meer voor de hand te liggen dat de Anglische koning Cnebba van Mercia (485-545) de grondlegger is van de Gewisse. Als koning zal hij over voldoende visie beschikken om de noodzaak van het verbond met de Saxen te zien. Daarnaast zal hij ook de capaciteiten en mogelijkheden bezitten om het verbond met de Saxen te realiseren. De Gewisse lijken daarom te zijn ontstaan rond het jaar 525.

- Mersex
De vraag die nu overblijft is, waarom het nog ruim 364 jaar duurt voordat de Angelen en Saxen daadwerkelijk staatkundig zijn verenigd. Rond 525 ontstaan de Gewisse en in 889 worden het Anglische Mercia en het Saxische Wessex staatkundig verenigd door het huwelijk van koning Ethelred II van Mercia en prinses Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Het antwoord op de vraag lijkt simpel: de Gewisse zijn een groep machtige idealisten, maar de candidaten zijn nog niet huwelijksrijp. Wessex heeft nog sterke expansiedrift en Mercia is nog te machtig en zelfgenoegzaam. Als koning Offa van Mercia in 796 sterft, verzwakt het land echter door de voortdurende aanvallen van de Vikings en Denen. Oost Mercia wordt geheel door hen in bezit genomen. Het overgebleven West Mercia kan daarom heel goed hulp gebruiken. Wessex komt daarom in beeld. Mercia erkent koning Egbert van Wessex (802-839) als Bretwalda (heerser van heel Engeland) en later diens zoon Ethelbald (839-859). In 868 sluit koning Alfred de Grote van Wessex een verdrag met koning Guthrum van Denemarken, waarbij hij zijn deel van Engeland in de Danelaw afstaat. Uiteraard met knarsende tanden. Ook Wessex is nu rijp voor een huwelijk. In 889 trouwen koning Ethelred II van Mercia en prinses Ethelflaed van Wessex. Mersex is geboren. Het is een levenskrachtig kind. De Vikings en Denen worden binnen 30 jaar verjaagd uit heel Engeland. Mersex is nu de grootse macht in Brittannia en de backbone van de verdere unificatie van Engeland.
** Wessex, Cotswolds, Salisbury, Old Sarum, Alfred de Grote van Wessex, ASC, UTR/UK, Ethelred II van Mercia, Ethelflaed van Wessex, Hwicce, Ax (Angel-Saxen)
# RGT, WMN, WKP, DAB

Gezina~
** Gesina, Geesien

GF
Gereformeerd

Gheert
** Geert

Ghm
= gehuwd met

Ghijsbrecht~
** Gijsbert~

Giel~
() Giel, Gielis, etc.
** Michiel~

Gildas: (480*-540*)
** Pg Anglicana

Gillis~
** Michiel~

 

Gimel:
In het ArchaÔsch Grieks (1000vC) heeft de gamma een iets andere vorm, dan de latere gamma. De horizontale balk loopt namelijk schuin afwaarts. Deze agamma stond evenals de latere gamma voor de letter C. Qua vorm lijkt de agamma op een simpele stylering van een kraanvogel. In het Grieks heet de
 
kraanvogel keranos. Het lijkt dus mogelijk dat de agamma in werkelijkheid inderdaad is afgeleid van de kraanvogel. Temeer gezien de vorm, die sterk lijkt op het sterrenbeeld Kraanvogel. (ZA) De agamma is qua vorm gelijk aan de Fenicische gimel, die ook staat voor de letter C. De Fenicische lettertekens dateren van 1200-300 vC. De gimel is dus een oeroud symbool.

Mogelijk heeft gimel een voorloper in een Oud Egyptisch hieroglief voor macht, uitgebeeld in de vorm van een staf. De staf werd gebruikt door priesters, hoge ambtenaren en goden, o.a. Anubis. De boog aan de onderkant lijkt bedoeld om slangen klem te zetten en te doden. Als zodanig is de gimel dus een symbool tegen het kwaad. In diepste zin symboliseert de staf daarmee de macht over leven en dood. Ze gaat weer verder terug naar de herderstaf en de staf van de stamhoofden in Afrika, die daar anno 2009 in vele gebieden nog in gebruik is. Per saldo kan dus worden gezegd dat de gimel met recht een oeroud symbool is, dat teruggaat tot de oertijd van de mensheid.
 
Zoals gezegd wordt de staf gezien als een symbool van macht, maar ook voor de regeneratieve kracht. Dat is terug te vinden in de bijbel, waarin Mozes zijn staf op de grond smijt en daarmee verandert in een slang, het symbool van regeneratieve kracht. Immers, de slang verwisselt steeds van huid, om na elke wisseling weer verder te kruipen. De regeneratieve kracht van de staf correspondeert met de mythe van de kraanvogel als symbool voor de herrijzende Christus.
** Gamma, GXW, Kraanvogels

Glenn Kranenburg (gb 19--)
Een der beste en meest gezaghebbende scheidrechters aller tijden in Suriname. Ruim tien jaar wedstrijdcommissaris, in welke hoedanigheid hij o.a. scheidsrechters beoordeelt. Vervanger van Gerrit Niekoop, voorzitter van de Scheidsrechters Commissie.
# korps-politie-suriname.com 29.6.09

Gnephoek
Buurt in Oudshoorn/ZH, gelegen tussen Oudshoorn en Alphen/Rijn en zuid van Woubrugge.

Godelt Heynric Enghebrechtsdr van Kranenburg (1375*-1435*)
Dorchter van Heynric Enghebrechtsz van Kranenburg en NN in polder Rotterban te Hillegersberg.
Vermeld in bron RGL (p 151) op 18.9.1398 ivm leen van 7 morgen land met daarop een woning in polder Rotterban te Hillegersberg bij dode van haar vader Heynric Enghebrechtsz van Kranenburg. Volgens deze vermelding is Godelt gehuwd met Johannes Pietersz.
Vermeld in bron RGL (p 151) op 26.11.1404 ivm verkrijging ten eigen van de leen tegen betaling van 20 pond Hollands. Volgens deze vermelding is Godelt gehuwd met Jannes Pietersz.
** RGL/151

Godevaert
** Govert~

Goessen van Craenenborch (1547*-1607*):
Zoon van Xx van Craenenborch (gb 1512) en NN te Arnhem*.
Burgemeester van Arnhem. Vermeldingen:

- den 28 July [1582].: Des naemiddages to drie uhren sijn ter iriere bescheyden die jonckeren alhier in Stadt woenhafchich, mit die Schepenen e, den Burgermr. CRAENENBORCH, und syn gecopariert die Richter und JOHAN BENTINCK, n den Burgermr. CRAENENBORCH, und het mere deel der Scheepenen. Und is in deliberati geleyt worden, so men verstaet, dat die wat Nymegen den Baden mit een recepisse op hev schryven van die Raeden wederom gesonden sonder ilcu niit gebeurluk antwort tho vernehmeti laeten, aengesien onse Quartier eenhedichlick geresolviert in aensiehong des.
(a) Raadsign. van Arnhem van 1582

# G. van Hasselt's Geldersch Maandwerk

- Op 10 juli [1583] verzoeken afgevaardigen van kwt. Arnhem Herman van den Hell en Goessen van Craenenborch langer in functie te blijven (354v). ...
Kwartieren Nijmegen, Zutphen en Arnhem stellen gelden beschikbaar naar aanleiding van waarschuwing Doetinchem, dat de vijand [Spanjaarden] plannen heeft een stad in het Graafschap aan te vallen (362v).

# Gelderse Landdagen (ingist.nl 29.11.09)
 

Gooltgen Ingendr Cranenburch (1619*-1679*):
Dochter van Ingen Teunisz Cranenburch en Maritge Huijgen. Geboren in Bleiswijk.
Ghm Jan Symonss Langelaen uit Berckel, alwaar beiden wonen.
# HBB, GA Rotterdam (AAB 742 nr 8 dd 22.9.1640)

Gouda
** Cranenburch Gouda/Waddinxveen, Haestrecht

Govert~
() Govert, Godevaert~, Godert~, Godfried~, etc

Godevaert Everardsz van Cranenburch (1310*-1370*)H
Zoon van Everardus van Cranenburgh en NN te Utrecht.
Zoons: Steven Godevaertsz, Dirk Godevaertsz en Godevaert Godevaertsz van Cranenburch.
** RKR

Govert Jansz van Cranenburch (1622-1682*):
Zoon van Jan Claesz van Cranenburch en Belytje Govertse van Keulen.
Gedoopt 30.10.1622 te Amsterdam.
Door de dood van zijn moeder sinds 28.3.1640 tot zijn mondigheid onder toezicht van de Weeskamer van Amsterdam.
Huwt 6.6.1648 te Amsterdam met Lijsbeth Gooses.
Alias: Govert Cranenberch, Govert Jansz Kranenburgh
Udh: Belitien (gb 1650)
# AVK, JKE, GA Amsterdam

Godert Cranenburg (1677*-1737*)
Mogelijk een zoon van Claes Pietersz van Cranenburch en Maria Scheffens te Utrecht.
Woont in Utrecht. Ghm Anna Barbara Sweerts.
Vermeld obit 10.1.1737 in een acte (UA U184a5/99) ivm testament.
** UTRA

Godfried van Cranenburgh (1718-1778*)
Geboren in Arnhem*. Zoon van majoor Johannes van Cranenburgh en Maria Margaretha Michaux.
** Maria Ida van Cranenburg
# JKE

GRA:
Gerard Reuzel te Almen.

Grafelijke Lenen
Betreft lenen van de graven van Holland.
> C. Hoek: Repertorium op de grafelijke lenen te Bleiswijk, Hillegersberg, Kralingen, Overschie, Rotterdam, Schiebroek, Schoonderloo en Zevenhuizen. (1200-1648)
Ons Voorgeslacht 1986 p 145-181. (> RGL)
> J.C. Kort: Repertorium op de grafelijke lenen in Voorburg, 1274-1650.
Ons Voorgeslacht 1986 p 361.
** RHH, RGL

Granborough~
** Granenburg

Granenburg:
Boerderij in Bleiswijk, gelegen in de Klappolder en nabij het vroegere kasteel Cranenburg. Anno 2006 bestaat deze boerderij nog steeds. Meer gegevens over deze boerderij zijn vooralsnog niet beschikbaar. Mogelijk is de naam Granenburg een verbastering van Cranenburg. In de nabijheid van vele kastelen staat en stond immers vaak een boerderij met dezelfde naam. Bijvoorbeeld zoals bij hofstede Cranenburg in Eikenduinen. Ook is mogelijk dat de naam Granenburg in Bleiswijk is afgeleid van chranuh, wat Oud Hollands eveneens kraan, kraanvogel betekent. De hoeve heet dus feitelijk ook Cranenburg. Mogelijk dat deze klankverschuiving identiek is als in Engeland. Het Engelse Cranborough wordt namelijk soms verward met Granborough. De naam Kranenburg is echter etymologisch gezien een Anglische naam, afgeleid van cran, crane = kraan, kraanvogel en burg = burg, burcht. Zowel cran, crane en burg komen alleen in het Anglisch voor en hebben geen fonologische equivalenten in andere oude talen als Saxisch of Frankisch. Bron EWB noemt er in iedere geval geen. De naam Cranenburg van kasteel Cranenburg is vrij zeker afkomstig van burggraaf Halewijn II van Leiden, die kasteel Cranenburg anno 1106 heeft gebouwd. In Leiden woont hij op Huys Cranenburch, gebouwd door zijn vader burggraaf Halewijn I van Leiden, afkomstig van Cranbury Manor in Englesfield bij Windsor in Engeland.
** Kranenburg, Cranenburg Bleiswijk, Xsi, Cranenburg Eikenduinen
# FRI, EWB, DAB, KBG

Gras
Landmaat. 1 gras = 0.5 Ha

Graven van Gelre & Zutphen (1338+)
1046 Gerard I Flamens (Van Wassenberg)
1070 Diederik Flamens. 1076 graaf op de Veluwe.
1082 Gerard II Flamens (de Lange)
1137 Hendrik I Flamens
1182 Otto I Flamens
1207 Gerard III Flamens
1229 Otto II Flamensz (de Lamme)
1271 Reinoud I Flamens (de Strijdbare)
1318 Reinoud II Flamens (tot 1326 onder voogdij)
1339 Reinoud II van Gelre (de Dikke)
1343 Reinoud III van Gelre (de Zwarte)
1361 Eduard van Gelre
1371 Reinoud III van Gelre
1371-1379 Gelderse Successie Oorlog
1371 Willem van Gulik
1402 Reinoud IV van Gulik
1423 Arnold I van Egmond
1465 Adolf I van Egmond
1471 Arnold I van Egmond
1473 Adolf I van Egmond
1477 Adolf II van Egmond
1477 Maria van BourgondiŽ
1482 Filips I van BourgondiŽ (de Schone) 1492 Karel van Egmond
1538 Willem van Kleef (de Rijke)
1543 Karel V van spanje
1555 Filips II van Spanje
1598 einde
# WKP 5.10.08

Graven van Holland
-850--896 Gerlof I van Holland
-880--940 Dirk I van Holland
-923--983 Dirk II van Holland
-933--993 Aernout van Holland
-979-1039 Dirk III van Holland
-999-1049 Dirk IV van Holland
1001-1061 Floris I van Holland
1051-1091 Dirk V van Holland
1033-1113 Gertrudis van Saxen
1032-1092 Robrecht de Fries
1062-1122 Floris II van Holland
1097-1157 Dirk VI van Holland
1131-1191 Floris III van Holland
1143-1203 Dirk VII van Holland
1162-1222 Willem I van Holland
1174-1234 Floris IV van Holland
1196-1256 Willem II van Holland
1236-1296 Floris V van Holland
1239-1299 Jan II van Holland
1244-1304 Jan II van Henegouwen
1277-1337 Willem III van Henegouwen
1318-1345 Willem IV van Henegouwen
1294-1354 Margaretha van Henegouwen
1333-1389 Willem V van Beieren
1330-1404 Albrecht van Beieren
1357-1417 Willem VI van Beieren
1401-1436 Jacoba van Beieren (ZA)
1407-1467 Filips I van BourgondiŽ
1417-1477 Karel I van BourgondiŽ
etc
** AGH

Grebbeberg
Natuurgebied en Militair Ereveld bij Rhenen. Ruim 52 meter boven NAP.
Hier vindt de Slag om de Grebbeberg plaats op 11, 12 en 13 mei 1940. Tijdens deze slag tegen de Duitsers verliezen circa 415 Nederlandse soldaten het leven. Deze zijn nagenoeg allen begraven op het Ereveld.
Het Nederlandse Leger is in die dagen absoluut niet opgewassen tegen het oppermachtige Duitse Leger. Duitsland heeft zich onder Hitler sinds 1933 systematisch voorbereid op wereldoverheersing. Nederland is dus peanuts voor deze niets ontziende vijanden. Toch weten de overwegend slecht getrainde en slecht bewapende Nederlandse soldaten van amper twintig jaar nog drie dagen stand te houden. Dan volgt de onvermijdelijke capitulatie.
In deze strijd speelt Leendert Arie Dirk Kranenburg een moedige en belangrijke rol. Hij is geboren in 1916 te Klaaswaal. Als de oorlog uitbreekt is hij 23 jaar oud en is hij 2e Luitenant bij de Infantrie in het Nederlandse Leger.
Op de Grebbeberg is in 2005 een monument opgericht ter nagedachtenis aan alle omgekomen militairen in mei 1940 van wie geen graflocatie bekend is. Op de steen staan 138 namen gebeiteld. O.a. H. van Kranenburg. Dit is Hendrik van Kranenburg (gb 1906). Hij is omgekomen in Rotterdam.
** Leendert Arie Dirk Kranenburg (gb 1916), Hendrik van kranenburg (gb 1906)
# De Telegraaf 28.4.2007, grebbeberg.nl 24.7.08, DAB

Greete Kranenborgh (1634-1694*):
Gedoopt te Eibergen op 28.2.1634.
Greete heeft een tweelingbroer Albert die vůůr 1636 is gestorven.
** Eibergen, Tweelingen
# DTB Eibergen, JNZ

GRF
Gereformeerd
= GF

Grietje~
() Grietje, Grietie, Griete, Grieta, etc

Griete van Cranenburg (1270*-1340*):
Dochter van Bartholomeus II van Wassenaar en Vrouwe Godilt van Bleyswyck.
Geboren op kasteel Cranenburg te Bleiswijk.
Vermeld in bron RHH in 1334 als Griete, veren Godelde dochter. Zij moet 1 d. betalen wegens landhure in up die Gheest te Eikenduinen.
** Eikenduinen
# RHH

Grieta Henricusdr van Cranenborch* (1332*-1392*):
Dochter van Henricus van Cranenborch (gb 1297) en Lommodis te Arnhem.
Vermeld 25.2.1367 in oorkonde schepenen te Arnhem ivm overdracht door Johannes de Cranenborch en Lommodis (zijn echtgenote) van een rente van 20 schellings 'sjaars op hun huis op de hoek van een nieuwe straat aan Grieta Henricusdr. In de margine van de oorkonde staat: Modo domus custodis ecclesie Sancte Walburgis int Lant Vermerck. Ofwel de kosterwoning van de St Walburgis Kerk in het Land Vermerck.

Grietie Claasen Kranenburg* (1550*-1633*):
Mogelijk een dochter van Claes Thijsz Cranenburgh en NN in Groningen.
Woont 1632-33 aan de Grijse Monnike in Midwolderhamrik. (> Nieuwolda)
# Spanheim, KBG

Grietge Anthonisdr Cranenburgh* (1565*-1625*)
Mogelijk een dochter van Anthonis Frankensz Cranenburgh te Lisse.
Woont 1577 in Warmond, waar Willem Vrancken Cranenburgh voogd over haar is.
# A447, AHW

Grietie Jacobs Kranenburg' (1612*-1705):
Dochter van Jacob Jansz Kranenburg en Anne Heijnens. Geboren in Scharmer.
Woont sinds 1620* in Kantens.
Vermeld 13.3.1705 in Register Lidmaten NH Kerk Kantens:

Grietie Jacobs (doodt)
tegen welke laatste eenige klagten zijnde ingebragt, heeft de Kerkenraad haar opgelegt zig met moeij [tante] Gebbe de huisvrouw van Jan Jacobs [broer van Grietie] te versoenen, of anders tot nader ordre zig van het H. Avontmaal te onthouden, en alsoo zij die conditie niet volbragt heeft, is ditmaal niet gekoomen.
# menneglas.nl 20.11.08, KBG

Grietge Cornelisdr* van Cranenburch (1627*-1667*)
Mogelijk een dochter van Cornelis Baenen van Cranenburgh (gb 1595) te Leiden.
Huwt in 1660* met Gijsbert de Decker, wonend aan de Steenschuyr te Leiden.
In 1668 (otr 18.8) hertrouwt Gijsbert met Hillegont Gerrits.
# DTB NH (otr) Leiden (ivn 12 fol 088v), RA Leiden

Griete op de Cranenburch (1636-1696*):
Dochter van Henderick op de Cranenborch en NN te Kranenburg/Vorden.
Gedoopt NDG 6.3.1636 te Vorden.
** Kranenburg Vorden
# NDG Doopboek Vorden, DTB Zutphen, JNZ

Grietje Cranenburgh (1636*-1696*):
Woont in Amsterdam. Ghm Blasius van Dalen.
Udh: Cornelia (gd NH 14.2.1680 in de Zuider Kerk A'dam).
# GA Amsterdam

Grietjen Cranenburgh (1693-1753*):
Dochter van Reiner Cranenburgh en Gerritjen Vrackinck.
Geboren in Beltrum (Gld). Gedoopt NH 10.12.1693 te Groenlo.
# JNZ

Grietje Kranenburg (1720*-1780*)
Vermeld 1.3.1755 als getuige bij de doop van Jacob Dorschman te IJsselmonde.
++ Kranenburg IJsselmonde
# DTB GF Rotterdam (ivn 1/002)

Grietje Cranenburg (1721-1781*)
Dochter van Otto Jacobse Kranenburg en Ariaantje Symons Hoogkamer te Lisse.
Gedoopt 1.1.1722 te Lisse.
# FDK

Grietjen Cranenborg (1722*-1782*):
Dochter van Derck Kranenberg (gb 1690) en Albertjen Alberts.
DTB Lochem schrijft 30.4.1747: Grietjen Cranenborg j.d. van Derk Cranenborg onder Vorden gehuwd met Derk Broekgaarden wed. wijlen Teunisken Luunk uyt Barchem.
Onder = noord. (> Windrichtingen) Vader Derk en zijn gezin wonen dus in 1747 ten noorden van Vorden. E.e.a betekent dat hij woont in Lochem aan de noordgrens van Vorden. Dat gebied heet Klein Dochteren, waar inderdaad een hoeve Cranenborgh staat en Cranenborghs~ wonen in die tijd.
** Cranenborgh Lochem
# DTB Lochem (JNZ 29.12.08), KBG

Grietje Graane Kranenburg* (1739*-1799)
Is 2.6.1774 doopgetuige bij Anna Vogelaar in Zoetermeer.

Gritje van Kranenburg (1756-1816*):
Dochter van Jasper van Kranenburg en Aaltje Leemans.
Gedoopt 30.1.1756 in Deil.
# HPN

Grietje Kranenburg (1790*-1850*):
Dochter van Claas Xzn Kranenburg (gb 1753) en NN te Gouda.
Huwt 1.11.1815 te Gouda met Laurens Donker, pijpmakersknecht.
Alias: Grietje Kraanenburg.
# GHA 16.3.09 (Vredegerecht Civiele Zaken Gouda ivn 7 acte 151)

Grietje Jansdr Kranenburg (1809-1869*):
Dochter van Jan Kranenburg en Huijbertje Hendriksdr van der Lusdonk.
Geboren 11.4.1809 te Hardinxveld Boven.
Huwt 15.7.1826 te Hardinxveld met Arie Dubbeldam, geboren 18.1.1798 te Hardinxveld Neder, zoon van Pieter Ariensz Dubbeldam en Teuntje Gielsdr van Genderen. Arie was eerder gehuwd met Johanna van Tiel (ovl 10.4.1826).
Udh: geen kinderen bekend.
# SMB Van Genderen 23.5.07

Grieta Kranenburg (1854-1882)
Dochter van Hendrik Kranenburg en Sijtje Kievit. Geboren 24.9.1854 in Zijpe NH.
Huwt 26.12.1881 in Wieringerwaard met Pieter de Vries, molenaar en bakker, geboren op Texel rond 1854, zoon van Gerrit de Vries (arbeider) en Antje Jongerling.
Gestorven 14.3.1882 in Wieringerwaard. Mogelijk bij de geboorte van een kind van haar.
# GKK

Grieta Kranenburg (1881-1964)
Dochter van Abram Kranenburg en Maria Pranger. Geboren 14.12.1881 in Anna Paulowna.
Huwt 1.11.1902 in Anna Paulowna met Jan Pranger, arbeider, jager en farmer, geboren 7.11.1879 in Zaandam, gestorven 27.8.1975 in Anna Paulowna, zoon van Jan Pranger en Antje Vos.
Woont op de farm van Jan Pranger en Antje Vos in Wieringerwaard*, samen met haar tweelingbroer Jan. Maatje Kranenburg (gb 1858) is haar voogd.
Woont enige tijd in Amsterdam om daar Aaltje Kranenburg en haar man te helpen. Zij wonen daar op een woonboot.
** Arien Kranenburg (gb 1922), Maatje Kranenburg (gb 1858), Aaltje Kranenburg (gb 1870)
# GKK

Grietje Kranenburg (1895-1972)
** Geertje Kranenburg

Grietman:
Titel in Groot Friesland (ZA). Oorspronkelijk een vertegenwoordiger van het grafelijke gezag in rechtszaken. Later: lid van het Grietenijgerecht. Dit gerecht heeft ook bestuurlijke taken: o.a. zorg voor openbare werken zoals vaarten, wegen en bruggen. In de Middeleeuwen gaat de functie van grietman bij toerbeurt over bepaalde stemgerechtigde boerderijen. Na 1498 worden zij aangesteld door Albert van Saxen. In de Republiek door de Stadhouder uit een benoeming door eigenerfden en stemgerechtigde ingezetenen.
In de praktijk is een grietman zowel burgemeester als rechter en aanklager. De opgelegde boetes incasseert hij in zijn eigen portemonnee. Hierdoor heeft een grietman in feite de totale macht binnen zijn jurisdictie. De functie is daarom erg in trek, maar is in de praktijk alleen te verwerven via vriendjespolitiek binnen de regionale elite. Deze ondemocratische instelling is daarom in de Bataafse Republiek afschaft. In 1815-1851 kennen alleen nog Friese plattelandgemeentes grietenijen en heet de burgemeester daar nog grietman.
** Groot Friesland, Jan Harkes Kranenburg (gb 1660)
# PAMA, NCRV TV 13.6.2007 (Hist. Programma Ernst DaniŽl Smid over Kopstukken in Groningen)

Groeningen
Oude schrijfwijze voor Groningen.
** Thijs Claesz Kranenburg (gb 1565)

Groenlo
Vestingstad in de Achterhoek. Hier wonen in de 17e-19e eeuw Cranenborgs~, die mogelijk uit het naburige Beltrum komen. De Protestanten van Beltrum kerken in die tijd in de NH Calixtus Kerk te Groenlo of in Eibergen. Ook de dopen en huwelijken worden daar geregistreerd.
** Calixtijnen, Beltrum

Groepnamen
Kranenburgia hanteert groepnamen om groepen Kranenburgs~ of items te benoemen en daardoor het communiceren over deze groepen te vereenvoudigen. Meestal zijn het globale aanduidingen van een groep. Deze groepen overlappen elkaar normaliter veelvuldig. Groepnamen zijn nimmer reŽele familienamen. Zo betekent Kraneneburg Wassenaar niet dat het gaat om een persoon of geslacht met die naam, maar om een aanduiding van Kranenburgs~ die afstammen van het geslacht Van Wassenaar. Mocht de naam Kranenburg Wassenaar wel een bestaande familienaam zijn, dan wordt dat in de desbetreffende tekst zo goed mogelijk duidelijk gemaakt en wordt Kranenburg Wassenaar in principe niet gebruikt als groepnaam. Bovendien beperkt Kranenburgia zich in principe alleen tot personen en families met een enkelvoudige familienaam Kranenburg~ (met of zonder Van). Dus geen samengestelde familienamen als bijvoorbeeld Janssen Cranenborgh.
** CLK

Groepsymbolen
Volgens een oud gedichtje heeft elke denominatie een eigen windvaan op de kertoren:

De Doopsgezinden hebben een huisje
De Roomsen hebben een kruisje
De Calvinisten hebben een haantje
En de Lutheranen hebben een zwaantje
Van de Hussieten is bekend dat zij de gans als hun symbool gebruiken.
** Hussieten, Gans, Zwanen, FW Kranenborg Wedde

Groningen:
** Kranenburg Groningen

 

Groninger Vlag
Tabak & Sigarenfabriek te Groningen, gesticht rond 1857 door Ipojť Kranenburg. De fabriek (foto rechts) is gevestigd aan de Butjesstraat 1-2 hoek 't Klooster. In 1881 is de Groninger Vlag de grootste sigarenfabriek in de regio. Groter nog dan de concurrenten Gruno en Lieftinck. Rond 1900 werken in de fabriek ruim zeventig man. Er worden sigaren gemaakt en andere tabakproducten, zoals pijptabak, pruimtabak en shags. Bekende producten zijn: 'Heerenbaai, de rokende Moor' en KZP ofwel 'Kranenburgs Zware Pijptabak'. Bekende shags zijn: The Owls Shag, Jumbo Shag, Viking Brand, Hollandia Shag en de Klimmende Maan. Deze producten worden in het hele land verkocht, maar vooral toch in de provincie Groningen. Ook wordt geexporteerd naar de Scandinavische landen en het Verre Oosten.
 
De Groninger Vlag heeft een agentschap in Kopenhagen en in Madras (India). Verder worden de producten verkocht in de eigen winkel aan de Oude Ebbingestraat 46A. Fabriek, woning en winkel vormen samen een groot complex en zijn onderling verbonden.

De fabriek wordt gerund door Ipojť Kranenburg en zijn zoon Hendrik. Zoon Ferdinand fungeert als algemeen adviseur. De fabriek groeit en bloeit en op 12 april 1900 wordt ze bij notariŽle acte omgedoopt tot de Naamloze Vennootschap 'Groninger Tabak- & Sigarenfabriek voorheen I. Kranenburg' gevestigd aan de Oude Ebbingestraat 46A. De nieuwe fabriek is al eerder bij Koninklijk Besluit van 15 maart 1900 goedgekeurd. Op 28 april 1900 volgt de publicatie in de Staatscourant.

Het maatschappelijk vermogen van de NV bedraagt aanvankelijk 200.000,- gulden. De aandelen zijn voornamelijk in handen van Ipojť zelf. In 1907 gaan de zaken slecht, maar het bedrijf herstelt zich en de zaken lopen weer voorspoedig.
Na de dood van Ipojť in 1916 komt het bedrijf in handen van de erfgenamen. Van Kranenburgse kant is niemand bereid het oude familiebedrijf voort te zetten. In 1920 wordt het daarom verkocht aan P. Koning. In die hoedanigheid blijft het bedrijf nog vele jaren bestaan als de VOF 'P. Koning of I. Kranenburg' gevestigd te Groningen aan de W.A. Scholtenstraat 26. In 1963 valt het doek echter definitief en wordt het bedrijf opgeheven.

De fabriek (drie hoog) aan de Butjesstraat is gebouwd in 1889 op de plaats van de oude fabriek. Sinds 1997 staat de fabriek op de monumentelijst van stad Groningen. Het oude complex heet tegenwoordig 'Insulindeheem', aangezien er vele jare een koffie- en theehandel gevestigd was.
** Kranenburg & Co., Albertine Kranenburg (gb 1872)
# GKS

 

Groot Cranenbarg Vorden
Hoeve. Vermeld 1.5.1730 in register Overlijden NDG Vorden 1726-1757.
** Kranenburg Vorden

Groot Cranenborch Antwerpen
Huis te Antwerpen op de hoek van de Corte Coepoortstrate tegenover 't Schaeckboort tussen Cleyn Cranenborch en Den Horen. Dit huis wordt op 11 mei 1482 gekocht door Anna du Carne van Jan van den Morten en zijn consorten. Eerdere vermeldingen zijn vooralsnog niet bekend. Mogelijk is het gebouwd rond 1450. Op 13.12.1540 is dit huis verkocht aan Jan du Carne. Adres anno 2006: Korte Koepoortstraat 2 (hoek Oude Beurs).
Cleyn Cranenborch wordt ook wel genoemd Schilt van Vranckryck.
** Joris van Cranenborch, Leenhof Cranenborch Antwerpen
# Schepenregister Antwerpen (SR 197 fol 109), Huisnamen Antwerpen (ws nov 2009)

Groot Friesland:
Benaming van het hele gebied langs de Noordzee kust vanaf Vlaanderen tot aan Bremen in NW Duitsland. In de loop der eeuwen kalft dit gebied gestaag af. Vlaanderen (10e eeuw), Holland (12e eeuw), West Friesland (12 eeuw), Oost Friesland (14e eeuw). Uiteindelijk blijft allen de huidige provincie Friesland over. Noord Groningen staat tot in de 18e eeuw op kaarten nog vaak vermeld als Vriesland.
De regio Groot Friesland is van oorsprong grotendeels Anglisch gebied. Rond 1195 AD begint in Nederland een culturele verfriezing. Items die van oorsprong Anglisch zijn worden voor Fries verklaard. De naam Groot Friesland lijkt derhalve onterecht.
** PgAng/Verfriezing

Groot Hoenlo
Kasteel aan de Diepenveense weg in Olst. Een fraai gebouw uit de 14e eeuw, omringd door een gracht en vele bomen. In de loop der eeuwen is het kasteel enige keren verbouwd.

- Historie
1357 oudste vermelding in de analen van Deventer
1365 belegerd
1394 Wolter Machoris eigenaar
1420 Jan Meusz van Cranenburg mogelijk bewoner/eigenaar
1603 bewoond door Elisabeth van Haersolthe, weduwe van Gerrit van Laer
1603 sterfgevallen door de zwarte dood
1663 verkocht aan Rutger van Haersolthe, militair onder de stadhouder van Friesland
1763 verkocht aan Gerbrand Johan Wyborch voor Fl 25.000,-
1802 verkocht voor Fl 65.000,- aan Jan Willem Teding van Berkhout, raadsheer bij het hof van Holland in Den Haag
1893 uitbreiding en verbouwing
1905 verkocht aan familie Des Tombes
1985 verkocht aan Vereniging van Eigenaren van Groot Hoenlo

Bij de oprit van het kasteel staan twee stenen zuilen met leeuwen en wapenschilden. De linker leeuw houdt een schild met zes kepers van Egmond en een staande kraanvogel in het zgn vrijkwartier linksboven. Dit is echter in feite het wapen van het geslacht Van Cranenbroek uit Heiloo. (> Egmondwapens) Met Teding van Berkhout heeft dit wapen niets te maken. Dat wapen heeft zes kepers van Egmond met een zwaan in de vrijkwartier (broek).
Dat is o.a. te zien in een gebrandschilderd raam uit de 17e eeuw waarop de kepers en de zwaan duidelijk zijn te zien. Dus geen kraanvogel! Een andere optie is Jan Meusz van Cranenburg of nazaten van hem. Hij woont in de 15e eeuw vrij zeker in Overijssel. Mogelijk zelfs in of nabij Olst. Bovendien lijkt hij nauwe banden te hebben met Arnold van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Mogelijk is Jan Meusz gelieerd met het geslacht van Egmond en voert hij het beschreven wapen. Het zou betekenen dat hij of een nazaat van hem op Groot Hoenlo woont.
 
** Cranenburg Egmond, Tedingh van Cranenburg, Cornelia Jansdr Tedingh van Cranenburg, Tedingh van Berkhout, Cranenbroek Heiloo, Jan Meusz van Cranenburg (gb 1400), Egmondwapens
@ foto's © TiedLight ®

gs
= geboortejaar-sterftejaar

gst
= gestorven

Guido van Henegouwen (1275*-1335*)
Is in 1303 bisschop van Utrecht.
In dat jaar is Everardus van Cranenburgh een getuige van hem.
In 1308 in conflict met Stellingwerf ivm de pacht van broeklanden bij IJsselham.
Doet in 1309 de Stellingwervers in de ban, omdat ze het kasteel van de bisschop in Vollenhove belegeren (Charterboek I p 138-39). Guido stuurt een vloot en enige Hollandse edelen. Ze proberen Stellingwerf te verwoesten, maar slagen daarin niet. De onbegaanbaarheid van het gebied maakt dit onmogelijk. Er komen onderhandelingen mbv scheidslieden.
In 1313 komt Guido tot een accoord met de Stellingwervers.
Bevestigt in 1314 de stadsrechten van Ootmarsum.
# HRAC, SUB

Guillaume~
** Willem~

Gul:
Bron WNT (1900) geeft diverse betekenissen. O.a.: Vooral als een voorvoegsel van uitgestrekte zandvlakten of van een duin. Voorbeeld: 't gulle land, gulle zand, gulle duin, etc.

Gulen~:
Voornaam van voorvaders geslacht Weulen Kranenbarg.
Ook als Guelen. Namelijk: Guelen Kranenborch (gb 1671) in Ruurlo.
Idem als achternaam bij Hermen op Gulen Kranenborch (gb 1650) en Hermken op Gulen Kranenborch (gb 1678) in Ruurlo. Voorouders van geslacht Weulen Kranenbarg uit Ruurlo/Vorden.

Varianten: Guul, Gol, Geul, Gool?! De naam Guul komt anno 2007 nog voor in Nederland. O.a. in Lochem. De familienaam Van Gool uit Noord-Brabant is afgeleid van Goirle, in de regiotaal uitgesproken als Gool. Als achternaam ook op grafstenen van begraafplaats bij HV Kerk aan de Uffelteweg in Havelte: Arend Geul (1890-1974), Jan Gol (1904-1990) en Piet Gol (1934-1958). Bron MDM (p 314) noemt Johannes GŁllich, in 1595-1615 prior van klooster Groot Burlo in Borken (Dtl), grenzend aan de Achterhoek. Google 27.9.07: Buren Van Velzen Guelen (Notariskantoor in Den Haag), Guelen (Psycho-Ortho Praktijk in Oudenbosch), Guelen ICT (Website), Guelen (Schilderswerken BV), Gulen & Van Schijndel (Aankoopmakelaars). Verder als achternamen in Duitsland en ScandinaviŽ. Als merknaam: Guhl (Hair Collour). Samengesteld: Golstein (Jip Golsteijn Prijs; Journalistiek) en Geulincx (Arnold Geulincx, 1665 professor Filosofie in Leiden; KVN p 470). Geulincx = Geulings = zoon of volgeling van Geul (Oud Saxisch). Geul~ is dus inderdaad een voornaam.

- gŰle = moeras (Oud Nederlands)
- gŁlle = plas, poel (Oud Nederlands)

De naam Gulen lijkt afgeleid van Gylan, Gulyan, Gulian, Gulyan, Guillano, Gulis. Mogelijk is deze naam een variant van Julian. De naam komt voor in Nederland en Engeland. De grondvorm van deze naam is volgens MIA de Latijnse naam Iulius, die mogelijk is afgeleid van het Grieks 'Ioulos', wat betekent 'de eerste wollige baardharen' ofwel 'de jeugdige'. De naam Julius verschijnt rond de 16e eeuw in de Nederlanden.

Gulen kan ook zijn afgeleid van Gulem c.q. Gulam, Guillaume, Willem. Gulam is een Iraanse naam, equivalent aan Guillaume (Frans), Gilliam en William (Engels) en Willem (Nederlands). In het Latijn bestaan de vormen Gulielmus en Guiljelmus voor Willem. Zo schrijft Johannes Isašcsz Pontanus (1571-1639) in zijn 'Historica Gelrica' in het Latijn over Gulielmus Hollandum Frisiea dominum, ofwel graaf Willem IV van Holland en Friesland. In Engeland krijgt Sir William Compton in 1512 toestemming van Hendrik VIII om een leeuw in zijn wapen te voeren. Op een raam in de kapel van zijn kasteel Compton Wynyates in Warwickshire heet hij Willielmus Compton. De Engelse vormen Gilliam, Willielmus en William tonen heel duidelijk de overgang van de G-vorm naar de W-vorm. De relatie tussen Gulen en Willem lijkt dus zeer reŽel. Heel interessant, want hoeve Gulen Kranenborch in Ruurlo is namelijk vrij zeker gesticht door ene Gulen te Cranenborch (gb 1470), een kleinzoon van Willem Gielisz te Cranenborch. (> Achterhoek) Gulen lijkt dus een regiovariant van Gulielmus c.q. van Willem. Opmerkelijk is in dezen dat volgens het Meertens Instituut (WS 15.10.07) de naam Willem geen zinnige Germaanse afleiding oplevert. Dit versterkt het vermoeden dat Willem is afgeleid van Guliam c.q. Gulam.

¶ Gooltgen Ingendr Cranenburch (gb 1619), dochter van Ingen Teunisz Cranenburch (gb 1590) en Maritge Huijgen in Bleiswijk. Gooltgen = Gooltje = Gool + tje. Maw: Gool is in de 17e eeuw een voornaam, die kennelijk ook voorkomt bij Cranenburchs~. Gool kan in Oost Nederland makkelijk veranderen in Guul.
** Gulen Kranenborg Ruurlo, Geulenkamp, Achterhoek, Kranenbarg Ruurlo, Weulen Kranenbarg
# Google, KBG, MIA, EWB, FRI

Gulen Kranenborch (1613*-1673*):
Vrij zeker een zoon van Albert ten Kranenbargh (gb 1657) en NN in Beltrum.
Sticht 1650* hoeve Gulen Kranenborch in Ruurlo
Udh: Hermen op Gulen Kranenborch (gb 1650; Ruurlo)
** Kranenbarg Ruurlo
# KBG

Guelen Kranenborch (1675*-1735*):
Zoon van Hermen op Gulen Kranenborch en NN in Ruurlo.
Woont in Zutphen of Vorden. Ghm NN.
Udh: Hermen en Jenneken.
** Zutphen, Weulen Kranenbarg
# DTB Zutphen, JNZ, KBG

Gulen Kranenborch Ruurlo:
Hoeve in Ruurlo, mogelijk gesticht rond 1610, later Kranenbarg genaamd. (> Kranenbarg Ruurlo) De hoeve staat aan de Kranenbargsteeg te Ruurlo. Gezien de bouwstijl en de bouwstaat van deze hoeve, zal ze ergens begin 17e eeuw gebouwd kunnen zijn.

De naam Gulen Kranenborch komt voor als persoonsnaam en als de oude naam van genoemde hoeve in Ruurlo. Het is vooralsnog echter niet zeker of de naam van de hoeve er eerder was dan de persoon Gulen Kranenborch, of omgekeerd. Het lijkt op grond van de huidge gegevens dat er eerst een persoon was: Gulen Kranenborch, geboren circa 1613. Deze zou de stichter kunnen zijn van hoeve Gulen Kranenborch te Ruurlo. (> Kranenbarg Ruurlo) Echter, het kan ook zijn dat een eerdere Kranenborch de hoeve in ruurlo heeft gesticht en dat deze hoeve de naam Gulen Kranenborch kreeg, wat zoveel betekent als de hoeve Kranenborch op de grote zandvlakte te Ruurlo. Gul betekent namelijk volgens bron WNT (1900) in biezonder: uitgestrekte zandvlakte. (> Gul) De oude hoeve Kranenbarg die anno 2009 nog steeds bestaat in Ruurlo staat inderdaad op een vrij grote zandvlakte, zoals duidelijk is te zien op kaart 34C van de Topografische Dienst te Emmen. Het is daarom zeer wel mogelijk dat er eerst de hoeve Gulen Kranenborch bestond en pas later een persoon Gulen Kranenborch. Gulen is namelijk ook een voornaam, zij het uiterst zeldzaam. Feitelijk is de naam nog niet gevonden buiten Gulen Kranenborch (gb 1613) en Guelen Kranenborch (gb 1675). Dat zo zijnde, kan de hoeve Gulen Kranenborch dus al ruim voor 1650 zijn gebouwd, hetgeen beantwoordt aan de bouwstijl van de hoeve en de staat waarin ze verkeerd.

De mogelijkheid dat er eerst een hoeve is met de naam Gulen Kranenborch en pas daarna een persoon met die naam, lijkt niet geheel onmogelijk. In de buurt Mossel bij het nabij gelegen Vorden staat namelijk sinds circa 1600 een hoeve met de naam Woellen Cranenborch. Woellen betekent hier zoveel als 'zandheuvel' en de hoeve blijkt inderdaad gebouwd op een grote zandheuvel. (> Woellen Cranenborch) De personen van deze hoeve voeren navenant ook de familienaam Woellen Cranenborch en hun nazaten later Weulen Kranenburg~.

Bij de personen met de familienaam Woellen Cranenborch en later Weulen Kranenburg~ is de familienaam als zodanig duidelijk te onderscheiden van de bijgaande voornamen. Zulks is echter niet het geval bij Gulen Kranenborch en Guelen Kranenborch (gb 1675). Uitgezonderd Hermen op Gulen Kranenborch (gb 1650), zoon van Gulen Kranenborch (gb 1613). E.e.a. blijkt uit onderstaand overzicht.

1600-1660 Hendrick op de Cranenborch -- Kranenburg/Vorden
1613-1673 Gulen Kranenborch (vv Hermen) -- Beltrum-Ruurlo
1628-xxxx  Hoeve Woellen Cranenborch Mossel/Kranenburg/Vorden
1630-1690 Herman op Woellen Cranenborch -- Mossel/Kranenburg/Vorden
1650-1710 Hermen op Gulen Kranenborch -- Ruurlo-Zutphen"
1650-hedn Hoeve Gulen Kranenborch (alias Kranenbarg) in Ruurlo
1675-1717 Guelen Kranenborch -- Ruurlo-Vorden-Zutphen"
1853-1913 Martinus Weulen Kranenbarg -- Vorden-Halle-Zelhem

Op grond van alle relevante feiten en thesen kunnen we nu een de volgende conclusies trekken:

Aangezien de bouwstijl en de bouwstaat van hoeve Kranenbarg te Ruurlo doet vermoeden dat ze ergens rond 1600 kan zijn gebouwd;
- en gul c.q. gulen zoveel betekent als grote zandvlakte
- en hoeve Kranenbarg te Ruurlo inderdaad staat op een vrij grote zandvlakte volgens de topografische kaart 34C van Ruurlo
- en Gulen als voornaam buiten genoemde Kranenborchs (nog) niet is gevonden;
- en Gulen als predikaat voor de hoeve waarschijnlijk is gegeven ter onderscheiding van hoeve Woellen Cranenborch in de nabijgelegen buurt Mossel bij Vorden;
>> lijkt het waarschijnlijk dat hoeve Gulen Kranenborch onder die naam eerder bestond dan de latere persoon Gulen Kranenborch (gb 1613) te Ruurlo. De hoeve zal dan rond 1610 kunnen zijn gebouwd en wel door ene Xx Kranenborch, die rond 1585 geboren kan zijn.
** Kranenbarg Ruurlo, Woellen Cranenborch, Weulen Kranenbarg, Achterhoek, HTN

GXW:
De relatie tussen de tekens Gamma, Xsi en de Winkelhaak in gebruik bij diverse Kranenburgs~.

 

- Engelbert I van Cranenburg (gb 1255)
Zoon van Bartholomeus II van Wassenaar en Godilt van Bleyswyck. Wapen: op goud een kraanvogel in blauw, links gekeerd, rood gepoot en gesnaveld, houdend een steen in de geheven rechter poot.
> Van Cranenburch Bleyswyck
 

 

- Willem van Cranenburg (gb 1305)
Zoon van Engelbert I van Cranenburch (gb 1255). Stichter van hofstede Cranenburg te Eikenduinen.
Wapen: op zwart drie wassenaars in zilver, 2-1 geplaatst. De wassenaar is een symbool voor de herrijzende kracht van de natuur.
> Kranenburg Wassenaar
 

 

- Van Cranenburch Dever
Dirck Vranken Cranenburgh (gb 1470) is een nazaat van Willem van Cranenburg (gb 1305). Hij is in 1510-1550 kasteelheer van Huys Dever te Lisse. Wapen: op zilver een linker schuinbalk in zwart, beladen met drie zespuntige sterren in goud. Een zespuntige ster is identiek aan het Xsi-teken, dat de herrijzende Jezus voorstelt. De nazaten van Dirck Vranken Cranenburgh wonen voornamelijk in de Vrouwevenpolder te Warmond.
 

 

- Xsi
Op 4.12.1584 stelt notaris Van der Weurt in Leiden een getuigenverklaring op ten huize van Jan Jacobs Strijckebaart 'opte Vrouwevenn' in Warmond. In deze verklaring komen voor Mees Claesz van Cranenburgh (gb 1543) en Zacharias Claesz (van) Cranenburgh, kleinzoons van Dirck Vranken Cranenburgh.
 
Mees en Zacharias merken (tekenen) met een Xsi (X met een I erdoor). De Xsi wordt al sinds de 4e eeuw nC gebruikt als afkorting voor Cr en Kr. (> Xsi) Op 6.4.1641 maakt notaris J. van Heussen in Leiden een acte op voor Jacob Sachariasz van Cranenburg 'wonende int Lageland op de Vrouweven onder Warmond ende Maritgen Claesdr' etc. Jacob merkt met Xsi en Maritgen Claesdr (echtgenote) met een L. (> Labda) Jacob is een zoon van Zacharias Claesz Cranenburgh, die in 1584 ook merkt met Xsi. De afgebeelde Xsi is een copie van het merk uit de acte van 1584.
Aangezien Mees en Zacharias van Cranenburgh merken met een Xsi
- en aangzien Jacob van Cranenburgh eveneens merkt met Xsi
- en aangezien de Xsi in gebruik is voor de letters Cr/Kr
- en aangezien Maritgen Claesdr, vrouw van Jacob van Cranenburgh, merkt met een L
- en aangezien Maritgen Claesdr mogelijk een eigen familienaam heeft, die zeer waarschijnlijk niet Cranenburgh~ is, maar een naam beginnend met een L
>> mogen we concluderen dat merktekens worden gebruikt als handtekening en normaliter de beginletter van de familienaam van de ondertekenaar voorstellen en dat de Xsi door Cranenburghs~ te Warmond wordt gebruikt als merkteken, staande voor de letters Cr.
 

- Dzjim
In het Cyrillische alfabet is Xsi de 10e letter, genaamd Dzjim, uitgesproken als dzj-klank. In transcripties wordt Dzjim weergegeven door de Latijnse letter J. Als symbool is dzjim identiek aan xsi: de herrijzende Jezus Christus. > Xsi
 
De dzj-klank van Dzjim vinden we terug bij Djhoeti, de Egyptische naam voor Thot, de god van de regeneratieve kracht van de kosmos. (> Thot) Deze naam wordt al genoemd rond 1500 vC in een graftombe in Luxor gewijd aan een hooggeplaatste ambtenaar, genaamd Djehuty.

 

- Djuti
De Arabische equivalent van Dzjim heet Djuti en wordt weergegeven door een letterteken dat nagenoeg gelijk is aan de Latijnse C.
 

 
 

- Kesar
De Latijnse C dateert van circa 6e eeuw vC. Deze C wordt oorspronkelijk uitgesproken als een G, maar later als een tsje-klank zoals in Caesar (Keizer). Weer later meer als een K.
 

 
 

- Kraanvogel
De Latijnse Kesar lijkt qua vorm nagenoeg volmaakt op het sterrenbeel Kraanvogel.
> Kraanvogels/Astronomie
 

 
 

- Keranos
Keranos is het Griekse woord voor Kraanvogel en wordt geschreven met de Griekse letter Gamma, waaruit de Latijnse letter C is ontstaan, uitgesproken als K. Het teken voor Gamma ontstaat rond 1000 vC.
 

 

 

- Xx Jansz van Cranenburg (gb 1495)
Op zijn grafsteen in de Oude Kerk te Scheveningen staan drie gamma's (winkelhaken) afgebeeld. Zijn grafsteen licht vlakbij die van Adriaen Jansz van Cranenburg. Mogelijk zijn ze broers.
 

 

Per saldo mogen we concluderen dat de tekens Xsi, Dzjim, Djuti en Kesar o.a. staan voor de letter C/K, voor de lettercombinatie Cr/Kr, voor de kraanvogel en voor de herrijzende kracht van de natuur.

 

- Adriaen Jansz van Cranenburg (gb 1501)
Op zijn grafsteen in de Oude Kerk te Scheveningen staat zijn huismerk: een gerekte variant van dzjim, ofwel van het Xsi-teken + dwarsbalk. (> Xsi) De grafsteen van Adriaen ligt vlakbij die van Xx Jansz van Cranenburg, die mogelijk zijn broer is.
 

 

- Claes Thijsz Cranenburgh (gb 1520) Claes Thijsz is een kleinzoon van Dirck Vranken Cranenburgh op kasteel Dever te Lisse. Hij is scheepsbouwer in Groningen. Op zijn grafsteen in de Broerekerk te Groningen staat zijn huismerk: een gerekte variant van dzjim, ofwel van het Xsi-teken + dwarsbalk. Ook een dochter van Claes voert dit huismerk. > Xsi
 

- Initialen
In de 17e eeuw groeit het gebruik van initialen in familiewapens en merken. (> Familiewapens) Bij de Kranenburgs~ vinden we dat als eerste bij Hindrick Theis Kranenburg (1600-1680).

Het huismerk van Hindrick Theis is een monogram waarin duidelijk de tekens C en T te herkennen zijn. Aangezien het teken C centraal staat, is zijn huismerk vrij zeker afgeleid van het huismerk van zijn vader Thijs Claesz Kranenburg uit Scharmer, een zoon van eerder genoemde Claes Thijsz Cranenburgh uit Groningen.
 
- Huismerken
Normaliter neemt de oudste zoon het merk van z'n vader ongewijzigd over. Bij Claes Thijsz Cranenburgh gebeurt dat door z'n dochter Xx Claesdr. Kennelijk is zij het oudste kind en voert zij een bedrijf. De jongere zoons nemen dan het merk van de vader over met ieder een persoonlijke, afwijkende wijziging. Dwz: toevoeging van nieuwe onderdelen aan het orginele merk en/of verwijderijng van enkele bestaande onderdelen van dat merk. Het merk van de jongste zoon zal dus het meest afwijken van het merk van de vader. Immers, hoe ouder de zoon, hoe minder wijziging nodig is om een persoonlijk merk te creŽren. Het centrale teken blijft echter vaak intact. Aangezien het merk van Hindrick Theis nogal afwijkt van het merk van z'n grootvader Claes Thijsz Cranenburgh, moeten er langs zijn erflijn enige sterke wijgingen zijn aangebracht. Immers, hoe jonger de zoon, hoe sterkere wijziging nodig is ter onderscheiding van de merken van de oudere broers en vader. > Huismerken

De afstammingslijn van Hindrick Theis moet derhalve zijn verlopen via een jongere zoon van Claes Thijsz Cranenburg. Daarnaast is dan Hindrick Theis waarschijnlijk weer een van de jongere zoons van Thijs Claesz Kranenburg. Dat levert dan per saldo enige sterke wijzigingen op van het orginele merk van diens grootvader Claes Thijs Cranenburgh. Het merk van Thijs Claesz Kranenburg zal dan een merk zijn dat qua vorm tussen xsi en gamma ligt. Een soort Xsiga dus + de letter T (i.c. t).
 

- Gamma
Het merk van Hindrick Theis lijkt sterk op de hiŽratische hieroglief (1900 vC) voor de letter C. Deze hieroglief lijkt een voorloper van de Oud Griekse gamma (C), waarvan de Latijnse C is afgeleid. Het Gamma-teken is identiek aan een winkelhaak en het teken van sterrenbeeld Kraanvogel.
> Gamma, Kraanvogels
 

- Xsiga
De merken van genoemde Thijs Claesz Kranenburg en diens zoon Hindrick Theis hebben als centraal teken de zgn Xsiga: een halve fusie van de tekens Xsi en Gamma. Xsi staat voor de herrijzenis van Jezus Christus en voor de letters Cr/Kr. Gamma staat voor deugdzaamheid en gerechtigheid, voor de letters C/K en voor de kraanvogel. De vraag is nu waar Xsiga voor staat en waarom dit teken is gecreŽerd. Het antwoord is simpel.
 

Thijs Claesz is ťťn van de jongste zoons van Claes Thijsz Cranenburgh. Voor hem is dus weinig over van het merk van z'n vader om een eigen merk te creŽren. De halvering van dat merk + de toevoeging van de kleine letter t (voor Thijs) is dus een uiterst praktische oplossing. Het centrale teken Xsiga dat is ontstaan door de halvering van het merk van z'n vader Claes Thijsz Cranenburgh, levert op zich een interessant merk (symbool) op dat bestaat uit een halve Xsi + een Gamma. Samen vormen deze twee basiselementen de Xsiga, die in de gegeven context kan worden geÔnterpreteerd als

de herrijzende kraanvogel
Zeer toepasselijk! De Kranenburgs~ in Groningen zijn immers uit Zuid-Holland gevlucht voor de Inquisitie en de Spanjaarden en zijn in Groningen met succes een nieuw bestaan begonnen.

 

- Roelof Claesz Kranenburg (gb 1570)
De Xsiga komt het best tot uiting in het merkteken van Roelof Claesz Kranenburg, een zoon van Claes Thijsz Cranenburgh. De Xsiga van Roelof komt voor in het wapen van zijn zoon Jan Roelofs Kranenburg. De Gimel in dit teken is qua vorm gelijk aan de letter C in het ArchaÔsch Grieks alfabet, waaruit later de Griekse Gamma is afgeleid.
 

 

- Gimel
In het ArchaÔsch Grieks (1000vC) heeft de gamma een iets andere vorm, dan de latere gamma. De horizontale balk loopt namelijk schuin afwaarts. Deze agamma stond evenals de latere gamma voor de letter C. Ze is afgeleid van het Fenicische letterteken Gimel.
 
Qua vorm lijkt de gimel op een simpele stylering van een kraanvogel zoals in het sterrenbeeld Kraanvogel. In het Grieks heet de kraanvogel keranos. Het kan dus goed dat Gimel inderdaad een gestyleerde kraanvogel moet voorstellen. De Fenicische lettertekens dateren van 1200-300 vC. Mogelijk heeft de gimel een voorloper in een Oud Egyptisch hieroglief voor macht, uitgebeeld in de vorm van een staf. Deze staf symboliseert de macht over leven en dood en tegelijkertijd de herrijzende kracht van de natuur. > Gimel
 

 

- Jan Roelofs Kranenburg (gb 1595)
Zoon van Roelof Claesz Kranenburg (gb 1570) en NN te Groningen of Noorddijk. Woont in Noorddijk, waar hij kerkvoogd is. Adsessor van het Gerecht te Selwerd. Wapen: I: op goud een halve Friese adelaar in zwart; IIa: op rood een zwarte xsiga; IIb: op goud drie klavers in groen 1-2 gplaatst. (> Klavers) De helm betekent dat Jan ridder is.
 
 

- Jan Harkes Kranenburg (gb 1660)
Zoon van Harcke Jansen Kranenburg, die de zoon is van Jan Roelofs Kranenburg. Jan Harkes woont in Spijk/Gro. Wapen: op goud drie klavers in groen 1-2 geplaatst, daarover een winkelhaak in zwart. De winkelhaak is het symbool voor deugdzaamheid en gerechtigheid. Tevens staat ze voor de letter C/K en de kraanvogel. Het wapen is afgeleid van dat van zijn grootvader Jan Roelofs Kranenburg.
> Klavers, Gamma, Kranenburg Scharmer
 

 
- Conclusies
Per saldo kunnen we concluderen dat bij de Cranenburghs~ afkomstig uit Lisse de Xsi een algemeen gebruikt huismerk is. Het merk van Claes Thijsz in Groningen is duidelijk een Xsi-variant, die daarop aansluit. Het merk van Hindrick Theis uit Groningen bevat duidelijk de letter C, ofwel de Gamma. De winkelhaak in het wapen van Jan Harkes is qua vorm ook gelijk aan Gamma, de letter C van het Griekse alfabet. Maar ook aan de Griekse G, de 7e letter. De Xsi is in de Jonge Futhark (runen alfabet) en in de Armanen Futhark ook de 7e letter. De Xsi-teken wordt als sinds de 4e eeuw gebruikt als teken voor Cr of Kr. Zoals kennelijk bij de Cranenburghs~ uit Warmond en Leiden. De winkelhaak is identiek aan het Gamma-teken en staat dus o.a. voor de letter C of K. Als zodanig kennenlijk ook gebruikt bij Kranenburgs~. Bovendien is het Gamma-teken identiek aan de uitbeelding van het sterrenbeeld Kraanvogel. (> Kraanvogels) Hierdoor is dit teken dus uitermate geschikt als huismerk voor Kranenburgs~. Genoemde personen uit Warmond, Leiden en Groningen (stad en provincie) lijken daarom met hun huismerken te bevestigen dat ze representanten zijn van verschillende takken Cranenburghs~, die samenkomen bij Dirck Vranken Cranenburgh (gb 1470) op kasteel Dever in Lisse.

- Overzicht
1 Vranck Matheusz Cranenburgh (1435-1496)// Lisse-Leiden
1-1 Dirck Vrancken Cranenburgh (1470-1550)// Lisse-Warmond - Xsi 1530
1-1-1 Mathijs Dircksz Cranenburgh (1495-1555)// Warmond
1-1-1-1 Claes Thijsz Cranenburgh (1525-1585)// Warmond--Groningen - xsi+ 1572
1-1-1-1-1 Xx Claesdr Cranenburgh (1546-1606)// Groningen - xsi 1572
1-1-1-2-2 Thijs Claesz Kranenburg (1565-1647)// Groningen-Scharmer - xsiga
1-1-1-2-2-1 Jan Thijssen Kranenburg (1590-1650)// Scharmer
1-1-1-2-2-2 Hindrick Theis Kranenburg (1600-1680)// Groningen-Scharmer - xsiga 1637
1-1-1-2-2-2-1 Jan Hindrix Kranenburg (1645-1730)// Groningen-Scharmer - xsi 1702
1-1-1-2-3 Roelof Claesz Kranenburg (1570-1630)// Groningen - xsiga
1-1-1-2-3-1 Jan Roelofs Kranenburg (1595-1670)// Groningen-Noorddijk -xsiga 1648
1-1-1-2-3-1-1 Harcke Jansen Kranenburg (1620-1680)// Noorddijk-Warffum
1-1-1-2-3-1-1-1 Jan Harkes Kranenburg (1660-1710)// Warffum-Spijk - gamma 1710
1-1-2 Claes Dirck Vranken Cranenburgh (1500-1586)// Warmond-Lisse
1-1-2-1 Claas Claesz Cranenburgh (1530-1595)// Warmond
1-1-2-1-1 Zacharias Claesz Cranenburgh (1560-1640)// Warmond - xsi 1584
1-1-2-1-1-1 Jacob Sachariasz van Cranenburgh (1611-1671)// Warmond - xsi 1641
1-1-2-2 Mees Claesz van Cranenburgh (1543-1603)// Warmond - xsi 1584

** Xsi, Gamma, Winkelhaak, Familiewapens (merken en initialen)

 
Gijsbert~
() Gijsbert, Gijsbrecht~, Ghisebrecht, Ghijsbrecht, Gys, etc
** Instituut Kranenburg Dordrecht

Ghisebrecht Enghebrechtsz van Cranenburg (1285*-1345*):
Zoon van Engelbert I van Cranenburg en NN. Geboren op Cranenburg Bleiswijk.
Woont mogelijk in Haagambacht. Ghm NN.
Bezit 1300*-1330 de helft van de koren- en smaltienden van Sleebosch.
Alias: Ghisebrecht heer Enghebrechtsz
Zoon*: Simon Gysbrechtsz van Cranenburg.
Achterkleinzoon*: Gijsbertus I van Cranenburg (gb 1396).
=* Xx van Cranenburg (gb 1288*)
** Sleebosch
# KBG, DAB

Gijsbertus I van Cranenburg (1396*-1456*):
Zoon van Xx van Cranenburg (gb 1361) en NN in Delft*.
Mogelijk is Gijsbertus een achterkleinzoon van Ghisebrecht Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1285) in Haagambacht.
Ghm NN. Woont in Delft*.
Zoon: Gijsbertus II van Cranenburg.
# IKD, KBG

Ghijsbrecht Jansz van Cranenburg (1411*-1471*):
Zoon van Jan van Cranenburg en Elisabeth Gerritsdr.
Vermeld 10.9.1432 samen met zijn broer Willem Jansz ivm aankoop van 8 hont en 10 gaarden land in Wateringhe (AKD p 189, 180).
Vermeld in 1439 ivm eigendomsbewijs van 1 morgen land (AKD p 178).
Vermeld 1.7.1439 bij de aankoop van 1 morgen land te Monster van Wouter van Mattenes (AKD p 190).
Vermeld in 1462 ivm eigendomsbewijs van 2 morgen land (AKD p 178).
Zoon*: Dirck Gijsbrechtsz van Cranenburg (gb 1437)
# AKD

Gijsbertus II van Cranenburg (1431*-1491*):
Zoon van Gijsbertus I van Cranenburg en NN in Delft*.
Ghm NN. Woont in Dordrecht*.
Zoon: Gijsbertus III van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus III van Cranenburg (1467*-1527*):
Zoon van Gijsbertus II van Cranenburg en NN in Dordrecht*.
Ghm NN. Woont in Dordrecht*.
Zoon: Gijsbertus IV van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus IV van Cranenburg (1502*-1562*):
Zoon van Gijsbertus III van Cranenburg en NN in Dordrecht*.
Ghm NN. Woont in Dordrecht*.
Zoon: Gijsbertus V van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus V van Cranenburg (1537*-1597*):
Zoon van Gijsbertus IV van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus VI van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gys Xzn Kranenburgh (1547*-1607*)
Mogelijk Gysbert Xzn Kranenburg.
Woont in Gnephoek*. Ghm NN.
Zoon: Gerrit Gyssen Kranenburgh (gb 1583).

Gijsbertus VI van Cranenburg (1572*-1632*):
Zoon van Gijsbertus V van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus VII van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus VII van Cranenburg (1607*-1667*):
Zoon van Gijsbertus VI van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus VIII van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gysbert Xzn Kranenburg (1640*-1700*):
Zoon van Xx van Kranenburgh (gb 1610) en NN te Woubrugge.
Woont in Woubrugge. Ghm NN.
Udh: Pieter Gysbertsz Kranenburg (gb 1670 Woubrugge).

Gijsbertus VIII van Cranenburg (1642*-1702*):
Zoon van Gissbertus VII van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus IX van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus IX van Cranenburg (1677*-1737*):
Zoon van Gijsbertus VIII van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus X van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gysbert Xzn Kranenburg (1685*-1745*):
Zoon van Xx Kranenburg (gb 1650) en NN in TerAar*.
Woont in TerAar*. Ghm NN.
Udh: Teunis Gysbertsz Kranenburg (gb 1725; TerAar).

Gijsbert Ariensz Kranenburg (1689-1774):
Zoon van Arie Cleijsz Cranenburgh (gb 1660) en Leijgje Jans Vrijlandt te Rhoon.
Geboren te Rhoon. Is aldaar bouwman.
Vermeld 1741 op de Lijst Weerbare Mannen van Rhoon. Gijsbert is dan 52 jaar.
Op 16.6.1750 gearresteerd te Schiedam wegens clandestien malen en overtreden van de Wet op het Gemaal. De boete bedraagt Fl 3000,- plus verbanning uit de gewesten Holland en West-Friesland. Nadat de boete is betaald, wordt het vonnis tot verbanning ingetrokken.
Koopt 4.4.1742 Hoeve Heuvelstein in de buurt Buitenland.
Huwt 6.9.1744 te Rhoon met Pietertje Paulusdr Tolhooft, geboren 1710* te Rhoon.
Overlijdt 19.3.1774 te Rhoon. Pietertje overlijdt aldaar op 23.7.1789.
Udh: Neeltje Gijsbertse en Maaike Gijsbertsdr Kranenburg.
++ Kranenburg IJsselmonde
# KWS Langendijk, DAB

Gysbert Cornelisz Kranenburg (1695*-1760*):
Zoon van Cornelis Xzn Kranenburg (gb 1666) en NN in Woubrugge.
Woont in Woubrugge. Huwt 1720* Pieternella van Vliet.
Genoemd:
- 8.7.1729 ivm begravenis pro deo Marijtje Jansdr te Woubrugge.
- 29.7.1750 ivm begravenis pro deo zoon Jan Gysbertsz Kranenburg te Woubrugge.
- 23.5.1753 ivm begravenis pro deo Aplonia Tonis van Vliet te Woubrugge.
- 10.3.1755 ivm begravenis pro deo vrouw Pieternella van Vliet te Woubrugge.
Udh: Jan Gysbertsz (bg 1750).
# GHA 29.1.09

Gijsbertus X van Cranenburg (1712*-1772*):
Zoon van Gijsbertus IX van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus XI van Cranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbert Ariens Kranenburg (1723*-1783*):
Zoon van Arien Xzn Kranenburg (gb 1688) en NN in Rhoon.
Woont in Rhoon. Ghm Pietertje Paulusdr Talhof/Tolhooft.
Udh: Paulus Gijsbertsz (gb 1752) en Neeltje Ariensdr (gb 1758) Kranenburg.
++ Kranenburg IJsselmonde
# VDH 25.5.2005, KWS Verhoeven 23.5.07

Gysbert Xzn Kranenburg (1725*-1795*):
Zoon van Xx Kranenburg (gb 1690) en NN in Langeraar/TerAar*.
Woont in Langeraar/TerAar. Ghm NN.
Udh: kind (doodgb; bg NH exempt 1.1.1760 Ter Aar).
# GHA 29.1.09 (DTB NH)

Gijsbert Xzn Kranenburg (1728*-1796*)
Woont in Rhoon. Ghm Pietertje Paulusdr Tolhooft.
Udh: Paulus Gijsberts (1752 Rhoon) en Arij Gijsbertsz (1771) Kranenburg.
++ Kranenburg IJsselmonde

Gysbert Xzn Kranenburg (1729*-1789):
Zoon van Xx Kranenburg (gb 1694) en NN te Nieuwkoop.
Begraven 6.1.1789 in Nieuwkoop.
Broer van Teunis Xzn Kranenburg.
# GHA 29.1.09, KBG

Gijsbert van Cranenburg (1740*-1818):
Zoon van Nicolaas van Cranenburg en Anthonia van der Pluijm. Geboren in Utrecht.
Overlijdt 18.8.1818 in Vleuten.
# HAZA-DATA 30.7.08

Gijsbertus XI van Cranenburg (1747*-1807*):
Zoon van Gijsbertus X van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus XII Kranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus XII Kranenburg (1782*-1842*):
Zoon van Gijsbertus XI van Cranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in xx.
Zoon: Gijsbertus XIII Kranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbert Kranenburg (1804-1864*)
Geboren 3.4.1804 te Nieuwkoop. Ghm Grietje Horkis, geboren in 1796.
Zoon*: Dirk Gijsbertsz Kranenburg (gb 1831).

Gijsbertus XIII Kranenburg (1817*-1877*):
Zoon van Gijsbertus XII Kranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in Egmond/Hoef.
Zoon: Gijsbertus XIV Kranenburg.
# IKD, KBG

Gijsbertus XIV Kranenburg (1846-1910):
Zoon van Gijsbertus XIII Kranenburg (gb 1817) en NN.
Geboren in Egmond/Hoef.
Woont in Voorschoten. Ghm Petronella de Graaf.

Gijsbert en Petronella circa 1900 te Amstrdam
   foto's Courtesy Gerard Kuiper, Arizona USA

Udh: Petronella (gb 1873 Voorschoten), Jacoba (gb 1880 Voorschoten), Alida (gb 1882 Voorschoten), Gijsbertus XV (gb 1891 Voorschoten) en Cornelis (gb 1886 Voorschoten) Kranenburg.
# IKD, GKA, KBG

 
Gijsbert Christiaansz Kranenburg (1852-1877)
Waarschijnlijk een zoon van Christiaan Kranenburg (gb 1820) te Nieuwkoop.
Woont in Nieuwkoop. Gijsbert is smid.
** SLN
# GNS

Gijsbert Dirksz Kranenburg (1856-1947)
Waarschijnlijk een zoon van Dirk Gijsbertsz Kranenburg (gb 1831) te Nieuwkoop.
Woont in Nieuwkoop waar hij smid is. In 1907-42 heeft hij een eigen smederij aan 't Zuideinde 156 te Nieuwkoop.
Alias: Gijs Kranenburg
Zoon*: Dirk Kranenburg (gb 1891).
Foto's 1925* in bron GNS (p 88 en 89) ivm smederij van Gijsbert. Op de foto staan ook Dirk, Marretje Leentje en Leentje Marretje Kranenburg.
** SLN, D. Kranenburg Nieuwkoop
# GNS

Gijsbertus XV Kranenburg (1891-1951*):
Zoon van Gijsbertus XIV Kranenburg (gb 1845) en Petronella de Graaff.
Geboren in Voorschoten. Ghm NN.
Woont in Egmond/Hoef-Dordrecht, later in Dordrecht aan de H. Nieuwstraat 38. Oprichter en directeur van Instituut Kranenburg in Dordrecht, insternaat plus school op middelbaar nivo.
Udh: Gijsbertus XVI Kranenburg.
** Instituut Kranenburg Dordrecht
# IKD, GKA, KBG

Gijsbertus Kranenburg (Bert) (1895-1955*):
Zoon van Teunis Kranenburg en Gijsberta van de Wakker. Geboren 28.4.1895 in Lisse.
Gijsbertus is schippersknecht. Verhuist 18.3.1910 naar Leimuiden.
Migreert in 1913 met ouders naar USA.
Overleden/begraven mogelijk in New York.
Zoon: Bert Tunis Kranenburg (gb 1927 Chicago, IL; moeder onbekend).
** Pg Documenten (Kranenburg Chicago)
# GKC

Gijsbertus XVI Kranenburg (gb 1922*)
Zoon van Gijsbertus XV Kranenburg en NN.
Ghm NN. Woont in Dordrecht. Directeur Instituut Kranenburg in Dordrecht.
Zoon: Gijsbertus XVII Kranenburg.
** Instituut Kranenburg Dordrecht
# IKD, KBG

Gijsbertus XVII Kranenburg (gb 1956)
Zoon van Gijsbertus XVI Kranenburg en NN.
Woont in Dordrecht. Directeur van Instituut Kranenburg in Dordrecht
** Instituut Kranenburg Dordrecht
# IKD, KBG

Gijsbertje~

Gijsbertje Willems van Cranenburch (1636*-1696)
Overlijdt vůůr 2.5.1696.
Alias: Gijsbertje Vossen.
# I.R.W. Sinninghe

Gijsbertje van Cranenburgh (1712*-1772*)
Dochter van Peter Willems van Cranenburgh en Gerritje de Vette.
Geboren in Opijnen.
# HPN

G. van Cranenburg (1710*-1770*):
Woont in Den Bosch*. Ghm NN. Van beroep deurwaarder.
Genoemd 5.8.1745 in 'Archief van de Raad en Rentmeester Generaal der Domeinen BHIC (Berigtenboek Raad van State; fo 54 verso).

G. Kranenborg (18..*-19..*):
Begraven in in Muntendam Oud. Verdere data onbekend.
# graftombe.nl 4.2.08

G. Kranenburg (18..*-19..*):
Begraven in Niekerk. Verdere data onbekend.
** Geese Kranenburg
# graftombe.nl 8.4.07

H::

H
= hypothese

Haagambacht
Voormalig ambacht in Delfland. Grenzen: Noord en Oost aan Rijnland; Zuid aan de Maas en Wateringen; West aan de Noordzee. Omvat Scheveningen, Eikenduinen, Half-Loosduinen en Nieuwveen of 's-Gravenzande, tevens delen van Den Haag en Naaldwijk. Omvang exclusief Scheveningen 2417 Morgen 708 Roeden. Totaal circa 2250 Ha. Telt in 1732 708 huizen, 8 blekerijen en 2 korenmolens.
Haagambacht wordt voor het eerst genoemd in 1291 in een brief van de Abt van het klooster Eckhout in Brugge. Het gebied is ontstaan in de 13e eeuw uit delen van Monsterambacht en van het Wassenaarse bezit. Het bestaat uit twee onderscheiden delen:

- Oostambacht Omvat het gebied aan de kant van Wassenaar en het oude dorp Die Haghe, waaruit Den Haag is ontstaan. Dit gebied is het oudst in cultuur gebrachte deel.
- Westambacht Omvat Eikenduinen, de Eskamppolder en Loosduinen.

Aanvankelijk wordt Haagambacht bestuurd door een hofmeester van het grafelijke hof in Den Haag. In 1357 krijgt Haagambacht echter een eigen baljuw en schout.
** Hofmeester, Windrichtingen, Scheveningen, Eikenduinen
# AWA, DHG (p 34 ev), DAB

Haagse Beek
** Cranenburg Eikenduinen

Haarlem
** R.C.A. van Cranenburg (notaris 1669*)

Haarlemmer Meer
** Zuid-Holland (kaart 16e eeuw)

Haarlemmerliede
** Kranenburg Haarlemmerliede

Hadewey Cranenburg (1720-1780*)
Dochter van Maarten Willemsz Cranenburg en Cornelia Cornelisse Overgaauw in Zoetermeer.
Gedoopt 8.10.1720 in Voorschoten.
Huwt GK 3.11.1748 (otr 18.10) in Voorschoten met Gijsbert van Veenendaal, geboren in Amerongen, aldaar gedoopt 10.3.1726, zoon van Bart Gijsbertsen van Veenendaal en Neeltje Petersen Cuipers.
Alias: Hadewey Kranenburgh.
Udh: Bart van Veenendaal (gb 22.12.1748 Stompwijk).
# JKE, Gerda Klomp

Haestrecht
** Cranenburch Gouda/Waddinxveen, Engbert van Kranenburg

Hagiografie
Van het Grieks: hagios = heilige, en graphoo = schrijven.
De hagiografie begint in de 2e eeuw nC. Oorspronkelijk houdt ze zich bezig met de levensbeschrijving van heiligen. Deze levensbeschrijvingen hebben een educatief doel. De heiligen moeten dienen als voorbeeld voor de gewone mensen, opdat ze een vroom leven kunnen leiden. De heiligenlevens vertellen daarom alleen de mooie en goede kanten van de heiligen. Later worden ze aangevuld met brave anekdotes. De waarheid wordt dan vaak geweld aangedaan. Kwalijke kanten van de heilige worden verzwegen of verdoezeld. Kritici verzetten zich hiertegen en beginnen zelf de levens van de heiligen te onderzoeken en te beschrijven. Inclusief de minder mooie kanten. Zo ontstaat in de 17e eeuw de wetenschappelijke hagiografie. Deze hagiografie onderzoekt de historische werkelijkheid van de heiligen en hun leven. Later gaat ze ook de verering van heiligen onderzoeken. Zowel door de geestelijken als door de gewone mensen.
** Heiligenverering, Schutpatroon
# WP

Haycko Harckes Kranenburg' (1621*-1690*):
Zoon van Harke Thijsz Kranenburg (gb 1595) en NN te Nieuwolda.
Genoemd 23.7.1686 bij de vastlegging van de huwelijksvoorwaarden van zijn dochter Elske Hayckens met Hermannus Broers. Elske was eerder (1674) gehuwd te Midwolda met Luppo Fockens uit Warffum (gst 1686).
Udh: Matthias Haickens (gb 1647) en Elske Hayckens (gb 1651).
# fmavanschaik.nl 26.11.08, KBG

Haico Harms Cranenborg (1762-1811)
Zoon van Harmen Jans Cranenborg en Anna Haijkens.
Geboren 19.1.1762 te Scheemda. Aldaar NH gedoopt op 9.4.1762. Woont in Sappemeer.
Huwt 1e met Anna Louisa Looff (NH), geboren op 20.4.1772 te Rolde, dochter van Eppo Looff en Charlotta Catrina van Berensteijn.
Anna overlijdt op 28.11.1807 te Groningen.
Udh: Harm Kranenberg (1796), Charlotte Kranenberg (1798), Geertruid Cranenburg (1801) en Anna Kranenberg (1803).
Huwt 2e met Grietje Everts Meyer. Zij overlijdt in 1813 te Appingedam.
Udh: Henderikus Heikes Kranenburg (1794).
Huwt 3e op 30.9.1810 te Groningen met Charlotta Catharina Barlinckhoff, geboren op 11.6.1783 te Nieuwe Pekela en NH gedoopt aldaar 14.6.1783. Zij overlijdt op 28.8.1821 te Groningen.
Udh: Johannes Cranenberg (1810-15).
# FRI, JBK, PKG

 
Haitabu
Historische stad in Angeln. Later Hedeby genaamd.
** Pg Anglicana

Halewijn:
De naam Halewijn is ontstaan uit Adelwin, wat 'edele vriend' betekent.
De naam komt vooral voor in Zuid-Holland en Vlaanderen.
In Vlaardingen is de frekwentie het hoogst.
Variant: Adelwinus, Alewinus, Alwin
# WP, MIA, DAB

 

Halewijn I van Leiden (c 1050-1110):
Burggraaf van Leiden cq eerste kastelein (kasteelheer) van de Burcht te Leiden. Vrij zeker geboren te Diksmuide in Vlaanderen als zoon van Diederik III van Beveren, burggraaf van Diksmuide, en Beatrix van Gent. Ghm Xx.
¶ Het wapen van Halewijn wordt steevast afgebeeld als: op een veld van azuur een dwarbalk van goud. Het is echter de vraag of dit juist is, en niet een wapen dat in de 15e eeuw of eerder is geconstrueerd. Het geslacht Van Wassenaar, dat voortspruit uit de oudste burggraven van Leiden, voert namelijk oorspronkelijk een heel ander wapen en wel: op een veld van azuur vier dwarsbalken van goud met daarover een rood Andrieskruis. Ipso facto moet Halewijn I dit wapen ook voeren. Verder betekent het dat ook Halewijn voortspruit uit het geslacht Van Beveren.
 
Burggraaf: Adellijke titel in rangorde tussen graaf en baron. Ontleend aan een hoge militaire titel in de Middeleeuwen. In het Latijn: castellanus. Soort garnizoenscommandant van hoge rang, zetelend in een burcht of vesting. Hij opereert namens een leenheer en regelt de administratie in diens domein. Op den duur wordt de titel erfelijk. De concrete functie verdwijnt uiteindelijk, zodat er dus alleen nog sprake is van een zgn blote titel. Uiteindellijk zijn burggraven feodale heren met grafelijke burchten.
¶ In Vlaanderen staat in de Middeleeuwen een burggraaf (castellanus) aan het hoofd van een 'kasselrij', een soort canton. De burggraaf wordt normaliter gekozen uit de locale adel. Hij fungeert als plaatsvervanger van de graaf, met als taken: de verdediging van de grafelijke burcht en het bestuur, de rechtspraak en de administratie van zijn bestuursgebied. (# WP, WKP, DAB)

Gezien de betekenis van de functie van een burggraaf mogen we aannemen dat Halewijn I van adellijke afkomst is. Hij zal zeker een bekwaam militair zijn. Anders was hij zeker niet gekozen tot borgheer van Leiden. Bovendien lijkt het zeer aannemelijk dat hij voortkomt uit een geslacht van borgheren. Het is in zijn tijd immers zeer gebruikelijk om iemand te kiezen uit een geslacht dat veel ervaring heeft op het gebied waarvoor hij gekozen wordt.

Halewijn is o.a. Heer van Wassenhoven. In Nederland is echter geen regio te vinden met die naam. Ook bron AWA, een uiterst gedetailleerde historisch-geografische encyclopedie, noemt nergens een Wassenhoven. Daarentegen bevinden zich in Vlaanderen twee heerlijkheden met de naam Wassenhove. En wel Wassenhove in Deerlijk en een Wassenhove bij Grotenberge. Deerlijk ligt bij Kortrijk op de weg naar Gent, vlakbij een gehucht met de naam Beveren. Grotenberge (gem Zottegem) ligt tussen Gent en Brussel. Aangezien er geen andere heerlijkheden met de naam Wassenhove lijken te bestaan, moeten we aannemen dat Halewijn inderdaad Heer van Wassenhove in Vlaanderen is geweest. Gezien de beschikbare gegevens gaat het waarschijnlijk om Wassenhove bij Grotenberge. Deze optie lijkt zeer waarschijnlijk. Zijn mogelijke broer Diederik IV van Beveren huwt namelijk met de dochter van Wouter heer van Sottegem. Dit duidt op een zekere relatie tussen de Van Beverens en de heer van Sottegem. In dat kader lijkt het heel aannemelijk dat Halewijn door de heer van Sottegem is beleend met Wassenhove.

Wie de ouders zijn van Halewijn I is vooralsnog niet formeel bekend. Gezien zijn functies en kwaliteiten moet hij uit een vooraanstaand geslacht komen. Rijksarchivaris Mr H. Hardenberg meent dat het geslacht Van Wassenaar voortspruit uit het geslacht Van Beveren in Waasland bij Antwerpen. Dit stemt overeen met de bovengenoemde overeenkomst van het wapen van de oudste Van Wassenaars en dat van het geslacht Van Beveren uit Waasland. De afstamming moet dan gaan via Halewijn I van Leiden. De Van Wassenaars stammen immers af van de eerste burggraven van Leiden. Gezien zijn functie als burggraaf van Leiden en zijn militaire en politieke bekwaamheden, lijkt het goed mogelijk dat Halewijn afstamt van de burgraven Van Beveren te Diksmuide in Vlaanderen. Dit geslacht vervult die functie drie eeuwen lang sinds Arnulf van Beveren daar rond 964 burggraaf is. In dit milieu lijkt Halewijn goed te passen. Mogelijk is Halewijn door Robrecht de Fries naar Holland gehaald. Deze Robrecht huwt in 1064 met Gertrudis van Saxen, weduwe van graaf Floris I van Holland. Na de dood van Floris I wordt Gertrudis gravin van Holland in 1061-1064. Daarna wordt Robrecht in 1064-1071 graaf van Holland. In oktober 1071 wordt Robrecht graaf van Vlaanderen. Tussen de graven van Vlaanderen en de heren van Diksmuide bestaat reeds in die tijd een nauwe en vertrouwelijke relatie. Mogelijk leert Robrecht de Fries in dit oude relationele kader de jonge Halewijn kennen en beveelt hij hem aan bij zijn stiefzoon Dirk V, die in 1071 zijn stiefvader opvolgt als graaf van Holland.

Halewijn heeft mogelijk enige jaren gewoond in Englefield in Berkshire, Engeland. The Doomsday Survey van 1075 noemt namelijk ene Alwin, die 10 hides betaalt voor 60 acres (25.2 Ha) weiland en een molen ter waarde van 10 shillings, beide in Englefield. Mogelijk was dit bezit oorspronkelijk van ene Thurstan, een theng (pachter) van koning Edward [the Confessor]. (BHO/Cranford 8.2.2010) Deze Edward heeft een zoon genaamd Harold, die zijn vader opvolgt na diens dood. Na zijn kroning ontbrandt de strijd met Willem van Normandy om de troon van Engeland. Harold sneuvelt en Willem wordt de nieuwe koning van Engeland.

Mogelijk bevond Halewijn zich als jong soldaat in het leger van Willem van NormandiŽ, die in 1066 Engeland verovert. Halewijn's broer Drogo de Beuvriere (gb 1040) zit als officier in de legerleiding en is gehuwd met een zuster van Willem. Rond 1080 wordt Drogo beschuldigd van moord op z'n vrouw. De beschuldiging lijkt echter vrijwel zeker te berusten op jaloezie en vals spel van koning Willem de Veroveraar. (> Drogo BeuvriŤre) Drogo duikt onder. Halewijn vertrekt naar Leiden. Mogelijk uit vrees voor koning Willem de Veroveraar. (> Drogo de Beuvriere; Ax > Englefield) Gezien zijn kwaliteiten als militair en als bouwer van mottekastelen is hij daar rond 1080 door graaf Dirk V van Holland zijn benoemd tot burggraaf van Leiden.

Bron ASW/p76-7 (1960) schrijft:

There was often more than one mill in a village; Hatfield in Hertfordshire, for example, had four at the time of the Domesday survey. Not all the mills, however, would be as elaborate as the mill recently excavated at Old Windsor in Berkshire. This mill, which probably served the royal manor, had three vertical water wheels, working in parallel and turned by water flowing through a ditch dug for three-quarters of a mile across a bend in the Thames. The ditch, or leet, was twenty feet wide and twelve feet deep and was re-cut several times before it went out of use in the early eleventh century.
Op oude kaarten is rond Old Windsor slechts ťťn molen te zien nabij Old Windsor, de zetel van de oude Engelse koningen en de zetel van Willem de Veroveraar zolang zijn kasteel New Windsor nog niet gereed was. De geciteerde tekst van bron ASW heeft dus vrijwel zeker betrekking op de molen van Halewijn I. Immers, gezien:
- de ligging van de mill
- en alle landgoederen in Engeland zijn geconfisceerd dor Willem de Veroveraar
- en het feit dat Willem de Veroveraar de facto nagenoeg alleen vertrouwlingen bedeelt met zijn goederen
- en het feit dat Willem de Veroveraar nagenoeg alleen mannen uit zijn eigen invasieleger vertrouwt
>> moet genoemde Alwin van Englefield iemand zijn die gerekend kan worden tot iemand die vrij zeker een functie heeft bekleed in het invasieleger van Willem de Veroveraar en moet deze Alwin derhalve vrij zeker afkomstig zijn uit NormandiŽ of Vlaanderen, waar Willem ook militairen had gerecrutereerd voor zijn invasie in Engeland.

De optie dat Halewijn enige tijd woont in Englefield, Berkshire, lijkt zeer reŽel. Reading Borough Council schrijft (p 3):

The first mention of Englefield in History is that Ethelred of Wessex defeated the Danes in a skirmish at Englefield in 870. His troops were mostly Angles and it was the first defeat the Danes had sustained -- hence the name Anglefield. At that time tradition tells us that the family later called Englefield were already established in the district as small land owners.
Englefield grenst aan East Windsor. Het kan zijn dat Halewijn daaromtrent woont op Cranesbury Manor. (> Cranesbury Manor, Van Cranenburch Leiden) Deze these is niet vreemd. Bron randstadcourant.nl 9.12.09 noemt Halewijn I en zijn nazaten Halwijn II, Alveradis, Arnold, Christiaan en Jacob Kranenburg, Kreenenburg. Krenenburg~ is in deze optiek vrijwel zeker de verhollandste vorm van Cranesbury. E.e.a. kan dus betekenen dat kasteel Kranenburg te Bleiswijk is genoemd naar Halewijn II (een zoon van Halewijn I), die kasteel Kranenburg in 1106 bouwt aan de Rotte bij Bleiswijk.

Een andere reden om te veronderstellen dat Halewijn I in Engeland heeft gewoond op Manor Cranesbury (Kranenburg~) is het feit dat genoemde Alveradis Kranenburg~ (gb 1094) te Beesd vrijwel zeker een dochter is van hem. De naam Alveradis is namelijk afgeleid van Alfred en betekent: wie van elfen raad krijgt. De naam Alfred is van Angel-Saxische oorsprong en sinds de Engelse koning Alfred van Wessex (849-899) zeer populair. (Meertens Instituut 18.12.09)

Rond 1080 bouwt Halewijn I de Burcht van Leiden. De Burcht is vele eeuwen de zetel van de burggraven van Leiden. Aanvankelijk is de burcht in handen van de bisschop van Utrecht. Deze benoemt de bewaarder, castellanus of burggraaf. In 1108 is de burcht in handen van Halewijn II van Leiden, zoon van Halewijn I. Mogelijk is Halewijn I dus in dienst van de bisschop van Utrecht. (> Burcht van Leiden) Bron BVL (p 31) schrijft echter dat 'Adalwin castelanus' al in 1083 figureert in het falsum van graaf Dirk V. M.a.w. Halewijn functioneert in 1083 (reeds) als burggraaf van Leiden in dienst van graaf Dirk V. Rechts: de Burcht in 1649.
 
Bron ATB schrijft in 1649:
Tot hier toe van Leyden in 't gemeen: wy sullen nu voortgaen tot de bysondere dingen, en eerst van de Burgh, om sijn outheyt, spreken. Dit is een cieraet deser stadt, haer eerste gebouw, en ouder dan sy self, dat eerst buyten, en daer na door het vergrooten binnen de wallen gekomen is; ...
Rond 1080 bouwt Halewijn I eerst Huys Cranenburch voor zichzelf en zijn gezin. Het is een zgn zaaltoren, omringd door een gracht en een palissade en met een ophaalbrug. Huys Cranenburch staat tussen de Breestraat en de Aalmarkt, die langs de Rijn loopt. Het huis heeft daar gestaan tot in de 19e eeuw. Het gebied waar Huys Cranenburch staat, krijgt op den duur navenant de naam Cranenburch. (> Cranenburch Leiden)

          

Hierboven een aquarel van Huys Cranenburch te Leiden gemaakt door Hester Jans-Molenberg op grond van de historische gegevens en zorgvuldig historisch onderzoek van architectuur en bouwmaterialen uit die tijd. (@ aquarel © B.C. Kranenburg)

Geconstateerd is dat burggraaf Halewijn I van Leiden de bouwheer moet zijn van de mottekasteel (zaaltoren) Cranenburch te Leiden. Ook is geconstateerd dat de mottekasteel gezien de hele context moet zijn vernoemd naar de bouwheer. (> Cranenburch Leiden) Dus naar Halewijn I.

Per saldo zal burggraaf Halewijn I van Leiden dus ook de naam Cranenburch kunnen hebben gevoerd. Zijn naam had dan o.a. kunnen zijn geweest Halewijn van Cranenburch.
Voor bovenstaande these pleit o.a. het feit dat enige genealogen menen dat Hendric de Crane (1160-1213; burchtheer van Kuinre) feitelijk Van Cranenburch heet en afkomstig is uit Leiden. Als zodanig kan hij een zoon zijn van Halewijn III van Leiden (1115*-1198), kleinzoon van Halewijn I van Leiden. > Kranenburg Kuinre

Mogelijk heeft Halewijn I het bouwen van een motte geleerd van Willem van Normandy (de Veroveraar), die rond 1066 een motte bouwt in Windsor, dat grenst aan Englefield waar Halewijn woont. Later zijn daar Windsor Castle en andere koninklijke panden bijgebouwd. De motte wordt sindsdien de Round Tower genoemd en vormt anno 2009 een onderdeel van het hele Windsor Castle complex. Drogo de Beuvriere, broer van Halewijn I, bouwt zelfs twee mottekastelen: Skipsea Castle in Norhumbria en Barrow Castle te Barrow-upon-Humber in Lincolnshire. (> Drogo de Beuvriere)

Bron BVL (p 31) schrijft dat het ambt van burggraaf van Leiden is gecreŽerd naar Vlaams model. Ook hier dus een relatie met Vlaanderen. Een interessante vraag is hoe de Vlaamse invloed hier tot stand is gekomen. Aangezien Dirk V sinds 1071 de grafelijke functies vervult, ligt het voor de hand om te veronderstellen dat de relatie met Vlaanderen hier door hem is gelegd. Maar waarom het model van Vlaanderen gekozen? Het antwoord op deze vraag lijkt wederom Robrecht de Fries, stiefvader en voogd van Dirk V. Robrecht is een zeer bekwaam militair en politiek figuur, die inmiddels graaf van Vlaanderen is geworden. Bovendien is Robrecht getrouwd met Gertrudis van Saxen, de moeder van Dirk V. Zij trouwen in 1064, na de moord op Floris I in 1061. Dirk V en Robrecht moeten derhalve veel contact met elkaar hebben.

Mogelijk vestigt Halewijn zich rond 1080 in Leiden vanuit Englefield bij Windsor in Berkshire, waar hij enige jaren woont op Cranesbury Manor. Bron BVL (p 31) schrijft namelijk verder dat in 1083 'Adalwin castelanus' al in 1083 figureert in het falsum van graaf Dirk V. M.a.w. Halewijn functioneert in 1083 (reeds) als burggraaf van Leiden in dienst van graaf Dirk V. Hij is dan rond de 33 jaar. Voor deze functie moet hij beschikken over belangrijke militaire en politieke kwaliteiten. Dat betekent dat hij uit zeer goede huize moet komen, waar hij al vroeg op de hoogte komt van politieke en militaire zaken. Maar waarom kiest Dirk V voor hem als burggraaf? In die tijd gebeurt dat meestal op grond van een familiaire of politieke relaties. Familieleden en verwanten zijn in die tijd belangrijke steunpilaren, die door machthebbers vaak op belangrijke posten worden neergezet. Dat is een wederzijds belang. Robrecht de Fries kan daarin een belangrijke schakel zijn geweest.

Dat Halewijn via belangrijke familiaire of politieke relaties de functie van burggraaf van Leiden krijgt, valt nauwelijks te betwijfelen. Dat is zeker in die tijd zeer gebruikelijk en belangrijk. Familie en verwanten worden betrouwbaar en trouw geacht (o.a. uit eigenbelang), en omdat men elkaar kent. Bij de keuze voor Halewijn lijkt toch ook de Engelse koning welhaast zeker een rol te hebben gespeeld. Het Engelse koningshuis in die tijd is nauw verwaant aan de Vlaamse grafelijke familie. Onderling hebben ze veel contact. Ook de Hollandse graven hebben goede contacten met het Engelse koningshuis. Englefield, waar Halewijn I woont, grenst aan Windsor, waar het Engelse koningshuis zetel. In 1066-87 is Willem van Normandy (de Veroveraar) koning van Engeland. Drogo de Beuvriere, een broer van Halewijn, heeft zeer goede banden met Willem van Normandy, o.a. door diens deelname aan de verovering van Engeland in 1066. (> Drogo Beuvriere) Mogelijk heeft Willem van Normandy als wederdienst Halewijn gepromoot bij Dirk V van Holland. Dat impliceert dat de Engelse koning de militaire kwaliteiten van Halewijn kent, o.a. doordat Halewijn heeft deelgenomen aan de verovering van Engeland in 1066 door Willem van Normandy. Ook is mogelijk dat de Engelse koning met de benoeming van Halewijn tot burggraaf van Leiden een belangrijke relatie heeft in Holland. Engeland heeft immers van oudsher graag politieke invloed in Holland en de overige Nederlanden. En de burggraaf van Leiden wordt in die tijd gezien als de rechterhand van de graaf van Holland.

Een belangrijk argument om te veronderstellen dat Halewijn inderdaad een telg is uit het geslacht Van Beveren in Vlaanderen, is Drogo de Beuvriere (de Bevere) in Engeland. Drogo komt uit Vlaanderen en is met Willem de Veroveraar meegegaan naar Engeland in 1066. Hij is commandant van een onderdeel van het invasieleger. Daarnaast staat hij op zeer goede voet met Willem de Veroveraar. Voor zijn inzet wordt hij dan ook rijkelijk beloond met diverse goederen in het onderworpen Engeland. Het wapen van deze Drogo is identiek aan dat van Halewijn op bovenstaande afbeelding: op blauw een dwarsbalk van goud. Dit wapen vinden we trouwens terug op een tekening van hofstede Beaulieu in Beveren-Leie in Vlaanderen. In deze hofstede hebben sinds de 11e eeuw vele Van Beverens gewoond. Streekhistorici denken daarom ook dat de hofstede vůůr 1250 Beveren heet.

De gelijkenissen tussen Halewijn en Drogo zijn groot. Als militair en burchtenbouwer passen ze aardig bij elkaar. Als we daarnaast nog hun identieke familiewapens meerekenen, dan lijkt het er sterk op dat ze uit het zelfde milieu komen.

Tot slot is er nog een andere reden om te veronderstellen dat Halewijn een telg is van het geslacht Van Beveren. In item Van Beverens 1200 in dit Lexicon is een demografie van dit geslacht beschreven. Deze demografische schets maakt het heel aannemelijk dat Halewijn een Van Beveren is. Hij en zijn nazaten passen namelijk precies in de leemte die in de statistiek zou zijn, als we hen daarin niet meerekenen. Demografisch gezien mogen we Halewijn derhalve zeker meerekenen als een Van Beveren.

Alias: Halewijn van Beveren, Halewijn de Beuvriere, Heer van Wassenhoven, Alwin of Cranesbury, Halewijn van Cranenburch, Halewijn van Crenenburch
Udh: Halewijn II van Leiden (gb 1080), Alveradis Kranenburg (gb 1094) en Xx van Cranenburch (gb 1085).
** Burggraaf, Burcht van Leiden, Van Wassenaar (wapen), Van Beveren, Diederik III van Beveren, Floris II van Holland, Wassenhove, Drogo Beuvriere, Beverstone, Beveren-Leie, Van Beverens 1200, Cranesbury Manor Englefield, Cranenburch Leiden, Van Cranenburch Leiden, PgSum (Drogo Beuvriere), Cranbourne Tower Windsor, PgBrit/Willem de Veroveraar
# HRAC, AWA, RDS, GLW, BVL, UGW, HVW, GDM/p27-28, GVO/p29ev

Halewijn II van Leiden (1080*-1121):
Zoon van Halewijn I van Leiden en NN. Burggraaf cq tweede kastelein van de Burcht te Leiden. Baanderheer van Berkel, Bleiwsijk, Weena en Boekelsdijk. Heer van Rijnland en Wassenaar. Mogelijk leenman van Utrecht. Ghm Vrouwe Barta van Lijnden.
Sticht in 1106 ridderhofstad Cranenburg aan rivier de Lede (bovenloop van de Rotte) te Bleiswijk. Mogelijk woont hij daar ook enige jaren. Zijn alias 'de Ledene' verwijst namelijk mogelijk naar de rivier de Oude Lede, waaraan Cranenburg Bleiswijk is gebouwd. Maar ook als baanderheer van Berkel, Bleiswijk, Weena en Boekelsdijk zal hij dicht bij die gebieden moeten wonen om zij functie te kunnen uitoefenen. Later (na 1106), als hij burggraaf is geworden, woont hij op de Burcht van Leiden, om daar zijn nieuwe functie te kunnen realiseren. Hij dient alle die jaren onder graaf Floris II van Holland.

Bron BVL (p 29) schrijft dat Adelwinus de Ledene en zijn zoons in 1108 graaf Floris II vergezellen om als getuige op te treden in een oorkonde van de bisschop van Utrecht. Halewijn bekleedt dus inmiddels een belangrijke rol in het graafschap Holland. Kennelijk hoort hij ook tot de vertrouwelingen van de graaf, gezien de belangrijke gebeurtenis. Tevens wordt duidelijk dat hij mogelijk op Cranenburg Bleiswijk woont, dat hij in 1106 heeft gesticht. Zijn naam 'de Ledene' kan namelijk duiden op de Oude Lede waaraan de riddderhofstad ligt.

Het lijkt dat Halewijn II een broer is van Alveradis Kranenburg in Beesd en dat hij in 1121 weduwnaar is geworden. Mogelijk draagt hij dan zijn functie van burggraaf over aan zijn zoon Halewijn III, waarna hij aartsdiaken wordt in het bisdom Utrecht. In 1129 ondertekent hij als Alwini archidiaconi een oorkonde waarin Alveradis goederen te Beesd en elders overdraagt aan het klooster der Norbertijnen aldaar. (> Alveradis Kranenburg)

Alias: Adelwinus de Ledene, Aldewino de Ledene, Halewijn van Wassenaar.
Udh: Halewijn III van Leiden en Christiaan en Jacob van Wassenaar.
Mogelijk ook Arnold (domproost te Utrecht) en Xx van Cranenburch (gb 1105).
** Cranenburg Bleiswijk, Bokel, Burcht van Leiden
# AWA, GLW, AFY, BVL, LHS, DAB, KBG

Halewijn III van Leiden (1115*-1198):
Zoon van Halewijn II van Leiden en Vrouwe Barta van Linden. Burggraaf cq derde kastelein van de Burcht te Leiden. Heer van Wassenaar en Rijnland. Ghm Jeanne van Arkel. Bezit ridderhofstad Cranenburg te Bleiswijk.
In 1140 wordt het klooster van Egmond opgedragen aan paus Innocentius II. De graven van Holland worden aangesteld als voogden. Het voogddijschap is erfelijk, maar gaat in 1200* over naar het geslacht Van Egmond. In 1143 is de bouw van het klooster gereed. Bij de inwijding zijn o.a. aanwezig: Gerard van Teylingen (advocaat van de abdij), Berenwoldus, Arnold Spicar en castellanus Alewijn van Leiden.
Bron BVL (p 31) meldt dat volgens een betrouwbare oorkonde van ene bisschop Hartbert in 1143 Halewijn ofwel 'Alwinus castellanus de Leithen' onloochenbaar aan grafelijke zijde staat.
Woont volgens bron KVN (p 145) rond 1150 op de Burcht van Leiden.
Halewijn wordt verder vermeld in een oorkonde van graaf Dirk VI van Holland uit 1156. Hij wordt hierin genoemd Alewinus Castellanus, burggraaf van Leiden.
Alias: Alewijn Kranenburg/Kreenenburg.
Zoons: Jacob, Filips I en Bartholomeus I van Wassenaar.
Mogelijk ook Halewijn IV van Leiden en Hendric de Crane.
** Cranenburg Bleiswijk, Bokel, Van Arkel, FW Van Cranenborch, Burcht van Leiden
# AWA, GLW, AFY, BVL, LHS, KVN, stadscournat.nl 9.12.09, DAB, KBG

Halewijn IV van Leiden (1140*-1200*)
Zoon van Halewijn III van Leiden en Jeanne van Arkel.
Volgens Felix Victor Goethals (1799-1872) heeft Halewijn III van Leiden drie zoons: Halewijn, Jacob en Filips. Hij stelt dit in zijn boek uit 1850: Dictionnaire gťnťalogique et hťraldique des familles nobles du royaume de Belgique.
Met wie hij is getrouwd en of hij kinderen heeft, is vooralsnog niet bekend.
Mogelijk sterft hij kinderloos. Cranenburg Bleiswijk wordt namelijk bezit van zijn broer Filips I van Wassenaar.
** Van Cranenborch Arkel

Hallehuis
Boerderijtype dat van oudsher voorkomt in Drente, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland, het Gooi en de Westerwold in Oost-Groningen. Kenmerken: een middendeel onder de nok met daarboven een zolder met een zgn balkenslop: een opening waardoor de oogst omhoog wordt gestoken. Verder: aan ťťn of beide zijden een stal waar het vee met de kop naar de deel i.c. het middenpad staat. Het hallehuis verschijnt eind 14e eeuw en is ontstaan uit het los hoes (circa 11e eeuw), waarbij woning, schuur en stallen ťťn grote ongescheiden ruimte vormen. Grote inrijdeuren aan de achterkant (baander) van het hallehuis geven toegang tot de schuur, de stallen en de zolder. De baander is gelegen aan de wegkant, zodat aan- en afvoer efficient kunnen gebeuren. Het hallehuis kenmerkt zich verder door lage zijmuren en lange, schuin aflopende daken. De schoorsteen staat in het midden van het pand, zodat mensen en vee optimaal warmte krijgen.
** Kranenbarg Ruurlo, Kranenbarg Zelhem
# WP, FRI

Hannes~
** Johannes~

Hannes Kranenburg (1717*-1777*)
** Johannes Kranenburg

Hans~
** Johannes~

Harderwijk
** Kranenburg Harderwijk, Gerardus van Cranenburgh

Harke~
Jongensnaam afgeleid van het Germaanse woord Hare = heer, leger. Soms ook meisjesnaam. De naam komt vooral voor in Noord-Nederland. Vooral bij Doopsgezinden. Ook bij de Kranenburgs~ in Groningen komt de naam in de 17e en 18e eeuw frekwent voor. Velen van hen zijn inderdaad Doopsgezind, hoewel ze vaak in de registers van de Hervormde Kerk voorkomen. Dit schijnt naar zeggen gebruik te zijn bij Doopsgezinden. Lidmaat zijn van de Hervormde Kerk is in die eeuwen in zekere zin een kwestie van survival. Wie tot de Hervormde Kerk hoort, heeft minder problemen op publieke terreinen.
** Doopsgezinden
# HPP (sept 1998), DAB

Harke Egbertsz Kranenburg* (1589*-1649*):
Zoon van Egbert Xzn Kranenburg en NN te Emden.
Otr mei 1614 in Zwolle met Beertien Goossens uit Amsterdam. Het kerkelijk huwelijk vindt niet in Zwolle plaats.
Het echtpaar woont daarna in Amsterdam, waar ze mogelijk kerkelijk gehuwd zijn.
Harke is vrij zeker Doopsgezind. Harke is immers een typisch Doopsgezinde naam. Bovendien komt hij uit Emden, waar veel Doopsgezinden wonen in zijn tijd. Veel archiefmateriaal van Doopsgezinden is helaas verloren gegaan, door de diaspora onder hen. Verder plegen ze weinig te registreren om vervolging te voorkomen.
Udh*: Hiskias Cranenburch (gb 1614), Abram Cranenburg (gb 1620), Adriaan Kranenburgh (gb 1625), Isaak Cranenburg (gb 1631) en Catalyntje Cranenburg (gb 1634).
** Harke, Doopsgezinden
# HCO, KBG

Harke Thijsz Kranenburg (1595*-1655*):
Zoon van Thijs Claesz Kranenburg en Remke Xx in Scharmer.
Woont 1648 in Nieuwolda (Gro). Ghm NN.
Bron PMG meldt dat in 1646-48 ene Tijs Claasen en Remke 8.5 deimt (4.3 Ha) land pachten aan de Dollersdijk in Midwolderhamrik (Nieuwolda). Aldaar wordt in die periode ook ene Harke genoemd, die een zoon kan zijn van Tijs. Of we hier te maken hebben met dezelfde Thijs Claesz uit Groningen lijkt gezien de context vrijwel zeker.
Verhuist 1650* na de dood van zijn vader mogelijk naar Wymeer in Oost-Friesland, circa 16 Km pal oost van Nieuwolda. Daar woont rond 1675 Hiskias Kranenburg (gb 1635). Wymeer grenst aan Bellingwolde. Zowel in Bellingwolde en Wymeer als ddaromtrent wonen sindsdien vele Kranenborgs~, o.a. nazaten van Hiskias.
Udh*: Haycko Harckes Kranenburg (gb 1621), Jan Harkes Kranenburg (gb 1630) en Hiskias Kranenburg (gb 1635; OFrl).
** Thijs Claesz Kranenburg (gb 1565), Wymeer
# PMG, KBG

Harcke Jansen Kranenburg (1620*-1680*):
Vrij zeker een zoon van Jan Roelofs Kranenburg (gb 1595) en NN te Noorddijk.
Woont in Warffum waar hij waarschijnlijk veeboer is. (> FW Kranenburg Scharmer)
Huwt 28.9.1645 te Warffum met Anne Jansen uit Warffum. Mogelijk wonen ze in 1674 in Kantens. Daar zijn 7 maart 1674 Harcke Jansen en Ane sijn huisvrouw ingeschreven als lidmaten van de NH Kerk.
Alias: Harcke Hindricks.
Udh*: Harmen Harkes (gb 1655) en Jan Harkes (gb 1660) Kranenburg.
Mogelijk ook Thomas Xzn Kranenborg.
** Jan Thijssen Kranenburg (gb 1590), Warffum, FW Kranenborg Wedde
# DTBL NH Warffum 1622-1658

Harke Harms Kranenburg' (1686*-1746*):
Zoon van Harmen Harkes Kranenburg en NN in Spijk/Gro.
Woont in Spijk. Ghm NN.
Udh: Harm Kranenburg (gb 1721; Scheemda).

Harke Jans Kranenburg (1690*-1750):
Vrij zeker een zoon van Jan Harkes Kranenburg en NN te Spijk (Gro).
Harke is landbouwer in Scharmer. Hij huwt in 1717* Hilje Jans. Harke en Hilje zijn Nederlands Hervormd. Het gezin woont in het gebied 'De Burgh' aan de Borgweg te Scharmer (Gro), hetgeen blijkt uit een acte van 21.3.1750 in de Groninger Archieven (RAXVIb1 blz 1 ev), waarin de nalatenschap van Harke en Hilje wordt verkocht aan zoon Jacob voor een bedrag van in totaal 1125 Car (Karolingse guldens). De andere kinderen worden uitgekocht. Het bezit van Harke en Hilje omvat: een heemstede (woning), nog een heemstede (verpacht) en 5.5 akker (11 Ha) land. (> Heemstede) Genoemde acte van verdeling beschrijft de nalatenschap van Harke en Hilje als volgt:

... haar [hun] ouders plaatse bestaande in huis en landt van vier en een half akker en ½ gras ..., alles eerdt en naagelvast met geboomte en plantagie staande en gelegen tot Scharmer ... hebbende tot naaster swetten [grenzen] die optrekkende plaatse ten noorden De Heer Adriani en de Heer Capiteijn O. de Valk, ten oosten de Scharmer Ee, ten suiden de E. Eijse Jans en de Heer professor Rotgers, ten westen de Borghweg en de Heer Adriani. ... Nog een stuk Hooij landt groot in schattinge twee gras ... Nog vier mat hooijlandt ... Nog een Heemsteede vrij in schattinge, door Jan Gerrijts op woont in swetten ten noorden Ipe Tiddes ten oosten Zacharias Pesman en ten suiden Zacharias Pesman en Jan Jans Snijder, ten westen de Scharmer wegh (F) en suly verkocht in genere ...
in de kantlijn bijgeschreven met zelfde handschrift:
(F) welke alle boven melte landerijen in vijf akker en een half gras sijlschot en verpondinge staan bekent
In totaal omvat de nalatenschap in 1750:
- 4.5 akker land bij de heemstede
- 0.5 gras grasland
- 2 gras hooiland
- 4 mat (= 2 Ha) hooiland
- een heemstede + 5 akker land
Totaal dus 9.5 akker + 2.5 gras + 4 mat = 19 + 0.6 + 2 Ha = 21.6 Ha.

Alleen de Borgweg en de Scharmer Ee geven duidelijke indicaties waar de heemstede (woning) van Harke en Hilje heeft gestaan. De Borgweg ligt al eeuwen nagenoeg vast op diverse kaarten. Omtrent de Scharmer Ee geven de beschikbare kaarten geen consistent beeld. Dat heeft naar zeggen o.a. te maken met de wisselende loop van deze rivier. De heemstede van Harke en Hilje Kranenburg blijkt na vergelijkende berekening met de Hottinger kaart circa 180 meter vanaf de Hoofdweg te hebben gestaan. Achterlangs het perceel van Nr 8 loopt de A7 van Groningen naar Winschoten. De afstand tussen de Hoofdweg bij Nr 8 en de A7 bedraagt circa 250 meter. De heemstede/borg van Harke en Hilje stond dus op ruim 70 meter van de A7. Volgens Henk Nieborg moet iets meer richting de Hoofdweg Nr 6 ooit een borgstee hebben gestaan. Mogelijk is de genoemde heemstede van Harke en Hilje feitelijk een borg. (> Borg Kranenburg Scharmer)

De vooralsnog oudste vermelding van Harke Jans dateert van 1721. Harke wordt genoemd in het Verpondingsregister van 1721 voor Scharmer. Bron VSH (Register Verponding Scharmer en Harkstede) vermeldt dat hij in 1721 land pacht van de erven van Pieter Luitjens ter grootte van 5.5 akkers + 20.5 gras = 5.5 + 20.5/4 akker = 5.5 + 5.1 = 10.6 akker = 21.2 Ha land. Dit is nagenoeg gelijk aan het grondbezit in 1750. Kennelijk heeft Harke Jans de pacht van 1721 later omgezet in een koop.

In een acte van 17.7.1737 wordt Harke Jans genoemd ivm verkoop van land van Eeltje Thies in Harkstede en Scharmer. Drie akkers van Eeltje liggen in Scharmer ten westen van Harke Jans. Dat betekent dat de akkers aan de Hoofdweg in Scharmer liggen. (> Borg Kranenburg Scharmer > kaart)

Harke en Hilje zijn Nederlands Hervormd. Ze worden na elkaar genoemd op de Lijst van Lidmaten anno 1721 van de NH Kerk te Scharmer. Het feit dat ze na elkaar genoemd worden, geeft op die lijst aan dat ze gehuwd zijn.

Uit het huwelijk van Harke en Hilje zijn geboren:
• Jan Harkes Kranenburg - geboren rond 1718, mogelijk in Spijk
• Hindrik Harkes Kranenburg - geboren rond 1720, mogelijk in Spijk
• Trijntje Harkes Kranenburg - geboren 14.11.1723 in Scharmer
• Jacob Harkes Harkema - geboren 22.02.1728 in Scharmer

- Herkomst
Genealoog A. Hol stelt in zijn 'Genealogie Kranenburg te Groningen' dat Jan Harkes Kranenburg te Spijk mogelijk de vader is van Harke Jans. Op grond van de familiewapens en gezien de tijd/regio is deze relatie zeker mogelijk. Er is ook een Harke Jans, die in Spijk grond in gebruik heeft vůůr 1752. Na dat jaar is geen informatie meer over hem te vinden in de regio. Mogelijk is hij dus rond 1751 gestorven. Aangezien Harke Jans uit Scharmer in 1750 overlijdt, is het niet persť uit te sluiten dat hij dezelfde is als Harke Jans in Spijk. De vraag rijst alleen of Harke Jans te Scharmer dan misschien enige tijd in Spijk woont of dat hij de grond aldaar in pacht heeft en door een ander laat gebruiken. Geheel ondenkbaar is deze constructie niet. Opmerkelijk is namelijk dat Harke Jans te Scharmer in 1721 in de verponding wordt aangeslagen voor slecht 0.3 Ha land. Dit betekent vrij zeker dat hij zich pas kort vůůr 1721 in Scharmer vestigt. Het is dan mogelijk dat hij uit Spijk komt en naar Scharmer verhuist vanwege de Kerstvloed van 25 december 1717, die grote delen van de Groningse kustgebieden onder water zet en de gronden aldaar voor lange tijd onbruikbaar maakt. Bron Ommelander Geslachten (V, p 366) schrijft hierover:

Niet alleen de kadijk, gelegd in 1637 van Deikum tot voorbij Spijk naar Hoog Watum, was geheel weggeslagen, maar ook de oude dijk, vlak achter de dorpen Pieterburen en Westernieland, was voor een groot deel verdwenen en vele kolken waren bij de dijkdoorbraken ontstaan.
Mogelijk heeft Harke Jans een veiliger oord opgezocht en kiest hij voor Scharmer omdat de grond daar relatief goedkoop is en bovendien close family in de buurt woont (o.a. Harkstede). Hiervoor zijn duidelijke aanwijzingen te vinden. In 1732 wordt een Harke Jans genoemd ivm een attestatie bij een verzegelde scheidingsbrief van Jan Pieters in Spijk wegens een woning (BBR p 408). Er zijn echter sterkere argumenten:
Volgens bron BBR (p 414) heeft Harke Jans ruim vůůr 1752 13 deimt (6 Ha) land (genaamd Dobbevenne) in gebruik aan de Vierhuizerweg 10 in Spijk, waar de huiswierde [terp] Quellerborch ligt. In 1721-1750 pacht Arent Jacobs dit land. In 1750-1752 diens zoon Jacob Arents. In 1752-1758 is Arend Willems pachter van dit land. Na 1752 wordt Harke Jans zeker niet meer genoemd in Spijk of directe omgeving. Hij is dus mogelijk gestorven of vertrokken naar elders. Gezien de pachtgegevens is het duidelijk dat Harke Jans de Dobbevenne vůůr 1721 moet hebben gepacht. Mogelijk is hij daarna vertrokken naar elders. Gezien de jaartallen 1721 en 1752 kan het haast niet anders dan dat we hier te doen hebben met Harke Jans (gb 1690) in Scharmer.
In 1750 pretenderen Jan Duursema en vaadrig E. Meijer collatierecht in Spijk op basis van perceel nr 10 aan de Vierhuizerweg. Zij representeren daarbij tevens hun grootvader Jan Harms (gb 1680) en oom Arent Harms (gb 1682), vrij zeker zoons van Harmen Harkes (gb 1655) in Spijk. Kennelijk is perceel nr 10 dus bezit/medebezit van Jan en Arent Harms, sinds circa 1700. Hun vader Harmen Harkes moet een broer zijn van Jan Harkes, die rond 1680-1710 woont op boerderij Klein Koppen in het aangrenzende Bierum. (BBR p 416) Opmerkelijk is dat Harke Jans verder niet wordt vermeld in bron BBR, terwijl dat met andere boeren uit de regio Bierum toch wel gebeurd. Als zoon van Jan Harkes te Spijk, is te verwachten dat Harke zijn vader opvolgt op diens boerderij of daar vlakbij een boerderij bezit. Er is echter verder geen Harke Jans gevonden in Spijk of in een nabij gelegen regio. Het lijkt derhalve niet uitgesloten dat Harke Jans in Spijk dezelfde persoon is als Harke Jans Kranenburg (gb 1690) in Scharmer.

We mogen aannemen dat Harke Jans vanaf zijn geboorte in 1690 tot de dood van zijn vader Jan Harkes in 1710 op hoeve Klein Koppen in Bierum woont. Na de dood van zijn vader is de situatie volgens bron BBR tot 1721 onduidelijk wat betreft de bezitrechten mbt Klein Koppen. Hoe die ook zijn, zeker is dat Harke Jans ergens tussen 1710 en 1721 de Dobbevenne aan de Vierhuizerweg 10 gebruikt (pacht). In 1717 woedt de Kerstvloed. De Dobbevenne ligt dichtbij de dijk, die wordt weggespoeld. Het land zal daardoor vrij lang onbruikbaar zijn voor agrarisch bedrijf. We mogen daarom aannemen dat Harke Jans kort na 1717 naar een nieuwe bestaansmogelijkheid zoekt. In 1721 woont hij in Scharmer. Hij bezit dan nog maar een half gras land. In 1750 is dat ruim 20 Ha. E.e.a. wijst erop dat Harke zich in of vlak vůůr 1721 in Scharmer vestigt.

De Kerstvloed van 1717 heeft veel schade aangericht in heel Noord Groningen. Er is veel vernield en vele mensen en dieren zijn verdronken. Mogelijk heeft Harke Jans in die situatie besloten te verhuizen naar het meer veilige Scharmer. Daar zijn de grondprijzen erg laag en daar kan hij dus makkelijk een boerenbedrijf starten. Bovendien hebben zijn voorouders Kranenburg daar gewoond en wonen er nog steeds Kranenburgs. In vele opzichten dus een goede locatie.

De oudste vermeldingen van Harke Jans in Scharmer dateren zoals gezegd van 1721. Hij komt voor op de verpondingslijst en de NH-lidmatenlijst van dat jaar. Van deze bronnen zijn geen oudere jaargangen bekend. Langs die weg is dus niet te achterhalen of Harke Jans al eerder in Scharmer woont. Aangezien hij in 1721 een zeer klein bedrag moet betalen aan verponding voor een erg klein stuk land (0.3 Ha) mogen we aannemen dat hij pas sinds heel korte tijd in Scharmer woont. Aangezien de beruchte Kerstvloed in 1717 woedt en het land in Spijk en omgeving langdurig onbruikbaar maakt, is het de vraag waarom Harke niet eerder naar Scharmer verhuist. De vraag is daarom waar Harke verblijft in de periode 1718-1720? Volgens bron BBR pacht Harke de Dobbevenne kennelijk tot 1721. Na dat jaar wordt hij in Bierum en omgeving niet meer genoemd als pachter. We mogen dus aannemen dat Harke in 1718-1721 in Bierum of Spijk woont en vandaaruit een nieuw bestaansgebied zoekt.

In 1717 wordt het hele kustgebied van Groningen en Friesland getroffen door de Kerstvloed. De schade is enorm. Dijken, huizen en bedrijfspanden zijn weggespoeld, mensen en vee zijn verdronken en veel land is langdurig verzilt geraakt. Bovendien bestaat het gevaar van nieuwe overstromingen. Vele boeren zullen daarom sinds 1718 op zoek zijn gegaan naar meer veilige bestaansgebieden in zuiderlijke streken. De vraag naar agrarisch gebied daar zal dus enorm zijn gestegen. Bijgevolg zal het dus moeilijk zijn om een nieuw geschikt bestaansgebied te vinden. Dat verklaart mogelijk waarom Harke Jans circa twee jaar nodig heeft om in Scharmer een nieuw bestaan te beginnen. Hij is dan inmiddels 27 jaar. Hij is dan getrouwd en heeft een kind (Jan Harkes), dat dan in Spijk moet zijn geboren. Harke zal daarom vrij zeker zijn getrouwd in Spijk. Zijn vrouw Hilje Jans is daarom ook heel waarschijnlijk afkomstig uit Spijk of directe omgeving. Rond 1720 woont het gezin in Scharmer.

Op grond van diverse gegevens wordt vooralsnog aangenomen dat Harke Jans Kranenburg de bouwheer is van Borg Kranenburg rond 1737 aan de Hoofdweg te Scharmer. (> Scharmer Ee, Borg Kranenburg Scharmer)

** Harke, Doopsgezinden, Thijs Claesz Kranenburg, Gerlov Jans Kranenburg, Kranenburg Scharmer, FW Kranenburg Scharmer, Eigenerfden, Kerstvloed 1717, Borg Kranenburg Scharmer, Bron 1380, Cranenburg Eikenduinen, Singel, Scharmer
# GKS, RA Groningen (Statenarchief), AWA, Vrouger, Henk Nieborg te Scharmer, GVS, NGE, BBR, RAG (OA 738/Spijk; RA XXV c1 en LXI d1), FRI, DAB, KBG

 

Harke Jans Kranenburg* (1720*-1780*):
Vrij zeker een zoon van Jan Jans Kranenburg (gb 1680) en NN in Spijk/Gro.
Woont in Uitwierde bij Delfzijl. Huwt 1742 met Aeltjen Hindriks, weduwe van C. Geerts.
# DTB Uitwierde

Harke Jans Kranenburg (1745-1805*)
Zoon van Jan Harkes Kranenburg en Marijchjen Roelefs. Geboren in Scharmer.
# GKH

Harke Hindriks Kranenburg (1748-1808*)
Gedoopt NH 7.4.1748 te Scharmer. Zoon van Hindrik Harkes Kranenburg en Engel Ypes Stedema.
Huwt 10.3.1776 te Scharmer met Jantje Hinderiks, geboren te Cropswolde.
Udh: Hinderick Harkes (1778) en Jan Harkes (1780)
# GKH

Harlingen
** Cranenburgh Wynaldum, Xx van Cranenburch (gb 1511), Pieter Kranenburg (gb 1745), Ritske Kranenburg (gb 1755), Aaltje van Kranenburg (gb 1805)

Harm~
** Herman~

Harman~
** Herman~

Harmina Kranenborg (1759-1819*):
Dochter van Gerrit Kranenborg en Wilmina Janknegt in Lochem.
Gedoopt 5.10.1759 in Lochem.
# DTB Lochem (JNZ 29.12.08)

Harmke~
() Harmke, Hermke, etc

Hermken op Gulen Kranenborch (1678-1738*)
Dochter van Hermen op Gulen Kranenborch en NN.
Gedoopt 2.6.1678 in Zutphen", i.c. Ruurlo.
** Zutphen, Weulen Kranenbarg
# DTB Zutphen, JNZ, KBG

Harmken Kranenberg (1724-1784*):
Dochter van Derck Kranenberg en Albertjen Alberts. Gedoopt 19.3.1724 in Vorden.
Op 28.9.1743 wordt een onecht kind van haar begraven in Vorden.
# DTB Zutphen, JNZ, Overlijden NDG Vorden 1726-1757

Harold Church Kranenberg (1901-1984)
Zoon van Geert Kranenborg en Mary Sofia Larson in Grand Rapids USA.
Geboren 12.4.1901 in Grand Rapids. Aldaar overleden 31.12.1984.
Ghm Ethel Alice McClung.
Udh: Donald McClung Kranenberg (gb 1928 Grand Rapids).
# PKG

Harrint de Craneborch (1400*-1460*):
Heet in feite Harrint van Cronenburg. Bron Armorial de la Paix d'Arras (2006) schrijft:

mesr harrint de / craneborch ... chief {Or lion Sa; Or lion Gu; =;=}
...
Harrint van Cronenburg. Member of a bastard line of the counts of Hainaut-Holland (Avesnes).
...
M.a.w.: Harrint stamt uit een bastaardlijn van de Beierse graven van Holland.
Wapen: op goud een zwarte en een rode leeuw.
** Kronenburg~
# Armorial de la Paix d'Arras (A roll of arms of the participants of the Peace Conference at Arras 1435; Steen Clemmensen, Heraldiske Studier 4, Copenhagen 2006)

Harry Robert Kranenburg (gb 1948):
Zoon van Gerrit Kranenburg en Teuntje Grada Wolven te Arnhem.
Geboren 10.3.1948. Woont in Velp. Heeft daar sinds 1985 het bedrijf Kranenburg AssurantiŽn. Hij verkoopt dit bedrijf in 2000. Het bedrijf wordt dan opgesplitst in de bedrijven Kranenburg AssurantiŽn te Velp Gld en Kranenburg Verzekeringen te Huissen.
** Kranenburg Velp
# HRK

Havezates:
Havezates of gewoon zates zijn van oorsprong boerderijen. Door economisch succes krijgen deze boerderijen economische macht en daardoor ook bestuurlijke macht in de vorm van vast stem- en kiesrecht in het locale bestuursorgaan. Hierdoor wordt hun macht in feite nog groter. Een ander recht dat ze krijgen is het recht om een gracht te graven rond hun boerderij. Dit is een beveiliging van hun hoeve, maar ook een statussymbool. Door deze accumulatie van macht mogen ze op een gegeven moment ook versterkte muren bouwen rond hun hoeve. Zo groeien vele havezates geleidelijk uit tot kastelen en wordt hun macht nog groter. Hierdoor kunnen ze zelfs Heerlijke Rechten verwerven, zoals visrecht, duivenslag, zijlrecht en zwanendrift. De oudste havezates zullen dateren van circa 1100nC en zijn vrijwel zeker geÔnspireerd door de mottekastelen, die uit de 8e eeuw dateren en een ringgracht hebben. Later zijn daaruit vaak kastelen ontstaan.
** Motte, Borg, Kastelen, Heerlijke Rechten

Hazerswoude
Gemeente in Zuid-Holland waar zeker sinds de 16e eeuw vele Kranenburgs~ wonen. Opmerkelijk is dat Hazerswoude naar zeggen tot 1816 een wapen voert gelijk aan dat van de tak Van Cranenburgh Amsterdam: op een zilver veld een zwarte rechter schuinbalk beladen met drie zespuntige sterren van goud. Na 1816 wordt de zwarte schuinbalk veranderd in rood. Officieel heet het dat Hazerswoude het wapen heeft overgenomen van Nicolaas van Mathenesse, die in 1600 Heer van Hazerswoude is geworden. Derhalve zouden de Van Cranenburghs hun wapen kunnen hebben ontleend aan dat van het geslacht van Mathenesse. Het oude wapen van Hazerswoude heeft echter zoals gezegd een zwarte dwarsbalk en is van oudere datum. Derhalve lijkt het meer op het wapen van de desbetreffende Van Cranenburghs. In ieder geval woont er een Claes van Cranenburgh, die leefde van 1590* tot 1650*. Of zijn voorouders daar ook wonen, is echter vooralsnog niet bekend. Gezien het voorgaande, zou dat wel zo moeten zijn.
Een andere optie is een relatie in Warmond, waar al sinds de 15e eeuw zowel Van Cranenburchs~ als Van Mathenesses wonen. Het is echter niet onwaarschijnlijk dat zowel de Van Cranenburghs als de Van Mathenesses hun wapen al sinds de 14e eeuw voeren en dat de relatie tussen beiden geslachten al sinds die tijd in de regio Rotterdam-Hillegersdijk-Bleiswijk bestaat.
** Cranenburg & Mathenesse, Essenburg Hierden, Van Cranenburgh Amsterdam, Warmond
# FRI, DAB

Heather Kranenburg (gb 19--)
Schrijfster. Woont in de USA.
Werk: "Lovin' Bloom" (biografie van Orlando Bloom; Uitg. Ballantine Books, juni 2004; paperback, 128 p; ISBN 978-0-345-47920-4).
# google 3.11.08 (Random House, Inc.)

Hedeby
Historische stad in Angeln.
** Pg Anglicana

Heemraad
bestuurslid in een groot waterschap
# VHN

Heemstede:
Boeren hofstede. GWN: hofstede.
Sommige bronnen menen dat een heemstede het erf is waarop de hoeve staat. Hiervoor zijn echter onvoldoende aanwijzingen te vinden.
# WKE, GWN, DAB

Heer:
In het leenstelsel de titel voor een bezitter van een Heerlijkheid. Ook wel Vrijheer of Erfheer genoemd. Bron HVH (p 464-465) noemt in 1561:

Heer GALEM SEGERS, heer van WASSENHOVEN     VI d.
wegens erfhuur voor een pand aan het Voorhout in Den Haag
...
Myn heer VAN WASSENHOVEN     I d.
wegens erfhuur voor een slopghen aan het Voorhout in Den Haag.
Kennelijk is er een heerlijkheid met de naam Wassenhoven, waarvan de Heer van deze heerlijkheid in 1561 woont aan het Voorhout in Den Haag. Uit dit voorbeeld blijkt dat de titel Heer duidt op het bezit van een heerlijkheid.
# WKP, Wassenhoven

Heerd:
Oude boerderij in Groningen.
Edele heerd:
Algemeen: behuisd en bebouwd land (heerd) van ten minste 30 daimt (= 15 ha). Eigenaar heeft recht om bij toerbeurt een jaar lang redger (rechter) te zijn. De edele heerden zijn vermeld in zgn klauw- of kluftboeken.
PAMA: edele heerd = stemgerechtigde boerderij. De eigenaars van edele heerden bekleden bij toerbeurt het ambt van grietman (bestuurder) of redger (rechter) binnen hun regio.
Een getuigeverklaring in een Buurbrief uit 1588 te Appingedam noemt gewŲlffte Huessenn (overwelfde huizen), waarmee edele heerden lijken bedoeld. Edele heerden zijn echter volgens historici solide stenen huizen, waaronder ook borgen met grachten zijn begrepen. Edele heerden bestaan al vůůr 1327. (Monumenten 7/8-00 p 10) Een gewelfd huis is normaliter een huis met een stenen kelder met gewelfd plafond. Per saldo lijkt de term 'gewelfde huizen' in 1588 te Appingedam niet meer dan een situationele aanduiding van edele heerden aldaar, die toevallig in bezit zijn van een gewelfde kelder van. De gewelfdheid is echter altijd alleen mogelijk bij stenen kelders, die normaliter alleen bij stenen huizen aanwezig zijn. De gewelfdheid is een technisch foefje om de draagkracht van de kelder te vergroten. In die zin kan de gewelfdheid dus nimmer een criterium zijn voor de term edele heerd. Gewelfde kelders bestaan overigens al in 1229. O.a. bij het Binnenhof in Den Haag. (> Dirc I van Wassenaar gb 1195 > Hof van Meilendis)
** Redger, Heerd

Heerlijke Rechten:
Dit zijn rechten die toekomen aan de Heer van een heerlijkheid. Ze vormen de inhoud van een Heerlijkheid. Deze rechten omvatten velerlei. O.a. het recht tot benoeming van locale functionarissen en bewindslieden zoals schout, schepenen, baljuw, rechters, ambtenaren, dominees en pastoors. Daarnaast zijn er het jachtrecht, visrecht, windrecht, tolrecht, veerrecht, belastingrecht, duivenslag, zwanendrift, banrecht, etc.
Een heerlijkheid is niet persť gekoppeld aan grondbezit. Wel omvat het altijd een geografisch rechtsgebied, waarbinnen de heerlijke rechten gelden.
De Heer woont normaliter wel binnen zijn rechtsgebied. Meestal in de nabijheid van de belangrijkst kern (gehucht, dorp of stad). Zelden in de kern zelf.
Heerlijke Rechten worden normaliter gekocht door een leenman of -vrouw van een leenheer. Ze zijn overdraagbaar, waarbij als regel zoons en naaste familie voorrang krijgen.
In 1798 maakt de Bataafse Republiek een eind aan het leenstelsel en worden alle heerlijke rechten afgeschaft.
** Leenoverdracht, Banrecht, Zwanendrift, Windrecht, Jachtrecht, Almenderecht
# WP, DAB

Heerlijkheid
Een Heerlijkheid is een duidelijk begrensde regio waarover 'de heer' gezag en macht beschikt inzake bestuur, rechtspraak en wetgeving. De heer oefent zijn gezag en macht echter uit onder het gezag en de controle van een vorst. Binnen een heerlijkheid van enige omvang of betekenis kunnen zich ook kleinere cq lagere heerlijkheden of lenen bevinden, elk met hun specifieke rechten en heren. Qua omvang varieren heerlijkheden aanzienlijk. De heerlijkheid Odijk omvat nog geen 14 Ha. Dit is een zgn mini-heerlijkheid. (RKR 122) Ook het Krozesteins Gerecht te Zeist is een mini-heerlijkheid met haar 22 Ha.

Oorspronkelijk zijn het alleen edelen die een heerlijkheid bezitten. Vaak nemen ze dan de naam van de heerlijkheid over als hun eigen naam. Dit gebeurt o.a. bij de nazaten van Bartholomeus II van Wassenaar, die zich Van Cranenburg noemen vanwege hun ridderhofstad Cranenburg te Bleiswijk.
In latere eeuwen gaan ook regenten een heerlijkheid kopen. Deze regenten voegen dan de naam van de heerlijkheid vaak toe aan hun eigen familienaam. Zoals bijvoorbeeld Six van Oterleek en Deutz van Assendelft.
Nog weer later worden ook steden soms eigenaar van een heerlijkheid. Zo is Rotterdam in de 18e eeuw eigenaar geworden van de heerlijkheid Bleiswijk.

Er zijn twee soorten heerlijkheden: de hoge en de lage heerlijkheden. In een hoge heerlijkheid heeft de heer hoge jurisdictie, dwz de rechtspraak in zware criminele zaken ofwel halszaken. Vandaar heten hoge heerlijkheden ook wel halsheerlijkheden. In lage ofwel ambachtsheerlijkheden heeft de heer alleen de lage jurisdictie, dwz de rechtspraak in civiele en kleine strafzaken. Verder omvatten ambachtsheerlijkheden ook bestuur en wetgeving.
De rechten van een heer zijn niet overal gelijk. De landsheer kan altijd bepaalde rechten onthouden of meer of mindere voorbehouden toekennen. De zgn heerlijke rechten worden onder voorwaarden beleend of verpand. Daaronder gerekend het benoemen van bestuurders. In hoge heerlijkheden de baljuw en in lage heerlijkheden de schout en schepenen. Verder omvatten de heerlijke rechten: het visrecht, zijlrecht, duivendrift, zwanendrift, etc.
In 1798, tijdens de Bataafse Republiek, zijn de heerlijkheden en heerlijke rechten afgeschaft. Daarvoor komen in de plaats de gemeenten en andere publiekrechtelijke organen op democratische grondslag.
** Heer, Gerecht, VNH
# WP, WKP, DAB

Heiko Cranenburg (1766*-1826*)
Woont in Groningen. Ghm Anna Louiza Loof.
Alias: Heiko Cranenborg
Udh: Geertruid Cranenburg.
++ Kranenborg Groningen

Heiligen
** Hagiografie, Heiligenverering

Heiligenverering
Heiligen worden vereerd om als voorbeeld te dienen voor een vroom en goed leven. Daarnaast echter ook als schutspatronen tegen allerlei onheil en vůůr allerlei goede zaken. Bijvoorbeeld voor een goed en kinderrijk huwelijk (St Andreas). Of tegen het kwaad (St Joris ofwel St George). De heiligenverering gebeurt via teksten, preken, herdenkingen, rituelen, attributen (beelden, iconen en relekwiŽn) en processies. De Roomse Kerk heeft daartoe o.a. een heiligenkalender gemaakt. Elke dag van het jaar heeft een eigen heilige, die op die dag ook wordt herdacht. Tot in de Middeleeuwen worden de dagen van het jaar meestal zelfs genoemd naar de dagheilige, zonder de huidige dagnummer en maandnaam. Alleen het jaartal werd genoemd. Door het werk van de wetenschappelijke hagiografie zijn de heiligen tegenwoordig meer historisch beschreven. Dus ontdaan van vele onware mooiÔgheden.
** Hagiografie, Schutspatronen, Jan Joostz Teding van Cranenburgh

Heiloo
** Cranenburgh Heiloo

Heijltgen Heijnricxsdr Cranenburch (1620*-1680*):
Dochter van Heijnrick Pietersz Cranenburch en Maritgen Meldersdr in Pijnacker.
Ghm Joris Heijndricksz van den Berch.
Erft 11.6.1649 van haar ouders.
Joris en Heijltgen worden genoemd 11.6.1649 (ORA Pijnacker f.72v) ivm een schuld van 200 car.gld aan Andries Claesz en Vranck Pietersz van der Valck, armenmeesters van Pijnacker.
# Testament 11.6.1649 Pijnacker (ORA Pijnacker)

Hein~
** Hendrik~

Heinrik~
** Hendrik~

Helena Kranenburg (1761-1821*):
Dochter van Klaas Teunisz Kranenburg en Marretje Dirksdr van der Neut.
Gedoopt 22.11.1761 te Nieuwkoop.
# DAK, SRM

Helena Kranenburg (1861-1941*)
Geboren op 30.8.1861 in Delfzijl. Dochter van Hendrikus Kranenburg en Elisabeth Boneventura Kempen.
Huwt 10.1.1886 te Groningen met Johannes Hermannus Angela Antonius Eugenius Remmers, geboren 14.11.1857 te Onstwedde, zoon van Antonius Remmers en Margeretha Joanna Herpen. Johannes is smid.
Udh: Margeretha Johanna (1886), Henderikus Hermannus (1888), Antonius Joannes (1889), Elisabeth Boneventura (1891), Angela Anna Helena (1893), Antonius Casper Hendrikus (1895), Anna Petronella (1896), Alegonda Margeretha Emerentiana Henrica (1897-98), Henrica Johanna Emerentiana (1898), Emerentiana Anna Maria (1901), Bernardus Antonius Joannes Franciskus (1902) en Casper Hendrikus (1903). Alle kinderen geboren te Groningen.
# GKH

Hemme Jansz Kranenburg (1665*-1725*):
Vrij zeker een zoon van Jan Harkes Kranenburg en NN afkomstig uit Nieuwolda.
Door Dr Luitjens 'Hemme Janssen' genoemd. Hemme's vader heet dus Jan.
Geboren in Wymeer. Ghm NN. Begraven in Wymeer.
Udh: Jan Hemmes (1700 Wymeer), Grietje Hemmes (1704* Wymeer), Dirk Hemmes (1706 Wymeer), Nantje Hemmes (1708 Wymeer) en Aaltje Hemmes (1715 Wymeer) Kranenborg.
# xs4all.nl 28.11.08, KBG

Hemme Dirks Kranenborg (1727-1809):
Zoon van Dirk Hemmes Kranenborg en Geeske Wubbelts.
Geboren 11.4.1727 in Wymeer/OFrl. Gedoopt aldaar 13.4.1727.
Huwt 1e 1752* Xx
Huwt 2e 4.4.1766 in Wymeer met Mariek Jans, geboren 1735* in Leer/OFrl, dochter van Jan Berents en Xx.
Udh2: Jan Hemmes (1768), Derk Hemmes en Trientie Hemmes Kranenborg.
Hemme overlijdt 25.1.1809 in Bunde/OFrl.
# kranenborg.info 28.11.08, xs4all.08 28.11.08, KBG

Hendersken
** Hendrika~

Hendrik~:
() Hendrick, Henderik, Hindrik, Heyndrick, Hendricus, Henderik, Henrick, Henricus~, Henry, etc

 

Hendric de Crane (1160*-1213*):
Mogelijk een zoon van Halewijn III van Leiden en Jeanne van Arkel, wonend op kasteel Cranenburg in Bleiswijk.
Burchtgraaf van Kuinre. Ghm NN.
Bijgenaamd Hendrik de Craenvogel.
Ook wel genoemd Henric die Crane, Hendrik Kraan, Henricus Grus, Hendrik (I) heer van Kuinre. Genoemd in 1204-13 in oorkonden van de bisschop van Utrecht.
Rechts: Henric de Cranestraat in Kuinre

Omstreeks 1165 bouwt de bisschop van Utrecht een burcht in Kuinre. Hij wil daarmee zijn wereldlijke macht in Friesland uitoefenen. In 1196 wordt de burcht door graaf Willem van Friesland verwoest. Hendric de Crane is in die tijd de burchtheer. Hij is graaf van Kuinre. Na de verwoesting vlucht hij naar Holland, waar hij bescherming krijgt van graaf Dirk, broer van Willem van Friesland. Hendric moet beloven dat Kuinre na zijn overlijden aan de bisschop van Utrecht zal vervallen, als hij geen manlijke nakomelingen heeft. Die heeft hij kennelijk wel, want Kuinre blijft een heerlijkheid onder het graafschap Holland.

In 1204 wordt de burcht van Kuinre herbouwd. Ze heeft echter veel te lijden van aanvallen vanuit zee. In de eerste helft van de 13e eeuw zijn er grote overstromingen langs de hele kunst van de Zuiderzee. Rond 1300 wordt de burcht daarom verlaten. Daarna wordt een nieuwe burcht gebouwd meer landinwaards. Deze tweede burcht heeft een middellijn van 30 meter. Evenals de eerste burcht.

Waarom Hendric de bijnaam Craenvogel heeft, is vooralsnog onbekend. Is het een verwijzing naar zijn appearance of naar iets anders? Als het iets anders is, dan kan het mogelijk verwijzen naar zijn echte naam de Crane. De naam staat dan voor kraanvogel. Interessant is in dezen dat de familienaam Craan~ vaak staat voor Cranenburg~. (> Craen) Het kan dan betekenen dat Hendric de Crane in feite Hendric van Cranenburg~ heet. In dat geval kan hij heel goed een zoon zijn van Halewijn III van Leiden en Jeanne van Arkel en geboren op kasteel Cranenburg in Bleiswijk. Halewijn III is burggraaf van Leiden en dient onder de graaf van Holland. Ook heeft hij goede contacten met de bisschop van Utrecht. Verder is hij o.a. Heer van Cranenburg te Bleiswijk. In deze setting past Henderic de Crane heel goed. Als zoon van Halewijn III kan hij zijn functie hebben gekregen als burchtheer van Kuinre. Niet alleen door zijn maatschappelijke positie, maar ook door kennis en kwaliteiten mbt de functie van burchtheer, die hij uit zijn milieu kan hebben meegekregen. Aangezien de mogelijke nazaten van Hendric de Crane de stichters en bezitters zijn van havezathe Kranenburg in Zwolle (Berkum) en zich ook Van Kranenburg~ noemen, is het dan wel heel plausibel dat Hendric de Crane een zoon is van Halewijn III van Leiden en geboren is op kasteel Cranenburg te Bleiswijk.

De Navorscher (Nederlands Archief voor Genealogie, Heraldiek en Heemkunde, 1879 p 322) noemt een Henrick (Henrich) van Cranenburch (de kraanvogel). M.a.w.: Henrick de Kraanvogel ofwel Hendric de Crane heet in feite Henrick van Cranenburch. Deze these lijkt zeer plausibel, gezien de mogelijke relaties met latere Van Kranenburgs van kasteel Kranenburg bij Zwolle. Bovendien voert het Utrechtse geslacht De Kraane een wapen gelijk aan dat van het geslacht Van Cranenburch Bleyswyck: een kraanvogel, links gekeerd, houdend een steen in de opgeheven rechter poot.
Wapen*: op rood een kraanvogel in goud, links gekeerd, houdend in de opgheven rechter poot een steen in zilver. (> De Crane, De Kraane~)
Zoon: Hendrik I van Kuinre (gb 1230).
Achterkleinzoon*: Xx de Crane (gb 1265).
** Kuinre, Halewijn III van Leiden, Cranenburg Bleiswijk, Xx de Crane, Kranenburg Zwolle, Craen~, De Crane, De Kraane~, Van Cranenburch Kuinre
# GBK, DAB, KBG

Hendrik I van Kuinre (1185*-1245*):
Zoon van Hendric de Crane (gb 1160), burchtgraaf van Kuinre.
Woont in Kuinre. Ghm NN.
Zoon: Hendrik II van Kuinre.
** Hendric de Crane, Xx de Crane (gb 1265), Van Cranenburch Kuinre
# GBK, KBG

Hendrik Theodoricuszn van Wassenaar (1200*-1260*)

Hendrik voert het oudst bekende wapen van het geslacht Van Wassenaar. Van hem is een zegel uit 1237 bekend met daarop zijn wapen. De kleuren zijn niet bekend, maar zijn mogelijk goud op azuur. Die kleuren vinden we namelijk terug in het latere wapen van de Van Wassenaars. Mogelijk heeft het wapen van Hendrik derhalve als volgt uitgezien: Op een veld van azuur vier dwarsbalken van goud met daarover een rood Andrieskruis. Dit wapen vinden we identiek terug in het wapen van de gemeente Beveren in Vlaanderen en in het aangrenzde Verrebroek. Beide regio's waren leengebieden van het geslacht Van Beveren. Het is derhalve
 

denkbaar dat het geslacht Van Wassenaar afstamt van het geslacht Van Beveren uit deze regio's, die in Waasland bij Antwerpen liggen.
De afbeelding hiernaast is een zegelafdruk van het wapen van de oudste Heren van Beveren. De gelijkheid met het wapen van Hendrik Theodoricuszn van Wassenaar is duidelijk te zien. In beide wapens: Vijf donkere banen (azuur) en vier lichte banen (goud), terwijl de banen van het andrieskruis heraldisch links over rechts gaan.

** Van Beveren, Van Wassenaar (wapen), Andrieskruis
# UGW, DAB
 

Hendrik II van Kuinre (1220*-1280*):
Zoon van Hendrik I van Kuinre en NN.
Heer van Kuinre. Ghm NN.
Udh: kinderen onbekend.
Mogelijk Xx de Crane (gb 1265).
Kleinkinderen: o.a. Volrad, Hendrik III en Herman van Kuinre.
** Van Cranenburch Kuinre
# GBK, KBG

Hendrik van Leyden (1224*-1284*)
Burggraaf van Leiden. Ghm NN.
Zoon: Willem van Leyden.
** Van Leyden
# GVB

Hein van Kranenburg (1260*-1347*):
Vrij zeker een zoon van Bartholomeus II van Wassenaar en Vrouwe Godilt van Bleyswyck.
Hein is ghm NN en woont rond 1340 in Brakel, ten westen van de hoeve 'Vijf Gaarden' op 't Over. Aldus vermeldt bron OVG 1987 voor 1333/46.

Bron RHH (Grafelijke Lenen) schrijft in 1317 voor de regio Eikenduinen (sector Cnoepstoc?)

Item ontfaen van den renten van den dunen bi Dirc den jagher ende Heyne den coster    11 £ 2 sc.
Dit moeten wel Dirck van Cranenburg en zijn oom Hein van Kranenburg zijn. In die tijd wonen er meer Van Cranenburgs~ in Eikenduinen en wel specifiek Up de Gheest, de geestgronden ofwel duinwallen van Eikenduinen. Naar de huurprijzen in die tijd aldaar moet het een enorm groot gebied zijn. Ruw geschat circa 82 Morgen, ofwel 73.8 Ha.

Verder meldt bron RHH renten wegens landhure:

jaar/naam
1317 Heyne Coster
1317 Heine Coster
1317 Clays Heynensz
1317 Clais van der Dune
1317 Klais, die coster
1317 Clais Heyne
1317 Dirric Heynen soons kinder  
1317 Dirric Heynen soons kinder
1334 Heyn die coster
1334 Heyne die coster
1334 Herman Dirck Heynensz
1334 Herman Dirc Heynensz
locatie
up den Vene te Eikenduinen
up de Gheest te Eikenduinen
de Meynte te Eikenduinen
up den Vene te Eikenduinen
up den Vene te Eikenduinen
Nuwencoep
up den Vene te Eikenduinen
up de Gheest te Eikenduinen   
up den Nortveen te Eikenduinen   
up die Gheest te Eikenduinen
up den Nortveen te Eikenduinen
up de Gheest te Eikenduinen
bedrag
2 sc.
2½ sc.
35 sc.
22½ d.
8 sc.
28 d.
2 sc.
9 sc. 8 d.
2 sc. 8 d.
15 d.
8 d.
26 d.
 

De gemiddelde huur van land in Eikenduinen is in 1317-1334 circa 3 sc. per Morgen (0.9 Ha).

Uit deze gegevens mogen we concluderen dat Hein koster is en dat hij twee zoons heeft: Clays en Dirric. En zoon Dirric heeft kennelijk kinderen w.o. een zoon met de naam Herman. Verder heeft zoon Clays mogelijk nog land in Nieuwkoop, waar later nog vele andere Kranenburgs~ wonen. Kennelijk is Hein tussen 1334 en 1340 verhuisd naar Brakel.

Gezien zijn status van jager en zijn groot grondbezit, moet Hein een welgeborene zijn die een riddermatig leven leidt. Zijn broer Engelbert I van Cranenburg en diens zoon Dirck van Cranenburg zijn dat ook.

Wapen*: op goud een blauwe kraanvogel, rood gepoot en gesnavel, houdend een steen in de rechter opgeheven poot. (> Van Cranenburch Bleyswyck)
Udh*: Dirric Heynensz, Clays Heynensz, Enghebrecht Heyndricxz van Kranenburg, Gherijt Heinricsz van Kranenburg (gb 1295) en Henricus van Cranenborch (gb 1297).
Mogelijk ook: Willem Heynrixz, Filips Heynrixz en Jan Heinricsz van Kranenburg
Nazaat*: Henrick van Cranenborch (gb 1485; Zandwijk/Almkerk).
** Welgeborenen, Eikenduinen, Henric van die Cranenburgh, Van Cranenburch Bleiswijk, Naamvermelding, In de Crane Den Haag (Huys), Henrick van Cranenborch (gb 1485; Zandwijk/Almkerk)
# OVG 1987 (p 780), LRK (5 fo 75; 28 fo 12 nr 51; 42 fo 90 nr 451), RHH, DAB

Henricus van Cranenborch* (1297*-1357*):
Mogelijk een zoon van Hein van Kranenburg en NN te Brakel.
Woont mogelijk in Arnhem. Ghm NN.
Udh: Grieta Henricusdr van Cranenborch (gb 1332; Arnhem).

Henric van die Cranenburgh (1339-1399*)
Henric is een fictief persoon in een spectacelstuk van de groep 'De Soldeniers' te Bleiswijk. Henric is daarin de jongste zoon van een edelman die een landgoed bezit in de buurt van Rotterdam. Hij is sergeant-1 c.q. aanvoerder van een troep huursoldaten. De vader van Henric is een fervent aanhanger van de Hoeken, maar moet vluchten als de Hoeken worden verslagen door de Kabeljauwen. Hij gaat dan voor enige tijd dienen als militair in het leger van Jean de Givry. De Kabeljauwen bieden hem echter vergiffenis en hij kan terugkeren naar zijn landgoed. Henric wil niet terugekeren en blijft bij Givry. Hij wordt een landjonker.
In feite is Henric afgeleid van een bestaand figuur uit het geslacht Van Cranenburgh uit Bleiswijk. Wie is nog niet duidelijk. Vader van Henric is echter ipso facto Engelbert van Cranenburg (1270*-1350*), die bij de geoorte van Henric in 1339* op Cranenburg Bleiswijk woont.
In het spectacelstuk speelt Menno Brouwers de rol van Henric. Menno is voorzitter van 'De Soldeniers', dat als alter-ego 'Compagnie van Cranenburgh' heet. Menno woont zelf in Bleiswijk en heeft als hobby Levende Geschiedenis met speciale interesse voor middeleeuwse oorlogvoering, de hoofdmotivatie voor het aanvaarden van zijn rol als Henric van die Cranenburgh.
** Florenc van Cranenburgh, Compagnie van Cranenburgh, Hein van Kranenburg
# Menno Brouwers te Bleiswijk

Heynric Enghebrechtsz van Kranenburg (1345*-1398):
Zoon van Enghebrecht Heyndricxz van Kranenburg en NN in polder Rotterban te Hillegersberg.
Vermeld in bron RGL (p 151) in 1390 ivm leen van 7 morgen land met daarop een woning in polder Rotterban te Hillegersberg bij dode van zijn vader Enghebrecht Heynricxz.
Dochter: Godelt Heynric Ehghebrechtsdr van Kranenburg.
** RGL/151

Henrik van Cranenborch (1380*-1460*):
Mogelijk een zoon van Jan van Cranenborch (gb 1345) en Margriet Starkenborch van Boeschot. Woont in Den Bosch. Ghm NN.
Vermeld 5.9.1447 als poorter van Den Bosch samen met Henrick Caudeoven ivm verklaring dat Arnt, zoon van Ygram Pangelaert, een geboren poorter is. (Den Bosch R. 1217 fol 423v)
Udh: Dirk Henriksz (gb 1410), Gerrit Henriksz (gb 1413), Mattheus Henriksz (gb 1415).
Mogelijk ook Cole (gb 1420) van Cranenborch.

Heyndrick van Cranenburch (1393*-1453*):
Zoon van Xx van Cranenburch (gb 1358) en NN te Leiden*.
Wordt genoemd 1426 in bron "Van der lande ende graefscepe van Vlaanderen van den jarren 405 tot 1492" (Brugge, 1639):

1426. verblijde ende verheuchde in dezer victorie, slaende al haer capiteynen, ridders, dieder principalick cause of gheweest hadden, als Jan van Wassenaere, Jan van Langherack, Heyndrick van Craneburch, Everaert die bastaert van Hollant, Dierick van Merwede, Gheeraert Poelgeest ende Aernoudt van Ghendt. Deze zaken al overleden zijnde, vrau Jacoba liet tomtgonnene belecht van Haerlem varen, ende keerde weder met grooter triumphe binnen harer stede van der Gauwe ...
Heyndrick en de andere genoemden zijn kennelijk in 1426 tot ridder geslagen door landsvrouwe Jacoba van Beieren na de overwinning te Haarlem. De genoemde personen wonen allen in en rond Leiden.

Genoemd in de Kroniek van Holland ivm het beleg van Haarlem in 1428 ten tijde van landsvrouwe Jacoba van Beieren:

Quod cum domina Iacoba intellexit, praecepit castra tolli, & properabant eis obviam&, venerunt usque Alphen super Renum prope Leydis, & illi de Leydis obviaverunt ibi, & ingravatum est bellum, & domina Iacoba praesens ibi fuit. Et ibi fuerunt milites creati a domina Iacoba Iohannes Wassenaer, Iohannes Langerack, & Henricus Cranenburch, ..., Gerardus de Poelgeest, ... Et interfecti suint quingenti viri, & LXXX cives de Leydis. Et hoc bellum contigit in profesto Philippi et Iacobi, & domina Iacoba peerexit cum triompho in Goudam.
Hendrik wordt dus genoemd een edelman (milites) uit Leiden. Waarschijnlijk heeft hij de titel van jonkheer.
** Jacoba van Beieren (gb 1401), Titels
# Google 14.2.2010, KBG

 
Hendrik van Wassenaar (1400*-1447)
Zoon van Filips V van Wassenaar en Maria van Egmont.
Ghm Catharina van der Aa van Gruythuysen. Burggraaf van Leiden 1428-1447.
Udh: Jacob, Filips VI en Jan I van Wassenaar.
** Van Cranenburch Dever
# HVW

Heynric Jansz van Cranenburg* (1405*-1475*)
Mogelijk een zoon van Jan van Cranenburg (gb 1375).
Zegelt 13.3.1450 ivm verkoop van 2.5 morgen land door zijn oom Willem Engebrechtsz van Cranenburg (GA Leiden/Archieven Kloosters 29).
Vermeld 11.3.1468 in een acte waarin Jan Engebrechtsz van Cranenburg* erkent schuldig te zijn aan Heynric Jansz een rente van 20 schellingen Hollands per jaar, gaande uit zijn huis in de Kerckstraet in Den Haag (AKD p 418).
Zoon*: Engel Hendriksz van Cranenburg (gb 1432).
# AKD, HGE

Hendrik van Cranenburgh (1480*-1540*)
Er is een schilderij gevonden voorstellende 'Een gevel van een huis' geschilderd door ene Hendrik van Cranenburgh. Dit schilderij wordt gedateerd op 1517(??).

Henrick van Cranenborch (1485*-1530*):
Mogelijk een nazaat van Hein van Kranenburg (gb 1260; Brakel).
Woont in Zandwijk bij Almkerk (Land van Altena). Ghm NN.
In 1520 vermeld als belastingplichtige in het Oude Land van Altena. Dat betekent dat hij moet meebetalen aan het onderhoud van de ringdijken rond het Land van Altena. Hij is aangeslagen voor 3 morgen land.
Alias: Hanrick van Cranenborch.
Udh: zeker 1 kind (gb 1520*).
** DBA
# De 16e eeuwse dijkboeken van het Land van Altena (Dr J. de Kloe, Zaltbommel, 2004-06)

Heijnrijck Claesz van Cranenburch' (1503*-1563*):
Mogelijk een zoon van Claes Engelbrechtsz van Cranenburch (gb 1467) en NN te Maasland.
Woont in buurt Catwijck te Pijnacker. Ghm NN.
Vermeld in bron TPP:
1553: Heijnrijck Claesz. bruijct van Michiel Dircxz. upte Leede XIII hont om VII £ X st. Idem bruijct noch van meester Vincent Dammasz. rekenmeester in den Hage twee mergen om VII £ X st. Idem bruijct noch als eijgen after Catwijck ende after Nijencoep negen mergen getauxeert voor XVIII £ XVIII st. [doorgehaald: Idem bruijct van de K.Mt. XĹ hont om IIII £ ofgetogen die II delen voor de exemptie, blijft XXVI st. VIII p.] [marge: Dit staet upte naem van Huijbrecht Engelsz. ergo daer slagen.]
Compt voor den Xen penninck III £ VII st. VIII p. Ĺ
Heijnrijck Claeszs. huijs [in Catwijck] getauxeert siaers voor VI £.
1557: Heijnrijck Claesz. bruijct van Michiel Dircxz. tot Pijnacker XIII hont gelegen voor Catwijck om IX £. Idem bruijct noch van Johan de Heuijter binnen Delft II mergen gelegen voor Catwijck om XI £. Idem bruijct noch als eijgen VIĹ mergen gelegen after Catwijck getauxeert voor XIIII £ XII st. VI p. Somme XXXIIII £ XII st. VI p. compt voor den Xen penninck III £ IX st. III p.
Heijnrijck Claeszs. huijs [in Catwijck] voor VI £ siaers compt XII st.

totaal grond 1553: 8Hont+2Morgen+9M+10.5H+=11M+18.5H=11M+3M= 14 morgen
totaal grond 1557: 13Hont+6.5Morgen=2.1M+6.5M= 8.6 morgen
Heijnrijck heeft in 1557 dus 5.4 morgen minder land. Hij is dan 54 jaar. Mogelijk is hij dus aan het afbouwen.

Udh': Adriaen Heijnrijcxz (gb 1530), Jan Heijnrijcxz (gb 1532), Quirijn Heijnrijcxz (gb 1533), Willem Heijnrijcxz (gb 1535), Harman Heijnrijcxz (gb 1536) en Pieter Heijnrijcxz (gb 1537) van Cranenburch.
** Cranenburch Pijnacker
# TPP, KBG

Hendrick van Cranenburch (1525*-1600*):
Mogelijk een zoon van Jan van Cranenburch en Anna van Speulde.
Vermeld:
6.6.1568: Geus. Broer van Johan van Cranenburch (gb 1520), burgemeester van Harderwijk. Gewezen dienaar van de heer van Toulouse. Woont in Harderwijk. (GAA/HGZ ivn 990)
15.7.1597: ivm getuigenis tegen Wendelmoet Ridder. (GAA/HGZ tgn 0124 ivn 1006)
Plaatje rechts: een tinnen figuur voorstellend een Geus met de Geuzenvlag (Geus).
=* Henrick Cranenborch (gb 1528; Almen)
** Geuzen
# archieven.nl 28.9.08, KBG

Henrick Cranenborch (1528*-1588*):
Woont in Almen, circa 6 Km oost van Zutphen. Ghm NN.
Vermeld 8.2.1583 ivm opdracht van het Hof van Gelre en Zutphen (HGZ) aan de stadhouder van schoutambt Zutphen om Henrick ter Mollen in Almen te gelasten aan Henrick Cranenborch jaarlijks 12 daalders te betalen ten behoeve van diens zoons. (GAA/HGZ tgn 0124 ivn 927)
Gezien de opdracht van het HGZ mogen we concluderen dat:
- Henrick en zijn zoons wonen in Almen of daaromtrent.
- Zijn zoons zijn kennelijk nog niet meerderjarig, doch oud genoeg om op een beplaade (nog onbekende) grond een jaarlijkse uitkering te ontvangen. Voor die tijd toch zeer opmerkelijk. Zeker omdat het HGZ daartoe opdracht geeft.

Gezien de tijd-regio-milieu optiek is Henrick Cranenborch mogelijk dezelfde als Hendrick van Cranenburch (gb 1525 Harderwijk), die vrij zeker een zoon is van Jan van Cranenburch en Anna van Speulde. Deze Hendrick is een Geus en wordt in diverse bronnen genoemd. Zijn broer is Johan van Cranenburch (gb 1520), burgemeester van Harderwijk. E.e.a. kan verklaren waarom Henrick in 1583 van het Hof van Gelre en Zutphen jaarlijks 12 daalders krijgt ten behoeve van zijn zoons. De donatie kan verband te houden met het feit dat Hendrick/Henrick actief heeft deelgenomen aan de strijd tegen de Spanjaarden. Bijvoorbeeld als nabetaling wegens verrichte diensten.

Udh: enige zoons, geboren circa 1550-75.
• zoon 1 (gb 1558): =' Jongen Cranenborch in Almen'. Normaliter erft de oudste zoon de ouderlijke woning + erf i.c. in Almen. Mogelijk heeft hij een zoon die de stichter (1620) is van hoeve Cranenborgh in het aangrenzend Klein Dochteren en de vader is van Henrick Cranenborgh (gb 1625). (> Cranenborgh Lochem)
• zoon 2 (gb 1562): =' Albert ten Kranenbargh (gb 1563; Beltrum), stichter (1590) van hoeve Cranenborg te Beltrum. (> Beltrum)
• zoon 3 (gb 1565): =' Christian Kraneborch, wonend in regio Zutphen, waaronder Vorden valt. Mogelijk is hij de stichter (1595) van hoeve Cranenborg aldaar. (> Kranenburg Vorden)
** Cranenborgh Lochem, Hendrick van Cranenburch (gb 1525; Harderwijk), C5 Opitek
# archieven.nl 28.9.08, KBG

 
Hendrik van Cranenborch (1530*-1590*):
Mogelijk een zoon van Theodorus van Cranenborch in Den Bosch.
Is zilversmid in Nijmegen. Levert o.a. in 1570 twee gouden koppen aan de stad Nijmegen om als geschenk te dienen.
De Van Cranenborchstraat in Nijmegen is 20.5.1959 naar hem vernoemd. De straat ligt in de Zilver- en Goudsmedenbuurt (wijk 8).
# Stratenlijst Nijmegen 2005 deel V

Henricus Cranenburch (1554*-1624):
Mogelijk een zoon van Mathijs Gerritsz van Cranenburch (gb 1519) en NN te Dordrecht.
Henricus is Mr, woont in Rotterdam en is gehuwd met Janneken van der Nieuwstadt, dochter van Franssoys van der Nieuwstadt in Vlaanderen. Henricus is conrector van de Latijnse School in Rotterdam. Zijn gage bedraagt 450 gulden per jaar plus het gratis gebruik van een woning van de school.
Henricus schrijft een lofdicht ter ere van Pieter Carpentier, rector van de Latijnse School, in zijn 'Elegantorium latinae orationum ramus aureus' (Rotterdam 1604). Ook schrijft hij er een op J. van de Velde in het 3e deel van zijn 'Spiegel der Schrijfkonste' (Rotterdam 1605).
Henricus noemt zich Scholac Rott. didasc. primus. In 1606 volgt hij Philips Lasson op als conrector en krijgt hij 7 mei 1613 verhoogd salaris. Tijdens de ziekte van Carpentier neemt Henricus het rectoraat waar tot in 1620 Jacob Beeckman tot rector wordt benoemd. Hij schrijft nog een 'Epithalamium in ruptias Cl. D. Jacobi Arsenii J.U.D.'. Henricus overlijdt op 22.8.1624 te Rotterdam.
Schrijfwijze van de naam blijkt uit een tekst van Henricus' opvolger Beeckman als conrector:

Anno 1624, den 26en Augisti (also onsen conrector van Rotterdam, Henricus Cranenburch, overleden den 22en dito), hebbe ick, Ö
In 1620 is Henricus voogd van Janneken ivm een erfenis van haar vader.
Alias: Heynrick Cranenburch
Udh: Franciscus Cranenburch (gb 1579)
Mogelijk ook Melchior van Cranenburgh (gb 1586), Anna Hendricx Kranenburgh (gb 1588), Hendrik Cranenburg (gb 1590) en Antonnis Xzn Cranenburgh (gb 1599).
Zuster Henricus: Marya Cranenburch
** Cranenburch Dordrecht
# NBW, ONAR (ivn 88 12.4.1620), KBG

Hendrick Xzn van Kraenneburg (1555*-1615*):
Woont in Dordrecht*. Ghm NN.
Dochter: Machtelt Hendricksdr van Kraenneburg (gb 1590; Dordrecht).

Henrick van Cranenburch (1560*-1630*)
Mogelijk een zoon van Johan van Cranenburch (gb 1520) te Harderwijk.
Broer van Margritta van Cranenburch.
Huwt 10.4.1598 te Harderwijk op huwelijkse voorwaarden met Geertruijdt Janssen, met wie hij al vele jaren samenleeft en bij wie hij reeds kinderen heeft verwekt.
Op 3.6.1612 burgemeester van Harderwijk.
In 1620 vermeld in de Civiele Processen van het Hof van Gelderland (1620 VI).
Wapen: Op goud een blauwe kraanvogel (reiger*). Helm: een dito kraanvogel met open zijwaards gestrekte vleugels (vlucht).
Udh: Gerardus, Jannitgen en Anna.
Mogelijk ook Dirck Xzn van Cranenburch (gb 1595) te Veenendaal en Gerritgen van Craenenborch (gb 1590) te Harderwijk.
** Kranenburg Harderwijk, FW Van Cranenburch Harderwijk, Gerardus van Cranenburch
# HCM

Heinrik Claasz* van Cranenburch (1561*-1621*)
Mogelijk een zoon van Claas Claasz Cranenburgh uit Warmond.
Geboren in Amsterdam. Ghm NN.
Zoon: Jan Heinricsz van Cranenborch (gb 1596).
Mogelijk ook Herman Heinriksz* van Cranenborch.
** Van Cranenburgh Amsterdam

Hindrick Claesz Cranenburgh (1567*-1627*):
Vrij zeker een zoon van Claes Thijsz Cranenburgh te Groningen.
Mogelijk is hij herbergier en eigenaar van herberg/boerderij Kranenburg te Groningen. Het Gildeboek der Herbergiers en Tappers van Groningen begint pas in 1667. Vooralsnog is derhalve e.e.a. helaas niet te verifieren.
Wel vermeldt bron GGW (1766) dat op 30.7.1651 de weduwe van ene Hendrick Claesens Brouwer eigenaar is van een graf in de Broerkerk te Groningen. Het is niet uitgesloten dat we hier met het graf van Hindrick Claesz Cranenburgh te maken hebben.
1. De naam Brouwer zegt hier mogelijk dat Hendrick Claesens een brouwer was. Zulks gebeurt op diverse plaatsen in bron GGW. O.a. bij de namen Koperslager en Koeckenbacker. We hebben derhalve niet persť met een familienaam Brouwer te maken, hoewel die in Groningen wel voorkomt.
2. Het is in die tijd al heel gebruikelijk dat brouwers zelf herbergen bezitten.
3. In de Broerkerk zijn in 1572-1650 diverse graven eigendom van Kranenburgs~.
Mogelijk zijn derhalve Hindrick Claesz en Hendrick Claesens een en dezelfde persoon.
Huismerk*: 261 GGW.
Zoons: Jan Hindricks (gb 1600) en Tonnis Hindrix (gb 1605) Kranenburg.
Mogelijk ook Egbert Hindricks Kranenburg (gb 1603).
** Kranenburg Groningen (boerderij), Broerkerk Groningen
# GGW

Hindrick Xzn Kranenburg (1567*-1627*)
Mogelijk een zoon van Claes Thijsz Cranenburgh te Groningen.
Woont in Groningen. Ghm NN.
Zoons: Jan Hindricks (gb 1600) en Tonnis Hindrix (gb 1605) Kranenburg.
** Hindrick Claesz Cranenburgh

Heijnrick Pietersz Cranenburch (1572*-1648):
Vrij zeker een zoon van Pieter Heijnrijcxz van Cranenburch (gb 1537) en NN in de buurt Catwijck te Pijnacker.
Woont in Pijnacker. Ghm Maritgen Meldersdr (Maritgen Pietersdr Melder?).
Uit de acte van boedelscheiding van 26.4.1648 blijkt dat Heijnrick en Maritgen reeds zijn gestorven en dat dochter Trijntgen meerderjarig is. Dochter Heijltgen is in 1649 getrouwd en derhalve mogelijk meerderjarig.
Udh: Heijltgen Heijnricxsdr en Trijntgen Heijnricxsdr Cranenburch.
** Cranenburch Pijnacker
# Testament 11.6.1649 Pijnacker (ORA Pijnacker ivn 120)

Hendrik Cranenburg (1590*-1655*)
Mogelijk een zoon van Henricus Cranenburch te Rotterdam.
Hendrik voert de titel Meester.
Woont in Rotterdam. Ghm Jannetje Franssen.
Jannetje overlijdt te Rotterdam en wordt aldaar begraven op 3.4.1650.
Zoon*: Jan Kranenburg (gb 1623).
=* Xx van Cranenburch (gb 1604; Rotterdam)
# DTB Rotterdam (ivn 44)

Henderick op de Cranenborch (1600*-1660*):
Vrij zeker een zoon van Christian Kraneborch en NN te Zutphen.
Woont in Vorden. Vrij zeker op boerderij Kranenburg. Ghm Webbe.
Vermeld in NDG Lidmatenboek Vorden 9.4.1637: Henr. op de Cranenburch en Webbe sijn Vrou.
Vermeld in NDG Doopboek Vorden bij de doop van dochter Griete en zoon Berent.
Alias: Henrick op de Craenenburch/Cranenburch
Kinderen: Gerrit, Griete en Berent op de Cranenborch en Wendel op Kranenborg.
** Kranenburg Vorden
# DTB Zutphen, NDG Lidmatenboek Vorden 9.4.1637, NDG Doopboek Vorden, JNZ, KBG

Hindrick Theis Kranenburg (1600*-1680*):
Vrij zeker een zoon van Thijs Claesz Kranenburg en NN uit Groningen/Scharmer.
Woont in stad Groningen en is gehuwd met Greetien Titsincks, aldus GGW 4869 bij Huismerk 717 dd 14 maart 1637. Dit huismerk is het meesterteken van Hindrick. Hindrick is namelijk koperslager en is olderman (voorzitter) van de Koperslagersgilde. Als zodanig is hij vermeld in het Gildeboek der Koperslagers te Groningen Anno 1663 (GGW 120).

Op nevenstaande afbeelding is Hindricks meesterteken te zien. Het centrale teken lijkt volgens de letterhistorie het meest op een C, die is afgeleid van de Klassiek Griekse gamma (C). De onderste dwarbalk is een generatieteken, dat niets heeft te maken met het centrale letterteken. Gezien de overige feiten lijkt dit zeer aannemelijk.
> Familiewapens (merken en initialen), Gamma, GXW
 
De schrijfwijze van de naam met een C is voor die tijd meer normaal dan met een K. Ook de oorspronkelijke Kranenburgs in Groningen schrijven de naam meestal met een C. Bijvoorbeeld Lambertus Derks Kranenborg (1705*-1775*), die waarschijnlijk een kleinzoon is van Hindrick. In een kerkrekening van Zuidbroek anno 1760 wordt zijn naam geschreven als Lambertus Cranenburg. De vervanging van de C door een K komt in heel Nederland pas in de loop van de 18e eeuw geleidelijk in zwang. Bij de invoering van de Naamwet in 1812 wordt dan massaal overgeschakeld op de K.

De schuine balk met haaks daarop het kleine balkje in het meesterteken van Hindrick lijkt volgens de letterhistorie erg sterk op de letter T. Dit kan in dit verband staan voor Thijs. Het meesterteken symboliseert dan Thijs Cranenburg. We hebben echter te maken met Hindrick Theis Cranenburg en mogen dan een H verwachten ipv een T. Dit kan betekenen dat het meesterteken van Hindrick identiek is aan het huismerk van zijn mogelijke vader Thijs Claesz Cranenburg. Volgens de regels van de huismerken immers nemen de zoons het huismerk van hun vader over. De oudste zoon in ongewijzigde vorm, de andere zoons met een kleine variatie. Dit zou weer betekenen dat Hindrick Theis de oudste zoon is van Thijs Claesz Kranenburg.

Gezien de aard van meestertekens en de verwante huismerken is het goed mogelijk dat de voorouders van Hindrick en Thijs dit meesterteken in een variante vorm reeds gebruiken als huismerk of meesterteken. Dat betekent dan dat ook deze voorouders de naam Cranenburg voeren. Verder kan het betekenen dat het meesterteken of huismerk ongewijzigd is overgeerfd van vader op oudste zoon. De oerbedenker van het huismerk moet dan T. Cranenburg hebben geheten. Dit kan zijn Thijs~ of Theodorus, of ...? Het kan ook zijn dat het meesterteken van Thijs een variatie is op het centrale teken C. Thijs is dan niet de oudste zoon van zijn vader, maar een daaropvolgende zoon. Hiervoor pleit dat de tweede zoon volgens de regels van de huismerken een extra balkje onderaan toevoegt, de derde zoon twee extra balkjes, etc., of hij voegt een apart teken toe aan het centrale teken.

Gezien alle feiten en mogelijkheden lijkt het gerechtvaardigd te concluderen dat we te maken hebben met het meesterteken van Hindrick Theis Cranenburg dat identiek is aan het huismerk van zijn vader Thijs Claesz Cranenburg en dat Hindrick Theis de oudste zoon is van Thijs Claesz Cranenburg. Over de vraag of Thijs zelf de oudste zoon is van zijn vader of niet en of we hier te maken hebben met een oeroud familieteken, ontbreekt de nodige kennis om daarover nu al een verantwoorde uitspraak te doen. Het enige wat mogelijk is, is dat het centrale teken C in het meesterteken/huismerk van veel oudere datum is. Dit staat dan mogelijk voor de naam Cranenburg~.

De vader van Thijs Claesz Kranenburg is vrijwel zeker Claes Thijsz Cranenburgh, een scheepsbouwer uit Holland. Als dit op waarheid berust, dan kan het centrale teken C (gamma) ook een winkelhaak voorstellen. Claes Thijszoon is scheepsbouwer en een winkelhaak is een vast stuk gereedschap bij scheepsbouwers annex timmerlieden. Zeker in die tijd als schepen nog van hout zijn. Ook kan de C een dubbele betekenis hebben, namelijk zowel de C van Cranenburgh als de winkelhaak. Het kan een grapje zijn van Claes Thijszoon, maar evengoed kan het toeval zijn.

Als het centrale teken C of gamma inderdaad aan de oudste Cranenburghs zijn toe te schrijven, dan opent zich een nieuwe optie over de herkomst. Zowel het teken C als de winkelhaak beelden een scherpe hoek uit. Volgens een oud familieverhaal (Kranenburg Scharmer) is de naam Kranenburg afkomstig van een boerderij of borg in een kronkel van een rivier. Bij het item Borg Kranenburg in dit Lexicon is gepoogd deze borg te localiseren. Alles wel beschouwd vormt kasteel Cranenburg te Eikenduinen de meest reŽele optie. Het centrale teken kan derhalve in principe drie betekenissen hebben: 1) de letter C van Cranenburg, 2) de winkelhaak van Claes Thijszoon Cranenburgh en 3) de scherpe bocht in de Haagse Beek waar kasteel Cranenburg Eikenduinen ooit stond. De combinatie van optie 1 en 2 lijkt in dit geval goed mogelijk. Een dubbele beteknis dus. Optie 3 lijkt echter dan op een leuk toeval.

Hindrick en Greetien erven van Willemtien Jans by der Apoort. Gezien haar naam moet Willemtien in de buurt van de Apoort in Groningen hebben gewoond. Zij koopt in ieder geval rond 1616 twee grafplaatsen in de Broer- of Academiekercke in deze stad, wat aangeeft dat ze nogal vermogend is. Waarschijnlijk wonen Hindrick en Geertien eveneens vlakbij de Apoort, niet ver van de Kranebrug. Daar woonde zeer waarschijnlijk Thijs Claesz Kranenburg (alias Tijs Kranenbrugghe), mogelijk de vader van Hindrick.
Mogelijk zijn Hindrick en Greetien later weer verhuisd Harkstede/Scharmer, waar hun kinderen wonen.
Alias: Hindrick Tyes
Udh*: Jan Hindrix, Claes Hindrix, Jacob Hindrix, Albert Hindrix, Watse Hindrix, Coert Hindrix, Egbert Hindrix, Focco Hindrix, Popco Hindrix en Hiskias (gb 1635) Kranenburg.
** Meestertekens, Huismerken, Winkelhaak, Thijs Claesz Kranenburg, Harcke Jansen Kranenburg (gb 1620; Warffum), Roelof Jansen Kranenburg (gb 1617; Groningen), Jan Thijssen Kranenburg (gb 1590; Scharmer)
# GGW (120, 4851 en 4869), KHF, DAB

Henricus Cranebergs (1605*-1665*)
Mogelijk een zoon van Wesseler Craneborch en Gertrudis NN te Roermond.
Woont in Swalmen. Ghm Anna Sibilla NN.
Udh: Mechtildis Cranebergs (gb 1640) en Sibilla Craneberg (gb 1642).
# KBS

Henrich Cranenborch (1607*-1667*):
Woont mogelijk op hoeve Cranenborg in Beltrum.
Vermeld 1641 en 1643 in bron ORAB (ivn 2).
** Albert Cranenborch (gb 1614; Beltrum), Beltrum (hoeve Cranenborg)
# ORAB

Henrick Xzn Cranenburgh (1608*-1668*)
Woont in Leiden*. Ghm NN.
Zoon: Jacob Henricksz Cranenburgh.
Dochter*: Annetje Hendrikxs van Cranenburgh.
=* Hendrik van Cranenburgh (Rijnsburg)

Hendrick Ruijskens van Craenenborch (1610*-1670*):
Zoon van Ruijsken Xzn van Craenenborch (gb 1575) en NN te Berlicum (NB).
Woont in Berlicum. Ghm NN.
Schoolmeester te Berlicum 1642-1647.
# Heemkundig Tijdschriftenparade 1e kwartaal 1997 (# Tiny Wijgergangs: Aachtemm..., jrg 1 1997, nr i, 6-12)

Hendrik van Cranenburgh (1612*-1672*):
Mogelijk een zoon van Reyer Hesselsz van Cranenburch (gb 1572; Rijnsburg).
Woont in Rijnsburg.
Vermeld op de lijst 'Weerbare Mannen Kustplaatsen 1652/1653' van Ronald van der Spiegel.
Idem vermeld als Hendrick van Craenenburch in 'Monsterrollen van de weerbare mannen in de Hollandse dorpen 1652-1653 Rijnsburg' van Anthonius van der Tuijn te Rhoon.
R* Cornelis van Cranenburgh (Rijnsburg)
=* Henrick Xzn Cranenburgh (Leiden)

Hindrick Jansen Kranenburg* (1621*-1690*)
Mogelijk een zoon van Jan Hindricks Kranenburg (gb 1600) te Scharmer.
Woont mogelijk in 1643 te Warffum waar hij huwt met Trijntje Jansen uit Zeerijp.
Is scheepsbouwer en lid van de Schuitenmakers Gilde te Groningen. Als zodanig is hij anno 1665 hovelinck (bestuurslid) van de Regiment Staf.
Zoons*: Jan Hindrix (gb 1645) en Derck Hindricks (gb 1657) Kranenburg.
# GGW (146i), DTBL Warffum

Hendrik Hermans van Cranenborch (1622*-1682*):
Vrij zeker een zoon van Herman Heinriksz* van Cranenborch en NN.
Bezit een huis in Amsterdam.
Huwt 28.9.1647 te Amsterdam met Neeltje Pieters.
# JKE

Henrick Cranenborgh (1625*-1685*):
Zoon van Xx Cranenborgh (gb 1590) en NN te Lochem*.
Woont "op den Cranenborgh" in Lochem. Ghm NN.
Alias: Henrick op den Cranenborch.
Udh: Jan Henricksz Cranenborgh (gb 1660).
** Cranenborgh Lochem
# DTB Lochem (JNZ 29.12.08), KBG

Hendrik Xzn van Kranenburg (1625*-1685*)
Woont in Warmond*. Ghm NN.
Dochter: Metje Hendriks van Kranenburg.

Hendrick Rutgert van Cranenburch (1628*-1688*):
Zoon van Rutgert van Cranenburch en NN in Rijnsburg.
Afkomstig uit Rijnsburg.
Huwt 6.5.1653 (otr 18.4) te Leiden met Tryntge Jans van Lotteringen.
Udh*: Metje Hendriks van Kranenburg (1660), Lijsbeth van Cranenburch (gb 1661) en Johannes Kranenburg (gb 1668).
# DTB NH (otr) Leiden (ivn 12), RA Leiden

Henrick te Kranenburg (1629-1689*)
Gedoopt te Groenlo op 16.1.1629.
** Groenlo
# DTB Groenlo, JNZ

Hindrik Xzn Kranenburg (1630*-1690*)
Zoon van Xx Kranenburg (gb 1605*) en NN. Woont mogelijk in Loppersum. Ghm NN.
Udh: Dirck Hindrix Kranenburg gb 1665*.

Hendrick Cornelisz Cranenburg (1631-1684):
Zoon van Cornelis Meesz Cranenburgh en Neeltje Jans Stijnen. Gedoopt 21.4.1631 te Warmond. Trouwt 14.11.1656 te Zoeterwoude Geertje Maertens Buur. Woont aan de Middelste Gracht te Leiden. Overleden te Leiden en begraven 7.8.1684 te Zoeterwoude.
Geertje is geboren te Zoeterwoude en overleden te Leiden op 24.5.1704.
Alias: Hendrick Cornelisz Kranenburgh.
Udh: Bartholomees Hendrikxz (van) Cranenburgh (gb 1657)
Mogelijk ook Jacob Hendricxz Cranenburgh (gb 1658), Jannetie Hendricx Kranenburg (gb 1670) en Maertge Hendrix Kranenburgh (gb 1678).
# GVP, KBG, DAB

Henricus Petri Cranenburch (1636*-1696*):
Ouders: Pieter Xzn Cranenburch (gb 1601) en NN te Leiden.
Bron "De Academie te Leiden in de 16e, 17e en 18e eeuw" (p 42; Gilles Dionysius, e.a.; Kruseman & Tjeenk Willink, 1875) schrijft:

Hierop naderde Henricus Petri Cranenburch, geboren te en genomineerd door Leiden, oud 14 jaren, den regent en sprak hem, na behoorlijke reverentie en eerbiedinge, dus (in de Lat. taal) aan:
Heer Regent, Het heeft den E. Heeren Staaten van Holland en West-Friesland ...
De overige tekst mbt Henricus is helaas vooralsnog niet bekend.

Genoemd in Reg. der Triviale Scholen te Leyden, GAL, Secreatairaats Archief.

NB In de 17e eeuw gaan kinderen al op hun 14e jaar studeren aan de universiteit. Soms zijn ze dan al op hun 20ste gepromoveerd jurist of arts. Aldus Prof. Dr. B. Smalhout in De Telegraaf van 23.10.08. Het feit echter dat Henricus Petri wordt genoemd en geciteerd in genoemde bron, geeft aan dat Henricus kennelijk toch is opgevallen door zekere capaciteiten.
Alias: Henrik Pietersz Cranenburch
** Henri van Cranenburgh (gb 1750)
# Google (10.4.08; 23.8.08)

Henrik Pietersz Cranenburch (gb 1636*)
** Henricus Petri Cranenburch

Hendrik Xzn Kranenborg (1640*-1700*)
Woont in Vorden*. Ghm NN.
Dochter: Geertje Hendriksen Kranenborg.

Hendrick Pietersz Craenenburgh (1642*-1702*):
Zoon van Pieter Cors Cranenburgh en Grietge Hendricksdr. Geboren in Hazerswoude.
Hendrick is 1674 veenman (vervener) te Hazerswoude.
Huwt GK op woensdag 14.1.1665 te Hazerswoude met Claertie Mouringhsdr Hooghwegh/Hoogbrugh, geboren te Hazerswoude. Beiden overleden na 1685.
Alias: Hendrick Pietersz Craen/Kranenburgh.
Udh: kind (NH bg 12.1.1667 Hazerswoude), Elisabeth Hendricksdr (gb 1668 Hazerswoude), Mauringh Hendricksz (gb 1670 Hazerswoude), kind (NH bg 2.10.1670 Hazerswoude), kind (NH bg 7.5.1672 Hazerswoude), Mouringh Hendricksz (gb 1673 Hazerswoude) Craenenburgh.
** Craen~
# MVS, ORA Hazerswoude (35 dd 29.5.1679), GVP, GHA 29.1.09

Hendrick Cranenborg (1655-1715*):
Vermeld 13.4.1675 als getuige ivm criminele zaak bij Landgericht Borculo, samen met Jan Cranenborch.
** Beltrum, Borculo
# ORA Borculo ivn 45

Henricus van Cranenburch (1660-1720*):
Zoon van Dirk van Cranenburch en Agnietje Schimmels.
Geboren 11.4.1660 te Amsterdam.
# JKE

Henricus van Cranenburch (1667-1727*):
Zoon van Dirk van Cranenburch en Aeltie Sicx.
Geboren 21.12.1667 te Amsterdam.
# JKE

Hendrick op Kranenborg (1672-1732*):
Zoon van Wendel op Kranenborg en NN.
Gedoopt op 29.9.1672 in Vorden.
Udh: Elsken Hendriks Cranenberg (gb 1703 Vorden).
# NDG Doopboek Vorden, DTB Zutphen, JNZ, KBG

Hendrick van Cranenburgh (1680-1710*):
Gedoopt 6.4.1680 in Tiel. Zoon van Herman van Cranenburgh en Agnis Wichmans.
Huwt 5.2.1702 te Rotterdam met Francina Brouwer, dochter van Philip Brouwer, veerkapitein in Tiel, wonend aan de Nieuwe Haven te Rotterdam.
Hendrick en Francina laten hun dochters Remonstrant dopen. Ze zijn dus kennelijk zelf ook Remonstrant.
Udh: Alida Kranenburg (gb 1700), Angenieta van Cranenburg (1702-03). Beiden geboren te Rotterdam.
Mogelijk ook Caatje Kranenburg (gb 1703), Jan van Cranenburg (gb 1705), Frans Kranenburgh (gb 1707) en Casper Craanenburgh (gb 1710).
In 1711 woont Francina als weduwe in Zandwijk/Tiel. Zij hetrouwt 13.12.1730 met Olivier van Beusekom (acte 230 NH Kerk in Tiel).
Alias: Hendrik (van) Cranenburg/Kranenburg
# VC300 (p 355), DTB Rotterdam (ivn 15/044; etc)  

Hendrick Jacobsz* Cranenburgh (1681*-1741*)
Mogelijk een zoon van Jacob Dirksz Kranenburg (gb 1649) te Leiden.
Woont aan de Groenesteegh te Leiden en is schoenmakersknecht.
Huwt in 1709 (otr 11.10) te Leiden met Marytge van Laar.
Zoon: Johannes Kranenburg (gb 1721).
# DTB NH (otr) Leiden (ivn 12 fol 180v), RA Leiden

Hendrik Kranenberg (1684*-1744*):
Woont in Vorden*. Ghm NN.
Zoon: Derck Hendriks Kranenberg (gb 1719; Vorden).

Hendrik Willem Cranenburg (1686*-1746)
Geboren in Haaren. Huwt 30.4.1741 met NN te Moergestel.
Overlijdt nov 1748 in Brabant.

Hendrik Bartholomeusz (van) Cranenburgh (1687-1747*):
Zoon van Bartholomees Hendrikxz Cranenburg en Eva Philipsdr Nagtegael.
Gedoopt NG 31.8.1687 in de Hooglandse Kerk te Leiden.
# Dopen in Leiden, DAB

Hendrik Kranenburg (1690*-1766):
Mogelijk een zoon van Nicolaas Cranenburg en Marijtie van Lee te Dordrecht.
Koopt 22.1.1737 van Evert Pappelman voor Fl 250,- een huis achter het Blindenlieden Gasthuis naast de Dwarsstraat te Dordrecht. (ORA Dordrecht ivn 818)
Overlijdt in 1766 te Dordrecht. Aldaar begraven op 24.2.1766 in de grafkelder van de Augustijnen Kerk, grafsteen 72a/b.
Alias: Hendrik Cranenburgh.
# SGA, archieven.nl 28.9.08

Henderick van Cranenburch (1691-1751*)
Zoon van Corstiaan van Cranenburch en Fijtie van Gijsen te Delft.
Gedoopt 18.11.1691 te Delft.
18.1.1728 te Delft doopgetuige bij Hendrik Pleun Rooddecker.
Alias: Hendrik Kranenburgh, Hendrik van Kranenburg.
Dochter*: Josina Hendriks van Cranenburch.
# GA Delft

Henrick te Kraenenburg (1694*-1754*):
Woont in Groenlo. Ghm Fenneken.
Udh: Christina (gd NDG 1729; Groenlo).
# NDG Doopboek Groenlo 1727-32

Hendrik van Craenenburgh (1695-1757):
Zoon van Pieter van Cranenburch en Anna Maria Rijcken. Geboren in 1695 in Amsterdam. Hendrik is kassier.
Huwt 1e 23.5.1720 te Kampen met Johanna Geertruida Rijcken, geboren 4.5.1696 te Amsterdam, dochter van Jacobus Rijcken en Gertruid Beniers. Johanna overlijdt op 27.11.1723 in Amsterdam.
Udh: Jacobus (gb 1721), Anna Maria (gb 1722) en Alida Maria (gb 1723) van Cranenburgh. Allen geboren te Amsterdam.
Huwt 2e 1.10.1724 te Amsterdam met Constantia de Witt, geboren 7.9.1693 te Muiden, dochter van Cornelis de Witt en Anna Maria Idekink.
Hendrik overlijdt te Amsterdam op 6.2.1757. Constantia overlijdt eveneens te Amsterdam en is daar begraven op 21.4.1768.
Udh: Petrus Franciscus (gb 1726), Egidius Cornelius (gb 1728), Johanna Cornelia (gb 1733), Cornelia (gb 1736) en Catharina (gb 1738) van Cranenburgh. Allen geboren te Amsterdam.
** Van Cranenburgh Utrecht, E&H van Cranenburgh Kassiers Amsterdam
# NP 1949 (p 26 ev)

Henrick Kraenenborg (1697-1757*):
Gedoopt in 1697 te Zutphen". Woont in Beltrum.
Ghm Fenneken te Kraanenborg.
Alias: Hendrik Kranenborg.
Udh: Christina (gd NDG 1729 Groenlo), Berent (gd NDG 1732 Groenlo).
# NDG Doopboek Groenlo, DTB Zutphen, JNZ

Hendrik Cranenburg (1700*-1720*):
Geboren in Haarlem. Vaart als matroos met het VOC-schip 'Goudriaan' op 17.4.1720 naar Batavia. Onderweg overleden op 26.10.1720.
# AVOC

Hendrik op Kranenborg (1702-1762*)
Gedoopt op 5.3.1702 te Zutphen. Zoon van Gerrit op Kranenborg en NN.
# DTB Zutphen, JNZ

Hendrik te Cranenborg (1702-1765*)
Geboren in Beltrum (Gld). Zoon van Reiner Cranenburgh en Gerritjen Vrackinck. Gedoopt NH op 5.3.1702 te Groenlo. Woont te Groenlo/Beltrum (Gld). Ghm Fenneken NN.
Udh: 4 kinderen w.o. dochter Stijne te Cranenborg.
=* Hendrik ten Kranenburg (1738")
&& Summaries
# JNZ

Hendrik ten Kranenburg (1703*-1763)
Woont in Haaksbergen*. Getuige bij de doop van Gerrit Kranenborg in 1738.
** Kranenburg Haaksbergen
# JNZ

Hendrik Xzn Kranenburg (1718*-1778*):
Ouders: Xx Kranenburg (gb 1685) en NN te Nieuwkoop.
Woont in Nieuwkoop. Ghm NN.
Genoemd 21.1.1800 ivm begravenis op kosten Gereformeerde Armen van een kind. (DTB Nieuwkoop)
# GHA 29.1.09

Hendrik Kranenberg (1720*-1780*):
Woont in Zutphen. Ghm Aaltjen Smeenks.
Trouwboek Almen: Huwt 2e 4.4.1760 in Almen met Henders Oltfoort, dochter van Steven Oltfoort in Harfsen.
Trouwboek NDG Gemeente Zutphen: Hendrik Kranenberg, weduwe van Aaltjen Sweentjes, wonend onder Zutphen, huwt 20.4.1760 in de NSK Henders Oltfoort, jongedame wonend onder Almen.
Gezien deze vermeldingen lijkt Hendrik geboren in Almen en later verhuisd naar Zutphen.
** Cranenborgh Lochem
# Trouwboek Almen (GRA 5.1.09), Trouwboek NDG Gemeente Zutphen

Hindrik Harkes Kranenburg (1720*-1783)
Zoon van Harke Jans Kranenburg en Hilje Jans te Scarmer.
Geboren rond 1720, waarschijnlijk in Spijk/Gro.
Huwt 23.5.1745 Engel Ypes Stedema, geboren 1724 te Scharmer, dochter van Ype Stedema en Claeske Davids.
Hindrik is landbouwer, maar wordt later vervener.
Hindrik en Engel zijn Nederlands Hervormd. Hindrik is diaken (1775) en schatbeurder (penningmeester) van de kerk.
Van 1772 tot 1782 comparant (volmacht) voor Scharmer op de Groninger Landdag.
Hindrik en Engel bezitten een behuizing en ca. 24 Ha land in Scharmer.
Zij wonen in 'De Burgh', waar ook Hindriks ouders Harke en Hilje woonden, aan de kant van de Hoofdweg, die van Scharmer naar Kolham loopt.
Hindrik overlijdt vůůr 27.7.1782. Engel overlijdt waarschijnlijk in 1797.
Bron VSH noemt in 1786 "Hindrik Harkes wed", eigenaar van 9 akker en 1 gras land te Scharmer. In totaal is dat 18.3 Ha land.
In een acte van 8.12.1797 (RAXVIb4 blz. 123 e.v.; GA) wordt de nalatenschap van Hindrik en Engel verkocht door de erven aan schoonzoon Caspar Scholtens.
Uit het huwelijk van Hindrik en Engel zijn geboren:
Annegijn (10.4.1746), Harke (7.4.1748), Annegijn (11.9.1750), Davijt (19.11. 1752), Hilje (13.7.1755), Clasine (6.3.1758), Jan (6.7.1760), Margijn (20.3.1763), Ype (Ipeye; 25.12.1765) en David (12.5.1768) Hindriks Kranenburg. Alle kinderen geboren te Scharmer.
** Kranenburg Scharmer, Borg Kranenburg Scharmer
# GKS, De Landdagcomparanten der Ommelanden (GA), Archief Hervormde Gemeente Scharmer 1769-1800 (GA)

Hendrik Jan Kranenburg (1722-1782*)
Geboren te Zutphen. Huwt in 1754 te Zutphen met Aaltje Smeinkes (Smeekens).
Udh: Hendrik Jan Kranenburg (gb 1755)
=* Hendrik Jan Kleyn Kranenburg
# Jacob Kranenburg (Pg Forum 1.3.05)

Hendrik Kranenborg (1723-1783*)
Gedoopt te Warnsveld op 10.12.1723.
# DTB Warnsveld, JNZ

Hendrik Jan Kleyn Kranenburg (1726-1788*)
Gedoopt op 29.12.1726 te Zutphen. Zoon van Wander Kleyn Kranenburg en Geertje Jansen Addink.
=* Hendrik Jan Kranenburg (gb 1722, Zutphen)
# DTB Zutphen, JNZ

Hendrik Cranenburg (1727*-1787*)
Mogelijk een zoon van Hermen Kranenborch in Zutphen.
Woont in Zutphen. Later in Rotterdam aan de Wijnstraat naast Wit en Swarte Hondsteeg.
DTB R'dam: Huwt 1752 (otr 18.6) te Rotterdam met Anna Geertruij Keskens (Kesten), wonend in De Groenendaal. Zij overlijdt in Rotterdam en wordt aldaar begraven op 24.3.1756.
Trouwboek NDG Gemeente Zutphen: Jongeman wonend alhier, huwt 19.7.1752 in de Grote Kerk te Zutphen met Anna Geertruijd Keskens, jongedame onlangs gewoond hebbend in Rotterdam, nu alhier.
# DTB Rotterdam (ivn 14/088; 44), Trouwboek NDG Gemeente Zutphen, KBG

Hendrik Cranenburg (1728-1788*)
Zoon van Maarten Willemsz Cranenburg en Cornelia Cornelisse Overgaauw. Geboren in Zoetermeer.
# JKE

Hendrik Cranenburg (1729-1789*)
Zoon van Maarten Willemsz Cranenburg en Maria Joosten van Leeuwen.
Geboren in Voorburg/Voorschoten*.
# JKE

Henrick Kraenenborg (1732-1792*)
Gedoopt te Groenlo op 11.5.1732.
Henrick heeft een tweelingbroer Berent.
** Groenlo
# DTB Groenlo, JNZ

Hendrik Jan Kranenberg (1733-1793*):
Zoon van Derck Kranenberg en Albertjen Alberts. Gedoopt NDG 28.6.1733 in Vorden.
Woont in Vorden. Ghm Jenneken Stapelkamps, dochter van Harmen Harmsen Stapelkamp en Hermken Meulenbrugge.
Alias: Hendrik Jan (Derksen) Kranenburg/Kranenborg.
Udh: Aaltjen (1762 Vorden) en tweeling Derk en Harmen (gb 1763 Vorden) Kranenburg.
** Tweelingen
# DTB Zutphen, JNZ, NDG Doopboek Vorden, esveld.net 6.1.09

Hendrik Cranenburg (1735*-1758):
Geboren in Leiden. Is soldaat in dienst van de VOC. Vaart met het VOC-schip 'Overschie' op 23.10.1756 naar Batavia. Arriveert daar 1.6.1757. Overlijdt in AziŽ (Oost-IniŽ*) op 28.2.1758.
# AVOC

Hendrik van Cranenburg (1736*-1796*):
Mogelijk een zoon van Willem van Cranenburg (gb 1701) en NN in Den Bosch.
's Lands Deurwaarder in Den Bosch. Ghm NN.
Vermeld 23.1.1772 in bron BPR ivm goederen in Bakel, i.c. huys, schuur, schop, bogaert en enige eyke plantage in de Neerstraat. Genoemd is o.a. Anna Maria van Gasee, weduwe van Gerrit Willem van Cranenburgh (gb 1704) uit Den Bosch.
=* Hendricus van Cranenburg (gb 1736 Den Bosch)
# BPR (ivn 1758A fol 17-19)

Hendricus van Cranenburg (1736-1796*):
Zoon van Gerrit Willem van Cranenburgh en Anna Maria de Gasee.
Geboren in Den Bosch. Gedoopt 10.2.1736 in Leeuwen.
Huwt 18.5.1760 in Den Bosch met Pieternella Meyer.
=* Hendrik van Cranenburg (gb 1736 Den Bosch)
# VC300, DAB

Hendrik Kranenburg (1738*-1798*):
Genoemd 3.10.1758 ivm verzoekschrift aan stadsbestuur Gouda.
Genoemd 3.1.1778 ivm verzoekschrift aan stadsbestuur Gouda.
Wordt 3.7.1778 veroordeeld wegens sodomie. Hendrik wordt bij verstek vervallen verklaard van al zijn rechten en levenslang verbannen uit Holland en West Friesland op straffe van meerdere straffe. Bovendien moet hij de gerechtskosten betalen. Onduidelijk is wat in dit verband meerdere straffe exact inhoudt. Gezien de tijd en het geestelijke klimaat moeten we vrezen dat de doodstraf wordt bedoeld. Temeer daar Hendrik juridisch al helemaal is beroofd van al zijn rechten. Het enige recht dat hij daarbij heeft behouden, is het recht op leven. Maar alleen buiten de grenzen van de gewesten Holland en West Friesland. Gezien de begrensde jurisdictie van het gerechtshof is dit natuurlijk een lege huls. Buiten haar jurisdictie heeft het hof immers niet de macht te oordelen over leven en dood.
** Homovervolging
# GHA 29.1.09 (Vonnisboek Gouda), SMH (ivn 211 p 6v; ivn 215 p 194v)

Hendrik Cranenburg (1740*-1784):
Geboren in Leiden.
In 1758 jongmatroos bij de VOC. Vaart 3.6.1754 vanuit Rotterdam met de 'Wildrijk' naar Batavia. Aankomst 29.8.1754. Retour met de ''s-Gravenzande'.
In 1762 soldaat in dienst van de VOC. Vaart met de 'Bleiswijk' op 5.4.1762 naar Batavia. Onderweg in 1762 vermist. Mogelijk in Holland zelf.
Vaart 10.8.1762 met de 'Overschie' naar Batavia.
In 1784 soldaat in dienst van de VOC.
Overlijdt 24.9.1784 in AziŽ.
Alias: Hendrik Kranenburgh.
# AVOC

Hendrik Kranenburg (1740*-1802):
Woont in Zevenhoven. Vrouw aldaar begraven in 1794. Hendrik in 1802.

Hendrik Xzn Kranenburg (1742*-1802):
Ouders: Xx Kranenburg (gb 1707) en NN te Zevenhoven/ZH*.
Woont in Zevenhoven, na 1800 in Noorden/Nieuwkoop.
Ghm Grietje Zaal (bg pro deo 12.3.1794 Zevenhoven).
Begraven pro deo 4.3.1802 te Zevenhoven/ZH.
# GHA 29.1.09

Hendrik Xzn Kranenburg (1742*-1802):
Ouders: Xx Kranenburg (gb 1707) en NN te Nieuwkoop*.
Begraven 5.2.1802 op kerkhof in Nieuwkoop.
# GHA 29.1.09 (DTB Nieuwkoop)

Hendrik Kranenburg (1746-1779*)
Zoon van Maarten Kranenburg en Lijsbeth Hendriks Vijfschoof.
Gedoopt 9.6.1743 in Sommelsdijk.
Huwt 14.5.1769 in Oude Tonge met Kaatje Herberts Grootenboer, gedoopt 26.11.1747 in Klundert, gestorven 5.1.1809, dochter van Herbert Geertse Grootenboer en Adriana Cornelisse Hollemans.
Udh: Lysbeth (gd 1769 Sommelsdijk), Adriana (gd 28.3.1773 Sommelsldijk), Maarten (gd 1775 Sommelsdijk), Herbert (gd 1777) en Leunis (gd 1779) Kranenburg.
# GKK

 
Hendrik van Cranenburgh (1746-1807):

Gedoopt 21.7.1746 in Amsterdam. Zoon van Jacobus van Cranenburgh en Caecillia de Greeff. Studeert Medicijnen en wordt arts te Cuyck.
Huwt 1e in 1770 (otr 22.8.1770) in Tiel met Cornelia Maria Aloysia Vosch van Avezaat, geboren in Tiel, dochter van Dr Henricus Reinirus Vosch van Avezaat en Maria Rauwers. Zij overlijdt in 1786.
Udh: Henricus Reynirus (gb 1771) en Cornelia Elisabeth (gb 1773).
Huwt 2e Gertruida Driessen, geboren in Cuyk. Zij overlijdt in 1798.
Hendrik overlijdt 10.2.1807 in Cuyck.
Wapen: op zilver een zwarte linker schuinbalk met drie zespuntige sterren van goud.
Alias: Hendrik van Cranenburg, Hendrik van Kranenburg.
** Van Cranenburgh Utrecht
# HCM, NP 1949 (p 28), DAB
 


Henri van Cranenburgh (1750*-1810*):
Filosoof/theoloog in Frankrijk.
Auteur van: Les noms de Dieu dans la priŤre de PacŰme et de ses frŤres.
** Henricus Petri Cranenburch (gb 1636 Leiden)
# Revue philosophique de la France (google 10.4.08)

Hendrik Kranenborg (1753-1807):
Zoon van Lubbert Teunissen de Haar en Jenneken Voskuil. Geboren in Vorden.
Huwt 1786 in Vorden met Janna Groot Jimmink, dochter van Antoni Jansen Boershoek en Berendina Jacobs Winkelman.
Waarom Hendrik de naam Kranenborg voert, is niet bekend. Mogelijk is geboren op hoeve Cranenborg in Vorden. (> Kranenburg Vorden) Vreemd genoeg voert ook zijn vrouw een andere familienaam dan haar vader.
Udh: Berendina (gb 1787), Gerritjen (gb 1790), Aleida (gb 1792 Vorden), Aleida (gb 1797 Vorden) en Jenneken (gb 1800) Kranenborg.
# esveld.net 6.1.09

 
Hendrikus van Cranenburg (1753-1813*)
Zoon van Hermen van Cranenburg en NN in Den Bosch.
Gedoopt 7.10.1753 in Den Bosch.
Dochter*: Catharina van Kranenburg (gb 1784; Den Bosch).

Hendrik van Cranenburgh (1754-1832):

Geboren te Amsterdam op 13.1.1754. Zoon van Petrus Franciscus van Cranenburgh en Alida Elisabeth van Westerloo. Lid van E&H van Cranenburgh Kassiers te Amsterdam. Kunstschilder. Huwt 14.8.1761 met Anna Gertrudis Beugel, gedoopt 25.5.1761 te Amsterdam, dochter van Pieter Beugel en Anna Smits.
Hendrik is kunstschilder, leerling van Pieter Barbiers. Hij schildert landelijke taferelen en als zodanig geniet hij waardering bij zijn tijdgenoten. Daarnaast tekent hij landschappen, stadsgezichten, buitenplaatsen, kastelen, planten en insecten. Zijn specialiteit is waaierschilderen, een vorm van aquareleren.
Als Hendrik dertig is, ziet hij zich genoodzaakt een baan te nemen op een incassoburo, mogelijk bovengenoemd E&H van Cranenburgh kassiers. De spaarzame vrije tijd die hem rest, besteedt Hendrik aan het copieren van oude meesterwerken.

Daarin munt hij uit en ontwikkelt zijn talenten tot grote hoogte. Zo goed zelfs dat volgens deskundige Kramm het verschil met de orginelen niet direct te merken is. Zijn modellen vindt Hendrik bij verzamelaars van oude kunst in Amsterdam. Hendrik overlijdt 11.3.1832 in Amsterdam. Zijn eigen verzameling van oud-hollandse kunst, bestaande uit enkele schilderijen en 500 tekeningen, worden na zijn overlijden verkocht in het Huis met de Hoofden te Amsterdam.
In 1841 woont Anna op kasteel Vechtoever in Maarssen. Zij overlijdt 27.1.1848 te Amsterdam.
Udh: Pieter (gb 1792), Gerard (gb 1796) en Hendrik (gb 1802). Alle drie geboren in Amsterdam.
Bovenstaand portret van Hendrik is gemaakt in 1783 door de miniatuurschilder G.N. Ritter.
Lit.: Twee schetsboeken van Hendrik van Cranenburgh (P.T.A. Swillens; artikel 1951)
** H. van Cranenburgh (1774"; tekening Spaans Huis te Amsterdam), Vechtoever Maarssen
# NBW, Oude Tijd (J. de Groen 1872, p 270), C. Kramm (p 296), NP 1949 (p 31), RKD 22.10.07

Hendrik Jan Kranenburg (1755-1814*)
Geboren 13.3.1755 te Zutphen. Zoon van Hendrik Jan Kranenburg en Aaltje Smeinkes (Smeekens). Woont te Winterswijk en Zutphen. Huwt in 1790 te Zutphen met Engele Elsman, geboren 1765 te Vorden.
Udh: Arend Kranenburg (gb 1789)
# Jacob Kranenburg (Pg Forum 1.3.05)

Hendrik Kranenburg (1758-1818*):
Zoon van Lubbert Kranenborg (gb 1728) en Jenneken Garritzen in Vorden.
Geboren in Vorden. Gedoopt aldaar GF 17.2.1758.
Trouwboek NDG Gemeente Vorden 12.5.1786: Ingetekend Hendrik Kranenberg, jongeman, zoon van Lubbert Kranenberg, en Janna Jimmink, jongedochter van Anthonij Jimmink, beide onder Vorden, doch laatst gemelde onlangs gewoond hebbend onder Warnsveld. Op attest van Warnsveld hier getrouwd 4 juni.
# Kleinburgerboek Stad Zutphen 1715-1817 (JNZ 29.12.08), Trouwboek NDG Gemeente Vorden

Hindrik Eilderts Kranenborg (1759-1831):
Zoon van Eildert Jans Kranenborg en Antje Hindriks.
Geboren 20.5.1759 in Wymeer (OFrl). Gedoopt NH aldaar 24.5.1759.
Ghm Grietje Harmens, geboren 1772 te Bellingwolde, aldaar gedoopt 20.3.1772, dochter van Harmen Clasen en Antje Pieters Lunsingha.
Antje overlijdt 25.4.1829 te Bellingwolde. Hindrik overlijdt aldaar 12.1.1831.
# xs.4all.nl 28.11.08

Hendrik Derks Kranenborg (1769-1851)
Zoon van Derk Jacobs Kranenborg en Hendrikje Hindriks.
Geboren in september 1769 te Faan (Gro).
Huwt 1e 13.5.1798 te Enumatil met Geeske Eltjes Tollema, geboren in 1772* te Lettelbert. Geeske overlijdt op 9.2.1832 te Zuidhorn.
Udh: Jacob Hindriks Kranenborg (gb 1805 Enumatil).
Huwt 2e op 29.11.1834 te Zuidhorn met Trijntje Gerrits Meijer, geboren op 11.5.1795 te Baflo, gedoopt aldaar op 24.5.1795.
Hendrik Derks overlijdt op 12.3.1851 te Zuidhorn. Trijntje overlijdt aldaar op 9.5.1878.
# PKG

Henricus Reynirus van Cranenburgh (1771-1807)
Geboren 1.8.1771 te Culemborg. Zoon van Hendrik van Cranenburgh en Cornelia Maria Aloysia Vosch van Avezaat. Geautoriseerd landschrijver en griffier bij de Hoofdbank van Cuyk. Woont aan de Verkensmarkt te Cuyk. Huwt 28.4.1799 aldaar met Maria Petronella van den Boogaart, gedoopt 4.12.1778 te Cuyk, dochter van Reynier van den Boogaart en Joanna Verblackt.
Henricus overlijdt 20.1.1807 in Cuyk. Maria overlijdt aldaar 25.2.1855.
Udh: Cornelia Aloysia Joanna (gb 1800), Johanna Henrica (gb 1801), Hendrik Reinier (gb 1802), Franciscus Reynierus (gb 1804) en Reinier Jacobus van Cranenburgh. Alle kinderen geboren in Cuyk.
# NP 1949 (28 ev), DAB

Hendrik Kraanenburgh (1774*-1834*)
Zoon van Pieter Kranenburg en Angelique Nijsen. Geboren in Heusden.
# DTB Heusden

Henricus van Kranenburg (1775*-1835*)
Vermeld op 21.6.1809 als getuige in Den Bosch.
Idem op 12.6.1810 bij geboorte van kind in Den Bosch.

Hendrikus Jacobus van Cranenburg (1778*-1838*)
Vermeld op 23.9.1832 als vader van bruidegom in Boxmeer.

Hinderick Harkes Kranenburg (1778-1838*)
Zoon van Harke Hindriks Kranenburg en Jantje Hinderiks.
Geboren 1.2.1778 in Scharmer.
Dochter*: Hindrikje Hindriks Kranenburg (gb 1812).
# GKH, KBG

Hendrik Kranenborg (1786-1846*)
Gedoopt in Warnsveld op 12.5.1786.
# DTB Warnsveld, JNZ

Henricus Cranenborgh (1789-1849*)
Gedoopt op 3.2.1789 in Moergestel.

Hindrik Johannes Limborgh (1792-1875)
Geboren 4.5.1792 te Groningen. Zoon van Johannes Limborgh en Tijsjen Haverbult.
Huwt 1e 2.12.1824 met Maartje Jans Bakker, overleden voor 1829.
Huwt 2e 15.1.1829 te Groningen met Hinderkien Jacobs van Bruggen, geboren 2.2.1805 te Foxham, gedoopt NH 17.2.1805 te Kolham, dochter van Jacob van Bruggen en Aaltje Luining.
Udh: Johanna Jacoba (17.4.1834), Annegien Kornelia (20.10.1839) en Jacoba Luberta (Bertha; 26.11.1842). Allen geboren te Groningen.

Hindrik is achtereenvolgens scheepstimmerman en scheepsbouwmeester en later scheepsbouwer met een eigen werf in de Noorder Haven. Hij bouwt de eerste en tevens grootste zeewaardige bark buiten de Randstad. Daarmee zet hij een trend voor de scheepsbouw in Groningen. Hij bouwt verder nog zeilschepen voor de vaart op de Oost.

Hindrik woont met zijn gezin aan de Nieuwe Ebbingestraat 35. Hij is een ontwikkeld man met een brede interesse. Hij overlijdt op 20.3.1875 te Groningen en laat een zeer grote erfenis na.


          

Van foto boven is alleen vrij zeker dat helemaal links vooraan Jacoba Luberta zit. Over de verdere opstelling van de voorste rij is nog geen enkele zekerheid door gebrek aan vergelijkende foto's of andere nuttige informatie. Gezien de oplopende verschillen in postuur, schouderhoogte en uitstraling van de jongedames, lijkt echter dat de volgorde op de foto is:

    vlnr: Jacoba (1842), Annegien (1839) en Johanna (1834)

Echter, de fysieke presumpties zijn altijd discutabel. In wereklijkheid komt het best wel voor dat een kind kleiner is en/of jonger lijkt dan een jongere broer of zuster. Aangezien deze mogelijkheid niet echt frekwent lijkt, zullen we vooralsnog mogen aannemen dat genoemde volgorde vrij waarschijnlijk is.

De leeftijden op de foto zijn moeilijk te schatten. Johanna (1834) kan anno 2009 geschat worden op circa 25 jaar. Daarvan uitgaande, moet de foto zijn gemaakt rond 1859.

Vooralsnog is niet bekend wie de andere twee jonge vrouwen op de achtergrond van de foto zijn. Mogelijk zijn het dochters uit het eerste huwelijk van Hindrik.

Johanna huwt 16.9.1857 met Ipojť Kranenburg, tabakfabrikant te Groningen.
Annegien huwt 27.7.1863 met Ds Johannes Swaagman Cremer, predikant te Garrelsweer.
Jacoba huwt 27.11.1867 met Hendrik Boelmans Kranenburg, bierbrouwer te Groningen.
** Kranenburg & Limborgh, Ipojť Kranenburg, Hendrik Boelmans Kranenburg
# GKS, HBK

Henderikus Heikes Kranenburg (1794-1858)
Zoon van Haico Harms Cranenborg en Anna Louisa Looff.
Geboren te Scheemda. Gedoopt te Kleine Meer op 11.5.1794.
Huwt 10.10.1813 te Delfzijl met Anna Jochems Kuiper, geboren 4.2.1794 te Farmsum.
Henderikus overlijdt op 14.12.1858 te Groningen. Anna overlijdt aldaar op 20.10.1879.
Alias: Hinderikus Kranenburg.
Udh: Henderikus (gb 1815) en Johanna (gb 1831).
** Hendrikus Heike Kranenburg (gb 1794)
# PKG, GKH

Hendrikus Heike Kranenburg (1794-1854*)
Geboren te Scheemda. Hendrikus is schipper.
Ghm Anna Jochums Kuijper, geboren in 1794 te Delfzijl.
Udh: Hendrikus (Delfzijl 1815), Johannes (Groningen 1830) en Johanna (Groningen 1831)
** Henderikus Heikes Kranenburg (gb 1794)
# GKH, DAB

Hinderikus Kranenburg (gb 1794)
** Henderikus Heikes Kranenburg

Hendrik Ipes Kranenburg (1795-1884):
Zoon van Ype Hindriks Kranenburg en Aukje Everts Postema.
Geboren op 18.7.1795 in Scharmer.
Rond 1820 wordt Hendrik koopman en verhuist hij naar stad Groningen. (> Scharmer) Hij huwt daar op 29.11.1821 met Albertine Klein, geboren 2.4.1802 te Groningen, dochter van Hendrik Klein en Margje Scholten. Hendrik en Albertine beginnen een winkel in koloniale waren aan de Steentilstraat 31. Daarnaast hebben ze op zolder een tabakkerverij, waarmee ze de basis leggen voor de latere tabak- en sigarenfabriek van hun zoon Ipojť.
Op 28.1.1852 bieden T.A. Romein, predikant wonend in Scharmer, en Hendrik Kranenburg, negotiant te Groningen, te huur aan
- een stuk land aan "De laan of menning ... tot aan de Kop".
- "2 bunder 61 roeden 70 ellen hooiland, het Veenland genaamd". Totaal circa 2,1 Ha.
(Not.acte Joan Diderik Tresling, Scharmer. # Vrouger november 1996, idem 1997)
Hendrik is grootaandeelhouder/bestuurslid van scheepswerf Kranenburg in de Noorderhaven van Groningen. Later fuseert de werf met de werf van Limborgh en heet dan Kranenburg & Limborgh.


Bovenstaande foto is gemaakt op de gouden bruiloft van Hendrik en Albertine in 1871.

Hendrik en Albertine verhuizen op latere leeftijd naar het pand R22 aan de Steentilstraat. Albertine overlijdt te Groningen op 7.4.1880. Hendrik overlijdt daar op 31.3.1884. Hendrik en Albertine laten een grote erfenis na, bestaande uit hun woning aan de Steentilstraat, een woning met erf aan 'Achter de Muur' (later Singelstraat), 17,2 ha grond te Scharmer, een woning met grond (deels moeras) aan de Borgweg te Scharmer, aandelen, schuldvorderingen en contanten. Per saldo bedraagt hun nalatenschap 44.364,22 toenmalige guldens.

Uit dit huwelijk zijn geboren:
Aukje (29.8.1822), Hendrik Klein (17.4.1824), Martha (15.7.1826), Martha (14.3.1828), Engelina (1829-30), Ipojť (16.3.1831), Roelof (18.9.1832), Roelof (4.10.1834), Hendrik Boelmans (9.3.1837), Engelina (13.7.1839), Hendrika (8.5.1842), levenloze zoon (2.10.1843). Alle kinderen zijn geboren te Groningen.

Dat er twee zoons zijn met de naam Hendrik heeft te maken met de gekte van de toenmalige tradities bij het geven van voornamen. Die waren zodanig dat het kon gebeuren dat twee of meer kinderen de zelfde voornaam kregen. Om beide Hendriks te onderscheiden werd de oudste Hendrik Klein genoemd, naar zijn moeder Albertine Klein. Ook zijn nazaten gaan zich Klein Kranenburg noemen. Hendrik Boelmans en zijn nazaten noemen zich Boelmans Kranenburg. De toevoeging Boelmans heeft te maken met een legaat van een echtpaar Boelmans. Dit echtpaar was kinderloos en wilde dat hun naam zou blijven bestaan. Hendrik Boelmans kreeg het legaat op voorwaarde dat hij de naam Boelmans zou toevoegen aan zijn achternaam Kranenburg.
** Scharmer, Kranenburg & Limborgh
# GKS, HBK

Hendrik van Cranenburgh (1802-1825)
Zoon van Hendrik van Cranenburgh en Anna Gertrudis Beugel.
Geboren 2.4.1802 te Amsterdam.
Overleden 14.10.1825 te Amsterdam.
# NP 1949 (p 31)

Hendrik Reinier van Cranenburgh (1802-1825)
Zoon van Hendricus Reynirus van Cranenburgh en Maria Petronella van den Boogaart.
Studeert voor priester. Is subdiaken RK Kerk.
Geboren 24.10.1802 in Cuyck.
Overlijdt 13.12.1825 te Cuyk.
Alias: Hendrik Reinier (van) Cranenburg (Cranenborg).
# NP 1949 (p 28 ev), DAB

Hendrik Kranenburg (1813-1873*)
Zoon van Maarten Kranenburg en Maatje de Geus.
Geboren 19.10.1813 in Sommelsdijk.
Huwt 31.5.1835 in Sommelsdijk met Sijtje Kievit, werkster, geboren december 1813 in Sommelsdijk, gestorven 31.3.1875 in Anna Paulowna, dochter van Abraham Cornelisz Kievit (dagloner landbouw) en Grieta Johanesse Van Wouwen (werkster).
Bron GKK schrijft:

The family lived in house nr 137 in Sommelsdijk. House nr 145 was the school building. On October 29 1852 they departed from Sommelsdijk on the South-Holland island of Overflakkee to Den Helder in North-Holland. Hendrik, "Pietje" [Sijtje], Simon, Arien and Maatje were registered there on November 1, 1852. They lived in house 310. On June 15, 1854 they moved to Zijpe, of which the Anna Paulowna-polder, reclaimed from the sea in 1846 was then still a part.
Udh: Simon (1835-36 Sommelsdijk), Abram (1840 Sommelsdijk), Simon (1840 Sommelsdijk), Maatje (1844-58 Sommelsdijk, Zijpe), Arien (1848 Sommelsdijk), Grieta (1854 Zijpe) en Maatje (1858 Zijpe) Kranenburg.
# GKK

Hendrik Kranenburg (1813*-1873*)
Woont in Sommeldijk. Ghm Maartje de Vos.
Udh: Arend Kranenburg.
** Mogelijk is Abraham Kranenburg (gb 1843) ook een zoon van hen.

Henderikus Kranenburg (1815-1883)
Zoon van Henderikus Heikes Kranenburg en Anna Jochems Kuiper.
Geboren 8.4.1815 te Farmsum. NH gedoopt.
Huwt 1e op 5.6.1845 te Groningen met Anna Petronella Verkade, geboren 13.3.1817 te Appingedam, NH gedoopt. Anna overlijdt 7.12.1846 te Groningen.
Udh: Anna Petronella (1846 Groningen).
Huwt 2e op 9.1.1853 in Delfzijl met Elizabeth Bonaventura Kempen, geboren 14.7.1823 te Groningen, NH gedoopt.
Udh: Helena Elisabeth (1853-57 Groningen), Johannes (1856-56 Groningen), Christina Helena (1858 Delfzijl), Johannes (1860-60 Delfzijl) en Helena (1861 Delfzijl).
** Hendrikus Kranenburg (gb 1815)
# PKG

Hendrikus Kranenburg (1815-1883)
Geboren op 8.4.1815 in Delfzijl. Zoon van Hendrikus Heike Kranenburg en Anna Jochums Kuijper. Hendrikus is zeeman, stuurman en zeeloods.
Huwt 1e in 1846* met Anna Petronella Verkade, geboren in 1818* te Appingedam, dochter van Hermanus Johannes Verkade en Petronella Geerts Buinink.
Udh: Anna Petronella (Groningen 1846).
Huwt 2e op 9.1.1853 te Groningen met Elisabeth Boneventura Kempen, geboren in 1823 te Groningen, dochter van Theodorus Hermanus Josephus Kempen en Helina Wandele.
Udh: Helena Elisabeth (Groningen 1853-56), Johannes (Groningen 1856-56), Christina (Delfzijl 1858) en Helena (Delfzijl 1861).
** Henderikus Kranenburg (gb 1815)
# GKH

Hindrik Davids Kranenburg (1821-1901):
Zoon van David Hinderiks Kranenburg en Grietje Willems Wessels.
Geboren 17.4.1821 te Scharmer. Van beroep dagloner.
Huwt 30.4.1853 te Slochteren met Geertje Streurman, geboren 29.3.1830 in Engelbert, dochter van Hindrik Geerts en Aaltje Jans Zwaan. Geertje is dienstmeid.
Huurt per 30.1.1888 hooiland genaamd het Achterveen van het Wijdegat tot aan de Valkentien, gelegen in Groflaveen te Scharmer, van de erven van Jacobus Borgesius. (Not.Acte Herman Frederik Deel, Slochteren. # Vrouger november 1997)
Hindrik overlijdt 8.6.1901 te Scharmer.
Udh: Hindrik (1854), David (1855), Geert (1857), Willem (1860-61), Aaltje (1862), Willem (1864) en Tonnis (1866). Allen geboren te Scharmer.
# GKH, DAB

 

Hendrik Klein Kranenburg (1824-1883)

Geboren 17.4.1824 te Groningen. Zoon van Hendrik Ipes Kranenburg en Albertine Klein.
Huwt Catharina Albertina Johanna Boon, geboren 9.6.1839 in Veendam, dochter van Johannes Boon, fabrikant, en Rebecca Folkertsma.
Hendrik is wijnhandelaar en heeft een zaak aan de Steentilstraat 22 in Groningen. Dit pand is oud familiebezit. Hij neemt het over van broer Roelof, die het zelf had overgenomen van zijn vader Hendrik Ipes. Later verhuist Hendrik met zijn wijnhandel naar de Steentilstraat 31.
Hij is lid van de Orde van Vrijmetselaars.
Op nevenstaande foto vlnr: Catharina met Johannes en Hendrik met Albertina. De foto is gemaakt in 1871 tgv het gouden huwelijksfeest van de ouders van Hendrik.
Hendrik overlijdt 18.5.1883 te Groningen. Catharina overlijdt aldaar op 28.5.1883.
Udh: Albertina Engelina Johanna (1870 Groningen), Johannes Albertus Hendrik (1871-74 Groningen), Aukelina Albertina Catharina Martha (1873 Groningen), Rebecca Sara Maria (1874 Groningen), Hendrik Johannes Albertus (1876 Haren), Martha Catharina (1878 Groningen) en Catharina Albertina Johanna (1880 Groningen).
# GKH, HBK, FRI

Hendrik Kranenborg (Henry) (1834-1894*):
Zoon van Jacob Hendriks Kranenborg en Hilje Raatjes. Geboren 24.3.1834 in Noordhorn (Gro). Gedoopt NH.
Huwt 14.11.1857 in Zuidhorn met Aafke Rienerwerf, geboren 8.3.1834 in Oldenhove, NH gedoopt, overleden in Michigan USA, dochter van Popke Andries Rienerwerf en Geertje Hendriks van Dijk.
Udh: Geert (George Henri; 1867 Zuidhorn).
# PKG

Hendrik Boelmans Kranenburg (1837-1919)

Geboren op 9.3.1837 te Groningen. Zoon van Hendrik Ipes Kranenburg en Albertine Klein.
Huwt 26.11.1868 te Groningen met Jacoba Lubberta (Bertha) Limborgh, geboren 26.11.1842 te Groningen, dochter van Hendrik Johannes Limborgh, scheepsbouwer, en Hendrikje Jacobs van Bruggen.
Hendrik is bierbrouwer en heeft zijn fabriek staan aan de Pottebakkersrijge 52, even buiten centrum Groningen.
Op de foto rechts Jacoba en Hendrik in 1871. De foto is gemaakt tgv de gouden bruiloft van de ouders van Hendrik.
Udh: Hindrik Johannes (1869-70), Hendrik Johannes (1872), Hendrik Albertus Boelmans (1874) en Albertina Aukje (1877).
** Ipojť Kranenburg, Kranenburg & Limborgh, Hindrik Johannes Limborgh
# GKH, HBK, DAB

Hendrik Johannes Kranenburg (1838-1820*):
Geboren 10.12.1838 te Gouda. In 1850-60 scholier.
In 1860-80 advocaat te Gouda. Ghm NN.
Genoemd 28.11.1881 ivm vonnis Arrondissement Rechtbank Rotterdam ivm faillissement DaniŽl Harkink.
Udh*: Hendrik Kranenburg (gb 1871).
# Groenehart Archieven, Jan ter Maten 17.5.2010, KBG

Hendrik Kranenburg (1840*-1900*)
Geboren in Dordrecht. Zoon van Reindert Johannes Kranenburg en Ettie Schelts.
Hendrik is bierbrouwer. Hij huwt 19.9.1866 te Dordrecht met NN.
# WND

Hendrik Petrus van Cranenburgh (1847-1907*):
Zoon van Gerard van Cranenburgh en Magdalena Regiena Wilhelmina van Romunde. Geboren 1847 in Amsterdam.

Hendrik Jan Kranenbarg (1851-1937)
Zoon van Derk Weulen Kranenbarg en Janna Marsman.
Geboren 21.9.1851 in Ruurlo. Politieagent (1879).
Huwt 20.8.1879 in Arnhem met Jannetje van der Hoef, geboren 27.6.1855 in Havelte, dienstbode (1879), dochter van Jan van der Hoef en Pieternella Elizabeth Pennings. Jannetje overlijdt 4.1.1932 in Ede.
Hendrik overlijdt 23.11.1937 in Ede.
Udh: acht kinderen: Johanna (1880 Arnhem), Petronella Elisabeth (1882 Otterlo), Jan (1883 Ede), Derkje (1885 Ede), Gerrit Jan (1887 Ede), Lammerdina Hendrika (1890 Ede), Jannetje (1897 Ede) en Gerritje Dina (1899* Ede).
# KBH, Jan Bouwman 22.10.08

Hendrik Kranenburg (1854-1937)
Geboren 24.4.1854 te Scharmer. Zoon van Hindrik Davids Kranenburg en Geertje Streurman. Hendrik is achtervolgens boerenknecht, landbouwer, veehouder, tapper, melkboer, arbeider en koemelker in diverse plaatsen.
Huwt Trientje van Kalsbeek, geboren 7.11.1861 te Slochteren.
Hendrik overlijdt 22.7.1937 te Noorddijk (Gro).
Udh: Geertje (Engelbert 1883), Jan (Haren 1884), Aaltje (Haren 1886), Hendrik (Noorddijk 1887), Jantje (Roodehaan 1890-91), David (Groningen 1892), Jantje (Groningen 1895-1900) en Wietske (Groningen 1899).
# GKH, DAB

Hendrik Kranenburg (1858-1907):

Geboren 21.10.1858 te Groningen. Zoon van Ipojť Kranenburg en Johanna Jacoba Limborgh, geboren 17.4.1834 te Groningen, dochter van Hindrik Johannes Limborgh en Hinderkien Jacobs van Bruggen. Hendrik is Ned. Hervormd. In 1864 verliest Hendrik zijn moeder en twee jongere zusjes. Hendrik is pas zeven jaar oud en dit verlies zal zijn verdere leven tekenen. Hij erft van zijn moeder een groot fortijn en later (in 1879) van haar vader nogmaals een fors vermogen. Op z'n twintigste jaar is Hendrik daardoor al zeer vermogend, maar echt gelukkig is hij niet. Hij wordt daarom 'de arme rijke jongen' genoemd.

Hendrik runt samen met zijn vader de tabak- en sigarenfabriek 'De Groninger Vlag'. Hij is een goed manager en organisator, maar het financiŽle en zakelijke aspect van het bedrijf boeien hem niet. Liever wil hij militair worden en bij voorkeur in het Duitse leger, dat in die tijd het grootst en best georganiseerde leger in Europa is. Vader Ipojť ziet dat niet zitten. Hendrik is een belangrijke steun voor hem in het bedrijf. Hendrik's vermogen is geÔnvesteerd in het bedrijf en verder is Hendrik een bekwaam manager.
Van 1880 tot 1883 verblijft Hendrik in Bremen waar hij zich orienteert op de tabakhandel. Bremen is in die tijd de grootste handelshaven van o.a. tabak in Noord-West Europa. In die tijd leert hij de familie Osten kennen aan de Breiten Weg. Friedrich Osten is professor in de Engelse Taal en daarnaast runt hij een tabakhandel. Hij is getrouwd met Lisette Wintzer. Hun huis is een mekka voor studenten, academici en kunstenaars. Hendrik volgt colleges Engels bij Friedrich en hoort al gauw tot de vaste vriendenkring. In juli 1883 verhuist Hendrik echter naar Amsterdam voor de voltooiÔng van zijn vakopleiding. Hij vestigt zich aan de Groenburgwal 32. In Amsterdam leert hij de fijne knepen van de tabak- en sigarencultuur. Mei 1884 vertrekt hij echter weer naar Groningen, om daar weer mee te werken in de fabriek van z'n vader. Daarnaast begint hij met een sigarenfabriek genaamd 'Kranenburg & Co.', een joint-venture met zijn vader Ipojť. Op 10.7.1889 wordt octrooi aangevraagd voor de handelsmerk 'De beurs van Groningen'.

Hendrik is Bremen en de familie Osten echter niet vergeten. Hij reist er vaak heen per trein om hen te bezoeken en tegelijkertijd zaken te doen. Op ťťn van die bezoeken gaat Hendrik achter de piano zitten en zingt een prachtig lied. Dochter Emma Osten is zo onder de indruk dat ze spontaan verliefd op hem wordt. Hendrik heeft prachtig donker haar en blauwe ogen, maar zijn gezang geeft de doorslag. Op 21 november 1889 treden Hendrik en Emma Charlotte Helene Osten in Groningen in het huwelijk. Ze gaan wonen aan de Ossenmarkt 5.

Emma is een charmante en ontwikkelde vrouw met een biezonder goede smaak op vele gebieden, maar goed omgaan met geld is haar niet weggelegd. Samen met Hendrik, die ook al moeilijk met geld kan omgaan, leidt dat soms tot onnodige geldzorgen.

Ondertussen groeit bij Hendrik het verlangen om zich losser te maken van zijn vader en zich ergens anders zelfstandig te vestigen. Hij besluit om het in Nijmegen te proberen en in november 1899 verhuizen Hendrik en Emma met de inmiddels geboren dochters Emmie en Betsie naar hun nieuwe bestemming. Ze gaan wonen aan de Groesbeekse Weg 25. Hendrik start daar met een nieuw bedrijf om sigaren te produceren, maar de mentaliteit en aanpak van problemen in het Nijmeegse liggen Hendrik niet erg. November 1901 wordt zoon Ipojť Hendrik (Frits) geboren. Enige maanden later besluiten Hendrik en Emma met de kinderen het ergens anders opnieuw te proberen. Op 28 mei 1902 vertrekken ze naar Kopenhagen, waar Hendrik een sigarenfabriek begint vlakbij het Deense koninklijke paleis, een stadsdeel waar nog andere Nederlandse tabak- en sigarenfabrikanten zijn gevesitgd.

De zaken gaan een aantal jaren voorspoedig en het gezin is gelukkig. Ze wonen buitenaf in een mooie villa in Hellerup, een voorstadje van Kopenhagen. Zondags gaan ze gezellig wandelen in het centrum van Kopenhagen, zoals vele Denen doen. Zoon Frits is vaak tolk, want hij spreekt (als jongste) het beste Deens.

In 1907 sluit Hendrik een groot contract met een Zweedse zakenman voor de levering van een miljoen sigaren. Het contract behelst echter een bedrag dat groter is dan 10% van het eigen vermogen van Hendriks fabriek. Dit is zeer riskant en in strijd met de usance in de tabakindustrie. Daarnaast bestelt Hendrik Havanna tabak in Cuba, zonder de lading te verzekeren. Het schip raakt in een storm en de lading gaat verloren. Een bestelde sorteermachine van Svenske Formator merk DOK wordt te laat afgeleverd en tot overmaat van ramp blijkt de Zweedse afnemer van de sigaren niet kredietwaardig. De ramp is compleet. Hendrik zit aan de grond. De zaak is failliet. De klap komt zo hard aan dat Hendrik zelfmoord pleegt. Het is 28 autgust 1907. Emma en de kinderen zijn verslagen. Ferdinand en Roelof Kranenburg, de halfbroers van Hendrik, nemen de trein naar Kopenhagen om te redden wat te redden valt. Maar helaas is dat niet veel. De fabriek wordt opgeheven en Emma gaat met de kinderen naar Bremen waar ze worden opgevangen door de familie Osten.

In Bremen moet Emma hard vechten om rond te komen. Dochter Emmie emigreert naar Uruguay waar ze intrekt bij haar oom Cornelius Osten. Cornelius heeft een grote, florerende wolhandel en wordt snel miljonair. Later huwt Emmie met Carl Mehl, een wijnbouwer in Nieder Walluf. Samen emigreren ze naar de Verenigde Staten, waar ze een fruitfarm beginnen in Sunny Side bij Seatle. Frits gaat in Greifswald naar de landbouwschool. Moeder Emma verhuist met dochter Betsie naar Wiesbaden, waar ze intrekken bij de apotheker Heinz Neuenhaus, de echtgenote van Betsie. Op 9 maart 1945 wordt hun huis getroffen door een zwaar bombardement van Amerikaanse vliegtuigen. Alle drie zijn ze op slag dood. Ze zijn begraven op het SŁd Friedhof in Wiesbaden.

Uit het huwelijk van Hendrik en Emma zijn geboren:

Emma Johanna Jacoba (Emmie) 30.4.1890 te Groningen
Elisabeth (Betsie) 15.6.1892 te Groningen
Ipojť Hendrik (Frits) 6.11.1901 te Nijmegen

Afb 1: Hendrik Kranenburg rond 1906; schets van Willemien Bakkenes (1993).
Afb 2: Emma Osten in 1935 te Wiesbaden; foto
** Ipojť Kranenburg (foto's), Kranenburg & Co., Kranenburg & Limborgh
# GKS, DAB

Hendrik Kranenburg (1866-1948)
Zoon van Abram Kranenburg en Maria Pranger. Geboren 19.11.1866 in Zijpe NH.
Hendrik is farmer. Bron GKK schrijft:

Hendrik Kranenburg aged 23 when his father died. Initially he took care of his younger brothers and sisters. "Uncle en Aunt Trijn" had a farm near the railway bridge over the "Noordhollands Kanaal". He was married in Anna Paulowna on Sunday September 23, 1894 to Trijntje PRANGER, born in Den Helder on Sunday March 2, 1873, died in Anna Paulowna on Sunday April 25, 1954, buried there, daughter of Jan PRANGER (farmer and dredging mill boss) and Antje VOS.
Zuster Johanna Maria en broers Jacob en Pieter wonen enige tijd bij hem in huis.
Gestorven 24.9.1948 in Anna Paulowna en aldaar begraven.
Udh: geen kinderen bekend.
# GKK

Hendrik Kranenburg (1871-1948):
Mogelijk een zoon van Hendrik Johannes Kranenburg (gb 1830) en NN te Gouda.
Geboren 11.3.1871 in Gouda. Woont en werkt in Den Haag als beeldhouwer en houtsnijder. Overlijdt 7.2.1948 in Den Haag.
# LBK

Hendrik Johannes Albertus Kranenburg (1876-1936*)
Geboren op 17.12.1876 te Haren (Gro). Zoon van Hendrik Klein Kranenburg en Catharina Albertina Johanna Boon.
# GKH

Hendrik Kranenburg (1887-1947*)
Zoon van David Hindriks Kranenburg en Geesje Blaauw.
Geboren 28.8.1887 te Scharmer.
# DVB

Hendrik Kranenburg (1887-1947*)
Zoon van Hendrik Kranenburg en Trientje van Kalsbeek te Noordijk (Gro).
Geboren 14.9.1887 te Noorddijk.
Hendrik is boekhouder.
Huwt in 1918* met Klasina Heika Lammers, geboren 5.10.1891 in Delfzijl.
Udh: Hendrik Roelof (Groningen 1919).
# GKH

Henricus A.A.M. Cranenburgh (1889-1961):
Geboren 27.11.1889. Ghm Maria Cornelia Agatha Schretlen.
Overleden 12.4.1961. Begraven in Castricum.

Hendrik Cornelis Kranenburg (1890-1988)
Geboren op 9.6.1890 te Nieuwkoop. Zoon van Cornelis Kranenburg en Naatje van den Berg. Huwt 4.12.1913 met Theodora de Laat, geboren 20.3.1893 in Overschie. Theodora overlijdt 2.12.1966 in Amsterdam. Hendrik overlijdt op 8.8.1988 in Weesp.
Udh: Hendrik Cornelis Kranenburg (gb 1917).
# RKL

Heinrich Joseph Kranenberg (1895-1955*):
Geboren 10.9.1895 in Duitsland*.
** Kranenberg Herne Sodingen
# KHS 29.10.07

Hendrik Kranenburg (1895-1914):
Zoon van Willem Kranenburg en Geertje Streurman.
Geboren 23.8.1895 in Engelbert (Gro). Overlijdt 22.4.1914 in Middelbert. Begraven in Engelbert.
# graftombe.nl 8.4.07

Hendrik Hegeman van Cranenburch ("1895):
Vermeld in De Nederlandsche Leeuw van 1895.
# Google 10.4.08

Hendrik Kranenbarg (1900*-1980*):
Woont in Ruurlo. Ghm NN.
Wint ooit Fl 5000,- in een loterij. Koopt met dat geld een stuk grond aan de Borculoseweg 68 van de familie Brinkman. Heeft er van 1936 tot 1978 een boerderij annex bakkerij en kruidenierswinkel. De oven van de bakkerij staat deels in de woning om die mede te verwarmen. De woning is later verbouwd tot twee woningen. Opoe Kranenbarg woont er ook.

          

Hierboven: de panden aan de Borculoseweg 68. Daarvoor vlnr: twee kostgangers en Hendrik, Hentje en opoe Kranenbarg. (circa 1950)

De panden aan de Borculose 68 staan er anno 2007 nog steeds. Ze zijn inmiddels gerenoveerd en er wonen een makelaar en zijn gezin.
@ foto Courtesy Historische Vereniging Old Reurle
# RTB, FRI

Hentje Kranenbarg
** Hendrik Kranenbarg (gb 1900; Ruurlo)

Hendrik Cornelis Kranenburg (1902-1976):
Zoon van Bastiaan Jacob Kranenburg en Teuntje Vaandrager. Geboren op 28.6.1902 te Rotterdam. Hendrik is Ned. Hervormd gedoopt. Zijn overtuiging is gematigd orthodox. Hij volgt de HBS te Rotterdam en studeert dan Tandheelkunde aan de Rijks-Universiteit Utrecht tot mei 1927, waarna hij het artsenxamen doet. Hij huwt met L.A. Jungerius en wordt tandarts te Rotterdam. Hendrik wordt lid van de Christelijk-Historische Unie (CHU) en wordt bestuurslid voor de kiesvereniging Rotterdam. Van 2.9.1946 tot 2.9.1958 is hij lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Daarnaast vervult hij de functie van dijkgraaf. Van 1959 tot 1968 is Hendrik lid van het hoofdbestuur en de unieraad van de CHU. Van 17.10.1961 tot 16.11.1968 is Hendrik lid van de Eerste Kamer van de Staten-Generaal. In de periode 1967 tot november 1968 is hij fractiesecretaris voor zijn partij in de Eerste Kamer. Hij is woordvoerder voor Verkeer & Waterstaat en Volksgezondheid. Hij kenmerkt zich door zijn grote inzet en gedegen voorbereiding.
Udh: Rob.
# P&P, Rob Kranenburg 10.6.08

Hendrik van Kranenburg (1906-1940):
Geboren 29.10.1906 te Rotterdam. Hendrik is Nederlands Hervormd. Hij is vrijwillig soldaat bij het onderdeel VLSK/LWD Luchtwachtdienst Waalhaven te Rotterdam. Deze post wordt in de vroege ochtend van 10 mei 1940 vernietigd door een aantal voltreffers van de Duitse Luftwaffe. Drie man komen om: Hendrik en de vrijwillige soldaten Blok en Kooijman. Hendrik is geraakt door een voltreffer. Zijn lichaam wordt volledig gedesintegreerd. Hendrik is vermeld op een monument op de Grebbeberg, waarop de 138 namen staan van militairen die in mei 1940 zijn omgekomen en die geen (bekend) graf hebben.
** Grebbeberg
# SWO2 (gedenkboek 36), grebbeberg,nl 24.7.08, zuidfront-holland1940.nl 29.5.2012

 

Henri Kranenburg (1906-1945)
Henri is geboren op 9.3.1906 te Rotterdam. Hij is van beroep typograaf. In de Tweede Wereldoorlog wordt hij krijgsgevangene van de Duitsers en te werk gesteld in Berlijn, Stadkreis Berlin. Hij overlijdt daar 30.4.1945 tijdens de hevige gevechten tussen Russen en Duitsers.
De laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog wordt hard gevochten in het centrum van Berlijn. Op 30 april 1945 schieten de Russen de Rijksdag in puin.
Op 2 mei is de oorlog afgelopen. De stad is in handen van de Geallieerden. De Duitsers zijn vernietigend verslagen. Hun rest alleen de totale, onvoorwaardelijke overgave. In deze situatie is Henri omgekomen.
Henri is begraven op Ereveld Loenen (Veluwe) vak A nr 303.
# SWO2, De Telgraaf 17.4.05

Hendrikus Adrianus Kranenburg (1907-1988):
Geboren 6.12.1907. Overlijdt 24.1.1988. Begraven op RK Kerkhof in Rhoon.
# graftombe.nl 8.4.07

Hendrik Arie van Cranenburgh (Henk) (1917-2007):
Zoon van Johan Hendrik van Cranenburgh en Trijntje Hendrina van den Berg.
Geboren 13.9.1917 in Honselersdijk. Opleiding: Lager Onderwijs en ULO (Delft). Werkt als kantoorbediende in Delft en De Lier. Na de Tweede Wereldoorlog start Hendrik een transportbedrijf. In 1947 vestigt hij zich in Veere als hotelhouder van de Campveerse Toren. Anno 2007 is dit een gerenommeerd restaurant, waar vele prominente personen komen.
Huwt 21.12.1954 in Veere met Johanna de Buck (Jo), geboren 28.7.1931 in Veere, dochter van Adriaan de Buck en Neeltje Goedhart.
Ridder in de orde van Oranje-Nassau.
Hendrik overlijdt 2.9.2007 in Vlissingen en is begraven op 6.9.2007 op de begraafplaats aan de Zanddijkseweg in Veere.
Udh: Trijntje Hendrina (gb 1955 Veere), Neeltje Adriana (gb 1958 Veere), Johan Hendrik (gb 1959 Middelburg), Hendrina Adriana (gb 1962 Middelburg) en Johanna Neeltje (gb 1963 Middelburg).
** Campveerse Toren
# VC300

Hendrik Cornelis Kranenburg (1917-1997):
Zoon van Hendrik Cornelis Kranenburg en Theodora de Laat uit Nieuwkoop. Geboren 5.12.1917 in Amsterdam. Huwt 15.1.1945 te Hilversum met Theodora Yetta Ten Brinken, geboren 8.2.1919 te Hilversum. Het huwelijk wordt ontbonden.
Udh: Rob en Sylvia Kranenburg.

Hendrik is kunstschilder. Hij studeert aan de Rijksacademie te Amsterdam (1938-1942) onder leiding van J.H. Jurres en W.H. van de Berg. Eerst woont en werkt hij in Amsterdam, maar in 1943 vestigt hij zich in Laren (Bijenstand 3) bij Blaricum. Hij verwerft een prijs voor portretschilderen en een toelage uit het Davidsfonds (Arti en Amicitae te Amsterdam). Hendrik tekent (pen en pastel), etst en lithografeert. Maar het meest bekend is hij om zijn olieverfschilderijen. Meestal weidse landschappen met een rijk scala aan kleuren. De verf wordt dik op het doek gezet met grove penstreken, wat veel diepte schept. Zijn stijl heeft veel weg van de schilder W.G.F. Jansen, die hij zeer bewondert. De grootse wolkenpartijen boven landschappen of stadsgezichten zijn imponerend en verraden de invloed van de Haagse School. Daarnaast schildert Hendrik ook in moderne stijl en boeiende kleuren. O.a. stadstaferelen.
Hendrik vereenzelfigt zich sterk met het object en is zeer gedreven, waardoor er vele kunstwerken van zijn hand komen. Hij is niet alleen een begaafd schilder, maar ook een goed pianist. Muziek inspireert hem bij het schilderen. In 1964 vertrekt Hendrik met zijn gezin naar Bergen op Zoom, waar hij op 31 januari 1997 overlijdt.
Enkele schilderijen: Stadsgezicht met stadspoort en ophaalbrug, Hervormde Kerk aan de Naarderstraat te Laren, Sigarenwinkel Torenlaan 14 te Laren.
++ Pg Links (> H.C. Kranenburg)
# De Valk Lexicon kunstenaars Laren-Blaricum, RKL, devalk.com/kunstenaars/kranenburg

Hendrik Roelof Kranenburg (gb 1919):
Zoon van Hendrik Kranenburg en Trientje van Kalsbeek. Geboren op 6.3.1919 in Groningen.
# GKH

Hendrik Kranenburg (gb 1922*)
Woont in De Burg aan de Borgweg in Scharmer, waar hij veehandelaar is.
Genoemd in een notariŽle acte van 1957, waarbij hij met Jacob Kranenburg uit Scharmer stukken grond verkoopt.
** Thijs Claesz Kranenburg (gb 1565; Scharmer), Scharmer.
# FRI

Hendrika~
() Henrika, Hendrikka, Hendrica, Hendrina, Hindrikje, Henderske, etc

Hendersken Cranenbergh (1609*-1669):
Mogelijk een dochter van Albert ten Kranenbargh en NN op hoeve Cranenborg in Beltrum.
Ghm Gerrit van der Casteelen. Overlijdt 3.6.1669.
# heerlijkheidborculo.nl 3.9.07

Hendersken Kraanenburg (1699*-1759*):
Woont in Groenlo*. Ghm Jan Schurinck.
Udh: Janna (gd NDG 26.3.1731 Groenlo).
# NDG Doopboek Groenlo

Hendrica Cranenborg (1714*-1774*)
Huwt 1e Jan Aalbers Nienhuis te Zutphen.
Huwt 2e 1744 te Doetinchem Paulus Damen, soldaat in 't Regiment Brigadier Burmannia te Doetinchem. Attest na Zutphen.

Hendersken Kraenenborg (1734-1794*)
Gedoopt 23.5.1734 in Groenlo.
** Groenlo
# DTB Groenlo, JNZ

Hendrikka Cranenburg (1745-1788)
Dochter van Arent Kranenburg en Barendjen van Keulen in De Steeg (Gld).
Gedoopt 25.4.1745 NDG te Rheden.
Huwt 1774* Peter Jansen van Galen.
Hendrikka overlijdt 8.10.1788 te Roosendaal Gld.
Udh: Barend (gb 1774*), Derk (gb 20.3.1775), Hendrik Arend (gb 15.8.1780), Anneke (gb 1785*) en Gerritje (gb 1787*). Alle kinderen geboren in Roosendaal Gld.
$ Hendrika Kranenburg
# NDG Doopboek Rheden, Gen. Peter Jansen van Galen

Henrica Cranenborgh (1769*-1829*)
Geboren in Heusden. Dochter van Pieter Kranenburg en Angelique Nijsen.
# DTB Heusden

Hendrika Ariens Kranenburg (1783*-1818):
Dochter van Ary Pietersz Kranenburg en Lydia Klaasdr De Koning. Geboren in Heerjansdam.
Huwt 22.7.1804 te Hendrik-Ido-Ambacht met Ary Jacobsz Elshout, gedoopt 3.8.1777 te Ridderkerk. Ary is schoenmaker.
Hendrika overlijdt 12.5.1818 te Hendrik-Ido-Ambacht. Ary overlijdt aldaar 25.11.1834.

Hindrikje Hindriks Kranenburg (1812*-1872*)
Mogelijk een dochter van Hinderick Harkes Kranenburg en NN te Scharmer.
Woont in Oostwold. Ghm Roelf Hendriks Schuur.
Udh: Elle Schuur (gb 1837 Oostwold; ghm Antje Hoeksema in Leek).
# allegroningers.nl 10.1.08, KBG

Hendrika Gardina Klein Kraanenbarg (1840*-1900*)
Woont in Zutphen. Is gehuwd met Gerrit Wissink, geboren in 1840*.
Udh: Martina (gb Zutphen 1.2.1869) en Hendrika.

Hendrika Lammerdina Kranenbarg (1889-1949*)
Dochter van Lammert Kranenbarg en Hendrika te Winkel.
Geboren in Ruurlo. Huwt 27.3.1903 in Ruurlo met Bernard Zevalkink, geboren 1875 in Ruurlo, zoon van Jan Zevalkink en Reindjen Halfman.
# Huwelijksacten BS Ruurlo

Hendrika van Kranenburg (1890*-1950*):
Dochter van Jasper van Kranenburg en Willemina van Homoed. Geboren in Maurik.
Huwt 7.11.1919 in Maurik met Berend van Hattem, geboren 21.5.1890, zoon van Martinus van Hattem en Janna van Remmerden.
# quicknet.nl 9.4.08

Hendrina Kranenburg (gb 1915):
Geboren 18.12.1915 in Zutphen.
Huwt 25.10.1939 in Zutphen met Jan Adriaan Uittenbogaard.
Udh: Marjan (gb 8.3.1941 Arnhem).

Hendrika Kranenburg (1927-1997):
Geboren 7.4.1927. Overlijdt 26.1.1997. Begraven op Duinhof in Lisse.
# graftombe.nl 8.4.07

Hendrikje Jacoba Catharina van Cranenburgh (gb 1953)
Dochter van Gerard Pieter van Cranenburgh en Jacoba Kattestaart.
Geboren 29.11.1953 in Haarlem.
Huwt 21.6.1985 in Ruurlo met Toon van de Sandt.
# VC300

Hendrina Adriana van Cranenburgh (gb 1962):
Dochter van Hendrik Arie van Cranenburgh en Johanna de Buck.
Geboren 4.1.1962 in Middelburg. Volgt de Hotelschool in Brugge. Werkt daarna in de horeca. Voert later de leiding van auberge De Campveerse Toren in Veere, samen met haar zuster Trijntje. Ongehuwd.
** Campveerse Toren
# VC300

Hennipakkers
** Kennipakkers

Henrietta A. Cranenburgh (1855*-1915*)
Huwt in 1880 in Bengal (NO India) met Isaac F. Statham.
** Cranenburgh India
# BMA 12.12.2004

Henriette Kranenberg (1824-1884*)
Dochter van Harmen Kranenberg en Maria Alida Langendijk.
Geboren 2.9.1824 te Amsterdam.
Henriette overlijdt in 1884* in Den Haag.
# PKG

Heraldiek:
Heraldiek (wapenkunde) is ontstaan in de tweede helft van de 12e eeuw. In die tijd voeren ridders op slagvelden fel gekleurde wapenschilden om zichzelf aan anderen herkenbaar te maken. Eerst gebeurt dat met kleuren, om aan te geven bij welke groep ze horen. Dat noemen ze 'kleur bekennen'. Later worden ook tekens en symbolen gebruikt. Op den duur ontstaat een grote verscheidenheid aan combinaties van kleuren en symbolen, zodat er vaak grote onzekerheid en verwarring heerst over wie wie is. Daarom wordt eind 12e eeuw een heraut benoemd. Hij moet alles uit elkaar houden en krijgt de volgende taken:

- oorlogs- en vredesverklaringen overbrengen
- tournooien en feesten organiseren
- aankondigen van plechtige gebeurtenissen
- scheidsrechten op slagvelden
- identificatie van gesneuvelden op grond van het wapenschild
- uitroepen van de winnaar
- regelen van begravenissen van gesneuvelden
- registratie van wapenschilden met bijbehorende namen, adellijke titels, etc
- ontwerpen van nieuwe wapenschilden
- genealogien samenstellen

De herauten creŽeren een eigen heraldisch jargon (blazoeneren) en produceren prachtige wapenboeken. Na zeven jaar assistentschap (persevant) kan de heraut wapenkoning worden. Sinds de 14e eeuw horen de herauten tot de vaste functionarissen van de vorst.

Vanaf de 14e eeuw voeren ook steeds meer niet-ridders een familiewapen. Ook van deze wapens maken diverse auteurs prachtige wapenboeken. (> Armorial de Gelre)
** Familiewapens, Cadency, etc

 
Herbert Kranenburg (1777-1837*)
Zoon van Hendrik Kranenburg en Kaatje Herberts Grootenboer.
Gedoopt NH 28.12.1777 in Sommelsdijk*.
# GKK

Herbert R. Cranenburg (1847*-1907*)
Huwt 1872 in Bengal (NO India) met Eveline F. Croutche.
** Cranenburgh India, Ada Cranenburgh
# BMA 12.12.2004

Hercules Cranenburch (1900*-1960*):
Woont in Luik. Is lid van de Sociťte Liťgeoise de Litťrature Wallone.
# Google 10.4.08

Herendiensten
** Hofstelsel

Herengoederen
Landgoederen op de Veluwe die bestaan uit een zaalweer en onderhorige landerijen. Een zaalweer is doorgaans een huis, hof en verder getimmerte en erf. Soms is er alleen sprake van een bouwval. Als er geen zaalweer is, dan wijst de Rekenkamer er een aan.
** Cranenburchgoedje Hierden, Kranenburg Harderwijk
# HOV

Herman~
() Herman, Hermen, Harmen, Hereman, Harm, etc

Herman Dirck Heynensz van Kranenburg (1314*-1374*)
Zoon van Dirric Heynensz van Kranenburg en NN te Eikenduinen.
Vermeld in bron RHH in 1334 ivm betaling van 8 d. aan renten wegens landhure in Up de Nortveen en 26 d. wegens landhure in Up de Gheest te Eikenduinen.
** RHH, Eikenduinen
# RHH

Harman Engebrechtsz van Cranenburch' (1509*-1569*):
Woont 1544 in Katwijk/Rijnsburg, later mogelijk in Leiden. Ghm NN.
Zoons': Wigger Harmansz (gb 1536; Leiden) en Mathijs Harmansz (gb 1543; Leiden) van Cranenburch.
Mogelijk ook Gerrit Harmansz (Katwijk, Haarlem), Hendrik Harmansz (Katwijk), Stoffel Harmansz (Katwijk), Stoffel Harmansz de mal (Katwijk), Thonis Harmansz (Katwijk) en Willem Harmansz boede (Katwijk) van Cranenburch'.
# worldonline.nl 22.9.08 (Historische Atlas van Katwijk en Valkenburg 1544 Index 2), KBG

Harman Jansz van Cranenburch (1525*-1614):
Vrij zeker een zoon van Jan Woutersz van Cranenburch in Warmond.
Vermeld in 1600 in bron KVL ivm belastingaanslag. Hij woont dan in 't Lage Landt in de Vrouwe Ven te Warmond. In dit gebied wonen in de 16e eeuw een aantal Van Cranenburchs. O.a. Zacharias Claasz en Cornelis Meesz met hun gezinnen.
Bezit een hennipakker in Rijpwetering. Deze akker wordt in 1614 verkocht door zijn erfgenamen. Op die grond verrijst in 1615 herberg 'De Vergulde Vos'. (SRO p 61)
# KVL, KBG, SRO

Harman Heijnrijcxz van Cranenburch' (1536*-1596*):
Zoon van Heijnrijck Claesz van Cranenburch (gb 1503) en NN in de buurt Catwijck te Pijnacker. Woont in Pijnacker. Ghm NN.
Vermeld in bron TPP:
1553: Niet vermeld.
1557: Ande kerck: Harman Heijnrijcxz. een huijs gehuijrt van Cornelis voorn. om VI £ siaers XII st. [doorgehaald: Harman heinrijcxz. een huijs gehuijrt van de selve om]
** Cranenburch Pijnacker
# TPP, KBG

Herman Thijsz van Cranenburch (1554*-1614*):
Zoon van Mathijs Gerritsz van Cranenburch (gb 1519) en NN te Dordrecht.
Woont op Huys Cranenburch in Dordrecht. Ghm NN.
Moet in 1580 14 gulden belasting betalen wegens de 50ste Penning voor zijn woning, genaamd Cranenburch.
** Cranenburch Dordrecht
# GA Dordrecht

Herman Heinriksz* van Cranenborch (1587*-1647*):
Vrij zeker een zoon van Heinrik Claasz* van Cranenburch en NN te Amsterdam.
Woont te Amsterdam*. Ghm NN.
Zoon: Hendrik Hermans van Cranenborch (gb 1622).

Harmen op Kranenborch (1615*-1675*):
Mogelijk een zoon van Albert ten Kranenbargh en NN in Beltrum.
Woont in Zutphen", mogelijk Vorden. Ghm NN.
Alias: Hermen Kraenenborgh
Udh: Harmen, Derck, Trijntien en Jan op Kranenborch.
** Zutphen", Achterhoek
# DTB Zutphen, JNZ, KBG

Herman op Woellen Cranenborch (1630*-1690*):
Mogelijk afkomstig van hoeve Cranenborch in buurtschap Kranenburg te Vorden.
Woont op hoeve Woellen Cranenborch in buurtschap Mossel in Kranenburg/Vorden, waar hij vrij zeker vervener is.
Vermeld op een lijst uit 1666 in archief Huis Vorden, ivm uitkering van 52 toenmalige guldens ter vergoeding van schade aangericht door de Munsterse troepen van bischop Christoph Bernard van Galen. (> Woellen Cranenborch Vorden)
Udh: Jan Hermans Cranenborch (gb 1676).
** Woellen Cranenborch Vorden, Kranenburg Vorden
# OTGB, KBG

Herman van Cranenburgh (1650*-1725*):
Zoon van Xx van Cranenburgh (gb 1610) en NN in Tiel* of Maasbommel*.
Xx is mogelijk een zoon van Gerrit van Cranenburgh en NN in Wageningen.
Woont in Zandwijk/Tiel. Huwt 1670* met Agnis Wichmans.
Op 23.1.1689 aangesteld als ontvanger der verponding voor Ravenswaay, Maurik, Rijswijk (Gld) en Ingen.
Op 28.5.1698 kopen hij en z'n vrouw van Matehus Cock 'der regten doctor, ontfanger-generaal over het district en comptoir van Thiel' een huis en hofstede met annex bouwhuis in de voorstad van Tiel. Het bezit wordt belend door Aelert van Leeuwen enerzijds en Lambert Schoenmaker anderzijds (inv Zandwijk 1681/1700 fol 189).
In 1698-1706+* is Herman schepen van Zandwijk binnen Tiel.
Hij leent op 30.11.1700 Fl 1000,- tegen schuldbekentenis van Johan van Leeuwen, burgemeester van Nijmegen.
Agnis overlijdt in 1701*.
Udh1: Gerhardt (gb 1671), Catharina (gb 1673), Jacobus (gb 1674), Wilmijna (gb 1677), Hendrick (gb 1680), Johanna (gb 1683), Pieter (gd 1686) en Johan (1688) van Cranenburgh.

Herman hertrouwt 7.2.1702 met Anthonia Franckamp in Wijk bij Duurstede.
Hij testeert in 1704 (Rechtsarchief Tiel, ivn 42, fol 15)>
Anthonia testeert 24.4.1710. In het testament worden Jacobus en Johanna niet genoemd. Mogelijk wegens overlijden.

- wapen
A. Tot 1698: ťťn kraanvogel. Bron VC300 geeft niet aan of de kraanvogel een steen in een poot houdt of juist niet. VC300 schrijft echter verder wel uitvoerig over wapens met kraanvogels, die al dan niet een steen vasthouden. Het al dan niet aanwezig zijn van een steen, is van cruciale betekenis voor de nadere determinatie van het wapen. Bron VC300 zou dit moeten weten. Aangezien ze daar niets over schrijft bij Hermans wapen, kan het zijn dat VC300 hier onbedoeld nalatig is of dat de kraanvogel inderdaad juist geen steen vasthoudt. Gezien de deskundigheid van bron VC300 mogen we echter aannemen dat ze het belang van de steen onderkent. De steen niet noemend, mag dus geÔnterpreteerd worden als dat de steen inderdaad ontbreekt op dit wapen van Herman. Alleen de genealogische achtergronden van Herman kan hierin duidelijkheid geven. Vrij zeker is hij een telg uit het geslacht Van Cranenburch in Harderwijk. Dit geslacht voert een wapen met een kraanvogel die een steen houdt in de rechter poot.

B. Sinds 1702: drie vogels als steltlopers, rustend op beide poten. M.a.w.: zonder steen in de poten! (> Kraanvogels/Heraldiek) Helmteken: kop en hals van dito vogel. Dit wapen komt voor op alle latere stukken die hij tekent als schepen van Zandwijk. Verder in het Oud Rechterlijk Archief van Tiel (1706, ivn 372) en portefeuille Testamenten (dl I en IV nrs 369-372). De poten van de vogels zijn niet goed te onderscheiden. Derhalve is het niet zeker of ze kraanvogels moeten voorstellen. Gezien de familienaam zou men dat wel verwachten.
Herman wordt verder genoemd in een stuk dd 27.11.1722 mbt civiele processen van L. Crayvanger contra G. van Wijk voor het Hof van Gelderland. Op deze stukken komt ook voor het zegel van Herman, afgedekt met een papieren ruit. Gezien de context van deze mededeling in bron VC300, mogen we aannemen dat op die zegel eveneens drie steltvogels (mogelijk kraanvogels) zijn afgebeeld.
Bij de beschrijving van wapen B is nergens geschreven over een burcht. Nergens wordt een burcht genoemd. Dit is een belangrijk gegeven. Als wapen B namelijk een burcht zou hebben, dan was dit zonder twijfel een wapen van het geslacht Bom van Cranenburgh, afkomstig uit Delft. De afwezigheid van de burcht betekent derhalve dat Herman kennelijk geen telg is uit genoemd geslacht. (> Bom van Cranenburgh)

Waarom Herman na 1698 zijn wapen verandert, is vooralsnog onbekend. Het feit dat hij eerst ťťn kraanvogel kennelijk zonder steen en later drie kraanvogels kennelijk zonder burcht voert, lijkt erop te duiden dat Herman zijn wapen zelf heeft bedacht. Dit idee wordt nog versterkt door het feit dat van andere Van Cranenburghs in zijn directe omgeving, in het geheel geen familiewapen bekend is. In 1698 is Herman circa 48 jaar. Hij heeft dan inmiddels een goede maatschappelijke positie bereikt. Mogelijk wil hij dat manifesteren door wapen A met ťťn kraanvogel te verruilen voor wapen B met drie kraanvogels. Dat maakt meer indruk en past dus beter bij wat hij heeft bereikt. Dit zo zijnde, kunnen we dus bij de zoektocht naar Hermans voorouders zijn eigen wapen gevoegelijk vergeten.
** Harman Cranenburg (1702"), Van Cranenburgh Tiel
# VC300 (p 354-5), HCM, JKE

Hermen op Gulen Kranenborch (1650-1710*):
Zoon van Gulen Kranenborch (gb 1613) en NN in Ruurlo.
Woont op hoeve Gulen Kranenborch in Ruurlo. Ghm NN.
Op 26.2.1671 getuige bij de doop te Ruurlo van Engelbert, zoon van Philips Helleger en Jenneken sijn huijsvrouwe.
Alias: Hermen op de Cranenbergh.
Udh: Guelen Kranenborch (gb 1678) en Hermken op Gulen Kranenborch (gb 1678).
** Zutphen, Weulen Kranenbarg, Kranenbarg Ruurlo
# DTB Zutphen, JNZ, NDG doopboek Ruurlo, KBG

Harmen op Kranenborch (1654-1714*)
Zoon van Harmen op Kranenborch (gb 1615) en NN.
Gedoopt op 26.2.1654 te Zutphen of Vorden.
** Zutphen
# DTB Zutphen, JNZ, KBG

Harmen Harkes Kranenburg' (1655*-1715*)
Vrij zeker een zoon van Harcke Jansen Kranenburg en Anne Jansen in Warffum.
Woont vrij zeker in Spijk/Gro. Ghm NN.
In 1750 pretenderen Jan Duursema en vaadrig E. Meijer collatierecht in Spijk op basis van perceel nr 10 aan de Vierhuizerweg. Zij representeren daarbij tevens hun grootvader Jan Harms (gb 1680) en oom Arent Harms (gb 1682), vrij zeker zoons van Harmen Harkes (gb 1655) in Spijk. Kennelijk is perceel nr 10 dus bezit/medebezit van Jan en Arent Harms, sinds circa 1700. Hun vader Harmen Harkes moet een broer zijn van Jan Harkes, die rond 1680-1710 woont op boerderij Klein Koppen in het aangrenzende Bierum. (BBR p 416)
Udh: Jan Harms (1680 Spijk), Arent Harms (1682 Spijk) en Harke Harms (gb 1686 Spijk) Kranenburg.
** Jan Harkes Kranenburg (gb 1660; Spijk)
# BBR, GGW (Spijk), KBG

Harmen Jans Cranenborg (1660*-1702*):
Mogelijk een zoon van Jan Jacobsz Kranenburg en Gebbe Xx in Kantens.
Of van Jan Roelofs Kranenburg en NN in Noorddijk.
Ghm Lucretia Jans te Winschoten.
Udh*: Immegghjen Kraanenborgh (Winschoten 1694), Jan Harmens Cranenborg (Winschoten 1696) en Garrelt Harms Kraanenborg (Winschoten 1698).
Lucreatie hertrouwd 11.2.1703 te Winschoten met Lucas Jans, een broer van Harmen.
# PKG, KBG

Harman Cranenburg (1667*-1727*)
Vermeld 20.10.1702 bij de doop te Rotterdam van Angenieta van Cranenburgh, dochter van Hendrick van Cranenburgh en Francijntie Brouwers.
Mogelijk is dit Herman van Cranenburgh (gb 1650) uit Tiel, de vader van Hendrick.
# DTB RM Rotterdam (ivn 29)

Harmen Cranenburg (1667*-1727*):
Bezit 1702 huis aan de Grote Kattenburgstraat in Amsterdam.
# GA Amsterdam

Hermen Kranenborch (1692-1752*)
Zoon van Guelen Kranenborch en NN.
Gedoopt december 1692 te Zutphen", mogelijk Ruurlo.
Zoons*: Hendrik Cranenburg (gb 1727) te Rotterdam en Arent Kranenburg (gb 1720) in De Steeg (Gld).
# DTB Zutphen, JNZ

Herman Willem van Cranenburg (1700*-1760*):
Woont 1721 in Nijmegen. Is sergeant in dienst van de VOC. Reist met VOC-schip 'Raadhuis van Vlissingen' op 12.5.1721 naar Batavia. Arriveert daar 15.3.1722. Contract met VOC eindigt in 1724. Repatrieert met het schip 'Witsburg'.
In 1730 woont Herman in Leeuwarden, waar hij Garde du Corps is.
Huwt 19.11.1730 (otr 4.11) NH in de Jacobijner Kerk te Leeuwarden met Bottje Johannes, afkomstig uit Leeuwarden.
NB Volgens DTB Leeuwarden 1725-39 is Herman afkomstig uit Leeuwarden. Formeel gezien lijkt hij dus daar geboren?! Zijn vader is echter niet te vinden in de kerkelijke archieven van Leeuwarden.
Alias: Harmen Willems (Hermanus Wilhelmus) van Cranenburgh/Kranenburg.
Udh: Maria (1731 Leeuwarden).
# AVOC, Tresoar

Harm Kranenburg (1721*-1781*):
Vrij zeker een zoon van Harke Harms Kranenburg en NN in Spijk/Gro.
Woont in Scheemda. Ghm Anna Haijkens.
Udh: Elsien Kranenburg (gd NH 1756).
** Elsien Kranenburg (gb 1756).
# archieven.nl 26.9.08 (doopinschrijvingen)

Hereman Kranenburg (1727-1796)
Zoon van Isaak Pietersz Kranenburg en Maria Here Nobel.
Gedoopt GF 15.6.1727 in Delfshaven.
Overleden in Delfshaven en aldaar begraven 13.8.1796.
# DTB Rotterdam (ivn 1/033; 4/012)

Hermen van Cranenburg (1728*-1788*)
Vermeld op 7.10.1753 bij geboorte van kind in Den Bosch.
Zoon: Hendrikus van Cranenburg (gb 1753 Den Bosch).

Harmen Jans Cranenborg (1731-1791)
Zoon van Jan Harmens Cranenborg en Geertruida Wessels Scholtens.
Gedoopt NH 3.6.1731 in Noordbroek.
Huwt 21.1.1753 met Anna Haijkens, geboren 1726 in Scheemda en aldaar NH gedoopt op 30.5.1726. Anna is de dochter van Haiko Alderts Haijckens en Elsje Heeres.
Harmen Jans overlijdt op 6.1.1791 te Scheemda. Anna overlijdt aldaar op 23.10.1809.
Udh: Jan Harms (1753-53), Geertruit Harms (1754-57), Elisabeth Harms Elzien (1756-57), Jan (1760), Haico Harms (1762), Haiko Harms (1762-62), Elsjen Harms (1763) en Hermannus Harms (1766-72). Alle kinderen geboren in Scheemda.
** Tweelingen
# PKG, JBK

Harmen Kranenburg (1763-1840):
Zoon van Hendrik Jan Kranenberg (gb 1733) en Jenneken Stapelkamps.
Gedoopt NDG 24.9.1763 in Vorden.
Huwt 1798 in Vorden met Geesken Termeulen. Overlijdt 1840 in Zwiep (Lochem).
Alias: Harmen Kranenberg.
Nazaat*: Teunis Kranenburg (gb 1925; Zwiep).
** Zwiep
# NDG Doopboek Vorden, esveld.net 6.1.09

Harm Weulen Kranenbarg (1775*-1835*)
Mogelijk een zoon van Garrit Cranenbarg (gb 1746) en NN in Ruurlo.
Woont in Vorden. Ghm Berendina Eggink.
Udh: Derk Weulen Kranenbarg (1810 Vorden).
# KBH, KBG

Harm Kranenberg (1796-1856*):
Zoon van Haico Harms Cranenborg en Anna Haijkens.
# PKG

 

Harmen Kranenberg (1796-1873)
Geboren 11.9.1796 in Sappermeer en aldaar NH gedoopt. Zoon van Haico Harms Cranenborg en Anna Louisa Looff.
Harmen is horlogemaker. Hij huwt 18.10.1823 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam met Maria Alida Langedijk, gedoopt NH op 6.10.1796 te Amsterdam. Ze is de dochter van Pieter Langendijk en Maria (Anna) Boom.
Harmen overlijdt 3.10.1873 te Zeist. Maria overlijdt aldaar op 31.1.1887.
Udh: Henriette (1824), Herman (1825), Johannes (1831) en Pieter (1834) Kranenberg. Alle kinderen geboren te Amsterdam.
# PKG


 
Herman Kranenberg (1825-1909)
Zoon van Harmen Kranenberg en Maria Alida Lnagendijk.
Geboren 22.8.1825 te Amsterdam.
Woont in Den Haag (Regentesselaan 337). Overlijdt aldaar op 7.5.1909.
# PKG

Herman Kranenburg (1856*-1916*):
Woont in Bellingwolde. Van beroep dagloner.
Vermeld 30.6.1898 ivm overlijden Trijntje Spa te Bellingwolde. Herman is dan 42 jaar.
# Google jan 2008

Hermanus Cornelis Egbertus Kranenburg (Manus) (1906-1979):
Geboren 29-12-1906. Overleden 7-09-1979 te Koudekerk/Rijn.
Huwt 1e Annie Brunťe, afkomstig uit Den Haag.
Udh1: Arie (gb 1931), Piet en Wilhelmina (Willy; jong ovl) Kranenburg.
Huwt 2e Anna NN. Anna was eerder gehuwd met Xx van der Leede. Uit dat huwelijk zijn geboren Bert en Wil van der Leede.
Udh2: Marianne en zoon Manjť Kranenburg.

Oudste zoon Arie Kranenburg (gb 1931) is brigadier bij de Utrechtse Politie. Op 22 september 1977 wordt Arie in Utrecht doodgeschoten door Knut Folkerts van de geweldadige ultralinkse Rote Armee Fraktion uit Dutisland. Hermanus kan het verlies van Arie niet verwerken en verongelukt 7 september 1979 in Kouderkerk aan de Rijn. Hij wordt overreden door een vrachtwagen.
Kinderen: o.a. Arie (gb 1931) en Marianne.
** Arie Kranenburg (gb 1931; Utrecht)
# MMK, WRK, KBG

Harm Johan van Cranenburgh (gb 1947):
Zoon van Pieter Jacobus van Cranenburgh en Anna Hiemstra.
Geboren 31.8.1947 op Ambon in IndonesiŽ. Opleiding: HBS-B en HBO. Werkt 1988 als commercieel employť.
Huwt 11.3.1972 in Rijswijk met Aurelia Anne Post. Woont in Gouda.
Udh: Stefan Marinus (gb 1978 Gouda) en Nanne Alexander (gb 1980 Gouda).
** IndonesiŽ
# VC300

Hermina Josina Hendrica van Cranenburgh (1821-1905):
Dochter van Willem Jan van Cranenburgh en Maria Johanna Welsink in Den Haag.
Geboren 19.5.1821. Huwt 4.4.1855 in Den Haag met Francois Stabat, 51 jaar, geboren in Aigremont (Frankrijk), van beroep kok in Den Haag.
Udr: een tweeling: Euphrasie Isabelle en Alfred, beiden geboren op 3.3.1855 in Den Haag.
** Tweelingen
# VC300

Hermke~
** Harmke~

Hessel Claesz van Cranenburch' (1540*-1610*):
Vrij zeker een zoon van Claes Claesz van Cranenburch (gb 1504; Leiden).
Woont in Voorhout/Rijnsburg. Ghm Neeltje Pietersdr.
In 1601 is ene Hessel Claesz baljuwsbode (deurwaarder). In die hoedanigheid is hij op 12.12.1601 met twee andere mannen op zoutcontrole. Getuigen melden dat zij huijs of huijs aen gingen langs de gebuijrte van Voorhout om ondersouck van tzout te doen. Kennelijk hebben zij opdracht om te controleren of er in de woningen zout wordt gebruikt waarop geen belasting (impost) is betaald. Een getuige ziet dat Hessel op de dam van Pieter Decker ligt. Als ze hem passeert, zegt hij: dat hij al wel geteert was, zulcx dat hem qualicken luste te gaen, ende dat hij nochtans daer mede aen moste wesen, menende tot des requirants woning. Hessel is kennelijk enigermate beschonken. Hij wil graag blijven liggen, maar moet nog controleren bij Pieter Decker. Plichtbewust staat Hessel daarom weer op om zijn taak te volbrengen. Zonder resultaat. Hij vindt geen zout, want volgens een buurvrouw had Pieters huisvrouw eenige dagen daer vooren tot twee verscheijden stonden eenich zout geleend heeft geehad.
Udh: Reyer Hesselsz (gb 1572) en Rijck Hesselsz (gb 1578) van Cranenburch.
# Zandbergen Gen., KBG

Hesther Bartholomeusdr (van) Cranenburgh (1685-1745*)
Gedoopt 23.5.1685 in de Pieterskerk te Leiden. Dochter van Bartholomees Hendrikxz Cranenburg en Eva Philipsdr Nagtegael.
# Dopen in Leiden, DAB

Hester Cranenburgh (1714-1774*)
Dochter van Pieter Kranenburgh en Maria Braax.
Gedoopt GF 7.10.1714 te Roterdam.
# DTB GF Rotterdam (ivn 1/299)

Heusden:
In Heusden stond in de buurtschap Wijk ooit een kasteel, dat naar zeggen rond 1390 is gebouwd door Willem van Kronenburg, afkomstig van kasteel Kronenburg in Loenersloot (Utrecht). Bron AWA noemt het kasteel:

CRANENBURG of Kroonenburg, adell. huis in het Land van Heusden, prov. Noord-Braband, arr. en 3 u. N.W. van 's Hertogenbosch, kant. en 3/4 u. N. van Heusden , gem. Wijk-en-Aalburg.
Bron BSH (1650; p 106) schrijft over Kronenburg:
Van het Huijsken te Wijk genaamt Kronenburg; ik presumeer [veronderstel] dat dit getimmert zal wesen omtrent het jaer 1390 bij Jonker Willem van Kroonenburg, Kasteleijn van Heusden, en Heer van Vlijmen en Engelen, en alsoo [zodoende] genaamt na het huijs Kroonenburg i.nt Stigt van Uutregt. Het komt nu toe Jonker Ingenieuland Luijtenant Colonel.
Bron BSH presumeert ofewel veronderstelt dat Willem van Kroonenburg de bouwer is van het kasteel. M.a.w.: de bron is daar niet zeker van. Argumenten voor deze veronderstelling worden niet gegeven, hetgeen de veronderstelling zeer zwak maakt. Voor ene Willem van Kroonenburg uit 't Sticht is feitelijk in dit bestek alleen Willem van Kronenburg (gb 1337) op kasteel Kronenburg in Loenersloot. (> Kronenburg Loenersloot)

Bron HKW (1995) schrijft ook over kasteel Kronenburg:
- Gelegen aan de Veldstraat in Wijk, een dorp bij Heusden.
- Oudste vermelding dateert van 1355: een steenhuijs met vier mergen lants, bezit van Gijsbert van Well, Gelders leenman van de graaf van Holland.
- In 15e eeuw in bezit gekomen van Jan van Kronenburg, wiens betovergrootvader een bastaard is van de graaf van Holland en Alida van der Geijne. [# KRU: Dirk van Kronenburg, alias Dirck Claesz van den Gheyne (1302-1362). > Kronenburg Loenersloot]
- Jans overgrootvader wordt in 1562 beleend met huis Kronenburg aan de Vecht. (# KRU: Willem van Kronenburg in Loenersloot)
- Op 3.6.1469 wordt Jan van Kronenburg beleend met het steenhuijs te Wijk. Sindsdien wordt het Kronenburg genoemd.
- Jan wordt 1490 bij verstek ter dood veroordeeld wegens deelname in 1488 aan de 'Aanslag op Rotterdam'. Het vonnis wordt niet uitgevoerd.

Uit de tekst van bron HKW is duidelijk dat kasteel Kronenburg onder die naam in 1409 nog niet bestaat. Bovendien wijkt de bouwhistorie van het kasteel af van hetgeen bron BSH daarover beweert. Conclusie: Bron BSH is inhoudelijk in strijd met de werkelijkheid.

Volgens het gemeente-archief van Heusden (2003) is Kronenburg de enige juiste naam. Gezien bron HKW is deze bewering niet helemaal correct. Vůůr 1469 heeft het kasteel (steenhuis) een andere naam of geen naam.

Willem Bilderdijk (1756-1831) schrijft in zijn boek "Geschiedenis des vaderlands. Deel 4." over Jan van Kranenburg die rond 1409 slotvoogd van Heusden is. (dbnl.org 10.11.08) Willem Bilderdijk is een gerenomeerd historicus, zodat zijn informatie serieus genomen moet worden. Er kan dus inderdaad een Jan van Kranenburg zijn, die in 1409 slotvoogd is van het kasteel van Heusden. Echter, bron RIH (p 445) beschrijft ene KRONENBURG, JAN VAN (1379-1423), ridder (1398). Oudste zn. Willem van Kronenburg (1362-1397) en Liesbeth van Heemskerk; ... rentmeester, drost en kasteelvoogd Heusden (1398-1410), raad van Albrecht van Beieren (1397-1404), Willem VI (1405-1417) .... Aangezien bron RIH (2001) doorgaans als zeer betrouwbaar en accuraat wordt aangemerkt, moet haar beschrijving van Jan van Kronenburg vooralsnog voor waar worden aangenomen. Dat betekent dat de door Willem Bilderdijk genoemde Jan van Kranenburg een verschrijving moet zijn.

Bilderdijk schrijft over een slotvoogd van Heusden en bron RIH over een kasteelvoogd Heusden. Aangezien daarbij ook de namen Kranenburg (Bilderdijk) en Kronenburg (RIH) worden genoemd en er in feite ook nog een kasteel Cranenburg of Kronenburg bestaat in Heusden, is er de neiging om in dit bestek spontaan te veronderstellen dat het gaat om een slotvoogd/kasteelvoogd van kasteel Cranenburg/Kronenburg. Dat is echter onjuist. Met slotvoogd of kasteelvoogd van Heusden wordt feitelijk bedoeld: de voogd van het middeleeuwse kasteel (burcht) dat ooit heeft gestaan in het centrum van Heusden achter de RK Kerk.

Het is vooralsnog een raadsel dat bron AWA (1841) schrijft over een adellijk huis Cranenburg in Heusden en die naam meer prioriteit en betekenis geeft dan de naam Kronenburg. AWA is doorgaans zeer goed en gedetailleerd geÔnformeerd, zodat niet snel mag worden gesteld dat haar tekst onjuist is. Aangezien in en nabij Heusden in de loop der eeuwen vele Kranenburgs~ hebben gewoond, moeten we de tekst van bron AWA zelfs serieus nemen en nader onderzoeken. Ook Willem Bilderdijk moeten we serieus nemen gezien zijn faam als historicus. Vooralsnog zijn er echter geen argumenten gevonden die de beweringen van bron AWA en Willem Bilderdijk voldoende kunnen onderbouwen. Echter, dit geldt evenzeer voor bron RIH mbt de relevante feiten. We moeten derhalve op dit moment concluderen dat op grond van de beschikbare gegevens niet met zekerheid kan worden gesteld of de betreffende slotvoogd van Heusden Jan van Kranenburg of Jan van Kronenburg heet.

Bron RIH noemt expliciet Jan van Kronenburg in 1398-1410 rentmeester, drost en kasteelvoogd Heusden. Tevens: raad van Albrecht van Beieren (1397-1404) en Willem VI (1405-1417). (> Kronenburg Loenersloot) Raadslieden zijn belangrijke adviseurs van de vorst en verblijven doorgaans in zijn directe nabijheid om hem snel te kunnen helpen bij belangrijke zaken. Hun betekenis is groot en ze vallen daarom normaliter binnen de directe bewakingszone van de vorst zelf. Het is daarom vreemd dat Jan van Kronenburg rond 1409 ten tijde van de strijd tussen graaf Willem VI van Holland en hertog Reinoud van Gelre uitgerekend midden in het strijdtoneel vertoeft als drost en slotvoogd van Heusden en tegelijkertijd als raad van Willem VI. Een uiterst kwetsbare positie in een uiterst gevaarlijk periode. Weinig vorsten zullen hun raadslieden zo kwetsbaar opstellen.

Gezien het voorgaande is het de vraag of de Jan van Kronenburg genoemd door bron RIH inderdaad in 1398-1410 de rentmeester, drost en slotvoogd van Heusden is. Kan Willem Bilderdijk gelijk hebben als hij als zodanig Jan van Kranenburg noemt? Het lijkt niet onwaarschijnlijk. Er is namelijk een Jan van Cranenburg (1370-1447), knaepe, zoon van Engelbert II van Cranenburg en jonkvrouwe Elisabeth Mourijnsdr van Burghersdijk te Eikenduinen. Op 29 juni 1367 krijgt zijn vader de leen van hofstede Cranenburg Eikenduinen benevens het recht om twee zwanen te houden op het Wijndaeler Meer. Van Jan (gb 1370) horen we 51 jaar niets. Tot 5 februari 1421. Op die datum wordt Jan beleend met hofstede Cranenburg Eikenduinen, 24 morgen land, een woning en een smaltiende te Maasland, etc. Jan is dan 51 jaar. Lange tijd woont Jan dus op hofstede Cranenburg in Eikenduinen, op een steenworp van het Binnenhof in Den Haag waar de graven van Holland zetelen. Zijn tante Alijd Jansdr van Cranenburg (1340-1408) heeft een zeer goede relatie met graaf Albrecht van Holland. In dit kader is het niet ondenkbaar dat Jan van Cranenburg (gb 1370) in 1398-1410 voor de graaf de functie bekleedt van rentmeester, drost en slotvoogd van Heusden. In 1421 woont hij waarschijnlijk weer op hofstede Cranenburg te Eikenduinen tot zijn dood in 1447.

In 1740 wordt kasteel Kronenburg gestroffen door een overstroming. De schade is zo groot en kostbaar dat renovatie achterwege blijft. Sindsdien raakt het kasteel langzaam maar zeker in verval. Uiteindelijk verdwijnt het volledig in de grond.

Aangezien bron AWA in 1841 verschijnt en kasteel Kronenburg al zeker is verdwenen, is het denkbaar dat de informatie die de auteur krijgt niet meer helemaal correct is mbt tot het voormalige kasteel Kronenburg. Kronenburg en Kranenburg worden vaak verward. En zo kan dat hier ook zijn gebeurd. Echter, bron AWA is zo pertinent in het noemen van Cranenburg, dat er verwarring mogelijk lijkt met een nabijgelegen adellijk huis met de naam Cranenburg. Vooralsnog is echter niet bekend waar dat huis moet hebben gestaan. Het is denkbaar dat een zoon van eerder genoemde Jan van Cranenburg (gb 1370) de stamvader is van dit adellijk huis. Deze Xx van Cranenburg is dan mogelijk rond 1395 geboren en heeft zich dan ergens in de regio rond Heusden kunnen hebben gevestigd.
** Kronenburg~, Kronenburg Loenersloot
# AWA, BSH, HKW, FRI, DAB

Heijltje~
** Hiltje~

Heynrick~
** Hendrik~

Hierden
** Cranenburchgoed Hierden

Hilje~
() Hilje, Hilke, Hille, Hillegont, Hillegijn, etc

Hillegont Willemsdr van Cranenburg' (1486*-1546*):
Mogelijk een dochter van Willem Pietersz van Cranenburg (gb 1460) en NN te Schipluiden.
Genoemd 14.10.1521 in bron OV70/101: Hillegont Willemsdr, hulde door Screvel van Diemen, bij dode van haar neef Wouter Jansz (l.h. 124, cap. N.H., f 32). De leen betreft 14 morgen land in Borgerdijk bij Maasland dat sinds 1373 in leen is bij Cranenburgs~: Engelbert II van Cranenburg, Jan van Cranenburg, Engelbert IV van Cranenburg, Gerrit van Cranenburg, Elisabeth van Cranenburg, Jan Claesz van Cranenburch en Wouter Jansz van Cranenburch. Aangezien lenen normaliter in de familie blijven, is Hillegont mogelijk een Cranenburg~ c.q. dochter van Willem Pietersz van Cranenburg (gb 1460) in Schipluiden.
** OV70/101

Hillegont Maertensdr Cranenburgh* (1570*-1596)
Geboren op boerderij Moppehoeve in de Zuytvenne (Vrouwe Ven) te Warmond. Dochter van Maerten Mathijsz Cranenburgh* en Maritge Jacobsdr. Huwt 14.1.1596 te Oude Wetering met Floris Jacobsz van der Weteringe, een rijke boer uit Rijpwetering. Het jonge echtpaar overnacht in het Regthuys te Oude Wetering en vertrekt de volgende ochtend heel vroeg per boot naar hun boerderij in de Blauwe Polder in het zuideinde van Rijpwetering. Onderweg over het Kagermeer komt het bruidspaar met het gezelschap op weg naar Warmond door onbekende oorzaak te verdrinken.
** Maerten Mathijsz Cranenburgh
# SOR (p 144-147)

Hilje Jans Kranenburg (1695*-1755*):
Dochter van Jan Harkes Kranenburg en NN in Spijk.
Verhuist na de Kerstvloed van 1717 naar Scharmer samen met haar boer Harke Jans Kranenburg. Ghm Jan Huisingh.
Vermeld beide in 1721 als lidmaat van de Herv. Gemeente te Scharmer.
Vermeld in bron Acta van de NH Kerk te Scharmer:
1.6.1725: Konde Hilje Jans, wegens verschil met haar broer Harke Jans niet
versoght worden.
31.8.1725: Hilje Jans Dolerande [droevig zijnde], is op selfs beproevinge versoght [door de dominee].
Udh1: Hinderik Jans (sep 1724 Scharmer) en ...tje Jans (1729 Scharmer) Huisingh.
Huwt 2e, zijnde weduwe, met Pieter Jacobs uit Kolham.
Udh2: geen kinderen bekend.
# Acta, COR

Hilleken van Cranenburgh (1701-1761*):
Dochter van Peter Willems van Cranenburgh en Marijcke Lamerts van Reeckum.
Gedoopt 16.2.1701 in Opijnen.
# HPN

Hilke Fockes Kranenburg (1748*-1808*):
Dochter van Focke Gerlofs Kranenburg en Margrieta Bomers.
Geboren in Groningen.
# JBK

Hilligje Kranenburg (1749*-1809):
Vermeld op Naamlijst Ledematen NH Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en Zandelingen Ambacht beginnend in 1792 van A.B. den Haan.
Ghm Willem de Vries (ovl 1801).
# OVG 1992

Hilligje Jan Harkes Kranenburg (1754-1814*)
Dochter van Jan Harkes en Marijchjen Roelefs.
Gedoopt NH 18.5.1754 te Scharmer.
Huwt 7.6.1776 te Scharmer met Hendrik Jans Bos, veenopziener, geboren in 1752*, zoon van Jan Harms Bos en Klasien Oomkes.
Hendrik Jans overlijdt 25.5.1830 te Scharmer.
Udh: Jan (8.8.1779), Roelf (24.2.1782), Klasijn (27.2.1785), Harke (20.1.1788) en Oomke (26.4.1795). Alle kinderen geboren te Scharmer.
# GKH

Hillegijn Hendriks Kranenburg (1755-1834)
Dochter van Hindrik Harkes Kranenburg en Engel Ypes Stedema. Gedoopt NH 13.7.1755 te Scharmer.
Huwt 4.5.1788 te Scharmer met Jan Jacob Dubbeld, geboren te Woltersum, zoon van Jacob Jans en Aafke Hindriks. Hij was eerder gehuwd met Dietje Alberts, dochter van Albert Fockes en Geertje Cornelis.
Jan Jacob overlijdt 29.9.1810 te Slochteren. Hillegijn overlijdt aldaar op 15.8.1834.
Udh: Engeltje (14.3.1790), Hinderkijn (19.4.1793) en Hinderik (18.3.1798). Alle kinderen geboren te Scharmer.
# GKH

Hilje Kranenberg (1892-1982):
Geboren 24.1.1892. Overlijdt 8.12.1982. Begraven in Bedum.
# graftombe.nl 4.2.08

Hillebrand Fockes Kranenburg (1760*-1820*):
Zoon van Focke Gerlofs Kranenburg en Loeke Arijs.
Geboren in Uithuizen.
# JBK

Hiltje~
() Hiltje, Heijltje, etc

Heijltje Kranenburg (1717-1754):
Dochter van Teunis Kranenburg en Beertje van Wieringen.
Geboren 10.1.1717 in Nieuwkoop.
Overleden 13.3.1754 te Nieuwkoop. Aldaar begraven 15.3.1754.
Alias: Heijltje Cranenburgh.
# GHA 29.1.09, DAB

 

Hiltje Kranenburg (1892-1970*)
Geboren 1.4.1892 te Scharmer. Zoon van Geert Kranenburg en Antje Zuur.
Huwt 16.6.1917 te Slochteren met Evertje Gunster, dochter van Wilko Gunster en Alida Spenger.
 
Hiltje is kapper in Scharmer. Hij woont in een boerderij aan de Hoofdweg aldaar, nabij Harkstede. In deze boerderij is ook zijn kapperszaak gevestigd. Hiltje knipt en scheert de heren en dochter Antje verzorgt de permanenten van de dames. Als zaterdagavond de deur dich gaat, blijft er altijd een aantal vaste klanten binnen en wordt er tot in de kleine uurtjes een kaartje gelegd.

Hiltje is een verwoed visser. Hij vangt altijd hele grote vissen. Naar zeggen zwom er eens een snoek van wel twee meter die aan Hiltje vraagt of hij ook ene Hiltje Kranenburg kent. Hiltje is beduusd van deze pratende vis

 
en vraagt waarom hij dat wil weten. De snoek antwoordt: Nou dan zwem ik snel door, want anders vangt hij me nog.
Hiltje is ook een verwoed kaartspeler. In de Tweede Wereldoorlog speelt hij een spannend spel met zijn overburen. De overbuurman wint en Hiltje wordt dan zo boos dat hij alle kaarten in de kachel smijt. Dat is pech, want in die jaren is alles schaars. En kaarten al helemaal.
Udh: o.a. een doodgeboren zoon (Scharmer 29.3.1920) en dochter Antje.
@ foto's Courtesy Vrouger Scharmer-Harkstede
# Henk Nieborg te Scharmer, Vrouger (november 2006, Heine Knollema), FRI

Hindrikje~
** Hendrika~

Hiskias~

Hiskias Cranenburch (1614*-1674*):
Mogelijk een zoon van Harke Egbertsz Kranenburg en Beertien Goossens te Amsterdam.
Woont in Amsterdam. Ghm Willemijntje Willems.
Alias: Hiskias Cranenborch
Udh: Gerrit (gd NH 11.8.1647 Nieuwe Kerk A'dam; jong ovl.), Willem (gb 1649) en Gerrit (gb 1651).
# JKE, GA Amsterdam, KBG

Hiskias Kranenburg (1635*-1692):
Mogelijk een zoon van Harke Thijsz Kranenburg (gb 1595) uit Scharmer, later Nieuwolda en mogelijk Oost-Friesland.
In 1656 studeert Hiskias Kranenburg uit Oost-Friesland in Franeker. Waar hij is geboren, is onbekend. Huwt Trientje Wyben. Zijn nazaten noemen zich Kranenborg. Woont 1668 in Xx/OFrl, 1675* in Wymeer, 1683* in Venhusen en 1690* in Wymeer, waar Hiskias in 1692 overlijdt.
Wymeer is een stadje in Duitsland met anno 2003 ongeveer 1500 inwoners. Het grenst aan Bellingwolde in Groningen, waar een hoge concentratie Kranenborgs woont. Op de begraafplaats van Wymeer is geen graf van Hiskias te vinden, evenmin in de kerk zelf. De grafstenen dateren van eind 18e eeuw. De naam Kranenburg of varianten daarvan is op geen enkele steen te vinden, zodat de conclusie redelijk lijkt dat zich in Wymeer geen Kranenburgs~ duurzaam hebben gevestigd.
Udh: Wybrandus (gb 1668), Tjake (gb 1675) en Gerhardus (gb 1683)
** DaniŽl Cranenborg (gb 1675), Tweelingen
# JBK, FRI, KBG

Hiskias Wijbrands Cranenborgh (1702-1773):
Alias Hiskias Kranenburg. Zoon van Wijbrandus Kranenborg en Trijntien Haselhof. Geboren 27.8.1702 te Wedde. Predikant te Borkum (O.Frl). Huwt 11.9.1755 te Kantens met Roelijna Eles, geboren 15.1.1713, dochter van Hindrik Eles en Catharijna Gerhardus Nanninga. Hiskias overlijdt 3.3.1773 te Borkum.
# Trouwboek Kantens 1735-1811

Hiskias Kranenburg (1736-1766*)
Gedoopt 23.12.1736 te Bellingwolde als zoon van Jan Christoffels van Renkum en Wibbina Kranenborg, dochter van DaniŽl Kranenburg, zoon van Hiskias Kranenburg, alias Hiskias Wijbrands Cranenborgh (1702-1773). Mogelijk is Hiskias Kranenburg dezelfde als Hiskias Jans Kranenburg (gb 1745*).
# Bert Kranenborg, KBG

Hiskias Jans Kranenburg (1745*-1766):
Mogelijk een zoon van Jan Kranenburg (gb 1697) uit Amsterdam.
Afkomstig uit Benningerwold.
In 1765 matroos bij de VOC. Vaart 14.7.1765 vanuit Enkhuizen met het schip 'Jonkvrouwe Kornelia Jacoba' naar Batavia. Aankomst 27.3.1766. Overlijdt 20.6.1766 in AziŽ.
De locatie Benningerwold is anno 2007 vooralsnog niet te vinden. Aangezien Hiskias vanuit Enkhuizen vaart, komt hij mogelijk uit de nabije omgeving. Circa 4 Km noordelijk van Hoorn ligt een dorp met de naam Benningbroek, net boven Nibbixwoud. Verder komen in die regio enige plaatsen voor met de uitgang -woud. Mogelijk is Benningerwold derhalve een gehucht nabij Benningbroek. De uitgang -wold is echter typisch voor plaatsnamen in Groningen. De naam doet denken aan Bellingwold in Groningen, waar inderdaad Kranenburgs~ wonen. Iets noorderlijk daarvan ligt Bellingerwolder Schans, wat later Oudeschans heet. In Bellingerwolder Schans heeft ook ene DaniŽl Cranenborg (gb 1676) gewoond. Deze DaniŽl is mogelijk een zoon van Hiskias Kranenburg (gb 1635).
** Hiskias Kranenburg (gb 1736)
# AVOC

Hoekse en Kabeljauwse Twisten (1350-1490)
Langdurige periode van oorlog tussen aanhangers van Margaretha van Beieren (Hoeken) en de Hollandse steden (Kabeljauwen). Aanleiding is het jaargeld dat Margaretha de steden opgelegt, nadat zij Holland en Zeeland heeft afgestaan aan haar zoon graaf Willem V (1333-1389). De Hollandse steden vinden de lastenverzwaring onacceptabel en komen daartegen in opstand. De meeste edelen kiezen de kant van Margaretha.
Centrale figuren bij de Hoeken zijn Willem van Duivenvoorde en leden van het geslacht van Polanen (w.o. Jan II), Dirk III van Brederode, Herbaren van der Binkhorst en DaniŽl van Rodenrijs. Alleen de geslachten van Egmond en Van Arkel kiezen duidelijk voor de steden. Centrale figuren bij de Kabeljauwen zijn Jan I van Egmond, Gerard van Heemskerk, Jan van Wateringe en Klaas van Zwieten.
In 1351 culmineert het conflict in de zeeslag bij Zwartewaal. Margaretha wordt verslagen en Willem wordt erkend als graaf van Holland. De strijd is hiermee nog niet afgelopen, maar woedt nog ruim honderd jaar voort met steeds andere aanleidingen. Vaak zijn dat persoonlijke kwesties, die verder weinig of niets te maken hebben met de oorspronkelijke aanleiding.
De samenstelling van de goepen wisselt steeds. De partijkeuze is vaak bepaald door de situatie en de belangen. Ook spelen vaak locale verhoudingen een grote rol. Bepaalde geslachten zijn soms sterk vertegenwoordigd in een van de kampen, terwijl andere geslachten meer vertegenwoordigd zijn in het andere kamp. De Van Wassenaars, Van Duivenvoordes en Van Rozenburg zijn sterk vertegenwoordig bij de Hoeken, terwijl de Van Egmonds en de Van Heemskerks veelal zijn te vinden bij de Kabeljauwen. Bij de Van Cranenburgs is nog niet duidelijk voor wie zij kiezen. Willem van Cranenburg moet haast een Hoek zijn, gezien zijn goede relatie met de Hoek Filips van Wassenaar, burggraaf van Leiden. Alijd van Cranenburg moet haast wel een Kabeljauw zijn, gezien haar kennelijk goede relatie met hertog Albrecht van Beieren, die tot de Kabeljauwen hoort.
In de loop van de jaren worden de Kabeljauwen steeds sterken en verliezen de Hoeken aan macht. Dit heeft grote gevolgen voor de samenstelling van diverse bestuursorganen als stadsbesturen en vroedschappen. De verwoestende campagnes van de Hoek jonker Frans van Brederode resulteren uiteindelijk in diens definitieve nederlaag in 1490 in Zeeland bij Brouwershaven. Jan van Egmond heeft hem verslagen in een zes uur durende zeeslag en maakt daarmee een einde aan de twisten. De Hoeken zijn hun macht, functies en bezit grotendeels kwijt en de Kabeljauwen en steden hebben hun macht en positie enorm versterkt.
** Cranenburg Bleiswijk, Cranenburg & Mathensse, Egmond van Cranenburg
# Oosthoek 1980, LHS, HKT

Hoenders
** Hofstede, Cranenburg Eikenduinen

Hoeve
- hofstede, boerderij
- landmaat in Middeleeuwen gebruikt bij gronden in wildernisse. (RKR p 71)
GWN: 1. boerderij, hofstede, soms alleen woning; 2. (hist.) stuk land van bepaalde grootte, veelal 16 morgen.
** Wildernisse, Morgen

Hofboeken
Bevatten de registratie van erfhuur betaald door pachtboeren aan de heer van een hof (landheer, graaf).
** Erfhuur, Hofstelsel, HVH

Hofmeester
= hofmeijer

Hofmerken
** Huismerken

Hofmeijer
Zaakwaarnemer van een pachtheer (lanheer), eigenaar van een hof en land.

Hofstede:
Ook hofstad genoemd.
Groot woonhuis, boerderij of hoeve met grond.
Grote hofsteden kenmerken zich in de Middeleeuwen door o.a. het houden van hoenders. Bron MHD (p 17, 19) schrijft:

Bij de aanwezigheid van hoenders en grond verwacht men juist zoals in Wassenaer een hof van domaniale snit ...
Men ziet hier toch hoenders in verband met domaniale structuren.
GWN: 1. hoeve, boerderij; 2. (hist.) riddermatig goed.
** Cranenburg Eikenduinen, Ridderhofstad
# MHD, GWN

Hofstedehuur
Geldbedrag wegens huur van een hofstede.
Identiek aan erfhuur.
** Erfhuur

Hofstelsel
Pachtsysteem dat tot de 14e eeuw in Nederland en elders heeft bestaan.
Centraal staat een hof met een aantal boerderijen in de buurt. Arme boeren kunnen hun pacht betalen door diensten te verlenen aan de heer van het hof. Dit zijn de zgn herendiensten. Ze moeten o.a. het land van de hofheer bewerken. De boeren zijn zo gebonden aan dit systeem, dat ze in feite als horigen worden beschouwd. Ze mogen het land niet meer verlaten zonder toestemming van de hofheer. Dit systeem wordt zelfs erfelijk. Ook de kinderen van de boer zijn automatisch horig. Bij verkoop van land worden de horigen meeverkocht. In de 13e eeuw komt meer geld in omloop. Pacht in geld betaald gaat meer opleveren. De horigheid raakt in onbruik.

Holland: * 16e eeuw

          

 

Homovervolging:
Op 21 juli 1730 geven de Staten van Holland een plakkaat uit waarin de doodstraf wordt gesteld op het plegen van homosexuele handelingen. Verdachten die geen gehoor geven aan een dagvaarding worden voor eeuwig verbannen uit Holland en hun bezit wordt geconfisceerd. Met deze plakkaat willen de Staten een uniforme strafmaat creŽeren in de vele processen die sinds het voorjaar tegen sodomieten worden gevoerd. O.a. tegen regenten in Delft, Haarlem en Groningen. Religieuzen beweren dat sodomieten door hun "tegennatuurlijke gruwelzonde" de toorn van God over het land hebben uitgeroepen. Zij baseren zich daarbij op teksten van Leviticus in het Oude Testament, die homo's een gruwel God's noemen en hen op grond daarvan veroordelen tot de worgpaal.
¶ In 1731 verschijnt het boek "Sodomie" (helsche boosheit of grouwelyke zonde) van Henricus Carolinus van Bijler (1692-1736), gereformeerd predikant in Scherpenzeel (Friesland). In het boek pleit hij dat homo's de vuurdood moeten sterven. Bijler was studiegenoot en vriend van Rudolf de Mepseche, de gehate homovervolger die vele homo's op de brandstapel een gruwelijke dood liet sterven.
¶ De autoriteiten distancieren zich niet van de haatcampagnes. Integenddel, hun reacties zijn zelfs uitermate fel ondersteunend. De Gereformeerde Staatskerk zwijgt. De Oud Testamentische gerichtheid van de Staatskerk doet echter vrezen dat de sfeer sterk anti-homo is. Hetzij openlijk, hetzij passief. Enkele tientallen verdachten zijn al bij verstek veroordeeld. In Amsterdam worden vier en in Den Haag twaalf verdachten geŽxecuteerd. De sodomieten zijn kennelijk tot zondebok gemaakt voor de economische malaise in het land en de afgunst jegens de betere kringen. Sommigen beweren dat de homovervolging alleen of hoofdzakelijk is gericht tegen politieke tegenstanders. Deze bewering is echter onjuist. Er zijn zeer vele jonge jongens en jonge mannen veroordeeld en terechtgesteld. Dat verklaart ook de felle protesten vanuit het volk.
¶ In andere gewesten is het niet beter gesteld. Vele homo's worden vermoord, o.a. aan worgpalen. De vervolgingen culmineren in het zogenaamde Faanse Monsterproces in 1731-32. Rudolf de Mepsche (1695-1754) in Groningen (Faan, Wedde) is een van de belangrijkste aanstichters. Deze grietman heeft zich o.a. laten leiden door de haatpreken van de gereformeerde dominee Bijler, zowel in diens boek als in de kerk van Faan. De dominee roept daarin op alle homo's te doden. In het proces te Faan laat De Mepsche 22 mannen uit de regio opsluiten in de kerkers van zijn borg. Ze worden dagenlang vreselijk gemarteld, waardoor twee van hen sterven. De Mepsche beschuldigt hen van sodomie. De overgebleven mannen veroordeelt hij tot de dood aan de worgpaal. Hun gezichten worden diezelfde dag nog met brandende fakkels geblakerd. Daarna worden ze doodgewurgd en verbrand. Tot in de verre omgeving is de lucht rood gekleurd van de vlammen. Zulks gebeurt ook in andere delen van Groningen. Vaak op een donderdag. Vandaar de naam Rode Donderdag. Na enige tijd komt openlijk verzet vanuit het volk. Pas daarna ook vanuit de elite. De Mepsche wordt uit zijn ambt gezet. Hij raakt in ernstige financiŽle problemen en moet zijn borg in Faan verkopen. Hij sterft uiteindelijk in armoede en vergetelheid.
** Grietman, Hendrik Kranenburg (gb 1745)
# Sterf Sodomieten, Rudolph de Mepsche, de homofielen vervolging. Het Faanse zedenproces en de massamoord te Zuidhorn. (W.T. Vleer, Norg, 1972), NCRV TV 13.6.2007 (Hist. Programma Ernst DaniŽl Smid over Rudolf de Mepsche), KVN (p 547), NGE, FRI, DAB

Hont:
Landmaat: 1 hont = 1/6 morgen = 0,14 Ha

Hoofdeling:
ONL: hoefteling, hoeftman (= hoofdman).
Iemand die een aandeel heeft in bestuur en rechtspraak. Voornamelijk een term in Friese gebieden. Normaliter een eigenerfde met een hoeve.
Hoofdelingen zijn medebestuurders. Zij assisteren de heer van een heerlijkheid in diens bestuur van en rechtspraak in zijn heerlijkheid.
** Adelaar
# FEW (p 70-72), DAB

Hoofdgeld
Belasting op mensen en runderen. Vrijgesteld zijn kinderen en runderen beneden de 2 jaar. Ook soldaten en minder bedeelden hoeven niet te betalen.

Hooploper
Laagste rang aan boord van schepen.

Hoofdman
** Hoofdeling

HRAC:
Hoge Raad van Adel
Genealogie Cranenburg, Collectie Snouckaert van Schauburg ivn C4894

Deze collectie omvat de genealogie van de nazaten van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg, waarvan een tak zich Cranenburg/Kranenburg gaat noemen. De collectie is samengesteld door een baron van Snouckaert van Schauburg, die begin 19e eeuw lid is van de Hoge Raad van Adel. De Genealogie Cranenburg, die daarin voorkomt, is opgesteld door Meester Willem Snouckaert van Schauwenborch, ridder in de paleis-orde van keizer Karel V (1500-1558) en bibliothecaris van diens bibliotheek, gesticht in 1531. Willem is geboren in oktober 1518 te Gent. Hij is gehuwd met Jenne (Johanna) Pous, vrouwe van Den Binckhorst bij Voorburg. Willem is verder heer van Den Binckhorst, raad van het Hof en notaris in Den Haag. Hij overlijdt 20 mei 1565.

De Collectie Snouckaert bevat gegevens tot eind 15e eeuw, die verder getuigen van een hoge mate van kennis van zaken. Dat heeft zeker te maken met de maatschappelijke positie van Willem Snouckaert en zijn sociale relaties, mede door zij eigen afkomst en zijn huwelijk met Jenne Pous. Willem moet gezien zijn positie en zijn functies biezonder goed op de hoogte zijn van de genealogische relaties en belangrijke rechtsbronnen. Zijn maatschappelijke positie en zijn functie als notaris in Den Haag en als bibliothecaris van de keizerlijke bibliotheek, maar ook zijn verblijf in Den Haag en zijn contacten in adellijke en aanzienlijke milieus, moet Willem als weinig anderen inzicht hebben gegeven in vele genealogische betrekkingen, met name in Holland. Hij zal zeker ook goed op de hoogte zijn geweest van het geslacht Cranenburg, dat in de 14e, 15e en 16e eeuw voornamelijk in Zuid-Holland leeft en ondermeer sterk vertegenwoordigd is in Den Haag. Ook is denkbaar dat Willem Snouckaert contacten heeft met Dirck Woutersz van Cranenburch* (1504-1580) in Wassenaar, waar hij dorpspastoor is en priester aan het Hof van Wassenaar. Deze Dirck heeft een genealogie geschreven over het geslacht Van Wassenaar. (> GWD) Gezien zijn functie en familiaire achtergrond moet hij over goede bronnen beschikken. Hij zal uiteraard ook veel weten over de geschiedenis van het geslacht Van Cranenburch. Verder zal zeker ook Bron 1380 kennen, dat is opgemaakt rond 1380 en zich tot in de 16e eeuw in het Archief van Wassenaar bevindt.

De Genealogie Cranenburg moet ergens rond 1555 zijn opgesteld, zoals verder in de tekst wordt vermeld. In die genealogie zijn in totaal 19 Van Cranenburgs genoemd. De oudste is Engelbert I van Cranenburg (gb rond 1255), zoon van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg (gb rond 1225) uit Bleiswijk. Volgens het rekenmodel ANKB heeft Bartholomeus II in 1550 in totaal circa 311 nazaten die de naam Kranenburg~ voeren. (> ANKB)

Telling van de Cranenburgse~ nazaten van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg via Pg Timetable levert dd 15.2.08 in totaal 261 personen met de naam Cranenburg~, die in de periode 1225-1550 zeker of vrij zeker nazaten zijn van deze Bartholomeus II uit Bleiswijk. Gaan we van dat aantal uit, dan covert de Genealogie Cranenburg opgesteld door Snouckaert (bron HRAC) slechts 19/261=0.073 van de werkelijkheid. Ofwel 7.3% van alle Cranenburgs~ die rond 1550 leven of geleefd hebben en afstammen van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg uit Bleiswijk. Een erbarmelijk klein percentage dus. Nog net iets boven de grens van de toevalsmarge van 5%. Het kan niet zijn dat deze genealogie uit onwetendheid zo schamel is. Er lijken andere redenen te zijn.
Het is de vraag waarom de Genealogie Cranenburg is opgesteld. Voor de hand ligt dat het een Cranenburg~ moet zijn geweest. Wie anders heeft er belang bij de Genealogie Cranenburg. De opdrachtgever is dus mogelijk een Cranenburg. Maar welke? Normaal is dat degene die aan het einde van de Genealogie is vermeld. Aan het einde van de Genealogie Cranenburg is echter Elisabeth van Cranenburg vermeld. Zij wordt Vrouwe van Cranenburg Eikenduinen na het kinderloos overlijden van haar broer Gerrit. Hofstede Cranenburg gaat dan in 1498 via Margriet, dochter van Elisabeth, over naar Huybert van der Meer, met wie Margriet is gehuwd. Een andere dode tak lijkt Floris van Cranenburg Jansz, die het schoutambt van Hoorn pacht in 1434. Bij hem wordt alleen vermeld een dochter Catharina, die non is geworden.

Per saldo lijkt de Genealogie Cranenburg hoofdzakelijk geconcentreerd rond de Cranenburgs~ die ridderhofstad Cranenburg te Bleiswijk en/of hofstede Cranenburg te Eikenduinen in leen hebben of er geboren en getogen zijn. De zijtakken worden niet verder gedetailleerd uitgewerkt, hoewel evenmin altijd is aangegeven dat die takken zijn uitgestorven. De suggestie wordt al met al gewekt dat het geslacht Van Cranenburg~ na de dood van Elisabeth van Cranenburg geheel is uitgestorven. Vergeten is dat vele Van Cranenburgs~ geen leengoederen hebben, doch zich gewoon vestigen in naburige steden. Zoals Leiden, Warmond, Lisse, Delft, Rotterdam en Nieuwkoop. Daar creŽeren ze andere vormen van nering en behuizing. Vanuit die kerngebieden verspreiden ze zich naar andere delen van het land, zoals Groningen, Achterhoek en NW Brabant. En later ook naar landen als Engeland, Oost IndiŽ (IndonesiŽ), India, AustraliŽ, de USA en Canada. (> Demografie)

Een reden voor de afwezigheid van Van Cranenburgs~ na 1555 in de Genealogie Cranenburg kan zijn dat er opmerkelijk genoeg in de 16e eeuw vooralsnog geen Van Cranenburgs~ lijken te wonen in Den Haag. (> Pg Timetable) Out of sight, out of mind zal men kunnen denken. Mogelijk dat Snouckaert daarom alle Van Cranenburgse~ takken laat doodlopen. De enige Van Cranenburg~ die in de 16e eeuw in Den Haag schijnt te wonen is Catharina van Cranenburch (gb 1551). Zij is gehuwd met NN Cray. Mogelijk is ze pas door haar huwelijk in Den Haag gekomen. Dus circa 1574. Toch mag men m.i. niet veronderstellen dat Snouckaert zo kortzichtig was of slecht geÔnformeerd dat hij niet wist dat elders nog Van Cranenburgs~ woonden. Zeker in de nabije omgeving van Den Haag.

De vraag rijst nu wie er rond het jaar 1555 belang heeft bij een dergelijk onvolledige of beperkte genealogie van het geslacht Van Cranenburg~. Gezien het eindpunt van de Genealogie Cranenburg (overdracht aan Huybert van der Meer) en de fixatie op Cranenburg Bleiswijk en Cranenburg Eikenduinen, lijkt Huybert van der Meer de mogelijke opdrachtgever voor het opstellen van de Genealogie Cranenburg. Maar met welke doel? Wil hij met deze beperkte genealogie zijn leenrecht veilig stellen, door eventuele rechthebbende Van Cranenburgs~ bij voorbaat uitgestorven te verklaren? Er moet iets aan de hand zijn met het leenrecht van Huybert van der Meer. E.M. Janson schrijft in zijn boekje 'kastelen in en om den haag' (1971) bij kasteel Cranenburch (pag 24):

Het geslacht Van der Meer bleef lang in bezit van beide kastelen, maar in 1555 werd Arent van der Meer het bezit betwist door het geslacht Van Duivenvoorde dat rechtstreeks afstamde van Philips van Wassenaar. In 1558 stond dan ook Arent van der Meer beide kastelen af aan Adriaen van Duivenvoorde, die kanunnik was te Utrecht en erfgenaam van het kasteel Duivenvoorde onder Voorschoten, na het overlijden van diens broer Arent in 1557.
Met 'beide kastelen' bedoelt Janson de kastelen Cranenburg Bleiswijk en Cranenburg Eikenduinen. De geciteerde tekst suggereert dat Adriaen van Duivenvoorde de zaak wint en dat zijn claim wordt toegekend. Bron DH50 (p 72 ev) laat echter een ander geluid horen:
Over de families Van Cranenburg, Van der Houve en Van der Meer erfde het goed verder, totdat er in 1555 een Arent van de Meer mee verlijd werd. Hij kreeg over het goed een proces te voeren met een heer van Duivenvoorde. Welliswaar bleef hij de winnende partij, maar stond het goed in 1558 af aan Adriaan van Duivenvoorde.
Arent van der Meer is advocaat voor het Hof van Holland (OV 1978, p 195). Dat hij de zaak wint, kan betekenen dat de Genealogie Cranenburg door hem is opgesteld of dat hij daartoe opdracht heeft gegeven aan een terzake kundige. Deze genealogie laat immers geen enkele relatie zien tussen Arent van Duivenvoorde en het geslacht Van Cranenburg. Bron BNL (p 322) schrijft:
Vermoedelijk is het Delftsche regeringsgeslacht van der Meer, hetwelk zichzelf van de Graven van Tecklenburg liet afstammen en dat in vrouwelijke lijn uit de Cranenburch's is voortgekomen, schuldig aan dezen verdichten stamboom van laatstgenoemd geslacht.
De kritiek van bron BNL betekent geenszins dat de stamboom derhalve waardeloos is. Arent van de Meer zou zijn zaak een slechte dienst bewijzen als de stamboom werkelijk overmatig incorrect zou zijn. Zijn status als hofadvocaat zou daardoor toch ook geschaad worden. Hij zal daarom zeker gebruik hebben gemaakt van de deskundigheid van bovengenoemde Meester Willem Snouckaert van Schauwenborch. Daarnaast zal hij ook kunnen putten uit familiaire overlevering. De geslachten Van der Meer en Van Cranenburg~ kennen elkaar immers al zeker vanaf het begin van de 14e eeuw. Getuige bron RHH wonen er in 1334 van beide geslachten een aantal personen in Eikenduinen. Ze moeten elkaar daar toch zeker hebben gekend. Daarnaast zal het huwelijk tussen Huybert van der Meer en Elisabeth van Cranenburg aan het eind van de 15e eeuw, de genalogische kennis toch ook verruimd hebben. Arent van de Meer kan dus spreken vanuit een ruime mate van overgeleverde familiaire kennis. En Willem Snouckaert zal daar dan ook zeker gebruik van hebben gemaakt.

Hoe 't ook zij, de rechtsprekende magistraten zijn overtuigd geraakt van het pleidooi van Arent van der Meer en wijzen de claim van Arent van Duivenvoorde af. Daarmee hebben ze impliciet de geldigheid van de Genealogie Cranenburg bevestigd.

Wat verder opvalt aan de Genealogie Cranenburg is het feit dat deze voornamelijk lijkt gebaseerd op informatie uit leenboeken. Dit bevestigt het vermoeden dat de Genealogie niet de volledige genealogie van de toenmalige Cranenburgs~ wil weergeven, maar puur dient om leenrechtelijke claims te dienen. I.c. van Arent van der Meer. Mogelijk heeft e.e.a. echter ook te maken met het toenmalige naamrecht en naamgebruik. De naam Cranenburg is tijdens het bestaan van beide kastelen in Bleiswijk en Eikenduinen verbonden aan de titels Heer of Vrouwe van Cranenburg. Tot 1811, bij de invoering van de Naamwet, is de overgang van de achternaam van de vader naar zijn kinderen geen vastgelegde zaak. Het is vůůr 1811 niet vanzelfsprekend dat een kind de zelfde achternaam voert als de vader. Hooguit usance. De Naamwet van 1811 legt dat gebruik voor het eerst juridisch vast. Zodoende kan het gebeuren dat de Cranenburgs die rond 1550 leven, als de Genealogie Cranenburg wordt opgesteld, in feite uit het zicht zijn verdwenen en het geslacht Van Cranenburg~ leenrechtelijk als uitgestorven is beschouwd. We mogen van geluk spreken dat er nog heel wat nazaten van de Van Cranenburchs~ uit Bleiswijk en Eikenduien toch conservatief genoeg blijken om de achternaam op eneigerlei wijze vast te houden.

De Genealogie Cranenburg eindigt rond 1498 bij Elisabeth van Cranenburg, de laatste bewoner van hofstede Cranenburg te Eikenduinen. De zijtakken van deze genealogie eindigen allemaal rond deze tijd of eerder. Bron HRAC suggereert hiermee dat het geslacht Van Cranenburch uit Bleiswijk en Eikenduinen derhalve is uitgestorven. E.e.a. betekent dat de opsteller (Willem Snouckaert) zijn kennis hoofdzakelijk put uit historische bronnen als de leenboeken, zoals hierboven is gesteld. Mogelijk ook uit overlevering van in zijn tijd nog levende personen die de oorspronkelijke Cranenburgs~ hebben gekend of van hun bestaan hebben geweten. Uiteindelijk liggen er hooguit 50 jaren tussen het overlijden van Elisabeth van Cranenburg (1500*) en het jaar waarop de Genealogie Cranenburg moet zijn opgesteld (1555*). Grote kanshebbers zijn Arent van der Meer, een zoon van Huybert van der Meer en Margriet van der Houve (een dochter van bovengenoemde Elisabeth van Cranenburg en Adriaen van der Houve). Mogelijk dat Willem Snouckaert via hem ook archiefmateriaal heeft kunnen bestuderen en mede op grond daarvan de Genealogie Cranenburg opstelt. Zodoende kan zijn informatie in zekere zin een zeer hoge mate van betrouwbaarheid worden toegekend, hoewel natuurlijk ook niet persť volmaakt.

Het gebeurt vaker dat nazaten verzwegen worden, opzettelijk of onopzettelijk. Dat gebeurt heden ten dage nog steeds. Het kan onwetendheid zijn, maar evengoed opzet. Dat de Genealogie Cranenburg echter suggereert dat er buiten de daarin vermelde Van Cranenburgs~ geen andere nazaten van dit geslacht uit Bleiswijk zouden bestaan, kan ook alles te maken hebben met de rechtszaak zelf en de leenrechtelijke verhoudingen in die tijd. Bron ZLB (p 43) schrijft daarover een belangrijke passage:

Een dergelijk leen [spilleleen] vererfde per definitie op de mannelijke afstammeling van de leenman, maar bij gebreke daarvan op de oudste in aanmerking komende vrouw. Dit volgens het leenrechtelijk adagium 'altijd de oudste uit de oudste tak en man voor vrouw'. Zodoende werd ook op leenrechtelijk terrein een vergaande versnippering mogelijk van oud leengoed dat via gehuwde vrouwen bij leden van andere geslachten terecht kwam. Hierdoor konden, ondanks de sturende werking van het leenrecht in de richting van mannelijke afstammelingen, de afstammelingen in rechte mannelijke lijn van de oorspronkelijke leenman buiten spel komen te staan en kon de familie verarmen.
Deze situatie doet zich exact zo voor aan het einde van de Genealogie Cranenburg. Elisabeth van Cranenburg sterft in 1499 en de leen gaat over naar haar man Huybert van der Meer. Via hem blijven de beide kastelen Cranenburg ruim 58 jaar in bezit van dit geslacht. Daarmee is echter geenszins gezegd dat het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk en Eikenduinen is uitgestorven. Kennelijk is alles leenrechtelijk helemaal legitiem verlopen. (> Leenoverdracht) Voor Arent van der Meer is het leenrechtelijk niet nodig geweest om eventuele andere nazaten van het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk op te nemen in de Genealogie Cranenburg. Die hebben kennelijk in die tijd toch geen rechten om de kastelen te claimen. Alleen zijn ze op dat moment hun beide kastelen kwijtgeraakt. Al dan niet betreurd. Waarom 55 jaar later dan Arent van Duivenvoorde meent rechten te hebben op de kastelen, is nog steeds een vreemde zaak.

Een interessante vraag mbt het proces om het bezit van beide Cranenburgse kastelen is de vraag welke argumenten Arent van Duivenvoorde meent te hebben voor zijn claim. Daarover is vooralsnog formeel niets bekend. Wel zal het natuurlijk te maken moeten hebben met familiaire en leenrechtelijke verhoudingen. Kennelijk ziet Arent van Duivenvoorde Elisabeth van Cranenburg genealogisch meer verwant aan hemzelf dan aan Arent van der Meer. Bijgevolg zal hij menen meer rechten te hebben. De rechters wijzen dit af. Maar waarom? Op grond van de verwantschapgraad of op grond van leenrechtelijke regels? Als Arent van Duivenvoorde de verwantschapgraad als argument gebruikt, dan is dat met de Genealogie Cranenburg van Snouck niet aangetoond. Zeker niet direct. Hij zal dus niet de opdracht hebben gegeven om deze genealogie op te stellen. Dat moet dan Arent van der Meer zijn geweest.

Uit het feit dat Arent van Duivenvoorde (AvD) beide kastelen Cranenburg via de rechter claimt en het feit dat hij het proces tegen Arent van der Meer (AvdM) verliest, kunnen belangrijke concluises worden getrokken. Hierbij wordt verondersteld dat AvD een weldenkend mens is, die goed op de hoogte is van de relevante feiten.

A.  Aangezien AvD beide Cranenburgs claimt, moet hij veronderstellen dat hij meer rechten heeft op beide kastelen dan AvdM.

B.  Aangezien AvD beide Craneburgs claimt, moet hij veronderstellen dat hij genealogisch dichter staat bij het geslacht Van Cranenburg dan AvdM en dat hij derhalve bij de leenoverdracht voorrang verdient boven het geslacht Van der Meer.

C.  Als AvD meent genealogisch dichter te staan bij het geslacht Van Cranenburg en derhalve meer recht heeft op beide kastelen, moet hij ervan overtuigd zijn dat er geen bastaardrelatie bestaat tussen de geslachten Van Duivenvoorde en Van Cranenburg. Een bastaard kan immers niet erven van zijn biologische vader. Ipso facto kunnen andere nazaten van de vader niets erfrechtelijk claimen van de bastaard.

D.  Aangezien er een genealogische link bestaat tussen de geslachten Van Duivenvoorde en Van Cranenburg (i.e. via Filips I van Wassenaar gb 1150) en AvD het proces verliest, moet het leenrecht een regel kennen die genealogische relaties limiteert om zich te kunnen beroepen op voorrang bij leenoverdracht.

E.  Aangezien AvD het proces verliest en hij wordt geacht een weldenkend mens te zijn, die op de hoogte is van de relevante feiten, is er mogelijk een ander argument waarop hij zijn claim baseert.

F.  Aangezien Avd het proces verliest en zijn claim wordt afgewezen, verwerpen de rechters kennelijk al zijn argumenten, die zijn claim moeten rechtvaardigen.

G.  Aangezien AvD het proces verliest en zijn claim dus niet wordt ingewilligd, moeten de rechters ervan overtuigd zijn dat de Genealogie Cranenburg zoals vervat in bron HRAC op grond van hun kennis van zaken en/of op grond van deskundige informatie voldoende juist is weergegeven.

De genoemde legitieme genealogische relatie tussen de geslachten Van Cranenburg en Van Duivenvoorde impliceert dat er geen bastaardrelatie onderling bestaat. Bastaarden kunnen immers niets erven van hun biologische vader. Er is in dat geval dus ook nimmer een erfrechtelijke relatie. Het feit dat Arent van Duivenvoorde procedeert om de beide Cranenburgse kastelen betekent derhalve dat hij overtuigd is dat er een erfrechtelijke relatie bestaat en dus geen bastaardrelatie tussen de geslachten Van Cranenburg en Van Duivenvoorde. Gezien zijn status zal hij zeker op de hoogte zijn van de belangrijke familiaire en genealogische details. Zijn opvattingen verdienen derhalve een grote mate van betrouwbaarheid.

Dat Arent van Duivenvoorde een erfrechtelijke relatie ziet tussen hem en het geslacht Van Cranenburg~ kan te maken hebben met een verkeerde interpretatie van Bron 1380. Bron RIH (p 280) citeert Bron 1380, de oudste beschikbare genealogische bron:

Hier voomaels was een Heere van Wassenaer [Filips I], die wan twee sonen: des de oude [Dirc I] bleef heer van Wassenaer nae zijns heeren vaders doot. De andere hiete Philips van Wassenaer [van Duivenvoorde]; daer af zijn gecomen die van Duvoirde. De oudste [Dirc I van Wassenaar, zoon van Filips I], die nae zijns heeren vaders doot Heer bleef, die wan veel kinderen. Eenen [Filips II] die heer van Wassenaer nae hem hiet; eenen anderen die hiet heer Dirk, daer af zijn ghecomen die van Santhorst: den derden die hiet Jacob daer af zijn ghecomen die van Rosenburch; de vierde was heer Bartholomeus den Domproost, daer af zijn ghecomen die van Cranenburch; de vijfde hiet heer Arent van Wassenaer, daer af zijn ghecomen die van Groenevelt. ...
De namen tussen rechte haken [..] zijn ingevoegd door de auteur dezes op grond van het genealogische schema van bron RIH (p 281). Hierdoor is duidelijk wie er in de orginele tekst precies wordt bedoeld. Zorgvuldige analyse van die tekst laat daarover verder ook geen enkele twijfel bestaan. Duidelijk is dat het geslacht Van Cranenburch~ afstamt van Bartholomeus II van Wassenaar en niet van Filips van Wassenaar tot Duivenvoorde. Door onzorgvuldige analyse kan Arent van Duivenvoorde uit de tekst van Bron 1380 ten onrechte menen dat Bartholomeus II van Wassenaar een zoon is van Filips van Wassenaar tot Duivenvoorde. Daaruit zou hij kunnen concluderen dat de Van Cranenburgs~ afstammen van de tak Van Duivenvoorde. Op grond van deze foutieve mening kan hij dan zijn claim op beide kastelen Cranenburg claimen. Mogelijk hebben de rechters deze foute veronderstelling doorzien en mede daarop de claim van Arent van Duivenvoorde hebben afgewezen.

Het feit dat Arent van Duivenvoorde het proces verliest, betekent uiteindelijk dat zijn argumenten die zijn claim moeten rechtvaardigen, niet worden erkend door de rechters. Buiten de genealogische c.q. erfrechtelijke argumenten kan Arent van Duivenvoorde echter ook menen dat de overdracht van beide Cranenburgse kastelen leenrechtelijk niet correct is verlopen. Het enige waarop hij zich in dezen zinvol kan beroepen is dat er geen rechtmatige vertegenwoordiger van de rechte zwaardzijde aanwezig was bij de overdracht van de leen van Elisabeth van Cranenburg naar Huybert van der Meer in 1499 en dat derhalve de overdracht niet is geschied met consent van de familie. Aangezien Arent van Duivenvoorde het proces verliest, wijzen de rechters kennelijk ook deze argumenten af.

De rechte zwaardzijde was dus wel degelijk correct vertegenwoordigd. Uit onderzoek is gebleken dat dit Jan Claesz van Cranenburch (gb 1415) uit Warmond moet zijn. Hij is gerechtigd om op te treden als voogd van Elisabeth van Cranenburg. Zijn instemming met de overdracht naar Huybert van der Meer in 1499 is dus legitiem en bindend. Veel kon Jan daartegen ook niet doen. De regels van de leenoverdracht werkten immers in het voordeel van Huybert van der Meer, zoals hierboven bij het spilleleen is geciteerd. (> Leenoverdracht)
Het is de vraag waarom van de Van Cranenburgse~ kant niet tijdig pogingen zijn ondernomen om de beide kastelen Cranenburg binnen het geslacht te houden. Het lijkt erop dat hiervoor geen leenrechtelijke mogelijkheden waren. Gerrit van Cranenburg (gb 1440) sterft kennelijk vrij plotseling in 1484. Mogelijk aan de pest, die dan in heel Nederland woekert. Volgens bron HRAC is hij kinderloos. Zijn zuster Elisabeth wordt dan automatisch leenvolger op grond van de regels van leenopvolging. Andere Van Cranenburgs~ worden door deze regels bij voorbaat uitgesloten. Gerrit en Elisabeth zijn namelijk de enige kinderen van Engelbert IV van Cranenburg. Door de dood van Elisabeth in 1500 gaat de leen automatisch over op haar dochter Margaretha van der Houve, die is getrouwt met Hubert Pietersz van der Meer. En via deze link komen beide kastelen Cranenburg onomkoombaar in het geslacht Van der Meer.

Het feit dat Arent van der Meer de zaak wint en dat de claim van Arent van Duivenvoorde niet wordt ingewilligd, heeft nogal wat betekenis.
A. Het proces geeft aan dat Cranenburg Eikenduinen kennelijk de moeite is om er een proces voor te starten. Het bevestigt de opmerking van Janson in zijn boekje over de kastelen in en om Den Haag, dat Cranenburch Eikenduinen een aanzienlijk kasteel moet zijn geweest. Latere bewoners zijn ook families met een zekere standing, van wie mag worden verondersteld dat ze toch ook graag op stand willen en kunnen wonen. E.e.a. is in strijd met de beweringen in een aantal bronnen die Cranenburg Eikenduinen een (boeren-)hoeve noemen. Ze weten kennelijk niet dat het oorsrponkelijke Cranenburg Eikenduinen in 1603 is afgebroken en dat elders in Eikenduinen geruime tijd later de boerderij Cranenburg is gebouwd.
B. Het feit dat Arent van der Meer de kastelen Cranenburg Bleiswijk en Cranenburg Eikenduinen mag houden, betekent dat de rechtsprekende magistraten van oordeel zijn dat hij leenrechtelijk gezien gelijk heeft. D.w.z. dat hij volgens de regels van de leenopvolging meer recht heeft op de beide hofsteden dan Arent van Duivenvoorde. Dat impliceert weer dat de Genealogie Cranenburg als geldig wordt beschouwd door de magistraten.
C. Het leenrechtelijk argument om Arent van der Meer beide kastelen Cranenburg toe te kennen heeft vrij zeker te maken met een Regel van AnciŽnniteit. Dat valt op te maken uit een Verlijbrief van burggraaf Filips van Wassenaar uit 1558 (Reg.nr. 1913; Reg. Arcief Leiden). Het Regionaal Archief Leiden schrijft daar als opmerking bij (leidenarchief.nl 14.2.08):

Phillips, graaf van Ligne en van Falcquenberge, heer van Wassenaer, enz., burggraaf van Leyden, verleit heer Adriaan van Duvenvoorde Janssoen, priester, met verschillende lenen hem als oudste leenvolger aangekomen van zijn broer Aernt van Duvenvoorde, ridder, te weten: de woning en hofstede van Duvenvoorde met 100 morgen land, de korentienden, lammertienden en halve smaltienden aldaar, de korentienden te Eickenduynen, half Sleebosch met watering en smaltienden aldaar, een tiende onder Wateringe, genaamd de sondige tiende, de smaltiende te Rijswijck, 4 pond en 16 schelling uit het schot van de Ketel, 5 pond uit de tol te Vlaerdingen, het veer ter Wadding over de Rijn aan de Doedingxslaen, het bosch in Schakelbosch met wild en konijnen, veenland in Hillegom, de woning van Cranenburch met een paar zwanen in het Wijnendaeler meer en de tienden in Haagambacht.
De onderstreping is van de auteur dezes. De oude rechten van Willem van Cranenburg (gb 1305) worden hier namelijk duidelijk genoemd. Hij is de stichter van kasteel Cranenburg te Eikenduinen. De rechten lijken dus gekoppeld aan dat kasteel. (> Sleebosch, Cranenburg Eikenduinen, Willem van Cranenburg)
D. Zoals gezegd, erkent Arent van Duivenvoorde met zijn claim impliciet de genealogische en erfrechtelijke relatie tussen het geslacht Van Wassenaar en het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk.
E. De leenoverdracht is correct verlopen. Jan Claesz van Cranenburch was een rechtmatige voogd van Elisabeth van Cranenburg in 1499. Het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk is dus niet met haar uitgestorven.

Weer een interessante vraag is waarom Arent van der Meer zo genereus is om beide kastelen Cranenburg alsnog over te dragen aan Adriaan van Duivenvoorde, hoewel hij het proces tegen Arent van Duivenvoorde heeft gewonnen. Wil hij de Van Duivenvoordes te vriend houden? Of wil hij best wel af van beide kastelen? Dat laatste lijkt een goede gok. Kasteel Cranenburg te Bleiswijk wordt in 1570 verwoest in de oorlog tegen de Spanjaarden. Dus 12 jaar later. En in 1603 wordt hofstede Cranenburg te Eikenduinen afgebroken. Dus 45 jaar na de overdracht. Wegens vergaande staat van verval.

- Uitgestorven?
Diverse genealogische bronnen beweren schaamteloos dat het geslacht Van Cranenburch uit Bleiswijk met de dood van Elisabeth van Cranenburg in 1499 uitgestorven is. Niets is minder waar. Er leven in die tijd nog vele Van Cranenburgs~ met roots in Bleiswijk. Daarvan zijn vele voorbeelden genoemd. De schaamteloze bewering heeft kennelijk te maken met kortzichtigheid en gemakzucht. Duidelijk is dat men puur is afgegaan op de genalogie van bron HRAC, die overduidelijk hoofdzakelijk gebaseerd is op gegevens uit de gekende leenboeken, slechte iterpretatie daarvan en gebrek aan verdere genealogische kennis. Het beste bewijs levert bron OV72/230:

Vier morgen land in Bordijck, belend:
West: de graaf van Hollant (1492: Floris Gerritsz en Joris Pietersz).
Oost: Floris Hondertpontsz (1492: Jan Aemsz en meester Jan van Uuytrecht).
Noord: de weg van Bordijck (1492: de erfgenamen van Wouter metten Ossen).
Zuid: de Sceede.
------------: Jan Mouwerisz
------------: Jan Mouwerijszndr, gehuwd met Engebrecht van Cranenburch
-8--3-1421: Jan van Cranenburch
28-10-1429: Jan van Cranenburch met ledige hand
------------: Engebrecht van Cranenburch Jansz
-7--3-1492: Lijsbeth, weduwe van Adriaen van der Hoeve, na aanvankelijk verzuim en draagt het leen over aan Adriaen van der Hoeve, bij kinderloos overlijden te versterven op Marie, dochter van genoemde Lijsbeth, en bij gebreke van haar op de rechte zwaardzijde van Lijsbeth
etc
Met Lijsbeth (weduwe van Adriaen van der Hoeve) wordt bedoeld Elisabeth van Cranenburg, dochter van Engelbert IV van Cranenburg. Zij woont op hofstede Cranenburg te Eikenduinen.

In 1492 wordt dus bepaald dat de leen bij gebreke van haar [Marie, dochter van Adriaen van der Hoeve en Lijsbeth van Cranenburg] op de rechte zwaardzijde van Lijsbeth [van Cranenburg] zal versterven. Met de rechter zwaardzijde wordt bedoeld dat de leen zal versterven op een verwante van Elisabeth van Cranenburg in manlijk lijn. Dat is in de praktijk dan een persoon van het geslacht Van Cranenburg, zijnde een broer, neef of oom van Elisabeth. Deze tekst is uitermate belangijk. Namelijk:

De geciteerde tekst van 7.3.1492 uit het leenboek impliceert dat in 1492 zeker nog diverse mannelijke leden zijn van het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk, c.q. nazaten van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg. Anders zou de betreffende tekst volledig inhoudloos c.q. zinloos zijn. Zulks kan men niet verwachten van conciensieuse auteurs van leenboeken. M.a.w.: de citaat geeft aan dat de auteurs weten dat het genoemde geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk in 1492 bij lange niet uitgestorven is. De historische feiten bevestigen dit ruimschoots. Na de dood van Elisabeth van Cranenburg in 1499 leven nog zeer vele Van Cranenburgs~, in mannelijke lijn afstammend van genoemde Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg. Het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk is met de dood van Elisabeth van Cranenburg verre van uitgestorven.
Het abrupte einde van bron HRAC (de Genealogie Cranenburg) rond 1500 betekent zoals gezegd niet dat het geslacht Van Cranenburch uit Bleiswijk en Eikenduinen is uitgestorven. Het kan betekenen dat de opsteller van bron HRAC (Willem Snouckaert) in zijn leven kennelijk geen nog levende Cranenburgs~ heeft gekend. Noch persoonlijk, noch via via. Ook is mogelijk dat hij zich in de Genealogie Cranenburg opzettelijk heeft willen beperken tot de Cranenburgs~ die direct verbonden zijn met ridderhofstad Cranenburg te Bleiswijk of hofstede Cranenburg in Eikenduinen. Bijvoorbeeld doordat ze daar gewoond hebben. Of omdat de opdrachtgever (Arent van der Meer) om leenrechtelijke redenen de grenzen van de Genealogie Cranenburg heeft bepaald. Er zijn echter voldoende aanwijzingen dat er rond 1555 wel degelijk nog Cranenburgs~ leven, die van Bleiswijk en Eikenduinen afstammen. Bijvoorbeeld Dirck Vranken Cranenburgh (gb 1470 Warmond), Adriaen Claesz van Cranenburch (1495 Warmond), Leendert Dirck Vranckenz Cranenburgh (gb 1505 Warmond), Dirck Fransz van Cranenburch (gb 1573 Warmond), Cornelis Dicksz van Cranenburch (gb 1607 Warmond), Johan van Cranenburch (gb 1520 Harderwijk), etc, etc, etc. De Cranenburghs~ (Van Cranenburch) uit Warmond stammen af van Claas Willemsz van Cranenburg (gb 1355). Zijn vader is Willem van Cranenburg (1305-1362). De enige Willem van Cranenburg in die tijd en regio is Willem van Cranenburg te Eikenduinen. Volgens bron HRAC (de Genealogie Cranenburg) is deze Willem geboren in Bleiswijk en is hij de stichter van hofstede Cranenburg te Eikenduinen. Verder stelt bron HRAC dat Willem geen 'oir' heeft, dus geen nakomelingen. Het bestaan van Claas Willemsz van Cranenburg en derhalve van Willem van Cranenburg, geven aan dat bron HRAC op dit punt onjuist is. Deze onjuistheid kan zijn veroorzaakt doordat Claas Willemsz op zeer jonge leeftijd door overlijden van zijn vader verhuist naar Zoetermeer en later naar Leiden en Warmond. Hij verdwijnt daarmee geheel van het Haagse toneel en raakt daar zodoende kennelijk geheel uit het beeld en het geheugen van de Haagse society. Niemand die hem dan nog rond 1555 zal herinneren. Hij is dan al ruim 100 jaar dood en zijn nazaten hebben zich volledig teruggetrokken in Warmond c.q. de Vrouwe Ven aldaar.

Van de genoemde Cranenburgs~ uit Warmond zijn tot in deze tijd vele nazaten bekend. Van uitgestorven is dus zeer zeker geen sprake. Naar het zich laat aanzien geldt dit ook voor andere aftakkingen vanuit de Genealogie Cranenburg. Ruw geschat hebben circa 80% van alle huidige Kranenburgs~ hun roots in Bleiswijk en Eikenduinen. Tussen de Cranenburgs~ vermeld in bron HRAC en andere Cranenburgs~ uit Zuid-Holland is qua tijd en regio een duidelijke aansluiting te vinden. Hoewel de formele relatie nog niet in voldoende mate is aangetoond of aannemelijk is gemaakt. Dat lijkt echter een kwestie van tijd. Zo is er een Claes Florisz van Cranenborch (1442-1502) in Bergambacht. Hij kan heel goed een zoon zijn van Floris van Cranenburg Jansz (1404-1464) uit bron HRAC (de Genealogie Cranenburg). Verder is van de Van Cranenburchs op de Noord-Veluwe in ieder geval reeds bekend dat ze een familiewapen voeren die tot de Hollandse Cranenburchs wordt gerekend. Namelijk een blauwe kraanvogel op een veld van goud. De oudst bekende is momenteel Jan van Cranenburch (1475-1535) die in Harderwijk woont en daar kennelijk voor vele nazaten heeft gezorgd.

Bron OV72/230 is een andere bron die duidelijk aangeeft dat met de dood van Elisabeth (Lijsbeth) van Cranenburg rond 1499 het geslacht Van Cranenburg~ uit Bleiswijk zeker niet is uitgestorven. Bron OV72/230 behelst de leenoverdracht van 4 morgen land in Bordijk (ZH). In 1492 krijgt Lijsbeth de leen en in 1517 gaat de leen over op Adriaen Claesz en dan naar Claes Meesz in Delft. Bij zorgvuldige analyse van de tekst blijkt dat de genoemde personen allemaal Van Cranenburgs~ moeten zijn. Een duidelijker bewijs dat het geslacht Van Cranenburg~ uit Bleiswijk nog bestaat, is nauwelijks beter te geven. Hoewel bron HRAC niet formeel stelt dat ze uitgestorven zijn, wordt de suggestie toch wel gewekt. In ieder geval hebben vele genealogen zich daardoor kennelijk op een dood spoor laten leiden.

Per saldo kan aan de Genealogie Cranenburg van Willem Snouckaert ondanks de beperkingen en gebreken ervan, toch een grote mate van betrouwbaarheid en bruikbaarheid worden toegekend. Hij beschikt over goede bronnen (leenboeken e.d.) en informanten (Van der Meer), die heel dicht bij de Van Cranenburgs uit de Genealogie Cranenburg staan. Zowel in tijd als in familiaire relaties. Het feit dat Arent van der Meer in 1555 de zaak wint en derhalve de claim van Arent van Duivenvoorde niet is erkend door de rechtsprekende magistraten, betekent dat de Genealogie Cranenburg als juist wordt beschouwd. Het lot van de Genealogie Cranenburg is daarmee voor lange tijd bezegeld. Vele gerenommeerde genealogen hebben op grond daarvan het geslacht Van Cranenburch als uitgestorven beschouwd. Het is daarom aan anderen om de werkelijke relaties van de oer-Cranenburgs~ met de latere Kranenburgs~ verder te ontrafelen. De enige troost is dat de Genealogie Cranenburg van Willem Snouckaert, ondanks de mogelijke onjuistheden en gebreken, toch ook veel bruikbaar materiaal bevat. De opsteller en zijn informanten staan in tijd en kennis heel dicht bij de historische wereklijkheid c.q. de oorspronkelijke Van Cranenburgs~ uit de Genealogie. Dichter dan latere genealogen. Bovendien hebben zij mogelijk over bronnen beschikt, die later verloren zijn gegaan. Bijvoorbeeld in de Tachtigjarige Oorlog, toen door de strijdende partijen zoveel is verwoest en verbrand.

Enidconclusies:

1. Bron HRAC biedt een zeer beperkte, maar toch belangrijke genealogie van de Van Cranenburgs~, afstammend van Bertholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg in Bleiswijk.
2. De kastelen Cranenburg te Bleiswijk en Eikenduien zijn van dusdanige statuur dat vooraanstaande lieden als Arent van de Meer en Arent van Duivenvoorde in 1555 op hoog nivo een juridisch proces aangaan om het bezit van beide kastelen.
3. Arent van Duivenvoorde erkent met zijn claim impliciet de genealogische en erfrechtelijke relatie tussen het geslacht Van Wassenaar en het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk. Van een bastaardrelatie kan daarom ook geen sprake zijn. Bastaarden kunnen immers niet erven van hun biologische vader. Biologische vaders en hun wettige nazaten kunnen derhalve erfrechtelijk ook niets claimen van deze bastaardnazaten.
4. Op grond van de punten 1, 2 en 3 kunnen we concluderen dat de Genealogie Cranenburg gemaakt rond 1555 door Mr Willem Snouckaert (bron HRAC) alleen het doel had om een overzicht te maken van en inzicht te bieden in de leenrechtelijke verhoudingen, die mede zijn bepaald door de genealogische relaties. Gezien het doel van deze Genealogie is slechts een klein percentage (circa 7%) van alle Van Cranenburgs~ tussen 1225 en 1550 in de Genealogie Cranenburg opgenomen. De overige Van Cranenburgs~ (circa 93%) uit die periode zijn daardoor geheel buiten beschouwing gebleven. (> ANKB)
5. Het verlies van de kastelen Cranenburg in Bleiswijk en Eikenduinen uit het geslacht Van Cranenburg voornoemd, is het gevolg van een coÔncidentie van twee belangrijke factoren. Namelijk:
1. Het vroegtijdig overlijden van Engelbert IV van Cranenburg en diens zoon Gerrit. Hierdoor zijn er geen manlijke nazaten van deze leenmannen, die de leen kunnen overnemen.
2. De regels van de leenoverdracht, die het mogelijk maken dat door het ontbreken van manlijke, leengerechtigde nazaten van Engelbert IV en diens zoon Gerrit van Cranenburg, beide kastelen Cranenburg uiteindelijk langs vrouwelijke lijn in het geslacht Van der Meer terecht komen.
6. Het geslacht Van Cranenburg uit Bleiswijk, afstammend van Bartholomeus II van Wassenaar tot Cranenburg, is met de dood van Elisabeth van Cranenburg in 1499 verre van uitgestorven. Tot op de dag van vandaag hebben zeer vele Kranenburgs~ hun verre roots in kasteel Cranenburg te Bleiswijk.
** GWD, Bron 1380, BNL, OV72/230, Leenoverdracht, Adriaan van Duivenvoorde, Jan Claesz van Cranenburch (gb 1415), Dirck Woutersz van Cranenburch (gb 1504), Van Cranenburch Warmond, VWW, Van Cranenburch Harderwijk, Leenopvolging, Filips Vranckenz Cranenburgh, Cranenburg Eikenduinen, Cranenburg Bleiswijk, RHH, Arent van Duivenvoorde (gb 1526), ANKB, Pg Timetable
# Hoge Raad van Adel, KOH, OVG 1978 (p 194 ev), OVG 1972 (p 230), Die Haghe (1902 p 384), DH50, DAB

Hubert~
() Hubert, Hubrecht~

Huybrecht Lenertsz Cranenburch (1565*-1612)
Geboren in Bleiswijk. Zoon van Lenert Maertensz Cranenburch en NN.
Ghm Tryntgen Jaspersdr. Tryntgen was eerder gehuwd met Jan Vredericsz Smit.
Udh: Ysbrandt Huybrechtsz en Willempge Huybrechtsdr Cranenburch.
# HBB, AAB (ivn 840 nr 37 dd 7.11.1612)

Huybert Dircksz Kranenburg (1595*-1670*):
Mogelijk een zoon van Dirc Anthonisz Cranenburgh te Oude Wetering.
Geboren te Hazerswoude.
Huwt 1e 8.9.1622 te Nieuwkoop met Machteld Teunis (ovl 1654*), weduwe van Gerret Gijsen.
Udh1: Teunis Huybertsz (gd 1623) en Maritge Huybertsdr (gd 1627) Kranenburg.
Huwt 2e 4.2.1655 met Marritge Jacobs, geboren in Nieuwkoop.
Udh2: Jacob Huybertsz (gd 1660) Kranenburg.
** Pg Documenten (Gen. Kranenburg Chicago)
$ Hubert Dirksz
# DAK, SRM, GKC, DAB

Huybert Xzn Kranenburg (1626*-1686*):
Zoon van Xx Kranenburg (gb 1591) en NN te Nieuwkoop.
Woont in Nieuwkoop*. Ghm NN.
Udh: Jacob Huybertsz Kranenburg (gb 1661; Nieuwkoop).

Huybert Jacobsz Kranenburg (1696-1756*):
Zoon van Jacob Huybertsz Kranenburg (gb 1660) en NN te Nieuwkoop.
Gedoopt Remonstrant 20.5.1696 te Nieuwkoop.
# GHA 29.1.09 (Remonstrant Dopen Nieuwkoop)

Huibregt Xzn Kranenburg (1708*-1768):
Zoon van Xx Kranenburgh (gb 1671) en NN te Nieuwkoop*.
Overleden 2.1.1768 en begraven 6.1.1768 te Nieuwkoop op kosten Gereformeerde Armen.
# GHA 29.1.09 (DTB Nieuwkoop), KBG

Hugo~
() Hugo, Hughe, Huych, etc

Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (1288*-1353):
Zoon van Engelbert I van Cranenburg en NN te Bleiswijk/Eikenduinen.
Vermeld in bron RGL (p 151) op 29.8.1323 ivm ruil van 7 morgen land met woning in polder Rotterban in Hillegersberg.
Vermeld in bron RGL (p 164) ivm ruil van voornoemde leen tegen leen van 7 morgen land in Ver Heylkynsland te Scieambacht, afgestorven bij dode van Badeloge Henric Splintersdr.
Zoon*: Hugh Craan (gb 1330; alias Hughe Hughesz van Cranenburg).
** RGL/151, Hugh Craan (gb 1330)
# RGL, KBG

Hugh Craan (1330*-1404):
Woont in Winchester in Hampshire, Engeland.
Vrij zeker een zoon van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg te Eikenduinen.
Ghm 1e Joan (1350*-73*), mogelijk een dochter van Claas van Winchester te Eikenduinen.
(> Otterbourne Manor Hampshire)
Ghm 2e Isabel Colhshill (1375*+).
Alias Hugh Crane. De achternaam Craan is on-Engels en daarentegen juist typisch Nederlands. Dit wijst erop dat Hugh vrij zeker zijn roots in Nederland heeft. Aangezien de namen Craen~ en Cranenburg~ vaker worden verwisseld, kan hij oorspronkelijk Hughe van Cranenburg heten en een zoon zijn van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg te Eikenduinen. (> Craen~) In Eikenduinen woont namelijk circa 1334 ene Claas van Winchester (gb 1290). Deze Claas kan Hugh hebben geÔnteresserd voor Winchester.

Vermeldingen:
1354 ivm granting bezit (waarschijnlijk woning) van Chaumberlayn aan Hugh le Cran in Winchester, citizen.
1357 Hugh le Cran, Mayor of Winchester. (# HRO)
1357 ivm verwerving bezit in Winchester door Hugh le Cran.
1360 ivm granting door Hugh le Cran aan Adam ...
1363 ivm granting deel van bezit Hugh le Cran en zijn vrouw Joan in Winchester aan de E.
1363 ivm granting manor Hedgecourt (Heggecourt/Heycourt; East Grinstead, Wessex) door John de Husee (Hussee/Hussey) aan Hugh Craan. (# Felbridge) John de Husee woont in 1387 in Winchester. (>- 1387)
1365 Hugh le Cran, Mayor of Winchester. (# HRO)
1365 Hugh Craan of Winchester granted to Sir Nicolas Loveine and his heirs the manors of Hedgecourt and Covelingley [in Horne, Hortley/HastingSands] called Lynlee, with chapel in the park there, which he received of the grant of John Husee. (# BHO)
1365 ivm granting bezit aan Richard ... door Hugh le Cran en zijn vrouw Joan in Winchester.
1366 ivm verwerving woning door Hugh le Cran in Winchester. (>- 1400)
1366 ivm charters ten gunste van Hugh le Cran, citizen and merchant.
1366 ivm verwerving bezit door Hugh le Cran in Winchester. (>- 1370)
1369 Hugh le Cran, Mayor of Winchester. (# HRO)
1369 ivm granting gecombineerd bezit door Hugh le Cran en zijn vrouw Joan in Winchester.
1370 ivm verwerving woning door Hugh le Cran in Winchester.
1370 ivm bezit uit 1366 van Hugh le Cran in Winchester.
1371 ivm restauratie van ruÔne van Hugh atte Hoke door Hugh in Winchester.
1371 ivm 200-year lease van vier crofts door Cran in Winchester.
1372 ivm granting woning door Hugh le Cran en zijn vrouw Joan in Winchester.
1373* Hugh's vrouw Joan overlijdt.
1375* Hugh huwt Isabel Colshill, eerder gehuwd met John de Inkepenne.
1376-7 ivm huur van een woning van het hosptiaal door Hugh Crane in Winchester.
1377 ivm de koop van een manor in Otterbourne bij Winchester. Hugh doet een aanbetaling van £ 100,-, maar eigenaar Richard de Winton en zijn vrouw Agnes weigeren de manor over te dragen. Het komt tot een juridisch proces. Hugh wint en krijgt zodoende in 1378 de manor. In 1386 verkoopt Hugh de manor (minus 1/3 dower van Isabel) aan William van Wykeham. Het gezin blijft er kennelijk nog wonen. Isabel woont daar in ieder geval zeker nog tot in 1405.
1377+ ivm John le Cran, zoon van Hugh (le) Cran in Winchester.
1378 ivm granting curtilage door John le MoŻt aan Hugh le Cran in Winchester.
1381 ivm een schuldzaak van John Botiler van Ropley (Hampshire). Wordt dan genoemd Hugh Craan, Mayor of the Woolstaple at Winchester. (# UKA)
1381 ivm granting hoekwoning aan Hugh le Cran, citizen en merchant in Winchester.
1384 ivm rente va 6d. 18 van cathedraal Lady Chapel in Netley Abbey. (# SMW p 863)
1385 ivm granting van woningen in Winchester door Alice, weduwe van William Reyner. (# SMW p 514)
1386 ivm transactie van (Little) Otterbourne Manor aan William of Wykeham, bisschop van Winchester. (# BHO 11.6.08) (> Otterbourne Manor Hampshire)
1386 ivm granting property aan John le Cran en diens vrouw Eleanor in Winchester.
1387 ivm granting van bezit in Winchester Staple door John le Luef. (# SMW p 864 en 873)
1387 ivm granting van woningen (tenements) in Winchester aan John Husee. (> 1363)
1388 ivm granting van een tuin in Winchester door Agnes, weduwe van William le Leof. (# SMW p 864)
1388 30 jan ivm schuld van Walter Patridge in Salisbury en William Ynge, merchant of the staple of Winchester. Hugh Craan wordt genoemd Mayor of the Staple in Winchester. (# UKA) De Staple is de stapelplaats van Winchester. Later is dit een stadwijk in centrum Winchester. De Staple wordt oorspronkelijk vaak Woolstaple genoemd. De wolhandel met het Continent is immers in de Middeleeuwen een zeer belangrijke economische factor.
1388 11 feb ivm verzoek aan de koning om bescherming van prior en convent van St Denys in Southampton. Wordt genoemd Hugh Craan, citizen [of Winchester]. (# UKA)
1390 Hugh Crane, Mayor of Winchester. (# HRO)
1390 ivm executie testament van weduwe van Richard Wygge. Genoemd wordt o.a. Richard Chamberlayn, alias Richard Draper. (# SMW p 524) Deze familienamen vinden we terug bij Otterbourne Manor en Cranbury Manor in Hursley, circa 7 Km zuidelijk van Winchester.
1390 ivm huis waar Le Cran woont in Winchester.
1390 op zegel met familiewapen (> sub wapen)
1392 ivm een vacant plot in Winchester eigendom van Hugh Crane. (# SMW p 919)
1392 ivm aankoop van een stuk tuin van buurvrouw Eleanor in Winchester.
1393 idem
1394 ivm granting van een winkel en tuin in Winchester door Hugh le Cran.
1400 ivm woning in Winchester die Hugh le Cran in 1366 verwierf en in 1400 nog steeds bezit. De woning wordt echter niet genoemd in zijn testament opgemaakt en goedgekeurd in 1401.
1400 ivm granting drie winkels, een woning en een vacant plot door Hugh le Cran in Winchester aan John ...
1401 testament Hugh Crane opgemaakt en goedgekeurd in Winchester.
1404 ivm claim Richard Caas en z'n vrouw Agnes op dower (weduwgoed) Isabel Colshill na de dood van Hugh Crane. (# BHO 11.6.08)
1417 post mortem ivm granting van een woning en tuin in Winchester aan William Gylle.

- Wolhandel
De reden voor Hugh's migratie naar Winchester is niet bekend. Het kan zijn dat Claas van Winchester in Eikenduinen hem heeft geÔnspireerd. Mogelijk ook dat Joan (de eerste vrouw van Hugh) een dochter van Claas van Winchester is en dat zij daarin een belangrijke factor is. Dat kan verklaren waarom Hugh Craan al snel succes heeft in Winchester op zakelijk en bestuurlijk gebied. Familiaire relaties spelen immers vaak een belangrijke rol in de zakenwereld, maar ook op bestuurlijk vlak. Toch lijkt de wolhandel daarin een belangrijke rol te spelen. Frank van Vliet schrijft daarover vanuit Londen in De Telegraaf van 28.1.09:

The House of Lords hangt van tradities aan elkaar, zo zit de voorzitter nog steeds op een wolzak omdat de de schapenteelt ooit de belangrijkste industrie was en dat willen de lords graag zo houden. ... De beschermde politieke elite wil na de 14e eeuw ook graag de 21e eeuw in comfortable rust kunnen voltooien.
De schapenteelt in Engeland is sinds de prť-middeleeuwen van hoge kwaliteit en levert het land grote inkomsten door de export van schapenvlees en wol. De lakennijverheid in Den Haag importeert veel wol uit Engeland. Zodoende kan Hugh besluiten om aldaar in de lucratieve wolhandel te gaan. Meer Nederlanders (o.a. Groningers) doen dat in de 13e-14e eeuw. Bron EVG (p 90) schrijft hierover:
De Engelse overheid hield in de loop van de dertiende eeuw nauwkeurig toezicht op de woluitvoer. Van de in 1273 verleende exportvergunningen bestaat een overzicht. Onder de exporteurs bevinden zich twee Groninger kooplieden.
Bron EVG noemt verder nog enige Groningse kooplieden die in 1294 in Engeland werkzaam zijn. En uiteraard zijn er meer kooplieden van het Continent actief in Engeland. De handel tussen Engeland en het Continent is immers van alle tijden.

- Pestepidemie
Een extra reden voor Hugh om te verhuizen naar Winchester kan zijn de pestepidemie van 1348-51 in Winchester en daaromtrent. Bron chrisandkeith.com 11.6.08 schrijft daarover:

The plague or Black Death was particularly bad around 1348-51 and wiped out almost half the population causing not only financial difficulties but an acute shortage of labour and many Manors were dived into smaller holdings and rented out. John de Winton [= van Winchester] and his wife, Joan, died without issue and John's brother, another Richard, was heir by 1361. Whether he was a bad lot or just a victim of the times, we shall never know, but by 1377 he owed Hugh Crane £100 and the following year conveyed the Manor of [Little] Otterbourne to him.
Bron jeremy-clarke.freeserve.co.uk (Felbridge History) 30.6.08 schrijft:
Langham, with the rest of Walcnested, sufferes severely form the Black Death in 1349, losing its lord and nearly all the tenants. In 1350 the female heir to the St John family, Margaret, married Sir Nicolas Lovaine, Knight of Penshurst, and her wealth allowed him to acquire large estates including both Langham and in 1365 Hedgecourt wich was held in the family until 1408.
Voor Hugh is het dus interessant om zijn geluk te zoeken in Engeland. Door de Black Death zijn de manors er goedkoop en vrij makkelijk te verkrijgen. Hugh is merchant (groothandelaar, koopman). Hij handelt kennelijk in wol en in property (vastgoed). Daarnaast is hij ook enige malen burgemeester. Hij begint zijn carriŤre kennelijk rond 1354 in Winchester met de aankoop van een property, waarschijnlijk een woning, van ene Chaumberlayne. Hij zal dan rond de 24 jaar zijn. Drie jaar later wordt hij genoemd al burgemeester van Winchester. Of hij dat in die tijd al werkelijk is, valt enigszins te betwijfelen. Hij is dan immers circa 27 jaar oud en waarschijnlijk een foreigner. Andere bronnen (o.a. National Archives) noemen hem Mayor of the Woolstaple at Winchester. Deze titel lijkt eerder mogelijk. De Woolstaple (Staple) is immers de stapelplaats voor de wolhandel, die in de Middeleeuwen zeer belangrijk en lucratief is. Vanuit zijn positie als welgesteld handelaar in wol en vastgoed, is een latere functie als burgemeester van heel Winchester uiteraard wel denkbaar. Zeker gezien zijn relaties met de uper ten van de stad. Toch zal zijn mogelijk adellijke afkomst daarbij ook een belangrijke rol hebben gespeeld. In die tijd maakt de adel immers nog heel sterk de dienst uit en zijn bestuurlijke topfuncties voornamelijk weggelegd voor adellijke personen.

De naam Craan lijkt vooralsnog vůůr 1357 niet voor te komen in Winchester of andere delen van Engeland. Aangezien deze naam typisch Nederlands is, moet Hugh zijn roots welhaast zeker in Nederland hebben. Zeker omdat daar de naam al in de 12e eeuw voorkomt. (> Pg Timetable) Maar ook gezien Hugh's relaties met Nicholas Brus en Richard Caas, die gezien hun familienaam toch ook hun roots in de Nederlanden lijken te hebben. In de 17e-18e eeuw woont een geslacht Kaas in de regio Rijswijk-Delft-Rotterdam. De vooralsnog oudste vermeliding is Cornelis Jansz Kaas, die circa 1727 wordt geboren in Rijswijk. Zijn vader Jan zal ergens rond 1690 zijn geboren. De roots van dit geslacht Kaas lijken dus in dezelfde regio te liggen als van het geslacht Cranenburg uit Bleiswijk, waartoe Hugh Crane lijkt te behoren. Kennelijk verkeert Hugh Craan in Winchester in de Nederlandse gemeenschap aldaar, hetgeen het vermoeden versterkt dat Hugh inderdaad uit Nederland komt. Mogelijk is hij rond 1353 (23 jaar oud) vanuit Eikenduinen naar Winchester verhuist. Dat zo zijnde, is het goed mogelijk dat zijn vrouw Joan ook afkomstig is uit Eikenduinen of daaromtrent.

Wapen volgens zegel uit 1390: drie staande kraanvogels, links gekeerd, 2-1 geplaatst. Boven/achter het schild een boom. Kleuren onbekend. Mogelijk zilver op rood (= wapen geslacht Crane, Engeland). (> FW Van Cranenburg Duinen) Op de rand van de zegel in Latijn de tekst:

sigillu[m] hugoniß crane

@ Image Courtesy of Hampshire Record Office in Winchester, England

 
Hampshire Archives in Winchester vertaalt deze tekst met: seal of Hugh Crane. Feitelijk staat er echter: seal of Hugh's Crane. Ofwel: seal of Hugh's son Crane. De familienaam Crane/Craan komt al sinds de 12e eeuw voor in Nederland. (> Craen~) Een wapen met drie staande kraanvogels blijkt ook in Nederland voor te komen. O.a. bij Herman van Cranenburgh (gb 1650; Tiel) en het geslacht Bom van Cranenburgh uit Delft.

De tekst op de rand van de munt sigillu[m] hugoniß crane toont overduidelijk de letter ß achter het naamdeel hugoni. Dat is de zgn Ringel S, die staat voor de sz. In feite staat er dus hugonisz. Echter, het Latijnse schrift kent de Ringel S niet. Verder is de constructie Hugonisz ongebruikelijk in het Latijn. De conclusie is daarom dat de maker van het zegel iets heeft duidelijk willen maken langs ongebruikelijke weg. I.c.: door gebruik te maken van een subtiele mix van Latijn en de Ringel S. Kennelijk om de aandacht te trekken en iets duidelijk te maken. De meest voor de hand liggende optie is dan dat de vertaling niet seal of Hugh Crane moet zijn, maar seal of Hughsz Crane. Deze constructie is echter ongebruikelijk in het Engels. In het Nederlands zou er daarentegen staan: zegel van Hughesz Crane. Deze constructie is gemeengoed in het Nederlands. Feitelijk staat er dus: zegel van de zoon van Hughe Crane. Aangezien de op de zegel genoemde Hugonisz Crane elders steeds Hugh Craan/Crane wordt genoemd, is zijn voornaam kennelijk inderdaad ook Hugh en heet hij dus in feite Hugh Hugh's son Crane. Ofwel: Hugh the son of Hugh Crane. Ofwel in Nederlands: Hughe Hughesz Crane. Deze Hughe Hughesz Crane heeft dus een vader die ook Hughe heet. Als de onderhavige Hugh Craan/Crane (gb 1330) inderdaad uit Holland komt, i.c. de regio DenHaag-Rotterdam, en deze Hugh Craan (gb 1330) feitelijk Hughe Hughesz Craan/Cranenburg heet, dan moet Hugh Craan (gb 1330) welhaast zeker een zoon zijn van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288), zoon van Engelbert I van Cranenburg te Eikenduinen. Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg moet dus zelf ook in Eikenduinen hebben gewoond.

Het wapen van Hugh Craan blijkt ook in Nederland voor te komen. In de Stevenskerk te Nijmegen ligt een grafzerk van Mechtelt Vermaesen, gestorven in 1717. Haar wapen op de zerk is: drie kraanvogels, links gekeerd, 2-1 geplaatst. Zij is de dochter van Lambert Vermaesen, geboren in Dordrecht. Het geslacht Vermaesen woont daar al sinds de 13e eeuw. Sinds begin 14e eeuw wonen daar ook Van Cranenburchs, nazaten van Zarijs Jansz van Cranenburch (gb 1330)

op Huis Cranenburch aan de Wijnkade te Dordrecht. Hij is een kleinzoon van Engelbert I van Cranenburg (gb 1255) te Eikenduinen. Deze Engelbert I is de vader van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288), de veronderstelde vader van Hugh Craan. Het wapen Vermaesen uit Dordrecht is waarschijnlijk via vrouwelijke lijn afkomstig van het geslacht Van Cranenburg uit Eikenduinen. (> Vermaesen)

De vraag die nu rijst is, waarom Hughe Hughesz van Cranenburg in Winchester Hugh Craan/Crane heet. Dat kan te maken hebben met een natuurlijk proces die overal voorkomt. Namelijk de aanpassing aan de taal waarin men verkeert. Hughe is in het Engels ongebruikelijk en wordt dus Hugh. Crane is zowel Nederlands als Engels. Craan is daarentegen puur Nederlands. Deze naamvorm komt in de Engelse teksten ook beduidend minder voor, ook al kennen de auteurs zijn alias Craan. Maar waarom van Cranenburg dan Crane gemaakt? Het antwoord lijkt deels simpel. De onderlinge verwisseling van de namen Cranenburg~ en Craen~ komt in de 13e-17e eeuw vaak voor in Nederland. (> Craen) Kennelijk door de naamdragers zelf vaak. Terwille van een vlotte assimilatie in Engeland zou Hugh Craan derhalve zelf gekozen kunnen hebben voor deze aanpassing van de familienaam. De naam Cranenburg zou in Engeland direct als foreign worden beschouwd en onprettige gevolgen kunnen hebben. Foreigners worden immers overal met een zekere argwaan beschouwd. Om zich dat te besparen kan Hughe vrij snel gekozen hebben voor de Engelse naamvorm Hugh Crane. Temeer waar hij kennelijk sterke zakelijke ambities heeft. De bovengenoemde Ringel S op z'n zegel is dan een subtiele reminder van zijn Hollandse afkomst, waar hij kennelijk dan toch trost op is. Bovendien staat deze ongebruikelijke letter ook nog enigermate chique. Als zodanig werkt ze mogelijk zelfs enigszins status verhogend. Ook alweer een asset in de zakenwereld.

De vraag die overblijft is waarom de tekst op de zegel van Hugh Crane zodanig is gekozen dat er vertaald alleen 'Hugh's (son) Crane' op staat. De meest voor de hand liggende optie is dat de zegelring multifuncitoneel gebruikt is. Dwz: door Hugh Crane/Craan zelf en later door zijn kinderen. O.a. John Crane. Een zaak van efficiency dus. Dat verklaart mogelijk de boom die boven/achter het wapenschild is afgebeeld. De boom symboliseert dan het geslacht Craan/Crane. Ofwel de vader en zoons die de zegelring gebruiken.

- Cranbury House Otterbourne, Hampshire
Hugh Craan wordt in 1377 genoemd ivm de koop van een manor in Otterbourne bij Winchester. Hugh doet een aanbetaling van £ 100,-, maar eigenaar Richard de Winton en zijn vrouw Agnes weigeren de manor over te dragen. Het komt tot een juridisch proces. Hugh wint en krijgt zodoende in 1378 de manor. In 1386 verkoopt Hugh de manor (minus 1/3 dower van Isabel) aan William van Wykeham. Het gezin blijft er kennelijk nog wonen. Isabel woont daar in ieder geval zeker nog tot in 1405. Dit huis blijkt later Cranbury House te heten. (> Cranbury House)

- Otterbourne Hampshire
Dorp in Hampshire (Engeland) gelegen op circa 7 Km ZW van Winchester, halverwege de weg naar Southhampton. Bekend om Cranbury Park waar Cranbury House staat. (> Otterbourne Hursley)

- Hursley, Hampshire
Dorp op circa 8.4 Km (4 miles) ZW van Winchester. Circa 153 Ha groot. Het gebied grenst oostelijk aan Cranbury Manor, gelegen in Otterbourne. (> Hursley Hampshire)

- Cranbury Manor Hursley, Hampshire
Manor in Hursley (Hampshire, Engeland). Mogelijk gesticht rond 1405. Bij Hursley staat echter dat Cranbury Manor ligt in Otterbourne, waar ook Cranbury House staat.

- Cranborough House in Winchester
In 2006 verschijnt het kunstboek "Nathaniel Dance-Holland, London 1735-Cranborough House, Winchester, Hampshire 1811" van Christopher Wright, Catharine May Gordon e.a. Nathaniel bezit in 1780-91 Cranbury Manor in Hursley in Hampshire. In 1791-1811 bezit zijn vrouw Lady Holland het huis. (> Cranbury Manor). De titel van het boek suggereert dat Nathaniel Dance Cranbury House in 1791 sterft en dat het huis overgaat om zijn vrouw Lady Holland. Hoe het ook zij, kennelijk wordt met Cranborough House gewoon Cranbury House bedoeld. De vraag is dan waarom de auteurs in 2006 het huis Cranborough House noemen, terwijl van hen toch zeker mag worden verwacht dat Cranbury House de gangbare naam is/was. House in Winchester. Het enige juiste antwoord op deze vraag lijkt, dat de auteurs op grond van belangrijke feiten tot de overtuiging zijn gekomen dat Cranbury House feitelijk Cranborough House heet of moet heten. Het lijkt nu haast onvermijdelijk te veronderstellen dat dit huis te maken moet hebben met Hugh Craan (gb 1330) te Winchester of nazaten van hem. Daarmee lijkt dit huis een bevestiging te zijn van alle feiten en thesen over de herkomst van Hugh Craan, alias Hughe Hughesz van Cranenburg uit Eikenduinen bij Den Haag.

- Resumť
Samengevat zijn er de volgende argumenten mbt de herkomst van Hugh Craan/Crane:
- Claas van Winchester te Eikenduinen
- Craan/Crane = Nederlandse familienaam die al sinds de 12e eeuw voorkomt (> Craen~)
- Craan/Crane = Cranenburg (> Craen~)
- Hugh = Hughe = frekwente voornaam bij Cranenburgs 13e-16e eeuw
- William Cranby (= Cranenburg) = kleinzoon van Hugh (> Otterbourne Manor Hampshire)
- Richard Caas heeft roots in regio DenHaag-Rotterdam (> idem)
- Brus = Brusse = Hollandse naam (> idem)
- Hugh heeft kennelijk ruim contact met de Hollandse gemeenschap in Winchester, hetgeen mogelijk betekent dat hij zelf ook uit Holland komt.
- Wapen van Hugh met drie staande kraanvogels komt ook voor in de regio DenHaag-Rotterdam, waar ook Eikenduinen ligt.
- De randtekst op de zegel verwijst vrij zeker naar een Hughe Hughesz Craan/Crane, alias Hughe Hughesz van Cranenburg.
- Gezien de voorgaande feiten is de vader van Hugh Craan/Crane welhaast zeker Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) te Eikenduinen.
- Cranbury House c.q. Cranborough House in Winchester lijkt alle feiten en thesen te bevestigen omtrent de herkomst van Hugh Craan.

In totaal zijn er dus 12 assets en 0 contra's mbt de veronderstelling over de herkomst van Hugh Craan. (> WKB)
>> WKB=1-(1/[(A-C)!])= 1-(1/[(12-0)!]=1-[(1/12)!)=1-(1/479.001.600)
   =1-0.000000002=0.999=99.9%
De kans dat de veronderstelling mbt de herkomst van Hugh Craan waar is, lijkt dus biezonder groot. Groter nog dan de waarschijnlijkheidsgrens van 95%.

Per saldo mogen we concluderen dat op grond van alle genoemde feiten het vrij zeker is dat Hugh Craan/Crane afkomstig is uit de regio tussen Den Haag en Rotterdam en dat hij een zoon is van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) te Eikenduinen. Temeer daar de namen Craen~ en Cranenburg~ in vroegere eeuwen vaker onderling verwisseld zijn.
Udh1 met Joan Xx: John Craan (gb 1352; ghm Eleanor Xx, Winchester).
Nazaten Hugh Craan en Joan Xx: William Cranby (gb 1434; Winchester), Richard Craan (gb 1435; Winchester) en Joan Craan (gb 1440; Winchester).
Udh2 met Isabel Colshill: geen kinderen bekend. Wel stiefzoon: John de la Ryver, zoon van Isabel Colshill uit een eerder huwelijk. Zij is dus kennelijk 3x gehuwd geweest.

Wapen: Op rood drie staande kraanvogels in zilver, links gekeerd, 2-1 geplaatst. Verondersteld wordt dat de kleuren rood en zilver en de plaatsing 2-1 zijn afgeleid van het wapen Van Wassenaar, waar de Van Cranenburgs~ uit Bleiswijk van afstammen. Bovendien blijkt dit afgeleide wapen anno 2009 nog voor te komen bij families Craan en Crane in Engeland, kennelijke nazaten van Hugh Craan.
** Otterbourne Manor Hampshire, Cranbury Hampshire, Cranbury Manor Hursley, Craen~, Claas van Winchesters (gb 1290), Cranbury Family Hursley, Eikenduinen
# BHO 11.6.08, UKA, HRO, DAB, KBG

Hughe Hughesz van Cranenburg (gb 1330*):
** Hugh Craan (gb 1330)

Hughe Gherijtsz van Kranenburg (1340*-1400*):
Zoon van Gherijt Heinricsz van Kranenburg en NN te Eikenduinen.
Vermeld 4.6.1353 als onmondig in bron RGL (p 151) ivm leen van 7 morgen land met daarop een woning in polder Rotterban te Hillgersberg.
** RGL/151, Cranenburch Den Haag

Huge Willemsz van Cranenburch* (1430*-1490*):
Mogelijk een zoon van Willem van Cranenburch (gb 1400) in Eikenduinen.
Vermeld 23.1.1465 ivm een schuld van Doe Jansz Hoedeslager van 3 pond Hollands per jaar aan Huge Willemsz, gaande uit een tuin en erf in de Molenstraat te Den Haag (Hofkwartier) en een door hem bewoond huis en erf ten noorden van voornoemde tuin in de Molenstraat. Aan die straat wonen ook Eggebrecht van Cranenburg (gb 1341) en diens zuster jonkvrouw Alijd van Cranenburg.
Vermeld 20.2.1478 ivm een erfenis van Lijsbeth Huyghendr, bagijn.
NB Ook ene Florys Jansz is vermeld. Gezien de tijd, regio en context kan deze heel goed Floris Jansz van Cranenburg zijn.
** Eggebrecht van Cranenburg (gb 1341)
# AKD (p 125 en 314)

Huych Dircksz Cranenburgh (1505*-1575*):
Zoon van Dirck Vranken Cranenburgh en NN.
Geboren in de Vrouwe Ven (Warmond) op boerderij Pennings aan het Vennemeer.
Ghm NN.
Koopt in 1550 boerderij Pennings van zijn vader, die in dat jaar overlijdt.
Huych pacht 34 morgen land in de Vrouwe Ven gelegen in Warmond voor 69 pond per jaar van de Abdij van Rijnsburg.
Alias: Huych Dircx
Kinderen*: Joris Huychesz, Meltgen Huychesdr, Pieter Huychesz en Ysbrand Huychesz Cranenburgh.
** Pennings Vennemeer, Zijplant (Warmond)
# SRO (p 172), TVP, FRI

Huyge Xzn van Cranenburch (1550*-1610*):
Woont in Reeuwijk* of Gouderak*. Ghm NN.
Zoon: Maarten Huygensz van Cranenburch (gb 1585).

Huyg Willemsz van Cranenburch (1552*-1612*):
Zoon van Willem Xzn van Cranenburch (gb 1517) en NN te Gouda*.
Woont in Gouda, later Sluipwijk. Ghm NN.
Is in 1598 secretaris van Sluipwijk. In dat jaar voert hij een civiel proces tegen Gerrit Gerritsz, schout van Sluipwijk, over een vergroting van diens huis, gelegen aan de Gravenbroekerdijk in Reeuwijk. Kennelijk grenzen de percelen van Huyg en Gerrit aan elkaar. Anders ligt het proces niet voor de hand.
Alias: Huig Willemsz van Cranenborch.
Udh: Claas Huygensz (gb 1581 Gouda), Lysbet Huygensdr (gb 1583 Gouda), Maarten Huygensz (gb 1585 Gouda), Willem Huygensz (gb 1587 Gouda), Pietergen Huygensdr (gb 1589 Gouda) en Geertgen Huygensdr (gb 1591) van Cranenburch
# GHA 29.1.09, Beeldbank Rijnland 24.11.09, DAB

Huych Sachariasz van Cranenburgh (1595*-1655*)
Geboren op boerderij Pennings aan het Vennemeer in Warmond. Zoon van Zacharias (van) Cranenburgh en Geertge Gerritsdr van Dusseldorp.
Huych is scheepmaker en woont op de Ade.
Op 30.6.1620 huwt Huych met Aeffgen Willemsdr (van Griecken?).
Genoemd in 1640 (RA Rijnsburg 4) en boedelscheiding 21.7.1640 (RA Rijnsburg 3).
Udh: Maritge (gd 1622*), Willem (gd 1623) en Frans (gd 1625). Alle kinderen gedoopt in de Hervormde Kerk in Kaag.
Huych overlijdt in 1655. Op 30.11.1655 verkoopt zijn weduwe het huis te Ade aan Jacob Cornelisz den Haan (RA Alkemade 81). Zij hertrouwt met Willem Jansz Kintsen, die in 1665 overlijdt (RA Warmond 12).
** Pennings Vennemeer
# TVP

Huych Meesz van Cranenburgh (1602*-1672*):
Geboren op boerderij Pennings aan het Vennemeer te Warmond. Zoon van Mees Claesz (van) Cranenburgh en Maritge Cornelisdr.
Huych is kleermaker en woont in Warmond.
Huwt 1e Cunera Willemsdr Does, dochter van Willem Willemsz Does en Maritgen Jacobsdr. Willem Willemsz is boer aan de Zijl onder Warmond. Cunera overlijdt vůůr 1626.
Udh1: Maritgen Huygen (gb 1624).
Huwt 2e NH op 15.4.1627 met Chieltgen Dircksdr uit Warmond, in de Hooglandse Kerk te Leiden.
Udh2*: Bartholomeus Huygen van Cranenburch (gb 1637) en Willemptge Huijgen Cranenburch (gb 1640). (xs4all.nl/~mjgkusse 20.10.08)
Vermeld 1636 in Morgenboek Warmond wegens eijgen terve daer sijn huijs op staet.
Vermeld 23.4.1638: Dirck Bartholomeusz van Clinckenbergh te Warmond erkent voor schout en schepenen van Warmond Fl 60,- schuldig te zijn aan Huijch Meesz van Cranenburch terzake van een lening tegen rente. (xs4all.nl 20.10.08; Gen. Jan Buytendijck)
Testament 29.4.1643 opgemaakt bij notaris Paets te Leiden.
Vermeld 1652 in Morgenboek Warmond wegens eijgen terve daer sijn huijs op staet gecomen van Jan Gerritsz Beukelaer.
Huych Meesz wordt 1.3.1657 te Leiden veroordeeld tot geseling en 6 jaar verbanning uit Leiden wegens huisvredebreuk (ineel Vonnissenboek deel 15, fol 197).
Alias: Huych Meesz van Cranenborch/Cranenburch
** Pennings Vennemeer
# TVP, RA Leiden

Huijge Xzn van Kranenburgh (1632*-1692*)
Dochter: Ammerens Huijge van Kranenburgh te Rotterdam.

Huyg Xzn Cranenburgh (1665*-1725*)
Woont in Hendrik-Ido-Ambacht*. Ghm NN.
=* Huig Pietersz Cranenburg (gb 1675*)
Zoons: Pieter Huygen Cranenburgh en Willem Huygen Cranenburgh.

Huig Pietersz Cranenburg (1675*-1735*)
Mogelijk een zoon van Pieter Teunisz Cranenburgh in Hendrik-Ido-Ambacht.
Vermeld in een acte van 22.4.1724 als regerend diaken in Hendrik-Ido-Ambacht ivm een testament.
=* Huyg Xzn Cranenburgh (gb 1665*)
Zoons*: Pieter Huygen en Willem Huygen Cranenburgh.
++ Kranenburg IJsselmonde
# KWS Teunis Bezemer

Hugo Kranenburg (1832-1892*):
Zoon van Theunis Kranenburg en Johanna de Graaf.
Geboren in Nieuwkoop 3.11.1832.
Huwt 13.3.1859 met Catharina Kleyweg, geboren 11.10.1835 te Lisse, dochter van Johannes Kleyweg en Petronella van der Klant.
Udh: Anna Catharina (1860 Lisse), Petronella (1862 Lisse), Hugo (1863 Lisse), Johannes (1864 Lisse), Johannes (1867 Lisse), Johannes (1868 Lisse), Teunis (1869 Lisse), Elisabeth (1873 Lisse), Jacob (1876-76 Lisse), Johanna (1877-77 Lisse), Johanna (20.9.1878 Lisse) en Jacob (20.9.1878 Lisse).
** Johan Kranenburg (gb 20.9.1878), Tweelingen
# GKC

Hugo Kranenburg (1863-1923*):
Zoon van Hugo Kranenburg en Catharina Kleyweg. Geboren 24.11.1863 in Lisse.
Ghm Wilhelmina Wijnholt, geboren 21.6.1863 in Heerde (Gld).
Udh: Willem (1880 Haarlemmermeer), Catharina (1885-86 Lisse), Egbertje (1887-87 Lisse), Catharina (1888 Lisse), Egbertje (1891-1906 Lisse), Hugo (1893 Lisse), Aart (1895 Lisse), Teunis (1897 Lisse) en Marinus (1898 Lisse).
# GKC

Hugo Kranenburg (1893-1953*):
Zoon van Hugo Kranenburg en Wilhelmina Wijnholt. Geboren 31.8.1893 in Lisse.
# GKC

Hugo Hendrik Kranenburg (1896-1975):
Zoon van Teunis Kranenburg en Hendrika Wijnholt.
Geboren 9.2.1896 in Lisse*. Hugo is vrachtrijder.
Overleden 23.2.1975. Begraven op Duinhof in Lisse.
# GKC, graftombe.nl 8.4.07

Hugo Kranenburg (1899-1963):
Zoon van Teunis Kranenburg en Gijsberta van de Wakker.
Geboren 30.8.1899 in Oude Wetering (Alkemade).
Migreert 1913 met ouders naar Amerika.
Huwt 3.11.1928 met Helen Genevieve Kohm, geboren 2.1.1911 in Chicago, IL.
Overlijdt 30.4.1963 in Chicago, IL. Begraven op Mount Hope Cemetry.
Udh: geen kinderen bekend.
** Pg Documenten (Kranenburg Chicago)
# GKC

Hugo Kranenburg (1908-1968*):
Zoon van Jacob Kranenburg en Evertje Kulk. Geboren 15.6.1908 in Lisse.
# GKC

Huislieden
Dit zijn vrije en onvrije personen.

Huismerken
Tekens die worden gebruikt als eigendomsbewijs. Ze zijn al in de oudheid in gebruik tot ver in de middeleeuwen. Ze lijken oppervlakkig gezien op runetekens, maar hun verwantschap is nimmer aangetoond. Huismerken gaan van vader op zoon. De oudste zoon in ongewijzigde vorm, de andere zoons met een simpele verandering. Het centrale teken blijft echter normaliter intact.
Vele geslachten hebben hun huismerk opgenomen in hun familiewapen.
Bron FEW (p 82) schrijft over huismerken:

Over merken, ook wel huis- of hofmerken genoemd werd reeds het nodige opgemerkt (zie IV A en onder 'Eikel en Klaver'), waaruit blijkt dat zij duiden op het hoevebezit. In de middenfriesche wapens komt het merk niet zo veelvuldig voor als in de ommelander- en oost-friesche wapens. Het percentage in de beide laatste landen bedraagt respectievelijk 20 en 15. Wanneer het merk wordt gevoerd met een of meer andere stukken [elementen] welke op eigenerfdeschap duiden, heeft het kwartier waarin de laatste zijn geplaatst dikwijls den voorrang.
** Merktekens, GGW
# WP, FEW

Huizen * heraldiek
In familiewapens kunnen huizen of gebouwen voorkomen. Volgens bron PAMA moet dan altijd worden aangegeven welk huis of gebouw is afgebeeld. Bijvoorbeeld een klooster, een raadhuis, e.d. M.a.w.: een huis of gebouw in een familiewapen stelt in principe altijd een reŽel object voor.
De vraag waarom men een huis in een familiewapen opneemt, kan te maken hebben met het geloof dat men belijdt. Van Doopsgezinden is bijvoorbeeld bekend dat zij een houten huis als symbool voeren. Een huis als symbool kan ook berusten op de bijbeltekst: Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen (Jozua 24; 15b). Hiermee geeft het wapen dus de religieuse intentie van de eigenaar aan. Het ligt voor de hand dat het afgebeelde huis dan het eigen huis voorstelt of het huis waar men geboren is en waartoe men derhalve behoort.
Bron FEW (p 76) schrijft over gevels in wapens:

Huis- of trapgevels (drie, paalsgewijs in de linkerhelft van het wapen, rechterhelft de Friesche halve adelaar) werden slechts aangetroffen in het wapen (de Haan) Hettema. Zij zullen duiden op het bezit van een (geŽrfde) state.
** Wijbrandus Kranenborg (wapen)
# PAMA, FEW, DAB

Huizen * kastelen
In de Middeleeuwen worden kastelen normaliter gewoon huizen genoemd. Dat vinden we vaak nog terug in de huidige namen. Bijvoorbeeld Huis Ten Bosch in Den Haag, Huis Te Werve in Voorburg of Huize De Voorst bij Eefde. In het Engels is dat ook nog te vinden in Longleat House (Wiltshire), Mapledurham House (Oxfordshire), Loseley House (Surrey) en Hatfield House (Hertfordshire). Deze Engelse Houses zijn vaak zo imposant, dat ze in Nederland al gauw de naam van kasteel krijgen. Ridderhofstad Cranenburg te Bleiswijk wordt ook vaak vermeld als Huys Kranenburg en Cranenburg Eikenduinen wordt in de oude leenboeken steevast een huis genoemd. In feite maakt het niets uit hoe een kasteel wordt genoemd. Voor een goed besef is het echter nuttig dat we in historisch onderzoek bij de term huis weten wat er precies mee wordt bedoeld.
** Kastelen
# KOH, 'Great English Houses' (Russel Chamberlain, Guild Publishing, London 1983)

Hulde:
** Leenhulde

Hulder:
Voogd voor juridisch handelingsonbekwame die een leen erft. Bv vrouwen, minderjarigen, gebrekkigen of geestelijken. Zodra de minderjarige meerderjarig wordt, doet de leenman opnieuw hulde 'met de ledige hand'.
** Voogdij, Leenhulde
# WP

Humsterland:
Regio in NW Groningen
** Pg Anglicana

Hursley Hampshire, England
Dorp op circa 8.4 Km (4 miles) ZW van Winchester. Circa 153 Ha groot. Het gebied grenst oostelijk aan Manor Cranbury, gelegen in Otterbourne.

De oudste vermelding van Hursley dateert van eind 12e eeuw, als het in bezit komt van de bisschop van Merdon. Het bezit van Manor Merdon begint als Henry van Blois (1101-1171) er in 1138 een kasteel bouwt. Hij wordt ook genoemd Henry van Winchester. In 1129 tot zijn dood in 1171 is hij namelijk bisschop van Winchester.

Hursley blijft in bezit van de bisschoppen van Merdon tot 1552. In dat jaar wordt Hursley bezit van koning Edward VI. Hij geeft Hursley Manor dan in leen aan Sir Philip Hoby. In 1600 verkoopt de familie Hoby de manor en het kasteel aldaar aan Thomas Clercke.

Bron JKB schrijft over Hursley o.a.:

The soil in the parish of Hursley, ..., is of several different sorts; in some parts it is light and shallow, and of chalky nature; ... Towards the west, it is entirely covered with wood, not in general bearing trees of large size, but some beautiful beech-trees; and breaking into peaty, boggy ground on the southern side [of Hursley].
** Cranbury Manor Otterbourne, Hursley Map 1588
# JKB, DAB

Hursley Map 1588
Een kaart van Hursley in Hampshire uit 1588.

          

Bovenstaande kaart is een uitsnede van het zuidoostelijk deel van de
grote Hursley Map van 1588 met daarin The Parke (later Cranbury Park)
en het oorspronkelijke Cranbury House (onder de R van Parke). Dit
gebied ressorteert sinds de 19e eeuw onder Otterbourne.
@ Image Courtesy of Hampshire Record Office in Winchester, England

Bron fieldclub.hants.org.uk van 6.3.08 schrijft:

At the time of the 1588 map [of Hursley], much of Chandler's Ford was covered by Hiltingbury and Cranbury Commons, part of the wide expanse of common land that made up the southern part of the large Husley parish (in those days it incorporated the later parish of Ampfield as well as much of modern Chandlers Ford). Neither Cranbury Park, nor its four ponds existed at that time.
De Hursley Map van 1588 omvat dus o.a. het zuidelijk gebied van Hursley. Dit gebied grenst aan het huidige Otterbourne, dat oostelijk ligt en tot de 19e eeuw bij Hursley Parish hoort. The Parke op bovenstaande kaart wordt pas sinds de 17e eeuw officieel Cranbury Park genoemd. In de volksmond bestaat die naam mogelijk al veel langer. Het park ligt namelijk van oudsher op die plaats. (> Otterbourne Manor Hampshire) In de 19e eeuw wordt de dorpskern van Otterbourne 500 Meter oostelijk verplaatst, vanwege de aanleg van een spoorlijn. Otterbourne hoort echter oorspronkelijk tot Hursley Parish. Pas in de 19e eeuw wordt Otterbourne zelfstandig. Daarom lijkt het dat The Parke in Hursley ligt en lag. Feitelijk lag dit park dus wel in Hursley, maar met de verzelfstandiging van Otterbourne komt dit park dus in Otterbourne te liggen.

Bron british-history.ac.uk 5.3.08 schrijft over Cranbury House:

The site of the house is well chosen, the ground falling steeply on the north, in well-wooded sloopes [1]. Some way down the slope is a spring, over which a domed well-house has been built, and on the higher ground to the west of the house is a circular earthwork. To the north of this is a summer-house [2] and a stone sun-dial, said to have been designed by Sir Isaac Newton; its gnomon is supported by a mongram in openwork, apparently I.L.C. for Jonathan Conduit. In the park, at some distance to the south-west of the house, is a gamekeeper's cottage, masked by a sham ruin made up of fragments from Nettley Abbey, whose north transept was destroyed for the purpose. A set of very beautiful early fourteenthcentury bosses from a vault are built into the work.
De omschrijving van de locatie [1] komt overeen met de tekst van bron JKP (p 21) van circa 1880:
Cranbury is a low wooded hill, then part of the manor of Merdon, nearly two miles to the south-east of Hursley, and in that parish, though nearer to Otterbourne. Some tenements seem to have been there, those in the valley being called Long Moor and Pot Kiln. Shoveller is the first name connected with Cranbury [Manor], but Mr. Roger Coram, the champion of the haymakers, held it [1580] till his death [1612], when it passed to Sir Edward Richards.
Het genoemde zomerhuis noordwest van Cranbury House [2] is duidelijk te zien op bovenstaande kaart. Impliciet bevestigen beide bronnen dat het huis onder de R van The Parke inderdaad Cranbury House is.
** Hursley Hampshire/England, Cranbury Commons Hursley, Otterbourne Manor Hampshire (The Parke)
# HFA, BHO, JKP

Hussieten:
Aanhangers van de leer van Jan Hus, een Tjechische professor (1370*-1410), die fel tegenstander is van de organisatie van de Roomse Kerk en de onfeilbaarheid van de paus. Jan wordt daarom op 6 juli 1415 in Konstanz op de brandstapel ter dood gebracht.

Jans laatste woorden zijn: 'Jullie verbranden een gans, maar een zwaan zal wederkeren.' Met gans bedoelt hij zichzelf, want hus betekent gans in het Tjechisch. De gans wordt zodoende het symbool van de Hussieten. De Lutheranen nemen een eeuw later de zwaan als symbool van hun geloof.
Er ontstaan twee groepen bij de Hussieten: de Taborieten en de Calixtijnen. De Taborieten zijn radicaal, terwijl de Calixtijnen meer gematigd zijn. De Calixtijnen verwerpen de leer van het vagevuur, de verering van heiligen, de beeldendienst en de sacramenten. Als zodanig gelden ze ook als voorlopers van de Reformatie.
Praag is sinds het midden van de 14e eeuw een belangrijke stad in Europa. Keizer Karel IV van Luxemburg bouwt de stad in die tijd om tot een waardige rijkshoofdstad met een gotische kathedraal, een universiteit en een brug over de Moldau. Praag en Bohemen staan in het middelpunt van de belangstelling. De strijd tussen de Hussieten van TjechiŽ (Zuid-Bohemen) en de Boheemse koningskroon zijn wereldnieuws. Zo komt de leer van Jan Hus in de belangstelling van heel Europa en gaat ze een belangrijke aanzet geven tot de Reformatie in daarop volgende eeuwen.
** Jan Hus, Gans, Calixtijnen, Groenlo (Calixtus Kerk), VWW, Claas Willemsz van Cranenburg, Wederdopers, Doopsgezinden
# WP, DHR, DAB

 
Huys Dever te Lisse

Huys Dever ligt aan de weg van Sassenheim naar Lisse. Dit slot wordt vermeld in een leenbrief van 1370. Deze brief draagt het zegel van Jan van Bois, de vertegenwoordiger van Albrecht van Beieren in Holland. Als eigenaar wordt genoemd 'Reinier die Ever'. Het slot is een vrij ruim gebouw met een bemuurde voorhof en een halfronde toren. Om het slot ligt een brede vijver. Het heeft vele lanen en is omgeven door singels en hoge bomen. Het grondbezit beslaat een oppervlakte van 26 Ha.
Tekening links: Huys Dever omstreeks 1590. (# NKS)
 

Reinier Dever (1350*-1417) heeft een zeer goede relatie met graaf Albrecht en wordt door hem tot ridder geslagen. Zijn leven lang is Reinier een trouw bondgenoot van de graaf en strijdt aan diens zijde mee tegen de hertog van Gelre, de Friezen en in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Graaf Albrecht is ook vaak te gast op Huys Dever. Zo blijkt o.a. uit een rekening van 6 februari 1388 dat graaf Albrecht met een gezelschap van Teylingen naar Dever rijdt, waar hij voor vijf gouden guldens een feestmaal geeft.

In 1417 overlijdt Reinier Dever. Kleinzoon jonker Gysbert van Haeften tot Rhenoy erft Huys Dever. Deze Gysbert overlijdt in 1445 door een beet van een dolle hond. Zijn dochter Clara erft nu Dever. Zij is gehuwd met een Duivenvoorde en later met een Brederode. Clara en haar man wonen echter niet op Dever. Mogelijk woont daar haar oom Dirc van Oosterwyck, een Leids patriciŽr. Deze wordt in 1461 benoemd tot pastoor van Lisse.

In 1507 vererft Dever in de familie Van Mathenesse uit Schiedam. Nicolaes (Claes) van Mathenesse, heer van Lisse, is de nieuwe eigenaar. Hij verpacht kasteel en grond van 1510-1550 aan Dirck Vranken Cranenburgh (gb 1470). Zelf gaat Nicolaes in Utrecht wonen. In 1552, na de dood van Dirck, gaat hij weer op Dever wonen. In 1554 overlijdt Nicolaes en wordt Jan van Mathenesse zijn erfgenaam.

Huys Dever bezit o.a. nabijgelegen Vrancken Hofstede in Lisse. De hofstede wordt 10.9.1444 door Matheus Claesz Cranenburgh gekocht 'na opdracht uit eigen'. Op 5.5.1456 gaat de hofstede over op zijn zoon Vranck Matheusz Cranenburgh. Diens zoon Dirck Vranken Cranenburgh is in 1510-1550 kastelein van Huys Dever te Lisse en pacht daar 33 morgen en 85 roeden land van leenheer Nicolaes van Mathenesse. (> Vrancken Hofstede te Lisse)

In de 19e eeuw raakt Huys Dever helaas in verval. Tegenwoordig rest alleen nog de donjon en een stuk aangebouwde muur met poort (foto). De contouren van het oude slot zijn anno 2003 aangegeven met lage muurtjes.

** LRD, Van Cranenburch Dever, Van Mathenesse, Vrancken Hofstede te Lisse
# NKL, NKS (Dever, 1977), AWA

 

 
Huys Kranenburg te Bleiswijk
** Cranenburg Bleiswijk

HV
Historische Vereniging

HVH
De hofboeken van 's-Gravenhage 1458-1561
Bewerkt door Drs N.J. Pabon in opdracht van de vereniging "Die Haghe"
Den Haag 1937

De Haagse hofboeken bevatten registraties van belastingelden betaald door burgers aan de graaf van Holland. Deze belasting heet hure en betreft erfhuur of hofstedhuur van huizen en landen gelegen in Den Haag en Haagambacht. Als zodanig bevatten de hofboeken de namen van de eigenaars van de desbetreffende percelen. In feite gaat het om de volgende hofboeken: 1458-1490 (p 1-195), 1466 (p 196-277), 1512 (p 278-371) en 1561 (p 594-603).

De genoemde valuta zijn: £ (pond), s. (stuiver), d. (denarie).
De gehanteerde maten zijn: mg. (morgen=8516 M2=0.8Ha), r. (roede=3.8M), h. (hont=1/6morgen), gd. (gaarde=1.5roede=1.9M)

Bron HVH noemt 2x de naam Cranenburch en wel in Hofboek 1466:

• Pg 220: Claes Claesz van Cranenburch. Hij moet I d. erfhuur betalen voor een perceel in het Hofkwartier:

Dat westeynde van de MOLENSTRAET aen die suytseijde ende dat soe ommegaende in FASENSTRAET
Aan de Molenstraat wonen rond 1390 Alijd Jansdr van Cranenburg (gb 1340) en haar broer Eggebrecht Jansz van Cranenburg (gb 1341). Claes Claesz kan dus een nazaat zijn van Eggebrecht. De vader van Claes heet dan Claes Eggebrechtsz van Cranenburch, geboren rond 1390. Claes Claesz zal dan geleefd hebben rond 1430-1490.

• Pg 224: een perceel met de naam Cranenburch:

Noch die noirtsijde van der PAPESTRAET tot die geest [geestgrond] toe ende is gehieten die NOBELSTRAET ende dat soe after ommegaende [ze daarachter omheen gaat]
De erfhuur bedraagt hier eveneens I d. Een bedrag dat geldt voor de meeste percelen in het Hofkwartier in die tijd. Bron Die Haghe 1997 (p 23) schrijft bij de Nobelstraat:

1373 2 februari. N. 335(?). 'Papestraet'. In margine kopie: 'Craenenburch'.
HGA. Sint Nicolaasgasthuis, inv.nr. 94.f5.
1376 20 mei. N. 335. In margine kopie: 'in die Papestraet up dat huys dair Engebrecht van Cranenburch in woent'.
ARA. Kapittel Sint Maria op het hof, inv,nr. 59,fo 37. HB 1466 (p. 224): 'Cranenburch'.
...
ARA = Algemeen Rijksarchief
HGA = Haags Gemeente Archief
Volgens Die Haghe 1997 gaat het om het tweede pand NZ van de Nobelstraat. Genoemde Engebrecht van Cranenburch is de reeds bekende Eggebrecht Jansz van Cranenburg (gb 1341). Rond 1390 woont hij bij z'n zuster Alijd Jansdr van Cranenburg (gb 1340) aan de Molenstraat. In 1466 woont dus zijn kleinzoon Claes Claesz van Cranenburch aan de Papestraet/Nobelstraet 335.

De vader van Claes Claesz van Cranenburch zou zoals gezegd ene Claes Enghebrechtsz (circa 1390-1450) kunnen zijn. Bron HVH noemt inderdaad een Claes Enghebrechtsz op de pagina's 24 (HB 1458-1490), 107 (HB 1458-1490) en 267 (HB 1466). In de latere hofboeken wordt hij niet meer genoemd. Dit kan dus inderdaad de vader zijn van Claes Claesz. Dat diens achternaam Van Cranenburch niet wordt genoemd, zegt in dit bestek weinig. Dat gebeurt in het verleden behoorlijk vaak. (> Naamvermelding)

Bron HVH schrijft:

Pg 267 (1466) over een pand in de buurt Spoystraet:

fol. CLAES ENGBRECHTZ. I d.
Pg 24 (ca 1467) over een pand in de buurt Spoystraet:
fol. 16
BRUYN AELBRECHTZ. I½ d.
idem I½ d.
(CLAES ENGEBRECHTZ.) dat hoeckhuys, *anno LXVII in Mey hoirt BRUYN AELBRECHTSZ bij overgifte [overdracht] van de kerckmeesters I½ d.
...
Pg 107 (ca 1474) in de buurt Spoystraet:
fol. 62
CLAES ENGEBRECHTSZ. *hoirt JACOB COPPIER II d.
Kennelijk woont Claes Enghebrechtsz in de Spuibuurt en bezit hij daar drie panden. Gezien de jaartallen lijkt Claes in 1467 gestorven. Zijn panden horen immers in 1467 en 1474 aan anderen toe, terwijl dat in 1466 nog niet zo is.

Pg 437 wegens erfhure voor een pand aan het Spui WZ in 1561:

fol.174vs:   MATHIJS CLAESZ, sceepmaker, bij huwelike    I d.
fol.175:   Denselven MAHIJSZ CLAESZ, sceepmaker, als voren    I d.
Deze Mathijs is mogelijk een zoon van Claes Claesz van Cranenburch.

- Overzicht
1255-1340 Engelbert I van Cranenburg B!r+// Bleiswijk-Eikenduinen ...wk.c
1300-1380 Jan Engelbrechtsz van Cranenburg B!r+// ...ww=:c
------1362 Hofstede Cranenburg Eikenduinen
------1367 Zoetermeer/Pijnacker* (Huys Cranenburch)
1330-1600 Huys Cranenburch DenHaag/Nobelstraet
1341-1421 Eggebrecht Jansz van Cranenburg B!w+// ...ww=
------1362 Hofstede Cranenburg Eikenduinen
------1373 DenHaag/Nobelstraet
------1396 DenHaag/Molenstraet
1390-1467 Claes Engebrechtsz van Cranenburch B!+// DenHaag/Spoybuurt/"1466-67
1431-1491 Claes Claesz van Cranenburch B!+// DenHaag/Hofkwartier/"1466
1480-1570 Mathijs Claesz van Cranenburch B!+// DenHaag/Spui/"1561

** Hofboeken, Erfhuur, Alijd Jansdr van Cranenburg (gb 1340), Eggebrecht Jansz van Cranenburg (gb 1330), Cranenburch Den Haag
# Die Haghe 1997, DAB

HVW
Heren van Stand; Van Wassenaar 1200-2000
Achthonderd jaar Nederlandse adelsgeschiedenis.
Diverse auteurs. Eindredactie H.M. Brokken
Stichting Hollandse Reeks
Protocol Zoetermeer

Hwicce:
Anglische volkstam. Ook Hwiccas of Wiccia genoemd. Mogelijk zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit Wijchen bij Nijmegen. (Ax > Wijchen)
De Hwicce vestigen zich rond 650 nC in ZW Engeland: Worcestershire, Gloucestershire en ZW Warwickshire. Hun territoir heet Hwinca, dat volgens de Tribal Hidage oorspronkelijk 7000 hides (koeiehuiden) groot is.
De naam Hwicce leeft voort in namen als Wychwood (Oxfordshire), Wichford (Warwickshire), Wyckhavon (Worcestershire) en Wychbury Hill (Worcestershire).

In 577 is er een slag bij Dyrham. De Gewisse onder Ceawlin vermoorden drie Britse koningen en veroveren Gloucester, Cirencester en Bath. In 628 heroveren en versterken de Angelen uit Mercia echter hun macht over deze gebieden onder koning Penda. Op basis van deze officiŽle formulering kunnen de volgende veronderstellingen worden gedaan:

A. Mogelijk wonen er al vůůr 577 Angelen in Hwinca. Of daarmee dan ook de Hwicce worden bedoeld, is niet duidelijk. Het lijkt echter van wel. Er zijn namelijk vooralsnog geen historische meldingen bekend van vestigingen van andere Anglische stammen in dat gebied. We mogen derhalve aannemen dat de Hwicce de oorspronkelijke Anglische bewoners zijn van Hwinca en dat ze zich daar al ruim vůůr het jaar 577 hebben gevestigd.
B. Vrijwel zeker wonen er sinds 577 Gewisse in Hwinca. Sinds 628 vormen die dan een onderdeel van het koninkrijk Mercia.

Sinds 628 bekeren de Hwicce zich tot het Christendom. Mogelijk onder druk van de koning van Mercia.
Rond 790 wordt Hwinca opgenomen in Mercia, het koninkrijk der West Angelen.

Koningen: Eanfirth (650-674), Eanhere (674-675), Osric (675-679), Oshere (679-704), Oswald (685-690), Ethelbert (700-710), Ethelward (710-720), Osred (730-759), Eanberth (759-759; broers: Uhtred en Aldred), Uhtred (759-759), Ealdred (759-790), Earl Ethelmund (790-802), xxx, Earl Ethelred II (877-883).

Waar de Hwicce precies vandaan komen, is vooralsnog niet bekend. Hun woongebied is de Upper Thames regio, een gebied waar ook de Gewisse oorspronkelijk wonen. De namen Hwicce en Gewisse lijken in zekere zin zo identiek, dat men zich kan afvragen of het niet om dezelfde mensen gaat. Temeer nog, daar beide groepen tot de Angelen behoren. Het kan zijn dat de naam Gewisse in Hwinca is verhard in Hwicce. Dat moet dan zijn gebeurd in 577-628.
Een andere optie kan zijn dat Hwicce volgelingen van Wig betekent. Deze Wig (345-405) is de vader van Gewis (380-440), naar wie de Gewisse zijn genoemd. Dat zou betekenen dat de Gewisse zich hebben afgescheiden van de Hwicce, waartoe ze oorspronkelijk behoren. De Gewisse gebleven in Hwinca, zijn dan in de loop der tijd opgegaan in de Hwicce. De overige Gewisse hebben dan hun identiteit en naam verder behouden.
** Angelen, Mercia, Worcester, Worcestershire, Gewisse, Wig, UTR/UK, Wychwood, PgBrit/Hwicce
# WKP, DAB

Hijskranen:

De hijskraan is in feite een uitvinding van de oude Grieken. De oudste afbeeldingen dateren van de 6e eeuw vC. Ze staan in steenblokken van oude tempels. Deze hijskranen werden gebruikt voor zware lasten. De Romeinen nemen de hijskraan over van de Grieken en verbeteren de constructie. Ze gebruiken hem voor de bouw van megagrote bouwwerken. Circa 100nC gebruiken de Romeinen een hijskraan om hun castra (legerkamp) te vergroten en in steen op te trekken. (KVN p 35) In de Middeleeuwen gebruiken de Europeanen de hijskraan voornamelijk voor de bouw van kathedralen. Sinds de 14e eeuw wordt de hijskraan ook gebruikt voor het laden en lossen van schepen. In 1358 heeft Dordrecht de hijskraan Swartsenborch in de Oude Haven. (KVN p 174) Zwolle bouwt in 1390
op het Rodetoren Plein een houten hijskraan met twee raderen, aangedreven door mankracht, de zgn raddraaiers. In 1402 bouwt stad Utrecht een hijskraan aan de Oude Gracht. Vlakbij Huis Cranenborch, dat in 1281 is gebouwd (> Cranenborch Utrecht).
De prent hierboven toont een hijskraan rond 1550 in een haven. Grappig zijn de kraanvogels, bevestigd op de kam van de kraan. Mogelijk om de analogie met de kraanvogel uit te beelden. Ook zijn de raddraaiers duidelijk te zien. Zij zorgen voor de mechanische kracht van de hijskraan en dat deze blijft draaien.
** Cranenburch Gent, Cranenburch Leiden, Cranenborch Utrecht, Kranenburg
# WKP, DAB

H. Frederik Reyniersz van Cranenburgh
** Frederik Reyniersz van Cranenburgh (gb 1580)

H. van Cranenburgh (1774")
Tekenaar/schilder. 'Het Huis uit den Spaanschen tijd op den Nieuwendijk bij den Dam te Amsterdam in 1774' is een tekening van hem.
Waarschijnlijk is dit tekenaar/schilder Hendrik van Cranenburgh (gb 1754).
** Hendrik van Cranenburgh (gb 1754)
# DE PRINS der geÔllustreerde bladen (11.10.1924, p 170 + foto)

H. Kranenburg (1817*-1877*):
Woont in Groningen. Van beroep negotiant.
Vermeld 28.1.1852 ivm huur van land aan 'De laan of menning ... tot aan De Kop' in Scharmer.
# Vrouger nov 1996

H. Kranenburg (1861*-1921*):
Woont in Groningen, Eemskanaal X33 (1900: 3).
Van beroep tapper en koemelker. (1896-1900). In 1904: tapper en moesker.
# Groninger Almanak (1896, 1900)

H.A. Kranenburg (1869*-1929*):
Woont in Groningen, Oostersingel 14a.
Van beroep handelsagent.
# Groninger Almanak 1904

H. Kranenburg (1877-1946):
Geboren 5.5.1877. Overlijdt 3.1.1946. Begraven op Soesterbergen in Utrecht.
# graftombe.nl 8.4.07

H. van Kranenburg (1906*-1940)
** Grebbeberg, Hendrik van Kranenburg (gb 1906)