Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - anglahall - contact

Anglicana
 

Anglicana T-Z

Alles over de Angelen. Mensen, taal, cultuur, roots, etc. // Everything about the Anglish. People, language, culture, roots, etc.
 
Tot circa 450 nC wonen de verre voorouders van de Kranenburgs~ uit Bleiswijk in Holland in Angle, een regio in continentaal Noord-West Europa. Zij komen van daar via Engeland en Vlaanderen. // Till about 450 AD the faraway ancestors of the Kranenburgs~ from Bleiswijk in Holland live in Angle, a region in continental North Western Europe. They came from there via England and Flanders.



T::

Taal:
()A Anglisc (Anglisch), dingtale (procestaal), Franca (Frankisch), Fresne (Fries), greansplat (grenstaal), plat (plat, volkstaal), Seaxe (Saxisch), specan (spreken), sprecan (spreken), talu (taal), talu (spreken), tunge (tong, taal), word (woord), wordboc (woordenboek)
20.000vC++ Larynx (strottenhoofd) mens ontwikkelt zich. Gevolg: ontwikkeling taal en cultuur. #AnimalPlanet 31.3.2010
** Schrift, Spreken, Anglisch, Anglische Taal, West Anglisch, ATZA, Angelnees, Kakkinees, VTO, LFA (Lingua Franca), Streektalen, Oostnederlands, Nedersaxisch, Duits, TAES, Spreken

Taalboom: > TAES

Taalcodes:
AR=Arisch; GR=Grieks; LT=Latijn; ME=ModernEngels; MNL=ModernNederlands; OA=OudAnglisch; OE=OudEngels; OF=OudFries; ONL=OudNederlands; ONR=OudNoors; OS=OudSaxisch; OZ=OudZweeds; SK=Sanskriet.

Taalverwantschap:
In 599nC bestaat grote verwantschap tussen de talen in de landen langs de Noordzee.
** VTO, Taal, TAES

Taarlo:
Alias Taarloo. Streektaal: Taorl [Toarl]. Locatie in de gemeente Tynaarlo, gelegen aan de Taarlose Beek. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. Gezien de uitspraak Toarl in streektaal en de ligging aan de Taarlose Beek lijkt de naam Taarlo afgeleid van Anglisch tho (te) + ara (rivier, beek) + loe (laagte). Dus: de laagte bij de beek.
675vC-300nC: Archeologische vondsten uit deze periode wijzen op vroege bewoning. In deze periode zijn mogelijk Angelen uit Zuid Groningen in Taarlo gaan settelen.
820nC: Sommige bronnen menen dat met de locatie Aarlo (Arlo) in Drente in feite Taarlo wordt bedoeld. Dit Aarlo wordt genoemd in een acte van schenking uit 820nC. > Aarlo
** Tynaarlo

Tabak:
Nederland:
- 1590: eerste invoer van tabak, i.c. uit Zuid Amerika
- 1610: eerste verbouw van tabak
#AVROtv/K&K 28.7.15

Tacitus: (c 55-118nC) (TCT:)
Publius Cornelius Tacitus (c 55-118) is een Romeins senator en historicus, die zich intensief heeft verdiept in de situatie en historie van West Europa uit zijn tijd. Tacitus heeft enige tijd vertoeft in het Rijngebied en noordelijk daarvan om de Germanen te bestuderen. Hij is dus oog- en oorgetuige. Zijn boek is derhalve door de eeuwen heen een belangrijke bron van informatie.
¶ Tacitus is ook historicus, die zich intensief heeft verdiept in de situatie en historie van West Europa uit zijn tijd. Zijn geschriften zijn door de eeuwen heen een belangrijke bron van informatie geweest. > AFSA
¶ In 98nC publiceert Tacitus zijn boek De Germania ofwel: De origine et situ Germanorum ofwel: Over de oorsprong en de woonplaats van de Germanen. Dit werk bestaat uit twee delen:
1: Land en bevolking van de Germanen in grote lijnen
2: Korte beschrijving van bepaalde Germaanse stammen en hun kenmerken (dun)
Het hele werk heeft vooral betrekking op de Germanen boven de Rijn. Daar wonen sinds 200vC voornamelijk Angelen. Voor zijn werk heeft Tacitus o.a. gebruik gemaakt van de Bella Germaniae van Plinus Maior, welk werk weer baseert op werken van Caesar (De Bello Gallico) en Livius (boek CIV).
¶ Archeologische vondsten bevestigen veel van wat Tacitus schrijft. Vooral de vondsten in Kalkriese die te maken hebben met de Slag in het Teutoburger Woud. Het zijn stoflijke resten van mensen en muildieren die zijn gevonden in zgn bottenputten, massagraven.
¶ Tacitus noemt de Angelen in hoofdtuk 40 van zijn De Germania. Zij wonen langs de Elbe tot aan Bohemia. > Afstamming
¶ Spiritus-temporis.com 31.5.09 schrijft:

Ptolamy in his Geography (ii. 11. § 15), half a century later [na Tacitus], locates them [de Angelen] with more precision between the Rhine, or rather perhaps the Ems and the Elbe, and speaks of them as one of the chief tribes of the interior.
¶ Volgens Tacitus bestaat de kleding van de Germanen uit mantels, bijeengehouden door een mantelspeld (fibula) of een doorn. De rijken dragen een mantel strak om het lichaam, waardoor elk lichaamsdeel goed zichtbaar is. Ook dragen de Germanen vaak dierevellen.
¶ Germaanse vrouwen dragen vaak linnen kleding, vaak afgezet met randen van purper. Armen en schouders zijn vaak bloot. De boezem is deels vaak zichbaar.
¶ Germaanse mannen huwen maar ťťn vrouw. De man moet zijn vrouw kopen met een bruidschat. Echtscheiding komt weinig voor. Gebeurt dat wel, dan moeten vrouw en kinderen huis en dorp verlaten.
¶ Germanen drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraat en karnemelk. De vruchten worden geplukt in het wild.
¶ De Germanen dobbelen veel. Niet alleen om te gokken, maar ook om de toekomst te voorspellen of keuzes te maken. Tacitus schrijft dat de Germanen bij hun laatste worp, als ze alles hebben verloren, zelfs hun eigen vrijheid op het spel zetten.
¶ De Germanen westlijk van de Rijn komen er bekaaid af. Mogelijk gaat het hier om Bataven en/of Franken. Tacitus schrijft dat ze hun tijd verdoen met vechten, slapen, bier zuipen en liggen bij de haard. Vrouwen, ouderen en zwakken doen het huishouden, bewerken het land en verzorgen de beesten.
¶ De Friezen worden voor het eerst genoemd als Frisii of Frisiavores door Tacitus rond 100nC.
¶ Tacitus noemt Wodan als de belangrijkste god van de Germanen. Op gezette tijden krijgt hij mensenoffers. Donar en Mars krijgen dieren geofferd.
¶ Volgens Tacitus zien de Germanen hun goden niet als idolen in menslijke gedaante en vinden ze tempels ongeschikt als woonstee voor hen. Wel offeren ze dieren en soms mensen (krijgsgevangenen) aan Tiwaz of Wodan.
¶ Verering van de goden gebeurt meestal op open plekken in het bos, die daartoe speciaal worden aangelegd.
¶ De wil van goden pogen ze te kennen door het werpen en interpreteren van dobbelstenen met runentekens.
¶ Vreemde verschijnsels krijgen een godennaam en worden als zodanig vereerd.
¶ Moerassen worden gezien als heilige plaatsen. Veroordeelden worden eerst gewurgd en dan in het moeras geworpen.
¶ De godin Nerthus wordt vereerd door acht stammen aan de kust: de Longobardi, Reudigni, Aviones, Angli, Varni (Denen), Eudoses, Suarines en Nuithones.
¶ Germanen geloven in voortekens en noodlot. Het lot voorspellen ze met stukjes twijg van een vruchtboom. De stukjes krijgen elk een eigen teken ingekerfd. De priester neemt drie stukjes, kijkt naar de hemel en duidt de tekens.
¶ Ook vogels worden gebruikt bij voorspellingen. Aan de trek van vogels leest men de voortekens van het lot. > Kraanvogels
¶ Paarden worden gezien als vertrouwelingen van de goden. Priesters zien hen als belangrijkste bron van goddelijke informatie. Ze gebruiken het hinniken en snuiven van dravenden witte schimmels als bron voor voorspellingen en raadgevingen.
¶ Rond 108nC beschrijft Tacitus de Swaven (Suafe) wegens gebeurtenissen in Bohemen. Onderstammen: Hermunduri, Quaden, Semmonen, Marcomanen, e.a.
** Angle, Angelland, Angelen, Teutoburger Woud, Germania
# KVN, DAB, KBG

TAES: Taalboom Anglisch en Saxisch
met bijhorende geschatte verhoudingen
- Arisch (Arya 10.000vC++) > Germaans
- Germaans (OekraÔne 5000vC++) > Gotisch
- Gotisch (Z.Polen 3000vC++) > OostGotisch + WestGotisch
- OostGotisch (N.Polen 1000vC++) > Saxisch
- Saxisch > Saxisch/Taal
- WestGotisch (Zweden 1000vC++) > Inglo-Gotisch + Zweeds
- Zweeds (Zweden 1000vC++)
- Inglo-Gotisch (Zweden 1000vC++) > Inglo-Goten, Anglisch
- Anglisch (Angelland 700vC++) > Oer Anglisch, Anglische Taal, Anglisch, Anglesch, Anglesh, Aslands, Maerlands
>> Oost Anglisch: (500vC++; NW Duitsland) > Platduits
>> West Anglisch: (400vC++; NO Nederland) > West Anglisch, Oostnederlands, ATZA
>> Stellingwarfs: (300vC++; NW Drente) > Stellingwarf
>> Nederlands: (200vC++) = 0.75 WestAnglisch (c 200vC++) + 0.15 WestSaxisch (c 800nC++) + 0.07 Frankisch (800nC++) + 0.03 Fries (770nC++) > Nederlands, ATZA, ODN, HGN, Diets, Franken, Fries
340nC: Bisschop Wulfila legt West-Gotisch/Anglische taal vast. > Oer Anglisch
>> Vlaams: = Nederlands 400nC++ > Vlaanderen, ATZA
>> Anglesch: (400nC++; ZW Duitsland + Elzas) > Anglesch
>> Maerlands: (450nC++): Van Denemarken tot Duinkerken verstaan mensen elkaar goed. > Maerlands, ATZA, ODN (Oud Nederlands)
>> Geordie: (450nC++; NO Engeland) > Geordie
>> Anglesh: (500nC++; ZO+ZW Schotland) > Anglesh
>> Engels: (500nC++) = 0.75 WestAnglisch (c 500nC) + 0.15 WestSaxisch (c 500nC) + 0.10 Normandisch (1060nC++) > English
>> Nederduits: (600nC++) = 0.50 OostAnglisch (200vC++) + 0.50 WestSaxisch (600nC++) > Nederduits, Platduits
- Duits: (1500++) = Saxisch 1500nC++ > Duits
- Afrikaners: (1610++; Zuid Afrika) = WestAnglisch/Z.Hollands 1610++ > Afrikaners, ATZA
- Anglikaans: (1850++; Zuid Afrika) = Afrikaners + Engels > Anglikaans
- Angelnees: (1900++); Arnhem e.o. > Angelnees
- ATZA: (1933++) Anglische taalresten in Nederland en Vlaanderen > ATZA
** Taal, Ang/Sax, AFA, Taalverwantschap, LFA, Anglische Taal, Fries, ODN, HGN

Take::
Anglisch:
tacan = aanvallen, grijpen; ON taken
tacan = nemen, pakken, grijpen, aannemen; ON taken; ME take
taccan = zelfbevrediging; ON takken
tacce =A tace = taak, taakgebied, etc
tace (tacce) = taak, taakgebied, werkgebied, bewakingszone, veiligheidszone; KA tace; AH tacce, tacke, takke
tacman = soldaat, dienstpichtige
¶ Take komt in diverse vormen nog voor als familienaam in NO Nederland (West Angle) en in Noord Brabant. I.c.:
- Tak: Haldeberghe/NB
- Take: Kop van Overijssel + Oost Groningen
- Tacke: Achterhoek
- Takke: Achterhoek
- Takman: Hardenberg
Waltakke is een grote camping bij Lochem. Mogelijk was dit ooit een wapentake bij een wal. De omgeving was vroeger een groot moeras.
** Wapentake

Taken: > HETA
Talen: > Taal, Streektalen, TAES
Tallin: > Reval

Tamsbeek:
Beek in Beltrum/Achterhoen. Thans Kooigoot. Ontsprong in zgn stroe = een natte laagte. Deze stroe lag nabij de dorpskern van Beltrum. Ze werd op termijn gedempt met afval. Anno 2012 heet deze buurt De Stroet. De namen zijn afgeleid van Anglisch strou (stru) = Anglisch strout = drasland, moerassig gebied, natte laagte. De naam Tamsbeek is afgeleid van Anglisch Tam (mansnaam) + bece (beek). Dus: de beek van/bij Tam. De naam Tamsbeek prijkt anno 2012 nog op een hoeve aan de Peppelendijk in Beltrum.
** Thiemsbrug

Tanfana:
Alias Tanfanae, Tamfana, Tamfanae. Volgens legende is zij de godin van de vruchtbaarheid en leider van de Witte Wieven. Op de Tankenberg bij Oldenzaal ligt een grote zwerfkei die een offersteen van een Anglische tempel was. Deze tempel zou zijn gewijd aan Tanfana.
14nC: De Romeinse historicus Tacitus (50-116nC) schrijft dat de soldaten van Julius Caesar rond 14nC een heidense tempel ten noorden van de Rijn hebben vernietigd en dat deze tempel was gewijd aan de godin Tanfana.
¶ De regio Oldenzaal wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. (> Oldenzaal) Tanfana zal derhalve een Anglische godin kunnen zijn. Haar naam lijkt dan afgeleid van Anglisch taem (zedig, braaf) en faene (maagd). Ofwel: de zedige maagd.
¶ Maagden worden al in de verre oudheid vereerd. O.a. in PerziŽ (Anahita) en in Griekenland (Athena). Ze zijn het symbool voor reinheid, zuiverheid en zedigheid. Ook hebben ze vaak een ceremoniŽle rol als priesteres bij de verering van de oppergod. O.a. in PerziŽ, in BabyloniŽ bij de vereering van de zonnegod (oppergod) Sjamsj en in Peru bij de verering van de zonnegod Inti.
¶ Sommigen beweren dat op de Tankenberg in Oldenzaal ooit een tempel stond waar Tanfana werd vereerd. De tempels van de Angale (Naturale) Angelen zijn normaliter gebouwd van hout en hebben rieten daken. Na de kerstening van Angelland sinds 750nC zijn er steeds minder gebouwd. Al deze Angale tempels zijn daardoor in de eeuwen daarna langzaam maar zeker vergaan. > Angalisme
¶ Ter ere van Tanfana is op de Tankenberg in de 19e eeuw een theekoepel gebouwd op de plek waar de tempel van Tanfana ooit kan hebben gestaan en die qua vorm mogelijk beantwoord aan de historische tempel van Tanfana.
Locatie: Bron RRA schrijft:

English place-names evidence suggests that hills were very often used for heathen temples.
Deze tekst sterkt de eerder genoemde these dat de tempel van Tanfana is gebouwd op de Tankenberg.
Tempel: (c 225vC++) De tempel van Tanfana was mogelijk een soort hut met rieten dak. Oorspronkelijk kan de hut zijn gebouwd van hazeltakken en -twijgen opgevuld met watul (mengsel van leem, turf en ossebloed). > Watul
Verering: Wat de vereering precies inhield en hoe deze werd gerealiseerd is vooralsnog onbekend.
Periode: Volgens legende wordt Tanfana vereerd in de periode 1-28 oktober, die de Angelen Harfsunne (Herfstzon) noemen. In deze periode wordt de dood van de Anglische god Balder herdacht. Harfsunne is symbool voor het sterven en herrijzen van al het aardse leven. (> Harfsunne) Andere bronnen noemen de lente of de zomer als de periode waarin Tanfana wordt vereerd.
** Tankenberg, Witte Wiefen, Tempels, Bloemen

Tankenberg: (c 200vC++; TKB:)
Zandhoogte annex natuurgebied bij Oldenzaal. In het verre verleden een offerplaats van de Angelen uit de omgeving. Oldenzaal wordt circa 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. > Oldenzaal
¶ Paarden worden al vroeg vereerd door de Angelen. O.a. op de Tankenberg bij Oldenzaal. Daar werden Wodan, Donar en Hertha vereerd. De offervuren laaiden hoog op en diep in het nabije Bentheimer Woud vinden de offerrituelen plaats. Bij de vereering werden paarden geslacht, geofferd en gegeten. #GVT/p17
¶ Grenzend aan de Tankenberg ligt de locatie Engherich. Eng- staat normaliter voor Engel of Angel. Rich = rick = Anglisch: rijk, land, gebied. De naam kan dus worden uitgelegd als Angelrijk = Anglisch gebied. Deze betekenis sterkt de these dat de Tankenberg van oorsprong een Anglische offerplaats is in een Anglische regio. Over de historie van de locatie Engherich is echter vooralsnog niets bekend.
¶ De regio Twente wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit de regio Hardenberg. De naam Engherich kan derhalve zeker van Anglische herkomst zijn. Analoog aan Engeland = land der Angelen. En: Frankrijk = rijk der Franken. Ook in Engeland en Frankrijk zijn locatienamen die in Nederland vaker voorkomen. Evenals de namen Nederland, Amerika en Turkeye.
** Tanfana, Hertha, ASA, Engeland, Paasberg

TaoÔsme: (TAO:)
¶ Orde en Chaos lijken een kosmisch duo. De schepping van de kosmos en de aarde getuigen daarvan in ruime mate. Beide lijken onmisbare voorwaarden voor leven en voortleven. Chaos is in deze optiek een overgang van de ene orde in een andere orde. > Harmonie
--- Ook statisch gezien lijken orde en chaos onmisbare partners. Ze zorgen voor levendigheid van de wereld. Moderne architectuur is helaas nogal vaak uiterst saai en kil. Grootschalige strakheid en vermeende functionaliteit werken dodelijk op het gemoed.
¶ Wie is bang voor chaos? Na chaos komt orde en na orde komt chaos. Wie is bang voor chaos? De wereld kent orde en chaos. Wie is bang voor chaos? Na chaos komt een nieuwe orde. Wie de goede weg blijft volgen, die bereikt het hoogst bereikbare. Wie de goede weg blijft volgen, heeft weinig te vrezen. Wie de weg met God gaat, die zal rust en vrede vinden. Wie de weg met God gaat, die vindt ware kracht en zin. #SRK
** Perfectie, Paradijs

Taxus:
Ook ijf, mv ieven. Anglisch: eow, ew, iw, iew. ON ief, eef. ASoud iew, yw. Soort naaldboom. Komt veel voor in NO Nederland en elders in NW Europa. Groeit traag, bij voorkeur op arme zandgrond. Vrucht: kleine oranje/rode bessen. Zaden zijn giftig. Bomen kunnen 20-40 meter hoog worden en breed uitgroeien. Na snoeien herstelt de boom zich snel. Het hout is taai, sterk en soepel. Veel gebruikt voor maken van speren, bogen, schermstokken, golfclubs, beeldhouwwerk en houdsnijwerk.

¶ De wapens van de Angelen waren voornamelijk gemaakt van hout, ijzer en leer. Voor de lansen, speren, angols, pijlen en bogen gebruiken de Angelen vooral ewholt (iefhout = taxushout). Taxus is hard, licht, buigzaam, duurzaam en makkelijk verkrijgbaar. Het groeit vaak vlak bij huis.
Rechts: taxusboompjes bij een oud Anglisch huis. Foto © TiedLight
** Iwland, Weven (weefkam), Eawa
# FRI, WP, DAB, KBG
 

Techniek:
Vooralsnog is weinig bekend over de technische vaardigheden van de Angelen. Wel blijkt dat ze al vrij vroeg heel ver zijn.
150nC++: In het slaan van munten zijn de Angelen kennelijk ook zeer bekwaam. Er zijn munten gevonden die vrij zeker van Anglische makelijk zijn. I.b. de zgn Wodanmunten, die zeker al rond 150nC worden geslagen. Voor de Angelen is dit zeker vanzelfsprekend. Zij beheersen immers vele eeuwen lang de geldhandel in NW Europa. In de 9e eeuw nC wordt deze rol overgenomen door hun nazaten in Engeland, waar Londen de internationale geldhandel in belangrijke mate gaat beheersen.
235nC: In Oldenrode (Hannover) zijn resten gevonden van een veldslag tussen Angelen en Romeinen rond 235nC. Daarbij zijn o.a. gevonden een ijzeren schoffel en een speerpunt van Anglische makelij. De speerpunt is van uitzonderlijke kwaliteit en heeft in de houder een versiering van messing ringen.
450nC: De Anglische cultuur is goed ontwikkeld. Angelen zijn praktisch ingesteld. Ze maken voornamelijk gebruik van dingen die nuttig zijn voor hen en hebben amper interesse voor andere dingen. Hun sieraden, ornamenten, metaalwerk, glaswerk, etc, is eerste klas. Hun kleiding is zeker zo prachtig als die van de Romeinen, en soms zelfs nog mooier. En hun wapens zijn zeker zo goed. Als echter een Romeins concept beter is dan die van henzelf, aarzelen de Angelen niet dat snel over te nemen. Vele archeologische restanten van de Anglische cultuur en techniek in Engeland dateren uit de jaren vlak na de invasie vanuit Angelland. (#WAB/p37-39) Ze tonen dat de Anglische cultuur en techniek in Angelland al op een hoog peil staan.
1850++: Tot het jaar 1850 ontwikkelt de techniek zich alom langs wegen van geleidelijkheid. Sinds 1850 ontwikkelt de techniek zich echter steeds sneller, omvangrijker en ingrijpender als gevolg van de mechanisatie van de landbouw in Engeland. De nieuwe technieken stimuleren een continue vernieuwing op talloze fronten. De archaÔsche wereld verandert rap in een steeds meer moderne en dynamische wereld.
** Gereedschap, Werktuigen, Glas, Oldenrode, Geldstelsel

Teeuwland:
Buurt in Geesteren in de Achterhoek, Gelderland. De naam lijkt afgeleid van de Anglische god Tiwaz (Thewaz), de god van de Gerechtigheid. De Angelen hebben zich aldaar mogelijk gesetteld rond 225vC. Mogelijk lag aldaar ooit een heuvel of hoogte met een dingplaats waar recht werd gesproken. Het gebied ligt aan de Esweg. Aangezien:
- esgronden meestal van nature al hoog liggen
- en de esvorming pas in de 8e eeuw nC begint
- en de Angelen zich al in de 3e eeuw vC daaromtrent settelen,
>> is het heel wel mogelijk dat zich voor de esvorming al een natuurlijke hoogte bevond ter plekke van het Teeuwland en dat zich aldaar dus een dingplaats heeft bevonden gewijd aan de Anglische god Tiwaz.
¶ Inspectie ter plekke leert dat de buurt inderdaad zichtbaar op een glooiende hoogte ligt. De kans is dus reŽel dat daar ooit een dingplaats was annex cultusplek. (#FRI 24.10.2012)
Engelskamp: De these dat de naam Teeuwland heeft te maken met Angelen en hun god Thewaz wordt gesterkt door het gebied Engelskamp in Geesteren, dat vrij zeker te maken heeft met Angelen en mogelijk met prins Offa van Angeln, die in 405nC een militaire campagne voert tegen Saxen en andere vreemde indringers in Angelland. > Engelskamp, Offa van Angeln
Tewesley: gebied in Surrey, een graafschap tussen Kent, Sussex, Hampshire, Berkshire en Greater London. De naam is afgeleid van Anglisch Tew (Thewaz) + ley (weiland). (#WAB/p68) Surrey is historisch Anglisch gebied met enige Saxische infiltraties.
** Geesteren/Gld, Tiwaz, Dingplaatsen, Esgrond, ASA

Tegels:
()A claeg (klei, leem), claeggeat (kleigat = gat in kleigrond gevuld met water), lam (leem), lim (lijm, leem, kalk), limkuyl (leemkuil, leemgroeve), tigele (tegel), tigelmakere (tegelmaker), tigelmakery (tegelmakerij), tigelofen (tegeloven, steenoven), tigelwerc (tegelwerk, tegelfabriek)
¶ Tegels zijn vierkante bouwprodukten, te onderscheiden in:
- muurtegels: gemaakt van gebakken, beschilderde en geglazuurde klei of leem
- siertegels: fraai beschilderde muurtegels gebruikt als muurversiering
- vloertegels : effen of beschilderde tegels
- tuintegels: gemaakt van zandsteen en cement
3500vC: Egypte maakt geglazuurde muurtegels
600-500vC: Oudste muurtegels in MesopotamiŽ. De Ishtarpoort in Babylon is helemaal bedekt met blauwe muurtegels.
539vC++: PerziŽ fabriceert muurtegels.
1250++: TegelmozaÔeken in Spanje.
1500++: Nederland exporteert siertegels.
1900++: Verkoop en productie muurtegels daalt sterk door introductie van behangpapier.

 

1900: Rechts: oude tegel met plantmotief in jugendstil (c 1900). De tegel is afkomstig uit NO Nederland.
** Bouw
 

 
TEHA: Twins en Herkomstgebieden Angelen in Engeland en elders
Bij migratie worden vaak namen e.d. overgebracht naar het nieuwe settelgebied. Hieronder volgen voorbeelden van locatienamen en enige familienamen:

Aalten/Achterhoek -- Alton/Hants.+Staffs. > Aalten
Abbings/Coevorden -- Aebbingas/Mercia > PgBrit/Aebbingas
Afferden/Maas/Limburg -- Offerton/Manchester/Mercia
Afferden/Betuwe -- idem
Apeldoorn/Veluwe -- Appledore/Kent > Apeldoorn
Asveld/Hengelo/Twente -- Ashfield/Nottinghamshire/UK
Balderverering/Angelland -- Balderverering/Engeland > Balderland
Barclog/Apeldoorn -- Barclow/Cumbria > Bruggelen, Barclaw
Barlo/Wijhe, etc -- Barlow/Chesterfield/NW.Engeland > Barlo
Bathmen -- Bath/Somerset/ZW.Engeland > Bathmen
Beda/Reiderland -- Beda (Beda 672-735 Monkton/Yorkshire) > Reiderland, PgBrit
Benneveld/Drente -- Benfield/Newcastle > Benneveld
Bentheim(Benthem)/Westfalen -- Bentham/Cumbria/NW.Engeland > Bentheim, Cumbria
Berkum/Zwolle -- Birkham[burkum]/Cotswolds > Kranenburg Zwolle
Billinge(Bellingwolde)/Groningen -- Billinge/Liverpool > Billinge
Bingum/Reiderland/Groningen -- Bingham/Nottingham/Midlands > Bingham
Bleckenpoel/Winterswijk -- Blackpool/MW.Engeland > Plekenpol
Borne/Twente -- Bourne/Lincolnshire > Lincolnshire
Boxbergen/Deventer -- Boxborough/NH
Boyle/ZO.Friesland -- Boyle/ZO.Schotland > Boyle
Breda/N.Brabant -- Breada/Cumbria > Cumbria
Bredevoort/Achterhoek -- Bradford/Leeds/Mercia/NO.Engeland > Bredevoort
Bredevoort/Achterhoek -- Bradford on Avon/Wiltshire > Bredevoort
Breedenborgh/Groningen -- Bradbury/Yorkshire > Bredeburg
Breukelen/Utrecht -- Breckles/Norfolk > Breukelen
Broekland/Salland -- Brookland/Kent > Migratiepunten
Buckhorst/Zalk/Salland -- BuckhurstHill/Essex + Buckhurst/Kent > Buckhorst
Bunting/Drente -- Buntingford/Stevenage > Bunting
Chettenheim/Friesland -- Chatham/Kent
Cottwick/Twente -- Cottwick/Perth/Australia
Daarle(Darloe)/Twente -- Darlington(Darlo)/Northumbria > Daarle
Darfeld/Saasveld/Twente -- Darfield/Z.Yorkshire > Darfeld
Derking/Beckum/Twente -- Dorking/Londen > Derking
Deventer/W.Salland -- Daventry/Northants./MidEngland > Deventer
Deventer-Lochem -- Devonshire > PgBrit/Devonshire (x)
Diepenheim/Twente -- Deopham/Reepham/Norfolk/EastAnglia > Diepenheim
Douwe/naam/Groningen -- Thaw/naam/Staffordshire/MW.Engeland > Douwe
Drente -- N.Engeland > N-gebruik
Dunninghe/DeWijk/ZW.Drente -- Dunning/ZO.Schotland > Dunninghe
Dunninghe/DeWijk/ZW.Drente -- Dunnington/Yorkshire > Dunninghe
Eemsland (450-500nC) -- N.Yorkshire
Ekkels/famn/O.Ndl -- Eccles/Coldstream/NO.Yorkshire
Ellewick/Westfalen -- Ellenwick/Birmingham/Midlands > Elzen
Engelenveld/Olst -- Englefield/Berkshire+Surrey
Eppingehuse(Eppenhuizen)/N.Groningen -- Epping/N.Londen > Epping
Foxham/Groningen -- Foxham/Wiltshire > Vossen
Foxhol/Groningen -- Foxholes/Yorkshire > Vossen
Gansfort/N.Groningen -- Gosforth/Cumberland > Gansfort
Gansfort/N.Groningen -- Gosforth/Northumbria > Gansfort
Groningen/Prov (450-500nC) -- Bernicia > PgBrit/Bernicia
Haaksbergen/Twente -- Haxby/York
Haarlo/Neede/Achterhoek -- Harlow/N.Londen > Haarlo
Hackelberend/Haaksbergen -- Huckleberry > Hagall
Hackfort/Vorden -- Hackford/Reepham/Norfolk/EastAnglia > Hackfort
Hallehuis/NONdl+Utr+ZHol -- the Hall/Engeland > Hallehuis
Harderwijk/N.Veluwe -- Hardwick/Mansfield/MW.Engeland
Harderwijk/N.Veluwe -- Hardwicke/Gloucester/ZW.Engeland
Harper/Neede/Achterhoek -- Harper/famn/Engeland
Harwich/Denekamp -- Harwich/Norfolk/EastAnglia > Harwich
Heetveld/Steenwijkerland -- Heatfield/EastSussex > Heetveld
Heggencultuur/NO.Nederland -- Heggencultuur/Z.Engeland > Heggen
Hemelum/ZW.Friesland -- Hemel/Hempstead/NW.Londen
Hengevelde(Angelveld)/Twente -- Englefield/Reading/Z.Engeland
Hengforden/Olst --- famWalsh/Engeland > Kolkert
Hindelopen/Friesland -- Hindlip/Worcester/Gloucestershire
Hoenlo/Olst -- Hounslow/Londen > Hoenlo
Holland/W.Nederland -- Holland/Lincolnshire
Holten/Twente -- Holton/Lincs+Norfolk+Somerset > Lincolnshire
Hoenlo/Yssel -- Hounslow/Londen > Hoenlo
Humsterland/NW.Groningen (435nC) -- NO.Yorkshire > Engist van Angeln
Jever/OstFriesland -- Yeavering/Bernicia/Northumbria > Jever
Jork/Lunenburg -- York/Yorkshire
Kembrug/Slagharen -- Cambridge/EastAnglia > Kembrug
Kleef(Cleve)/Westfalen -- Cleveland/Yorkshire
Kralingen/Rotterdam -- Crailing/Jedburgh/N.Yorkshire
Kranenbroek/Echt/Limburg -- Cranbrook/Sussex
Kranenbroek/Helmond/N.Brabant -- Cranbrook/Sussex
Kranenbroek/KranenburgKleef -- Cranbrook/Sussex
Landfort/Ulft/Liemers -- Landford/Wilthshire/ZW.Engeland
Lathum/Liemers (ZA) --- Laitham/Northumbria en Laytham/Yorkshire
Leek/Groningen -- Leek/Worcester+Leek/Manchester
Lent/Waal -- Lent/Malborough/Devon/ZW.Engeland > Lent
Lenthe/Zwolle -- Lenton/Lincolnshire > Lincolnshire
Limburg -- Limbury/WestMidlands > Limburg
Lingen/Nordhorn/NederSaxen -- Lingen/Ludlow/Worcestershire > Lingen
Loppersum/Fivelingo -- Lopham/Norfolk > Loppersum
Lutten/Salland -- Lutton/Lincs+Luton/N.Londen+W.Lutton/NO.Yorks > Lutten
Makkum/Holthe/Beilen/Drente -- Mekkum/NO.Yorkshire
Makkum/MW.Friesland -- idem
Malburgen/Huisen/Arnhem -- Malborough/Devon/ZW.Engeland > Malburgen
Malden/Nijmegen -- Maldon/Kent+Maldon/Chelmsford/Essex
Meppel/Drente -- Mepal/Cambridgeshire > Meppel
Middelburg/Zeeland -- Middlesbrough/NO.Yorkshire
Noordwijk/Leiden -- Northwick/Worcester
Notter/Wierden -- Notter/Cornwall > Notter
Oene/NO.Veluwe -- Unegungga/ZW.Mercia > Unegungas
Okkenbroek/Salland -- Ockbrook/Derby/MW.Engeland
Oving/Hunzeland+Markelo -- Oving/WestSussex > Oving
Oxevoorde/Oxe/Deventer -- Oxford/Mercia/GB > Oxevoorde
Paasvuren NO.Nederland -- Paasvuren Engeland > Eostre
Padinghem/Groningen -- Padihem/Yorkshire
Pick/Peck/famn/Groningen -- Pick/Peck/famn/Engeland > Pik, Piksen
Pieterburen/Groningen -- Peterborough/Cambrindgeshire
Regenham/Drente -- Rainham/Londen > Regenham
Reiderwoldt(Redwald)/Gro -- Redwald van EastAnglia > Redwald
Ripon/Groningen -- Ripon/Yorkshire
Sandhorst(Zandhorst)/N.Holland -- Sandhurst/Berkshire+Kent
Sandhorst/OstFriesland -- Sandhurst/Berkshire+Kent
Schijvenveld/Twente -- Sheffield/Engeland > Schieven
Segbroeck(Zegbroek)/DenHaag -- Sedgebrook/Grantham/Lincolnshire > Licolnshire
Schierbeek/Hoogezand -- Skirbeck/Lincolnshire > Schierbeek
Sop/NO.Nederland -- Sop/Mid+NoordEngeland > Sop
Spankeren(Pankeren)/Yssel -- Penzance*/Engeland > Spankeren
Staverden/N.Veluwe -- Staverton/Daventry/MidEngland > Staverden
Steenwijk/Drente -- Stanwick/Cumbria > Cumbria
Suttum/Humsterland/Groningen -- SuttonHoo/Suffolk
Swilbroek/Groenlo/Achterhoek -- Swillbrook/Cotswolds/Engeland
Teeuwland/Geesteren/Achterhoek -- Tewsley/Surrey > Teeuwland
Teng/Utrecht -- Theng/Engeland > Teng
Thiems(brug)/Hengelo/Ov. -- Theems/Engeland? > Thiemsbrug
Tilburg/N.Brabant -- Tilbury/Londen
Tukkers/Twente --- Tuckers/Yorkshire (200nC++) > Twente
Tusveld/Twente (500nC) -- Tuxford/Nottingham > Nottingham, Tusveld
Twente -- Engeland > OND
Twente -- Twenty/Lincolnshire > Lincolnshire
Urling/Oeffelt/Boxmeer -- Eorlingas/Mercia > Urling
Varsen/Ommen -- Fearsingas/Mercia > Varsen
Wals/Achterhoek -- Walsingham/Norfolk > Wals
Wansbeck/NH -- Wansbeck/YK
Wassing/Montferland -- Washington/Yorkshire+Wessex > Wassing
Waterhuizen/Groningen -- WaterHouse/Cumbria > Cumbria
Welling/Montferland -- Welling/NO.Londen > Welling
Welling/Montferland -- Wellingboroug/Herefordshire > Welling
Welling/Montferland -- Wellington/Herfordshire+Salop+Somerset > Welling
Widsith/Fivelingo -- Widsith/Northumbria > Widsith
Wieken/Gendringen (370nC) -- Wicken/NewMarket/EastAnglia > Hwicce
Wieken/Gendringen (370nC) -- Cotswolds > Hwicce
Wiffing/Westerveld/Drente -- Wiffing/EastAnglia > Wiffing
Witte Wiefen (NO Nederland) -- White Ladies/Gloucestershire > Witte Wiefen
Wijhe/Salland -- Wye/Kent > Migratiepunten
Weenk/Rietmolen/Neede -- Wynken/ZW.Mercia > Weenk
Zandvoort/Gieten+Bathmen+Haarlem -- Sandford/Devon+Somerset+Cumbria > Zandvoort
Zuidwolde/Groningen -- Southwold/Suffolk/EastAnglia
Zuidwolde(Suthwolda)/Drente -- Southwold/Suffolk/EastAnglia

Analyse naar vertrekregio in Angelland (6.12.2016):
Bij emigratie naar andere regio's of landen geven mensen vaak de naam van hun herkomstgebied aan hun nieuw ontgonnen woongebied. Veronderstellend dat bovengenoemde overeenkomsten stoelen op daadwerkelijk migratiestromen tussen regio van herkomst en nieuw woongebied, ontstaat het volgende numerieke beeld. Bovenstaande relaties met (x) niet meegerekend, wegens onvoldoende zekerheid.

Groningen-Noord
Groningen-Zuid
Friesland
Drente-Noord+Oost   
Drente-Zuidwest
Salland   
Twente
Veluwe-Noord
Veluwe-Zuid
Achterhoek
Betuwe
N.Brabant-West
N.Brabant-Oost
Limburg
Z.Holland
N.Holland
Utrecht
Zeeland
NW.Duitsland
25
2
4
13
6
19
20
5
2
19
4
2
2
3
4
4
3
1
8
 
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat de migratie van Angelen naar Brittannia voornamelijk lijkt gegaan vanuit Noord Groningen, NO Drente, Twente, Salland en de Achterhoek. > MAB-Routes
¶¶ Verklaringen:
- De bevolking van Nederland woont tot circa 1200 AD voornamelijk in NO Nederland.
- De relatief grote migratie vanuit Twente, Salland en de Achterhoek heeft mogelijk te maken met de migratie van Tubanten uit Twente in 100nC naar N.Yorkshire ivm de bouw van de Hadrian Wall. (> Tubanten) Deze Tubanten hielden vrij zeker contacten met hun verwanten in Twente en maakten daardoor reclame voor Brittannia. Deze reclame werd mogelijk doorverteld aan Angelen in Salland en de Achterhoek, de buurregio's van Twente.
- In de periode 350-550nC stijgt het zeewater. (> M35) Deze periode is te verdelen in twee subperiodes:
- periode 1 (350-450nC): Grote kustgebieden worden langdurig geteisterd door zware stormen. Grote gebieden komen langdurig onder water. Groningen en Salland liggen laag en zijn daardoor in de periode 350-550nC het zwaarste getroffen door de stijging van de zeespiegel. De massamigratie in de 1e periode is te spiltsen in twee richtingen:
-- naar de hoge gronden in NO Nederland (Veluwe, Achterhoek, Twente en Drente)
-- naar Brittannia, waar de Romeinen zijn vertrokken en veel hooggelegen en leeg gebied is
- periode 2 (450-550nC): Door de langdurige natheid in 350-550nC groeit de vegetatie in NO Nederland explosief. Het land wordt steeds moeilijker te bewerken. Vele mensen migreren daarom alsnog naar Brittannia. In de tweede periode zal de massamigratie daarom voornamelijk geschieden vanuit de hogere gebieden in NO Nederland: Drente, Twente en de Achterhoek.
300-600nC: Angelland wordt geteisterd door langdurige natheid. Vele Angelen migreren daarom naar Brittannia. Ook het landschap verandert drastisch. > Grote Natheid, Massamigratie
Vaarroutes: rond 300nC


               

boven: de belangrijkste waters in Nederland rond 300nC (@)

Bovenstaande kaart toont Nederland rond 300nC. Deze geografie is gebaseerd op historische gegevens uit oude bronnen. #VMH
Vaarroutes: rond 500nC


               

  boven: de belangrijkste waters in Nederland rond 500nC

Uit bovenstaande kaart blijkt dat de meest gebruikte vaarroutes vrij zeker zijn gegaan via de rivieren Hunze, Boorn, Vecht, Regge, Yssel, Ysselmeer en Rijn. Ook de Fivel in Noord Groningen hoort daartoe. (> Fivel) Navenant zullen de belangrijkste vertrekpunten hebben gelegen in Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. Dit stemt aardig overeen met de eerdere analyse naar exportregio.
 

¶¶ Fivel: Voormalige rivier in Fivelingo. Ontstond ten noorden van Kolham uit de Scharmer Ee (Ae) en de Slochter Ee. Daarna stroomt ze noordwaarts langs Woudbloem, Schaaphok, Luddeweer en Hoog Hammen naar Woltersum. Daarna liep de Fivel via de Fivelboezem naar het Wad. De Fivel was een veenrivier, die belangrijk was voor de ontwatering van de veengebieden. Ze wordt al genoemd rond 425nC in het dichtwerk van Widsith. > Fiveldore, Widsith
Rechts: de Fivel in Fivelingo rond 1770
 

Vertrekpunten: Betreft locaties op het Continent vanwaar Angelen of Saxen naar Brittannia migreren in de periode tot circa 600nC. Uit overlevering en andere gegevens zijn vooralsnog alleen de volgende locaties bekend:

Deventer-Wijhe/Yssel: circa 450nC > Kolkert
Hollingstedt/Angeln: circa 450nC 400 Angelen> Hollingstedt
Humsterland/Groningen: circa 450nC > Humsterland
KranenburgStade/Lunenburg: circa 450nC Hasten > Hasten

¶¶ In Kent liggen de dorpen Wye, Appledore en Brookland, alle drie vlakbij de stad Ashford, een locatie die naamkundig Anglisch is. Ash = es + ford = voorde, doorwaadbare plaats in beek of rivier. Genoemde locaties lijken te corresponderen met Wijhe (krt KGH 1593: Wyhe), Apeldoorn en Broekland. Ze liggen tamelijk dicht bij elkaar en vlakbij de IJssel. Van dit gebied zijn in 450-550nC vrijwel zeker migraties geweest naar Zuid Engeland, gezien de overeenkomstige en exclusieve heggencultuur. Rond Wijhe hebben dus vrijwel zeker Angelen gewoond. Dat Hengevelde bij Wijhe de oorspronkelijke locatienaam is, lijkt dus zeer reŽl.
¶¶ Diverse locaties in Engeland doen sterk vermoeden dat ze zijn gesticht door Angelen of Saxen afkomstig van het Continent. Helaas ontbreken nog voldoende gegevens om e.e.a. naar behoren te staven. Bv: Leek, Holton, Englefield, Sedgebrook, etc. Deze locaties worden genoemd onder item Twins van deze pagina.
> Migratiebronnen
 
Analyse naar settelgebieden in Brittannia:
x = aantal items telling 30.7.2016

NO Engeland
NW Engeland
ZO Engeland
ZW Engeland   
58x
24
08
16
 

Links: Brittannia in 500-1000nC
@ kaart © BCK

 

¶¶ Opmerkingen:
- Geografisch bezien is de verdeling van de primaire settelregio's heel vanzelfsprekend. NO Engeland ligt relatief het dichtst bij de genoemde vertrekregio's in Angelland. Maar bovenal liggen de settelregio's nogal hoog. Water kan dus snel afvloeien naar zee. De gebieden zijn dus relatief droger dan de lage vertrekregio's in Anggelland.
- Uit de cijfers lijkt te blijken dat de Anglische migratie in Brittannia zelf later verder gaat naar gebieden in NW en ZW Engeland. Kenlijk settelen de eerste immigranten in Brittannia zich voornamelijk in NO Engeland en trekken hun nazaten later door naar NW en ZW Engeland. De cultuur van de Anglische immigranten en hun nazaten ontwikkelt zich daardoor verder los van de Anglische cultuur op het Continent en gaat steeds meer een eigen weg. De herkenbaarheid van de Anglische cultuur op het Continent wordt dus steeds vager.
- In NO Engeland valt het mensen op dat Nederlanders en ScandinaviŽrs vaak vinden dat het Engels in NO Engeland zo goed verstaanbaar is in vergelijking met andere regio's in Engeland. Bron Wikipedia (11.5.09) schrijft hierover:

Northumbria has a series of closely related but distinctive dialects, descended from the early Germanic languages of the Angles, of which 80% of its vocabulary is derived ... The major Northumbrian dialects are Geordie ... To an outsider's ear the siminlarities far outweigh the differences between the dialects. ... Due to the roots of Northumbrian dialects, its is often said that visitors from Scandinavian countries and the Netherlands often find it much easier to understand the English of Northumbria than the rest of the country.
Dit sterkt de these dat de grootste groep Angelen uit Angelland inderdaad is gemigreerd naar NO Engeland.
- De verdere migratie van Angelen in NO Engeland naar ZW Engeland lijkt te verklaren door de weg van Newcastle-Birmingham-Salisbury richting Stonehenge, die al rond 2000vC heeft bestaan. #BBC1tv/News 1.12.2014
Farmersland: Anno 2015 liggen de agrarische gebieden in Engeland voornamelijk in de regio's Oost Yorkshire, Oost NorthHumbria, Lincolnshire, East Anglia en de Midlands. (#BBC1tv/14.8.2015) Deze gebieden komen nagenoeg helemaal overeen met de oorspronklijke settlegebieden van de Angelen. E.e.a. bevestigd dat de Angelen van oudsher voornamelijk farmers zijn. > Landbouw
** M35, HAB, SEBA, Regionamen, Migratienamen, Migratiepatronen, Scheepslijnen

 
Teksten: > OATA

Telecom: (TLC:)
()A aerende (gerucht, bericht, boodschap), aerendraca (boodschapper), bellman (omroeper, stads- of dorpsomroeper), beriht (bericht, mededeling), berihtan (berichten, mededelen), bod (bericht), boda (bode), bodan (berichten, mededelen), bot (mededeling, bevel), bourbreaf (boerbrief = brief van een boerraad aan de leden), boursal (boerstok), bourstocc (boerstok = stok met berichten in code, bezorgd door bode), breaf (brief), byde (bode, heraut), bydel (bode, pedel), ceafort (envelop), cenning (bericht), corour (koerier), forebod (voorbode), hurr (gerucht), maere (mare, tijding, gerucht), mare (=A maere), misselgyr (boodschapper), missive (bericht, brief), niwes (nieuws), ranan (rennen, rijden), ranboda (renbode, ijlbode), spel (bericht), tiding (tijding)
100-550nC: > Telecom35
400nC++: Museum Oudheden in Leiden bezit sieraden uit 400-600nC gevonden in Wijnaldum (Frl), Wijchen (Gld), Rijnsburg (ZH) en Maastricht (Lbg). De sieraden zijn van goud en bezet met rode granaten (halfedelstenen). Uit onderzoek blijkt dat de stenen mogelijk afkomstig zijn uit India en Pakistan. Dit betekent dat er in die tijd al een oud groot handelsnetwerk bestond van India tot in Nederland. #DeTelegraaf/27.10.2012
449nC: Warlord Vortigern in Brittannia stuurt bode naar koning Offa van Angeln met het verzoek om meer troepen te sturen. > ASC/449
907nC: Ehtelflaed van Wessex schrijft haar tante Mathilda in Saxenland op het Continent dat ze verder afziet van vleselijke genoegens in haar leven omdat die alleen maar leiden tot verdriet. De brief dateert mogelijk van 907nC, na de geboorte van haar zoon Alfred, die zich later Alfred de Bevere noemt en stamvader is van het geslacht De Bevere in Engeland. > PgBrit/Ehtelflaed van Wessex
965nC: In 965nC brengt Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij is een Joodse Arabier uit Cordoba in Spanje. Bron WKP 25.11.07 citeert hem:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De stad is bekend van Ysland tot Bagdad.
1680: Nederland kent vier belangrijke postwegen. > Postwegen
** Contacten, Handelswegen, Communicatie, LACA, HEH (Hengest & Horsa), Postwegen, Postwezen, Bodediensten, Correspondentie

Telecom35: telecom mbt massamigratie Angelen naar Brittannia
betreft in bizoner periode 300-550nC > M35
100nC++: Tubanten uit Twente naar N.Yorkshire ivm bouw Hadrian Wall > Tubanten
425nC: Widsith schrijft een groot reisverslag in dichtvorm. Hij is geweest op vele plaatsen en in vele landen. Opmerkelijk is echter dat hij niets schrijft over Engeland. Uit zijn verhaal blijkt dat hij in Myrgingum is geboren en daar ook woont. Naar zijn zeggen ligt Myrgingum bij Fiveldore, een gebied dat bij nadere analyse lijkt te moeten worden gedetermineerd als de monding van rivier de Fivel in Fivelingo in Noord Groningen. > Widsith
449nC: Warlord Vortigern in Brittannia stuurt bode naar koning Offa van Angeln met het verzoek om meer troepen te sturen. > ASC/449
449nC: Bron ASC (Anglo-Saxon Chronicle 832-1154nC) schrijft voor het jaar 449nC:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice, and ricsodon seofon winter. And on hiera dagum Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne gelathode, Bretta kuninge, gesothon Bretene on thaem stede genemned Ypwinesfleot, aerest Brettum to fultume, ac hie est on hie [Pictas] fuhton.
Se kuning het hie feohtan ongean Peohtas; and hie swa duden, and sige haefdon swa hwaer swa hie comon. Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa van Angeln] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
Hie [Offa] tha sendon him [Vortigern] maran fultum. Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum.

vertaald:
449. Hier ontvangen Martianus en Valentinus hun rijk en regeren zeven winters. En op deze dag Hengest en Horsa door Vortigern gelast, de Britse koning, gezeten Brit, op hun stede genaamd Ypwinsvliet, eerst Brittannia te helpen, en hij eist tegen hen [Picten] te vechten.
Deze koning heeft gevochten tegen Picten; en hij doodt ze, en zegeviert waar hij ook komt. Hij [Vortigern] zendt dan [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat hem [Vortigern] meer troepen zenden; en laat hem [Offa van Angeln] vertellen van de noodtoestand van Brittannia en haar landskusten.
Hij [Offa] zendt hem [Vortigern] dan meer troepen. Dan komen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxen, van Angelland, van Jutland.
Uit deze zinnen blijkt dat Vortigern vanuit Brittannia Hengest en Horsa naar koning Offa van Angeln stuurt om te vragen meer troepen te zenden. Hengest en Horsa worden dus gebruikt als koerier. Kennelijk is dat in die tijd al gebruikelijk in NW Europa. Hengest en Horsa zijn dus boodschappers tussen Vortigern en Angle (Angelland) ofwel de Anglische koning Offa (c 380-456). Hengest en Horsa worden derhalve zeker als zeer betrouwbaar beschouwd door Vortigern en Offa.
678nC: York noemt NO Nederlanders neven > Neven
754++: Kerstening Angelland vanuit York > Kerstening
782nC: De Oude Saxen en Franken vechten. #ASCV
In Engeland is men daarvan kennelijk op de hoogte. Er zijn dus lange afstand contacten.
782nC++: Koning Offa van Mercia lijkt Angelland nog steeds te zien als Anglisch gebied, dat zich uitstrekt tot aan de Rijn. Verder blijkt hij goed op de hoogte van wat allemaal gebeurt op het Continent. > Offa van Mercia
Infoverkeer: Uit al het vooraande blijkt dat er in c 100-800nC veel informatieverkeer is tussen Angelland en Brittannia. Het genoemde infoverkeer vindt echter alleen plaatst op hoog bestuurlijk nivo. Wat echter weten de gewone Angelen op het Continent van de omstandigheden in Brittannia? Gezien de massamigratie naar Brittannia moeten we concluderen dat de gewone Angelen zeker geÔnformeerd zijn over Brittannia en blijken ze het daar kennenlijk beter te vinden dan in Angelland, dat in 300-550nC wordt geteisterd door stormen en grote wateroverlast. De vraag rijst echter hoe de gewone Angelen hun informatie krijgen. De meesten van hen lijken in die tijd immers te leven in afgelegen en dun bevolkte gebieden.
Scheepvaart: De reizen van Hengist en Horsa tussen Angelland en Brittannia zullen gezien de geografische omstandigheden voor een groot deel over de Noordzee zijn gegaan. Hun reizen zullen zeker ook door andere Angelen zijn gemaakt. Gezien de migratiewegen tussen Angelland en Brittannia lijken de Rijn en de Yssel in die tijd al belangrijke schakels te zijn in de migratiewegen naar Brittannia. > TEHA, YTL-Route
Oevergebieden: De oevers langs de rivieren zijn van oudsher ideale woongebieden voor mens, plant en dier. Ze zijn daarom ook van oudsher het meest dicht bevolkt. Dat geldt o.a. voor de rivieren Rijn, Yssel, Berkel, Slinge, Schipbeek, Vecht, Fivel/Groningen, Dinkel, Waarbeek/Hengelo, Eems en Elbe. De rivieren zijn verder belangrijke verbindingswegen voor vervoer van personen, vrachten en informatie. Daarnaast bieden ze continu tamelijk schoon water en vis. Bovendien zijn de gronden langs de rivieren doorgaans zeer vruchtbaar dankzij de aanvoer van slib. Hierdoor zijn deze rivieroevers vaak zeer geschkt voor landbouw en veeteelt. Economie en welvaart zijn met al deze zaken zeer gediend.
Infosnelheid: Dankzij de scheepvaart zullen de Angelen rond de genoemde vaarwegen (i.b. Rijn en Yssel) zeker vrij snel op de hoogte zijn van de situatie en mogelijkheden in Brittannia. Vanuit de oeverregio's langs de rivieren zal de informatie toch zeker binnen enige tijd de meer afgelegen gebieden bereiken via allerlei normale menselijke en economische contacten.
** Telecom, Handelswegen (Groningen-Dover), HEH (Hengest & Horsa)

Tellen:
()A cyfar (cijfer, getal), nowiht (nul, niets), tell (tal, aantal, getal), tellan (tellen)
¶ Ane (ťťn), twa (twee), thri (drie), feower (vier), fif (vijf), siex (zes), seofon (zeven), eahta (acht), nigon (negen), tien (tien), endleofon (elf), elna (elf), twelf (twaalf), threotene (dertien), feowertene (veertien), fiftene (vijftien), siextene, etc, twentig (twintig), twentig ane (ťťnentwintig), twentig twa (tweeŽntwintig), etc, thritig (dertig), feowertig (veertig), fiftig (vijftig), siextig (zestig), seofontig (zeventig), eahtatig (tachtig), nigontig (negentig), hundred (honderd), twa hundred (tweehonderd), thri hundred, etc, thusend (duizend), twa thusend (tweeduizend), thri thusend (drieduizend), etc
643nC: 31 = ane and thritig (# ASC/Ingram/643)
1066++: Normandisering van het Engels > 31 = thritig ane > 31 = thirty one
** Rekenkunde, Wetenschap, Numerologie, Zes, Zeven, Acht, Trilogie

Tempelbergen: > Tempels, Hemelse Hoogten

Tempeldiensten: (TPD:)
Deze mogen in de oudheid alleen worden uitgevoerd door priesters.
** Priesters, Tempels

Tempelman: (TPM:)
Anglische Tempelman = tempelbeheerder. Iemand dus die kenlijk is belast met zorg, onderhoud en beheer van een tempel. E.e.a. lijkt te betekenen dat het Angalisme georganiseerd is. Dat lijkt ook te blijken uit de functies priester en hogepriester. Deze functies gaan vaak over van vader op zoon. (> Priester) Mogelijk geldt dit ook voor tempelman. Temeer gezien de oude familienaam Tempelman die veel voorkomt in Hardenberg en kenlijk zeer oude roots heeft.
Familienaam: Tempelman komt ook voor als familienaam. Ze lijkt afkomstig uit Heemse bij Hardenberg. Anno 2007 komt deze naam 1132x voor. Bij een HDR (historisch demografische regressiefactor) van 0.76 per eeuw lijkt de naam rond 406vC te zijn ontstaan. Het Anglische woord tempel wordt echter pas rond 175nC overgenomen van de Romeinen. (> Tempels/175nC) Dit betekent dat de familienaam Tempelman pas rond die tijd kan zijn ontstaan. In die tijd lijken er rond 7 mannen met die naam te bestaan. Dat kan zijn een vader met 6 zoons. De these wordt gesterkt door het feit dat in Heemse een Anglische tempel lijkt te hebben gestaan. > Patrilocalisme, HDG, Heemse
** Priester, Tempels

Tempels: (TPS:)
()A ael (altaar, tempel, offerplaats), al (=A ael), godhus (tempel, kerk, abdij, klooster, herberg), godpal (godenpaal, totempaal), manapal (manapaal, totempaal), oltar (=A ael), outar (=A ael), tempel (tempel, bedehuis, kerk), tempelman (tempelbeheerder), tempelwaeg (tempelweg = weg naar een tempel), temple (=A tempel)
Algemeen: Van oorsprong is een tempel een gebouw met open dak waar sterrewichelaars de wil van hun goden bestuderen. Later is een tempel een gebouw waar een godheid wordt vereerd. Het wordt gezien als de woning van de godheid. Diens beeld staat er centraal opgesteld. De tempel is daarom heilig en mag alleen worden betreden door priesters, die er hun rituelen uitvoeren. De oudste Egeptische tempels zijn hutten van riet. Later van hout en steen. #WP
Tempels: Kerken zijn specifiek christelijke bouwsels. Bij niet-christenen spreekt men van tempels. #BBCtv/Rome 20.5.2016
Godhus: Dit is het Oer Anglisch woord voor tempel, kerk, abdij, klooster, herberg, cafť. ON goedhuus; WA godshuus
Heuvels worden door de Angelen vaak gebruikt als locatie voor tempels, vergaderplaatsen en dingplaatsen. Bron RRA schrijft:

English place-names evidence suggests that hills were very often used for heathen temples.
Hemelse Bergen: OA Heafan Beorg = Hemelse Berg: cultusplek waar in de Anglische Tijd rituelen worden uitgevoerd ter ere van een godheid. Vooralsnog zijn dergelijke sites alleen bekend in Arnhem en Nunspeet. > Hemelse Berg, Ael, Hemelse Hoogten, Cultusplekken
Godenpaal: Bij de Anglische tempels staat normaliter een godenpaal, zijnde een houten paal met symbolen van een Anglische godheid. > Godenpalen, Totempalen
Hagelkruis: De plaatsing van een zgn hagelkruis is vooralsnog het enig bekende ritueel mbt tot de vereering van Hagall. Andere rituelen, ceremoniŽn of gebruiken mbt Hagall zijn verder niet bekend. > Hagall
Tempeldiensten mogen alleen worden uitgevoerd door priesters. > Tempeldiensten, Priesters
Tankenberg: Sommigen beweren dat op de Tankenberg in Oldenzaal ooit een tempel stond waar Tanfana werd vereerd. De tempels van de Angale (Naturale) Angelen zijn normaliter gebouwd van hout en hebben rieten daken. Na de kerstening van Angelland sinds 750nC zijn er steeds minder gebouwd. Al deze Angale tempels zijn daardoor in de eeuwen daarna langzaam maar zeker vergaan. > Tanfana, Angalisme
Tanfana: (c 225vC++) De tempel van Tanfana was mogelijk een soort hut met rieten dak. Oorspronkelijk kan de hut zijn gebouwd van hazeltakken en -twijgen opgevuld met watul (mengsel van leem, turf en ossebloed). > Watul
500vC++ Drente: Bron DRG/p15 schrijft dat er mogelijk in Anloo (bij de kerk), in Weerdingerwoud en in Grollerholt ooit Germaanse tempels hebben gestaan. Aangzien Drente sinds 500vC wordt bevolkt door Angelen uit Groningen, zullen de tempels vrij zeker door Angelen zijn gebouwd. > Anloo
400vC++ Suxwort: Voorbeelden in Nederland: de Dingselerberg in Markelo, de dingplaats van de Angelen in de regio, en de Herenhul (hul=hill), het hoogste deel van de Engelanderholt bij de regio Engeland te Beekbergen, een uitgestrekte heuvel waarop "Het Hoge Gericht" van de Veluwe werd gehouden. Verder in Suxwort, in het Anglische gebied Humsterland in NW Groningen. In het midden van dit terpdorp uit circa 400vC staat een NH Kerk. Voor de kerstening was het dorpsplein echter een dingplaats. Mogelijk heeft daar ook een Anglische tempel gestaan. Vele kerken uit de begintijd van de kerstening zijn namelijk gebouwd op plekken waar eerder Anglische tempels stonden.
225vC++ Hoge Hexel/Twente: > Heksen
225vC++ Tanfana/Oldenzaal: Op de Tankenberg bij Oldenzaal stond mogelijk ooit een Anglische tempel gewijd aan Tanfana, een soort heilige maagd van de Naturale Angelen. (> Angalisme) Deze tempel was mogelijk een soort hut met rieten dak. Oorspronkelijk kan de hut zijn gebouwd van hazeltakken en -twijgen opgevuld met watul (mengsel van leem, turf en ossebloed). > Tanfana
33nC: Jezus op de Tempelberg bij Jeruzalem.
50nC: De Goten kennen vele goden, die ze vereren op heilige plaatsen als grotten en bossen. Ook kennen ze tempels, priester en rituelen, maar hun rol, functies en samenhang zijn vaag en inconsistent. In Uppsala (Zweden) staat een tempel met daarin drie beelden: Thor in het midden, geflankeerd door Wodan en Freya. Deze tempel dateert echter van na de jaartelling. Volgens Tacitus (55-120nC) zien de Goten hun goden echter niet als idolen in menslijke gedaante en vinden ze tempels ongeschikt als woonstee voor hen. Wel offeren ze dieren en soms mensen (krijgsgevangenen) aan Tiwaz of Wodan en proberen ze de wil van goden te kennen door het werpen en interpreteren van dobbelstenen met runentekens. (> Dobbelen) Julius Cesar is echter niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50nC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. > Balder
50nC: Gallo-Romeinse tempel in Elst/Arnhem. In 100nC herbouwd en gewijd aan Hercules Magusanus, een halfgod van de Bataven.
98nC: Tacitus: Germanen vinden dat het niet past bij de grootsheid van goden om hen binnen tempelmuren op te sluiten, of ze op enigerlei wijze te vergelijken met mensen. Ze hebben veel ontzag voor hun goden, wijden bossen en wouden aan hen en roepen ze aan met hun namen om hogere machten te beheersen. #CAB/p86
--- Volgens Tacitus zien de Germanen hun goden niet als idolen in menslijke gedaante en vinden ze tempels ongeschikt als woonstee voor hen. Wel offeren ze dieren en soms mensen (krijgsgevangenen) aan Tiwaz of Wodan. > Tacitus
100nC: Tempel van Elst in de Overbetuwe. > Elst
150nC: Tempel in Heemse bij Hardenberg. > Heemse
175nC: Het Anglische woord tempel is afkomstig uit het Latijn templum. (#OCD) Wanneer de Angelen dit woord hebben overgenomen is vooralsnog niet bekend. Het zal in ieder geval zijn gebeurd in de Romeinse Tijd (12vC-450nC). Meer specifiek in de periode tussen de bouw van de Gallo-Romeinse tempel in Elst en het vertrek van de Romeinen uit Nederland. Dus in 50-400nC. (> Romeinse Rijk) Het woord kan derhalve zijn overgenomen halfweg 50-400nC. Dus ergens rond 175nC.
300nC++: In Reeuwijk (Zuid-Holland) heeft mogelijk een tempel gestaan gewijd aan de Anglische god Wodan. > Wensveen

400nC: Rechts: Anglische tempel rond 400nC naar een aquarel van Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (© BCK) Links staat een zgn godenpaal met een hagal-kruis. (> Godenpalen) Hagal is in het Angalisme het symbool voor Harmonie, Heil en Geluk. Als achtste teken van de Futhark staat Hagal ook voor Volmaaktheid en Eeuwig Leven. (> Hagal, Acht, Angalisme) De tempel is gewijd aan de Anglische god Donar. De blauwe vlekken op de paal symboliseren hagelstenen waarmee Donar smeet om de mensen te pesten en hun oogst te vernielen. Daarom staan deze godenpalen vaak bij graanvelden en andere gewassen om de oogst te beschermen. Deze godenpalen worden daarom ook hagelkruisen genoemd. Christenen hebben na 750nC de hagal vervangen door een christelijk kruis naast een schrijn met een beeld van Maria of een heilige. > Hagelkruizen, Totempalen
 
500nC++ Engeland: Bron RRA schrijft:
English place-names evidence suggests that hills were very often used for heathen temples.
500nC++: Yeavering is een stad in Bernicia, Northumbria in Noord Engeland, langs de Noordzee kust tussen Yorkshire en Schotland. Yeavering wordt al vroeg bewoond door Angelen, die vrijwel zeker afkomstig zijn uit Jever in Ost-Friesland, dat in die tijd Anglisch gebied is. (> Angelland) Bron RRA schrijft over Yeavering:
Noteworthy here is a massive, high post outside the [pagan] temple to the north-west, certainly with ritual significance, i.e. a mana-pool, equivalent to the Pacific totem poles (p. 43-4); and furthermore the pit by the door filled with the skulls of oxen. "To the west there was a building probably used as a kitchen for cooking the ceremonial feasts. Associated with this structure was an area apparently reserved for butchering the sacrificial beasts. It contained many remains of the long bones of oxen, but, significantly, not skulls - they ended up in the temple" (p. 45)
...
"In Scandinavian paganism animals, particular oxen, were offered to Freyer on his annual journey ... The ritual sacrifice of oxen is a feature of Anglo-Saxon paganism evedenced repeatedly by archaelogy and confirmed by historical document." (p. 45)
610nC Northumbria: Bron Beda (672-735) schrijft dat de Anglische koning Edwin van Northumbria (586*-633) zich bekeert tot het Christendom. Hij doet het echter niet zomaar. Eerst raadpleegt hij z'n adviseurs. Zij adviseren positief. De Angale priester Coifi vraagt zelfs een paard en zwaard om alle (Angale) tempels en beelden te vernietigen.
620nC East Anglia: Bron WAB/p82 schrijft:
Raedwald, King of East Anglia [565*-625], set up a Christian altar next to the pagan altars in the old national temple and worshipped at both.
800nC Harfsen: Mogelijk stond in vroegere tijden in Harfsen een Anglische tempel waar de dood van Balder werd beweend. Deze tempel zal dan hebben bestaan uit een houten hut met strodak en mogelijk een grote steen, dienend als een soort offerplaats. Deze tempel zal kunnen hebben bestaan tot circa 800nC toen de kerstening van NO Nederland startte en vele Anglische tempels werden verwoest door de christelijke missionarissen. (> Kerstening) Vooralsnog zijn echter nog geen resten gevonden. Mogelijk stond de tempel in of nabij het dorpscentrum van Harfsen. > Harfsunne
900nC: Bron DRG/p15 schrijft dat in Anloo (bij de kerk), in Weerdingerwoud en in Grollerholt mogelijk ooit Germaanse tempels hebben gestaan. Aangzien Drente sinds 500vC wordt bevolkt door Angelen uit Groningen, zullen de tempels vrij zeker door Angelen zijn gebouwd. De tempel van Anloo zal daar dan nog zeker tot 900nC kunnen hebben gestaan.
900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:
Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeldis de kerk van Roden.
2013 India: Tempels in India zijn meestal gewijd aan een Hindu-god. Er zijn daar anno 2013 echter ook tempels zonder god. (#VPROtv: Van Bihar tot Bangalore; jan 2013) Mogelijk is dit gebruik geŽrfd van het Aryanisme, waaruit het HinduÔsme is voortgekomen. (> HinduÔsme) Ook de Angelen kunnen dit gebruik hebben overgenomen uit het Aryanisme. Zij komen immers ook voort uit de AriŽrs, via de Goten en de Germanen. > Aryanisme
2014: In India staan 3 miljoen tempels en bar weinig ziekenhuizen. De bevolking groeit door. (#BBC2tv Simon Reeve 16.10.2014) De mensen lijken er desondanks tamelijk gelukkig. Dat kan te maken hebben met het HinduÔsme, een cultuur die zeer liberaal, democratisch, tolerant en vredelievend is. > PgGen/HinduÔsme
2014 Mekong Delta (Cambodja): Boeddhatempel op top van heuvel. Oude priester in oranje gewaad leeft daar alleen tussen bloemen, Boeddhabeeld en wierook. Hij wordt bezocht door mensen uit de regio om te bidden en raad te vragen. Zij leven door verzamelen van planten en van de jacht in de directe omgeving. They love their live, maar zijn erg bang dat overheid en grote bedrijven hun habitat gaan vernietigen door massaal kappen van bos. #BBCtv/nov2014
2015 Nederland: Anno 2015 is bekend dat in de volgende locaties ooit historische tempels hebben gestaan: Barger-Oosterveld, Commanderij/Zaamslag, DenHaag/Tempel, DeWijk/Elburg, Elden, Elst, Empel, Heemse, Hulsen/Hellendoorn, Oldenzaal/Tankenberg, Wensveen/Reeuwijk en Westeraam/Elst. Mogelijk ook in Anloo/Drente en Heemse/Hardenberg (#WWX, DAB) Aangezien al deze locaties liggen in historisch Anglisch gebied, lijken deze tempels van Anglische herkomst. > Anloo, Elden, Elst, Heemse, Tempelweg, Wensveen
** Tempelman, Heemse, god (naam), Goden, Gadhimai (tempel Yeavering), Harfsen, Zonnetempels

Tempelweg: (TPW:)
()A temple (tempel, bedehuis, kerk), templewaeg (tempelweg = weg naar een tempel)
2015: Anno 2015 zijn de volgende Tempelwegen bekend:
¶¶ DeWijk/Elburg: links aan het begin van de Tempelweg/Melksteeg in De Wijk naar de NO stadspoort in Elburg. Ter plekke ligt een hoogte van 2 meter met daarop een boerderij + weiland met de naam "De Tempel", genoemd in bron AWA/1840. Volgens de historische vereeniging "Arent thoe Boecop" in Elburg heeft De Tempel niets te maken met de Tempeliers. Expliciete informatie over de herkomst van De Tempel ontbreekt vooralsnog. Ook ontbreken oude streekverhalen over De Tempel. #tempelieren.nl/2015
--- Inspectie ter plekke (feb2015) leert dat de locatie van De Tempel en de directe omgeving enigzins geaccidenteerd zijn en tamelijk hoog liggen en dat er enige grote huizen staan op ruime afstand van elkaar. Het huis op De Tempel en de overige huizen ogen alle hooguit 100 jaar oud. Ze lijken derhalve te dateren van hooguit ergens rond 1915. Van oude resten van De Tempel is geen spoor te bekennen. Alleen de Tempelweg en het Tempelpad herinneren nog aan het verre verleden.
Aangezien:
- er geen historische data zijn die De Tempel verklaren
- en er geen regioverhalen zijn gevonden over De Tempel
- en De Tempel niets heeft te maken met de orde van Tempeliers
- en De Tempel van oude datum lijkt
- en De Tempel naar zeggen op een twee meter hoge terp ligt
- en de regio rond 200vC wordt bevolkt door Angelen uit Noord Overijssel > Harde
- en de Angelen normaliter hun tempels op een hoogte bouwen > Tempels
- en het Anglische woord temple (tempel) rond 175nC kan zijn overgenomen uit het Latijn templum > Tempels
- en Anglisch temple primair tempel betekent > Tempels
- en Christenen in Angelland hun bedehuis normaliter kerk noemen, ofwel Anglisch churce, circe of cirice > Kerken
- en vele Angelen uit NO Nederland in de periode 450-550nC zijn gemigreerd naar Brittannia vanwege de Grote Natheid > Grote Natheid
- en daardoor veel informatie mbt de Anglische cultuur in NO Nederland is verdwenen > HIPA
- en de eerste kerken in Angelland dateren vanaf de kerstening sinds circa 750nC > Kerstening
- en de Anglische tempels en oudste Christelijke kerken van hout zijn gebouwd
- en de Anglische tempels en oudste Christelijke kerken derhalve veelal zijn vervallen en verdwenen
- en in de locatie De Tempel in De Wijk bij Elburg vooralsnog geen sporen zijn gevonden van een oude tempel of kerk
- en houtresten doorgans na enige eeuwen helemaal zijn vergaan
- en wel vooral in natte gronden
- en in 400-600nC in Angelland de Grote Natheid heerst > Grote Natheid
- en derhalve historische houten bouwsels in Angelland nagenoeg spoorloos zijn verdwenen,
>>> lijkt het mogelijk dat De Tempel in De Wijk bij Elburg van Anglische herkomst is
>>> en dat de Tempelweg de weg was naar de Tempel van een Anglische god, die in de regio werd vereerd.
> Tempels, Donar
¶¶ Hulsen/Hellendoorn: in buitengebied. Loopt naar een hoogte met de naam Voshaar. Nu staat er een oud pand met die naam. (#FRI/2015) Van een tempel ontbreekt vooralsnog elk spoor. Dit suggereert dat het gaat om een tempel, die daar in lang vervlogen tijden moet hebben gestaan. Dus al bevoor 500nC, toen rond die tijd vele Angelen in Angelland migreerden naar Brittannia vanwege de Grote Natheid (450-550nC) in Angelland. Het feit dat de naam Tempelweg is gebleven, kan te danken zijn aan Angelen die in de regio zijn gebleven.
¶¶ Duitsland: Tempelweg in Itzehoe, Obereggen, Olbornhau en Trier. Deze locaties liggen alle in oude Anglische gebieden.

Temperatuur: (TMP:)
()A acolian (afkoelen, koud worden), caerd (koud), ceal (kil, koel, koud), ceald (koud), cele (kil, koel), ciel (kil), cold (koud), cole (koel, koud), haet (heet), haete (hitte), haetu (hitte), hit (heet), wearm (warm), wearmian (warmen, opwarmen), wearmta (warmte), wierman (=A wearmian), wirman (=A wearmian)
** Weer

Temse: vrml waterloop in Oost Vlaanderen > Thiemsbrug

Ten Arlo:
buurtschap in DeWolden/Drente
** Aarlo

Teng:
Oude Utrechtse term voor pachter. OudEngels/Anglish: theng. De term komt in Nederland alleen voor in het Utrechtse leenstelsel. Dit lijkt te betekenen dat in de regio Utrecht oorspronkelijk voornamelijk Angelen wonen, hetgeen goed rijmt met andere gegevens. I.b. Offaland.
** Pacht, Leenstelsel, Utrecht, Offaland, Koninkrijk

Tenten:
()A bolhus (grote tent), caempfur (kampvuur), caempian (kamperen), lawu (tent), pawal (paviljoen, tent), smoc (ronde tent met rookgat), tentdoc (tentdoek), tente (tent), tentmakere (tentmaker), tentmakery (tentenmakerij), tentpal (tentpaal), tentsac (tentzak), tentsayl (tentzeil), tentsticc (tentstok)
¶ De Angelen maken hun tenten van stevige rechte takken die ze overspannen met tentdoek van linnen. De staanders zijn gevorkt en daarop ligt een lange tentstok waarover het tentdoek wordt gespannen. Het tentdoek wordt stevig vastgebonden aan de tentstokken.

          

Boven: kamperen in Angelland rond 400nC. De kampeerders hebben een zgn aenholt (anholt = pleisterplaats) gevonden waar ze de nacht kunnen doorbrengen. Aquarel van Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (© BCK)
** Kamperen, Markten

Terborg:
Alias Toe Borch, Hof Ter Borch, etc. Dorp in de Liemers, ZO Gelderland. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Slingeland. > ASA
¶ Terborg is genoemd naar kasteel Wisch aldaar, gelegen aan de Oude Yssel. Deze borg is gebouwd rond 1250 AD door Derk I van kasteel De Heuven aan de overkant van de rivier. Kasteel Wisch is van oorsprong een borg, een versterkt huis. > Burchten
¶ Op 23 april 1419 krijgt Terborg stadsrechten. Het is de dag van St Joris. Sindsdien voert Terborg het wapen: St Joris te paard die de draak doodsteekt.
Paasberg: De Paasberg in Terborg is een hoogte waarop volgens overlevering rond 14 april de lente werd ingeluid met een groot paasvuur. Daarna werd de as uitgestrooid op de akkers om de vruchtbaarheid te bevorderen.
Offerplaats: Op de Paasberg bij Huys Wisch zou volgens overlevering in de naturale Anglische tijd (650vC-800nC) een offerplaats hebben gestaan. Vooralsnog is daarvan echter niets terug gevonden. > Naturalisme, Offerplaatsen, Ael
** Jorisdag, Jorisvlag, Paasberg

Terpen:
Gronings: terp, wierde; Duits: Wurte of Warft. Door mensen gebouwde heuvel voor bewoning ter bescherming tegen wateroverlast. Huisterpen voor ťťn woning. Dorpsterpen voor meer woningen. De terpenbouw geschiedt in 500vC-1100nC langs de Noordzeekust van Zuid Jutland tot Noord Friesland. Terpen zijn circa 2 tot 7 meter hoog en beslaan een oppervlakte van 0.1 to 16 Ha. Ze bevatten meestal interessante archeologische artefacten, zoals huisraad en sieraden. In de 12e eeuw begint de bouw van dijken in Nederland, ter bescherming tegen hoogwater. Daardoor zijn terpen niet meer nodig en worden ze ook niet meer gebouwd.
550vC: Bron LLZ/p26 beweert dat de terpenbouw pas na de jaartelling begint. Bron WP (1966-75) en andere bronnen stellen echter dat de terpenbouw al rond 550vC start. Rond die tijd lijkt inderdaad een lange periode van grote natheid te beginnen. > Veenlijken
10vC++: De Chauken bestaan dus zeker al ruim vůůr Drusus, dus ruim vůůr circa 10vC. Ook zijn ze genoemd op oude kaarten mbt de situatie in de Romeinse Tijd. Interessant is dat hun gebied zich in 47nC uitstrekt tot aan de oostoever van de Rijn. Hun gebied lijkt daarom samen te vallen met Angelland 300vC-100nC. Mogelijk zijn de Chauken dus opgenomen onder de Angelen, conform wat bron WP beweert. Na het jaar 700nC worden ze in ieder geval niet meer genoemd.
5nC++: Bron LLZ/p26 schrijft dat er in de terpenregio's archeologische vondsten zijn gedaan van na de jaartelling. Ze getuigen van een hogere ontwikkelingsnivo van de bewoners: benen voorwerpen als gewichten van weefstoelen, dobbelstenen, spinsteentjes, spillen, weefkammen, schaatsen, etc. Veel van deze vondsten liggen in het Fries Museum te Leeuwarden.
50nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands:

Daar stort de oceaan zich met twee tussenpozen per dag en snachts in een geweldige stroom over een onmetelijk land uit, zodat men bij deze eeuwige strijd in de gang van de natuur twijfelt of de bodem tot de aarde of tot de zee hoort. Daar leeft een armzalig volk op hoge heuvels of liever op door hen met de handen opgeworpen hoogten tot op het uit ervaring bekende peil van de hoogste vloed en daarop hebben zij hun hutten gebouwd, zeevaarders gelijk, als het water de omgeving bedekt, maar schipbreukelingen als de wateren teruggeweken zijn en zij rondom hun hutjes de vissen najagen, die met het water trachten weg te vluchten. Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren. Evenmin lukt het hun een stuk wild te vangen, aangezien heinde en ver de zee elk struikgewas heeft weggespoeld. Van riet en biezen maken ze een soort touw, waarvan zij visnetten knopen. Aardkluiten, die zij met de handen uitsteken, laten zij meer nog in de wind dan in de zon drogen en branden die om hun eten te koken en hun door de noordenwind verstijfde leden te warmen.
Bron LLZ commenteert daarop met:
Hoe groot de verleiding ook is, wij mogen dit koppige en vrijheidlievende, terpen-bewonende volk maar niet zonder meer verrenzelvigen met de voorouders van onze Friezen in de eeuwen voor het beging van de jaartelling. Alleen wanneer archeologische vondsten -- waarover wij in deze bodem geen al te hoge verwachtingen mogen koesteren -- zekerder gegevens zouden verschaffen, mogen we aannemen, dat ook onze kusten al enige eeuwen voor de jaartelling bewoond werden door stammen, die later bleven hechten aan de grond, waar ze in die periode voor het binnendringen van de vloed betere tijden hadden gekend.
52nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren [Angelen]. > Chauken
300-600nC: Door stijging van het zeewater zijn vele terpen later opgehoogd. #KVN/p77 > Zeespiegel
450-550nC: De wierden (terpen) in noord Nederland worden hoger en hun indeling wordt aangepast. Bron FBZ/p24 schrijft dat in 200-400nC het Romeinse Rijk instort, wat veel chaos veroorzaakt. Kustbewoners migreren naar Brittannia. Nieuwkomers uit Noord Duitsland settelen in de verlaten gebieden. Oorlog, piraterij en besmettelijke ziektes als malaria doen vele mensen sterven. Hele wierden (terpen) raken ontvolkt. Daarbij komt de stijging van het zeewater, die de verlaten regio's overdekt met zand en slib. Inwoners van Fivelingo werpen wierden op tegen het hoge water. # CVF
2011++: Anno 2011 worden terpen gebouwd in het Rivierenland wegens de grote overstromingen van de laatste jaren. (NOS Journaal jun 2011)
** Aeglesthrep, Suxwort, Heuvels, Ezinge, Wierde
# WP, DAB

Testament: (TST:)
Gedenk in uw daden de wereld voor al het goede dat uzelf heeft ontvangen in deze wereld. Gedenk in uw testament de wereld voor al het vele goede dat uzelf heeft ontvangen in deze wereld. De meester is dankbaar en geeft met veel genoegen en ruim hart. #SRK
** Nalatenschap, Erfrecht

Teutoburger Woud:
Regio in het Weser Bergland ten noorden van Munsterland, NW Duitsland.
9nC: Slag in het Teutoburger Woud: de Cherusk Arminius verslaat samen met andere Germaanse stammen de Romein Publius Quintus Varus in een hinderlaag bij Kalkriese in het Teutoburger Woud. Hij maakt daarmee een eind aan de Romeinse expansie richting Elbe.
> Varus
¶ In 98nC publiceert Tacitus zijn boek De Germania ofwel: De origine et situ Germanorum ofwel: Over de oorsprong en de woonplaats van de Germanen. Het hele werk heeft vooral betrekking op de Germanen boven de Rijn. Daar wonen sinds 200vC voornamelijk Angelen.
¶ Archeologische vondsten bevestigen veel van wat Tacitus schrijft. Vooral de vondsten in Kalkriese die te maken hebben met de Slag in het Teutoburger Woud. Het zijn stoflijke resten van mensen en muildieren die zijn gevonden in zgn bottenputten, massagraven.
¶ Tacitus noemt de Angelen in hoofdtuk 40 van zijn De Germania. Zij wonen langs de Elbe tot aan Bohemia. > Afstamming
** Varus, Drusus, Cherusken, Oldenrode, Tacitus, Mensenoffers

Teutonen:
Germaans volk aan de Elbe, voor het eerst genoemd in de 4e eeuw vC. In ruime zin: Nederlanders (Dutch, afgeleid van Teutonic), Vlamingen, Duitsers, Oostenrijkers, Zwitsers, Angel-Saxen, Scandinaviers, etc. > English
#WP: Germaans volk wonend in Oost Jutland en op de Deense eilanden. Worden in 103vC verslagen bij Aqua Sextiae (Aix-en-Provence) door de Romeinen onder Gaius Marius. In Miltenberg am Main noemt een steen hun naam Toutoni. District Limfjord in Denemarken heet Thy, voordien Thythesysxl, wat betekent District van de Teutonen. Thythes betekent hetzelfde als diet(s) ofwel volk(s).
315vC Cymbrische Vloed: Stormvloed teistert kusten Denemarken en Noord Duitsland. Cymbren en Teutonen vluchten naar veilige oorden in het zuiden. #EML/M.Eggink/apr2015
100vC: Teutonen migreren massaal naar Zuid Europa. Toch moeten er nog velen in NW Europa blijven. Immers, de Engelse naam Dutch voor Nederlanders en de Nederlandse woorden Duits en Duitsland zijn afgeleid van Teutoons en Teutonen. Deze woorden suggeren daarmee impliciet dat de Teutonen zich op grote schaal verder hebben verspreid in Nederland en Duitsland. Zodanig zelfs, dat ze Nederlanders de naam Dutch geven en de Duitsers hun naam.
** Volk

Teutonia:
Fictieve naam voor het gebied in NW Europa waar de Teutonen wonen. Dit gebied omvat in de 4e eeuw vC Oost Jutland, de Deense eilanden en NW Dutisland tot aan de Elbe. (> Teutonen) Later zal dit gebied zich kennelijk uitbreiden tot aan de Rijn en zodoende ook Noord en Midden Nederland omvatten. In het Engels worden Nederlanders immers Dutch genoemd, hetgeen is afgeleid van Teutonisch. (> English) De gebiedsuitbreiding zal na de 4e eeuw vC moeten zijn gebeurd.

Teutoons:
Fictieve naam voor de taal die door de Teutonen moet zijn gesproken. (> English) Het Teutoons zal qua taal dichtbij of zelfs identiek kunnen zijn aan het Oer Nederlands. Het Engelse Dutch is immers afgeleid van Teutonic en betekent zoveel als Nederlander en Nederlands. Dit verklaart waarom het Oudste Engels en het Oer Nederlands sterk op elkaar lijken. Aangezien de Teutonen voor het eerst worden genoemd in de 4e eeuw vC en ze na de 1e vC massaal migreren naar Zuid Europa, zal bron COD bij item English met Old Teutonic moeten bedoelen het Teutoons dat circa 400-300vC wordt gesproken. (> English)
# COD, KBG

Textiel:
()A canevas (canvas = sterk weefsel gemaakt van hennepdraad), cladh (kleed, kleding), cloth (=A cladh), drapere (handelaar in kleding en stoffen), fleaxthraed (vlasdraad), fleaxwir (vlasdraad), hemp (hennep), henep (hennep), linen (linnen), linwat (linnengoed, ondergoed), paell (pelle; # linnen stof), sendael (linnen, neteldoek), sindael (=A sendael), strican (strijken), stricstan (strijksteen; steen met handgreep die heet gemaakt werd boven vuur om textiel te strijken), thraed (draad), twili (soort dubbeldraads weefsel), twin (twijn = dubbele draad), twist (draad, wrong, streng, koord), waet (gewaad, weefsel, doek), wat (gewaad), weafan (weven), weafar (wever), weaffan (weven), weaffar (wever), webban (weven), webber (wever), wir (wier, draad), wull (wol), wullig (wollig)
1850nC++: Textielindustrie Twente groeit sterk. #INS 2011/4
** Weefkunst, Hennep, Linnen, Outfit

Thanatologie: (THA:)
()A asce (as), ascfaet (urn), ast (vuur), astelidan (verbranden), await (nachtwake), axe (as), baer (baar), baercladh (lijkkleed), baerhus (baarhuis = lijkenhuisje), baernan (branden), baeron (dragen), baerwe (draagbaar, lijkbaar), bana (dood, moord), barwa (baar, grafheuvel), barwan (dragen), bear (baar), bebyrgan (begraven), bedelfan (bedelven, begraven), beran (dragen), biegan (buigen), blac dead (zwarte dood = pest), byrgan (bergen, begraven), caern (=A carn), carn (knekel), carnhus (knekelveld), cearn (grafsteen), circgeard (kerkhof), circhofe (kerkhof), ciric (grafveld, begraafplaats), claeghliodh (klaaglied), claegsang (klaagzang), cnocle (knokkel, gebeente), cnoclehus (knekelhuis = berging voor beenderen van begraafplaats), cropp (lijk), crung (kreng, kadaver), cythnes (testament), dead (zn+bn dood), dead (zn dode), deadacre (dodenakker, begraafplaats), deadbot (dodenboot = boot die een dode vervoert), deadcest (doodskist), deadcladh (doodskleed), deaddanse (dodendans = dans bij een dode; afscheidsritueel), deaddeal (dodendeel), deadhemedhe (doodshemd), deadhus (dodenhuis), deadmusice (dodenmuziek = muziek bij afscheid van een dode), Deadrice (Dodenrijk), deadsang (dodenzang = zang bij afscheid van een dode), deadwaeg (dodenweg), death (zn dood), deghan (sterven, dood gaan), doy (zn+bn dode, dooie), dread (droef), dreadan (droef zijn), dreadig (droefig, bedroefd), dreadnis (droefenis, droefheid), dreor (treurnis, verdriet), dreoran (treuren), dreorig (treurig, verdrietig), druw (droef), druwig (droefig), druwnis (droefheid), eax (as), endian (eindigen, sterven), faran (sterven, varen, reizen), feartre (lijkkist), ferian (=A faran), forthferan (vertrekken, sterfen), frithofe (begraafplaats), geomring (gejammer, klacht, klaagzang), gnornian (treuren, klagen), graef (graf), graefcest (grafkist), graeffeld (grafveld, begraafplaats), graefgeard (graftuin), graefhyll (grafheuvel), graefplate (grafplaat), graefston (grafsteen), grafan (ww graven), granhus (klaaghuis, sterfhuis), granian (kreunen, steunen, grienen, klagen, rouwen), granta (geklaag, klaagzang), grove (begraafplaats), Heafanrice (Hemelrijk), heafdston (grafsteen), helwaeg (lijkweg), holtan wambuse (houten wambuis = doodskist), houlan (huilen), howlan (huilen), hreow (rouw), hreowan (ww rouwen), humman (hummen = zacht en lang herhalend bedroefd en somber geluid maken), lic (lijk), lich (lijk), lichfeld (=A lycfeld), lyc (lijk), lycbaerning (lijkverbranding), lycbour (dodenboer; zorgt voor de begrafenis of crematie), lyccest (lijkkist), lyce (lijk), lycfeld (lijkenveld, begraafplaats), lychus (lijkenhuisje), lycread (lijkrede, afscheidsrede), lycred (=A lycread), lycsmos (lijkensmous = samenkomst na een begrafenis), lycwace (lijkwake), lycwaeg (lijkweg = weg waarlangs lijkkist wordt vervoerd), lycwaegn (lijkwagen), lycwat (lijkwade, lijkkleed), moanan (klagen, rouwen), murnan (treuren, rouwen), murne (lijkenhuisje), neahgrove (koffie na begrafenis), paell (rouwkleed = zwart kleed over doodskist), prestere (priester), redwaeg (redeweg = kortse weg naar grafveld), rewa (reeuwe = doodslucht), rewan (reeuwen = afleggen van een lijk), rowa (rouw, rust), rowan (rouwen), rowian (rouwen), saed (droefig), saednis (droefenis, droefheid), sarig (verdriet), sarig (bedroefd), scrud (lijkwade), scruddan (bedekken), solmne (gewijd, plechtig, eerbiedig), spuc (spook = geest van een dode), spuccaemp (spookkamp = kerkhof), spucwaeg (spookweg =A lycwaeg), steorfan (sterven), sticcan (stikken), tumbe (tombe, grafsteen, zerk), ummagang (ommegang = 3x rond graf lopen na begrafenis), utfeard (uitvaart, begrafenis), wacan (waken), wace (wake), waeccan (waken), wepan (treuren, schreeuwen)
76miljvC++ Homo Naledi - Zuid Afrika: Paleontologen hebben in Zuid Afrika in een grot nabij Sterkfontijn resten gevonden van 15 oermensen, die ze Homo Naledi noemen. Dat betekent Sterrenmens. Aldus genoemd naar de vindplaats, de grot Rising Star, ofwel Dinaledi wat ster betekent in Lesotho, de regiotaal. De locatie ligt op circa 50 Km NW van Johannesburg, in een vallei die door deskundigen wordt gezien als de wieg van onze beschaving. Volgens deskundigen zijn de 15 oermensen doelbewust en met eerbied begraven, wat wijst op een diepe emotionele band. #DeTelegraaf/11.9.2015
> PgOer/Homo Naledi
3000vC++ Donar: (Thor) West Germaanse god van de donder, de vruchtbaarheid, het huwelijk en de doden. Zoon van Wodan en Frig. > Donar
2700vC++ Homograven: In Tjechia zijn graven gevonden van homo's, daterend uit de periode 2900-2500vC. Daaruit blijkt dat mannelijke homo's werden begraven op de traditionele wijze waarop vrouwen toen werden begraven: op de linker zijde met het hoofd gericht naar het oosten en omringd door huishoudelijke attributen. Lesbo's werden begraven op de traditionele wijze voor mannen: op de rechter zijde met het hoofd gericht naar het westen en omringd met wapens. #DeTelegraaf 8.4.2011
2700vC++ Enkelgrafcultuur: In 2013 is in Twello een graf gevonden uit de periode 2900-2500vC. Het gaat om een graf van de Enkelgrafcultuur, wat voor Nederland uitzonderlijk is. De beenderen zijn inmiddels helemaal vergaan door zuur in de grond. Alleen het silhouet van het lijk is nog herkenbaar. #DeTelegraaf 1.10.2013
2010vC: Anno 2007 is in Hattemerbroek een graf gevonden uit circa 2010vC. In dat graf lagen resten van een mens, liggend op een zij. Daarnaast lagen resten van wietplanten, wietpollen, henneppollen en bloemen van de moerasspirea. Wietpollen en moerasspirea zijn geneeskrachtige kruiden. Vooralsnog is niet duidelijk waarom deze zijn meegegeven. #DeTelegraaf 11.4.2012
1500vC++ Inglinga Saga: Odin bepaalt dat alle doden moeten worden verbrand samen met hun roerende have, want ieder komt met zoveel bezit in Walhalla als hem op de brandstapel is meegegeven. Dit gebeurt echter ook bij begraven. (#NEM/p18) > Dodendeel
1500vC++: Ummagang = ommegang = 3x rond graf lopen na begrafenis. Dit gebeurd in Zweden anno 1990* nog steeds. #NEM/p19
1000vC++: Egyptisch Dodenboek
xxx: Op het grafveld van Borgstedterfeld, tussen Rendsburg en EckerfŲrde in Angeln, zijn vele urnen gevonden. #STC
900vC++: In het begin van de Late Bronstijd ontstaat een nieuw grafgebruik. Begraven van doden maakt plaats voor lijkverbranding. Crematieresten (vrnl as) worden bewaard in urnen, die dan meestal worden begraven in urnenvelden. Dit gebruik blijft tot diep in de ijzertijd bestaan. #OBA
800-12vC: Op vele locaties ten noorden van de Rijn zijn sporen van bewoning en en resten van begraafplaatsen aangetroffen uit de Yzertijd. De bewoning is intensief. #OBA
600vC++: Egyptenaren geloven in een ziel die na de dood overgaat naar het Dodenrijk van Osiris. Ze kennen daarom ook een goede dodenzorg, die een goede overgang naar het Dodenrijk moet zeker stellen. (#K&K/Avro okt2013)
300vC: In Haarlem is augustus 2010 gevonden een graf uit de Yzertijd. > Haarlem
200vC++: Angelen worden begraven met hun paarden. > Paarden, Prinses van Zweelo, PgBrit/Wetwang
100nC Tacitus: Bij de West-Germanen krijgt crematie geleidelijk de overhand tot in de eerste eeuwen van de jaartelling. Dit blijkt uit opgravingen en een tekst van Tacitus: Bij begrafenissen heeft geen ijdele praal plaats; alleen zij opgemerkt dat men de lijken van beroemde mannen met bepaalde houtsoorten verbrandt. De brandstapel overladen zij noch met een deken noch met specerijen; aan allen worden wapens, aan sommigen ook hun paard meegegeven. Op de begraafplaats verheft zich een grafheuvel. Weeklagen en tranen laten zij spoedig, smart en rouw houden veel later op. Bij de vrouwen behoort het klagen, bij de mannen de herinnering. ... In latere eeuwen wordt alleen nog het paardetuig meebegraven #NEM/p18
200nC: In Engbergen bij Gendringen is in 1810 een urn met as van een mens gevonden. De urn is van roodachtige aarde en stamt uit de tijd van de Romeinen. > Engbergen
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. In graven en op offerplaatsen zijn gevonden:
- rijk versierd glaswerk in alle kleuren groen van blauwgroen tot gelig
- huisraad, speelgoed, munten en wapens
(#DeTelegraaf 2.5.2014) > Donkere Middeleeuwen
365nC: Grafheuvels Katwijk-Rijnsburg-Monster uit circa 365nC > ZuidHolland
400nC++: Crematie van doden neeemt af. #CAV/p90


          

Boven: Crematie op een zandhoogte in heidegebied ergens in West Angle (NO Nederland) rond 400nC. Aquarel gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek van alle relevante feiten. (© BCK)
400-1000nC: Bron Period Dice Games 800-1800 (Gothic Green Oak, Powys, Wales; first edition, 2008) pg 13ev schrijft:

Little, if nothing, is known of the dice games that the people of Northern Europe played during the six hundred years or so after the Roman Empire collapsed [400nC]. ... Pre Christian burial practices allowed for the possessions of the dead to be buried with them and in many cases this includes dice, often in pairs.
450nC: In Walesby bij Market Rasen in Lincolnshire zijn Christelijke graven gevonden uit de 5e eeuw nC, die van Angelen blijken te zijn. (#MTC) NB Volgens de gangbare leer start de kerstening van Engeland pas rond 600nC. > PgBrit/Edwin van Northumbria
635nC: In Sutton Hoo (Suffolk, East Anglia) is de grafheuvel gevonden van koning Redwald (gb 565nC) > Suffolk
750nC: In Aalsum/Gro is een archeologische vondst gedaan bestaande uit een urn met crematieresten en meeverbrande bijgaven, waaronder een benen dobbelsteen en 10 speelschijfjes, alles uit circa 750nC.
750nC++: Gebuik neemt af om doden bijgiften mee te geven in hun graf. #CAV/p90
784nC: Karel de Grote verbiedt om doden buiten kerken of kerkhoven te begraven. #CAV/p90
1347-1447: Europa in rampspoed: pest dood 30 miljoen mensen, klimaatverandering, veel regen, aardbevingen, 100-jarige oorlog. Dodendansen worden gecomponeerd en worden populair. Mensen dansen wild op begraafplaatsen om hun angst voor de dood te overwinnen (Dance Macabre). In die vreselijke tijd dansen jongeren fanatiek van stad tot stad. > Dansen
Salland: Naar Sallandse traditie ligt het doodshemd met het huwelijk al klaar in de linnenkast. De doodskist met het lijk wordt op de deel gezet. De overledene mag echter niet alleen blijven. Daarom waken de buren erbij. Een bakje met gemalen koffie staat naast de kist tegen de lucht van het lijk in ontbinding. > Averlo
Lijkenhuisje: (Angl: lychus) Hier worden lijken bewaard tot ze begraven kunnen worden. Mogelijk wordt de ruimte sterk gekoeld om ontbinding te voorkomen. Zoals in zgn ijshutten waarin etenswaren koel gehouden worden. Ze staan normaliter ergens achterin een tuin en onder bomen. Ze zijn afgedekt met aarde en beplant met struiken. Hierdoor blijft de temperatuur rond 0 graden celcius. > Kelders
Lijkweg: (Angl: lycwaeg) In de Heidenhoek te Zelhem loopt de Barinkweg, een oude lijkweg richting centrum Zelhem. > Heidenhoek
Lijkensmous: (Angl: lycsmos) = samenkomst na een begrafenis waarbij wordt gegeten, gedronken en gepraat. Deze traditie vindt plaats in NO Nederland (West Angle) tot ver in de vijftiger jaren van de 20ste eeuw. #FRI
1621++: David Beck is schoolmeester in Den Haag, later in Arnhem. In zijn dagboek vertelt hij steevast hoe het weer is. Verder vertelt hij veel over wat hij eet, over zijn gezondheid en kwalen, zijn cotacten, de schrijfopdrachten die hij krijgt, over maanverduistering, het leven in de havens, de waterstanden van de Rijn, over zingen en muziek, over de dood van zijn eerste vrouw Catharina en over de rouwverwerking. Na zeven jaar is hij weer op zoek naar een nieuwe liefde. O.a. via kerkbezoek. Liefdesbrieven aan Catharina herschrijft hij naar ene Geertruijdt. > Dagelijks Leven
2013 Zuid Afrika: In Zuid Afrika wordt traditioneel na een begrafenis gefeest, gegeten en gedronken met familie, verwanten, vrienden en kennissen van dichtbij en veraf. (# BBCtv, De Telegraaf 16.12.2013 ivm dood Nelson Mandela)
** Grafcultuur, Grafheuvels, Crematie, Urnencultuur, Lincolnshire, Engbergen, Dodenrijk, Hemelrijk, Herrijzenis, Doodstraf

 
Theater:
()A buna (podium, toneel), husting (platform), plagian (=A plegan), plega (daad, spel, toneel), plegan (plegen, spelen, acteren), plegian (=A plegan), pley (spel, toneel), pleyan (spelen, acteren), pleyhus (theater), spilhus (speelhuis, theater), spilian (spelen, vrolijk bewegen, dansen), spylan (spelen), spylhus (theater), taneal (toneel, tribune, stellage, feest)
** Vermaak, Kluchten, Muziek, Zingen, Dansen

Thee:
Anglisch: tay, tee.
300vC-1450nC: De Zijderoute is een handelsroute waarlangs oorspronkelijk voornamelijk zijde uit China wordt vervoerd naar andere gebieden in AziŽ en Europa. Later worden ook steeds meer vervoerd satijn, thee, wierook, robijnen, diamanten, parels, porselijn, papier, paarden, buskruit, rabarber, perzikken, sinaasapples, muskus en vele andere producten.
1605: Naar zeggen wordt in 1605 de eerste thee ingevoerd in Nederland. Per schip vanuit het Verre Oosten. (AVROtv 26.1.2011) Gezien de Zijderoute lijkt het evenwel mogelijk dat er al eerder thee te koop was. > Zijderoute
1650++: Nederland importeert thee uit Ceylon. #AVROtv/K&K nov 2015

Theosofie:
Betreft wijsheid over God en het goddelijke i.c. beschouwingen, dus niet dogmatisch. Deze stroming is oeroud. Ze kemerkt zich door het besef dat haar opvattingen en uitspraken van menslijke aard zijn en daarom zeker niet gelden als absolute zekerheden.
** God, Angalisme

Thiems: mogelijk voormalige waterloop in Hengelo/Twente > Thiemsbrug

Thiemsbrug: (TBR:)
Plein en centrum van Hengelo/Twente. De naam veronderstelt een historische brug over een rivier of beek met de naam Thiems. Vooralsnog is die nog niet gevonden.
¶ NB: Anglisch
- taem = tam, getemd, saai, braaf, zedig, rustig
- taem, team = traag stromend water
- -s =A -is
- -is, -isc = -isch = -ig, -achtig, nogal, tamelijk
Thames: OE Temes. NL Theems. Opmerkelijk is dat river de Thames [Theems, Thems] in Engeland door vele Engelsen wordt uitgesproken als Thiems. O.a. in Escape to the Country (BBCtv 11.9.2012). Of er verband bestaat tussen de Thiems in Hengelo en de Thames [Thiems] in Engeland is vooralsnog niet ontdekt. Hengelo wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit Noord Twente. In latere eeuwen migreren vele Tukkers uit Twente naar Engeland. Een verband lijkt dus mogelijk. > Twente/Tukkers
Brugging: Familienaam mogelijk afkomstig uit Hengelo. Gezien de Anglische herkomst van Hengelo lijkt de naam afgeleid van Anglisch brycge (brug) + ing (volk, familie). Dus: het volk bij de brug. Kenlijk woonden ze daar. Het lijkt dus dat er in of door Hengelo inderdaad een rivier stroomde.
Temse: Alias Temsebrug. Dorp in Waasland (Oost Vlaanderen). Oudste vermelding in 770nC. Temse grenst aan het dorp Boornen, in 1108 vermeld als Burnehen. De naam Temsebrug lijkt te kunnen betekenen: de brug over de rivier Temse. Analoog aan Thiemsbrug als brug over de Thiems.
¶ Voorgaande geografische en fonologische situatie lijkt frapant veel op de situatie van Thiemsbrug in Hengelo en aangrenzend Borne (volksmond: Boarn). Het kan toeval zijn. Echter, aangezien vele Angelen in NO Nederland na het vertrek van de Romeinen rond 400nC verder migreren naar Limburg, Brabant en Vlaanderen, lijkt het mogelijk dat Temsebrug en Boornen is gesticht door Angelen uit de regio Hengelo-Borne in Twente.
** Hengelo, TEHA, M35, Tamsbeek

Thor: > Donar, Dor

Thorbecke:
Deze naam is afgeleid van de god Thor + beck, bece. Beide naamdelen wijzen op Anglische herkomst. De naam duidt verder op een beek met die naam. De locatie van die beek is vooralsnog niet bekend. Gezien de Anglische herkomst van de naam, zal die locatie wel ergens in historisch Anglisch gebied zijn. Mogelijk in NO Nederland. De familienaam lijkt afkomstig uit Zwolle. Die regio is derhalve een reŽele kans.
¶ Anno 1947 komt de naam Thorbecke 38x voor in Nederland, met hoogste frekwentie in Noord Holland (21x) en Groningen (6x). De naam komt ook 5x voor als Torbecke, waarvan 4x in Rotterdam. Bekend:

Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872), geboren in Zwolle. Groot en zeer belangrijk staatsman. Studeerde Letteren in Amsterdam, Leiden en Duitsland. Politiek een middenvelder, tussen Revolutionairen en Anti-Revolutionairen. Kenmerkt zich als progressief, historisch, anti-ideologisch, liberaal en pragmatisch. Doceert aan de universiteiten o.a. letteren, diplomatie, politieke geschiedenis, economie en statistiek te Gent en later in Leiden. Is de belangrijkste architect van de Grondwet van 1848. De periode 1840-1870 wordt terecht het Thorbecke tijdperk genoemd. Zijn invloed op de Nederlandse politiek is diepgaand en langdurig. Op 4 juni 1872 overlijdt hij in Den Haag.
 
Het is denkbaar dat Thorbecke oorspronkelijk is geÔnspireerd door de liberale patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1781), die sinds 1769 in Zwolle woonde en werkte.
Litt.: Thorbecke als Oost-Nederlandse patriot van W. Verkade; Gelderse Historische Reeks (4); Uitg: De Walburg Pers, Zutphen 1974.
** Democratie, Capellen tot den Pol (Joan Derk van der)
# KBG, WP, DAB

 
Thorhem:
Alias Doorn in Utrecht. Zo genoemd in acten uit 885-896nC.
¶ Rond 150vC wordt de regio Thorhem bevolkt door Angelen uit de West Veluwe. De naam Thorhem lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Thor (naam van de Anglische god van de donder) + ham (heem, oord). Dus: het oord van Thor.
** Utrecht/provincie

Thorland: > West Angle

Thorsberg:
Plaats bij Suderbrarup in Angeln, iets noordelijk van de Schlei.
Hier zijn twee runenstenen gevonden met daarop inscripties in de Oude Futhark. Thans bevinden de stenen zich in Museum AltertŁmer in Kile. (arild-hauge.com 13.12.07)

1. dd 100-550 nC
Tekst in Oer Anglisch: aisgRh = Aisgzeh?. Geen vertaling bekend.

2. dd 200-250 nC
Tekst in Oer Anglisch:

owlthuthewaR / ni waje mariR

= owulthuthewaz, ni waje mariz
= o+wulthu+thewaz, ni waje mariz

o = een
wulthu = weldoen
thewaz = Tiwaz = Anglische god van de Gerechtigheid
ni = niet (ONL nie)
waje = weinig
mariz = vermaard
vertaling:

= een+weldoen+Tiwaz, niet weinig vermaard
= een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard

Per saldo lijkt het er dus inderdaad op dat Oer Anglisch en Oer Nederlands nauw verwante talen zijn.
¶ Volgens bron absoluteastronomy.com 4.6.09 staat tekst 2 echter op een zwaard, en dus niet op een runesteen. Gezien de tekst lijkt dit inderdaad meer waarschijnlijk.
¶ In de Thorsberg Moor (moeras) zijn ook oude kledingstukken gevonden. Een tuniek (hemd) en mannenbroek uit de 4e eeuw nC. Daarnaast ook een oude Romeinse helm en andere deposieten vanaf de 2e eeuw nC. De vondsten liggen in het Gottorp Paleis Museum. Nabij de Thorsberg Moor is ook gevonden een heuvel met een stenen cirkel uit de Yzertijd. De deposieten worden vanaf 200 nC steeds meer krijgskundig van aard. Ze worden daarom in verband gebracht met de Marcomaanse Oorlog van 166-180nC.
** Thor, Tiwaz, Oer Anglisch, Marcomanen
# DVB, KBG

Thorsham:
Locatie in het verdronken Reidersland. De naam is afgeleid van Anglisch Thor (Donar, god van de oorlog en bliksem) + ham (heem, huis, oord).
** Reiderland

Thunor:
Anglische naam voor de god Donar (= Thor).
** Thor, Donar

Thuringen: (THU:)
Staat in Midden Duitsland, met hoofdstad Erfurt. Genoemd naar het volk Thuringi, dat rond 125nC woont tussen de Eems en de Elbe. Zij vestigen zich rond 300nC in Thuringen (Saxisch: Tureng; Platduits: DŲringen). In 400-531 bestaat er een koninkrijk Thuringen. In 800-803nC wordt het veroverd door Saxen en Franken en sindsdien is het een Frankisch hertogdom.
Thuringe: Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch Thur (= Thor, Thunor, Donar = Anglische god van donder, vruchtbaarheid, huwelijk en doden) + ing (volk). Dus: volk van Thor =* aanhangers van Thor =* priestervolk gewijd aan Thor. > Donar
¶ In 800nC wordt de Lex Anglorum et Werinorum hoc est Thuringorum voor Thuringen bekrachtigd door keizer Karel de Grote. (> Engilin) Deze benaming en datering geeft aan dat het gebied in die tijd wordt beschouwd als een Anglisch gebied, waar ook Warnen wonen. De Angelen in dit gebied moeten zich daar circa 300nC hebben gevestigd. Mogelijk vanuit Wijchen bij Nijmegen. De plaatsen Angelhausen en Angelroda geven daarvan blijk. Ze worden voor het eerst genoemd in 948nC en moeten dus al zeker 100 jaar of eerder door Angelen zijn bevolkt.
¶ JŁrgen Fritsche schrijft in rootsweb.com 31.5.09:

Angles and Warnes, together with the Hermunduri, during the centuries, from the 4th century on became major part of the new population of the Thuringi. How important they were shows us that their tribal law code still was recorded centuries later, after 270 years of Frankish rule over the Thuringians, by the Frankish emperor Karl (Charles the Great) in 803 AD as "Lex Angliorum et Werinorum hoc est Thuringorum" (Law of the Angles and the Warnes, which is the law of the Thuringians).
** Angelhausen, Angelroda, Migratiestromen, Angelen
# WP, WKP 27.8.09, DAB

 
Thyrs:
Mensen etende reuzen en demonen uit de Germaanse mythologie. Het monster Grendel uit de Beowulf was zo'n thyr.
** Grendel, Wyrm

Tiding: > Holting

Tieckenslaegte:
Natuurgebied nabij de Stadsedijk te Zelhem. Aangezien de regio Zelhem rond 200vC is bevolkt door Angelen, kan de naam zijn afgeleid van Anglisch ticia (teek) + laeg (laagte, loo). In het gebied ligt inderdaad een kleine plas of poel.
** Zelhem, ASA

Tilligte:
Dorp bij Denekamp in Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. Rond 1000nC wordt de regio Tylghede genoemd. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch tylga (vertakking, zijarm) + hede (heide). Dus: de heide bij/aan de zijarm. Met zijarm wordt hier kennelijk bedoeld de zijarm van de Dinkel. Op kaart RZA/36 (1773) is te zien dat de Dinkel zich bij Singraven (westkant Denekamp) inderdaad splitst in twee takken.
¶ Op de kaart Oost-Twente (ANWB-VVV Recreatiekaart 1996) is te zien dat Tilligte is gelegen aan de oostkant van Tilligter Beek en westlijk van de Dinkel. Mogelijk is de Tilligter Beek de genoemde zijarm van de Dinkel. Aan de westkant van Tilligte lagen bevoor 2012 grote heidevelden (# Planologie 2012). Deze info lijkt de genoemde ethymologie van Tilligte te bevestigen.
** RZA

Timetable: > Pg AngleTimes

Tinallinge:
Dorp op circa 2 Km noordoost van Winsum, Noord Groningen. Oorspronkelijk heet deze locatie Ingaldinghem.
** Ingaldinghem

Titels:
()A aeganearfet (eigenerfde = bezitter van minimaal 15 Ha grond dat al minstens 3 generaties familiebezit is), aercebiscop (aartsbisschop), bacheler (jonge edelman), biscop (bisschop), borgmaester (burgemeester), borgwaerd (burggraaf, borgheer), burgwarena (=A borgwaerd), brego (vorst, koning), circmaester (kerkmeester), cwen (koningin), cyning (koning), domne (heer, landheer), dryhten (heer, landheer), ealdor (ouder, hoofd, meester, heer, prins), ealdorbiscop (hogepriester), ealdorman (hoofdeling, bestuurder, leider, edelman), ealdormen (oldermannen, leiders), ealdorpreost (hogepriester), gerefa (graaf, ordebewaker), grytman (grietman = bestuurder, burgemeester, rechter), har (heer, grijsaard), heanes (hoogheid), heir (heer), heretoga (=A hertuge), herscop (heerschap, landsheer, leenheer), hertuge (hertog, generaal), hlaedige (=A laedige), hygnis (hoogheid), joffre (jufvrouw, jongedame), laedige (jongedame, vrijgezelle dame), maegester (meester), mearcgerefa (markgraaf, markies = graaf van een grensgewest), maerctmaester (marktmeester), maester (meester), palsgerefa (paltsgraaf; # hoftitel), preost (proost; # kerkambt) prestere (priester), sceolmaester (schoolmeester, schoolhoofd), scepen (schepen, raadslid), scirgerefa (ordebewkaker in een scire), scolt (=A scout), scout (schout, bestuurder, gerechtsdienaar), waesscout (dijkgraaf), warena (graaf), weorthignis (waardigheid)
** Adel

Tithing: > Holting
Timmerwerk: > Houtwerk
Tiw: > Tiwaz
Tiwas: > Tiwaz

Tiwaz:: (TWZ:)
Alias Thewaz, Tiwas, Tiwes, Tingwaz, Tiw, Tyr, Irmin, Hirmin. Anglische god van Gerechtigheid en Oorlog, verglijkbaar met de Romeinse god Mars en de Arische god Deiwos, de god van het luchtruim. Ook beschermgod van de dingplaatsen en de zgn dingen (vergaderingen) die daar worden gehouden.
Tiwesdaeg: (Dinsdag) De naam van Tiwaz leeft voort in Dinsdag (ON dincsdag, dingesdag). Dinsdag is namelijk de dag waarop de dingen i.c. rechtszaken plaats vinden. Overwonnen vijanden worden aan hem geofferd. Als zodanig geldt Tiwaz ook als god van de Gerechtigheid.
¶ Tiwaz wordt gezien als identiek aan de Romeinse oorloggod Mars.
¶ De naam Tiwaz (Thewaz) vinden we terug in Deiwos (Arisch), Devas (Sanskriet), Dewes (Oud Pruisisch) en Dievas (Litouws). Devas, Dewes en Dievas worden normaliter vertaald met God. Dus feitelijk de Enige Almachtige. Met de functie van god van de Gerechtigheid lijkt Tiwaz zeker de machtigste god van de Germanen. > Henothisme
15nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. (#CAV/p86) Recent Duits archeologisch onderzoek heeft echter nog geen bewijzen gevonden.
200nC: Op een runensteen van circa 200nC in Thorsberg (Angeln) staat geschreven in Oud Anglisch:

owlthuthewaR / ni waje mariR
= o wulthu thewaz, ni waje mariz
= een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard
> Thorsberg
415nC: Bron WAB/p82 schrijft: The names of some of the ancient English deities are preserved to us in our words denoting the days of the week. ... "Tuesday" is Tiwesdaeg the day dedicated to Tiw, the dark god of war.
415nC++ Weekdagen: (AL wicudaegas):
Sunndaeg (Sunnandaeg) = zondag; gn naar de zon
Maendaeg (monandaeg) = maandag; gn de maan
Tiwesdaeg (tinxdaeg, tsinxdaeg, dingsdaeg) = dag waaop gedingt wordt; gn Tiwas, god van de Gerechtigheid
Wodnesdaeg = woensdag; gn Wodan, een god van de Angelen
Goindaeg = woensdag
Thuresdaeg (thunresdaeg, thundardaeg) = donderdag; gn Thor, god van de oorlog en donder
Frigedaeg = vrijdag; gn Frigg (Freya), godin van de liefde
Saeterndaeg = zaterdag; gn de god Saeter > Saeter
415nC: De Anglische ordening van de weekdagen weerspiegelt kenlijk de Anglische hiŽrarchie van de kosmische elementen. Opmerklijk is dat daarin Tiwaz (god van de Gerechtigheid) is geplaatst boven Wodan. > Weekdagen, Paralogie
E.e.a. betekent dat de Angelen Tiwaz zien als hun oppergod.
¶ NB Anglisch thewaz (theof) = dief, boosdoener
¶ Het Maleis kent tewas = doden, ombrengen, omkomen. (#KBL) De gemeenschappelijke wortels van Maleis en Anglisch liggen in het Arisch en dateren derhalve van rond 5000vC. > Maleis
Teeuwland: Veld in Geesteren/Achterhoek. (> Teeuwland) Het veld is mogelijk genoemd naar Tiwaz en kan derhalve een locatie zijn waar recht werd gesproken en/of mensen werden terechtgesteld. Deze these wordt gesterkt doordat:
- de locatie merkbaar op een hoogte ligt (#FRI)
- de Angelen hun goden vaak op een hoogte (heuvel, e.d.) vereren
- Anglische gerechtsplaatsen (dingplaatsen) normaliter op een hoogte liggen
** Irmin, Goden, Gerechtigheid, Dingplaatsen, Teeuwland, Angantyr, Goten, Zonnerad, HenothÔsme, PgLing/225nC
# RRA, vkblog 29.10.09, DAB, KBG

 
TJO: Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)
1300-1516 Neder-Angelland (Oost + West Angle) onderdeel Bourgondisch Rijk
1516-1648 Neder-Angelland onderdeel Duitse Rijk > Versaxing
1568-1648 Tachtigjarige Oorlog
1568----- Slag bij Heiligerlee > Heiligerlee
1600++-- Ontangeling in Nederland > Ontangeling
1600++-- Verfriezing West Angle > Verfriezing
1627----- Slag om Grolle (Groenlo): Hollanders, Engelsen, Duitsers (Hessen + Thuringen) en Tjechen verslaan de Spanjaarden in Groenlo na drie dagen hevige strijd > Adelaar
1648----- Vrede van Munster. Nederland onafhankeleijke staat
1648----- West Angle onderdeel Nederland
1648----- Oost Angle onderdeel Duitse Rijk
1648----- West Angle = Groningen + Drente + Overijssel + Gelderland
1648----- Oost Angle = NederSaxen + Westfalen
¶ De oorlog begint met de Slag bij Heiligerlee. Lodewijk van Nassau verslaat Arenberg, de Spaansgezinde stadhouder van Groningen. Arenberg vlucht, maar wordt achterhaald en gedood. > Heiligerlee
¶ Na de slag volgt een lange periode van wisselende successen. Uiteindelijk echter worden de Spanjaarden gedwongen zich terug te trekken uit de Nederlanden. In 1648 volgt dan de Vrede van Munster, waarin de Nederlanden onafhankelijkheid verkrijgen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is geboren.
¶ Over de diepste oorzaken van de oorlog bestaat veel onduidelijkheid. Het misdadig optreden van de Katholieke Kerk lijkt echter de belangrijkste reden. De Inquisitie heeft zich uiterst gehaat gemaakt met de massale vervolging en moord op Protestanten. In 1560 is de maat vol en beginnen de onlusten. De Protestanten verwerven snel grote aanhang in Vlaanderen, Brabant, Zeeland en Holland.
¶ De houding van Oost Nederland lijkt aanvankelijk gematigd. Toch wordt ook daar fel gestreden. O.a. in 1627 tijdens de Slag om Grolle, waarin Frederik Hendrik van Nassau zich een zeer bekwaam militair toont. > Adelaar
¶ De centrale rol van Willem van Oranje Nassau en zijn broers in het verloop van de oorlog doet vermoeden dat de strijd ook een familiaire betekenis heeft. Temeer daar de Nassaus al belangen hebben in de Nederlanden. Uiteindelijk worden zij ook de prominente voormannen van de Protestanten. Na 1648 wordt hun rol door de Republiek echter gemarginaliseerd. Dit lijkt te betekenen dat de drijvende krachten achter de oorlog toch zeer pluriform zijn.
De rol van NO Nederland in deze oorlog is vooralsnog niet duidelijk. Willem van Oranje wil rond 1580 Deventer tot hoofdstad van Nederland maken. Daarmee geeft hij blijk van zijn vertrouwen in NO Nederland. Holland ziet dat niet zitten en kiest uiteindelijk voor Den Haag.
De rol van Engeland:
- 1585 Koningin Elisabeth I van Engeland is een groot sympathisant van de opstand. Zij stuurt de militair Robert Dudley Leicester, zoon van de hertog van Northumberland. Leicester is een voorstander van het Protestantisme en poogt de opstandelingen zo goed mogelijk te helpen.
- 1585 Sir Philip Sidney is een Engels dichter en diplomaat. In 1572-75 reist hij op het Continent. In 1585 gaat hij als officier van het leger van Robert Dudley Leicester naar Nederland. In Zutphen raakt hij gewond. Daar staat een standbeeld van hem.
- 1586 In 1586 zijn Engelse soldaten gelegerd in Deventer door Leicester. Hun overste heet Stanley. Een boze man in Deventer schrijft over hen:

Allerongheregelste wilt barbarisch volck datter oyt gesien was. Sij gingen half nakent, sonder hare schamelheyt anders dan in een kort linnen schortien te bedecken, also datse ter aerden buckende haest niets verborgen hielden. Discretie, beleeftheydt ghelijck, menschelijck medelijden waren so verre van hunluyden als oft sij niet in de Christenheydt maar in Brasilien opgevoedt waren. Het waren meer beesten als menschen gelijck, aten dikwijls rauw vleesch. # GTW/p142
Dezelfde bron noemt uit diezelfde tijd de namen van Nederlandse krijgshelden onder overste Hegeman te Hardewijk:
Welgemoet van Arnhem, Rijck Sondergelt van Arnhem, Vroechverdorven van Wezel, ..., Verstoten kindt van Bommel, ..., Evenblij van Doccum, Truijrniet van Amsterdam, Welgetrouwt van Roothuijs, Kind van geneugten van Wageningen, Cleijn sorch van Utrecht, Halfwassen van Bolswerd, Storte Keel van Lubick, Schepop van Delft, Onversaeght van Diemen, Lichtleven van Schermer, ... Roze van Zutphen, ... Hans onkruijt van Nimwegen, Smetser van Zetten, Verdoolt kind van Flandren, Grotendorst van Amersfoort, IJsvogel van Sellem, Halfverdobbelt van Groll, ..., Opreijer van Deventer, Cruitnegel van Arnhem, ..., Siverschoon van Nijmwegen, ..., Smeervorst van Tiel, Jonckverdorven van Nijmwegen, Hans Staebij van Aurich, Drinkuit van Elburg
- 1587 Bron GTW/p142 schrijft verder:
Na het verraad van Stanley in 1587 werden in Deventer Walen en Duitsers gelegerd die op hun beurt weer te keer gingen. Zij sloopten huizen op klaarlichte dag en verkochten alles ten eigen bate. ... De soldaten waren beroeps en kwamen uit heel Europa. ... De soldaten waren ruwe ongelikte beren die de dag al drinkend doorbrachten in herbergen en kroegen en zetten dit gedrag gewoon voort op nun inkwartieringsadressen.
- 1587 De regenten van Holland hebben grote problemen met Leicester vanwege zijn strenge maatregelen. Elisabeth is geschokt en roept hem daarom tijdelijk terug. In die periode leveren Engelse officieren de schansen van Deventer en Zutphen uit aan Parma, de Spaanse legerleider. De opstandelingen zijn geschokt. In 1587 keert Leicester terug. De Hollandse regenten hebben hem echter inmiddels alle bevoegdheden ontnomen. Daarop gaat het gerucht dat Leicester op last van Elisabeth zou gaan onderhandelen over vrede met Spanje. Dit wekt de woede van de Protestanten met als gevolg dat alle gewesten zich aansluiten bij de opstand. In 1587 keert Leicester terug naar Engeland.

- 1627 Tijdens de Slag om Grolle in 1627 is Engeland echter weer ruim van de partij in de strijd tegen de Spanjaarden.
Rechts: Engelse vaandeldrager van The Red Regiment uit Engeland tijdens een re-enactment van de Slag om Grolle (Groenlo) in 1627. De Hollanders vechten in die jaren samen met geallieerden uit andere Europese landen tegen de Spanjaarden.
 

¶ Het gedrag van mensen laat in de Tachtigjarige Oorlog vaak veel te wensen over. Bron GTW/p142 schrijft daarover:

W. Nagge schreef: er worden grote vervolgingen gedaan om de religie, met hangen, branden, radbraken en konfiskeren van goederen. Vlees eten op vrijdag, apostelavond of op andere verboden tijden, de "kettermeisters" wisten er wel raad mee, de doodstraf. De Tachtigjarige Oorlog was voor veel mensen een barbaarse tijd.
** Heiligerlee, Adelaar
# WP, DAB, KBG

 
Tjoene:
Vroeger: 't Ioener. Gehucht bij Diepenveen.
250vC: De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch jeonere [djoener] = timmerbedrijf.
975nC++: Tjoene is al bevoor de middeleeuwen een marke. (#OOD/p19) De Middeleeuwen zijn van 450-1500nC. (> Tijdperken) Tjoene zal dan ergens halfweg rond 975nC al een marke kunnen zijn. Vooralsnog is Tjoene daarmee de oudst bekende marke.
** Markegrond

Toekomst: (TKM:)
¶ De Germanen dobbelen veel. Niet alleen om te gokken, maar ook om de toekomst te voorspellen of keuzes te maken. Tacitus schrijft dat de Germanen bij hun laatste worp, als ze alles hebben verloren, zelfs hun eigen vrijheid op het spel zetten.
¶ Met een goede agenda is men goed voorbereid. Een goede agenda brengt ware rust en vrede. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. #SRK
¶ Denk niet teveel aan morgen. Elke dag heeft genoeg aan het eigen kwaad. De meester volgt de goede weg en zal veel bereiken. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
¶ Denk niet teveel aan de toekomst. Elke dag heeft genoeg aan het eigen kwaad. De meester volgt de goede weg en zal veel bereiken. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
¶ Denk niet teveel aan de toekomst. Morgen is ook nog een dag. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Denk niet teveel aan de toekomst. Pluk de dag eer de dag u plukt. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Denk niet teveel aan de toekomst. Wie dan leeft, die dan zorgt. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Denk niet teveel aan de toekomst. Sta op en wandel. Het leven heeft meer te bieden. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Maak u geen zorgen over de toekomst. Wie dan leeft, die dan zorgt. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. Meer dan dat kan een mens niet doen. #SRK
¶ Het leven kent vele ups en downs. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
** Prioriteiten, Voorspelling, Vertrouwen

Toelaatbaarheid: > Geoorloofdheid
Tol: > Tolgeld

Tolerantie: (TLR:)
5000vC++: Horus is de Egyptische god van de Liefde. In Sudan zijn stenen beeldjes van hem gevonden. Ze dateren uit circa 5000vC. > Hemelrijk
3000vC++ Egypte: Op oude Egyptische muurschilderingen zijn vaak grote weegschalen afgebeeld waarbij de god Horus staat. Hij weegt dan het hart van de gestorven persoon tegen een veertje. Als de schaal met het veertje doorslaat, dan is de gestorrvene kenlijk een slecht persoon geweest in zijn leven. Hij wordt dan niet toegelaten tot het Hemelse Rijk. Zulke schilderingen geven aan hoe tolerant en vergevingsgezind Horus is. Niet voor niets is hij dan ook de god van de liefde. > Liefde
3000vC++ HinduÔsme: Kijken we naar India en het HinduÔsme dan valt op dat in hun cultuur enorm veel tolerantie bestaat. Er heerst een enorme variatie in goden, cultgroepen en mythologische visies. Daarnaast is India de grootste en meest stabiele democratie ter wereld. Tussen het bestaan van grote variatie in culten en democratie lijkt een fundamenteel verband te bestaan. Der Spiegel van 22.12.06 besteedt daar veel aandacht aan en stelt de centrale vraag:

FŁrht der Glaube an einen einzigen Gott zwangslšufig zu einer gewalttštigen Religion?
Na zorgvuldig en gedetailleerd historisch onderzoek naar de wortels van het monotheÔsme in het Midden Oosten volgt de conclusie:
Gleichwie: 2500 Jahre danach ist der Nahe Osten immer noch ein Pulverfass. Der "geistig-kulturelle Raum", den Abend- und Morgenland seit dem Tag "mosaischen Unterscheidung zwischen wahr und falsch in der Religion" (Assmann) gemeinsam bewohnen, steckt voll ungrŁndiger Feindschaft. Er is wie ein Beil, er spaltet.
In het artikel zegt Egyptoloog professor Jan Assmann:
Wir mŁssen von der Vorstellung loskommen, im Besitz einer absoluten, in geoffenbarten Schriften niedergelegten Wahrheit zu sein. Alle Religionen sinds gleich weit entfernt von der Wahrheit, die wir nie besitzen, nur anzielen kŲnnen.
Kenlijk is monotheÔsme dus een stroming die veel verdeeldheid en strijd veroorzaakt, en is pantheÔsme tot meer tolerantie in staat, hetgeen leidt tot vreedzaam en prettig samenleven. PantheÔsme is dus feitelijk een vorm van vrijheid, democratie en welgaan. Deze basale kenmerken van goed samenleven vinden we terug in landen waar het ontbreekt aan een dominante monotheÔstische religie of ideologie.
Verzoening: De rechtspraak bij de Germanen c.q. Angelen is gezien in de tijd feitelijk niet slecht georganiseerd. Het stamrecht wordt overgeleverd van generatie op generatie en middels dingen (rechtszittingen) in een Mallus gehandhaafd. Verreweg de meeste delicten worden gestraft met een geldboete (zoengeld). De rechtspraak is dus sterk gericht op verzoening. Die immers verzekert duurzame stamvrede. Slechts zeer ernstige delicten worden gestraft met verbanning of de dood. Pas na de vestiging van de christelijke kerk wordt de doodstraf op grotere schaal ingevoerd. Met name voor delicten tegen de kerk en zgn heidense rituelen. > Verzoening
450vC++: Athene tolerant en democratisch bestuurt. > Griekenland
750nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:
Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de BaloŽr Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
754nC++: Lebinus, een Engelse missionaris uit Noord Yorkshire, vestigt zich in Deventer. In zijn missiejaren bouwt hij kerken in Zoeterwoude (750), Heemse bij Hardenberg (St Lambertus Kerk 756), Zwolle (Grote Kerk 765), Wilp (765) en Deventer (LebuÔnus Kerk 768). Uit deze feiten blijkt dat de Naturale Angelen nogal tolerant staan tegenover de christenen. > Lebinus, Naturalisme, Angalisme
795nC++: Missionaris Ludger (742-809) predikt in Deventer, waar hij een kerk bouwt op het graf van Lebinus. (> Ludger) Kenlijk staat de Naturale Anglische bevolking van Deventer nogal tolerant tegenover de kerstening. > Naturalisme, Angalisme
801nC++: Uit het feit dat Ludger in 801nC z'n kerk mag bouwen in Zelhem blijkt dat de Naturale Angelen aldaar nogal tolerant zijn. Hun eigen oude Anglische naturale opvattingen bieden kennelijk voldoende ruimte aan andersdenkenden. Dat kan van de christenen niet gezegd worden gezien de ernstige vervolgingen door hen gepleegd tijdens en na de kerstening. > Zelhem, Kerstening
1330-1720: Tijdens de gruwelijke Heksenvervolging in Europa door toedoen van de Katholieke Kerk worden de vervolgingen steeds erger. Vooral in de periode 1330-1720, waarin naar schatting 30.000 tot 60.000 heksen werden vervolgd en op gruwelijke wijze werden verhoord en daarna levend verbrand op de brandstapel. > Heksenvervolging
1500++: Het uiterst wrede optreden van de Inquisitie in Europa bevestigt het voorgaande eveneens. In de 16e eeuw worden per saldo 2000 Nederlandse en Vlaamse Protestanten door de Inquisitie levend verbrand op de brandstapel. Onder de 2000 slachtoffers van dit extreem wrede proces waren 1600 Doopsgezinden. (De Telegraaf 25.2.2011)
1700++: Ook de Homovervolging in Nederland in de 18e eeuw bevestigt de uiterst wrede en mensvijandige uitwassen van het christendom. Naar schatting zijn in die tijd enige honderden homo's door toedoen van dominees van de Gereformeerde Staatskerk vervolgd en verbannen of op de brandstappel verbrand. > PgA-Z/Homovervolging
2011: Anno 2011 bevestigt Willem Breedveld de stelling dat religies bronnen kunnen zijn van discriminatie en moord. Breedveld is werkzaam aan de (Christelijke) Vrije Universiteit te Amsterdam. Kennelijk heeft hij veel moeite met de Partij voor de Vrijheid, die zich sterk verzet tegen de hardheden van de islam. Op Twitter roept Breedveld daarom op om alle PVV-ers dood te schieten. (DeTelegraaf 27.1.2011) Kort daarna haast de VU zich met een persbericht waarin ze zich distantieert van de uitspraken van Peter Breedveld en zal overwegen hem op non-actief te stellen. Op POWNEWStv ziet Peter Breedveld er verbeten uit en beweert dat het een grap was. POWNEWS vraagt dan of Breedveld een te grote broek had aangetrokken. Breedveld is dan kennelijk uit het veld geslagen. Hij weet zich geen raad. Uit pure wanhoop eist hij dan heel autoritair dat POWNEWS het VU pand moet verlaten. Zo gaat hij om met geld van de belastingbetalers, te laf om zich te verantwoorden. #FRI
Gezien het voorgaande lijkt het pantheÔsme van de Germanen een zeer positieve factor te zijn. Het blijkt in ieder geval dat vrouwen een sterke sociale positie bezitten. (> Vrouwen) Het christendom heeft die positie in de loop der eeuwen steeds verder uitgehold en de vrouwen nagenoeg volledig beroofd van rechten. Pas sinds de 19e eeuw worden vrouwen in Europa bewust van hun underdog positie en beginnen ze aan een langdurige en zware strijd om hun gelijkwaardige positie te heroveren. Het lijkt in dezen dan ook zeer aannemelijk dat de kennelijk tolerante Germaanse samenleving ondanks de christelijke onderdrukking toch op enigerlei wijze is blijven doorbestaan en uiteindelijk heeft gezorgd voor Reformatie, Verlichting, Liberalisme, Democratie en Mensenrechten.
2016: Jordania is een land in het Nabij Oosten. Ondanks de vele onlusten en oorlogen in omringende landen is Jordania een oase van rust en vrede. Dat heeft te maken met het overheidsbeleid van Power of Humanity and Peace. De Jordaanse overheid luistert goed naar alle verschillende bevolkingsgroepen en zorgt in haar beleid dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan al hun wensen. Daardoor heerst er al decennia lang een klimaat van stabiele rust en vrede. Indirect zorgt dit beleid ook voor duurzame welvaart en tevredenheid. #MAXtv/EricaTerpstra 24.4.2016
¶ Het leven is nemen en geven. Zonder dat is het leven hard en zwaar. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
** Aryanisme, HinduÔsme, Ideologie, Mensenrechten, Barmhartigheid
# Der Spiegel 22.12.06, DAB, KBG

Tolgeld: (TLG:)
()A barra (slagboom, barriŤre), claphecce (slagboom), imposta (=A posta), post (grenspaal), posta (belasting), stoppian (ww stoppen), toll (tol, grensbelasting), tollan (tol betalen), tollbar (tolplichtig), tollbeam (tolboom, slagboom), tollbord (tolbord), tollcaemere (tolkantoor), tollgield (tolgeld), tollhus (tolhuis, belastingkantoor), tollnere (tolheffer, belastinginner), tolltarif (toltarief), tollwaeg (tolweg), tolne (=A toll), tulnere (tulner = tollenaar = tolgaarder = inner van tolgeld)
300vC++: Landweren zijn verdedigingswerken rond nederzettingen, borgen en andere locaties. Oorspronkelijk gebouwd met aarde. Ze waren bedoeld om ongewesnte indringers te weren. O.a. wilde dieren, rovers en vijandige soldaten. Op enkele plekken waren doorgangen, die bewaakt werden. Soms moest tol betaald worden om toegang te krijgen.
¶ Wegen liepen meestal buiten de steden om. De stadspoorten gingen namelijk bij het invallen van de duisternis dicht. Ook reed men om de steden heen om stedelijke heffingen te mijden. #INS 2011/4
** Tolwegen, Grenzen, Hessenwegen, Landweren

Tolheffing: > Tolgeld, Tolwegen
Tolhuisjes: > Tolwegen

Tolwegen: (TLW:)
1550: In Nederland ontstaat rond 1550 het postwezen. Ze zorgt er o.a. voor dat de toestand van de wegen langzamerhand beter wordt.
1800: Wegen in Nederland worden op grote schaal verhard. I.e.: Vele oude zandwegen worden bedekt met een laag grint of steenslag.
¶ Om aanleg en onderhoud van wegen te kunnen betalen gaan Rijk en Provincie tol heffen. Er komen tolhuisjes en slagbomen langs de weg. Doorgang is alleen mogelijk na betaling van tolgeld. De tarieven zijn aangegeven op de tolborden bij de slagbomen.
1827++: Aanleg Zuiderzeestraatweg Zwolle-Amersfoort. Een weg van 6.683.300 klinkers. Kosten: 350.000 toenmalige guldens. Het Rijk betaalt 15.000 gulden. De rest moet worden terugverdiend met veertien tolhuisjes langs de weg.
1900-1953: De tolheffing langs wegen wordt langzaam maar zeker overal in Nederland beŽindigd. In 1953 schaft het Rijk alle tolheffing langs wegen af. Hier en daar staan nog tolhuisjes als historisch monument. O.a. in NO Nederland.
** Tolgeld
# INS/2011-4, FRI, DAB

Toneel: > Theater, Kluchten

Totempalen: (TPL:)
()A manapal (manapaal, totempaal), manian (manen, vermanen, herinneren), godpal (godenpaal, totempaal), pal (paal, grenspaal, grens), sul (zuil)
Manapalen: Germaanse totempalen heten feitelijk manapalen. Een manapaal is een houten paal met een godenkop erop. Meestal waren dat de drie hoofdgoden, die daarom ook paalgoden worden genoemd.
--- De naam manapalen lijkt afgeleid van Anglisch manian = manen, vermanen, herinneren. Manapalen lijken dus palen van goden bedoeld om mensen te manen. Mogelijk tot bepaald gedrag. Dit lijkt nogal vreemd. Angelen zijn namelijk primair zonaanbidders. > Goden, Zonnecultus
4450vC: In Willemstad (Noord Brabant) is een godenkop gevonden, daterend uit 4450vC. De kop is gevonden in een oude veenlaag. (> Godenkoppen) Manapalen dienden mogelijk om de godheid te eren en gevaren te weren.

400nC: Rechts: Anglische tempel rond 400nC naar een aquarel van Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (© BCK) Links staat een zgn godenpaal met een hagal-kruis. (> Godenpalen) Hagal is in het Angalisme het symbool voor Harmonie, Heil en Geluk. Als achtste teken van de Futhark staat Hagal ook voor Volmaaktheid en Eeuwig Leven. (> Hagal, Acht, Angalisme) De tempel is gewijd aan de Anglische god Donar. De blauwe vlekken op de paal symboliseren hagelstenen waarmee Donar smeet om de mensen te pesten en hun oogst te vernielen. Daarom staan deze godenpalen vaak bij graanvelden en andere gewassen om de oogst te beschermen. Deze godenpalen worden daarom ook hagelkruisen genoemd. Christenen hebben na 750nC de hagal vervangen door een christelijk kruis naast een schrijn met een beeld van Maria of een heilige. > Hagelkruizen, Totempalen
 

550nC++: Yeavering is een stad in Bernicia, Northumbria in Noord Engeland, langs de Noordzee kust tussen Yorkshire en Schotland. Yeavering wordt al vroeg bewoond door Angelen, die vrijwel zeker afkomstig zijn uit Jever in Ost-Friesland, dat in die tijd Anglisch gebied is. (> Mega Angle) Bron RRA schrijft over Yeavering:

Noteworthy here is a massive, high post outside the [pagan] temple to the north-west, certainly with ritual significance, i.e. a mana-pool, equivalent to the Pacific totem poles (p. 43-4); and furthermore the pit by the door filled with the skulls of oxen. "To the west there was a building probably used as a kitchen for cooking the ceremonial feasts. Associated with this structure was an area apparently reserved for butchering the sacrificial beasts. It contained many remains of the long bones of oxen, but, significantly, not skulls - they ended up in the temple" (p. 45)
...
"In Scandinavian paganism animals, particular oxen, were offered to Freyer on his annual journey ... The ritual sacrifice of oxen is a feature of Anglo-Saxon paganism evedenced repeatedly by archaelogy and confirmed by historical document." (p. 45)
** Gadhimai (manapole), Godenpalen, Godenkoppen, Tempels

 
Touw:
()A bin (touw om lading vast te binden), bindan (ww binden, vastbinden), corde (koord, touw), getawe (getouw, uitrusting), line (lijn, touw), linmacere (touwslager), linmacery (touwslagerij), maerels (meertouw voor aanleggen boot), pilowtaw (pilogetouw = weefstoel om pilo te maken), racca (rak = touw voor scheepsmast), rap (reep, touw), reap (touw), reapan (vastbinden), seal (zeel, touw), seal (zeel, touw, riem, zijl), sealkere (zeelmaker, zijlmaker), sealmakery (zeelmakerij, zijlmakerij), sima (snoer, touw), smidhgetaw (smeedgereedschap), staeg (stag, touw, scheepstouw), streng (streng, touw), tawe (touw), tether (touw om vee vast te binden in wei), touw (werk), tow (touw, sleeptouw), towslegere (touwslager), towslegery (touwslagerij), twist (wrong, streng, koord), vang (scheepstouw), wissa (touw, strop)
¶ De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Van riet en biezen maken ze een soort touw, waarvan zij visnetten knopen. > Chauken

Toveren: (TOV:)
()A geogelan (=A guglan), geogelere (=A guglere), guglan (goochelen, toveren, jongleren), guglere (goochelaar, tovenaar, jongleur), spil (noodlot, vloek, toverspreuk), wicca (tovenaar, waarzegger), wicca (mnl heks), wicca (slecht), wiccaman (=A wicca), wiccan (wikken, toveren), wiccere (tovenaar), wickel (=A wicca), wiglere (=A wcca)
¶ Bron CVF schrijft:

1547-1587 In Appingedam vinden processen plaats: tien zogenaamde tovenaressen worden in de jaren 1547, 1557 en 1587 verbrand. Appingedam blijft nog lang de naam 'heksennest' houden.
** Zwarte Kunst, Waarzeggen, Heksen

Tradities:
600vC++: Eeuwenlang laten Angelen na het maaien een schoof op de akker achter voor het paard van Wodan. #HED/p8;KBG
800nC++: Volgens een oude overlevering raast Donar met een haan op z'n schouder door het luchtruim. Dat is mogelijk de reden waarom kerken een haan op de toren hebben. (#HED/p8) Als teken van adaptie van oude Anglische tradities. De haan is echter ook het symbool van vierheid, waakzaamheid en vruchtbaarheid.
** Folklore, Evenementen, Kalender

Transport: > Vervoer, Veetransport
Trek: > Consumptie

Trekken: > Reizen
Trekkershutten: > Hutten

Trekvaart:
()A mael (jaagpad), mal (jaagpad)
1858: Vincent van Gogh schrijft aan zijn broer Theo: "De heide is rijk, ik zag schaapskooien en herders die mooier waren dan de Brabantse... Om u een der vele dingen welke op mijn ontdekkingstochten mij iets nieuws te zien en te voelen gaven, te noemen, zal ik u vertellen hoe men hier, in Drenthe, schuiten ziet door mannen, vrouwen en kinderen, witte of zwarte paarden getrokken met turf geladen, midden in de hei.' #OBN/p221
** Scheepvaart

Trias Politica: (1748; TRP:)
Staatsleer van de Fransman Montesquieu in zijn boek De l'esprit des lois (Over de geest der wetten; 1748). Daarin stelt hij dat een staat functioneel ingedeeld moet worden in een Wetgevende Macht (Parlement), een Uitvoerende Macht (Ministeries) en een Rechtsprekende Macht (Rechterlijke Macht. Alleen dan kan een staat goed functioneren. Zijn ideŽen zijn inmiddels in de Westerse landen gerealiseerd. #WP
** Democratie, Priesters, Eawman

Tribalisme:
Tribalisme is afgeleid van het Latijnse woord tribus = volkstam, tribe. Een tribe is oorspronkelijk een groep mensen die op grond van etnische en culturele waarden een sociale eenheid vormen. De waarden van de stamleden kunnen verder identiek of passend zijn. Passende waarden zijn die waarden die niet persť door alle stamleden worden gedeeld, maar wel passend zijn, omdat ze niet ernstig strijden met de algemene waarden. Door de opkomst van ideologiŽn is de etnische factor van het tribalisme vaak van minder betekenis geworden. Te denken valt aan het liberalisme, socialisme, patriotisme en religies.
¶ Historisch gezien lijken de Angelen in NW Europa al vrij vroeg voornamelijk economisch georienteerd. Ze beheersen vele eeuwen de handel en de productie van zout, barnsteen, bevervellen, etc. Haithabu is vele eeuwen lang het belangrijkste handelscentrum van Noord Europa. Deze traditie zet zich voort in Engeland, dat zich in de loop der eeuwen ontplooit tot de grootste koloniale macht ter wereld. De verovering van Brittannia in 450-550nC door de Angelen past volmaakt in dit perspectief.
¶ Door de kolonies beschikt Engeland over goedkope grondstoffen, goedkope arbeidskrachten en grote afzetgebieden. Daarnaast ontwikkelt zich de industriŽle revolutie in Engeland, waardoor de economische macht enorm toeneemt. Engeland is drie eeuwen lang de grootste economische en militaire macht ter wereld. Het bizondere gevolg daarvan is dat ook het Engelse chauvinisme sterk toeneemt. Dit gaat zover dat in de Engelse kolonies het adagium heerst: Don't mix up with them, but don't bother with them either. Na de dekolonisatie in de jaren 1950-80 verandert de toon.
¶ De expansiestijl van de Engelsen zit er al vroeg in. Ze wordt uitstekend verwoord in bron WMA/p61. Daar schrijft historica Barbara Yorke:

The patronage of religious houses in areas which they hoped to take over was a Mercian policy which can be paralleled elsewhere.
Mercia is een Anglisch Koninkrijk in NW Engeland, dat in de 7e eeuw nC ontstaat en tot de 10e eeuw de belangrijkste macht is in Brittannia. Daarna speelt 't nog vele eeuwen een machtige rol in Brittannia.
¶ De primaire gerichtheid op het economische belang speelt waarschijnlijk een zekere hypocrisie en onbetrouwbaarheid in de kaart. Omwille van de smeer likt de kat de kandeleer, zegt een oud spreekwoord. Engeland wordt sinds de 14e eeuw vaak Perfidious Albion genoemd.
¶ In 1938 sluit de Britse premier Neville Chamberlain een deal met Hitler waarmee Duitsland de ruimte krijgt Tsjecho-Slowakije te annexeren. Engeland noemt het Appeasement politiek, Peace for our time. De gevolgen zijn rampzalig. De Tweede Wereldoorlog breekt uit en veroorzaakt in Europa en AziŽ miljoenen slachtoffers.
¶ Na het debacle van Chamberlain wordt Winston Churchill op 10 mei 1940 geroepen om het land te redden. Churchill bindt meteen de strijd aan tegen Duitsland. Hij roept de Britten op de Westerse waarden te verdedigen. Vooral door de enorme inspanningen van deze ongeŽvenaarde oorlogsleider wordt mei 1945 Nazi Dutisland na lange en zware strijd vernietigend verslagen.
¶ Sinds 1947 raakt Engeland in snel tempo al haar kolonies kwijt. Ze worden onafhankelijk. Ondanks grote inspanningen raakt Brittannia economisch in het slob. In 1976 wordt het daarom lid van de Europese Unie.
¶ Eind 2009 wordt Baroness Ashton de eerste minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie. De keuze voor de Britse barones heeft te maken met de grote kwaliteiten van haar en met de gigantische ervaringen van Brittannia op dat terrein.
** Volk, Stam, Angflatie, Politiek, Expansie, Maskerade, Perfidious Albion

Trilogie: (TRL:)
Het getal drie komt in vele oude culturen voor als bizonder symbool. Ook in de Anglische cultuur. Drie staat voor de drie-eenheid van o.a.:
- Oisiris, Isis en Horus (Egypte) > Horus
- Brahma, Vishnu en Shiva (HinduÔsme) > HinduÔsme
- Wodan, Freya en Balder (Angalisme) > Angalisme, Wodan, Balder
- Geloof, Hoop en Liefde (Christendom) > Christendom
- Voorspoed, Welgaan en Geluk (Angalisme) > Hagal
- Wijsheid, Kracht en Taaiheid (Angalisme) > WKT
- Leven, Sterven en Herrijzen (Universeel) > Herrijzenis

Driehoek: De opstaande driehoek met punt omhoog is een oeroud symbool voor:
- licht
- vuur
- manlijkheid
- harmonie
- kracht, schoonheid en wijsheid (Vrijmetselaars)
- juist denken, spreken en handelen
- geboorte, leven en dood
 

150vC++: Rechts: het wapen van Angle (Angelland): op goud drie leeuwen in blauw links gekeerd. Het dateert mogelijk al van circa 150vC en stelt daarmee voor de drie landsdelen van Angle: Noord Angle, Oost Angle en West Angle. > Angle
 
 
150nC: Rechts: Anglische munt uit circa 150nC met beeltenis van Wodan. Hij is de oppergod van de Angelen. (> ODA) Zijn hoofd is gevat in een driepunt: boven een dikke punt en links en rechts een asbole, het symbool van bloedbroederschap tussen Angelen en Saxen. (> Asbole) De trits staat mogelijk voor Wodan (oppergod van de Angelen), Freya (zijn vrouw) en Balder (hun zoon). > Wodan, Freya, Balder
 

280nC++ Arianisme: Christelijke leer afkomstig van Arius (250-336nC) te Constantinopel, enige tijd diaken en priester in AlexandriŽ. Deze leer behelst de triniteit van God, Jezus en de Heilige Geest en dat God de Oerbron is van alles en dat derhalve Jezus en de Heilige Geest ondergeschikt zijn aan Hem. Deze leer wordt in 381nC door het Vaticaan verworpen. Het Arianisme blijft echter nadien langdurig en krachtig bestaan onder de Germaanse volken, die daarin sterk hun eigenheid beleven. De configuratie 1-2 van symbolen op munten en heraldische wapens van Angelen is mogelijk een expressie van deze zgn triniteitsleer. > Arianisme

 

450nC: Rechts: Aquarel van ribbelurnen gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vijf handgemaakte ribbelurnen in continentaal Anglische stijl rond 300-600nC. De urn met voet rechts heeft drie stippen 1-2 gepaaltst. Dit is het symbool van het Arianisme dat gelooft in God als Oerbron waaruit Jezus en de Heilige Geest zijn voortgekomen. De eerste Christenen onder de Angelen zijn van oorsprong aanhangers van het Arianisme.
(@ aquarel © BCK/TiedLight) > Arianisme
 
 

750nC++: Klaverbladen komen veel voor in familiewapens. Compositie 1-2 in circa 5% van deze wapens. Vrijwel uitsluitend in Anglische wapens. Drie klavers duiden in de heraldiek op bezit van minstens 15 Ha grond gedurende drie generaties. Daarmee is een geslacht tevens eigenerfd. > H12K, Eigenerfd
 
 

Dalerpeel/Drente: Aldaar liggen aan de weg drie grote stenen 1-2 geplaatst. (FRIapr2014) Vooralsnog is niet bekend wat daarmee wordt uitgebeeld en sinds wanneer die stenen daar liggen. Gezien de constructie doet het monument het meest denken aan Anglische offerstenen. > Dalerpeel, Offerstenen
 
 

1748 Trias Politca: Staatsleer van de Fransman Montesquieu in zijn boek De l'esprit des lois (Over de geest der wetten; 1748). Daarin stelt hij dat een staat functioneel ingedeeld moet worden in een Wetgevende Macht (Parlement), een Uitvoerende Macht (Ministeries) en een Rechtsprekende Macht (Rechterlijke Macht. Alleen dan kan een staat goed functioneren. Zijn ideŽen zijn inmiddels in de Westerse landen gerealiseerd. (#WP) Deze scheiding van machten brengt een einde aan de macht van priesters in staatszaken. # HED/p8, KBG, FRI
> Trias Politica  
 

2014 Rechts: Muurteken in Huis Borckerhof te Orvelte. Derglijke muurtekens zijn identiek aan model H12E van heraldische wapens waarin drie wapenfiguren zgn 1-2 zijn geplaatst. O.a. bij Nicolaas ten Have (1604-1650), kaartmaker in Zwolle. Deze H12E constructies lijken kenmerkend voor Angelische figuraties, i.c. de hoofdletter A van Anglisch. Alle stenen zijn vrij zeker opzetlijk zo geplaatst. Ze benadrukken kenlijk de trilogie, die bij Angelen zo een belangrijke rol speelt. (foto @ BCK) > Borckerhof, H12E
 

Triniteiten: > Trilogie

Troubadours:
In de oudheid rondtrekkende redenaars, die oude verhalen en gedichten voordragen, die sterk historisch gericht zijn en enigermate ook moralistisch. Ze zijn graag geziene gasten in steden en afgelegen oorden. Anno 2009 komen ze nog voor in Centraal AziŽ, waar ze o.a. verhalen vertellen over Alexander de Grote, die in die regio nog grote populariteit geniet. Soms zijn ze vergezeld van minstrelen, die met dans, muziek en andere acts de gebeurtenis opvrolijken. Het werk van de troubadours is uitermate belangrijk. Zij zorgen immers voor veel vermaak, afleiding en verbreiding van kennis en cultuur in een uitgestrekt gebied. Ze zijn daarmee de verre voorlopers van de huidige massamedia.
** Minstrelen, Widsith
# WP, Discovery TV 2009, KBG

Trouw:
()A faelre (bn trouw, dierbaar), manraed (trouw, eed van trouw), treo (boom, hout), treow (=A treo), treow (bn trouw, eerlijk), treowa (zn trouw, eerlijkheid), treowan (trouwen, huwen), treowth (waarheid), triewe (trouw), tru (trouw), truw (trouw), truwa (trouw, geloof), truwian (trouwen, trouw zijn, geloven, beloven)
¶ Voor Germanen zijn eerlijkheid en trouw fundamentele waarden. Hun oppergod Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Dodenrijk. (#RRA) > Walhalla
¶ Uit bovenstaande etymologie blijkt dat de Angelen in oude tijden trouw en waarheid in verband brengen met bomen. Kenlijk is voor hen de boom het symbool van trouw en waarheid.
1000vC++: Het MazdeÔsme in PerziŽ predikt streven naar waarheid, rechtvaadigheid en barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. Deze waarden lijken de Angelen mee te krijgen via de volken waaruit ze zelf zijn voortgekomen: de Goten, de Germanen en de AriŽrs. > Aryanisme, Deugden
98nC: Tacitus in zijn werk De Germania: Germaanse mannen huwen maar ťťn vrouw. De man moet zijn vrouw kopen met een bruidschat. Echtscheiding komt weinig voor. Gebeurt dat wel, dan moeten vrouw en kinderen huis en dorp verlaten.
150nC: De betekenis van trouw wordt gedemonstreerd in het x-kruis die verbondheid en trouw uitbeeldt. Dit x-kruis staat o.a. op de Wodanmunten van de Angelen en in de Asbole van de Angel-Saxen, die rond 150nC een duurzaam verbond sluiten op de heidevelden in Lunenburg. > Asbole, Angel-Saxen

Asbole: Als teken van hun verbond voeren de Angelen en Saxen de Asbole: op goud een X-kruis in rood, in een blauwe ring.

 

¶ De grote rol die eerlijkheid en trouw spelen bij de Germanen is een uiterst belangrijk element in de Europese cultuur. Alleen eerlijkheid en trouw hebben immers rechtvaardigheid en vooruitgang in de Europese samenleving tot stand kunnen brengen. Zowel maatschappelijk als wetenschappelijk en technisch. > Eerlijkheid & Trouw
¶ Opemerkelijk is dat in de Anglische vocabulair de woorden trouw (treow, triewe), eerlijkheid (treowa) en waarheid (treowth) fonologisch zo extreem dicht bij elkaar liggen. Trouw, eerlijkheid en waarheid lijken de drie gezichten van dezelfde troika te zijn. Mogelijk was er een oerbegrip waaruit later deze drie aspecten geleidelijkaan zijn gedifferentieerd.
¶ Gezien de Anglische vocabulair is in de Anglische cultuur waarheid een gekend begrip en wordt ze gekoppeld aan eerlijkheid, trouw en dierbaarheid. Kennelijk gaat het dus om termen met betekenis in de relationele sfeer. In de kern lijkt het erom te gaan dat een goede relatie onderlinge eerlijkheid vraagt. Eerlijkheid betekent waarheid. Kennelijk kan alleen eerlijkheid c.q. waarheid zorgen voor een goede en dus dierbare en duurzame relatie en derhalve wederzijdse trouw.
¶ Een diepe reden voor een goede en duurzame relatie lijkt te baseren op echtheid. Deze echtheid speelt een belangrijke rol in de oude Anglische cultuur. De termen echt, edel en adel blijken namelijk nauw met elkaar in verband te staan. Echtheid is weer nauw verbonden met eerlijkheid en waarheid.
Wees trouw aan uzelf, aan de liefde, aan de goede mensen en aan de goede normen en waarden. Meer of beter kan een mens waarlijk niet doen. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
** Eerlijkheid, Waarheid

Tubanten:
Anglisch volk, voor het eerst genoemd in 14nC in het stroomgebied van de Lippe (Neder-Saxen) dat in die tijd Anglisch gebied is. (> Angle, Saxen) Later settelen ze ook in Twente (Tubantia). Twente en Tubbergen ontlenen hun naam aan de Tubanten, die aldaar hebben gewoond. Een deel van hen migreert naar Yorkshire waar ze werken aan de Hadrian Wall van de Romeinse keizer Hadrianus (76-138nC). Een altaarsteen in de muur is circa 100nC opgericht door soldaten die zich volgens de tekst noemen CIVES TUIHANTI = Burgers van Twente.
** Twente, Tusveld
# WP, DAB

Tubbergen:
Stad in NO Twente. In de volksmond Tubbig genoemd. Op kaart RZA (1773) vermeld als Tubbergen. Op kaart HTN (1783) als Toebergen. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit 't Vechtdal. De naam Tubbergen lijkt derhalve afgeleid van Anglisch tub (plas, meertje) + beorg (berg, heuvel, schuiloord). Volgens Anglische naamregels betekent Tubbergen derhalve: het schuiloord bij de plas. > Naamregels
¶ Aan de Vikkersweg in het Tubbergerveld bij Tubbergen ligt het Hondenven. Dit is een pingo = meer met ringwal ontstaan in de ijstijd. Dit feit sterkt de these dat Tubbergen is afgeleid van het Anglisch tub = plas, meertje.
¶ NB Bloomsweg in Tubbergen is afgeleid van Anglisch bloom (bloem) + waeg (weg).

Tufsteen:
Anglisch duff, dufsten = dufsteen, duivsteen, tufsteen. Zwak en bros soort steen gemaakt van leem, kiezels en steengruis. Gebruikt tot circa 1250nC. Daarna wordt meer baksteen gebruikt.
¶ De oude haven van Hollingstedt in Sleswig-Holstein heeft vele archeologische vondsten opgeleverd, waaruit blijkt dat aan de Lahmenstraat in de Middeleeuwen schepen zijn gebouwd en gerepareerd. Ook is een locatie gevonden waar veel tufsteen uit het Rijnland was opgeslagen. Deze tufsteen is gebruikt voor de bouw van vele kerken in Noord Angeln. E.e.a. geeft aan dat Hollingstedt al vroeg contacten heeft met andere regio's in NW Europa.
** Steen, Steenbouw

Tuin: > Tuinen

Tuinbouw: (TBW:)
()A aeppelaere (appelgaarde = boomgaard met appelbomen), asce (as; gebruikt als mest), blosma (bloesem), blostm (bloesem), bongaerd (bongerd, boomgaard), cappert (soort erwt), cappertfeld (veld waar kapperts worden verbouwd), colbour (koolboer = boer die kool verbouwt), fruhtenere (fruitboer), gaerd (gaard, tuin), geardenere (tuinman), grow (groei), growan (groeien), growere (tuinier, tuinder), growet (groei), haerfan (ww oogsten), haerfest (oogst), haerfestan (ww oogsten), haerfta (oogst), hagolcruc (hagelkruis = kruis om gewas te beschermen), ogest (oogst, oogstmaand, Augustus), oust (=A ogest), Oustmaent (Oogstmaent, Augustus), pot (poot, plantje), potacre (pootakker = akker met pootgoed), potan (ww poten, planten), potbrinc (stuk grond waarop stekjes gepoot worden), potere (boomkweker), potery (boomkwekerij), potgeard (pootgaarde = veld voor pootgoed), potgut (pootgoed), pothave (stuk land met jonge aanplant), potian (poten, plaatsen, leggen, zetten), reafal (reifel = draad van een boon), reafalan (reifelen = bonen van hun reifel ontdoen), scerscreac (vogelverschrikker), scuffel (schoffel), scuffelan (schoffelen, schuivelen), telan (telen, kweken), telcaemp (kweekveld, tuinderij), thunbow (tuinbouw), thundery (tuinderij, tuinbedrijf), wyrtalbour (wortelboer)
¶ Rond 600vC ontstaat langs de hele kust van de Waddenzee een uitgestrekt kweldergebied, dat alleen bij stormvloed onder water loopt. Anglische boeren uit Sleswig (Noord Duitsland) vestigen zich daar. Ze leven er op wierden, die ze zelf hebben gebouwd. Op de hoge delen van de kwelders verbouwen ze granen, oliehoudende zaden en duivebonen.
235nC++: Rond 235nC woedt een hevig veldslag tussen Angelen en Romeinen in Harzhorn bij Oldenrode, ten zuiden van de stad Hannover in Noord Duitsland. Tijdens recente opgravingen aldaar zijn o.a. gevonden schoffels van ijzer. De regio Oldenrode wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De vondst van de schoffel in Harzhorn bevestigt derhalve dat de Angelen rond 235nC zeker al ruime tijd land- en tuinbouw bedrijven.
** Agrocultuur, Gewassen, Vruchten, Bomen, Planten & Struiken, Vegetatie, Tuinen, Mest

Tuinderij: > Tuinbouw

Tuinen::
()A asce (as; gebruikt als mest), bacgaerd (achtertuin), bactune (achtertuin), betunan (omheinen), betuning (omheining), blomtune (bloementuin), byn (vlechtwerk, schutting, omheind veld), colwaye (groenteveld, moestuin), crod (kruid), crodtune (kruidentuin), crodwaegn (kruiwagen), cycengaerd (keukentuin, groentetuin), dam (dam, erf, grondgebied), dor (=A dore), dore (deur, toegang, poort), dorwaeg (ingang, poort), eagtha (omheining, omheind veld, erf), earf (erf, erfenis, huis met bijbehorende grond, stuk onbebouwde grond bij huis, boerderij), eodor (omheining, hof), fald (vaalt = omheining, omheinde ruimte), feald (=A fald), ferth (=A frith), flegge (vlechtwerk van twijgen, omheinig), freo (=A fri), fri (omheining, vrijplaats), fridu (=A frith), frith (vrede, omheind erf), frithofe (omheind hof), geard (gaard, tuin, omheinde ruimte, hof), geardenere (tuinman), geat (gat, opening, doorgang, poort, weg), gehuged (gehucht = omheind gebied, buurt, buurtschap), glint (hek, omheining), gorn (gaarde, tuin, hof, puntvormig land), grow (groei), growan (groeien), growere (tuinier, tuinder), growet (groei), haec (=A hec, hecce), haecta (=A heagda), haeselholt (hazelhout), haeselwudu (hazelhout), hafe (have, hoeve, stuk land, tuin), haga (haag, omheining), haigh (haag, omhegd erf), have (=A hafe), haw (omheind of ommuurd huis), hay (omhegd erf), heagda (heegde = met struiken omheind perceel), heanga (omheining), heangan (omheinen), heanig (rustig, kalm; omheining), heaning (omheining), hec (hek, poortje), hecce (=A hec), hedegaerd (heidetuin), hey (omhegd erf), hurding (afrastering, schutting), ierf (>A earf), landgeard (landtuin, boerenerf), loce (hek, heg, haag, omheining, erf), lucan (wieden), lucca (omheining), luccan (omheinen), mosthun (moestuin), mosthyn (moestuin), ortegeard (boomgaard, fruitgaard), paerroc (park), paes (vrede, rust, veilige zone, omheind gebied), parrock (park), paylgaerd (pellegaard, veentuin), parruc (park, erf, omheining), pearroc (perk), peas (=A paes), raefter (raster = gevlochten hekwerk), rinc (kring, omheinde ruimte, perk), sale (=A seal), saleholt (wilgehout), seal (wilg, omheining van wilgetenen, schutting, erfscheding, omheide ruimte), sealh (=A seal), sele (=A seal), sumorhus (zomerhuis, tuinhuis), scot (schot, schutting), thun (tuin, omheining, omheinde grond, erf, nederzetting), thune (=A thun), thyn (=A thun), tone (=A thun), toon (=A thun), tun (=A thun), tunan (omheinen, vlechten), tune (=A thun), tyn (=A thun), umfreadan (omheinen), waermos (warmoes, groente), watul (omheining van gevlochten wilgetenen), waye (veld, tuin), welig (wilg), wilig (wilg), wiligholt (wilgehout)
6000vC++: AriŽrs bouwen omheiningen rond hun erf. > Omheiningen
3000vC++ Egypte: Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2011): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes, en zelfs op wapens als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen. ... Hoewel veel bloemen, zoals de favoriete lotusbloem, in het wild in moerassen werden geplukt, moet er ook sprake zijn geweest van kwekerijen.
650vC++ Angelland: WMN: tuyn, tuun, tune: omheining, afrastering, werf, erf. Tuynen, tunen = omheinen, vlechten. EWB: tuin: mnl: tuun = omheining, omheinde ruimte, bebouwd stuk grond binnen een omheining bij de woning. Oudste betekenis: de omheining, het vlechtwerk om een grondstuk; afgeleid van tuien = met touwen vastmaken; afgeleid van tod = bundel bladtwijgen. Andere bronnen: stuk grond afgerasterd door een tuun = vlechtwerk van wilgetakken (tenen, tengs, tengels), die zeer sterk, buigzaam en duurzaam zijn en in grote hoeveelheden beschikbaar. Anno 2009 worden nog steeds dergelijke afrasteringen gemaakt.
Engels town: de stad binnen de omwalling.
Bouw: Voor een normale omheining steken de Angelen stevige staanders in de grond op circa 1.5 meter afstand van elkaar. Daarna gebruiken ze dunnere takken, die ze horizontaal dicht aangesloten tussen de staanders vlechten. Voor zulke omheiningen gebruiken ze haeselholt (hazelhout) of wiligholt (wilgehout).

400vC: Rechts: Reconstructie van een oude hoeve met omheining in Dongen. De staanders staan op korte afstand van elkaar en zijn onderling verbonden door twee stevige dwarsbalken op enige onderlinge afstand. Foto © TiedLight
 
¶ 200vC++: NO Nederland is eeuwenlang een gebied met grote moerasvelden afgewisseld door heidevelden, plassen en zandhoogten met wat bomen waar mensen wonen en werken. Een arm bestaan. Ze houden kippen en geiten en verzorgen een moestuin met groenten en andere planten om zich in leven te houden.

600nC: Rechts: pad met afrastering van gevlochten wilgetenen. Op de achtergrond een Anglisch huis rond 600nC. Vaak zijn de omheiningen hoger. Lage omheiningen geven meer uitzicht op de omgeving. Een duidelijke erfscheiding is echter het belangrijkst.
Foto © TiedLight
 
750nC++ Bron ZWH/p10 schrijft:
Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. ... Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk. De kloosters namen in die samenleving een uiterst belangrijke plaats in. We moeten ons de monniken van toen niet voorstellen in vrome afzondering in hun cel. ... Het klooster deed dienst als herberg voor reizigers maar tevens als ziekenhuis, en met hun kruidentuin waren de monniken de eerste apothekers.
965nC Haithabu/Angeln: In dat jaar brengt ene Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu in Angeln. Hij is afkomstig uit Cordoba in Spanje en schrijft over zijn bezoek o.a.:
Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De bewoners aanbidden Sirius [de Hondster], behalve de Christelijke minderheid die een kerk heeft... Wie een offerdier slacht, zet palen op bij de deur van zijn tuin en spiest het dier daarop ...
 
1481: Links: bloementuin in de Middeleeuwen. Omheining bestaat uit gevlochten wilgetenen. Houtsnede Ôn "Roman de la Rose" (1481).
 
Eigen tuinen zijn voor de mensen tot diep in de 20ste eeuw van levensbelang. Elk huis heeft een eigen tuin waarin groenten, knollen, kruiden en bloemen worden geteeld. Goed onderhouden tuinen met groenten en knollen zorgen voor nodige voedingstoffen en vitaminen. De kruiden worden gebruikt voor gerechten, dranken of medicijnen. Deze gewassen worden in Europa pas rond 1600 AD als koopwaar aangeboden op markten en in winkels. > Gewassen, Groenten, Vruchten, Kruiden, Bloemen
--1890 Moeshof: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... In de moeshof werden groenten, kruiden en bloemen geteeld. De huidige bewoonster kweekt er kruiden en groente van bevoor 1890. Ze eet uit eigen tuin en gebruikt de kruiden voor thee en geneeskrachtige zalf. > Keuterboeren
** Omheiningen, Kamp, Vlechtwerk, Wonen, Erfzaken, Nederzettingen, Vegetatie, Kruiden, Mest

Tukkers: > Twente

Turf:
()A barwa (berrie, kruiwagen), blac tarf (=A sweart tarf), bocc (praam/platbodem voor turftransport), bog (turf, veen), bogga (moeras, drasland, veenland), boggart (bagger), boggelere (baggelaar = veenwerker), boggelere (baggelaar = platte, zware zwarte turf), boggig (drassig, nattig, veenachtig), bonc (bonk, derrie, modder, moeras), boncan (bonk verwerken), brocland (broekland, drasland), brocere (veenwerker, ontginner), cluen (kleun, veen, stuk turf), clun (=A cluen), cluenan (kleunen, turf steken), dearg (=A dearre), dearre (derrie, bonk), eatha (brandturf), eathfeld (turfveld), fen (ven, veen), fenbusk (veenbos), fendery (veenderij), fendic (veendijk), fenkyl (veenkuil), fenland (veenland), fenman (vervener, veenwerker), fenn (veen, slijk, moeras, drasland), fenwaeg (veenweg), gorman (veenwerker), hag (hoge turfhoop), hagg (=A hag), hagman (beheerder turfhoop), honde (=A hunde), hund (plag, turfveld), hunde (plag, zode), modan (turf maken), pet (turf, turfveld, laagveen), petbogga (drassig turfveld), pete (=A pet), petwerc (turfbedrijf, turfstekerij), pith (=A pet), placke (plak, plak turf), plackery (plakkerij = bedrijf dat turfplakken maakt), pleag (plag), pleagbour (turfboer), pleaghac (plaggehak = hak om turf te steken), pleaghut (plaggehut = hut gebouwd van plaggen), pleagman (plaggesteker), pleagsta (plaggeveld), pleagmawere (plaggemaaier), pleagta (plaggeveld), pled (bagger), pledclun (baggerturf), scadde (plag, turf), scar (schar = plag, turf), scarfeld (plaggeveld), scarman (turfboer), scocc (plag), spada (spade), spadan (spitten), spontarf (sponturf = kleinste en hardste soort baggerturf), stobba (boomstronk, turfhoop), sudda (zode, turf, plag), sweart tarf (zwarte turf = dinkere turf), tarf (turf, plag, turfveld), tarfbot (turfboot), tarfcarre (turfkar), tarfcay (turfkade), tarfmaerct (turfmarkt), tarfscippere (turfschipper), torf (turf), turf (turf; KA turf), watul (watel = muurplaster gemaakt van klei, turf en mest), wic (wijk, wijkplaats, deelgebied), wick (=A wic), wit tarf (witte turf = lichtbruine turf)
Weiteveen/Drente: De turflaag was daar ooit 7 meter hoog. De bovenlaag was 5 meter dik, erg nat en minder verturfd. De onderlaag 2 meter dik, oud en veel langer verturfd.
- witte turf = lichtbruine turf afkomstig van de bovenlaag
- zwarte turf = donkere turf afkomstig van de oude onderlaag
#jul2015/SmalspoorMuseum Drente
146vC: Bij de komst van de Romeinen in Nederland is turf al in gebruik in de Lage Landen. Toch duurt het nog vele eeuwen voordat turf een belangrijke economische rol gaat spelen. Eerst wordt turf nog zelf gestoken uit het veen voor eigen gebruik als brandstof. Langzamerhand wordt turf echter meer bedrijfsmatig gewonnen en als handelswaar verkocht.
50nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Aardkluiten, die zij met de handen uitsteken, laten zij meer nog in de wind dan in de zon drogen en branden die om hun eten te koken en hun door de noordenwind verstijfde leden te warmen. Mogelijk gaat het hier om een soort turf.
900nC: Zuid-Oost Engeland begint de turfindustrie al in de 10e eeuw.
1100: Nederland start de turfindustrie in de 12e eeuw.
1100: Nederland bestaat rond de 12e eeuw bijna voor 60% uit veengebieden, die in de loop der eeuwen nagenoeg allemaal worden afgegraven.
1150: Veengebieden worden opgedeeld en per hoeve verkocht door de machthebbers van het land. Het veen wordt grootschalig afgestoken en de turf verkocht als brandstof voor huisverwarming, kalkovens en bierbrouwerijen.
1150: De kalkovens doen intrede. Ze leveren kalk voor fabricage van cement. Daarmee wordt de steenbouw van woningen en andere panden gestimuleerd. Ook destilleerders beginnen te stoken op turf. Ze kunnen daardoor meer en beter produceren. Zo krijgt de economie dankzij turf belangrijke stimulansen voor verdere ontwikkeling.
1200: Nederland is sinds de 13e eeuw geleidelijk op grote schaal ingrijpend veranderd. De hele turfindustrie heeft niet alleen het landschap veranderd, maar ook de wegen, de vaarwaters, de steden en de economie.
1200: NW Duitsland start de trufindustrie mede dankzij Hollandse brokers (turfwinners). Veengebieden worden opgedeeld en per hoeve verkocht door de machthebbers van het land. Het veen wordt grootschalig afgestoken en de turf verkocht als brandstof voor huisverwarming, kalkovens en bierbrouwerijen.
1500: Grote zandvlaktes in Drente door langdurig turf steken. O.a. Dwingelerheide en Drouwerzand. Gevolg: zandstormen > akkers, weilanden en vegetatie bedreigd, straten overdekt met dikke zandlaag, ontstaan meters dikke duinen, verdwijning bossen. (#OmroepDrenthe 11.8.2014) > Zandgronden
1800: Pas in de 19e eeuw neemt steenkool de rol van brandstof over. De veengebieden zijn inmiddels grotendeels afgegraven. Deels zijn daardoor vele plassen en meren ontstaan, wat visserij en waterrecreatie stimuleert. Andere afgegraven veengronden veranderen in agrarisch gebied voor landbouw en veeteelt. De dunne restlaag van het veen werd gemengd met het onderliggend zand, waardoor redelijk vruchtbare grond beschikbaar kwam.
1850: Vegetatie in Drente gehalveerd. Drouwerzand in Drente is inmiddels 1 Km lang geworden. (#OmroepDrenthe 11.8.2014) > Zandgronden
1858: Vincent van Gogh schrijft aan zijn broer Theo: "De heide is rijk, ik zag schaapskooien en herders die mooier waren dan de Brabantse... Om u een der vele dingen welke op mijn ontdekkingstochten mij iets nieuws te zien en te voelen gaven, te noemen, zal ik u vertellen hoe men hier, in Drenthe, schuiten ziet door mannen, vrouwen en kinderen, witte of zwarte paarden getrokken met turf geladen, midden in de hei.' #OBN/p221
1930: Veenwerk betreft ontginning en turfsteken tot circa 1930:
april-october: 5.00uur - 17.00uur 6 dagen per week
december-maart: geen werk wegens weinig daglicht en slecht weer
Ontgining en turfsteken gingen nagenoeg hand in hand. > Turf
1950: Turfindustrie in Nederland nagenoeg helemaal afgelopen.
** Groot Veenland, Steenbouw, Veenland, Veengebieden, Veenwerk

Turfindustrie: > Turf
Turfsteken: > Turfwinning
Turfwinning: > Turf
Turkeye: > Ottomanen

 

Tusveld:
Tusveld is een buurtschap in Twente, dat sinds 2001 onder Almelo ressorteert vanwege de gemeentelijke herindeling. Voordien viel het onder Borne. Vroeger was het een onderdeel van de marke Zenderen. De naam Tusveld is afgeleid van de Anglische woorden tusc, tux = driehoekig stuk land, en feld = veld. Op de kaart rechts is bij Tusveld duidelijk een driehoekig stuk land te zien.
 
Tusveld bestaat uit een grote warf (zandhoogte) waar circa 35 huizen staan.
(> Warf) De warf ligt in een voormalig veengebied. De Joostinksdijk herinnert daar nog aan. Ze loop langs de voet van de warf aan de grens van Tusveld bij de Bornebroekweg. De term broek wijst op broekland, ofwel veengrond. (> Veendijken)
 
¶ De Meulendijk in Tusveld wijst ook op Anglische roots. In het Anglisch is immers molen = mylen [mulen, meulen] en dijk = dic.
¶ Gezien de grote migratiestromen in het verre verleden zal Tusveld ergens rond 250vC zijn bevolkt door Angelen uit noordelijke streken. O.a. Hardenberg en omgeving. > ASA
¶ Iets noordelijk van Tusveld ligt landgoed Bellinckhof, dat in 1460 Bellinkhove wordt genoemd. Bellink is een versaxte vorm van Billinge, dat als zodanig voorkomt als dorp op circa 12 Km NO van Liverpool. Ook is het de oude naam van Bellingwolde in NO Groningen.
¶ Nabij Nottingham in Engeland ligt de locatie Tuxford. Deze naam betekent: het driehoekig stuk land (tux) bij de voorde (ford) = doorwaadbare plaats bij beek of rivier. De locatie werd lang geleden ook wel Tuckers Forde genoemd.
¶ De naam Tusveld komt ook voor als familienaam. Vooral in Twente. Bekend is o.a. sportmanager Gerard Tusveld.
** Billinge, Ford, ASA, Tubanten, Versaxing, Snoad van Tuxfeld (gb 465nC)
# COD, FRI, WKP 7.5.10, DAB, KBG

Twaalf Nachten:
Anglisch: Twelf Nihtan. In de Germaanse tijd de periode tussen 25 december en 6 januari, waarin de geesten vrij spel hebben en de Wilde Jacht door het luchtruim stormt. Door het blazen op lange hoorns worden de boze geeste verdreven. Daaruit is de traditie ontstaan van het Midwinter Hoornblazen, zoals in Oost Nederland nog gebeurt. (> Olde Roop) Later is dit gebruik gekerstend tot de periode tussen Kerstmis en Drie Koningen.
** Kopper Maandag
# WP, KBG

Twaalfde Nacht:
Twaalfde Nacht valt op 5 januari en is daarmee de laatste nacht van Twaalf Nachten. In de Germaanse tijd begint de dag namelijk altijd met de voorafgaande nacht. Twaalfde Nacht is dus feitelijk naar de huidige dagindeling de nacht van 5 januari.
** Kopper Maandag

Twello:
Stad op de NO Veluwe. Rond 200vC bevolkt door Angelen uit West Salland. > ASA
¶ In 2013 is in Twello een graf gevonden uit de periode 2900-2500vC. Het gaat om een graf van de Enkelgrafcultuur, wat voor Nederland uitzonderlijk is. De beenderen zijn inmiddels helemaal vergaan door het zuur in de grond. Alleen het silhouet van het lijk is nog herkenbaar. (#DeTelegraaf 1.10.2013)

Twente:: (TWT:)
Alias: Tuihanti (222nC Hadrian Wall N.Yorkshire), Tuianti, Tueanti, Thuehenti, Thuente (750nC++), Tuenta, Tuentia (1233nC++), Twenthe. # Quedam/p134, DAB
De namen van de oude West Gotische volken in Europa zijn vaak afgeleid van hun kenmerkend wapen: Angelen van angol (slagwapen), Saxen van saexe (zwaard), Franken van franca (soort speer). Aangezien de Tukkers (Twentenaren) lijken te zijn voortgekomen uit de Angelen, kan de naam Twente zijn afgeleid van tunta = speer. Deze these wordt gesterkt door de vondst in Weerselo van een speerpunt uit circa 500nC.

Tunta: Anglische soldaten gebruiken als wapen een speciale speer die veel lijkt op de Romeinse pilum. Speren zijn tot ver in de Middeleeuwen het belangrijkste militaire wapen. Een speer is maklijk te maken en te hanteren. Vaak gebruikt een krijger drie speren en een schild. De speren houdt hij in ťťn hand. Goed geworpen speren zijn vaak dodelijk door hun scherpte en kracht. Aangezien Saxen zijn genoemd naar hun saexe (= zwaard) en de Angelen naar de angol (een slagwapen; > Angol), lijkt het niet ondenkbaar dat Twente is genoemd naar de tunta (speer).

Rechts: een Anglische speer met linten in de kleuren groen en wit van het Anglisch koningshuis. (©) > Koninkrijk

 

250-100vC: Twente bevolkt door Angelen uit Drente. > ASA
250vC-800nC: Twente onderdeel van Anglisch Rijk > Angle, Angelland
222nC: De oudste vermelding van Twente is in Engeland op een altaarsteen uit de tijd van Severus Alexander (222-235) in Engeland. De steen is aangebracht door soldaten die zich volgens de tekst noemen CIVES TUIHANTI = Burgers van Twente. Altaar en tekst zijn gevonden in 1883 bij de Hadrian Wall in Noord Yorkshire. # Quedam/p134, DAB
--- Twentenaren noemen zichzelf Tukkers.
--- Hoe de Tukkers en Romeinen met elkaar in contact zijn gekomen, is vooralsnog niet bekend. De Romeinen in Nederland zijn nauwlijks boven de Rijn gekomen. Als het gaat om Tukkers die al duurzaam in Noord Yorkshire wonen en aldaar in aanraking zijn gekomen met de Romeinen, dan kunnen de Romeinen niet spreken van burgers van Twente.
--- De familienaam Tucker komt anno 2016 veel voor in Engeland. Daarmee lijken deze Tuckers verre nazaten van de Tukkers uit Twente.
--- De familienaam Tukker komt in Nederland anno 2016 veel voor. Vooral in Noord en Zuid Holland.
>>> Per saldo lijkt het dus te gaan om Tukkers die in Twente of daaromtrent met de Romeinen in contact zijn gekomen, naar Yorkshire vertrokken, aan de Hadrian Wall hebben gewerkt en aldaar zijn gebleven.
--- Thiemsbrug: Plein en centrum van Hengelo/Twente. De naam veronderstelt een historische brug over een rivier of beek met de naam Thiems. Vooralsnog is die nog niet gevonden. > Thiemsbrug
--- Opmerkelijk is dat river de Thames [Theems, Thems] in Engeland door vele Engelsen wordt uitgesproken als Thiems. O.a. in Escape to the Country (BBCtv 11.9.2012). Of er verband bestaat tussen de Thiems in Hengelo en de Thames [Thiems] in Engeland is vooralsnog niet ontdekt. Hengelo wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit Noord Twente. In latere eeuwen migreren vele Tukkers uit Twente naar Engeland. Een verband lijkt dus mogelijk. I.b. wegens de Grote Natheid. > Tukkers
--- 300-600nC De Grote Natheid: Kusten Angelland getroffen door grote natheid. Veel regen en stormen. Veel land loopt onder water of wordt weggespoeld. Vele Angelen uit Salland vluchten naar hoger grond op de Veluwe en in Twente en Drente. Door de grote natheid groeit daar de vegetatie veel te snel en wordt het land nauwelijks bruikbaar voor landbouw en veehouderij. Circa helft van de Angelen migreert daarom naar Brittannia waar de situatie beter lijkt. > P36
--- 500nC: De naam Twente lijkt al te bestaan rond 500nC. In Lincolnshire (NO Engeland) ligt namelijk een regio met de naam Twenty. Het is vrij zeker een regio waar veel Angelen uit NO Nederland in de periode 450-550nC zijn gaan settelen. > Lincolnshire/Twenty
500nC++: In Twente wordt op diverse plaatsen moerasijzer gevonden. In Weerselo is gevonden een speerpunt. In de Waarbeek bij Hengelo een armband. De vondsten dateren van rond 500vC. In die tijd komen de eerste Germanen [Angelen] zich vestigen in Twente. #GVT/p13
Twente is vrij zeker nimmer door Saxen bewoond, maar onderging wel een sterke Saxische invloed, omdat het centrum van het Saxisch machtsgebied lag in Westfalen, vooral in het stroomgebied van Lippe en Eems. Het gebruik van Saxische woorden, de vondst van Saxisch aardewerk en de toepassing van Saxische rechtsnormen in Twente zegt verder geenszins dat de Saxen hier werkelijk hebben gewoond. #GVT/p16
** Tubanten, Tusveld, Lincolnshire/Twenty, Yzer, Versaxing

Twinlocaties: > Twins
Twins: btr twinnamen Angelland/Engeland > TEHA

Twisto:
Tacitus schrijft 98nC dat de Germanen oude liederen zingen waarin zij o.a. de god Twisto bezingen. Deze naam zou verwijzen naar een god met twee gezichten (kanten). Sommigen leggen dat uit als hermaphrodiet. Dat lijkt plausible. Namelijk: Anglisch twi = twee. Twisto zou echter ook dubbelzinnig kunnen betekenen. Een god dus die zich kenmerkt door dubbelzinnigheid. Wat de waarde van Twisto dan moet zijn, is vooralsnog onduidelijk. Wel lijkt hij dan op het Orakel van Delphi, dat zich ook kenmerkt door dubbelzinnigheid c.q. onduidelijkheid.
¶ Volgens de mythologie:
- Heeft Twisto een zoon met de naam Mannus, de oervader (stichter) van alle Germanen.
- Heeft Mannus drie zoons uit wie zijn voortgkomen:
-- de Ingweonen wonend langs de Noordzee
-- de Herminonen wonend in centrum van Germania
-- de Istvaeonen wonend in ?? (niet genoemd); mogelijk in het oosten van Germania
** Mannus
# TAS (Germania/2)

Tijd::
()A a (=A av), aefen (avond), aefenglomung (avondgloed, schemering), aefnian (avond), aefre (altijd, steeds, weer), aefter non (namiddag), aefter tiadae (nadien), aeldo (ouderdom), aerne (vroeg), aernemergen (smorgensvroeg), aernlig (vroeg), ait (altijd), aiw (eeuw), aiwig (eeuwig), aiwseald (eeuwenoud), alaeg (vaak), ald (=A eald), alreadig (alreeds, reeds), althid (altijd), alwaegs (altijd), ane while (een wijle, een ogenblik), anes (eens, eenmaal, ooit), -ant (-end = durend, langdurig), antid (eens, eenmaal, ooit;), ar (vroeger), arlice (bn vroeg), as (als, toen), auld (=A eald, ould), av (altijd, voor altijd), awile (ogenblik), aynde (einde), ayne (einde), ayt (altijd, steeds), beforan (bevoor, voordien, eerder, tevoren, voordat), betwixt thaem (ondertussen), bitide (bijtijds), biwesen (actualiteit), bold (spoedig, bijna), calle (tijdens, gedurende), ceortlings (kortelings, onlangs), ceorts (=A corltings), circclocc (kerkklok), clocc (klok), cumstig (komstig, toekomstig, voortaan), daeg (dag), daegian (dageraad), daegesdaeg (dagelijks), daeghwaemlic (dagelijks), dalic (dadelijk), date (datum), dewile (terwijl), dic (dikwijls, vaak), eald (oud), eallniwe (heel nieuw), eaw (eeuw), eawig (eeuwig), ebba (eb), ec (eeuw), ece (eeuwig), eci (eeuwen), ecnis (eeuwigheid), faec (vaak), falter (verandering), falteran (veranderen), feorwertyne niht (veertiende nacht = veertien dagen), ferleddan (verleden), fierst (periode, tijd), fordan (voortaan), forenon (ochtend), forma (eerst, eerste), forrel (=A furrel), forth (voorts, voortaan), frough (vroeg), frougher (vroeger), ful oft (heel vaak), ful oft ne alaeg (heel vaak niet vaak = soms), fultides (veeltijds, veelal, vaak), furheadon (voorheen), furrel (kwartier), gear (jaar), geara (eertijds, vroeger), geastran (gisteren), geastran daeg (gisteren), geboran (gebeuren), gelicthidig (gelijktijdig), geo (vroeger), geo geara (lang geleden), gethidan (getijden), gestre (gisteren), gestredaeg (gisteren), giestrandaeg (gisteren), giet (nog steeds), half siex (LT half zes = half zeven), headon (heden, tegenwoordig), hrer (=A rear), hwilum (bn wijlen), ieldu (ouderdom, leeftijd), ilcan daege (elke dag), inbetwixt (intussen), laet (laat), landleg (voor altijd), langlic (lang geleden), langwelig (langdurig), late (laat), least (laatst), mael (eens, tijdstip, moment), maen (maan, maand), maent (maand), mancs (soms), mand (maand), mergen (morgen), mon (=A mona), mona (maan, maand), moncs (=A mancs), mond (maand), monna (=A mona), morgen (morgen, orchtend), morrow (=A morgen), morwen (=A morgen), naefre (nooit), naw (nou, nu), ne alaeg (niet vaak, soms), neaht (nacht), nean (nooit), nect (nacht), nepflod (doodtij), new (nieuw), niht (nacht), niw (nieuw), non (middag, 12 uur), now (nou, nu), nu (nu, nou), nu giet (nog steeds), nuwe (nu, nou), o (ooit, altijd), oft (vaak), old (oud), ole (=A old), ongon (toen), ore (uur), ould (=A old, eald), pappclocc (papklok = klok of bel geluid tegen schemertijd om werkers op het land naar huis te roepen voor eten; vaak was dat pap), prime (vroege ochtend van 6-9 uur), primtid (=A prime), rear (zelden, zeldzaam), seldan (zelden), sidh (laat), sidhdhan (sinds), siththan (sinds, sindsdien, vanaf), sona (spoedig), som (soms), somtid (somtijds, soms), spodig (spoedig), staerig (gedurig, steeds), stod (steeds), stodig (steeds, gestaag), strecs (straks, dadelijk), sum (soms), sumtid (soms), syslang (zolang, tot nu toe), taema (direct, vandaag), tearme (termijn), tha (toen), thatid (toen, toendertijd), thid (=A tid), tiadae (die dagen, toen), tid (tijd, getij), tidig (tijdig), tiding (tijding), tidlic (tijdelijk), tima (tijd, tijdstip), todaeg (vandaag), totide (momenteel, tegenwoordig), uhta (ochtend), ummer (immer, steeds), up tid (op tijd, tijdig), upstead (terstond, onmiddelijk), ur (oer), uyr (uur), vaeke (vaak), weldaega (welgaan, goede tijd), while (wijle, moment, ogenblik), wice (=A wicu), wicu (week), wicudaeg (weekdag), winc (ogenblik), wintertid (wintertijd), wucu (=A wicu), ye (ooit, steeds, altijd, hoe), year (jaar), yearlics (jaarlijks)
2600vC: Rond deze tijd begint Egypte tijd maten en gewichten te standaardiseren ivm de bouw van de piramides in Gizeh. Ze ontwikkelen een klok van steen (oost-west geplaatst) met dwars in het midden (noord-west) een opstaande steen. De lengte van de schaduw van de opstaande steen bepaalt de tijd. Later ontwikkelen ze een waterklok: een emmer die via een gat langzaam leegloopt tot de dag om is. Afstanden meten ze met een stok (cubit rot) met vaste lengte. Tijd en afstand drukken ze uit in een zes-tallig stelsel. Daarmee kunnen ze zeer accuraat meten en maten bepalen. #BBC4tv/4.8.2015
415nC++: Anglische weekdagen in gebruik > Weekdagen
500nC++: Bron WAB/p84 schrijft: Hjuki and Bil, the two children of the moon, personifications of the flow and ebb of the tide, have come down to us as Jack and Jill in the nursery rhyme.
550nC++: Kaarsen in gebruik voor tijdmeting. Op de kaars zijn uurringen geschilderd. Er zijn kaarsen van 12 en van 24 uur.
¶ Neem de tijd eer de tijd u neemt. Haastige spoed is zelden goed. De meester neemt de tijd en geniet van het leven. #SRK
¶ Vrees de toekomst niet. Wie dan leeft, die dan zorgt. De meester doet het nuttige en berust in onmacht. Meer kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
¶ Geniet van het leven zoveel dat is gegeven. > Carpe Diem
¶ De tijd lost vele problemen op. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
** Weekdagen, Maanden, Seizoenen, Verleden

 
Tijdperken: (TDP:)

Prehistorie
Oudheid
Oude Steentijd (paleolithicum)
Midden Steentijd (mesolithicum)  
Nieuwe Steentijd (neolithicum)
Bronstijd
Yzertijd
Romeinse Tijd
Donkere Middeleeuwen
Vroege Middeleeuwen
Late Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
---3000vC
---800vC
300.000-8.800vC
8.800-4.900vC
5.300-2.000vC
2.000-800vC
800-12vC
12vC-450nC
400-600nC
450-1050nC
1050-1500nC
1500-Heden

** Prehistorie, Donkere Middeleeuwen

Tijdzones:
1823: Nederland stikt van de tijdzones. In het verre verleden heeft elke stad in Nederland een eigen tijd. Negen uur in de ochtend in Groningen is niet negen uur ochtend in Assen, Zwolle, Deventer of elders.
1830: Middelbare Tijd per regio ingevoerd in Nederland om de vertrektijden van de postkoetsen te harmoniseren. Dat levert nog veel rekenwerk op voor de reizigers. Een rit van Groningen naar Amsterdam passeert 5 tijdzones: Drente - Overijssel - Gelderland - Utrecht - Noord Holland.
1909: Nederland = 1 tijdzone: Om reizen maklijker te maken worden alle tijdzones afgeschaft en krijgt Nederland 1 tijdzone voor het hele land. Nu kunnen vertrek- en aankomsttijden sneller worden uitgerekend.

Tynaarlo:
Gehucht in Noord Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Tynaarlo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Thynar (Thunar, Donar) + loha (hoog gelegen bos). Dus: het hooggelegen bos waar de god Donar wordt vereerd.
Suffolk: Suffolk in East Anglia (GB) bezit een paardsoort dat gerekend mag worden tot een oer Anglisch ras. Het paard is wat grof gebouwd, breed, niet erg groot, bruin van kleur en heel sterk. De manen zijn lang en naar onder steeds lichter van kleur. Dit Suffolk paard werd in het verleden op grote schaal gebruikt als werkpaard in de landbouw. Sinds de mechanisatie in de landbouw wordt het paard echter steeds minder gebruikt. Daardoor nam het aantal steeds verder af. De Engelse Prinse Margaret zet zich daarom in voor een terugkeer van de Suffolk. O.a. voor het afgrazen van natuurgebieden. #BBCtv/apr2014
--- Naar zeggen zijn dergelijke paarden ook nog aanwezig in de regio Tynaarlo. (#FRImei2014) Op zich is dat niet erg verbazingwekkend. NO Nederland (West Angle) heeft oude banden met Engeland. In de periode 450-550nC zijn enige miljoenen Angelen van het Continent gemigreerd naar Brittannia vanwege de Grote Natheid. (> MCAB, Grote Natheid) Ook uit NO Nederland en ook naar East Anglia. (> TEHA) Deze Angelen hebben veel van hun bezit meegenomen naar hun nieuwe bestemming. O.a. paarden.
--- Bizondere relaties van Drente met East Anglia zijn o.a. de Buntings en de Wiffings. Mogelijk hebben zij de Suffolk meegenomen naar Engeland. > Bunting, Wiffing
** Donar, Dorrestein, Ael, Taarlo, Aarlo, Paarden

Tysweer: > Reiderland

T550: termijn 550nC
1. Alle Anglische cultuurelementen in Engeland die daar al vůůr 550nC bestaan, worden geacht door de Angelen van het Continent te zijn meegenomen naar Engeland tijdens hun massamigraties in 450-500nC naar Brittannia.
2. Als Anglische cultuurelementen in Engeland na 550nC identiek of nagenoeg identiek zijn (luiden) als Anglische cultuurelementen op het Continent, dan wordt aangenomen dat de Anglische cultuurelementen in Engeland afkomstig zijn van het Continent en door de Angelen in Engeland tijdens hun massamigraties naar Brittannia in 400-500nC zijn meegnomen naar Brittannia.
3. Als er plausibele redenen zijn om aan te nemen dat Anglische cultuurelementen in Engeland door de Angelenen aldaar niet zijn meegenomen van het Continent, dan wordt aangenomen dat ze niet afkomstig zijn van het Continent.
4. Onder cultuurelementen worden hier verstaan: taal, woorden, begrippen, opvattingen, gebruiken, kleding, haardracht, technieken, gereedschap, bouwstijl, wapens, etc.

T1385: oorkonde 4 juli 1385 Acht Zijlvesten Groningen
Betreft bestaan en samenstelling van de Aftersylvestinge in Groningen. Bezegeld door:
her Onna fon Seyerdeberth = Heer Onna van Siddeburen
her Egga fon Scheldwalda = Heer Egga van Schildwolde
her Rembod fon Slochtra = Heer Rembod van Slochteren
her Alric fon Skiramera = Heer Alric van Scharmer
her Wolter fon Germerwolda = Heer Wolter van Garmerwolde
her Sueter fon Suderwalda = Heer Sweder van Zuidwolde
her Onna fon Northawalda = Heer Onna van Noordwolde
her Ondulf fon Bedum = Heer Ondulf van Bedum
presteran ande cureten = priester en cureten
Allen waren dus kerkelijke functionarissen.
# Vrouger nov 1996

U::

Uchelen: > Ugchelen

Uelsen:
Alias Ulsnen (1131nC++). Dorp ten westen van Neuenhaus in graafschap Bentheim. Hoorde vroeger tot Twente. In een oorkonde van anno 1131 bericht bisschop Andreas van Utrecht over een kerk in Tuenta in villa, quae Ulsnen vocatur. #Quedam/p135

Uffelte:
Dorp bij Havelte in Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Uffe, Offa (mansnaam) + feld (veld). Dus: Offaveld = het veld van Offa.
405nC: Mogelijk heeft koning Offa van Angeln (gb 380nC) enige tijd in Uffelt vertoefd met zijn leger tijdens zijn militaire campagne in 405nC. Deze optie lijkt nogal reŽel. Offa trekt namelijk vanuit Angeln naar Fiveldore (Delfzijl) waar hij de Myrgings verslaat. Daarna trekt hij verder via Cuijck naar de Maas. Van Cuijk trekt hij weer verder over de Romeinse heerbaan richting Blerick. Halverwege blijft hij enige tijd met zijn leger in een regio die later de naam Oeffelt krijgt, dat naar zegen is vernoemd naar Offa. > Offa van Angeln
405nC: De marsroute van Offa van Angeln en zijn leger is niet ondenkbaar. Vanuit Uffelte zal hij zeker de weg kiezen over de hoge en droge gronden van de Sallandse Heuvelrug en de Veluwe, ipv door de moerasgebieden daaromtrent. Bij de Veluwe zal hij zeker de oude Romeinse wegen nemen naar het zuiden. Voor Romeinen hoeft Offa niet te vrezen. Die zijn al rond 400nC massaal teruggekeerd naar Rome.
¶ Vanuit Oeffelt trekt Offa met zijn leger door naar de Waal, waar hij de grens van Angelland met het land der Franken vastlegd.
1040: Hendrik II schenkt aan ? Uffelte, Wittelt en Pithelo, vroeger eigendom van Ulfo en zijn broeders. (Drentse Oorkondenboek No. 19) #DRG/p19+
1040: De Duitse koning Hendrik III schenkt aanzienlijke goederen en inkomsten in Uffelte, Groningen, Wittelte en Peelo aan de bisschop van Utrecht. #Quedam/pIX
Vlag per 2008: Op wit een golvende baan in rood (boven), een golvende baan in groen (onder) en een korenschoof in goud (midden).
** ASA, Oeffelt, Offaland

Ugchelen: > Apeldoorn, Bruggelen

Uiterlijk: (UTL:)
()A aethel (edel), aethelic (adellijk, edel), bigge (groot), beot (bot, grof), beotlic (bot, grof), bync (stoer, bot, grof, lomp, woest), claen (klein), crem (klein), crim (klein), crum (klein), dafen (daverend, schitterend, prachtig, mooi), dawan (=A dafen), doddig (lief, klein), earc (erg, slecht, boos, kwaad), earcig (erg, vreselijk), earig (eng, vreselijk), ethel (edel), faeger (mooi, prachtig), frid (mooi, vredig), gerouf (=A grouf), grouf (grof, lomp), great (groot), grut (groot), haigh (=A hogh), harsc (ruw, grof, stug), haugh (=A hogh), heag (=A hogh), heah (=A hogh), hodig (groot gebouwd), hogh (hoog, groot), hone (=A hogh), hoon (=A hone), huccle (=A uccle), irmin (groot), lellic (lelijk), lid (klein), lut (klein), lutle (heel klein), luttic (klein, kleinig, nogal klein), lytel (luttel, gering, klein), maeger (mager), mecla (groot), micla (groot), myce (klein), pene (klein, gering), pigge (groot), pogge (groot), real (prachtig, weelderig, edel), rouf (ruw, ruig, grof, lomp), rute (ruw, grof, wild, sterk), ruw (ruuw, grof), sciene (=A scone), scone (schoon, mooi, prachtig), scunnig (schunnig, grof, bot), smael (smal, klein), thicc (dik), thynn (dun), timp (klein), uccle (klein, teer), uglig (afschuwelijk, vreselijk), uterlic (uiterlijk), waeg (klein, pitoresk)
** Omvang, Outfit, Haar, Cosmetica, Kleuren

Uiterwaarden: (UTW:)
()A colc (kolk = plas of meer in een uiterwaarde), ooy (=A uterweard, utsleag = uiterwaarde, waard), oxweard (ossenwaarde = uiterwaarde waar ossen grazen), pleay (strand, landhoek, uiterwaarde), uterweard (=A utsleag, ooy = uiterwaarde = land tussen dijk en rivier), utsleag (uiterwaarde), waerth (=A warth), wart (=A warth), warth (waarde, uiterwaarde, laagland, omspoeld land, schiereiland), weard (=A warth), weardmaester (waardmeester = toezichthouder uiterwaarden), weord (=A warth), weurd (=A warth)

      

    boven: Ysselwaarde met koeien en oude Anglische hoeve in Leuvenheim
   Ao 2013 (foto ©) > Leuvenheim

Ossenwaard: Alias Oxwearde. Uiterwaarde langs de Yssel bij DeWorp/Deventer. Het gebied is 60 Ha groot, bestaat voornamelijk uit natuurgebied en wordt regelmatig overstroomd door water van de Yssel. De Ossenwaard is vroeger daarom ook altijd gebruikt als zomerweide voor ossen. Voor melkvee is ze te zandig en nat. > Ossen
--- De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch oxa (os) + weard (=A weorth = wierde, waarde = buitendijks laag gelegen land; ON weurt, waerd, waert). Dus: een waarde waar ossen grazen. > Oxwerd
** Laagland, Dijken

Uitgaan:
()A cermes (kermis), dansan (dansen), drenchus (drankhuis, bar, cafee), drinchus (drankhuis, bar, cafee), pancoucery (pannekoekrestaurant)
** Vermaak, Drinken

Uithoudingsvermogen: > Stamina

Ulft:
Stad in de Liemers. Reeds vermeld in 832nC als Ulft. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. Rond Ulft liggen diverse locaties van Anglische herkomst. O.a. Ysselhunten, Veldhunten, Engbergen, Landfort, etc.
¶ Mogelijk is Ulft in latere tijd genoemd naar prins Offa van Angeln. In 405nC voert hij een militaire campagne tegen de Saxen en Swaefen, die het Anglische Rijk zijn binnengedrongen. Mogelijk is Offa (Uffe) op terugweg naar Haithabu in Angeln met zijn leger vanuit Nijmegen door de Liemers getrokken en heeft hij enige tijd gebivakkeerd in Ulft, de regio die dan sindsdien de naam Uffeld kan hebben gekregen, afgeleid van Anglisch Uffe (Offa) + feld. Dus: het veld van Uffe (Offa) ofwel het veld waar Offa (Uffe) van Angeln heeft gebivakkeerd.
¶ Opmerkelijk zijn de familienamen Uffing en Ueffing die in de Liemers veel voorkomen. Beide namen zijn afgeleid van Anglisch Uffe (mansnaam) + ing (volk). Dus: volk van Uffe (Offa). Het is denkbaar dat de namen afkomstig zijn van Offa van Angeln, die tijdens zijn verblijf in Ulft in 405nC heeft gezorgd voor enige nakomelingen. Ulft ligt halverwege tussen Zevenaar en Oost Gelre. De these lijkt derhalve plausibel.
** Offa van Angeln (gb 386nC), Landfort, Praesting

Unegungas:
Anglisch volk wonend in Unegungga (ZW Mercia). Hun gebied omvat rond 750nC 1.200 hides (= 60 Km2). Mogelijk zijn ze afkomstig uit Oene (NO Veluwe) en zijn ze ergens rond 500nC vandaar gemigreerd naar Brittannia vanwege de langdurige natheid in Angelland op het Continent. In dat geval is Unegung afgeleid van Anglisch Une (Oene) + gung (bende, troep, volk). Dus: het volk van Une (Oene) en heet hun woonoord Unegungga, wat is afgeleid van Anglisch Unegung + ga (gouw).
** Onderstammen, M35

Unegungga: > Unegungas
Ung-: > Eng-

Unico Ripperda (1340*-1400)
Stamvader van het adellijk geslacht Ripperda in Groningen, Overijssel en Gelderland. Is hoofdeling van Farmsum en Wedde. In 1375-1398 proost te Farmsum en Loppersum.
# NGE, DAB

Uplade:
Oude burcht die rond 950nC ergens in Montferland moet hebben gestaan. In die tijd is de burcht bewoond door graaf Wichman en zijn dochters Adela en Lutgard.
# OBN/p32-33

Urineren: > Secretie

Urling:
Gehucht tussen Oeffelt/Boxmeer en Gennep in Noord-Brabant. Rond 450nC mogelijk bevolkt door Angelen uit Oeffelt, nazaten van soldaten van prins Offa van Angeln, die rond 405nC enige tijd legerde in Oeffelt met zijn soldaten.
¶ Rond 500nC zijn mogelijk enige Angelen uit Urling gemigreerd naar Mercia in Brittannia waar ze zich duurzaam hebben gesetteld. Zij vormen daar de Anglische stam met de naam Eorlingas.
Urlingstraat: straat aan de Maaskant van Oeffelt.
** Oeffelt, Eorlingas

Urnen: > Urnencultuur

Urnencultuur: (URC:)
()A pot (pot, urn)
¶ Na crematie van een persoon wordt diens as uitgestrooid of bewaard in een urn. Urnen hebben vele vormen. Ze zien er vaak uit als vasen, kruiken of potten. Vaak zijn ze ook versierd met oude motieven.
¶ In de voorchristelijk tijd worden urnen veelal gemaakt van ongebakken klei. Nabestaanden plegen daarbij een gift mee te geven. De zandurn wordt geplaatst in een heuvelgraf tussen andere soortgelijke urnen. Deze zandurnen versmelten uiteindelijk met de omringende aarde. (#DeTelegraaf 27.12.2011)
¶ Urnen worden uit de hand gevormd, eventueel bestempeld met motieven, geverfd en gepolijst. Veelal zijn ze bol en hebben ze een standvoetje.
Urnenvelden: Urnen gevuld met as worden begraven in urnenvelden. > Urnenvelden
2000-800vC: In de Bronstijd (2000-800vC) is de vaasvorm populair. Urnen werden vroeger vaak bijgezet in een graf of begraven in een urnenveld. In de Achterhoek zijn enige urnenvelden uit de Oudheid gevonden. O.a. bij Eibergen, Huppel en Beltrum. (> Bekervolk) Ook zijn er urnenheuvels gevonden. Urnen werden ook begraven bij oude grafheuvels.
900vC++: In het begin van de Late Bronstijd ontstaat een nieuw grafgebruik. Begraven van doden maakt plaats voor lijkverbranding. Crematieresten (vrnl as) worden bewaard in urnen, die dan meestal worden begraven in urnenvelden. Dit gebruik blijft tot diep in de ijzertijd bestaan. #OBA
500vC++: Arnhem staat onder invloed van de cultuur waaruit de noordelijke urnenvelden voortkomen. Dat geldt voor het hele gebied van Nederland boven de grote rivieren. (#OBA/p11) Sinds 500vC is dat vooral de Anglische cultuur. > Arnhem
400vC++: In 1941 is in het Wolfersveen bij Zelhem een urnenveld opgegraven. De urnen dateren uit circa 400vC.
150nC++: Bron AWA (1842) schrijft:

ENGBERGEN, landgoed in het graafs. Zutphen, prov. Gelderland, ..., gem. Gendringen. Omstreeks het jaar 1810 vond men, op dit landgoed, bij het delven van eenen kuil, eenige voeten diep in den grond, eene urne van gebakken roodachtige aarde, bevattende de overblijfselen van een verbrand lichaam, naar gissing uit den Romeinschen tijd.

270-450nC: In Voorburg/DenHaag is een crematiepot met crematieresten opgegraven. De pot wordt gedateerd op 275-450nC. Ze toont grote gelijkenissen met Angel-Saxisch aardewerk uit Noord Duitsland en Oost Engeland. In Bremen en omgeving zijn honderden van die potten gevonden. Aangezien Noord Duitsland vůůr 400nC en Oost Engeland na 400nC overwegend zijn bevolkt door Angelen, gaat 't vrij zeker om Anglisch aardewerk zoals o.a. gevonden in Norfolk in 1933-38. De crematiepot en creamtieresten lijken derhalve afkomstig van een Anglische gemeenschap in Voorburg.
400nC++: In Loppersum is gevonden een zgn ribbelurn van 17.5 cm hoog, daterend uit circa 400nC. Deze ribbelurn komt veel voor in de Anglische regio's op het Contintent en in Brittannia. Loppersum wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt.


              

Boven: Aquarel van ribbelurnen gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vijf handgemaakte ribbelurnen in continentaal Anglische stijl rond 300-600nC. De urn met voet rechts heeft drie stippen 1-2 gepaaltst. Dit is het symbool van het Arianisme dat gelooft in God als Oerbron waaruit Jezus en de Heilige Geest zijn voortgekomen. (> Arianisme) De eerste Christenen onder de Angelen zijn van oorsprong aanhangers van het Arianisme. (@ aquarel © BCK/TiedLight)
405nC++: Anglische urnen in Maashees/Limburg. > Maashees
450nC++: In Caistor St Edmund (Norfolk, Engeland) is een urn gevonden tijdens opgravingen in 1932-38. De urn heeft de vorm van een kruik met een smalle voet (5 cm), een brede buik (30 cm), een smalle opening (13 cm) en is 18.2 cm hoog. Ze is versierd met paarden, hoefijzers en abstracte figuren als een soort vlechtwerk die ook is te zien op Anglische runenstenen en voorwerpen, zoals die in de schat van Staffordshire. Norfolk ligt in East Anglia en is sinds circa 450nC een Anglisch gebied. Deskundigen noemen de urn een Angel-Saxische grafurn. Aangezien Norfolk sinds circa 450nC voornamelijk is bevolkt door Angelen, is de kans groot dat de urn van Anglische makelij is. Temeer daar de genoemde versiering (vlechtwerk) overeenkomt met de versiering op voorwerpen in de schat van Staffordshire, een gebied waar sinds 450nC hoofdzakelijk Angelen wonen. Crematie kwam bij de Angelen op het Continent zeker voor, getuige o.a. de vele urnen die zijn gevonden op het grafveld van Borgstedterfeld, tussen Rendsburg en EckerfŲrde in Angeln.
750nC: In Aalsum (Humsterland/Groningen) is een urn gevonden uit circa 750nC. In die tijd wordt Aalsom nog overwegend bewoond door Angelen.
750nC: In een groot aantal kuilen versrpreid over de buurt Engeland in Beekbergen zijn urnen gevonden met verbrande beenderen van mensen daterend uit circa 750nC. De Angelen hebben zich rond 100vC in Beekbergen gesetteld vanuit de regio Apeldoorn.
¶ Forn Sidr (= Oude Zeden) in Denemarken is de grootste vereniging van aanhangers van de oude Germaanse natuurgoden als Odin (de oppergod), Thor (god van de donder) en Freya (godin van de liefde en vruchtbaarheid). In Odense op het eiland Fyn (oud Anglisch gebied) heeft Forn Sidr een begraafplaats gesticht. Daar liggen nu grote stenen waarmee een 18 meter lang Vikingschip wordt gebouwd. Binnen het schip worden urnen geplaatst. Buitenom het schip zullen doden worden begraven in grafkisten. (> Forn Sidr)
** Bekervolk, Thanatologie, Crematie, Staffordshire, Engbergen, Zuid Holland, Aalsum, Archeologie
# FRI, WP, museums.norfolk.gov.uk 4.10.09, KBG

Urnenvelden: (URV:)
Urnen gevuld met as worden begraven in urnenvelden. > Urnencultuur
¶ 550vC Holsloot/Coevorden: urnenveld met een kringsloot
¶ 500vC Eibergen: urnenveld > Bekervolk
¶ 500vC Wolfersveen/Zelhem: urnenveld > Urnencultuur
¶ 400vC urnenvelden worden opgegeven (SDV/p281)
¶ 100nC urn van Engbergen/Achterhoek > Engbergen
¶ 150nC Maashees/Boxmeer: urnen van een Germaans [Anglisch] volk. > Maashees
¶ 400nC Borgstedterfeld/Angeln: urnenveld > Thanatologie
¶ 750nC Aalsum/Groningen: urn met asresten mensen en bijgaven > Aalsum
¶ 750nC Engeland/Beekbergen: urnen met asresten mensen > Engeland Beekbergen
** Esgrond, Raatakkers

Uteringe:
Streek in Grollo, Drente. De naam is mogelijk afgeleid van Anglisch uter (buiten) + inge (volk). Dus: buitenvolk. Noord Drente wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Groningen. Mogelijk is Uteringe dus van oorsprong een Anglische nederzetting.
¶ Bij Uteringe liggen het Uteringsveen en de Uteringsweg.
** ASA, Angelse Landen, Grollo
# FRI, KBG

Utgard: hemelrijk van de reuzen (mythologie)

Utrecht:
Provincie Utrecht wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit West Veluwe. > ASA
¶ De naam Utrecht is afgeleid van de Latijnse naam Rheno Utlra Trajectina, ofwel het gebied Over de Rijn, i.c. de Kromme Rijn, die toen de belangrijkste loop vormt van de Rijn.
10nC++: Bij het Domplein te Utrecht zijn houten resten gevonden van een Romeinse weg uit circa het jaar 10nC. Eerder zijn al resten gevonden van een oude muur van een Romeins castellum aldaar. (# RCE 28.9.2011)
743nC: De Frankische koning Pippijn III (714-768) verovert het Utrechtse gebied boven de Kromme Rijn. Hij lijft dit gebied in het Frankische Rijk. Pippijn maakt stad Utrecht tot de zetel van het bisdom Utrecht dat in die tijd heel Noord Nederland omvat tot aan de Waal, exclusief de Achterhoek en de Groninger Ommelanden.
750nC++: De kerstening van Angelland werd geÔnitieerd en gesteund door de Frankische koningen. Daardoor kregen ze automatisch meer controle en gezag over de Anglische gebieden. De missionarissen en kloosterlingen deden het werk voor hen. Bisdom Utrecht speelde hierin een centrale rol. De Anglische symbolen en waarden werden systematisch afgepakt en vervangen door christelijke. De Anglische identiteit werd daardoor op de lange termijn geleidelijk steeds meer in de vergetelheid gebracht.
754nC: Lebinus (713*-773) Engelse missionaris uit Noord Yorkshire meldt zich bij bisschop Gregorius van Utrecht. De bisschop geeft hem opdracht tot kerstening van de gebieden in Gelderland en Overijssel. Lebinus vestigt zich in Deventer. > Lebinus
793-1066: Vikings teisteren NW Europa > PgBrit/Vikings
800nC: Zetel bisdom Utrecht verplaatst naar Deventer wegens raids Vikings.
850-1795 Teng: Oude Utrechtse term voor pachter. OudEngels/Anglish: theng. De term komt in Nederland alleen voor in het Utrechtse leenstelsel. Dit lijkt te betekenen dat in de regio Utrecht oorspronkelijk voornamelijk Angelen wonen, hetgeen goed rijmt met andere gegevens. I.b. Offaland. > Teng
923nC++: Bisschop Balderik (897*-976) is trouw aanhanger van de Saxische koningen Hendrik I en Otto I. Hij ontvangt daardoor van hen vele schenkingen.
950nC: Zetel bisdom Utrecht terug naar stad Utrecht door toedoen van de Saxische koning.
1060nC: Bisdom Utrecht krijgt grafelijke rechten eigen kerkregio
1227 28 juli Slag bij Ane: Rudolf II van Coevorden verzamelt een groot leger Drentse boeren bij Ane. Zij lokken Otto van Lippe, bisschop van Utrecht, met zijn leger ridders en soldaten naar een zgn wisselveen (Angl: wiscfen), dat vaak droog lijkt, maar feitelijk vaak nat en diep is. Die dag lijkt het een droge veen. De overmoedige Otto en zijn leger draven in vol galop richting Rudolf en de Drenten een halve mijl verder, aan de overkant van het wisselveen. De gevolgen zijn rampzalig. Otto en alle ridders, paarden en manschappen belanden in het veen. Door hun zware harnassen en wapens verdwijnen ze alle in de diepte. Rudolf en de Drenten hebben gewonnen. De macht van Bisdom Utrecht over het Noorden is definitief gebroken. Drente en Groningen zijn verlost. > Coevorden
2012: Volgens taalkundigen van de Rijksuniversiteit Utrecht (RU) staat het dialect van stad Utrecht fonologisch erg dicht bij het Engels. (# radio mei 2012) Dit lijkt te bevestigen dat stad Utrecht rond 150vC is bevolkt door Angelen uit de West Veluwe.
** Angelland, Amersfoort, Thorhem

V::

Vaardigheid: > Vaardigheden

Vaardigheden: (VDH:)
()A cudh (kunde, vaardigheid), cunnan (kunnen, kennen, weten), cunne (kunne, geslacht, sexe, afkomst), cunneman (vakman), cunnend (kundig, bekwaam, handig, slim), cunnery (klussendienst), cunnian (proberen, zoeken, testen), cunnig (vertrouwd, bekend, gewend), cunst (kunst, kunde, bekwaamheid, vaardigheid)
** Onderwijs, Wijsheid

Vaarroutes: > Vaarwegen, Vaarwaters, TEHA
Vaartuigen: > Schepen

Vaarwaters: (VRW:)
Betreft belangrijke historische vaarwaters in Angelland, exclusief kleine zijrivieren, vaarten e.d. () = oudst bekende vermelding
Vaarroutes: rond 300nC


               

boven: de belangrijkste waters in Nederland rond 300nC (@)

Bovenstaande kaart toont Nederland rond 300nC. Deze geografie is gebaseerd op historische gegevens uit oude bronnen. #VMH
Vaarroutes: rond 500nC


               

  boven: de belangrijkste waters in Nederland rond 500nC

Uit bovenstaande kaart blijkt dat de meest gebruikte vaarroutes vrij zeker zijn gegaan via de rivieren Hunze, Boorn, Vecht, Regge, Yssel, Ysselmeer en Rijn. Ook de Fivel in Noord Groningen hoort daartoe. (> Fivel) Navenant zullen de belangrijkste vertrekpunten hebben gelegen in Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. Dit stemt aardig overeen met de eerdere analyse naar exportregio.
Namen:
Alblas/AlblasserWaard (RZA/1773)
Amstel (1773 RZA)
Berkel/Westfalen-Zutphen (RZA/1773)
Damsterdiep/Groningen-Delfzijl (RZA/1773)
Dinkel/Twente
Dokkummerdiep/NO.Friesland (kaart/1589; RZA/1773) > NWGro1589
Dollard (1550 kaart) > Reiderland
EE/Dokkum > Dokkumerdiep (RZA/1773)
Eem/Utrecht (RZA/1773)
Eems/Coevorden-Emden (---/1500*)
Eider/Sleswich-Holstein (---/700nC*)
Elbe (Tacitus/122nC)
Fivel/NO.Groningen (Widsith/450nC) > Fiveldore
Grift/Apeldoorn-ZuiderZee (KVL/1557)
Groningerdiep (---/1589) > NWGro1589
HaarlemmerMeer/Z.Holland (xxx)
HavelterAA/ZW.Drente (RZA/1773)
Hoendiep/Groningen (CWK/1573)
Hunse/N.Drente-W.Groningen (RZA/1773)
Kolonelsdiep/Groningen-Friesland (CWK/1573)
Koningsdiep/Drente (RZA/1773)
KrommeRijn/WijkBijDuurstede--Katwijk/Rijnsburg (GHS/1100)
Kuinre/Frielsand-Drente (RZA/1773)
Lede/Lijden (---/1450*)
LeidseMeer (---/1450*)
Lek (GHS/1100; RZA/1773)
Linde/Frielsand-Drente (---/1773)
Linge/Lobith-Leerdam (RZA/1773)
Lopendiep > Hunse (RZA/1773)
Louwers/NO.Friesland (kaart/1589) > G1589, NWGro1589
Maas (GHS/1100; RZA/1773)
Merwe (RZA/1773)
Oste/NederSaxen (---/449nC) > Kranenburg Stade
OudeRijn/Pannerden-Doesburg (xxx) > Oude Rijn
OudeYssel/Kleefland-Doesburg (RZA/1773; FRI/2009)
Regge/Twente (RZA/1773)
Reitdiep/Lauwerszee-Groningen > Groningerdiep
Rotte/Bleiswijk-Rotterdam (---/1100; ---/1106; RZA/1773)
Rijn (Tacitus/10nC; GHS/1100; RZA/1773)
Saale/Thuringen (xxx)
Schelde (RZA/1773)
Schipbeek/Westfalen-Deventer (RZA/1773) > Colmschate
Slinge/Achterhoek
Sorge/Angeln (NDR/2011)
Spaaren/Leiden-Haarlem (RZA/1773)
Spaarne/Amsterdam-Haarlem (---/1800*)
SteenwykerAA/NW.Drente (RZA/1773)
Trene/Sleswig (---/449nC) > Hollignstedt
TwickelseVaart/Twente (KUOZ/p62/1350++)
Vecht/Coevorden-Zwolle (RZA/1773)
Vecht/Utrecht (GHS/1100; RZA/1773)
Waal (GHD/1100; RZA/1773)
Waarbeek/Twente
Waddenzee (xxx)
Weser/NederSaxen (xxx)
WesterwoldeAA/O.Groningen (RZA/1773)
Yssel/Gelderse (RZA/1773)
Yssel/Hollandse (RZA/1773)
Zaan/N.Holland (RZA/1773)
Zuiderzee (kaart/1350*)
ZwarteWater/Overijssel (RZA/1773)
** Waterwegen, Waterlopen

Vaarwegen: (VRW:)
()A ceal (nauwe doorgang), dregg (dreg, bagger), dreggan (dreggen, baggeren)
445nC++ De reizen van Hengest en Horsa rond 455nC tussen Angelland en Brittannia zullen gezien de geografische omstandigheden voor een groot deel over de Noordzee zijn gegaan. Hun reizen zullen zeker ook door andere Angelen zijn gemaakt. Gezien de migratiewegen tussen Angelland en Brittannia lijken de Rijn en de Yssel in die tijd al belangrijke schakels te zijn in de migratiewegen naar Brittannia. > TEHA, YTL-Route
** Vaarwaters, Waterwegen, Waterlopen, Scheepvaart

 

Vakwerkbouw:
Vakwerk is een bouwstijl waarbij eikenhouten balken de muren van een pand dragen. De balken zijn normaliter duidelijk te zien. De tussenvlakken worden in de Anglische bouwstijl gepleisterd en geverfd. Het oudste voorbeeld van Anglisch vakwerk in Nederland is de Ollie MŲll uit circa 1300AD bij havezathe Plekenpol in Winterswijk. Rechts: de Ollie MŲll. (foto © TiedLight)
 
¶ Bij Saxisch vakwerkbouw worden de tussenvlakken niet gepleisterd of geverfd, zodat de baksteen goed zichtbaar is. Alleen de balken worden geteerd.
** Architectuur, Plekenpol, Huizen, Angelmodde

Valentijndag: (VLD:)
Anglisch: Folantyndaeg (14 februari). Oeroud gebruik om op die dag je geliefde te plezieren met bloemen en een leuk cadeau. De naam lijkt afgeleid van Anglisch folan (veulen) + tyn (tuin, erf) + daeg (dag). Veulens worden gezien als vrolijke en speelse jongelingen. Folantyndaeg lijkt dus een dag dat geliefden mogen genieten in de tuin van vreugden. Engelsman Geoffrey Chaucer herdenkt in 1381 deze dag met het gedicht:

For this was on seynt Volantynys day
Whan every bryd comyth there to chese his mate.

ofwel:
Want dit was op Sint Valentijns dag
Als elke vogel daar komt om z'n maat te kiezen.
NB Oud Engels bryd = vogel, bruid, bruidegom.

¶ Anneke Kranenburg (1913-2008) Anneke woont aan de Pagematestraat te Zutphen. Zover bekend is Anneke de eerste in Nederland die een Valentijn Kaart stuurt en wel op 14 februari 1939 aan haar geliefde Henk Nooren te Arnhem aan de Statenlaan 28, getekend met "Jouw Anneke". Schoondochter Josina Nooren vindt deze kaart en vertelt dat Anneke uit een belezen gezin komt, waar het traditie is om elkaar geregeld een kaart te sturen. Met haar kaart aan Henk wil Anneke het contact met hem houden. Zolang ze niet getrouwd zijn, kunnen ze immers niet onder ťťn dak wonen. Bovendien ligt Arnhem nog te ver met de vervoermiddelen van die tijd. Een ontmoeting is dus erg moeilijk. Anneke bewaart werkelijk alles. Zo vindt Josina Nooren deze kaart in een album van haar schoonmoeder. Anneke en Henk hebben allebei al een relatie achter de rug als ze elkaar ontmoeten op een bruiloft van een nicht.
¶ Als Anneke 14 februair 1939 de Valentijn kaart verstuurt, heeft ze al een jaar verkering met Henk. Enkele maanden later verloven de twee en oktober 1939 trouwen ze. Het huwelijk is versneld omdat Henk moet opkomen voor militaire dienst. De Tweede Wereldoorlog is net uitgebroken.
Henk overlijdt in 1996 en Anneke in 2008.
# Josina Nooren (De Stentor 13.2.2010)
 

Valk:
Roofvogelsoort, bestaande uit 58 families, verspreid over de hele wereld. Valken zijn goede jachtvliegers, die een scherp zicht hebben. Van oudsher worden ze in vele culturen getraind voor de zgn Valkenjacht, bedreven door vele liefhebbers. In de mythologie wordt de valk vaak gezien als de ziel van de mens, die steeds opstijgt naar de hemel en dan weer neerdaalt.
5000vC: In Noord Soedan zijn beeldjes gevonden van valken, die de god Horus moeten voorstellen. Ze zijn prachtig en scherp uitgesneden in een soort granietsteen en dateren van circa 5000vC.
1400vC: Amulet gouden valk in linnen zwachtels van mummie van Neswaiu, zoon van Tekeretdjehuti, generaal onder de Egyptische koning Thutmoses III (1479-1425vC). De valk is het symboool van de god Horus, de Egyptische god van de liefde en herrijzenis. Het sieraad is in 2014 ontdekt in Stockholm en daar nagemaakt in plastic met een 3D-printer. De amulet is circa 4 cm hoog en 7 cm breed. Ze was opgehangen met een halssnoer aan de vleugels van de valk. # De Telegaaf 22.2.2014
** Horus, Adelaar
# Natgeo TV 2009, DAB, KBG

Valken: > Valk, Valkenjacht

Valkenjacht:
()A blawfot (steenvalk), falca (valk), fugolweda (vogelweide = land ongeschikt voor akkerbouw), fugolweda (vogelweide gebruikt voor vangen en trainen van valken), laerna (valk), smarrel (valk)
¶ Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. #WAB/p171
** Jacht

Valthermond:
Regio in Drente. Aldaar leefden vroeger veel bevers. Aangezien de Angelen notoire beverjagers waren, is Valthermond mogelijk van oorsprong een Anglische nederzetting. Noord Drente is rond 300vC bevolkt door Angelen uit Groningen. In deze context kan Valthermond zijn afgeleid van Anglisch fald (omheinde ruimte) + muth (mond, monding). Dus: de omheinde ruimte bij de monding.
** Beverjacht, Beversites, ASA, Maashees

Valuta:
Sinds de 13e eeuw gebruiken de kooplieden in Europa steeds meer gouden munten geslagen in Florence als betaalmiddel. De munt heet florenus wat verwijst naar de bloem (Italiaans: fiore) op de keerzijde van de munt, ofwel de lelie. In de Nederlanden heet de munt floryn. Later gaan de Noord-Europese steden zelf 24 karaat gouden munten slaan. De Toscaanse Florijn staat aanvankelijk model, maar later komen eigen ontwerpen.
¶ In de 13e eeuw is de Karolingse zilveren penning de enige muntsoort. De basis van het Nederlandse muntstelsel is de Groot van 12 penningen. Later worden ook buitenlandse munten gebruikt. O.a. Schilden uit Frankrijk en Nobels uit Engeland. Door het grote aantal muntsoorten wordt het betalingssysteem nogal ingewikkeld. Ter vereenvoudiging hanteert men daarom een centrale rekeneenheid. De meest bekende is het Pond (£), dat is onderverdeeld in 20 schellingen (s) van 12 penningen/duiten (d). De ruiwaarde van andere munten wordt dan uitgedrukt in dit stelsel.
¶ De naam gulden komt als muntnaam rond 1325 voor het eerst opdoemen in Noord-Nederlandse teksten. Rond 1350 worden de eerste goudguldens geslagen. In de 14e eeuw is gulden de algemene naam voor deze gulden florene, afgekort Fl of F.
¶ In de 16e eeuw, tijdens het bewind van Karel V, wordt voor 't eerst de Carolusgulden geslagen. De gouden in 1521, die in 1521 wordt vervangen door de zilveren. Deze munt wordt ook vaak Car, Caroli of gewoon gulden genoemd. Aanvankelijk wordt ze in Thal geslagen en wordt daarom ook wel daalder genomed. Van 1521 tot 1601 is 1.5 Car = 30 stuivers. Daarna wordt 1.5 Car = 28 stuivers. De gouden Car weegt 2.91 gram. Later komen de zilveren Cars, die 22.85 gram wegen. De stuiver is van zilver en is gelijk aan 16 penningen. Van 1694 tot 1800 is de gulden van zilver en weegt dan 10.6 gram. Er bestaat ook een halve stuiver van koper en die heet Groot Vlaams.
Bedragen worden weergegeven in een drietallig stelsel. Zo betekent 29-6-7: 29 gulden, 6 stuiver en 7 penning.
¶ In de 17e eeuw slaan de munthuizen in de Republiek een grote diversiteit aan munten, waardoor het hele munststelsel onoverzichtelijk en onpraktisch wordt. Rond 1700 wordt daarom weer de zilveren gulden geslagen en in roelatie gebracht.
¶ In de Franse Tijd (1795-1813) wordt papiergeld geÔntroduceerd. Dit zijn de assignaten, berucht wegens hun geringe waarde. In 1816 worden de gulden en het decimale stelsel ingevoerd.
** Geldstelsel, Munten, Daglonen
# neha.nl, DAB, KBG

Van Angelen:
Geslacht dat sinds de 19e eeuw o.a. voorkomt in Vreeswijk en Utrecht.
Mogelijk stamt dit geslacht af van Engist van Angeln (gb 405) te Leiden.
** Engist van Angeln, Leiden, Angeli

Van Beveren:
Geslacht afkomstig van Manor Bevere in Bevere bij Worchester, Engeland. De naam bevere of bever is afgeleid van het exclusief Anglische beofor.
** Beverborg, PgA-Z/Van Beveren

Vandalen: (VDL:)
Germaans volk in gebied langs de Oder. Zijn lid van de Gotische volkenbond, met wie zij het Romeinse Rijk invallen en zich settelen in Gallia.
300nC++: Romeinen stationeren Vandalen als stadswacht op stadsmuren rond Rome. Rond 400nC keren deze Vandalen zich levensbedreigend tegen de Romeinen. Dit lijkt de reden waarom Rome ernstig verzwakt en haar legers terugroept uit de verre grensposten, o.a. in Brittannia en langs de Rijn. > Rome
428nC: Vandalen settelen in Noord Afrika.
439nC: Vandalen veroveren Carthago vanwaar zij Rome aanvallen.
455nC: Vandalen plunderen Rome.
534nC: Romeins leger onder Belisarius verovert Carthago en verslaat de Vandalen. Vandalen Rijk verdwijnt voorgoed.
# WP, DAB

Vanen: > Vlaggen
Varkens: > Varkens & Zwijnen

Varkens & Zwijnen: (VEZ:)
()A bar (ever = beer = mannetjesvarken), beac (biek = varken), beacon (spek), bearg (barg = gesneden varken), bigge (big, varken), ceo (big), fearc (varken), fearccepere (varkenshouder, varkensboer), fearchodere (varkenshoeder), fearccot (varkenshok, varkensstal), fearh (big, varken), faettprise (slachtvisite = borrelbezoek bij geslacht varken), gielte (gelt = gesneden zeug), gnornian (knorren), hog (varken, zwijn), maest (geoogste eikels), maest (varkensvoer, eikels), maest (mest), maestan (mesten, bemesten), maestbour (boer die eikels raapt voor varkens), mott (zeug, moedervarken), pegge (=A pigge), pegholt (varkensbos = bos waar vakrens weiden), pegta (varkensveld = veld waar varkens weiden), pegtel (klein vakrensveld), pigge (big, varken), pigges (varkens), piggsceadd (varkenshok), pog (varken, wild zwijn), pogbenc (pogbank = houten bank waarop varkens worden geslacht), pogfeld (varkensveld), scot (varkenshok), seug (=A sugu), su (varken), sugu (zeug = vrouwtjes zwijn), sweard (zwoerd, zwijnehuid), swil (swil, afval, i.c. schillen, etensresten, e.d.; o.a. gebruikt als varkensvoer), swin (zwijn, varken), swincot (zwijnenstal, varkensstal), swindere (varkenshoeder), swindrifere (varkensdrijver, varkenshoeder), swinhuntere (zwijnenjager), swinre (varkenshouder), swintrog (varkenstrog), swinwud (zwijnenwoud, -bos), trog (trog, voerderbak), veark (varken)
¶ Varkens worden in het verleden normaliter uitgelaten op woeste grond, waar ze voedsel kunnen zoeken. De Poggenheide en Poggenbelt in Nieuw Heeten (Twente) is zo een oud sutk woeste grond uit het verleden.
¶ Varkens leveren veel goede mest die werd gebruikt om het land te gieren (bemesten). Samen met het stro van de stal en plaggen vormt het een haast onvergankelijk materiaal. Door deze eeuwenlange bemesting zijn de essen (engen, enken) ontstaan in NO Nederland.
Varkenskot: Dit is een hut waarin varkens overnachten en schuilen tegen slecht weer. Een varkenskot moet wind- en tochtvrij zijn, anders kunnen de zeugen niet baren. Ze zijn erg gevoelig voor kou en wind. Een varkenskot wordt gebouwd van wilgetenen of hazelhout. Dit zijn dunne takken die om verticale palen worden gevlochten. De palen zijn van dikke wilge- of hazeltakken. Het vlechtwerk wordt ingesmeerd met watul, een mengsel van klei, koeiestront, stro en water. (> Watul) Het dak wordt gemaakt van riet op een raamwerk van wilge- of hazeltakken. De bouw van een varkenskot kost in de Middeleeuwen twee man circa 2 weken tijd. (# BBC4 17.11.2013) > Hazelaar, Wilgen
1000*nC: Drente nog woest en wild. Duitse keizer Otto III schenkt bisschop Baldric het recht (met uitsluiting van anderen) in Drente te jagen op herten, beren, wilde geiten, wilde zwijnen en andere dieren. #DRG/p21
1250++: Bron ZWH/p30 schrijft:

Na circa 1250 veranderde er iets: er kwam meer geld in omloop, de pacht kon betaald worden en menige horige kocht zich nu vrij. Intussen nam de bevolking toe en de kleine boeren wilden ontginnen, waardoor woeste grond begeerlijk werd. Maar er was nog genoeg ruimte. Bos, moeras, veen - grote gebieden waarin iedereen (voorlopig) zijn gang kon gaan. De bossen leverden bouwmateriaal voor de huizen die toen nog van hout waren; bovendien werd er veel hout gestookt. Daarnaast waren ze het jachtterein voor de varkens die er eikels vonden.
** Poggen, Esgrond, Enk, Bosland, Woestland, Worst

 
Varkensroosters:
Yzeren roosters boven een kuil, bedoeld om loslopende varkens te weren. Soort wildroosters dus. Bij de Hervormde Kerk te Delden in Twente ligt Ao 1955 nog steeds een varkensrooster. #KUOZ/p62

Varsen:
Gehucht bij Ommen. In 1381 vermeld als Versen. (#CAV/p92) De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Drente.
Fearsingas zijn een Anglische stam, die rond 750nC woont in ZW Mercia (GB) in een gebied van 300 hides (= 15 Km2) groot. Mogelijk zijn ze afkomstig uit dit Varsen. Temeer daar deze regio in 300-600nC wordt geteisterd door langdurige natheid, waardoor vele Angelen migreren naar Brittannia. > Fearsingas
** ASA, P36, Versen

Varssel:
Dorp bij Zelhem in de Achterhoek.
Stellingweg > Zelhem

Varsseveld:
Ook Varseveld. Stad in Slingeland in de Achterhoek. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Varsseveld lijkt derhalve afgeleid van Anglisch faers (vaars) + feld (veld). Dus: Faersfeld = veld waar vaarsen (stierkalven) grazen. Deze these lijkt plausibel. Varsseveld is namelijk in het verre verleden een drasland door de ligging aan rivier de Slinge. Natte gronden worden van oudsher normaliter gebruikt als weilanden voor koeien en ander vee. > Veehouderij
¶ Volgens bron arentsens.nl 27.10.10 wordt Varsseveld genoemd op 7.2.823 als Wazovelde in een akte waarbij ene Gerowardus goederen schenkt aan de St Maartens Kerk in Utrecht. Wazovelde in 823nC lijkt afgeleid van Anglisch Waesfeld (drassig veld), dat door versaxing in de grensstreken van NO Nederland sinds 800nC is versaxt in Wazovelde.
¶ Aangezien de naam Wazovelde vooralsnog slechts 1x voorkomt, lijkt deze naam mogelijk een ťťndagsvlieg, of hooguit zeer kort te bestaan. Mogelijk kan het een naam zijn die enige tijd werd gebruikt naast de eigenlijke naam Faersveld, later Varsseveld.
¶ In 1152 wordt Varsseveld geschreven als Versneveld. De n in Versneveld (1152) kan vrij zeker een verschrijving zijn van Versenveld (Vaarsenveld). Omkering van -en in -ne komt vaker voor in verleden en heden. Versenveld is een versaxte vorm van het Anglische Faersfeld.
¶ In 1232 wordt Varsseveld genoemd als Varsvelde. Deze naam ligt fonologisch erg close bij het Anglisch Faersfeld, maar is door de schrijfwijze en de tussen-e duidelijk een licht versaxte en later verdietste vorm van Faersfeld.
¶ Op kaart 82 van bron HTN (1783) wordt Varsseveld aangegeven als Vaersvelt. Deze naamvorm is fonologisch helemaal gelijk aan het Anglisch Faersfeld. De tweesilbigheid van de historische naam Vaersvelt (1783) sterkt de these dat de naam van oorsprong Anglisch is. Het Anglisch kenmerkt zich namelijk door de tweesilbigheid. Het Saxisch juist door drie- of meersilbigheid, vooral door veelvuldig gebruik van tussen-e's, dwz toevoeging van e-klanken tussen twee opvolgende lettergrepen. (> ATZA)
¶ De licht versaxte naamvormen en spelvormen geven aan dat Varsseveld sinds circa 800nC inderdaad enigermate is versaxt door de instroom van een aantal Saxen uit NW Duitsland. De variante naamvormen en schrijfvormen zijn echter steeds overwegend Anglisch te herleiden, wat aangeeft dat de Anglische invloed in de regio Varsseveld steeds dominant is geweest. Dit stemt overeen met het algemene beeld in NO Nederland, waar de verhouding Anglisch/Saxisch nagenoeg steeds circa 3:1 is. Dwz dat de Anglische aanwezigheid en invloed nagenoeg steeds rond 3x groter is dan de Saxische. > ang/sax
** ASA, Versaxing, Diets, ATZA

Varus:
Publius Quinctilius (c 50vC-sep9nC). Romeins magistraat. Sinds 6nC opperbevelhebber van het Romeinse Rijnleger. Wordt 9nC door de Germaan Arminius het Teutoburger Woud ingelokt. Het hele Romeinse leger wordt daar vernietigend verslagen. Na afloop pleegt Varus zelfmoord.
9nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men aan de halfverwoeste wal en ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
¶ Archeologische vondsten bevestigen veel van wat Tacitus schrijft. Vooral de vondsten in Kalkriese die te maken hebben met de Slag in het Teutoburger Woud. Het zijn stoflijke resten van mensen en muildieren die zijn gevonden in zgn bottenputten, massagraven.
** Teutoburger Woud

Varusslag: (9nC) > Varus

Vasten:
()A carine (40 dagen vasten), faestan (ww vasten, vastbinden), Faestanaefen (Vastenavond), faeste (vast, zeker), Lencten (Lente = Vastentijd = 1-28 april)
** Lente

VB: Vij Bidden
Vrij Bidden is een methode om te komen tot innerlijke rust, vrede en happiness. Elke dag een kwartier makes a man happy, wealthy and wise.
¶ Goed en maklijk gezeten in rustige, aangename en lichte omgeving. Handen gevouwen. Ogen open. Voel uzelf. Blijf bij uzelf. Blijf bij hier en nu. Niet denken. Niet piekeren. Voel uw onderbuik. Rustig ademenen. Rustig kijken. Rustig blijven. Blijf bij uzelf. Amen.

Vecht:
Alias Vechta (1233nC++; #Quedam/p135). Rivier die ontspringt in graafschap Bentheim en daarna stroomt door Zuid Drente en Noord Overijssel. O.a. langs Neuenhaus, Hoogstede, Emlicheim, Laar, Gramsbergen, Hardenberg, Ommen, Dalfsen en Zwolle.

Vechten:
()A battan (slaan), batte (slaghout, knuppel), beatan (slaan, verslaan), bitan (bijten), bocan (beuken, slaan), clappan (klappen, slaan), cluenan (kleunen, slaan), cnocian (knokken, vechten), cnyssan (kneuzen, slaan), drepan (treffen, slaan, doden), fellan (vellen, neerslaan), feohtan (vechten), fuhtan (=A feohtan), gellan (gillen, jellen), guth (strijd, veldslag), guthan (strijden, vechten), guthas (moed, durf, strijdvaardig), hauwan (houwen, slaan, vechten), howan (=A hauwan), hwop (klap, dreun, opdonder), hwopa (dreiging), hwopan (dreigen), hwopar (=A hwop), hytt (slag, stoot, klap, stomp), hyttan (slaan, treffen, raken), kikkan (kikken, schoppen), plear (slag, klap), plearan (ww slaan, smijten), ponc (vuistslag, dreun), poncan (stevig slaan met vuist), scealdan (schelden), scealdword (scheldwoord), scerran (dreigen, bang maken), scop (schop), scoppan (schoppen), screwan (schreeuwen), slagan (slaan, verslaan), slean (slaan), sleangan (slingeren, schelden), slegan (slaan, doden), slege (slag), snapan (bijten, snauwen), spaetan (spugen), spittan (spugen), sprincal (sprinkel; # slagwapen), steampan (stampen), thwaertan (dwarsbomen, voorkomen, verijdelen), walan (=A waelan), waelan (strijden, vechten, doodslaan), waelstede (strijtoneel, slagveld), wicha (gevecht, strijd), wichan (vechten, strijden), wiga (=A wicha), wigan (=A wichan), wycha (=A wicha), wychan (=A wichan), wreastlian (worstelen)
450nC++ Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. Soms moeten ze vechten voor hun landheer. Thuis voelen ze zich echter het meest gelukkig. Hun vredelievende aard maakt hen later trouwe aanhangers van het Christendom. #WAB/p171
** Krijgskunde, Oorlog, Leger, Wapens, Zelfverdediging

Vee: > soort, Grazers, Koeien, Schapen, Ossen, Pluimvee, Veehouderij, etc
Veediefen: > Ossenhandel

Veehandel:
In en bij het A-Kwartier van stad Groningen bevinden zich vele aanlegplaatsen voor vrachtschepen, met name voor de binnenvaart. Bij de Kranepoort ligt de voorhaven van het Reitdiep, waar al ver vůůr de 16e eeuw voornamelijk runderen en ander vee worden vervoerd van en naar Denemarken, Vlaanderen en Engeland. Het vee wordt in de oudheid normaliter aangevoerd via de Ossenweg van Denemarken tot in Zuid Duitsland, met overal zijwegen naar aangrenzende gebieden. In stad Groningen ligt de Ossenmarkt, buiten de stadswallen nabij de Noorder Haven. Daar worden in het verre verleden ossen verhandeld, die waren aangevoerd via de grote Ossenweg.
** Veetransport, Ossenhandel, Ossenweg

 

Veehouderij: (VHD:)
()A aegan (eieren), ale (gier), angar (weiland, grasland), bearg (barg = gesneden varken), bock (bok), boo (stal, hut), bosig (boes, ruif, koestal), bow (herdershut), bowere (herder, veehoeder), bowery (koestal, boerderij), catel (vee), catelman (veehouder), cealf (kalf), cennef (houten veebeugel tegen weglopen)

Rechts: schilderij van een oude veehoeve in De Knolle/Drente. (© O.G.)

 
ceon (keun = big), cicen (kippen), co (koe), coman (koeiendrijver), cow (koe), cowboye (koeiendrijver, cowboy), cowiht (koeienmeisje, veehoedster), coppel (troep, kudde), cow (koe), cu (koe), cugange (koeweg, doorgang voor koeien; > Koekange), cuweda (koeweide = 440x440 roeden = 0.57 Ha), cwene (kween = onvruchtbare koe), daege (zuivelfarm), draf (samengedreven kudde), drafan (draven, rennen), drafere (veedrijver, veehandelaar), dragtig (drachtig), dreatpol (graspol op oude koeiepoep), drec (drek, mest, stront, modder), dreccarre (drekkar, strontkar, mestkar), euwan (grazen, begrazen), euwhurst (horst die begraasd wordt), eyan (eieren), faerr (jonge stier), faers (vaars, stierkalf), fald (vaalt = omheinde grond waar vee overnacht, open veestal), fald (vaalt, afval, mest, mesthoop), farrow (=A faers) fearc (varken), fearh (varken), fearr (vaar = jonge koe tot 2 jaar, onbevruchte koe), feoh (vee), feohbigenga (veehouder), feomaerct (veemarkt), fih (vee), fihbot (veeboot), fihbour (veeboer), fihbredar (veehouder), fihbredary (veehouderij), fihscure (veeschuur, stal), fihsticc (veestok = stok om vee te drijven), fihu (vee), fihweda (veeweide), flaesc (vlees), flocc (kudde), foder (voeder, voer), fodder (=A foder), fuccan (fokken), fuccere (fokker), fuccery (fokkerij), gatas (geiten), gielte (gelt = gesneden zeug), giesan (ganzen), graesland (grasland), grasian (grazen), haxal (gehakt veevoer), hearde (herder), heel (heel = nageboorte van koeien), hieg (hooi), hiegan (hooien), hiegbaerg (hooiberg), hiegland (hooiland), hiegslaeg (hooislag, laaggelegen hooiland), hiegsticc (hooiberg), hirde (herder), hlowan (loeien), hoy (hooi), hoyan (hooien), hoybaerg (hooiberg), hoyland (hooiland), hoyslaeg (hooislag, laaggelegen hooiland), hoysticc (hooiberg), leadwaeg (leitweg = weg waarlangs vee geleid wordt), lifstocc (veestapel), lincouc (lijnkoek = resproduct persen lijnzaad voor lijnolie; gebruikt als veevoer), maed (weide, grasland, hooiland), maedwe (=A maed), maer (weiland), maest (mest), mangol (gemangelde bietstronken; # veevoer), maretaec (maretak = soort parasietplant die op bomen groeit; gebruikt in stallen om maren ofwel boze geesten te verdrijven), meolc (melk), mete (vlees), metehofe (veeboerderij), milc (melk), milcan (melken), misteltan (=A maretaec), neat (rund, koe, vee), neatheord (veehoeder), oxbour (ossenboer, ossenfokker), oxenere (=A oxbour), paet (mest, gier, aalt), paetstede (mestvaalt), pinc (jonge koe), piggan (biggen, varkens), potsteall (potstal = stal met dikke mestlaag), raye (raai; # voedergras), reappel (paal in stal om koeien vast te binden), reke (reek, riek, hooivork, mestvork, hark), rekian (reken, harken), reappel (paal in stal om koeien vast te binden), reop (ruif, krib, voederbak), roc (hooimijt), roce (=A roc), rund (rund), sceapan (schapen), scot (hok, schuur, veeschuur), scypen (koeiestal), senman (herder), seog (zeug), stacc (hooimijt), steall (stal), steallcniht (stalknecht), steor (stier), stig (stal), stigweard (stalmeester, veestalbewaker), streaw (stroo), strubbert (lastig te melken koe), strunt (stront), struntharc (stronthark, mesthark), struntstede (mesthoop), stuppelfeld (stoppelveld = gemaaid akkerland. Hierop wordt vee gezet om de stoppels te eten en het veld stoppelvrij te maken. Goed voor het vee en makkelijk voor het ploegen.), su (varken), sufel (zuivel), sugu (zeug), suht (teelt), suhtan (telen, fokken), suhtere (teler, fokker), suhtsteor (fokstier), swada (zwad, zwade = rij gemaaid gras), tether (touw om vee vast te binden in wei), ticcen (geitje), trop (kudde), tudder (touw om vee vast te binden), utdrift (weg waarlangs vee wordt geleid), veark (varken), waetermaedwe (natte weide), waitha (weide), wayan (ww weiden of hoeden van vee), waye (wei, weide), wayere (veehoeder), wayland (weiland), weda (weide, wei), wedaland (weiland), wedan (ww weiden), wede (weide), wee (wei), wey (wei)
1.5miljvC++: Veeteelt is ontstaan op de huiserven in de Oudheid. Mensen houden op hun eigen erf zelf hun kippen, ganzen, varkens, geiten en koeien voor eigen consumptie. Dat begint rond 1.5 miljoen jaar vC in EthiopiŽ.
500.000vC++: Uit de kleinschalige huisteelt van vee ontwikkelt zich rond 500.000vC de grootschalige veeteelt in Egypte, gericht op eigen consumptie en op verkoop.
8000-4000vC Neolithicum: Mensen gaan dieren fokken en planten kweken voor eigen onderhoud, maken stenen gereedschap en gebruiken vuurstenen om vuur te maken. Ontstaan van landbouw, veeteelt, begrip eigendom, eigendomsrechten en eigendomsconflicten c.q. strijd en oorlog. > PgGen/Neolithicum
6800vC++: Mensen houden schapen, geiten en runderen. #DWO
4000vC: Op oude hieroglieven in Egypte is te zien dat rond 4000vC de Egyptenaren koeien, ganzen en eenden houden. Vanuit Egypte verspreidt de grootschalige veeteelt zich via Zuid Europa naar Noord Europa. > Agrocultuur
1000vC++ MazdeÔsme: Het MazdeÔsme is een religie die ontstaat rond 1000vC in PerziŽ. Ze predikt een goede God (Ahoera Mazda) en zoeken naar waarheid, rechtvaadigheid, barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. Ze gelooft verder dat waarheid en goedheid uiteindelijk zullen overwinnen. > MazdeÔsme, AmazdeÔsme
650vC++: De oudste Anglische settlers in NW Angelland zijn voornamelijk veehouders, die daarnaast op kleine schaal ook landbouw bedrijven. > Waddengebied
500vC: Rond deze tijd settelen Angelen uit NO Groningen in Drenthe. Graslanden zijn er echter schaars. Vaak uren gaans van de boerderij. Om het vee daar te kunnen laten grazen bouwen de boeren daar zgn boos (veestallen). Onder begeleiding van een veehoeder kan het vee (vooral ossen) daar dan grazen en overnachten. In Nieuw-Schonebeek (ZO.Drente) staat anno 2012 nog een oude boo, die in 1645 wordt genoemd. # HDB, FRI
52nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren [Angelen]. > Chauken
400nC++: Angelen kennen al vroeg milc, meoloc (melk), butere, buttor (boter), cese (kaas), aegas (eieren) flaesc (vlees). Deze producten kennen ze zeker al ver vůůr 550nC. (> T550) Ze lijken dus al vroeg aan veeteelt te doen. Hetzij voor eigen consumptie, of voor de verkoop aan derden.
450nC++: Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. #WAB/p171
600nC: In Somerset (HAG, ZO Engeland) maken de eerste Anglische settlers rond 600nC al kaas voor de verkoop. (BBCtv 30.9.2010)
** Grasland, Weiland, Hooi, Koeien, Ossen, Schapen, Grazers, Herders, Ganzen, Hoenders, Pluimvee, Boerderij, Vlees, Zuivel

Veemarkten: O.a. in Hengelo/Gld (paarden en koeien), Rijssen (schapen)
Veen: > Veen-

Veenbruggen:
Anglisch veenbrug = fenbrigge, cnuppelwaeg (knuppelweg)
¶ Veenbruggen zijn wegen die door natte veengebieden lopen. Ze zijn gemaakt van boomstammen (knuppels), die naast elkaar zijn gelegd op een laag van zand, takken en plaggen.
¶ De oudste veenbrug is de Valtherbrug bij Valthe in Drente. Ze dateert van circa 350vC. Deze brug was gemaakt van boomstammen en planken en liep over 12 Km van Valthe naar Ter Apel.
¶ Veenbruggen worden al gebouwd sinds circa 2100vC. Ze werden gemaakt van stammen en planken. De veengrond werd geŽgaliseerd met takken, zand en veenmos. Daarop werden de stammen gelegd, die onderling werden gekoppeld met touw of dunne wilgetakken. Daarboven werden soms planken gelegd.
¶ Veenbruggen komen voornamelijk voor in NO Nederland. Ze waren doorgaans 2.5 tot 3.0 meter breed. Koetsen en karren waren toen hooguit 1 meter breed. Die konden elkaar dus goed passeren.

¶ Bekende veebruggen zijn:
- de Valtherbrug bij Valthe in Drente (12 Km)
- de Kyllotbrug in Smilde (foto rechts; ©)
- de veenbrug bij Klazinaveen Noord
- de veenbrug bij Venebrugge/Hardenberg; na afgraven van het veen vindt men daar stobben en palen #HED/p8
** Veenwegen, Veendijken, Kyllot
 

Veenderij: > Veenwerk

Veendijken:
I.e.: dijken door veen- en moerasgronden. Ze zijn veelal gemaakt van veengrond, soms versterkt met zware klei. In totaal ligt er in Nederland circa 3500 Km veendijk. Er zijn twee soorten veendijken:
- hoge veendijken: Deze dienen om het land te beschermen tegen wateroverlast en daarnaast voor vervoer door het veengebied. Ze zijn vooral te vinden in West Nederland vanwege de vele plassen en waterlopen aldaar.
- lage veendijken: Deze dienen primair om het vervoer door de venen en moerassen duurzaam mogelijk te maken. Deze dijken zijn vaak niet hoger dan 1 meter boven het aanliggend land. Ze zijn vooral te vinden in NO Nederland.
¶ De hoge veendijken hebben een goede vochtigheid nodig. Bij langdurige droogte raken deze dijken veel vocht kwijt en drogen ze uit. Ze kunnen dan afkalven of inklinken en scheuren, waardoor ze de druk van het water steeds minder kunnen weerstaan. In het ergste geval ontstaan er dan gaten en stroomt het water het aanliggend land in. Dat gebeurde in 2003 in Wilnis (West Utrecht) toen de veendijk het daar begaf door de langdurige droogte. De veendijk verschoof en brak door, waardoor een gat van 60 meter breed ontstond en het water een complete woonwijk blank zette.
¶ De hoge veendijken worden bij droog weer continu gecontroleerd op vochtigheid. Als de dijk dreigt uit te drogen wordt ze nat gemaakt met water uit de plas of waterloop langs de dijk.
** Fordweg Neede, Warfendijk, Groot Veenland (Waterwerken)
# FRI, De Telegraaf 9.7.2010, KBG

Veengebieden: (VGB:)
5000vC: Rond deze tijd wordt het klimaat in NW Europa zachter en vochtiger. De veengebieden ontstaan en er komt meer vegetatie. Eiken, iepen, linden en elzen doen hun intrede. > Klimaat, Veengebieden
¶ Veengebieden bestaan doorgaans uit een mix van moerassen, meren, beken, zandruggen en heidegronden. Onderscheid:
- hoogveen: hooggelegen veengronden die weinig natuurlijke afwatering hebben. De gronden worden en blijven nat en de vegetatie verveent in de loop der tijden.
- laagveen: laaggelegen veengronden met natuurlijke in- en uitstroom van water. De gronden liggen laag en houden het water daardoor lang vast. Hierdoor verveent de vegetatie in de loop der tijden.
---800vC: Nederland bestaat in de Oudheid uit circa 60% veengebieden. Ze worden oorspronkelijk voornamelijk bewoond door jagers en vissers.
800vC++: De veengebieden worden bewoond door jagers, vissers, ijzerertswinners en vluchtelingen.
600vC-150vC: Angelen settelen in de kustgebieden langs de Noordzee vanaf Denemarken tot aan en de Rijn. Ze wonen graag in veengebieden. Daar voelen ze zich veilig en kunnen ze goed leven. > Angelen, Moerasvolk
400nC++: Na het vertrek van de Romeinen settelen Angelen in de Zuidelijke Nederlanden tot in Noord Frankrijk en de Elzas. > Angelen
1250++: De veengebieden worden bewoond door jagers, vissers, ijzerertswinners en vluchtelingen. Sinds de 13e eeuw komen er ook turfwinners wonen. Daardoor ontstaan hele nederzettingen en komen er steeds meer vaklieden bij, w.o. smeden, bakkers, leerbewerkers, winkeliers, etc.
1250++: Sinds de 13e eeuw de veengebieden systematisch afgegraven voor de turfwinning. Daarna ontstaan vaak grote plassen die later worden drooggemalen. Het drooggemaakte gebied wordt dan gecultiveerd en gebruikt voor landbouw en veeteelt.
1950: Het hele proces van turfwinning tot cultivatie duurt tot circa 1950. De meeste oude veengronden zijn anno 2010 in gebruik voor de agrocultuur. Van alle oude veengebieden is alleen het FochteloŽrveen in NW Drente nog over.
** Veenland, Moerasland, Drasland, Groot Veenland, Boggelaar, Turfindustrie, Wensveen

Veengrond: > Veenland, Veengebieden, Moerasland, Drasland, Wisselveen
Veenhistorie: > Groot Veenland, etc, PgLinks

 

Veenhutten: (VNH:)
Vele huizen in NO Nederland en Munsterland (DL) zijn van oudsher tot in de 20ste eeuw in feite niet meer dan veenhutten ofwel plaggehutten, gemaakt van takken, balken, zand en heideplaggen. Rechts: dit type hut dateert al van rond 400nC. Hetzelfde type is ook gevonden in Sutton Courtenay in Berkshire (Engeland), daterend uit circa 500nC, vlak na de massamigratie van Angelen uit Angelland naar Brittannia. #ASW/p72-3
> Groot Veenland, Hielspitten
 

De hutten staan op grote of kleine zandruggen in kleine groepen bij elkaar met gemiddeld 3 tot 6 hutten, op enige afstand onderling van elkaar. Een plaggehut is meestal klein en in de vorm van een dak zonder muren of hele lage muren. De muren zijn van zand. Het dak bestaat uit balken en rechte takken met zand en plaggen, waarop in de loop der tijd gras, planten en struiken kwamen groeien. Dit houdt regen en kou buiten. Zomers is het betrekkelijk koel in de hut. In de winter is het redelijk warm, zolang de wind niet giert.
Hielspitten: Normaliter gaat het bij hielspitten om eenvoudige hutten. Vele huizen in NO Nederland en Munsterland (DL) zijn van oudsher tot in de 20ste eeuw in feite niet meer dan veenhutten ofwel plaggehutten, gemaakt van takken, balken, zand en heideplaggen.
1900: Rond 1900 leven nog vele Nederlanders in een holwoning. O.a. Johan Kempfe met zijn hond Siep aan de weg van Assen naar Rolde. Kolenbranders bij Hierde en Nunspeet op de Veluwe in holwoningen annex plaggehutten. In een dorpje in Zuid-Limburg wonen mensen in grotwoningen. #NVL
** Huizen, Wonen

Veenland: (VNL:)
()A bog (turf, veen), bogga (moeras, drasland, veenland), boggelere (baggelaar, turfsteker, veenwerker), boggig (drassig, nattig, veenachtig), bogland (veenland), bogman (veenwerker), bonc (bonk, modder, moeras), boncan (bonken = hard beuken, slaan, stampen), boncan (veenderij: bonk verwerken), bongan (=A boncan), broc (broek, drasland, veen, moeras), broc (smalle stroom in moerasland, broek of broekland), brocland (broekland = laag drasland), brocor (broker = veenwerker, ontginner), byse (bies, biezen = soort veenplant), bysegrund (drasland met bies, biezen), cluen (kleun, stuk turf), cluenan (kleunen = turf steken), craeg (kragge =A hefe), daerie (=A daring), daering (zilte veengrond), dearg (=A dearre), dearre (derrie, modder, veen, moeras), dic (dijk), dicwaeg (dijkweg), dose (=A duse), duse (zachte veengrond, mosveen), ellebroc (ellenbroek = broekland met veel elzen), fen (ven, veen), fenbaes (veenbaas = veenboer, veenopzichter), fenbour (veenboer), fenbrigge (veenbrug), fendic (veendijk), fengrund (veengrond), fengyr (veengeur, veenlucht), fenkyl (veenkuil, veenplas), fenland (veenland), fenman (veenman, vervener, veenwerker), fenmor (heel drassig veen), fenn (veen, slijk, moeras, drasland), fennere (=A fenman), fenpluse (veenpluis; # moerasplant), fenpyt (veenput), fenslath (veensloot), fenwaeg (veenweg), fenwic (veenwijk = deel van veengebied), fleadher (vledder, drasland), flear (flier, vlier = laag drasland), goar (moeras, veengebied), gole (moeras), gor (mest), gorel (moerasbos, veenbos), gyrwefen (moeras), hamma (beboste hoogte in moeras), heave (=A hefe), hefe (drijvend veengrond), hol (laag gelegen en moerassig stuk grond), hop (droog land in moeras), hore (moeras, veen), hreod (riet), hummock (heuvel, hoogte in drasland), laesbroc (weidebroek = broekland gebruikt als weide = natte weide), leos (lis = soort moerasplant), maelbroc (drassige grensstrook), maerce (veenland), mars (mars = laag grasland dat vaak overstroomt), mersc (moeras), milcepp (melkeppe; # moerasplant), modde (modder, drasland), moras (moeras), moring (veenderij), morland (moerasland, veenland), mormaed (veengrond), morman (veenwerker), mors (moeras), morwaeg (veenweg), mos (veengrond, moeras), mossel (klein veengebied), mour (drasland, veengrond, moeras), mudde (=A modde), nattelt (nat land), nearbroc (neerbroek = laagst gelegen broekland), payl (pelle = zandhoogte in veengebied), paylgaerd (pellegaard, veentuin), peal (peel = natte veengrond), pealbour (veenboer), pec (taaie veengrond), pece (=A pec), pede (sponsige turflaag aan oppervlakte van veengebied), pedel (=A peal), pet (turf, turfveld, laagveen), pete (=A pet), petgeat (veenput, petgat), pic (=A pec), pleag (plag), pleagta (plaagenveld), pol (poel, rivier), pull (=A pol), pyll (=A pol), reat (riet), reatta (rietland), ryssa (biezen = soort gras in drasland), ryssaland (land waar veel biezen groeien), sappelt (nat land), scam (scham = veneilandje), secg (zegge; # veenplant), slath (sloot, slatland > Slath), slathland (slatland, strook bebost drasland met sloten), slea (drasland), sloh (moeras), snipfen (snipven = spitsvormige ven), soc (=A sog), socig (=A sogig), socland (drasland), sog (drasland, moeras), sogig (drassig, nat), solbig (drassig), sooke (lage, drassige grond), sookig (=A sogig), soppig (drassig), stofe (droge ven), strou (=A strout), strout (stroet, stroe = drasland), stru (=A strout), strut (=A strout), stuffen (stuifveen), suc (=A sog), sudda (zode, plag), sump (moeras), swamp (moeras), unland (onland = slecht land, drasland), waesland (drasland), waesscout (dijkgraaf), waeterland (nat land, drasland), waetland (wetland = nat gebied), wesleag (nat laagland), westmors (woest moeras), wic (= fenwic), wiligbroc (wilgenbroek = drasland met wilgen), wiscfenn (wisselveen), woland (woest drasland), wolde (wolde = dichtbegroeide, zompige wildernis), wolle (=A wolde)
5000vC: Rond deze tijd wordt het klimaat in NW Europa zachter en vochtiger. De veengebieden ontstaan en er komt meer vegetatie. Eiken, iepen, linden en elzen doen hun intrede. > Klimaat, Elzen
1250nC++: Bron ZWH/p30 schrijft:

Na circa 1250 veranderde er iets: er kwam meer geld in omloop, de pacht kon betaald worden en menige horige kocht zich nu vrij. Intussen nam de bevolking toe en de kleine boeren wilden ontginnen, waardoor woeste grond begeerlijk werd. Maar er was nog genoeg ruimte. Bos, moeras, veen - grote gebieden waarin iedereen (voorlopig) zijn gang kon gaan. ... Temidden van die woeste gronden werden boerderijen gebouwd als eilandjes van cultuur.
1401++: Kranenkamp Diepenveen: Oude boerderij met landgoed aan de Raalterweg 39 in Diepenveen, tegenover Restaurant De Kranenkamp. Oorspronkelijk een moerassig gebied met uitgestrekte heidevelden. Sinds 1401 in cultuur gebracht door nonnen van een vrouwenklooster dat daar toen is gesticht. In 1604 wordt melding gemaakt van een boerderij/havezathe op de Kranenkamp. Mogelijk een voorganger van de huidige boerderij. In 1824 wordt tussen de boerderij en de Raalterweg een Engels landschappark aangelegd, met waterpartijen en slingerpaden. Ontwerp van A. van Leusen. Sinds 1950 eigendom van Stichting IJssellandschap. Anno 2005 is het landgoed een mooi wandelgebied met veel bos. In de nabijheid staat het klooster Sion van de Benedictijnen. (foto © TiedLight ®)
 
De locatie heeft duidelijke kenmerken van een kranenberg. Het ligt wat hoger dan het omliggende gebied, oorspronkelijk moerassige veengrond. Hier en daar zijn nog overblijfselen zichtbaar in de vorm van grote kikkerpoelen en een brede sloot voor de afwatering.
1600++: Rond deze tijd wordt de ontginning grootschalig aangepakt in zowat alle delen van Nederland. Veensloten en -kanalen worden gegraven. Het overtollig water wordt afgevoerd. Het drooggevallen land wordt verdeeld in wijken en percelen. De percelen worden verkocht of verpacht. Zo ontstaat het typisch Nederlandse landschap van eindeloze polders en ontginningsgebieden. Kaarsrechte wegen, sloten, kanalen en percelen. En hier en daar een boerderij.


          

   boven: ontginningsgebied naar een schilderij van H. Lansink (©)

1880++: Bron Overijssel 1880-1930 citeert een tekst:

De reiziger, die per staatsspoor van Zwolle naar Almelo reist ziet, wanneer hij het station Raalte gepasseerd is, nu niet zoo heel veel dat hem zou kunnen verlokken te Nijverdal uit den trein te stappen om er de omstreken te bezichtigen. De heuvelreeks van Holten tot ver voorbij Hellendoorn doemt langzamerhand aan den gezichteinder op; heidevelden en moerassen strekken zich heinde en verre uit, slechts hier en daar afgewisseld door de dennenbosschen, waarmee de berghelling vooral in noordwestlijke richting begroeid is. Groote uitgestrektheden heide worden sedert de laatste paar jaren met dennen beplant, voornamelijk onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij, doch van uit de verte gezien schijnt het veld nog kaal. Plotseling, als de trein in den berg gekomen is en zijn weg volgt door eene nauwe gleuf, ziet men ter weerszijden niets dan het mulle zand, waarin zwaluwen hunne nesten hebben uitgegraven. Een enkel oogenblik nog, daar stuift de locomotief in het dal naar beneden.
1930 Veenwerk: betreft ontginning en turfsteken tot circa 1930:
april-october: 5.00uur - 17.00uur 6 dagen per week
december-maart: geen werk wegens weinig daglicht en slecht weer
Ontgining en turfsteken gingen nagenoeg hand in hand. > Turf
** Turf, Groot Veenland, Moerasland, Drasland, Veengebieden, Veenwegen, Veenbruggen, Ontginning, Elzen

Veenlanders:
Het is opmerkelijk dat vele Angelen op het Continent wonen in de uitgestrekte veengebieden van NO Nederland en NW Duitsland. (> Groot Veenland) Dit heeft vrij zeker primair te maken met de lucratieve beverjacht waarin ze zeer actief zijn. (> Beverjacht) Hun grootschalige aanwezigheid in veengebieden blijkt o.a uit de talrijke locatienamen die verwijzen naar Angelen. (> ASA) Ook is het opvallend dat het woord kraan(vogel) exclusief een Oud Anglische naam lijkt te zijn. (> Kraan) Kraanvogels plegen jaarlijks te bivakkeren in moerasgebieden tijdens hun trektochten naar het noorden en zuiden. De vogel is daarom kennelijk een zeer bekende bij de Angelen. Vreemd genoeg waren naar zeggen juist de natte veengebieden voor de Angelen een belangrijk motief om massaal te migreren naar Brittannia, want aldaar gaan ze in grote aantallen juist settelen in de mega veengebieden van East Anglia en Noord Yorkshire. East Anglians zien zich bovendien graag als Flatlanders. Liefde voor het veen dus.
** Moerasvolk

Veenlijken: (VLY:)
Van oudsher lopen mensen soms door een moerasgebied met smalle paden en komen dan per ongeluk vast te zitten in het moeras zelf. Hun lichaamsgewicht trekt hen dan verder het moeras in en uiteindelijk verdwijnenen ze helemaal in het moeras. Vaak gebeurde ook in het verleden dat veroordeelde mensen het moeras in moesten lopen, todat het moeras hen had verzwolgen. De lijken zakken dan steeds verder weg, totdat ze op een zandlaag terecht komen. Daar blijven ze dan dankzij het moeras eeuwenlang goed geconserveerd liggen.
¶ Sinds de 19e eeuw zijn enige van deze zgn veenlijken op diverse plaatsen in NW Europa gevonden. O.a. in Angeln en in Yde bij Eelde in NW Drente. Daar is op 12 mei 1897 het zgn Meisje van Yde gevonden door twee veenarbeiders, die in de buurt veen uitbaggerden. Plotseling zien ze een zwart hoofd met rossig haar boven het veenwater verschijnen. Van schrik rennen ze naar huis. Pas twee weken later haalt het Drents Museum in Assen het veenlijk op samen met een wollen mantel dat daarbij lag. Ondertussen hadden mensen uit Yde het veenlijk echter enrstig verminkt. Tanden en haren waren van het hoofd getrokken. Uit onderzoek bleek dat ze was gewurgd met wollen sprangband, die enkele malen om de hals waren gewikkeld. Alleen aan ťťn kant had ze nog haar. De andere kant was kaal geschoren. Archeologen denken dat ze was geofferd aan de goden om hen te danken of gunstig te stemmen. In dat geval zal daarbij een priester zijn betrokken. Angale priesters zijn namelijk verantwoordelijk voor offerdiensten.
--- 50nC: Uit C-14 onderzoek bleek ze te hebben geleefd in de 1ste eeuw nC. Dus rond 50nC. In 1993 maakt de Universiteit van Manchester een reconstructie van haar hoofd. Ze blijkt te zijn geweest een jonge vrouw van circa 20 jaar, klein postuur, en met lang blond golvend haar en blauwe ogen. Het oorspronkelijk rossig lijkend haar, was veroorzaakt door zuren in de veengrond. Ook haar huid raakte daardoor donker van kleur. In die tijd is NO Nederland echter een Anglisch gebied, zodat ze vrijwel zeker van Anglische origine is. Het Meisje van Yde is tegenwoordig te zien in het Drents Museum te Assen.
Veenlijken zijn in Europa tot heden alleen gevonden:
- in Ierland uit c 2000vC (Cashelman*)
- in Denemarken, Sleswig-Holstein, Drente en Engeland uit c 500-300vC
In al deze gevallen zou het gaan om rituele moorden bedoeld om de goden tevreden te stellen. #BBC4tv/16.8.2015
--- In Denemarken zouden de veenmoorden zijn uitgevoerd om de godin van de vruchtbaarheid te behagen.
--- In Nederland en Engeland kan dat door de Angelen zijn uitgevoerd en specifiek bedoeld om Wodan te behagen. > Wensveen, Wensley
--- Aangezien Sleswig-Holstein al in 650-200vC is bevolkt door Angelen (> ASA), zouden ook daar de moorden kunnen zijn bedoeld om Wodan te behagen.
--- 500vC: Aangezien nog geen veenlijken zijn gevonden uit de periode 650-500vC, kan het zijn dat de Angelen in die periode dit ritueel nog niet kennen. Maw: het ritueel dateert dan pas van rond 500vC!
--- 600vC: De vraag is waarom rond 500vC de rituele veenmoorden starten. Mogelijk heeft dat te maken met de stijging van de zeespiegel sinds circa 600vC.
De Angelen zouden met de veenmoorden hun oppergod Wodan kunnen hebben willen behagen om het zeewater te laten zakken en mogelijk ook de vele regens die daarmee gepaard kunnen zijn gegaan. (> Zeespiegel) Deze optie lijkt tamelijk plausibel. Immers:
Rond 550vC begint de bouw van terpen in Angelland. (> Terpen) Die terpen zijn bedoeld tegen hoog water! Kenlijk is het zeewater al enige tijd aan het stijgen. Dus mogelijk al sinds circe 600vC.
** Angologie, Mega Angle, Zweeloo, Yde (Meisje van Yde), Mensenoffers
# drentsmuseum.nl 8.10.09, DAB, KBG, BBC

Veenoorden:
Dit zijn locaties in veengebieden waar in de loop der eeuwen steeds meer mensen kwamen wonen. De oudste nederzettingen bestonden uit maar enige gezinnen. Door de uitbreiding van de veenwegen konden deze nederzettingen uitgroeien tot dorpen en steden. Zeer vele locaties in NO Nederland zijn in het verre verleden zo ontstaan. De oudste bewoners waren vaak jagers of vissers. Daarna kwamen de ijzerwinners en turfwerkers. Daardoor gingen zich er ook steeds meer vaklieden vestigen. Zoals smeden, leerbewerkers, herbergiers, winkeliers, handelslieden, etc. Er werden kerken en scholen gebouwd. Daarna komen specialisten als dokters, tandartsen, advocaten, etc. Als de turfwinning stopt, vestigen zich er ook steeds boeren. Daarna komt de industrie met fabrieken.
** Veengebieden, Veenwegen, Beverjacht, Visserij, Groot Veenland

Veenwegen:
Dit zijn wegen door veengebieden. Ze bestaan oorspronkelijk uit een keten van zandwegen, veenbruggen en veendijken. Zodoende waren veengebieden redelijk toegankelijk en kon men zich over vrij grote afstanden verplaatsen.
** Veengebieden, Veenbruggen, Veendijken

Veenwerk:
Betreft ontginning en turfsteken tot circa 1930:
april-october: 5.00uur - 17.00uur 6 dagen per week
december-maart: geen werk wegens weinig daglicht en slecht weer
¶ Ontgining en turfsteken gingen nagenoeg hand in hand.
** Ontginning, Turf

Veerdiensten: (VRD:)
()A bocc (veerboot), faran (varen), fard (vaart), fear (veer, veerboot), fearan (varen), fearbot (veerboot), feard (vaart), feardeanst (veerdienst), fearhus (veerhuis), fearman (veerman), fearscip (veerboot), feran (varen), ferd (vaart), feri (=A fear), ferian (varen), feribot (veerboot), ferihus (veerhuis), feriman (veerman), fotfear (voetveer =A treckfear), scow (schouw, platbodem, veerboot), treckfear (trekveer = platte boot met touw om naar overkant te trekken), wincbrigge (lierbrug = veerboot getrokken door een lier)
¶ Veerdiensten bestaan al enige duizenden jaren. Ze vormen van oudsher een belangrijke schakel in wegen naar belangijke centra. Ze varen normaliter over ondiep water, zoals oude voorden (doorwaadbare plekken > Voorden) om bij ongelukken de risico's te bepereken. Mensen kunnen zich dan vrij maklijk met hun have en goed in veiligheid brengen.
12vC++: In de Romeinse Tijd (12vC-400nC) zijn al overzetplaatsen opgenomen in de handelsroutes.
98nC: Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. #TAG/G5
200nC++ Hludana: Mogelijk een Anglische godin van vissers en schippers. > Hludana
400nC++: Angelland bestaat voor een zeer groot deel uit moerassen, veengebieden, plassen, meren, beken en rivieren. (> Landschap) Boten zijn er dan ook uiterst belangrijke vervoermiddelen. Voor groot transport zijn grote boten nodig. Niet iedereen heeft die echter. Bij de oversteek van grote rivieren en meren gebruiken mensen daarom een veerboot.
               

Boven: Een Anglische veerboot van circa 400nC. Het aquarel is gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Dit type veerboot heet een bok (Angl. bocc). Het is een platbodem, een soort praam die in NO Nederland veel wordt gebruikt in veengebieden. O.a. als turfboot of veerboot. (@ aquarel © BCK)

 


450nC++: Hasten zijn een onderstam van de Angelen. Velen van hen migreren in 450-500nC naar Engeland, waar ze o.a. de stad Hastings stichten. Ze verzamelen zich in Kranenburg Stade bij Bremen aan rivier de Oste om gezamelijk over te steken met de veerboot daar. Dat verzamelpunt lag naast de veenborg Cranenburg te Kranenburg aan de Oste. Volgens streekhistoricus H. Borgers te Kranenburg Stade kwamen de Hasten uit de LŁnenburger Heide, een gebied ten oosten van Bremen. (foto © BCK)
> Kranenburg Stade
 
Veerrechten: Veerdiensten konden alleen geŽxploiteerd worden na verlening van veerrechten door de landsheer. Veerrecht geeft het monopolie om in een bepaald deel van een rivier personen, goederen en dieren over te zetten.
Bruggen: Veerrechten zijn lange tijd in handen van een leenheer en later van de steden. Ze brengen veel geld op en hinderen de scheepvaart nauwelijks. De bouw van bruggen is daarom lange tijd tegen gehouden. #MGH
1800: Eind 18e eeuw schaft Napoleon de particuliere veerrechten af en wijst ze toe aan de staat.
1921: Bij de Verenwet van 1921 worden de oude veerrechten weer ingesteld.
Gierponten: Dit zijn ponten die met een vaste kabel over de rivierbodem worden getrokken naar de overzijde. Oorpsronkelijk met mankracht, later met een motor.
¶ Historische veerdiensten:
--- Noordzee:
HoekVanHolland -- Harwich
Rotterdam -- Hull (oud)
Rotterdam -- Newcastle
Scheveningen -- Norfolk
Ymuiden -- Newcastle/N.Engeland
--- Rijn:
Elst -- Ingen
Huissen -- Loo/Westervoort
Opheusden -- Wageningen
Pannerden -- Doornenburg
Randwijk -- Wageningen
Renkum -- Heeteren
Tolkamer -- Keeken (voetveer)
Westervoort/Veerdam -- KleefseWaard/Arnhem
--- Yssel:
Baak (Veerweg) -- ?
Bronkhorst -- Brummen
Deventer -- DeWorp
Fortmond -- Veessen > Fortmond
Gorssel -- Wilp
Olburgen -- Dieren
Olst -- Welsum
Velp/Veerweg -- Lathum
Wijhe -- Vorchten
--- Zuiderzee:
Enkhuizen -- Staverden
Harderwijk -- Amsterdam
Zwolle -- Utrecht


          

boven: muursteen in oud havenpand te Zwolle (foto ©)

Zeediensten: Vaste veerdiensten over de Noordzee bestaan al in de 9e eeuw. De veerboten waren afgeladen met o.a. handelslieden en spionnen. Wanneer de oudste veerdienst begint, is vooralsnog niet bekend. Mogelijk al in de 5e eeuw. In die tijd migreren vele Angelen uit Angelland naar Brittannia vanwege de langdurige natheid in Angelland.
1500++: Op oude tekeningen en schilderijen is te zien dat veerboten naast mensen ook koeien, paarden en rijtuigen meenemen.
** Engelandvaarders, Scheepvaart, M35, Scheepslijnen, YTL-Route

Veeteelt: > Veehouderij

Veetransport: (VTR:)
()A catel (vee), cateldrifere (veedrijver, cowboy), catelman (veehouder), cealf (kalf), coman (koeiendrijver, cowboy), cowbour (koeboer = veedrijver), cowboye (koeienjongen, koeiendrijver), cowman (koeiendrijver, cowboy), cowiht (koeienmeisje, veehoedster), cugange (koeweg, doorgang voor koeien; > Koekange), draf (samengedreven kudde), drafan (draven, rennen), drafere (veedrijver, veehandelaar), drifan (drijven, opdrijven), drife (dreef, drift = brede landweg), drifere (drijver, opdrijver), drifwaeg (drijfweg = weg waarlangs vee wordt gedreven; NB Grote Drijfweg in Armhude/Lochem), fihbot (veeboot), fihbour (veeboer), fihbredar (veehouder), fihbredary (veehouderij), fihscure (veeschuur, stal), fihsticc (veestok = stok om vee te drijven), fihu (vee), fihweda (veeweide), gosdrifere (ganzendrijver), leadwaeg (=A drifwaeg), meynere (paardenmenner, paardendrijver), oxman (ossendrijver), swindrifere (varkensdrijver, varkenshoeder), utdrift (=A drifwaeg)
Veedrijvers: Vee drijven op korte afstand gaat in oude tijden vrij zeker veelal lopend. Op grote afstanden lijkt het waarschijnlijk dat de Angelen te paard gaan. Zoals Mongolen, Amerikanen (cowboys), AustraliŽrs en Argentijnen (gauco's) dat anno 2014 nog steeds doen. > Cowboys
2000vC++: De Oxwaeg (Oxenweg, Ossenweg) is een zeer oude handelsoute van Noord Jutland door Angeln en Holstein naar Midden Europa, langs o.a. Viborg (Jutland), Kolding/Koningsgau, Hadersleben, Flensburg, Rendsburg, Neumunster, Itzehoe en Hamburg. De weg dankt haar naam aan het transport van ossen uit Noord Denemarken naar het zuiden. De ossen worden tot in de 19e eeuw vetgemest in Denemarken en daarna over de Ossenweg naar het zuiden gedreven. O.a. naar Lunenburg en stad Groningen, waar ze worden verhandeld op de Ossenmarkten aldaar. gelegen buiten de stadswallen nabij Noorder Haven. (> Veehandel) De weg is feitelijk een verzameling van wegen, waarlangs ook kooplieden, marskramers, ambachtslieden, pelgrimvaarders, migranten, ridders en soldaten trekken. Vanaf de Ossenweg zijn diverse aftakkingen naar Noord en Oost Nederland. De Oxwaeg dateert al uit de Bronstijd (2000-800vC) en wordt in die tijd gebruikt voor transport van o.a. koper en tin uit Midden Europa naar het noorden. > Ossenweg
10nC++: Romeinen brengen circa 6000 schapen naar Brittannia.
400nC++: Angelland bestaat voor een zeer groot deel uit moerassen, veengebieden, plassen, meren, beken en rivieren. (> Landschap) Bij de oversteek van grote rivieren en meren gebruiken mensen vaak een veerboot.
                 

Boven: Een Anglische veerboot van circa 400nC. Dit type veerboot heet een bok (Angl. bocc). Bij de oversteek nemen veerboten vaak ook dieren mee. O.a. Brandrodes, de oudste koeras van Nederland. (> Brandrodes) Ze zijn rond 400vC door de Angelen geÔmporteerd uit de regio rond de Zwarte Zee. Het aquarel is gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (@ aquarel © STI)
450-600nC: In deze tijd migreren circa 4 miljoen Angelen uit Angelland naar Brtittannia. Tijdens hun overtocht nemen ze in hun boten naast huisraad en gereedschap ook veel vee mee: koeien, paarden, schapen, geiten, kippen en ganzen. > Engelandvaarders
550++: Vleesganzen worden sinds de vroege Middeleeuwen jaarlijks door ganzejongens vanuit o.a. Rijssen en Gelselaar naar Rotterdam gedreven en daarna verscheept naar Engeland voor het kerstmaal. De heentocht duurde ongeveer drie weken.
1469: Groningse handelaars kopen ossen uit de omgeving zelf en uit Ost Friesland. Ze drijven de ossen dan naar Groningen waar ze vet gemest worden op de weiden rond de stad. Als ze vet zijn, worden ze gedreven naar steden in Westfalen, Holland en Brabant. Dat is vaak big bussiness. In 1469 verschijnen 12 Groningers met 1200 ossen op de markt van Den Bosch.
1500++: In en bij het A-Kwartier van stad Groningen bevinden zich vele aanlegplaatsen voor vrachtschepen, met name voor de binnenvaart. Bij de Kranepoort ligt de voorhaven van het Reitdiep, waar al ver vůůr de 16e eeuw voornamelijk runderen en ander vee worden vervoerd van en naar Denemarken, Vlaanderen en Engeland. Het vee wordt in de oudheid normaliter aangevoerd via de Ossenweg van Denemarken tot in Zuid Duitsland, met overal zijwegen naar aangrenzende gebieden. In stad Groningen ligt de Ossenmarkt, buiten de stadswallen nabij de Noorder Haven. Daar worden in het verre verleden ossen verhandeld, die waren aangevoerd via de grote Ossenweg.
1500++: Op oude tekeningen en schilderijen is te zien dat veerboten naast mensen ook koeien, paarden en rijtuigen meenemen.
1588: Het transport van ossen over lange afstand kent gevaren. Ossen worden vaak onderweg geroofd door boeventuig. De Groningse handelaars eisen daarom veiligheid i.c. gewapend toezicht. Desondanks beroven soldaten bij Lochem in 1588 koopman Johan van Dalen van al zijn ossen. Andere kooplieden worden beroofd van al hun geld en goed.
1850: Teunis KRANENBURG, born on Thursday December 3, 1885, ... was married on Thursday June 18, 1908 to Anna VAN DER SPRUIT, born on Friday June 1, 1888. Sue Kranenburg-Bohse wrote: My husbands father and mother and siblings came from Holland when my father-in-law was 6. He died in 1971, but I believe was born in 1916. His first name was Teun, his father Teunis. They came on a private boat, cattle and all. There were 5 children, William, Teun, John, Dan and Min. The story is that they settled in New Jersey, thought they were buying a farm or farm land, but were scammed out of their money - they then moved on to Illinois.
2014: In Patagonia (Argentina) worden koeien in de herfst van de zomerweide gedreven naar de winterweide. Dat doen gaucho's, cowboys te paard. De tocht duurt drie dagen. In de nacht bivakkeren de gauco's in de openlucht bij een kampvuur. Ondertussen grazen en rusten de koeien. #BBCtv4/23.9.2014

Vegetatie: (VEG:)
()A baest (bast), bast (bast), beam (boom), blead (blad), blosma (bloesem), blowan (bloeien), botton (knoop, knop), budda (knop), cag (boomstronk), cidh (kiem, spruit), cine (kiem), cnobb (knop), croddan (kruiden), crutan (kruiden), cyme (kiem), dusa (struikgewas, kreupelhout), dust (stuifmeel), dysa (=A dusa), fuyle (onkruid), gar (twijg), geard (gaard, boomgaard), gerra (twijg), gihwaes (gewas), grow (groei), growan (groeien), growet (groei), healm (halm, stengel), hlaf (loof, blad), hris (rijs, rijshout, tak, struikgewas), lael (buigzame twijg), leaf (loof, blad, gebladerte), lim (tak, twijg), lop (takje, twijg), moru (wortel), mos (mos), pidha (=A pithe), pithe (pit, merg van bomen), plante (plant), potan (ww poten, planten), pothave (land met jonge aanplant), rea (spriet), rind (schors, schorsstrook), rodd (twijg), rut (onkruid), saed (zaad), saedere (zaaier), saedling (zaailing = jong plantje dat uitgezet wordt), scot (scheut, loot, rank), spaec (takje), spraec (takje), spranca (takje), spreot (spruit, spriet, tak), sprota (=A spreot), stobba (stobbe = boomstronk), stroc (struik), struec (=A stroc), struwel (struweel, struikgewas), stubb (stubbe = wortelstronk), taec (tak), tan (twijg, tak), telga (loot), tod (bundel bladtwijgen), treo (boom, hout), twig (twijg, tak), undergrowet (ondergroei, bodemplanten), upscot (opschot = jonge aanwas van wilde vegetatie), waessan (groeien), waxan (groeien), weaxan (groeien), weod (onkruid), weodian (ww wieden), weoxan (groeien), wyrt (wortel), wyrtal (wortel), wyrtalan (ww wortelen), wyrttruma (wortel)
** Bloemen, Bomen, Wilgen, Elzen, Berken, Bosland, Gewassen, Kruiden, Planten & Struiken, Vruchten, Onkruid, Tuinen

Veiligheid: (VLH:)
()A aweat (wacht, wachtpost, schildwacht, bewaking), balchund (waakhond), baerg (berging, bergplek, schuilplaats), baergan (bergen, verbergen, bewaren), beorg (borg, burcht, bergplaats, schuiloord), bewitan (bewaken, toezien), biwacan (bewaken, bivakkeren), biwace (bewaking, bivak, legerplaats), borgweard (stadswacht), borne (vluchtheuvel, burcht), bote (boete), bourweard (buurtwacht), burggeat (kasteelpoort, stadspoort), burggerefa (burggraaf), buskweard (boswachter), caeg (sleutel), cepere (hoeder, bewaker, opzichter), cleppere (=A clepperman), clepperman (klepperman = nachtwacht), cluse (kluis), cott (schuilhut, schuilplaats, schuiloord), coure (uitkijk), cowweard = koewacht, koeienhoeder), croft (grot, schuilplaats), cyneweard (paleiswacht), cystod (opzichter, toezichthouder, inspecteur), deorfan (in gevaar zijn), dor (dore, duru, dyro = deur, toeganspoort), dorcepere (deurbewaker, portier), dorman (deurwachter, portier), dorwaeg (ingang, poort), eardingstow (schuilplaats), eawman (ordebewaker), ewman (ordebewaker), faerlic (gevaarlijk), feldweard (veldwachter), fealic (veilig), fealicnes (veiligheid), fierd (leger, militie), flothere (vlootleger, mariniers), frec (gevaarlijk), frecenes (gevaar), frithian (beschermen, verdedigen, schuilen), frithian (vreden = afrasteren, omheinen), fruht (omheining), fruhtan (ww vruchten = afrasteren), fyrstre (boswachter), garite (wachttoren, -huisje), gatu (poort), geat (poort), geathus (poorthuis, wachthuis), geatman (poortwachter), gerefa (graaf, ordebewaker), glupe (gluurpost, heimelijke waakkpost), gycere (controleur), haca (grendel), heegweard (landwacht = bewaker van heegden), here (leger), hidan (verschuilen, verbergen), hide (schuilplaats, bergplaats), hierdraeden (bewakingsdienst), hleo (lij, luwte, beschutting, schuilplaats), hocan (arresteren), hodan (hoeden, schuilen, beschermen), hodere (hoeder, opzichter), howeard (dorpswachter), hude (bergplaats, schuilplek), husgos (huisgans, waakgans), hushound (huishond, waakhond), hutan (=A hodan), hutar (=A hodere), hwopa (dreiging), hydan (=A hidan), hyde (=A hide), landweard (landwacht, leger), landwer (landweer = verdedigingswerk), leah (luwte, bescherming), leger (leger = rustplaats, schuilplaats), loc (slot, grendel), locere (opzichter, bewaker), locian (kijken, toezien), lurc (schuilplaats), lurcad (verborgen, verscholen), lurcan (verbergen, schuilen), mearcgerefa (markgraaf = graaf van een grensgewest), mearcweard (grenswacht), nihtwacere (nachtwaker), oferlocere (opzichter, opziener), oferlocian (overzien), paes (vrede, rust, veilige zone, omheind gebied), peas (=A paes), peasmars (veilig moeras), plump (plomp = gracht), plumpan (in water duwen), praetere (controleur, veldwachter, boswachter, opzichter), praetery (controledienst, boswachterij, etc), reafar (rever, ordebewaker), sceawing (schouw, inspectie, controle), scerra (dreiging, angst), scirgerefa (scirgraaf = ordebewkaker in een scire), scot (=A scut), scotport (valdeur), scut (schut, schot, beschutting, schuilplaats), secar (zeker, veilig), secarnis (zekerheid, veiligheid), slot (slot, grendel), snecc (grendel), sneccan (vergrendelen, afsluiten), spichol (spiekgat, kijkgaatje in deur e.d.), stigweard (stalmeester, veestalbewaker), stock (met stokken omheinde plek), stoke (=A stock), stol (=A stock), stow (=A stock), stowan (stouwen, verbergen), stowe (=A stow), stowe (schuilplaats), tace (taak, veiligheidszone), tace (=A tacefeld), tacefeld (taakgebied, bewakingszone, verdedigingszone, veiligheidszone), wacan (waken), wacefeld (bewakingsgebied, veiligheidszone), wacere (waker, bewaker, wacht), waeccan (waken, bewaken), waecdog (waakhond), waectoran (waaktoren, wachttoren), waetergeat (waterpoort = stadspoort over een water), wahtan (wachten, bewaken), wahtere (wachter, bewaker), wahtman (wachtman, bewaker), walburg (walburg, borg), walla (wal, muur), waltace (waltake = omwalde bewakingszone), ward (waard, bewaarder, hoeder), weal (=A walla), wealburg (=A walburg), wealtace (=A waltace), weard (wachter, opziener, toezichthouder, bewaker), weardian (behoeden, bewaken), weardig (opzichter), weardmaester (waardmeester = toezichthouder uiterwaarden), weordig (=A weardig)
Moerasgebieden zijn voor de Angelen ideale woongebieden. Daar waren ze veilig voor vijanden. Een belangrijk deel van de historische Anglische macht is daarop zelfs gebaseerd. Mogelijk was veiligheid ook een belangrijke reden voor Angelen om in 450-550nC te migreren naar Brittannia. Op de vlucht voor de agressie van de Denen en voor de grote overstromingen in die tijd langs de Noordzeekusten van Nederland en NW Duitsland. > M35, Moerasland, Wapentace
Peasmarsh =A peasmars = veilig moeras. Ofwel: een moeras waar men veilig kan wonen. Voorbeelden: Peasmarsh in East Sussex, Surrey en Somerset in Engeland. > PgBrit/Peasmarsh
Landweren zijn een ander manier om veiligheid te krijgen. Het zijn diepe grepels rond het woongebied met daarin een dichter gordel van taaie planten en struiken met grote doorns. > Landweren
Stadspoorten gaan bij invallen van de duisternis dicht. In Oldenzaal winters om 18.00 uur en zomers 21.00 uur. (#INS 2011/4)
10nC++: Midden-Oosten gebruikt sloten en sleutels op deuren.
400nC++: NO Nederland (West Angle) bouwt veiligheidslinie tegen Saxen. > NOVL
750nC++: In Buren/Gld zijn sleutels gevonden uit de 8-10e eeuw. O.a. een sleutel van brons. Daarvan zijn er maar drie in Nederland. (# De Telegraaf 13.3.2013)
1000++: In deze tijden wordt alom hevig gestreden en gevochten. De veiligheid is nog zeer gering en de eigenrichting zal dus nog veel voorkomen. Uit deze tijden zijn vele doorboorde schedels gevonden, die wijzen op doodslag met knotsen. #DRG/p21 > Knotsen
** Gevaren, Staat, Criminalitiet, Moerasvolk, Anglische Macht, Leger, Marine, Vestingen, Landweren, HGAG, NOVL, Waakposten, Wachtposten, Wachttorens, Politie, Ordebewaking, Sloten, Wallen, Take, Tuinen, Reizen, Veetransport

Veiligheidszones: > Take
Velda: > Welda

Velden:
()A acer (=A acre), acre (akker, veld), da (=A ta), dha (=A ta), feld (veld, vlak en open land), folde (=A feld), hoolta (veld met veel gaten en kuilen), stoccrefa (=A strubba), strubba (veld met veel stronken, moeilijk te bewerken veld), ta (veld waar iets bepaalds veel voorkomt)
** soort, Urnenvelden, Veenland, Weiland, Locaties

Veldhutten: > Hutten

Veldlegers:
()A feldarmeys (veldlegers)
¶ Bij veldtochten worden veldlegers gevormd. Een veldleger bestaat uit een bataljon (=A betaelge) van de Landwacht aangevuld met een hundred, die in elke gouw wordt vervangen door een regionale hundred.
** ARBA, KOR, Leger, Hundreds, Weerplicht, Offa van Angeln (Campagne)

Veldnamen:
Veldnamen zijn een onschatbare bron van historische kennis. Ze zijn in het oerverleden gegeven door oerbewoners van de regio. Ze bevatten dus in de kern de oertaal en oerbegrippen van deze oermensen. Latere immigranten geven daar soms een eigen draai aan, maar meestal blijft de oerkern onveranderd. De veldnamen van Harreveld vertellen dus veel over de oerbewoners van dit gebied en van hun woordenschat.
** Harreveld, Oxe, Regionamen

Velp:
Gemeente bij Arnhem. De regio lijkt rond 150vC bevolkt door Angelen uit de Liemers. > ASA
Welput: De naam Velp doet het meest denken aan Anglisch wellput = welput = put met welwater. In de loop van de eeuwen kan deze locatienaam zijn veranderd via Wellput > Vellup > Velp.
--- De these dat Velp is afgeleid van Anglisch wellput lijkt niet onwaarschijnlijk. Bij Velp liggen namelijk de locaties Wellenstein en Bronbeek. Beide namen duiden op de aanwezigheid van welwater.
--- In Velp staan de hoeven De Grote Durk en De Kleine Durk. Daar zijn archeologische vondsten gedaan die duiden op vroege bewoning. De term durk lijkt afgeleid van Anglisch durc (dorc) = deuk, hoosgat. Een hoosgat = een gat waaruit men water hoost (schept). E.e.a. lijkt te bevestigen dat Velp inderdaad is afgeleid van Anglisch wellput = welput = put met welwater.
550nC: In Velp zijn in de 19e eeuw bij de hoeven De Grote Durk en De Kleine Durk archeologische vondsten gedaan. I.c. curiosa van brons en zilver. (> sub 1800++) Ze dateren uit circa 550nC en duiden daarmee op vroege bewoning.
 

Angelstein: Landgoed aan de Velperweg te Arnhem. Reeds genoemd in 1487, zijnde in bezit van Johan Coster in conflict met naburig klooster Bethanie wegens een weg over dit goed. In de 17e eeuw is Angelstein bezit van Engelbert Engelen. Oorspronkelijk is Angelstein omringd door diepe grachten. Later zijn die gedempt en is het landgoed gemoderniseerd. In de 19e eeuw is Angelstein bezit van Jkh Baron Pallandt van Walfort. Rechts: Angelstein zomer 2010. (foto © BCK) > Angelstein
 
1800++: In Velp zijn bij de hoeven De Grote Durk en De Kleine Durk archeologische vondsten gedaan. I.c.: van brons een gevleugelde fallus (vruchtbaarheids symbool), vingersleutel, ramskopje en geŽmaillerde mantelspeld. Verder een zilveren lepel. #OBA/p13

 
Veluwe: (VEL:)
Alias Felaowa, Felua (700nC++), Velua (950nC++), Valouwe (later).
200-100vC: Veluwe bevolkt door Angelen uit Salland en de Achterhoek. > ASA
100vC-800nC: Veluwe onderdeel van Anglisch Rijk > Angle, Angelland
300-600nC De Grote Natheid: Kusten Angelland getroffen door grote natheid. Veel regen en stormen. Veel land loopt onder water of wordt weggespoeld. Vele Angelen vluchten naar hoger grond op de Veluwe en in Twente en Drente. Door de grote natheid groeit daar de vegetatie veel te snel en wordt het land nauwelijks bruikbaar voor landbouw en veehouderij. Circa helft van de Angelen migreert daarom naar Brittannia waar de situatie beter lijkt. > P36
700nC Felaowa: Deze naam betekent naar zeggen Vale Ouwe. In Anglisch derhalve fela (vale) + owa (ouwe, oude).
950-1200nC: De Veluwe wordt betwist tussen de hertog van Gelre en de bisschop van Utrecht. #Quedam/p135

Venendaal:
Alias Vennedael (1557 > KVL). Stad aan de zuidrand van de Veluwe.

Venlo:
Stad aan de Maas in Noord Limburg. Rond 405nC bevolkt door Angelen uit de Betuwe. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch fen (veen) + lo (open plek, clearing). Dus: de open plek (clearing) bij het veen.

Veranderen: (VRA:)
Leven is veranderen en veranderen is leven. De meester houdt het goede vast en laat los wat onnodig hindert of kwelt. Leven is veranderen en veranderen is leven. De meester volgt de goede weg en bereikt uiteindelijk het hoogst bereikbare. #SRK

Verbindingen: > soort, Wegen, Landwegen, Communicatie, LACA, Transport, Waterwegen
Verbindingswegen: > Handelswegen, Ossenweg, Hessenwegen, Heerbanen, Wegen, Scheepslijnen, AAV

 

Verbondenheid: (VRB:)
In NO Nederland en in NW Duitsland komen op vele oude huizen zgn nokkruizen voor in de nok van het dak aan de voorgevel. Dat zijn vooral paardekoppen. In NW Duitsland worden ze Hengest und Hors genoemd. Ofwel Hengst en Paard.
 
Hengest & Horsa is een legendarisch verhaal over twee huurlingen uit Angelland. Hengest betekent hengst en horsa paard. Hengest en Horsa zijn goede vrienden die in dienst van warlord Vortigern in Brittannia rond 450nC vechten tegen de Picten. Horsa komt om in die strijd. Hengest vertrekt later naar Zuid Engeland waar hij Kent verovert en daar koning wordt. Het wapen van Kent voert sindsdien een wit paard op een rood veld.
¶ Naar zeggen zijn Hengest & Horsa figuren die al in oude mythen van de AriŽrs voorkomen. Per saldo lijken Hengest & Horsa in al die mythen en legenden symbolische figuren te zijn die uitdrukking geven aan liefde en verbondenheid. Dat is o.a. terug tevinden in de asbole, een x-kruis die ontstaat bij een ritueel van broederschap. Ze komt al voor rond 125nC als Angelen en Saxen in Lunenburg hun eerste verbond sluiten.

Asbole: Als teken van hun verbond voeren de Angelen en Saxen de Asbole: op goud een X-kruis in rood, in een blauwe ring.
** HEH (Hengest & Horsa), Angel-Saxen, Vriendschap, Broederschap

 

Verdedigingswerken: > Landweren, Vestingen, Burchten, NOVL
Verdraagzaamheid: > Tolerantie

Verduitsing: (1850-1945; VRD:)
Na de nederlaag van Napoleon in 1815 groeit de macht van Engeland nagenoeg ongestoord verder in de wereld. Eind 19e eeuw is Engeland feitelijk de grootste wereldmacht. De enige concurrent is Pruisen, dat sinds 1850 de grootste macht wordt op het Europese Continent. Nederland schurkt aan bij die macht om sterk te kunnen staan tegenover Engeland. Om dit machtsblok te verzwakken, geven de Britten in 1850 Sumatra terug aan Nederland. Desondanks blijft Nederland sterk Pruisisch georienteerd. Zo sterk zelfs, dat sinds 1850 de Nederlandse taal sterk verduitst wordt. Pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 wordt de Nederlandse taal weer ontduitst. Sindsdien vindt steeds meer een zekere verengelsing plaats, dat zich uit in toename van Engelse woorden, termen en uitdrukkingen.

Verdwalen:
Iedere weg kent kruispunten die dwingen tot keuze. Wie fout kiest, die verdwaalt. Wie verdwaalt, die kere terug. Iedere weg kent kruispunten die dwingen tot keuze. De meester neemt de tijd en kiest de goede weg. Waar mogelijkheden eindigen, resten berusting en gelatenheid. De meester ondergaat het onvermijdelijk lijden en vervolgt de goede weg. Meer kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
** Kiezen, Goede Weg

Veren: > Ganzen

Verfriezing: (1195*nC++)
Analoog aan de Versaxing is de oneigenlijke verfriezing van vele feiten. De oudste vermelding van de Friezen dateert van 100nC, als Tacitus ze noemt als Frisii. (> Friezen) Ze zullen dan zeker al ruim voordien bestaan, anders zouden ze in 100nC nog geen noemenswaardig volk zijn geweest.
¶ De Chauken bestaan zeker al ruim vůůr Drusus, dus ruim vůůr circa 10vC. Ook zijn ze genoemd op oude kaarten mbt de situatie in de Romeinse Tijd. Interessant is dat hun gebied zich in 47nC uitstrekt tot aan de oostoever van de Rijn. Hun gebied lijkt daarom samen te vallen met Angelland 300vC-100nC. Mogelijk zijn de Chauken dus opgenomen onder de Angelen, conform wat bron WP beweert. Na het jaar 700nC worden ze in ieder geval niet meer genoemd.
¶ De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland) en commenteert daarop. In modern Nederlands:

Hoe groot de verleiding ook is, wij mogen dit koppige en vrijheidlievende, terpen-bewonende volk maar niet zonder meer verrenzelvigen met de voorouders van onze Friezen in de eeuwen voor het beging van de jaartelling. Alleen wanneer archeologische vondsten -- waarover wij in deze bodem geen al te hoge verwachtingen mogen koesteren -- zekerder gegevens zouden verschaffen, mogen we aannemen, dat ook onze kusten al enige eeuwen voor de jaartelling bewoond werden door stammen, die later bleven hechten aan de grond, waar ze in die periode voor het binnendringen van de vloed betere tijden hadden gekend.
450nC In dit jaar zijn de Friezen volgens Widsith een clan. Widsith zwerft veel op het Continent, waar hij alle verhalen en overleveringen hoort. In zijn werk genaamd Widsith (c 425nC) schrijft hij o.a. over de periode 400-450nC en over Offa van Angeln, de legendarische koning der Angelen die in 405nC een succesvolle militaire actie voert in Angelland tegen diverse binnendringers. Uit die periode noemt hij de Friezen Fresna:

Oswine weold Eowum   
ond Ytum Gefwulf,
Fin Folcwalding
Fresna cynne.

Oswin regeerde de Aviones
en Gefwulf de Juten,
Fin Folcwalding
de Friese clan.

De Fresna zijn dus volgens Widsith rond 450nC een cynne (kinne, clan). Een clan = een kleine groep families.
450nC++ Bron SDV/p282: "Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiŽle cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland. Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden."
450-550nC Circa 4 miljoen Angelen migreren uit Angelland naar Brittannia. Een zelfde aantal van circa 4 miljoen Angelen blijft in Angelland wonen. Door de massamigratie is Angelland echter demografisch, economisch en militair erg verzwakt. Tot circa 700nC weet Angelland zich echter te handhaven. Daarna echter wordt het land geleidelijk verovert door Denen, Friezen, Saxen en Franken. Friezen uit NW Duitsland settelen zich in de kustgebieden langs de Noordzee in Noord en West Nederland. > Friezen
750nC++ Sinds de 8e eeuw nC verspreiden de Friezen zich verder noordwaarts langs de kust richting Denemarken. Mogelijk zijn ze afkomstig uit het gebied aan de Beneden Weser, dat later Ost Friesland heet. Volgens bron OVK zijn de Friezen een mengcultuur afstammend van de Angelen. Gezien de verwantschap van het Fries met het Anglisch lijkt deze these niet onwaarschijnlijk. Het is vooralsnog alleen niet zeker of ze beide voortkomen uit eenzelfde volk (West Goten) of dat de Friezen een onderstam zijn van de Angelen, die al in de 4e eeuw vC indirect worden genoemd. (> Anglisko) Omgekeerd lijkt minder waarschijnlijk, omdat het bestaan van de Friezen pas in 28nC wordt genoemd in een verdrag met Rome.
1195*nC: Emo van Huizinge (1175*-1237; abt, schrijver) uit Fivelga (Fivelingo) in NO Groningen studeert in Oxford (Actes Liberales en Rechten). Hij noemt zich daar Emo van Friesland.
1327nC: De Codex Fivelingo et Oldamptis bevat het Landrecht van Fivelingo en Oldambt in provincie Groningen. Oldambt is oorspronkelijk een onderdeel van het Anglische gouw Fivelingo. In de 9e-13e eeuw ontstaat dit gebied (terra) door ontginning van de veengronden. Het recht voor Fivelingo en Oldambt zijn daarom tot in de 13e eeuw nog gezamelijk geconcipieerd in een Codex. Deze Codex bevat 28 artikels, geschreven in Latijn. In 1327 wordt de Codex vertaald in naar zeggen het toenmalig gangbare Fries, de taal van Groninger Ommelanden. Aangezien Fivelingo en Oldambt reeds rond 500vC zijn bevolkt door Angelen uit Eemsland, zal de oude Codex vrij zeker in het Anglisch zijn geschreven, door sommigen ook genoemd als Oud Fries of zelfs Super Fries. > CFO
1580: Der Vresen Chronicon; Groningen; Abel Eppens (1534-1590)
¶ Vele historici negeren de feiten en schrijven vele feiten toe aan de Friezen, hoewel die in hun bestek zeer waarschijnlijk niet aanwezig zijn. Vaak wordt dan gewezen op de Friese of Friesachtige taal in dat bestek. Men vergeet dan eenvoudig dat het Fries hooguit een afgeleide is van het Anglisch, dat al in 350vC wordt genoemd en dus zeker al veel eerder bestaat. (> Angologie) Derhalve zal de genoemde taal veeleer tot het Anglisch kunnen behoren.
1649: In de Atlas van Blaeu van 1649 worden zowel de versaxing als de verfriezing van de Angelen tegelijkertijd gedemonstreerd in een simpele tekst over de bouw van de Burcht van Leiden rond 449nC door Engist, een overste van de Angelen en Saxen.
De Schrijver van d'oude Hollantsche Chronijck, en verscheyde andere geleerde mannen meenen, datse [de burcht] omtrent het jaer CCCC XLIX van sekere Engistus, een Overste van de Anglen en Saxen, oft, soo sommige seggen, Koning der Vriesen, gebouwt is. De geleerde Janus Dousa heeft ook dit gevoelen gehadt, gelijck uyt de volgende vaersen blijckt:
Putatur Engistus, Britanno orbe,
Redux, posuisse victor.
Dat is:
Engist, verwinnaer uyt Britanje weergekeert.
Heeft Leyden als men meent, met dese Burgh vereert.
De citaat geeft aan dat in 1649 de meningen zijn verdeeld of men moet spreken van Angel-Saxen of Friezen, terwijl men lang daarvoor Engist een Angel-Sax noemt en terwijl Engist feitelijk afkomstig is uit Angeln en een Angel is. Uit nader onderzoek blijkt echter dat de Angelen de overhand hebben: ze zijn 4x meer vertegenwoordigd als de Saxen; zowel in Engeland als in Angelland op het Continent. > Angel-Saxen, Ang/Sax, AFA
** Leiden, Ontangeling, ASV, Friezen, Offaland (Timetable), Culturalisme

Vergeten: (VRG:)
()A forgietan (vergeten)
¶ Mensen zijn geneigd vele dingen te vergeten. Zowel kwade als goede dingen. Soms is dat ook maar goed. Het dagelijks leven vraagt immers steeds de aandacht. Bepaalde dingen worden echter onthouden en ovegeleverd. Zowel goede als kwade dingen. Hetzij mondeling door overlevering, hetzij schriftelijk. Zowel mondelinge als schriftelijke overleveringen lijken vaak een grote kern van waarheid te bezitten. Soms echter lijkt dat ook niet.
65miljoenVC: Het is denkbaar dat draken oerbeelden zijn die de mensheid heeft overgehouden van de dinosauriers, die rond 65 miljoen jaar vC zijn uitgestorven als gevolg van een inslag van een megameteoriet in de Golf van Mexico. Grote delen van de wereld stonden vele maanden in brand, waardoor vele levende wezens werden gedood. Slechts een klein deel van de mensheid overleefde.
--- In China is de draak het meest belangrijke mythologische symbool. De draak brengt levenskracht, voorspoed en geluk. Bij elke jaarwisseling wordt de draak dan ook uitbundig vereerd in optochten. Deze belangrijke rol van de draak in China is zo opemerkelijk omdat archeologen afgelopen jaren hebben geconstateerd dat de meeste fossiele resten ter wereld zijn gevonden in China. E.e.a. sterkt de these dat de mythologische raak een rudimentair oerbeeld is van de historische draken die tot 65 miljoen jaren vC de wereld bevolken.
6500vC: In vele culturen komt een verhaal voor over een zondvloed. O.a. in oude Hindu bronnen en het Oude Testament. De oudste bron is het Gilgamesj Epos, genoemd naar koning Gilgamesj van MesopothamiŽ, die rond 2800vC leeft. Volgens dit epos wordt de mensheid onder leiding van de goden gered van deze ramp. De ramp zou circa 3000vC kunnen zijn gebeurd.
--- Zwarte Zee: Gelegen tussen Rusland, RoemeniŽ, Griekenland, Turkije en de Kaukasus. Volgens geologen ontstaan na de Laatste IJstijd (2miljoen-10.000vC) door een doorbraak van de Atlantische Oceaan. Door het smelten van de ijsmassa na 10.000vC steeg het oceaanwater. Het water kwam boven de drempel in de zeebodem bij Gibraltar en stortte in de Middellandse Zee, waar het water ook ging stijgen. Het water in de Zwarte Zee steeg toen ook door de verbinding met de Middellandse Zee. In de loop van enige jaren ging hierdoor het water in de Zwarte Zee met circa 35 meter omhoog. Dit proces voltrok zich rond 6500vC. Omwonenenden vluchtten met hebben en houden naar hoger gelegelen gebieden.
430-550nC: Volgens een oude overlevering in Engeland verlaten de Angelen hun homelands op het Continent omdat het er zo nat was. Het opmerkelijke is, dat dezelfde Angelen in Brittannia zich veelal juist weer hebben gesetteld in natte moerasgebieden aan de oostkust. O.a. de Fenns in East Anglia en de North York Moors. Een ander opmerkelijk feit is dat dezelfde Angelen op het Continent al zeker vanaf 500vC tot hun migratie in 450-550nC in de moerasgebieden van NO Nederland en NW Duitsland hebben gewoond. (> Groot Veenland) Waarom dan niet eerder gemigreerd naar droge gebieden? Kennelijk gaat het in de genoemde overlevering om een periode van extreme natheid in de Anglische homelands op het Continent. Deze interpretatie sterkt de genoemde feiten en thesen betreffende de extreem natte periode van 430-500nC op het Continent. > P36
1760: Angelre (Angelrode) is een regio bij Doesburg. In 1746 zijn in Doesburg Engelse soldaten gelegerd. Ze zijn erg ontevreden over de behandeling die ze krijgen van Doesburg. Ze maken daarom grootschalig amok. De Doesburgers zijn zeer ontdaan. Uit solidariteit met Doesburg verandert Angelre haar naam in Angerlo = regio van de Angeren (een agressieve Germaanse stam). Anno 2010 weten weinig mensen van deze naamverandering. En derhalve ook niets van hun herkomst. > Angerlo
1800: De naam van vila Angelstein in Arnhem wordt verandert in Angerenstein. Mogelijk wegens de slechte verhoudingen tussen Nederland en Engeland op internationaal terrein in die tijd. Anno 2010 weten weinig mensen dat. > Angelstein
1883: De Krakatau is een hoge vulkaan gelegen tussen de eilanden Java en Sumatra. De vulkaan komt op 20 mei en 26-28 augustus 1883 tot enorme uitbarsting, die 5000 Km in de omtrek is te horen. Er ontstaan megahoge tzunamies, die tot in Oost Afrika en ver in de Grote Oceaan te merken zijn. Zuid Sumatra en West Java worden zwaar getroffen door grote branden, asregens en vloedgolven. In totaal worden circa 36.000 mensen gedood door hevige branden, vloedgolven en gloeiende lavastenen. De as stijgt tot circa 50 Km hoogte en circelt 13 dagen rond de aarde. Anno 2014 kan niemand op Zuid Sumatra en West Java zich iets herinneren van de vreselijke gebeurtenissen. Ondanks dat er ter herinnering een monument is opgericht in Telok Betung op Sumatra. (# BBC4tv11.5.2014, WP)
** Geheugen, Overleveringen, Ontangeling

Vergeven:
()A forgeavan (vergeven), forgiefan (vergeven)
** Verzoening, Verdraagzaamheid

Verhalen:
()A barde (bard, troubadoer), scop (minstreel, verhalenverteller), spel (bericht, gezegde, verhaal), spell (=A spel), talan (=A talkan), taling (vertelling, verhaal), talkan (praten, vertellen), talu (vertelsel, verhaal), tellan (vertellen, verhalen, mededelen)
70miljvC++: Bushmen (San) in Afrikan zijn het oudste volk op aarde. De vaak koude nachten brengen ze door bij een kampvuur, met eten, verhalen en dansen. De vuren maken ze met een stok en zacht droog gras. De stok draaien ze tussen hun handen snel heen en weer op het zachte gras, waardoor dit even later ontvlamt. De vuren zijn mede bedoeld om leeuwen en andere roofdieren op een afstand te houden. > PgGen/Bushmen
¶ Verhalen spelen in oude tijden een belangrijke rol in het leven van de Angelen, toen er nog geen radio of tv was. Het verhoogde de gezelligheid en samenhorigheid. Bovendien was dat ook een belangrijke bron van kennisoverdracht. I.b. historische kennis.
2012: Aboriginals: In een uitzending van de VRTtv (12.2.2012) over de problemen van de Aboriginals in AustraliŽ vertelt een Aboriginal vrouw met weemoed over het vroegere leven van hen. Vooral de verhalen die de ouden vertelden savonds bij het kampvuur waren voor haar van grote betekenis.
--- Aangezien de Aboriginals voortkomen uit de Bushmen, kunnen ze hun traditie van verhalen vertellen hebben geleerd van de Bushmen.
** Sagen, Saga's, Mythologie, Overleveringen, Troubadours, Minstrelen, Volksverhalen, Gezelligheid

Verhuizen:
Anno 2013 verhuizen mensen in Engeland circa 8x in hun leven. (BBCtv sep/2013) Vooralsnog is niet bekend hoe dat was in oudere tijden en elders. Alleen is bekend dat in het recente verleden nomaden in Arabische landen en Afrika hun levenlang rondtrekken over grote afstanden. Ze blijven maar enige maanden in een bepaalde gebied en trekken dan weer verder. Herders in Afrika trekken in de zomer met hun kudden (koeien en geiten) naar vaste weidegronden en keren na enige maanden weer naar huis. In Rusland en Mongolia trekken herders met hun kudden (schapen en runderen) ieder jaar naar vaste weidegronden waar ze enige maanden blijven. Daarna keren ze terug naar hun winterverblijf.
Kenya: Mensen in de outback van Kenya verhuizen hooguit 5 Km ver van huis. Ze noemen dat daar: de vrucht valt niet ver van de boom. #BBC4tv 12.3.2014
** Patrilocalisme

Verleden: (VLE:)
¶ Sluit uw ogen niet voor het verleden. Ze heeft u veel te zeggen. #SRK
¶ Van het verleden is veel te leren. #SRK
¶ Onverwerkt verleden kwelt ziel en geest. De meester is wijs en zoekt de bron. #SRK
¶ Een verwerkt verleden geeft mensen nieuwe kracht en zin voor de toekomst. #SRK
** Historie, Tijdperken

Verlichting: (VRL:)
()A beacan (baken, lichtpaal), blacere (hanglamp; vuurpan = pan waarin vuur brandt), blysa (fakkel, toorts), braent (fakkel), caempfur (kampvuur), caers (kaars), caersmaerct (kaarsenmarkt), caerssmeor (kaarsvet), caerssticc (kaarshouder, kandelaar), candelere (kaarsenmaker), faett (vet, olie), flambow (flambouw, fakkel), flint (flint, vuursteen), furbeacan (vuurbaken), furcorb (vuurkorf = korf met brandend hout), fyrbeacan (vuurbaken), fyrcorb (=A furcorb = vuurkorf = korf met brandend hout), fyrtoran (vuurtoren), heordhfur (haardvuur), latthoghet (lantaarn), leamp (lamp), lemment (lampepit), leoht (zn licht), leoht (bn licht, helder), leohtfaet (lamp), leohtryhtne (fakkel, toorts, flambouw), logta (luchter, lantaarn, stallantaarn), oly (olie), oyl (olie), oylleamp (olielamp), pec (pek), pic (=A pec), smeorcears (vetkaars), straetleoht (straatlicht), torc (toorts, fakkel, flambouw), tortys (=A torc), twideorc (schemering), wecca (lampepit), weoc (lampepit)
70miljVC: kampvuur > PgGen/Bushmen
3000vC: Rond deze tijd gebruiken Egyptenaren al flambouwen voor verlichting. #BBC4tv8.5.2014/Qantir
2000vC: Rond deze tijd gebruiken Egyptenaren al ruime tijd olielampjes. Dit blijkt uit hyrogliefteksten van bouwwerkers van de piramide van Horemheb in Zuid Egypte. De olielampjes bestaan uit een kannetje met een wecca (koordje) dat dient als pit.
1600vC: Rond deze tijd begint de fabricage van kaarsen van hears (hars). Later worden ze gemaakt met vet van schapen (c 500vC++), potvissen of walvissen (1700nC++) en andere dieren. Schapenvet is goedkoop maar walmt erg. Potvisvet en walvisvet zijn duur, maar branden zuiver.
1348vC: Egyptische steenhouwers gebruiken bijlen, beitels en olielampjes bij de bouw van een piramide voor Horemheb, een Egyptische veldheer. De bijlen zijn trapeziumvormig. De olielampjes zijn van steen, plat en afgerond met een holte voor olie en een dunne buis voor de pit. # NatGeoTV 16.11.11
1300vC: In de tijd van farao Toetanchamon gebruiken Egyptenaren al torcs (toortsen), zoals blijkt uit de vondsten in zijn graftombe.
650vC: Mogelijk kennen de Angelen olielampjes via de Inglo-Goten in Zweden, waaruit ze voortkomen. De Inglo-Goten kunnen de olielampjes hebben leren kennen via hun contacten met Kreta, die al sinds 2000vC bestaan. Kreta onderhoudt in die tijd al veel contacten met Egypte.
400vC: Etrusken gebruiken als verlichting touw gedrenkt in pek, olie of vet.
300vC: Vuurtoren Pharos/AlexandriŽ (Egypte) werkt met olielampen. Het licht is 45 Km ver te zien bij nacht. (#BBC4tv/Cleopatra/22.9.2015) De vuurtoren stort 1375nC in door aardbeving.
12vC-400nC: De Romeinen gebruiken kaarsen gemaakt van faett (vet) of weax (was).
12vC-400nC: De Romeinen hebben:
- olielampjes van steen: langwerpig en ovaal met een gat voor olie en een smal en lang buisje voor de lont
- kroonluchters, flambouwen, kandelaars, kaarsenstaanders, etc.
Als brandstof gebruiken ze o.a. vet.
100nC: Rond deze tijd kennen de Romeinen en Syriers al olielampen en -schalen van glas. Vaak heel fraai gevormd en versierd. (#DeTelegraaf/27.5.2011) De Angelen zullen ze dan vrij snel ook kennen. Ze hebben immers al ruime handelscontacten met de Romeinen.
100nC++: Romeinse olielampjes van aardewerk en brons in Utrecht. #AVROtv 26.7.2012 Kunst Of Kitch
200nC: Olielampje in Bunnik/Utrecht. > Bunnik
750nC++: Kaarsen worden gemaakt van faett (vet) of beoweax (bijenwas). Waskaarsen branden mooier dan vetkaarsen.
800nC++ West Europa kent olielampjes, toortsen (olie), flambouwen (olie), kandelaars (kaarsen) en kroonluchters (kaarsen).
800nC++ Bron ZWH/p12 schrijft:

Een enkele keer kom je in documenten uit die tijd [800nC++] herinneringen aan Haarlo [bij Neede/Gld] tegen. ... Belasting werd in natura betaald. Lang nog lees je dan ook nog van 'mishoenders' op 11 november (St. Maarten) voor de pastoor en eieren voor de koster (die moet hij overigens wťl zelf komen halen). ... Wat je ook vaak tegenkomt is 'jaarlijks een molder raapzaad (soms reuvezaad) voor het licht van de koorlampen en een pond was voor de kaarsen op het altaar'.
801nC: Boer Helmbald moet zorgen voor de verlichting in de Ludger Kerk van Zelhem en daarvoor kaarsen leveren als tegenprestatie voor vruchtgebruik van grond van de kerk door zijn zoon. #WKP/14.12.2012
1200-1400: In 1978 zijn in een kelder te Arnhem gevonden: kruiken van steengoed, vetvangers, borden met lobvoeten, olielampjes en trechterbekers. Alles uit de periode 1200-1400 AD. #OBA/p22
** Licht, Baken, Vuur, Olie, Vuurbakens, Vuurtorens

Verlichting, De: (c 1600-1778; VL2:)
Europa maakt enorme sprong voorwaarts ten aanzien van Vrijheid van Meningsuiting en Gewetensvrijheid. Deze Verlichting opent de weg naar beter inzicht in de wetten van de natuur. Het wordt mogelijk te discussieren over alles zonder te worden vervolgd, vermoord of geŽxecuteerd door kerklijke en wereldse machten. Wetenschap en techniek maken grote vooruitgang. Europa wordt rijker, gezonder, vrijer, slimmer en krijgt electriciteit, vliegtuigen, laptops, etc. #DeTelegraaf 4.10.2014

Vermaak:
()A aetlicgan (luieren), angulan (hengelen), barde (bard, troubadoer), battan (soort balspel), batte (slaghout), boyar (boeier; # plezierboot), bufery (boeferij = oud gokspel), cermes (kermis), cinan (kienen, kienspel; # gokspel), clappan (klappen), clift (klucht, bedrog), clot (bal), cloutan (ballen, balspelen), cloutsceotan (klootschieten; # balspel), copperan (feesten, feest vieren), dansan (dansen), dolcusan (soort balspel), dollan (dollen, gek doen), drenchus (=A drinchus), drinchus (drankhuis, bar, cafee, taveerne), feastan (ww feesten), feaste (feest), feonan (verheugen, vieren, feesten), feonde (vreugde), folan (gekheid maken, schertsen), fole (dwaas, grapjas), frician (dansen), frolic (vrolijk), frolican (vermaken, pret hebben), frolicnis (vrolijkheid), furmakenis (vermaak), gamen (spel, dobbelspel, sport), gamenian (spelen, dobbelen, sporten), geogelere (goochelaar, tovenaar, jongleur), giglan (giechelen), hlehhan (lachen), hliehhan (lachen), joc (grap, lol, pret), joccan (ww schertsen, grappen), jocce (=A joc), joccere (joker, grappemaker, lolbroek), jol (jool, plezier, vrolijkheid, gijn), jolan (jolen, joelen), jolig (jolig, lollig, leuk, vrolijk, gijnig), joyan (plezier maken), joyart (pleziermaker), joye (plezier, genoegen), lehhan (lachen), liehhan (lachen), lot (=A lyt), lyt (leut, pret), pleyhus (theater), potse (poets, klucht, grap), potsemakere (potsenmaker; # rondreizende grappenmaker), potsere (grappenmaker, grapjas), potsig (grappig), praethus (praathuis, cafee), ridhergamen (ridderspelen), scacan (schaken), scataran (schateren, hard lachen), scop (minstreel, verhalenverteller), singan (zingen), skaet (schaats), skaetan (schaatsen), smilan (lachen, glimlachen), sodd (bn zot, dwaas, dom, onnozel), soddan (ww zotten, gek doen), soddcaeppe (zottekap = kap met bellen), soddlic (bw zot, dwaas, onnozel), sodnis (zotheid, dwaasheid, domheid), sodderny (zotternij, dwaasheid, klucht), spilhus (speelhuis, theater), spilian (spelen, vrolijk bewegen, dansen), spilmaent (speelmaand = september), spilman (acteur, zanger, danser, muzikant, jongleur, comiek), spylan (spelen), spylhus (theater), swimman (zwemmen), taneal (toneel), teaforan (toveren), teafore (tovenaar), tealtan (ww toernooien, ringsteken, duelleren met lans), tealtgeard (toernooibaan), tumbian (tuimelen, dansen), utgan (uitgaan), swimman (zwemmen), swingan (swingen, zwaaien), wedda (wedde, weddenschap), weddan (wedden), willa (plezier, behagen), wreastlian (worstelen)
300-600nC: Bij Donkere Middeleeuwen denken mensen vaak aan volksverhuizingen en plunderingen, maar er was ook tijd om te genieten en in rust sieraden te maken. > Sieraden
** Spelen, Gezelligheid, Zwemmen, Schaatsen, Theater, Kluchten, Muziek, Zingen, Dobbelen, Kermis, Sport, Humor, Avonden

Vermomming: > Maskerade
Vernieuwing: > VVV, Eostre

Verponding:
Verbponding is een belasting op onroerend goed dat inkomsten opleverde. Het verponden duurde tot de invoering van het kadaster in 1832.
** VRT (Verpondingsregister Twente)

 

Versaxing:: (1233++; VSX:)
¶ Bron WAB/p23-24 schrijft:

The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, ... Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful ...
Twente is vrij zeker nimmer door Saxen bewoond, maar onderging wel een sterke Saxische invloed, omdat het centrum van het Saxisch machtsgebied lag in Westfalen, vooral in het stroomgebied van Lippe en Eems. Het gebruik van Saxische woorden, de vondst van Saxisch aardewerk en de toepassing van Saxische rechtsnormen in Twente zegt verder geenszins dat de Saxen hier werkelijk hebben gewoond. (#GVT/p16) > Twente

 

449nC: Uit historische analyses van het woonland van de Angelen op het Continent blijkt dat hun woongebied Angelland rond 449nC Angle (Ongle, Engle, Englum) wordt genoemd. Dit Angle ligt in het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee. (> Angle, Angelland) De Saxen wonen aan de oostkant van de Elbe.
 

¶ timetable
vC
-400 Saxenland = NoordPolen
-250 Saxenland = idem + Pommeren
-100 Saxenland = idem + Mecklenburg
nC
-123 Saxen genoemd door Ptolemaeus
-150 Saxen wonen aan de Elbe (Ptolemaeus; FFS)
-150 Saxen verbond met Angelen in Eems/Elbe gebied > Angel-Saxen
-400 Saxen migreren naar NW Duitsland op de vlucht voor de Slaven
-405 Offa van Angeln drijft Saxen terug over de Elbe > Offa van Angeln
-450-550 Helft alle Angelen migreert naar Brittannia wegens langdurige Grote Natheid > P36
 
-550 Saxen migreren naar ZuidBrittannia
-600 Saxen migreren van de Elbe naar NoordAlbinga/Holstein
-731 Saxen wonen in Albinga/Holstein (Beda)
-750 Saxen en Franken veroveren Thuringen > Thuringen
-772 Begin Saxische Oorlogen (tm 804)
-775 Saxen settelen in enkele grensstroken NO Nederland
-780 Saxen veroveren Groninger Ommelanden en Dokkum > Ludger
-785 Saxen onderwerpen zich aan de Franken
-785 Lex Saxonum > Rechtspraak
-800 Saxen settelen in Saxum/N.Groningen > Saxum
-804 Saxen verslagen door Frankische koning Karel de Grote

450nC++: Bron SDV/p282: "Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiŽle cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland. Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden."
775nC++: versaxing enkele grensgebieden NO Nederland (West Angle)
Rond 775nC migreren kleine groepen Saxen uit NO Duitsland naar Angelland (NW Duitsland en NO Nedelrand), waar ze zich duurzaam vestigen tussen de Angelen die daar in 300-100vC zijn komen wonen. Als de instroom van de Saxen stopt, bestaat de bevolking van Angelland voor circa 1/4 uit Saxen. (> AFA) De Angelen blijven duurzaam de dominante groep. De Angelen en Saxen zijn feitelijk twee Gotische broedervolken, die elkaar redelijk goed liggen. Rond 125nC sluiten ze een verbond nabij Lunenburg, om samen sterk te staan tegenover andere volken en daarmee samen te kunnen overleven. > Angel-Saxen, Angel-Saxisch
800-2000nC: In het boek "Boerderijnamen in Voorst" (IJsselacademie Kampen 2009) schrijft auteur Dirk Otten over zijn onderzoek naar ruim 900 boerderijnamen uit de periode 800-2000nC. Op pagina 16 schrijft hij dat het gebied ten zuiden van de lijn Twello-Teuge het enige gebied is waar Saxen zich hebben gesetteld. Het gebied omvat iets meer dan de helft van heel Voorst. Het gaat dus in heel Voorst om 900 boerderijen waarvan 34 een ink-naam hebben. In overwegend Saxische regio's in NO Nederland langs de grens met Duitsland lijken de meeste boerderijen een ink-naam te hebben. De versaxing in Voorst lijkt derhalve per saldo beperkt te zijn tot mogelijk maar iets meer dan 34/900 = 3.8%. Per saldo kan men stellen dat de Saxische bouwstijl in NO Nederland onderling dermate grote verschillen vertoont, dat men zich kan afvragen hoe Saxisch de genoemde Saxische bouwstijl feitelijk is.
911-1300: Neder-Angelland onderdeel Saxisch Rijk.
1116++: Lothar van Supplinburg (hertog van Saxen) verovert Bentheim (> Bentheim). Dit feit versterkt de versaxing in NW Duitsland en in enkele locaties in West Angle (NO Nederland) langs de grens met Duitsland.
1233++: culturele versaxing grensgebieden West Angle (NO Nederland)
1233: Bron Quedam noemt Duttinchem = Doetinchem. Aangezien Doetinchem en de regio al rond 200vC is bevolkt door Angelen, zal Doetinchem oorspronklijk vrij zeker Duttingham heten. De naam zal derhalve zijn afgeleid van Anglisch Dutt (mansnaam) + ing (volk) + ham (oord). Dus: het oord waar het volk van Dutt woont. De c In Duttinchem wijst op Saxische invloed.
1300-1516: Neder-Angelland onderdeel Bourgondisch Rijk
1350: naam Angel-Saxen geÔntroduceerd op en door het Continent > Angel-Saxen
1350: Rond 1350 wordt het Nederduits min of meer gezien als de voertaal van Angelland. Duits betekent feitelijk Diets, wat volks betekent. Het woord Duits is een verbastering van het woord Diets. In de 17e eeuw bestaat er geen land met de naam Duitsland. Er werd toen ook geen Duits gesproken maar wel Diets. Het Engels noemde dat Dutch. Dat Diets was meer verwant aan het Nederlands dan aan de Duitse taal, die pas in de 18e eeuw vorm krijgt. In 1850 voert kanselier Bismarck het Duits in als de officiŽle voertaal van Duitsland. Die taal werd tot dat jaar alleen gesproken aan het hof van Wittenberg in Pruisen. > Diets
1375++: Nederduits ofwel Diets is dus feitelijk de volkstaal van Angelland geworden. Alleen de elite spreekt nog zuiver Anglisch. Echter, het gewone volk begrijpt en verstaat die taal inmiddels niet meer. Rond 1375 worden daarom vele officiŽle documenten en de Bijbel herschreven in het Nederduits. De versaxing van de streektaal begint derhalve sinds 1375 zich verder te verbreiden in NO Nederland. Deze versaxing beperkt zich echter voornamelijk tot enkele streken direct langs de grens met Duitsland.
1400++: Anglisch ing wordt Saxisch ink > ing/ink
1400++ Zelhem: J.B. Makkink schrijft in zijn boek "Rondom het Boerenleven in Zelhem" (Uitg. Remmelink-Zelhem 1956; p 21): "Andere oude erven die omstreeks 1400 of iets later voorkwamen, waren o.a. Claepsinck, Tentinck, Garwerdinck, Wanninckhaeghe, Beslokhorst, Oldenhaeve, Nijenhaeve, Lettinck en Wentinck."
1539++ Markelo: In het Verpondingsregister van Twente (VRT) uit 1601 staan in Markelo 24 boerderijen met een ink-naam en 28 met een naam zonder ink. Omgerekend heeft dus 24/(24+28) = 24/52 = 46% van de boerderijen een ink-naam, ofwel een naam met de Saxische uitgang ink = volk, zoon, e.d. De versaxing is hier dus vrij groot. Alle 19 ing-namen in 1475 waren in 1602 veranderd in ink-namen. De overige ink-namen betreft hoeven die nadien zijn gebouwd. Deze versaxing zal dus ergens halfweg rond 1539 kunnen zijn begonnen.
1539++ Twente: De overgang van ing (Anglisch) naar ink (Saxisch) vindt in Twente rond 1539nC plaats. In het Verpondingsregister van Twente (VRT) van 1601 is dat o.a. te zien onder Markelo waar in 1602 vele namen op ink (Saxisch) eindigen die in 1475 nog met ing (Anglische) worden geschreven. De versaxing van ing in 1475 naar ink in 1602 vindt over de hele linie plaats. Aannemend dat de overgang van ing naar ink ongeveer halverwege 1475 tot 1602 plaats vindt, zal de versaxing rond 1539 eminent kunnen zijn geworden. De datum van deze overgang zal om en nabij zeker ook gelden voor andere streken in Twente waar Saxen zich sinds circa 800nC geleidelijk in grote aantallen hebben gesetteld en daarmee invloed gingen uitoefenen op de regionale cultuur. Dat zijn vooral de streken nabij de grens met Duitsland. E.e.a. betekent dat de aanwezige Angelen in 800-1539nC zeker nog dominant zijn, maar daarna geleidelijk de nieuwe invloeden althans gedeeltelijk hebben geÔntegreerd. > ing/ink
1539++: Een ander voorbeeld van versaxing is de familienaam Alberding(h), die als zodanig veel voorkomt in de provincie Noord Holland. Dezelfde naam komt voor als Alberdink in NO Nederland, met hoogste frekwentie in Tubbergen (NO Twente). Hieruit blijkt duidelijk dat de versaxing in Nederland beperkt is gebleven tot enige grensstreken in NO Nederland.
1550++: De oude Saxische hoeven die men vindt in Drente en in de Vechtdal wijken qua architectuur sterk af van de Saxische hoeven in Twente. Ze dateren veelal van na de 16e eeuw. Het is vooralsnog niet duidelijk waarom ze Saxisch worden genoemd. Vaak lijkt het of men alleen de Saxen kent als settlers uit het verre verleden. De hoeven in de Achterhoek die men Saxisch noemt, wijken qua bouwstijl volledig af van die in Twente, Vechtdal en Drente. Feitelijk lijken ze vrij normaal en onderscheiden ze zich alleen door een donkerrood geverfd houten voorzet, die alleen het bovenste deel van de voorgevel afdekt. Deze rode kleur kan mogelijk wijzen op Anglische herkomst en wat te maken hebben met de beverjacht, die zo specifiek Anglisch te noemen is. (> Rood) De Angelen zijn rond 200vC de Achterhoek binnen getrokken en hebben zich in dit grote moerasgebied vooral bezig gehouden met de beverjacht. > Beverjacht, Groot Veenland
1649: In de Atlas van Blaeu van 1649 worden zowel de versaxing als de verfriezing van de Angelen tegelijkertijd gedemonstreerd in een simpele tekst over de bouw van de Burcht van Leiden rond 449nC door Engist, een overste van de Angel-Saxen.

De Schrijver van d'oude Hollantsche Chronijck, en verscheyde andere geleerde mannen meenen, datse [de burcht] omtrent het jaer CCCC XLIX van sekere Engistus, een Overste van de Anglen en Saxen, oft, soo sommige seggen, Koning der Vriesen, gebouwt is. De geleerde Janus Dousa heeft ook dit gevoelen gehadt, gelijck uyt de volgende vaersen blijckt:
Putatur Engistus, Britanno orbe,
Redux, posuisse victor.
Dat is:
Engist, verwinnaer uyt Britanje weergekeert.
Heeft Leyden als men meent, met dese Burgh vereert.
De citaat geeft aan dat in 1649 de meningen zijn verdeeld of men moet spreken van Angel-Saxen of Friezen. De citaat noemt Engist een overste (legerleider) van de Angelen en Saxen. Hij zal derhalve een Angel of een Sax zijn. Zeker geen Fries. De Friezen zijn immers pas rond 700nC als volk van enige betekenis en de Saxen pas rond 750nC. Engist zal derhalve vrij zeker van Anglische huize zijn. > Friezen, Saxen
1700++: De versaxing in de architectuur lijkt pas sinds de 18e eeuw geleidelijk op gang te komen. De typisch Saxische bouwstijl die men anno 2010 vooral ziet in Twente, dateert veelal van begin 20ste eeuw, maar vaker zelfs van de tweede helft van de 20ste eeuw. Een mooi voorbeeld is de locatie Asbroek in Beckum. De oude boerderij is gebouwd in 1845 en is zeker niet Saxisch te noemen. Enkele bijgebouwen zijn daarentegen wel in Saxische bouwstijl, maar dateren naar schatting uit de eerste helft van de 20ste eeuw. > Asbroek
1900++: Een mooi voorbeeld van versaxing van een regio biedt Twente. Deze regio is al sinds 100nC bewoond door Tubanten, een Germaanse stam uit de regio Lippe in NW Duitsland. Ze wonen daar al kennelijk veel langer, want in 110nC werken Tubantse soldaten in Noord Yorkshire voor de Romeinen aan de bouw van de Hadrian Wall. (> Tubanten) Twente en het aldaar gelegen Tubbergen ontlenen hun namen aan de Tubanten. Sinds circa 775nC vestigen zich daar mogelijk enige Saxen, voornamelijk als ambachtslieden en handelaars in de grote locaties. Anno 2009 zien de Tukkers (inwoners van Twente) zich echter als Saxen. Sinds begin 20e eeuw voert Twente zelfs de Saxenvlag: op rood een stijgend wit paard (ros), links gekeerd. Kennelijk zijn de Tukkers helemaal vergeten dat de naam Tukker is afgeleid van Tubanten, evenals Twente en Tubbergen. Dat het gebied sinds circa 250vC ook al wordt bevolkt door Angelen, is kennelijk ook helemaal aan de historische aandacht ontsnapt. > ASA
1933: In dit jaar gebieden de Nazi's dat de voertaal in NW Duitsland voortaan het Duits is, een taal die in de 14e eeuw werd gesproken aan het Hof van Wittenberg en in 1850 door Bismarck werd verheven tot de officiŽle voertaal van Duitsland. Tot 1933 werd op de kansels in NW Duitsland nog voorgelezen uit de Nederduitse bijbel. Daarna niet meer. Het gewone volk langs de grens met Nederland spreekt echter nog graag Nederduits, de gewone volkstaal. Ook zijn daar nog vele oude documenten te vinden, die zijn geschreven in het oude Nederduits, dat voor vele Nederlanders nog goed leesbaar is.
1945++: Duitsland capituleert. De overwinnaars verdelen het land in zones. De Britten krijgen het gebied in NW Duitsland gelegen tussen Denemarken, de Elbe, de Saale en de Rijn en Nederland. Dit zijn de oude gebieden Noord Angle en Oost Angle. (> Angle) Deze zone omvat de historische regio's Sleswig, Holstein, Oldenburg, Hannover en Westfalen. Onder Brits toezicht wordt de hele regio herverdeeld in Sleswig-Holstein en Neder-Saxen. Oldenburg en Hannover vormen samen Nieder-Sachsen. Het motief om de naam Nieder-Sachsen in te voeren, is vooralsnog onduidelijk. Zowel Oldenburg als Hannover zijn van oudsher overwegend Anglisch gebieden, ondanks de Saxische vestigingen.
1982: Twente is waarschijnlijk nimmer door Saxen bewoond, maar onderging wel een sterke Saxische invloed, omdat het centrum van het Saxisch machtsgebied lag in Westfalen, vooral in het stroomgebied van Lippe en Eems. ... Het gebruik van een Saxisch dialect, de vondst van Saxisch aardewerk en de toepassing van Saxische rechtsnormen in Twente zegt verder geenszins dat de Saxen hier werkelijk hebben gewoond. #GVT/p16
2010: Een zelfde tendens als in Twente ziet men ook in Engeland en elders. In vele teksten worden nagenoeg steevast alleen Saxen genoemd als de migranten van het Continent die zich in 450-550nC in Brittannia vestigen en worden de nazaten van hen navenant ook alleen Saxen genoemd. Dat de grote meerderheid van de migranten Angelen zijn, wordt vaak niet genoemd. De reden van deze geschiedvervalsing is vooralsnog niet bekend.
2010: De streektalen die anno 2010 nog her en der leven in NO Nederland, kan men zien als de voortzetting van het oude Nederduits, een taal die langs natuurlijke weg is gegroeid uit het oude Anglisch en Saxisch. De onderlinge verschillen tussen die streektalen zijn feitelijk miniem. De verschillen die er zijn, hebben te maken met o.a. de relatieve aantallen Saxen die zich aldaar hebben gevestigd. Hoe relatief meer Saxen, hoe groter hun inbreng natuurlijk zal zijn geweest. Drente, Twente en de Achterhoek hebben kennelijk wat meer Saxen aangetrokken, dan Groot Hezenland en De Liemers. De streektalen aldaar vertonen namelijk wat meer Saxische invloeden dan in de andere regio's.
2011: Een mooi voorbeeld hoe versaxing werkt vinden we o.a. in Harreveld. Daar is een veld met een naam die als PasmšŲken wordt geschreven. De ao-klank is Saxisch. Met de trema's is getracht de werkelijke locale uitspraak weer te geven. Als we die weergeven dan krijgen we Pasmeuken. De eu-klank vinden we in zeer ruime mate terug in het Anglisch. Meuke (Anglisch: meoce) betekent in die taal kleine wei.
2015: Angelen in Engeland afkomstig uit Nederland en NW Duitsland. #BBC4tv/AngloSaxons okt2015. NB De bron spreekt steeds over Anglo-Saxons en Saxons. Noord en Zuid-West Engeland zijn echter overwegend bevolkt door Angelen en niet door Saxen. De historische bron Anglo-Saxon Chronicle (c 835nC) en de namen Engeland en Engels getuigen daarvan. > TEHA, TAES, Engels, PgBrit/Oud Engels
--- Het lijkt dat de versaxing in Engeland is ontstaan rond het jaar 1817 als koningin Victoria huwt met Prins Albert Von Sachsen-Coburg. Albert is populair en de Engelse vorsten uit Hannover hebben afgedaan. Door de twee wereldoorlogen is de versaxing echter enigemate geluwt. De Duitsers raken in onmin wegens hun rol als aanstichters en de ernstige schade die Engeland heeft opgelopen. #DVB
** AFA, Angelland, ang/sax, -ing, ing/ink, ASV, Saxen, Offaland (Timetable), Anglische Mark, Anglisch, Asland, Aslands, Haarlo, Stellingwarf, Groot Hezenland, Asbroek, Bruntingerhof, Markelo, Nedersaxen, Nedersaxisch, Ontangeling, Culturalisme, Wensing

Versen:
Dorp bij Meppen in Munsterland, gelegen in een groot veen- en heidegebied. De regio wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg.
** ASA, Varsen

Versiering: > Kunst, Ornamentiek
Versterkingen: > Vestingen
Verstrooiing: > Recreatie

Vertrouwen: (VTR:)
()A ascufan (aanschuiven, vertrouwen), befaestan (vastmaken, begaan, vertrouwen), bescufan (toewerpen, toevertrouwen), betaecan (begaan, toevertrouwen), trost (zn vertrouwen), trustan (ww vertrouwen)
¶ Vertrouwen in het leven is gebaseerd op veiligheid, gunstigheid en zekerheid.
Veiligheid: De Angelen in Angelland leven in een gevaarlijke wereld: wilde beesten, vijandige mensen, criminelen, natuurrampen, etc. Voor hun bestaan zoeken ze enige zekerheid door hun woonplekken te kiezen op veilige plekken in een veilig gebied. Ze wonen daarom vaak in moerasig gebied en bouwen een omheining om hun woning. > Veiligheid, Moerasvolk, Tuinen
Gunstigheid: Mensen wonen graag daar waar ze kunnen leven. I.c.:
- waar voldoende water en voedsel is
- waar voldoende bouw- en werkmateriaal is
- waar voldoende sociale contacten mogelijk zijn > Contacten
- waar het klimaat mensvriendelijk is
Zekereid: Zekerheidheid is een relatieve zaak. Wat vandaag zeker lijkt, kan later tegenvallen. Zo is het leven helaas. Het is de kunst om daarmee te leven. > Moreel
¶ Vertrouw op uzelf. Vetrouw op uw medemensen. Vertrouw op de Here uw God. Hij zal u leiden. De meester vertrouwt op zichzelf en op God en volgt de goede weg. Meer of beter kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
** Levenskunde, Leefbaarheid, Woonplekken, HGV

Verven: > Kleuren
Vervening: > Veenland, Ontginning

Vervoer::
()A bot (boot), carre (kar), faran (varen, reizen), fera (gezel, metgezel, maat), feran (=A faran), for (reis, tocht, mars, expeditie), foran (voeren, varen), freht (vracht), ganc (gang, reis, manier), gastocc (wandelstok), gefera (=A fera), genota (reisgenoot, metgezel), hand (wegwijzer), hors (paard), horscarre (paardenkar = kar getrokken door paarden), irran (vergissen, verdwalen, verwarren), hurran (haasten), leapan (lopen), meduseld (metgezel), oxcarre (ossekar), oxwaegn (ossewagen), oxwaen (=A oxwaegn), pacesol (pakezel, bepakte ezel), pachors (pakpaard, bepakt paard), pacwaegn (pakwagen, goederenwagen), peard (paard), pullman (sleper, vervoerder, transporter), sandwaeg (zandweg), scearpa (reistas, rugzak), scot (schot, lading, vracht), traec (trekweg = zandweg met karresporen), waeg (weg), waegman (voerman = koetsier), waegn (wagen), waere (waar, waren, goederen)
Oertijden: Vanaf de oertijden verplaatsen mensen zich voornamelijk te voet, te paard, per ossekar of paardekar en per boot. Lopen was de belangrijkste vorm. Mensen lopen grote afstanden. Tot in de jaren 1950 lopen arbeiders in Twente hele afstanden naar hun werk en 's avonds terug naar huis. Ieder van en naar de eigen woonstee. De lopers sluiten zich bij elkaar aan en zo ontstaan smorgens steeds grotere groepen naar het werk. Tegen de avond vertrekt men samen in groepen terug naar huis. De groepen worden onderweg steeds kleiner doordat mensen afhaken zodra ze hun huis bereiken. Zo gaat dat alle werkdagen, het hele jaar door, jaar in jaar uit.
9000vC++ Angelland-Brittannia: Transporten vanuit Angelland naar Brittannia zijn al oeroud en dateren zeker al ver vůůr 9000vC toen de zeespiegel van de Noordzee begon te stijgen door het smelten van grote ijsmassa's na de Laatste IJstijd (2miljoen-10.000VC). Brittannia wordt daardoor geleidelijk gescheiden van het Continent. De afstand tussen Continent en Brittannia werd steeds groter, maar de contacten blijven bestaan omdat aan beide kanten van de groeiende zee de mensen elkaar blijven kennen. > Noordzeeland
665vC: Een Oud Anglisch runengedicht vertelt circa 300nC over koning Ing, stamvader van de Angelen:

Ing waes aerest mid Eastdenum
gesewen secgum, od he siddan east
ofer waeg gewat. Waen aefter ran.
Thus Heardingas thone haele nemdon.   

Ing was eerste onder de Oost-Denen
gezien en gezegd, tot hij oostwaarts ging
over weg en water. Wagen reed achter.
Aldus noemden Hardinga's hun held.
 
Ing leeft circa 700-640vC. Hij reist rond 665vC in Denemarken over weg en water van Leire op Seeland naar Haithabu in Angeln, dat zuidwestlijk ligt in het huidige noordoosten van Duitsland. In zijn tijd bestaan kan er alleen worden gereist te voet, te paard, per ossekar, per paardekar, per roeiboot of per zeilboot. Gezien de status van Ingwi zal hij mogelijk zijn gereisd per paardekar en per zeilboot. De reistijden zijn in Ingwi's tijden en daarna ongeveer als volgt:

vorm
lopen
rennen
paard
ossekar
paardekar   
roeiboot   
zeilboot
km/u
5
8
15-25   
5
15-30
10-15
10-40
km/d
20 > Lopen
40 > Lopen
160
40
80
100
200
 
De reis van Ingwi bestaat uit twee delen:
- Op Seeland per paardekar van Leire naar Korsor aan de zuidwestkust: totaal circa 125 Km, ofwel circa 1.7 dagen.
- Over water per zeilboot van Korsor naar Haithabu aan de oostkust van Angeln: totaal circa 300 Km ofwel circa 1.5 dagen.
Per saldo zal Ingwi met zijn gezelschap de afstand tussen Leire en Haithabu kunnen afleggen in circa 3.2 dagen. Met inbegrip van mogelijk oponthoud zal de reis dus zeker in 4 dagen kunnen zijn afgelgd.
¶ Tot in de 19e eeuw zijn paard, os, wagen en boot de belangrijkste vervoermiddelen.


 Groningen anno 1572

De afbeelding hierboven is een detail uit 'Groeninga', een ets uit de stedenatlas van G. Braun en F. Hogenberg anno 1572. Ze laat zien dat mensen zich vervoeren via paardekarren of boten. In die tijd nog steeds de belangrijkste en snelste voertuigen.
** vorm, Veetransport, Schepen, Vaartuigen, Wagens, LACA, ARV, Engelandvaarders, Veerdiensten, Lopen, Voertuigen, Vaartuigen, Vrachtvervoer, Scheepvaart, Wegen, Waterwegen, Vaarwaters, etc

 
Vervolgingen: > Christendom, TJO (80-jarige Oorlog)
Verwanten: > Familie
Verwarming: > Vuur

Verwarring: (VWR:)
¶ Leven brengt soms verwarring. De meester staat op en wandelt. Hij volgt de goede weg en bereikt het hoogst breikbare. Meer dan dat kan een mens mens waarlijk niet doen. #SRK
** Problemen, Kiezen, Lijden, Goede Weg

Verzoening:
()A earfsoone (bij erfenis te betalen deel van zoengeld), fursoonan (verzoenen), sahta (verzoening), sahtlian (verzoenen), sem (zoen), seman (zoenen, verzoenen), soonan (verzoenen), soone (verzoening), soonbrec (zoenbreuk), soonbreaf (zoenbrief = acte van overeenkomst of schikking), soondaeg (zoendag = datum van de verzoening), soonding (bepaling in een zoenbrief), soongield (zoengeld = te betalen geld ter verzoening), soonling (ivm verzoening)
¶ De rechtspraak bij de Germanen c.q. Angelen is gezien in de tijd feitelijk niet slecht georganiseerd. Het stamrecht wordt overgeleverd van generatie op generatie en middels dingen (rechtszittingen) in een Mallus gehandhaafd. Verreweg de meeste delicten worden gestraft met een geldboete (zoengeld). De rechtspraak is dus sterk gericht op verzoening. Die immers verzekert duurzame stamvrede. Slechts zeer ernstige delicten worden gestraft met verbanning of de dood. Pas na de vestiging van de christelijke kerk wordt de doodstraf op grotere schaal ingevoerd. Met name voor delicten tegen de kerk en zgn heidense rituelen.
¶ Bij moord of doodslag werd de dode oorspronkelijk gewroken door diens maagschap; zgn bloedwraak; Anglisch blodwreke. Als de verwanten van de dader de moord of doodslag niet gerechtvaardigd vinden, dan kunnen ze hem veeg stellen; i.e. uit hun midden stoten. Zijn ze wel eens met de dader, dan moeten ze hem steunen, maar de tegenpartij kan zich dan ook wreken op hen. Dit leidt dan vaak tot een vete, die alleen door een zoen kan worden gestopt. Een alternatief is zoengeld, als de nabestaanden van de dode dat tenminste accepteren. Later is deze eigenrichting gestopt door het opleggen van een fredus (geldboete) aan de fiscus en zoengeld aan de verwanten van het slachtoffer.
** Zoengeld, Weergeld, Rechtspraak, Stamvrede

Vestingen: (VST:)
()A belfort (toren, bolwerk met toren), beorg (borg, burcht, bergplaats, schuiloord), blochus (blokhuis, bolwerk, fort, omwalde vesting), bolwerc (bolwerk, vesting), borc (borg), borchit (borghit = versterkte boerderij), borne (vluchtheuvel, burcht), bouery (boerderij), boulwarc (bolwerk), brecan (breken, bestormen, innemen), brigge (brug), bu (=A by), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting), burggeat (kasteelpoort), burggerefa (burggraaf, burchtgraaf, kasteelheer), burgstede (burcht, borg, stad), burgwaeg (borgweg, oprijlaan van de burcht), burh (=A burg), bury (burcht, borg), by (burg, burcht, borg), caemere (borg, burgt, versterkt huis, hoeve of landhuis), caemeric (=A caemere), caister (=A caster), caster (ommuurde stad, fort), cester (=A caster), cingel (singel = gracht, buitenmuur, ringmuur, wal), eardweorc (aarden wal, landweer), faest (betrouwbaarheid, zekerheid), faest (vesting, bolwerk, burcht), faestan (versterken), faesten (vesting, fort), faestenstead (vestingstad), forewerc (voorwerk = extern gelegen vesting, pand, e.d.), fort (fort, vesting), fortres (=A fort), garite (wachttoren, -huisje), gatu (poort), hamric (versterkt huis, borg, burgt), harg (vesting), haw (omheind of ommuurd huis), heawsceansa (=A sceansa), holtan wambuse (houten wambuis = met palen of staken omheinde vesting), hrungeat (gesloten, afgesloten), mote (gracht, dijk, heuvel, hoogte), motta (motte = omwald en omgracht huis, burcht), port (poort, deur), ridherhus (kasteel), rocc (toren, kasteel), sceansa (schans, vesting), scotport (valdeur), scurbeorg (vluchtheuvel, vestingwerk), scutting (schutting), stearcta (sterkte, bolwerk, vesting), sten (steenhuis, kasteel), stencaemere (=A stenhus), stenhus (steenhuis = versterkt huis), stins (steenhuis = stenen huis), stoncaemere (steenkamer, gewelf; versterkt huis, hoeve of landhuis; borg, burgt, vesting), stranghold (sterkte, vesting, burcht), thearning (landweer omringd door doornstruiken), waeccan (=A wacan), wacan (waken, bewaken), wace (wake, wacht), walla (=A weal), warison (post, steunpunt, versterking), warligh (=A wearligh), weal (wal, muur, schans), wealburg (walburg, borg), wear (wal, muur), weare (=A wear), wearligh (clearing bij wal of muur), weringe (wering, wal)
800vC++: Kelten in Halbstadt/Salzburg importeren yzer uit Klein Azia, smeden wapens en helmen van yzer en bouwen een grote muur en gracht om hun stad. > PgGen/Kelten
650vC++: Oorspronkelijk lukt het de Germanen niet om een stad succesvol te veroveren. Steeds vluchten de inwoners achter hun onneembare schansen. Daarom gaan ze steden blokkeren, waardoor de inwoners zich vaak snel gewonnen geven. #KVN

400vC: Rechts: Reconstructie van een oude hoeve met omheining van staken uit de Yzertijd in Dongen. Foto © TiedLight
 
12vC-400nC: De Romeinen bouwen forten omringd met schuttingen van palisanderpalen.
15nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. #CAV/p86
50nC++: Duno Heveadorp De Duno is een oude schans op een stuwwal zuidwest van Oosterbeek, tussen Heveadorp en Doorwerth, uitlopend tot aan de Neder Rijn en grenzend aan de Limes. Ze fungeerde als wachtpost van de Angelen, die aldaar de Romeinen in de gaten hielden. Naar schatting is de schans gebouwd rond 50nC, vlak na de bouw van de Limes. De naam Duno is vrij zeker afgeleid van Anglisch dune = duin, heuvel. Kennelijk is dit de genoemde stuwwal.
200nC++: steenbouw in Nederland > Steenbouw
300nC++: Angelen bouwen eardweorcs = landweren = wallen van aarde, zand en leem. #WAB/p37 + #KBG/Landweren > Landweren
400nC++: NO Nederland (West Angle) bouwt veiligheidslinie tegen Saxen. > NOVL
405nC: Mogelijk is de houten motte 'Klinkenberg' in Drente gebouwd naar voorbeeld van de houten motte van nabij gelegen motte Coevorden, gebouwd door prins Offa van Angeln rond 405nC. > Coevorden, Offa van Angeln

          
  
boven: schets van de motte volgens de beschikbare gegevens (© MC)
449nC: Engist van Angeln bouwt burcht van Leiden > Leiden
500nC++: Bron WAB/p37 schrijft over de Angelische en Saxische settlers in Brittannia:
Some of the Roman forts, such as Richborough Castle, were taken over [by the Anglo's and Saxons] and garrisoned; but in other cases they preferred to use earthworcs, as their fathers had done, and could not bother to erect walls of stone, especially as most of their men were farmers and soldiers pure and simple, and were not trained, like the Roman legionaries, to turn their hand to other work such as wall-building.
500nC: In Norfolk (East Anglia, GB) ligt de plaats Breckles. De regio is in 450-550nC bevolkt door Angelen van het Continent. In Breckles zijn artefacts gevonden van een Anglische nederzetting. O.a. een omgrachte hoeve.
650++--: fort Heimenberg op de Grebbeberg > Grebbeberg
Plaatnamen op -ingham (-ing, -ings, -ingtone) zijn vaak versterkte locaties of burchten.
Locaties: > Vestingsteden
Blankeweer: Veldnaam te Noordlaren in Groningen. De naam wordt o.a. genoemd in 1781 op een kaart van Theodorus Beckering, advocaat en cartograaft in Groningen. Op de kruising van de Hoge Hereweg en de Zuidlaarderweg bevindt zich daar in die tijd de sterkte Blankeweer. De sterkte bestond uit een blokhut met schans, bedoeld om de weg naar Coevorden te bewaken. De weg had strategische betekenis voor Groningen. > Blokken, Blankeweer, Coevorden
Blokhuis: De familienaam Blokhuis lijkt afkomstig uit Dinkelland, waar ze veel voorkomt. Mogelijk sotnd daar dus ooit een blokhuis, zijnde een bolwerk of fort. > Blokken
** Motte, Burchten, Steenkamers, Kuinre, Leiden, Coevorden, Appel, Duno Heveadorp, Heimenberg, Veiligheid, Bruggen, Landweren, NOVL, Waakposten, Vestingsteden, Vestingwerken, Ravelijn

Vestingsteden: (VSD:)
()A faestenstead (vestingstad), faestenstede (vestingstad), ing (=A ingham), inga (=A ingham), ingham (versterkte locatie, burcht), ings (=A ingham), ingtone (=A ingham)
Plaatnamen eindigend op ing, ingham, ings of ingten zijn vaak oude versterkte locaties. (#VNK) NB Deurningen/Twente (ZA), Eursinge (ZA), Everdingen (ZA), Groningen (stad; alias Crouninge, Gruoninga; ZA), Teteringen/Breda, Wageningen.
** Vestingen, Vestingwerken, Burchten, MIA

Vestingwerken: (VSW:)
Historische locaties:
Ane/Gramsbergen (DeSchans/Schansweg), Beuningen/Twente (ZA), Billinge/Groningen (ZA), Borculo (ZA), Bourtange, Coevorden (ZA), Eibergen, Groenlo (ZA), Groningen, Klinkenberg (ZA), Kuinre (ZA), Leiden (ZA), Leuvenheim/Yssel (Schansweg), Lochem, Naarden, Neede (> Kamp/Neede), Nienstede (> Hardenberg), Noordlaren (> Blankeweer), Norg (Zwartdijker Schans), TerHolle/Drente (schans; #RZA/47), Zutphen.
** Vestingen, Burchten, Vestingsteden

Vet:
()A faett (vet, smeer, traan, olie)
500vC++ Kaarsen: Rond 1600vC begint de fabricage van kaarsen van hars. Later worden ze gemaakt met vet van schapen (c 500vC++), potvissen of walvissen (1700nC++) en andere dieren. Schapenvet is goedkoop maar walmt erg. Potvisvet en walvisvet zijn duur, maar branden zuiver.
** Vetbronnen, Vethandel, etc

Vetbronnen:
Anglisch faett = zn vet, smeer, traan, olie
Historische vetbronnen:
- dierenvet (200.000vC++) > Dierenvet
- oliehoudende zaden (1400vC++) > Olie, Oliezaden
- slachtafval (500vC++ of eerder)
- potvis en walvis (1700nC++)
** Olie

Vethandel: (VTH:)
()A caerssmeor (kaarsvet), cowfaett (koeienvet), faetfisc (vetvis = # zeevis), faett (zn vet, smeer, traan, olie), faett (bn vet, vettig), faettan (ww vetten, invetten, vetmesten), faettclump (vetklomp = klomp gestold vet), faettcopere (vetkoper, vethandelaar), faettcopery (vetkoperij, vethandel), faettcorb (vetkorf = korf met vetklompen), faettig (vettig), faettmakere (vetmaker, vetbewerker), faettmakery (vetmakerij = bedrijf dat vet koopt, zuivert en verkoopt), faettnis (=A faett), faettprise (slachtvisite = borrelbezoek bij geslacht varken; AS vetpriezn), faettreade (vethandel), faettreadere (vethandelaar), faetwaere (handel in vet, olie en smeer), faettwerc (vet voedsel), melt (zn vet, smeer, reuzel, olie), meltan (ww smelten), mieltan (=A mieltan), rysel (reuzel, vet), smeoran (smeren, besmeren), smeorbealcge (smeerbuik, vetgans), smeorig (vettig), smeoru (smeer, vet), spind (spek, vet), talugh (talg, talk, kaarsvet), taluh (=A talugh), ungol (vet, smeer, reuzel), unslid (dierlijk vet, reuzel, varkensvet), walscot (walschot = vet gemaakt uit vette stof in de kop van potvis)
1700nC++: Met de jacht op potvis begint de productie van walschot.

Vetkoper:
Anglisch: faettcopere = vetkoper, vethandelaar. Iemand die vet opkoopt bij boeren en verkoopt aan faettmakeres = vetmakers, vetbewerkers.
Scheldnaam: In 1350-1450 is vetkoper een naam voor iemand die strijdt tegen de Scheringers. Vooralsnog is niet duidelijk waarom iemand zulks doet en waarom hij dan vetkoper wordt genoemd.
¶ Om te achterhalen waarom iemand vetkoper wordt genoemd of misschien zichzelf zo noemt, is het nuttig om te onderzoeken aan welke kenmerken zo iemand voldoet. Subsekwent moet worden gekeken naar de tegenstanders en het verloop van de strijd. Pas dan kan mogelijk worden bepaald wat een vetkoper mogelijk is en wat hem beweegt.
** Vetkopers

Vetkopers: (c 1350-1450) (VTK:)
Partij in Groningen en Friesland die strijdt tegen de zgn Schieringers. Redenen, partijen en verloop zijn erg onduidelijk.
- Vetkopers komen vooral voor in Groningen, NO Friesland en Ost Friesland. Deze regio's zijn sinds circa 450vC voornamelijk bevolkt door Angelen. De Friezen settelen rond 719nC vooranamelijk in de huidige provincie Friesland. > Friezen
- Schieringers komen vooral voor in Westergo (Friesland). Zij krijgen vooral steun van Jan van Beieren en Albrecht van Saxen. Ze zijn trouw aan de Saxen en aan Karel V.
Personen: Omeko Snelghers (c 1361-1421) -- Appingedam -- rechter in Fivelingo
¶ Anglisch: faett (zn+bn vet), faettan (vetten, invetten, vetmesten), faettcopere (vetkoper, vethandelaar), faettcopery (vetkoperij, vethandel), scearing (kleine paling), Ungel (Angel, stamlid Angelen), ungol (vet, smeer, reuzel)
¶ Aangezien:
- Anglisch ungol = vet, smeer, reuzel; ON ongel, ungel
- en Anglisch ungol = Anglisch angol = Anglisch Angel
- en Anglisch ungul = instrument met puntige haak
- en Anglisch Angel (Engel, Ingel, Ongel, Ungel) = Angel = stamlid van de Angelen > Ongel
- en Angelen in 1350-1450 een groot en belangrijk deel vormen van de bevolking van Groningen, NO Friesland en Ost Friesland > Demografie
- en de bevolking van Westergo in 1350-1450 voornamelijk bestaat uit Friezen
>> is het denkbaar dat met de vette partij en de Vetkopers de Angelen worden bedoeld en de strijd in feite een machtstrijd is tussen Angelen en Friezen, vergelijkbaar met de Fries-Drentse oorlogen.
1417 Slag bij Oxwerd: De strijd tussen Schieringers en Vetkopers woedt circa 1350-1450. De Vetkopers voeren de boventoon. Bij Oxwerd verslaan ze in 1417 de Scheringers, die worden aangevoerd door Coppen Jarges. Deze strijd heet de Slag bij Oxwerd. > Oxwerd
timetable:
- 1327++: Verfriezing in Nederland > Verfriezing
- 1337-1453: Honderdjarige Oorlog Engeland-Frankrijk > HJO
- 1350-1490: Hoekse en Kabeljauwse Twisten > Hoeken
- 1375++: Versaxing in NO Nederland langs grens met Duitsland > Versaxing
- 1394++: Vetkopers worden genoemd de vette partij.
- 1398--: Vetkopers verslagen door Albrecht van Beieren.
- 1400++: Vetkopers in opstand.
- 1414--: Vetkopers vragen steun van Karel van Egmond, hertog van Gelre
- 1415++: Wapen Karel van Gelre in gevel kasteel Coevorden > Coevorden
- 1417--: Slag bij Oxwerd: de Vetkopers verslaan de Scheringers.
¶ Op grond van bovenstaande timetable lijkt de strijd tussen de Vetkopers (Angelen) en Schieringers en die van Hoeken (Angelen) en Kabeljauwen goed te passen in een algemene West Europese strijd tussen Angelen, Franken, Saxen en Beieren. Engeland is in de 14e uitgegroeid tot een macht van betekenis. Mogelijk voelen Saxen en Beieren zich bedreigd en werken ze samen met de Franken om de macht van Engeland te beperken. De Angelen op het Continent zijn in dit kader met vereende kracht relatief makkelijk te bestrijden.
** FDO, AFV, BSF (Beieren, Saxen & Franken), HJO, Hoeken, HACV
# WP, GNE, CWK

Vezels:
()A bracce (ijzeren kam om vezels te scheiden)
** Hennep, Vlas

VHV: veldnamen.harreveld.nl 1.8.2010

Vibrilatie: (VBR:)
Rustig en goed gezeten. De armen zijwaards gestrekt. De armen rustig draaien in kleine cirkels. Ware vibrilatie brengt ware ontspanning. Ware vibrilatie brengt ware bevrijding. Ware vibrilatie brengt ware blijdschap. Ware vibrilatie sterkt het gemoed. Ware vibrilatie sterkt de gezondheid. Ware vibrilatie sterkt de levenskracht. #SRK
** Relaxen

Victoria:
In Colmschate bij Deventer zijn archeologische vondsten gedaan die aantonen dat daar rond 300nC een Anglische nederzetting is. De vondsten bestaan o.a. uit Romeinse munten, bronzen beslag van een gesp, bronzen beslag van paardetuig en een messing beeldje van Victoria, de Romeinse godin van de overwinning. Zij wordt vereerd tot circa 800nC, toen het Christendom aan de macht kwam. Deskundigen menen dat de gevonden artefacten afkomstig zijn van Germaanse soldaten in dienst van de Romeinen. Aangezien pas in 775-800nC kleine aantallen Saxen en Franken in enkele grensstreken van NO Nederland settelen, en de Angelen al rond 200vC aanwezig zijn in heel NO Nederland, mogen we aannemen dat het gaat om Angelen c.q. een Anglische nederzetting.
** Colmschate

Vierschaar: (VRS:)
()A feorscear (vierschaar)
Middeleeuwse rechtbank c.q. rechtspraak bestaande uit vier banken waarop tijdens een rechtszaak zitten: schout, schepenen, aanklager en gedaagde. #WP
1408: Bron GIN/p9 meldt dat de heerlijkheid Nieuwkoop bevoor 1408 een bezit is van
Alida van den Werve van Cranenburgh. Zij erft dit bezit van haar moeder Badeloge Pieters van den Werve. Badeloge is daarmee beleend in 1320 en 1382 door de graaf van Holland. In 1408 gaat de leen op Gijsbrecht Spronk van den Werve, zoon van Alijd van Cranenburg. Dit is vastgelegd in de oudst bekende leenacte van de heerlijkheid Nieuwkoop.
--- Bron GIN/p11 meldt verder dat Alijd (Vrouwe van Nieuwkoop) een zeer goede relatie heeft met graaf Albrecht van Holland. Letterlijk staat er: De vrouwe van Nieuwkoop stond blijkbaar wel zeer in de gunst van graaf Albrecht van Holland, want na zijn uitspraak in het geding over de afwatering ten gunste van Nieuwkoop, volgde op 21 januari 1396 een handvest van dezelfde graaf, waarbij Nieuwkoop onttroken werd aan het rechtsgebied van het baljuwschap van Rijnland en het Land van Woerden, om onder een eigen baljuw en eigen vierschaar recht te plegen volgens landrecht of buurrecht, naar gelang van de zaak. Nieuwkoop werd dus verheven tot een hoge heerlijkheid met eigen hoge of criminele rechtspraak, hetgeen b.v. ook duidelijk blijkt uit een acte van 28 November 1404, waarbij de graaf van het heemraadschap van Nieuwkoop vergunt op eigen gezag een kade in dat ambacht te leggen tot wering van vreemd water.
** Baljuw, Rechtspraak

Vikings: (450-1066; VIK:)
Ofwel Noormannen. Anglisch Wicing = piraat. Noord Germaanse volksstam in Zweden uit de Vroege Middeleeuwen. Birka (Zweden) en Trelleborg (Denemarken) zijn hun voornaamste bolwerken. Daar hebben ze grote forten van aarde gebouwd en verschanst met palisanderstammen.
¶ Viking betekent piraat. De naam krijgen ze omdat ze met hun kleine zeilboten in de 9e-11e eeuw de zee opgaan en de kustgebieden van Europa afstropen. Ze plunderen, roven, moorden en stichten brand overal waar ze komen. Engeland, Nederland, Vlaanderen, NW Frankrijk, Noord Duitsland en Rusland worden twee eeuwen lang door hen geteisterd.
¶ In de 10e eeuw keert het tij. Engeland en Vlaanderen bouwen zelf grote forten om zich te beveiligen en binden de strijd aan met de invaders. In Engeland is dat vooral Lady Etheflaed van Mercia, haar man Earl Ethelred II van Mercia en haar broer King Edward van Wessex. Samen verdrijven ze in harde strijd de Vikings en Denen.
¶ Ook van binnenuit wordt strijd gevoerd. De oorlogsleiders van de Vikings worden rijk door hun oorlogsbuit en gaan hun roofgoed beveiligen tegen hun eigen roofzuchtige stamgenoten. Bovendien leren de Viking roverhoofdmannen veel van de volkeren die ze gedurende hun rooftochten ontmoeten. Ze leren er het land besturen, belasting te heffen, rechtspraak, administratie en cultuur. Zo raken ze zelf meer geciviliseerd en keren ze zich geleidelijk tegen hun eigen ongure stamgenoten. Hierdoor ontstaan twee hoofdgroepen: de oude garde van meedogenloze rovers en de nieuwe garde met meer civilisatie. De nieuwe garde krijgt sinds de 10e eeuw steeds meer macht en greep op de eigen samenleving. De oude garde verbitterd en gaat steeds meer achterhoedegevechten aan. Uiteindelijk verdwijnen ze in oblivia.
1066: Het jaar 1066 wordt beschouwd als het eind van het Viking Tijdperk.
** PgBrit/Ethelflaed van Mercia, Ethelred II van Mercia, Edward the Elder van Wessex
# Discovery TV 18.3.2007, DAB

Vissen:
()A ael (aal, paling), aelsmocery (palingrokerij), aensjoufisc (ansjovis), aes (aas), angel (vishaak), anglan (hengelen, vissen), angle (hengel, vishaak), anglere (hengelaar, visser), angul (vishaak), blac (blak; # vis), bolc (bolk = # wijting, kabeljauw), bot (bot), bra (=A brade), brade (kuit, spier), buccing (bokking = gerookte haring), buxhorn (bokking), byn (visnet), byn (beun, bun = viskaar = mand of bak waarin vis wordt bewaard), cablaw (kabeljauw), cabot (kabot), carpe (karper), cibling (kibbeling), cipper (kipper = gerookte haring), ciwe (kieuw), colfisc (koolvis), crabb (krab), cran (vismand), crefit (kreeft), cwinc (soort kabeljauw), doggar (dogger = visboot met twee masten en hoge steven), dolael (dolaal; # aal), faetfisc (vetvis = # zeevis), finn (vin), fisc (vis), fiscan (ww vissen), fiscbot (visboot), fiscbour (visboer), fiscdrygere (visdroger), fiscdrygery (visdrogerij), fiscere (visser, viswinkel), fiscerman (visserman, visser), fiscery (visserij), fiscfraw (visvrouw), fischoc (vishaak), fiscian (ww vissen), fiscline (vislijn = lijn met vishaak of -haken om vissen te vangen), fiscmaerct (vismarkt), fiscnett (visnet), fiscsceopa (viswinkel), fiscsteall (visplek = plek waar gevist wordt), fiscwielle (bn visrijk), flete (net, visnet), foce (fuik), forrel (forel), grunling (groenvis; # moddervis), hacod (=A heced), haering (haring), heced (hecht, snoek), hwiting (=A wyting), leang (leng), leax (zalm), lump (puitaal, kwabaal), macerel (makreel), mereswin (bruinvis), myl (mul, meul), myne (meun), ongel (vishaak), pic (snoek), pir (pier, worm), pirstecere (pierensteker = iemand die pieren opgraaft met een stok waarna ze worden gebruikt om te vissen), ran (walvis), saefisc (zeevis), saefiscan (ww zeevissen), salm (zalm), salmere (zalmvisser), scelfisc (schelvis), scot (schot = # zalm of forel), scearing (kleine paling), seal (zeel), sealt (zout), sealtan (zouten, inzouten, insmeren met zout tegen bederf), snod (vislijn), snouc (snoek), spirfiscan (speervissen = vissen met een speer), sprott (sprot = gerookte sardien), sticelbac (stekelbaars), streaw (vis verpakt in stro; vaak 500 stuk, i.b. haring), styria (steur), sweordfisc (zwaardvis), tonfisc (tonvis = gezouten vis in ton), truht (forel), truhtman (forelvisser), wael (walvis), winde (=A myne), wyrm (worm), wyting (wijting)
965nC: Vis is bij de Angelen van oudsher nagenoeg het belangrijkste voedsel. In 965nC brengt ene Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij is afkomstig uit Cordoba in Spanje en schrijft over zijn bezoek o.a.:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... Mensen eten voornamelijk vis die in overvloed voorkomt.
De variatie is groot: vers of gerookt, zoetwater of zee. Haring, paling (aal), snoek, karper, platvis, schol, zeelt, zalm, etc. Vis is een zeer rijke bron van eiwitten en vitaminen en draagt dus goed bij aan de gezondheid.
** Visserij

Vissers: > Visserij

Visserij:
()A aes (aas), anglan (ww hengelen), angle (hengel, vishaak), anglere (hengelaar), angul (vishaak, hengel), angulan (hengelen), angulere (hengelaar), cor (kor = sleepnet), cran (vismand), fanc (vangst), fisc (vis), fiscan (vissen), fiscbot (visboot), fiscere (visser), fiscery (visserij), fiscian (ww vissen), fiscnet (visnet), fiscwielle (visrijk), fleat (vleet = visnet), flete (net, visnet), hawl (vangst), hoc (haak), hocan (hoeken, aan de haak slaan), hocer (hoeker; # visboot), net (net), snod (snoer, vislijn), staelsticc (staalstok, -boom = stok om fuiken en netten op te hangen), truhtman (forelvisser)
6300vC++: mensen maken boten en pagaaien (roespanen met twee bladen) #DWO
6300vC: oudste boot van NW Europa gemaakt te Pesse in Drente; boomstamkano aldaar gevonden in 1955. # WP, DWO
6300vC++ mensen maken visnetten #DWO
3500vC++ vishaken van bot in Flevomeer
650vC++: Vis is bij de Angelen in Haithabu van oudsher nagenoeg het belangrijkste voedsel. Gezien de ligging van Haithabu aan de Oostzee lijkt het vrij zeker dat de Angelen van oudsher zelf aan visserij doen. > Vissen
500vC++: Vissers in Humsterland. Hludana is hun beschermgodin. > Hludana, Humsterland
300vC++: De Stokte is een gebied aan de Vecht in Dalfsen Oost. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch stocc (stok) + ta (veld, gebied) > gebied waar veel stokken staan. Mogelijk dienden de stokken voor visnetten, gebruikt voor visvangst op de Vecht. > Stokte
52nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in de Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Van riet en biezen maken ze een soort touw, waarvan zij visnetten knopen. > Chauken
250nC Hludana: Mogelijk is zij een Anglische godin van de vissers. > Hludana
** Haithabu, Bolk, Fordweg/Neede (Visschemors), Hludana

Vitaliteit: > Gezondheid, Fitheid, Relaxen, Depressie, Meditatie
Vitamines: > Gezondheid

Vlaanderen: (VLD:)
Prof Dr Jacobus Joannes Antonius (Jac) van Ginneken S.J. (1877-1945) was taalkundige, dialectoloog en psycholoog. Hij doceerde aan de Universiteit Nijmegen. Heeft veel gepubliceerd op taalkundig gebied. Jac van Ginneken (JvG) schrijft in Onze Taaltuin van april 1932 o.a. over zgn Anglische taalinfiltratiezones in Nederland en Vlaanderen. Later schrijft hij dat de term infiltratiezone bij nader inzien onjuist is omdat deze gebieden feitelijk taalkundige restegebieden zijn van het oorspronkelijke Anglisch wat daar kennelijk eerder gesproken werd.
¶ JvG schrijft in algemene termen over heel Nederland en Vlaanderen en in bizonder over de drie Anglische taalzones:
- Leuven
- StNicolaas-Boom-Dendermonde-Aalst-Niove
- Hasselt-Bree
¶ De belangrijkste bevindingen van JvG lijken als volgt te kunnen worden samengevat in zijn eigen woorden:


¶ Een nieuwe strooming in de taalwetenschap
... en wijst op drie 'anglische' infiltratiezones, die wij later nog op honderd andere [taal]kaarten zullen terugvinden. ...
¶ Taalkaart 'put'
... Bijna over heel ons taalgebied [Nederland-Vlaanderen] heeft de apocopeering de onbetoonde silbe doen verdwijnen. Alleen in het Noord-Oosten heeft het Saksische deel de twee-silbigheid tot heden toe bewaard. (De juistheid mijner demarcatielijn in Drenthe is niet geheel zeker). Maar over heel ons land liggen nog de sporen der oude [Anglische] tweesilbigheid in de verschillende rekkingen dier Umlautsvocalen. ...
¶ Taalkaart: vuur (p 218)
... Hierdoor blijken nu onze drie aanvankelijk gedoopte 'Anglische infiltratiezones' in Zuid-Nederland niets anders dan oude rest-gebieden van een vroeger over heel West-Nederland en waarschijnlijk ook Oud-Brabant verspreid Ingvaeonisme. Deze conclusie werd door de [taal]kaarten van deur en put reeds waarschijnlijk, maar lijkt mij nu zeker geworden. Bovendien tonen de Zuid-Limburgsche vormen deer en daar die zoo sprekend op de Tessel-Vlielandsche en Schiermonnikoogsche vormen gelijken, dat ook Limburg eenmaal tot dit groote delabialisatiegebied heeft gehoord. En ik geloof, dat wij hiermee een groot samenhangend Oud-Nederlandsch [Anglisch] dialectgebied hebben blootgelegd. Telkens weer opnieuw zullen wij in de nu volgende [taal]kaarten zien, hoe dit ťťne gebied door machtige taalversschijnselen ... is uiteengerukt, maar dat de beide peripherieŽn Ťn de zoogenaamde 'infiltratiezones' aan het oude [Anglisch] getrouw zijn gebleven. ...
¶ De bevindingen van JvG zijn volledig te rijmen met bevindingen uit historische bronnen omtrent de aanwezigheid van Angelen in heel Nederland en Vlaanderen sinds circa 400vC. Ipso facto mogen we aannemen dat er in Vlaanderen ooit Angelen zijn komen wonen en daar duurzaam zijn gebleven. Mogelijk is dat gebeurd rond 405nC vanuit de naburige regio's Brabant en Limburg. (> ASA)
** ATZA, LFA, Brabant, Limburg, Angle, Angelland, Maerland, Migratietabel, VTO, SEBA
# dbnl.nl 6.10.2010, KBG

Vlaggen:
()A blacan (=A blayan), blayan (waaien, wapperen), fana (vaan, vlag), flagga (vlag), fona (=A fana), pinson (wimpel, vaantje), redbole (vlag met rood X-kruis op wit veld)
7000vC++: Vlaggen worden oorspronkelijk gebruikt door leiders van grote groepen als identificatie van hun autoriteit. Sinds circa 5000vC gaan Chinezen vlaggen maken van zijde. Daarna verspreidt het vlaggebruik naar India, Burma, Siam, ZO AziŽ en Europa. In de loop der eeuwen krijgen vlaggen ook andere functies. O.a. om landen, regio's, groepen, legers of organisaties te identificeren. Het oudste gebruik van vlaggen zal dateren van circa 7000vC.
5000vC++: De Germanen gebruiken al vroeg doeken als vlag. Ze bevestigen die aan een stok of speer. Vaak hebben de vlaggen de vorm van een dier. I.b. draak of wolf.
2014: Buddhisten in Tibet geloven dat ze de goden tevreden stellen met wapperende vlaggen. #BBC2tv 5.12.2014/Mekong
** Heraldiek, Asbole, Redbole, Anglavlag
# WKP 4.10.09, DAB, KBG

Vlas:
()A bouta (boete = bundel vlas), bracan (braken = breken van vlas op een brake), bracce (plank met spijkers waarop vlas wordt gebraakt; =A haccle), brace (=A bracce), brachut (braakhut = hut waarin vlas wordt gebraakt), caerd (kaarde = soort vezelkam, wolkam, hekel), caerdan (ww kaarden = kammen van vezels, wolkammen, hekelen), cnapp (=A flaexbrecc), fleax (vlas), fleaxacre (vlasakker), fleaxbow (vlasbouw), fleaxbrecc (vlasbraak, vlaskam, vlashekel), fleaxcaerd (vlaskaarde, vlaskam = kam om vlas te hekelen), fleaxcopere (vlaskoper, vlashandelaar), fleaxcott (vlaskot, vlaskeet = keet voor hekelen en swingelen van vlas), fleaxdot (vlasdot = bundel vlas), fleaxgaerd (vlasgaarde, vlasakker), fleaxland (vlasland), fleaxman (vlasboer), fleaxthraed (vlasdraad), fleaxthun (vlastuin), fleaxtreade (vlashandel), fleaxtreadere (vlashandelaar), fleaxwir (vlasdraad), haccle (=A hecle), harle (weefsel van vlas of hennep), heada (hede = vlasafval), hecle (hekel = plank met spijkers om vlasvezels te scheiden), heclian (hekelen = vlasvezels scheiden), heorde (vlasvezel), herle (=A harle), lenta (vlasakker), lin (vlas), linacre (vlasakker), lincouc (lijnkoek = resproduct persen lijnzaad voor lijnolie; gebruikt als veevoer), linen (linnen), linet (lint, verband), linland (vlasland, bouwland met vlas), linmacere (touwslager), linmacery (touwslagerij), linsaed (lijnzaad, vlaszaad), linsaedmelo (lijnzaadmeel), linsaedoyl (lijnzaadolie), linscot (omheind land waar vlas wordt verbouwd), linta (vlasakker), linwat (linnengoed, ondergoed), reappel (repel, vlaskam = plank met 15-25 ijzeren tanden om zaden van vlas te trekken), reappelan (repelen = zaad van vlas scheiden met een repel), reota (kuil om vlas in te rotten), reotan (ww rotten), stedhacce (afval van gehekeld vlas)
¶ Vlas is een ťťnjarige plant die circa 1 meter hoog wordt, met tamelijk lijnvormige bladeren en blauwe of witte bloemen. De plant zelf wordt gebruikt om linnen garens of papier te maken. Uit de garens worden linnen stoffen geweven. Uit de zaden wordt lijnolie gemaakt in zgn oliemolens.
Vlasbouw vond o.a. plaats op de raatakkers in Wekerom en in Lintelo (Achterhoek).
Linhorst: Alias Hoog Linthorst. Locatie in ZW Drente, noordoost van De Wijk. De naam lijkt afgeleid van Anglisch lin (vlas) + hurst (hyrst) = begroeide hoogte, hoogte begroeid met struiken. Dus: de horst waarop vlas wordt verbouwd.
** Linnen, Lintelo, Wekerom, Raatakkers
# FRI, WP, DAB, KBG

 

Vlechtwerk:
()A aegmond (eiermand), bantgaerd (bindteen), bantholt (bandhout = dunne repen buigzaam hout), benn (mand, korf, bak), binn (=A binn), bregd (vlecht), bregdan (vlechten, breien), byn (vlechtwerk, visnet, schutting), cara (mand, korf), corb (korf, mand), corfe (korf, mand),

Rechts: pad met afrastering van gevlochten wilgetenen; op de achtergrond een Anglisch huis rond 600nC. Foto © TiedLight

 
cot (vlechtwerk), cran (vismand), flegge (vlechtwerk van twijgen, omheinig), fleht (vlecht), flehtan (ww vlechten), hyf (korf), hyrdel (horde = omheining van gevlochten twijgen), hyve (korf), maers (mars, korf), mond (mand), mondmakere (mandenmaker), mondmakery (mandenmakerij), pleche (vlecht), plechian (vlechten, verstrengelen, omheinen), plechta (vlechtwerk, omheining, afrastering), thenan (wilgetenen), thun (omheining, vlechtwerk van wilgetakken, schutting), thyn (=A thun), tunan (omheinen, vlechten), tune (=A thun), tyn (=A thun), wacel (wakel = jeneverbes; # naaldboom; de taaie takken worden gebruikt voor vlechtwerk), wachel (=A wacel), waecel (=A wacel), waendan (ww winden, buigen, vlechten), waenna (wan = platte mand van gevlochten wilgetenen om kaf van koren te scheiden), wan (=A waenna), watul (omheining van gevlochten wilgetenen), widhdhe (widde = band van wilgetakken)
5000vC++ Mensen vlechten manden. #DWO
** Tuinen, Wilgen

Vlees:
btr vlees, vleeswaren en vleesgerechten
()A baeco (bacon, spek), banham (beenham = gerookt rundvlees), banwyrhta (beenwerker, uitbener, slager), beac (biek = varken), beaco (bacon, spek), butgan (slachten), butgere (slager), flaesc (vlees), flaescbenc (vleesbank = bank of tafel waarop vlees ligt ter verkoop), flaeschowere (slager), flaeschus (slachthuis, slagerij), flaescman (slager), flaescsoppe (vleessoep), ham (ham = gerookt rundvlees), hamma (ham, schenkel), haxa (gehakt, gerecht van gehakt beenham), homm (ham, kniebocht, schenkel), hauw (houw, slag), hauwan (slaan, hakken), hauwere (slager), howan (=A hauwan), lend (lende, zijkant), liferwyrst (leverworst), meta (vlees), metcealf (vleeskalf), mete (vlees), metfeld (=A mette), methofe (vleesboerderij), metseax (vleesmes, mes), mettan (vetmesten), mette (weide voor mestkoeien), metwyrst (metworst), neaglholt (soort rookvlees), pudding (pudding, worst, ingewanden), saespic (zeespek = spek van dolfijn of zeehond), sealtan (zouten, inzouten, insmeren met zout tegen bederf; # vlees), slegan (slachten, doden), slegere (slachter, slager), slegery (slagerij, slachterij), sleghus (slachthuis), slegmaent (slachtmaand, oktober), slog (slag), slogan (ww slachten), slogt (slag, slacht, slachting), slogtere (slachter, slager), slogterhus (slachthuis, slagerij), slogthus (slachthuis), smocery (smokerij; # vis, vlees), smocian (smoken, roken), spic (spek), spind (spek, vet), wildbraed (wildbraad), wymma (zolderstokken om worst en spek op te hangen), wyrst (worst)
98nC: Tacitus: Germanen [Angelen] drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraad en karnemelk. De vruchten plukken ze in het wild. > Tacitus
1850++: Bron ZWH/p74 schrijft over het even op de boerderij: "De knollen voor het vee werden in de herfst geplukt. En dan was al weer gauw de slachttijd aangebroken. In november of december werd er bij alle boeren een varken of koe geslacht. De slachter kwam daarvoor aan huis en hij zorgde ook voor het inzouten van het vlees terwijl de vrouwen metworst, leverworst, braadworst en bloedworst maakten."
2015: Metteveld in Hengelo/Achterhoek. #FRI/CountryFairAalten/2015
** Jacht, Veehouderij, Worst, Voedsel, Ossekermis

Vleeswaren: > Vlees
Vlinders: > Insecten
Vloeivelden: > Drasland
Vloot: > Zeemacht

Vloten, Johannes van (1818-1883)
Geboren in Kampen. Studeert Theologie in Leiden. Is leraar Frans en Geschiedenis te Rotterdam. In 1854 hoogleraar Nederlandse Geschiedenis en Letteren aan het Atheneum te Deventer. Neemt 1867 ontslag en wijdt zich dan verder aan studie. Schrijft 1875 Onkruid onder de tarwe gericht tegen Multatuli. Verwerpt zowel kerkelijke dogma's als modernisme. Propageert daarentegen Spinoza.
# WP

Voeding:
()A aeg (ei), aerpel (aardappel), attan (ww eten), atting (voedsel), baeco (bacon, spek), banham (beenham), bataet (# zoete aardappel), bean (boon; # peulvrucht), benn (=A bean), blomcole (bloemkool), bolc (bolk = soort wijting, kabeljauw), bread (brood), buttor (boter), ceort (haxel), cese (kaas), cicen (kip), cipel (ui), coccel (kokkel), cocies (koekjes), cole (kool), colraep (koolraap), colsoppe (koolsoep), crabba (krab), crocket (kroket), crodbeanan (bruine bonen), cropsalaet (kropsalade), crutmos (kruidmoes), cuworde (komkommer), dufe (duif), dufebeanan (duivebonen), earwa (erwt), earwasoppe (erwtensoep), ey (ei), faettwerc (vet voedsel), fedan (voeden), fersc (vers), fisc (vis), flaesc (vlees), flaescsoppe (vleessoep), foda (voedsel), fodbenc (voedselbank), frickedille (fricandel), fruhtan (vruchten), fyrtig (rot, bedorven, garleac (knoflook), gearu (gaar, gereed), gelli (gelei), grot (gort), grut (grut = gebroken graan), grutpappe (gortepap, grutten), gyrtpappe (gortepap), hacod (hecht, vissoort), haering (haring), ham (ham), haxa (haxe, gehakt), hanc (schenkel), honech (honing), hreaw (rauw), hrist (rijst), hwiting (wijting, witvis), linselsoppe (linzensoep), liferwyrst (leverworst), lopustre (kreeft), mael (maal, maaltijd), mos (spijs, eten, warme maal, moes, brij), mussel (mossel), myne (meun, vissoort), nutan (noten), ostar (oester), paesternaec (pasternaak), pannecouc (pannekoek), pappe (pap), pisansoppe (erwtensoep), pleagast (gort, gepelde gerst), podding (pudding), porrige (pap), raepan (rapen), reaw (rauw), rubarbar (rabarber), rygebread (roggebrood), rygepappe (roggepap), rysel (reuzel, vet), saespic (zeespek = spek van dolfijn of zeehond), salaet (salade), sceort (=A ceort), scorsenere (schorsenier), sealt (zout), slaet (=A salaet), snas (braadspit, vissen aan snoer geregen), soppe (soep, geweekt brood), speltbread (speltbrood), spic (spek), spreotan (spruiten), sprutan (spruiten), sprott (sprot = gerookte sardien), spryttan (spruiten), steawa (stampot), stofapott (stoofpot), strufe (struif, flensje), sucer (suiker), sucerbread (suikerbrood), sufel (zuivel), unslid (dierlijk vet, reuzel, varkensvet), ustar (oester), waermos (warmoes, groente), wegga (wegge = tarwebrood, witbrood), wyrst (worst)
25nC++: De kroket wordt al gegeten door de oude Batavieren.
98nC: Tacitus: Germanen [Angelen] drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraad en karnemelk. De vruchten plukken ze in het wild. > Tacitus
2013: Macedoniers op het land redden zichzelf uitstekend. Ze verbouwen zelf hun groente en fruit. Een deel wordt verkocht op de markt en en de rest wordt ingemaakt. In het voorjaar kopen ze een big die ze vetmesten en in de herfst slachten. Zo hebben ze vlees voor de hele winter. De rest van het jaar vangen ze vis in de beken en rivieren. > Macedonia
2013: Een man van 82 en z'n zoon van 41 jaar zijn gevonden in een bos in Vietnam. Ze waren gekleed in een schamel lenddedoek en nauwelijks in staat tot communicatie. In 1973 werden z'n vrouw en dochter gedood door een landmijn. Vader en zoon vluchtten toen voor het oorlogsgeweld naar een bos waar ze 40 jaar lang verbleven. Ze leefden van bosgroenten en vruchten en van incidenteel geschoten wild. (# De Telegraaf 9.8.2013)
2013: In het zuiden van Japan wonen mensen die erg gezond zijn en heel oud worden. Gemiddeld halen ze circa 120 jaar. Zelf verklaren ze dat door hun bizondere levenstijl:
- elke dag een doel stellen
- veel tuinieren
- veel bonen, groente en vis eten
- weinig sex
** soort, Consumptie, Gerechten, Groente, Patisserie, Groente, Vissen, Vlees, Vruchten, Zuivel, Brood, Worst, Gebak, Kelders, Levenskunde

Voedsel:
()A atting (voedsel), faettwerc (vet voedsel), foda (voedsel), fodbenc (voedselbank), meta (vlees), mete (voedsel, vlees), pappe (pap), porrige (pap)
70miljVC++ Bushmen: Volk dat leeft in Zuid Afrika. Zelf noemen ze zich de San. Ze zijn de oudste vertegenwoordigers van de mensheid op aarde. Als enigen der Oermensen hebben zij de catastrofe van 65 miljoen jaar vC overleefd, toen een meteoor Mexico trof en nagenoeg alle leven op aarde uitroeide. San leven van jacht en verzamelen van plantaardige producten. Anno 2013 leven ze in kleine groepen in de Kalahari Woestijn en wonen in kleine hutten, opgebouwd uit boomtakken en bladeren. Jagen doen de mannen in kleine groepen met zelf gemaakte pijlen en bogen en speren. De vrouwen verzamelen zaden, noten, vruchten, wortels en kruiden. > PgGen/Bushmen
485.000vC: Zigzag gravering in schelp mossel in Museum Naturalis in Nederland. Oudste kunstuiting totnutoe van Homo Erectus. Mossel was voedsel voor hem. Schelp gebruikt om gereedschap te maken. #NOStvJournaal 3.12.2014, DeTelegraaf 4.12.2014
** Jacht, Voeding

Voertuigen: (VRT:)
()A assa (ezel), axa (as van wiel), barewe (=A barwa), barwa (berrie, handkar, kruiwagen), bourcarre (boerenkar = kar getrokken door koe, os of paard), buggig (buggy = lichte paardekar), buldarwaegn (bolderwagen, bolderkar = boerenkar zondere vering; oudste koeienkar), cales (caleche = open koets), carine (rijtuig, koets), carosse (karos, koets), carre (kar), carryge (rijtuig), ceart (metalen band om wiel), cestwaegn (kistenwagen = wagen voor vervoer van kisten of koffers), chease (sjees = snelle paardekar op twee wielen), cladhwaegn (kleedwagen, huifkar), cotse (koets), cotsere (koetsier), cotsfeld (koetsveld = parkeerveld voor koetsen), cotshus (koetshuis), cotsman (koetsier), cotsseoc (koetsziek, kotsmislijk = mislijkheid door hevig schommelen van koets), couts (koets), coutsman (koetsier), cowcarre (koeienkar = kar getrokken door koeien), craet (krat, kar, rijtuig, wagen), crutwaegn (kruiwagen), dogcarre (=A hundcarre), dreccarre (drekkar, strontkar, mestkar), eoh (paard), esol (ezel), foder (wagenvracht), ghyg (=A gigge), gigge (sjees = lichte 2-wielige kar getrokken door ťťn of twee paarden), herse (paardekar), hesscarre (hessenkar = ossenkar), hodcarre (huifkar), hors (paard), horscaert (paardekar = kar getrokken door paarden), hufcarre (huifkar), hundcarre (hondekar = kar getrokken door 1 of meer honden), lamone (lamoen = stang tussen twee paarden in span van rijtuig), lycwaegn (lijkwagen), oxcarre (ossekar), oxcraet (ossekar), oxwa (ossewagen) oxwaegn (=A oxwa), oxwaen (=A oxwa), porwaegn (wagenduwer), raed (rad, wiel, wagenwiel), scurre (soort paardekar), sealwaegn (huifkar), sled (slede, slee), sleddere (sleeruiter = koetsier van een slede), slegh (=A sled), spaec (spaak), styrtcarre (stortkar = kar met laadklep om vracht te storten; AS stortekarre), thissel (dissel = disselboom = boom tussen paarden van tweespan), waen (wagen), waegn (wagen), waegnsmear (wagensmeer = smeervet voor wagendelen), waegnweol (wagenwiel), weang (wagen, koets)
6800vC: mensen gebruiken sleden met glijders #DWO
3200vC: paarden gedomesticeerd in de steppen van Zuid Rusland
3000vC: ondekking wiel in Egypte tijdens hijsen van stenen > PgGen
3000vC: Egyptenaren bouwen paardewagens met twee wielen (6 spaken) + kar (voorkant gerond) + stang (met twee jukken) getrokken door twee paarden. #BBC4tv8.5.2014/Qantir
3000vC: Goten: OekraÔne(3000vC)-Litouwen(2500vC)-ZuidZweden(2000vC)
2700vC: mensen maken massieve en driedelige wielen #DWO
2700vC: eerste wagen ter wereld gebouwd in Egypte (*)
2500vC: wagenwiel (eikenhout) in Weerdinge/Drente. Dit lijkt te wijzen op vroege contacten tussen NO Nederland en Egypte. Mogelijk via Kreta. > Egypte
2000vC: Goten in Zuid Zweden
1700VC++: mensen maken spaakwielen #DWO
1335vC: Farao TutAnchAmon rijdt in eenmans strijdwagen, met twee wielen, zes spaken per wiel, twee stangen, getrokken door twee paarden. #BBC4tv/TutAnchAmon 8.2.2016
1300vC: Mozes trek met de Joden uit Egypte. Ze worden achtervolgd door Egyptenaren in strijdwagens getrokken door paarden. > PgGen/Joden
700vC: Inglo-Goten migreren van Zuid-Zweden naar Oost Denemarken.
655vC: De Anglische koning Ingwi reist van Leire op Seeland in Denemarken met groot gezelschap per wagen en boot naar Angeln. (> Ingwi) Ergens in Zuid Engeland staat op een oude steen van c 1000nC in runen de Oud Engelse (Anglische) tekst:

Ing waes aerest mid Eastdenum
gesewen secgum, od he siddan east
ofer waeg gewat. Waen aefter ran.
Thus Heardingas thone haele nemdon.

ofwel

Ing was eerste onder de Oost-Denen
zo gezien en gezegd, tot hij oostwaarts ging
over weg en water. Zijn wagen reed achter.
Aldus noemden Hardinga's die held.

655vC++: Anglisch craet = krat, kist, bak, (oude) kar, rijtuig, wagen. Maleis kereta [kreta] = wagen, wagon, rijtuig. Maleis wordt gesproken in nagenoeg heel Indonesia. In andere delen van Zuidoost AziŽ wordt ook Maleis gesproken, maar dan vaak met kleine varianten: Maleisia, Bangladesh en de Filipijnen. Maleis hoort volgens taalkundigen tot de Indo-Europese (Arische) taalfamilie. (> Maleis). Als zodanig lijken Oud Anglisch craet en hedendaags Maleis kereta verdacht veel op elkaar. Temeer daar Maleis in woorden vaak een e tussenvoegt voor de welluidendheid. Kereta kan dus maklijk ooit kreta zijn geweest.
--- Aangezien Oud Anglisch dateert van circa 655vC tot 500nC lijkt craet dichter te staan bij de oerbetekenis van craet dan het Maleise kereta. Dat zo zijnde lijkt de Anglische oerkar mogelijk sterk op een grote krat of bak op wielen. Rond 1900 rijden dergelijke paardekarren nog in Engeland, getuige oude foto's. In Centraal en Oost AziŽ rijden anno 2014 nog steeds paarde-, ezel- en ossekarren die inderdaad sterk lijken op een krat of bak op wielen met twee stangen voor het trekdier. (#BBCtv feb 2014 Zijderoute) Daar technische ontwikkelingen in deze regio nogal traag zijn, kan dit dus het oertype van de kar zijn.
--- Per saldo lijkt de Anglische oerkar uit circa 650vC mogelijk inderdaad sterk op een grote krat of bak op twee wielen en met twee stangen waartussen het trekdier wordt gebonden. Temeer daar Oud Anglisch craet = o.a. bak, kar, oude kar. Een oude craet doet mensen immers kenlijk denken aan een kar zoals die vroeger uitzag.
200vC: In Wetwang (NO Yorkshire) zijn in 2013 resten gevonden van een buggy: een paardekar met twee wielen, een boom, een dubbel juk en een verende zitting van leren riemen. De twee wielen hadden spaken en waren gespannen in een yzeren band. Kar, wielen, spaken, as, boom en jukken waren van hout. Ze was bestuurd door een jonge vrouw. De kar is nagebouwd en bleek prima te rijden in het veengebied van NO Yorkshire. De vondst is gedateerd op circa 200vC. Britse archeologen menen dat de kar afkomstig is van het Continent. Echter niet uit Frankrijk waar een gelijksoortige kar is gevonden in de regio Parijs. (#BBC4tv 13.11.2013) Derhalve zal ze vrij zeker afkomstig zijn uit Angelland, waar vele grote veengebieden liggen in die tijd. E.e.a. wijst erop dat de migratie uit Angelland al vroeg op gang komt. Zij het in beperkte mate.
550vC++: Angelen in Angeln en verder zuidwaards richting Rijn
300nC++: Karren hebben vaak een wielbreedte van circa 1.25 meter.

          

400nC: Boven: kamperen in Angelland rond 400nC. De kampeerders hebben een zgn aenholt (anholt = pleisterplaats) gevonden waar ze de nacht kunnen doorbrengen. Hun oxcraet (ossekar) is afgeladen en staat geparkeerd. De os zit erbij geduldig te herkauwen. Aquarel van Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (© BCK)

 

850nC: Rechts: paardekar met porwaegns (wagenduwers) rond 850nC. Wegen zijn tot in de 19e eeuw nog overwegend ongeplaveid. (> Wegen) De wagen rechts lijkt vastgelopen in modder of zand. Porwaegns zijn mensen uit de buurt die graag bijverdienen met zulke karweien.
 

 

900nC++: Nog maar weinig wegen zijn geplaveid. De meeste wegen zijn gewone zand- of leemwegen met her en der keien. Na regen veranderen ze vaak in modderpoelen, wat het reizen erg vertraagd. Mensen reizen te voet, te paard, per kar, per koets, per boot of per slee. Soms zelfs per schaats. O.a. langs de weg Zwolle-Groningen. Dat gebeurt tot dik in de 19e eeuw. Onderweg wordt overnacht in zgn aenholts. Dat zijn herbergen, pleisterplaatsen of uitspanningen. Daar kan men eten, drinken, slapen en van paarden wisselen als ze te vermoeid zijn. Rechts: reiziger arriveert bij een aenholt; circa 1400 AD (©) > Herbergen
 

1000++: Hufcarre = huifkar, kleedwagen, boerekar = paardekar met zeildak; voor vervoer van goederen of maximaal 8 personen. Wordt veel gebruikt door boeren en landverhuizers en voor groepsvervoer. Dit model huifkar wordt tot ver in de Nieuwe Tijd gebruikt.

          

 Groningen anno 1572

Boven: groepsvervoer per open huifkar. De afbeelding is een detail uit 'Groeninga', een ets uit de stedenatlas van G. Braun en F. Hogenberg anno 1572.
1850: Wegen zijn tot in de 19e eeuw nauwelijks bestraat. Vaak zijn ze daarom zo zacht en modderig dat porwaegns (wagenduwers) nodig zijn om een kar weer vlot te trekken. Door de vaak slechte wegen gaat het vervoer tot in die 19e eeuw daarom veelal over water.

                

Boven: Tekening van de Moppehoeve aan de Rodepolder 1 in Oud Ade (Alkemade). Ze is gemaakt in de 18e eeuw door een onbekende meester. (Collectie Gemeente Archief Leiden). Op de tekening is de voorkant van de boerderij gelegen aan de kant van de sloot.
** Koetsen, Vervoer, Wiel, Wagenwiel, Vaartuigen, Scheepvaart, Transport, Paarden, Egypte, Paardekarren, Ossewagens

Vogels::
()A agu (ekster), alca (alk; # zwemvogel), aran (arend, adelaar), bec (bek), blawfot (steenvalk), brid (vogel), bridman (vogelman, vogelaar), bridsang (vogelzang), bryd (vogel), bunting (bunting), busard (buizerd; # roofvogel), butor (roerdomp), calle (kalle), caw (kauw = soort kraai), cicentheof (kiekendief), ciefta (kieft, kievit), cifwit (kievit), cim (kim), cirpan (ww tjirpen), ciwit (kievit), clarre (braamsluiper), cnute (kraai), colmase (koolmees), corbel (korbeel; # raaf), corbit (vlaamse gaai), coug (kaug; # kraai met rode poten), coy (kooi), coyan (ww kooien), cran (=A crane), crane (kraan, kraanvogel), cranoc (soort kraanvogel, reiger), crawe (kraai), crene (=A crane), cron (=A crane), cropp (krop = voormaag), crowe (=A crawe), cucu (koekoek), cushat (duif), cwethan (kwetteren), cwethe (gekwetter), cyta (wouw), dola (torenkraai, kauw), done (dons), dufe (duif), dufelere (duivenvanger), dufepoll (duiventoren), duffer (doffer = mannetjes duif), eagle (arend, adelaar), ealdorfaer (ooievaar), earn (arend, adelaar), exter (ekster), falca (valk), fearnoule (nachtzwaluw), fether (veer), fince (vink), fincere (vinker = vinkenvanger), flearc (vlerk, vleugel), fliccer (specht), fogle (vogel), fowal (vogel), fowalere (vogelaar), fugol (vogel), fugolcopere (vogelhandelaar), fugolere (vogelaar = vogelvanger, vogelhandelaar), fugolery (vogelhandel), fugolsang (vogelzang), fugolweda (vogelweide = land ongeschikt voor akkerbouw), fugolweda (vogelweide gebruikt voor vangen en trainen van valken), fugolwielle (vogelweelde, vogelrijk = rijk aan vogels), galan (zingen), gale (gaal, zangvogel), geac (koekoek), geatling (geteling, merel), grunfince (groenling), habuc (havik), hacchan (broeden), hacchling (kuiken), hafoc (havik), harant (arend), heafoc (havik), hecgmusge (heggemus), higora (meerkol, ekster, specht), hleapwince (kievit), hodig (soort kraai), holtdufe (houtduif), hopu (hop), hraefn (raaf), hragra (reiger), hroc (roek), hupu (hop), hurhona (hoerhaan; # raaf), hwilpe (wilp, wulp; # strandvogel), isbrid (ysvogel), laerna (valk), laferce (leeuwerik), lawerc (leeuwerik), leaster (lijster), loma (duiker of meerkoet), maeral (marel = grutto), maew (meeuw), marclow (vlaamse gaai), marcol (=A marclow), mase (mees), mearle (=A mearul), mearul (merel), morhenn (waterhoen; # watervogel), muscet (sperwer), musge (mus), neab (snavel, bek), nest (nest), netelcyning (winterkoning), nihtegale (nachtegaal), nistian (ww nesten), nutcracere (notekraker), osle (# kleine vogel), oule (uil), paepegay (papegaai), pawa (pauw), pea (pauw), pellican (pelikaan), pewit (kievit, kapmeeuw), pipede (pip, vogelziekte), plufere (pluvier), quala (kwartel), rafe (raaf), rafescot (stuk land waar raven nestelen), ralle (ral; # moerasvogel), reaghar (=A righer), reatfince (rietvink, karekiet), righer (reiger), rolla (soort kraai), rouc (roek, kraai, raaf), scerscreac (vogelverschrikker), smarrel (valk), sparra (mus), spearheafoc (=A spaerwa), spearwa (sperwer, mushavik), spraw (spreeuw), spreaw (spreeuw), staer (=A spreaw), stearna (stern, zeezwaluw), storc (ooievaar), stormbrid (stormvogel), swalewe (=A swealwe), swealwe (zwaluw), swearm (zwerm), thrysce (lijster), trop (zwerm), turtur (tortel, tortelduif), ule (uil), vogal (vogel), waeterfugol (watervogel), waeterrall (waterral), wihe (wouw), wippe (kwikstaartje), wuddufe (bosduif), wudewale (wielewaal), wudpiccere (specht)
Noodlot: Angelen geloven in voortekens en noodlot. Het lot voorspellen ze o.a. met stukjes twijg van een vruchtboom. Ook vogels worden gebruikt bij voorspellingen. Aan de trek van vogels leest men de voortekens van het lot. > Tacitus
Landbouw: Vogels zijn vaak een plaag voor akkers die net zijn ingezaaid. Ze pikken veel zaad weg. Boeren hangen daarom in de akkers vaak gedode kraaien aan een stok om andere vogels af te schrikken. Anno 2010 zijn deze scerscreacs (vogelverschrikkers) nog te zien in NO Nederland en in Engeland. (# FRI, BBCtv/countryfile)
1050: Uit circa 1050nC stamt de beroemde tekst van een Vlaamse monnik in Engeland, die hij kennelijk schreef bij het testen van zijn pas geslepen pen (ganzeveer) en een vlaag van verliefdheid:

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic andu thu,
Wat unbidan we nu?

ofwel
Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij,
Wat wachten we nu?
2014: Moerasvogels: Karekiet, roerdomp en baardmannetje worden bedreigd met uitsterven door milieuvervuiling in hun habitat. #DeTelegraaf 18.6.2014
2015 Ooievaar: Volgens VARAtv Vroege Vogels is de ooievaar het symbool voor geluk en lang leven. #VARAtv/VroegeVogels 2015apr
** Kraan, Kraai

Vogelvrij: (VGV:)
Bij halsmisdrijven werden daders in het Germaanse recht vogelvrij verklaard. Dit hield in dat daders al hun bezit kwijt raken en dat idereen hen mag doden, zonder zelf vervolgd te worden. Vogelvrij verklaring gebeurd ook in de Christelijke tijd. O.a. door het Vaticaan jegens Maarten Luther. Willem van Oranje is vogelvrij verklaard door de Spaanse koning en vervolgens vermoord door Balthazer Gerards. Tegen deze straffen is groot verzet gegroeid, maar pas in 20e eeuw komt daarin geleidelijk verandering. Vooral door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die o.a. wordt erkend door de Verenigde Naties en de Europese Unie.
1060-1600 Engeland: Forrests (bos + heide) zijn gevaarlijke gebieden. Ze zijn alle bezit van de koning en adel. Daarvoor zijn speciale Forrest Laws ingevoerd. De Normandische heersers maken jacht op alle indringers. I.b. peasants en boeren. Die zijn vogelvrij. Koning en adel mogen ze ongestraft martelen en doodschieten. #BBCtv/11.6.2015/Prof Bartlett
** Kasten

Voldoening: (VLD:)
Ware tevredenheid brengt ware voldoening. Ware voldoening brengt ware happiness. Ware happiness brengt ware levensvreugde. De meester zorgvuldig en volgt de goede weg. #SRK
** Plichten

Volk:
()A cynn (kinne, volk, stam), cynnsfolc (verwant volk), cynnsman (bloedverwant), folc (volk), heahfaeder (aartsvader, stamvader), kinn (kinne, bloedverwant, familie, groep, volk), kunn (=A cynn), ware (volk)
¶ Volk = 1. groep mensen in een bepaald (omgrensd) gebied; 2. groep mensen in de samenlevening (maatschappij, land); 3. burgers van een land, staat of natie; 4. groep mensen die onderling op enigerlei wijze verbonden zijn of zich als zodanig verbonden voelen.
¶ Doorgaans zijn mannen van eenzelfde stam of volk vaderneven en stammen ze af van een gemeenschappelijke oervader, ofwel stamvader. Bij de Angelen is dat Ingwi. > Ingwi, Angelen
¶ Volgens de DNA-guru Spencer Wells in de USA hebben de primaten (mensapen) voor 97% dezelfde DNA-structuur als de mensen. Verder hebben alle mensen op aarde voor 99.9% dezelfde DNA-structuur. Er zijn daarin 5 Typo's te onderscheiden, ofwel 5 onderling licht afwijkende Y-chromosomen, ontstaan door plotselinge natuurlijke mutatie. Deze typo's komen in de hele wereld voor. De oertypo is ontstaan in Afrika. De overige typo's ontstonden elders in wereld na migratie. Eťn hoofdstroom migreert via EthiopiŽ naar ArabiŽ. De andere hoofdstroom via Egypte naar SyriŽ. Groepen mensen en volken kennen overal ter wereld voor 85.5% dezelfde DNA-varianten. Zijns inziens ontstaat DNA differentiatie alleen door duurzame aanpassing aan nieuwe omstandigheden.
** Stam, Volken, Neven, Angelfolc, Teutonen, Genologie, Patrilocalisme, Tribalisme
# WP, Beagle (VPROTV 8.11.09), DAB

Volken:
()A Angelcynn (Angelen), Angelfolc (Angelen), Bretene (Britten), Brettas (Britten), cynnsfolc (verwant volk), folc (volk), Francan (Franken), Fresna (Fries, Friezen), Grecas (Grieken), Hunas (Hunnen), Huynas (Hunnen), Iotene (Jutten), Kantware (volk van Kent), Peothas (Picten), Myrgingas (Myrgings), Saexan (Saxen), Scotas (Schotten), Swaefe (Swafen, Sueven), ware (volk), Wealas (Welshmen)
** Volk, Stam

Volker van Coevorden (c 1135-1195)
Burggraaf van Coevorden.
Woont mogelijk te Coevorden, later in Ansen bij Ruinen.
Ghm NN. Udh: Volker van Coevorden (gb 1171).
** Bierum, Coevorden, HAPA

Volker van Coevorden (c 1171-1231)
Alias Folker. Mogelijk een zoon van Volker van Coevorden (gb 1135).
Sinds 1215 vaak genoemd in oorkonden.
Ghm Xx van Lewe (Leo; gb 1176), dochter van Albert van Lewe (Leo; gb 1131).
Udh: Rodolf van Ance (gb 1207). Mogelijk ook Volker van Coevorden (gb 1200).
** Lewe, HAPA
# Quedam/p92+95, KBG

Volker van Coevorden (c 1200-1260)
Mogelijk een zoon van Volker van Coevorden (gb 1171).
Ghm Xx van Lewe (gb 1206), dochter van Gerard van Lewe (gb 1171).
** Coevorden/Van, Lewe

Volksgeloof: > Geloof, Donderbezem, Koolhaas, Roggemoeder, Heks, Witte Wieven
Volksmond: > Streektaal
Volksstam: > Volkstam
Volksstammem: > Volkstammen
Volkstam: > Volksstammen
Volkstammen: > Volk, Stam, Onderstammen, Tribalisme

Volksvergaderingen: (VOV:)
Gezinshoofden: In oude tijden zijn de gezinshoofden de primaire bronnen van de sociale besluitvorming. Zij komen op gezette tijden samen om belangrijke zaken te bespreken en oplossingen te bedenken. De vergaderingen vinden mogelijk plaats bij offerplaatsen. De Drentse dingspillen zijn namelijk gebouwd bij de offerplaatsen in Zuiderveld/Sleen, Diever, Beilen, Rolde, Vries (voor Noordenveld) en Anloo (voor Oostermeer). Dingspil lijkt namelijk afgeleid van digspaal (AL thingspal) wat een rechtsgebied aangeeft. #DRG/p14-15
Locatie: Anglisch scar = stuk grond, vergaderplek. > Scarlebelt
Vondenis: = vonnis, besluit (Angl: fondnis). De oude volksvergaderingen worden primair bezocht door de gezinshoofden. In die tijd hebben namelijk alleen zij die rechten. Deze rechten zijn meestal gebaseerd op grondbezit. De gezinshoofden zoeken (vinden) samen oplossingen voor de geschillen, zgn vondenissen. Volgens oude verhalen keuren zij de voorgedragen vondenissen af door gemor of keuren die goed door schudden van de speren. Het vergaderen gebeurt in de open lucht bi climmender sonne. #DRG/p15 > Dingen
** Dingplaatsen, Dingspillen, Etten, Eigenerfden, Zonnecultus

Volksverhalen: > Grummeldoek, Menneke van Holten, Saga's, Overleveringen

Volksverhuizingen: (375-850nC)
Massale verhuizingen van volken in Europa. Begint in 375nC met de vernietiging van het Gotische Rijk door de Hunnen. Vele Goten en andere Germanen vluchten dan naar het westen en het zuiden van Europa, waardoor de inwoners aldaar zelf ook in grote aantallen op de vlucht slaan. Zo vestigen Slaven zich rond 400nC vanuit het oosten in het gebied tussen de Weichsel en de Elbe. Daardoor worden de Saxen verder naar het westen gedreven en vestigen ze zich in NW Duitsland en NO Nederland. Rond 450nC migreren Angelen en Saxen naar Brittannia, waar het Romeinse Rijk zich heeft terug getrokken.
300-600nC: Bij Donkere Middeleeuwen denken mensen vaak aan volksverhuizingen en plunderingen, maar er was ook tijd om te genieten en in rust sieraden te maken. > Sieraden
** Angantyr, Hunnen, Angelen, Saxen
# WP, KBG

Vollenbroek:
Nederlandse familienaam. Komt anno 1947 in Nederland totaal 183x voor met absolute top van 151x in Overijssel. In 2007 totaal in Nederland 344x met hoogste frekwentie van 72x in Hengelo in Twente.
¶ Gezien de context lijkt de naam Vollenbroek afkomstig uit Hengelo (Twente). Mogelijk was daar ooit een veld met die naam, waar de familie woonde en waaraan de familie de naam ooit ontleend heeft. Mogelijk in 1811 bij de invoering van de Naamwet, waarbij iedereen een vaste familienaam moest aannemen.
¶ De regio Hengelo wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Vollenbroek lijkt derhalve afgeleid van Anglisch fola (veulen, ONdl vollen) + broc (broek, drasland). Volgens Angelische regels derhalve: de broek (drasland) bij de veulens (waar de veulens staan).
¶ Pentrop is een voormalig veengebied in NO Hengelo, waar Angelen woonden. Aldaar staat van oudsher een manege. Mogelijk was daar vroeger ook een veulenweide. Drasland was altijd ongeschikt voor landbouw en werd daarom vaak gebruikt als weiland.
** ASA, Pentrop, Drasland
# FRI, Meertens Instituut 22.8.10, KBG

Vollenhove:
Genoemd Fulnaho (943nC), Vullenho, Vollenho (1233nC). Stad in NW Overijssel. Fulnaho zou een groot woud zijn volgens een oorkonde van 943 AD. #Quedam/p136
1000*nC: Ene Magnin denkt dat in deze tijd in Vollenhove een paleis staat dat vooral voor de jacht is bedoeld. #DRG/p21 > Paleizen

Vollenhoven: > Vollenhove

Volmaaktheid: (VLM:)
De mens is een product van zijn genen. De mens is een product van zijn cultuur. De mens is een product van zijn ervaringen. De mens is een product van de wereld. De mens is een product van de kosmos. De mens is een product van hemzelf. De mens is een product van de Schepper. De volmaakte mens weet te leven met al zijn mogelijkheden De volmaakte mens weet te leven met al zijn beperkingen. De volmaakte mens weet te leven met al zijn grenzen. De volmaakte mens heeft vertrouwen in de Schepper. De volmaakte mens heeft vertrouwen in de Schepping. De volmaakte mens heeft vertrouwen in de Here onze God. De volmaakte mens zal waarlijk leven. #SRK
** Heelheid, Hagal, Angalisme

Volthe:
Buurtschap in Weerselo, Twente. Bekend om de Hunenborg aldaar.
** Hunenborg Volthe

Voorburg:
Stad bij Den Haag. Rond 100nC tijdelijk genaamd Forum Hadriani naar de Romeinse keizer Hadrianus (76-138nC). Forum Hadriani lag in Park Arentsburg volgens onderzoeker Tom Buijtendorp. Forum Hadriani was enige tijd de informele hoofdstad van het Romeinse Rijk (12vC-400nC). Van hieruit bestuurde Hadrianus toen het grote wereldrijk. Buijtendijk vond er wijnvaten, dakpannen, stukken pilaar en een stadskaart. (# De Telegraaf 18.11.10, KBG)
¶ Na het vertrek van de Romeinse troepen uit Zuid Holland in 276nC raakt het gebied ontvolkt. Rond 300nC komen immigranten uit het Noorden. Saxen en Angelen. Voornamelijk boeren.
360nC: Op het FH-terrein (in Voorburg*) is een crematiepot met asresten opgegraven, die wordt gedateerd op 275-450nC. De pot vertoont grote gelijkenissen met Angel-Saxisch aardewerk uit Noord Duitsland en Oost Engeland. Aangezien Noord Duitsland vůůr 400nC en Oost Engeland na 400nC overwegend zijn bevolkt door Angelen, gaat 't mogelijk om Anglisch aardewerk zoals o.a. gevonden in Norfolk in 1933-38. De crematiepot en creamtieresten lijken derhalve afkomstig van een Anglische gemeenschap in Voorburg.
¶ Gezien de Anglische aanwezigheid kan de naam Voorburg zijn afgeleid van Anglisch fore (voor) + burg. Dus Foreburg, zijnde een burcht gelegen voor een andere burcht. Meestal bedoeld als extra versterking.
** Zuid-Holland, Redbole, ASA

Voorde: > Voorden

Voorde, De
Stuk land in Hummelo, vroeger in bezit van het huis Greflichem aldaar. Hummelo en Greflichem zijn rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam De Voorde wijst daar ook op. Voorde is namelijk afgeleid van Anglisch ford, wat betekent doorwaadbare plaats in beek of rivier. Mogelijk was dat de Oude Rijn die daar naar zeggen heel vroeger langs stroomde.
** Greflichem, Hummelo, ASA, Oude Rijn
# FRI, KBG

Voordeel:
Elk voordeel heeft een nadeel. En elk nadeel heeft een voordeel.
Aldus Johan Cruyff. #NOS Journaal 24.3.2016

Voorden: (VOR:)
()A fert (=A ford), ford (voorde = doorwaadbare plaats in rivier of beek), forde (=A ford), fordman (iemand die bij een voorde woont), fort (=A ford), lade (=A ford), landford (voorde naar akker of wei), spicford (AVA spicca + ford = spikvoorde = voorde met een brug van takkebossen en plaggen), stanford (=A stenford), stenford (voorde van stenen, bestrate voorde), wadan (waden = door laag water lopen), wade (voorde), wade (wed, drinkplek voor dieren), wade (nat bouwland aan beek), waey (voorde), weda (voorde), wedda (voorde)
¶ Ford of forde komen vooral voor in locatienamen in NO Nederland. O.a. in Coevorden (1159 Cuforde), Bredevoort (1300* Bredeford), Bevervoorde bij Almelo (ovm 1369), Bevervoorde bij Gelselaar, Lichtenvoorde (1637 Lichtenforde), Avervoorde bij Teuge, Hengforden bij Diepenveen, etc.
¶ Uitgang vert in Nederlandse geonamen/familienamen = voorde = Anglisch fert. VB Helvoort en Helvert. Beide namen komen uit Heusden in Noord Brabant.
¶ Op kaart KGH/1593 zijn te zien: Duystervoort/Nijbroek, Cruysvoort/Nijbroek, Amersfoort, Hagenvoorde/Wijhe, Lanckfoort/Gendringen (Lantfort), Westerfoort/Liemers, Hackfort, Breefoort (Bredevoort), etc.
¶ Ook Vorden lijkt afgeleid van een voorde in de Vordense Beek. Vooralsnog is de oudste schrijfwijze echter nog niet bekend. In al deze gevallen blijken de plaatsnamen te herleiden tot Anglische termen. Gezien de overige feiten mbt die plaatsen mogen we aannemen dat de bevolking daar overwegend Anglisch is.
¶ In Engeland vinden we ford terug in Salford, Bradford, Stafford, Strafford, Stratford, Hereford, Bideford, Chelmsford, Hertford, Bedford, Bishops Stortford, Shalford, Shafford, Oxford, Twiforde, Woodford, Mitford, etc. Deze locaties liggen in oude Anglische regio's.
¶ Gezien het voorgaande mogen we per saldo aannemen dat locatienamen met ford(e), voord(e), e.d. welhaast per definitie oude Anglische nederzettingen zijn.
150nC++: De bodems van belangrijke voorden worden al vroeg geplaveid met stenen vloeren van circa 1.5 meter breed. Daardoor kunnen karren er makkelijk doorheen zonder weg te zakken in de zachte bodem.
1300++: Bij hoog water zijn vele voorden onbetrouwbaar. Daarom worden belangrijke voorden sinds circa 1300nC vervangen door bruggen. > Voorde
1350++: Borg Kranenburg aan de Kranenburgwade in Utrecht. De Kranenburgwade (alias Kranenburgerwed) wordt in 1419 genoemd als drinkplaats voor vee. De wade (voorde) ligt in een zijtak van de Kromme Rijn.

 

Boven: borg Kranenburg naar een impressie van Chris Veldhof. (© BCK) De borg is gebouwd rond 1350 en bewoond door ridder Everard van Cranenburgh (1285-1359) uit Bleiswijk en later door zijn zoon Wouter en kleinzoon Dirc Woutersz van Cranenburgh. Dirc wordt in 1406 genoemd als hoofdman (legerleider). Dit is uitermate interessant, omdat Engelse bronnen beweren dat borgen (boroughs) werden gebouwd bij een voorde. (> Burchten) Ook de Romeinen deden dat. > Wakefield

Fordweg Neede: Een korte, doodlopende zijweg van de Visschemorsweg in Neede. De Fordweg eindigt bij een gebied dat vroeger een groot moeras is geweest, de Visschemors geheten. Mors = moeras. Anno 2010 is dit gebied nog steeds op diverse plekken nog zeer drassig. Gezien de locatie bij een eertijds groot drasgebied en de etymologie van het woord ford, mogen we aannemen dat Fordweg betekent: de weg naar de voorde. Er was daar dus ooit een doorwaadbare plaats.
 
Mogelijk liep de Fordweg ooit verder door tot aan de Buurser Beek die daar circa 500 meter in het noorden naar het westen stroomt. In het verlengde van de Fordweg en nabij de Buurserweg ligt een oud zwembad dat niet meer in gebruik is. > Fordweg Neede
Bruggen: Bij de aanleg van een brug zal men zo veel mogelijk rekening houden met het bestaande wegennet. In het verleden goldt dat zeker in nog sterkere mate dan anno 2010. Vroeger was het bouwen van een brug en de aanleg van aansluitende wegen immers veel zwaarder dan anno 2010. Zo ligt de oude voorde bij Hackfort Ao 2011 onder de brug van de Baakseweg vlakbij de ingang van kasteel Hackfort. Ook bij Oxe bij Colmschate is zulks het geval. > Hackfort, Oxevoorde
1935: De meeste voorden worden niet meer gebruikt door voertuigen. Alleen locale boeren gebruiken ze nog om vee te drijven naar andere weiden.
2010++: Sommige oude voorden zijn opgenomen in wandelroutes. O.a. in de regio Drentse A en in de Laakhorst bij Haaksbergen. Ze zijn vaak voorzien van stapstenen die bij normale waterstand een droge overtocht mogelijk maken.
Historische voorden: O.a. in Aalsvoort/Lochem (ZA), Amersfoort (ZA), Avereest/DeWijk (ZA), Avervoorde/Nijbroek (Avervoordseweg), Avervoorde/Terwolde (ZA), Avervoorde/Teuge, Avoort/?, Balsfoort/?, Bengevoord/?, Bevervoorde/Almelo (ovm 1369), Bevervoorde/Gelselaar, Blankevoort/Nijbroek, Blankvoort/Lochem (ZA), Blenkvoort/Veenweg/Lochem, Blevoort/GrVethuizen/Braamt, Blokvoort/?, Brandevoort/Mierlo/NB, Bredevoort (ZA), Breefoort (Bredevoort; krt KGH/1593), Bronsvoord/Bathmen (ZA), Brunsvoort/Dorth (> Bronsvoord), Coevorden (ZA), Cruysvoort/Nijbroek (krt KGH/1593), Cruyseforde/Twello (> KVL), Dalvoord/Daarle, DeVoorde/Hummelo (> Voorde), DeVoort (Noordijk/Neede), Doerfort/Beekbergen (> KVL), Drievorden/Schuttorf, Duistervoorde/Twello, Duistervoort/Apeldoorn (> KVL), Duivenvoorde/ZH, Duystervoort/Nijbroek (krt KGH/1593), Enckvort/Sevenum/NB, Fordweg/Neede (ZA), Fort/Avereest (> Zuidwolde), Forthaar/Holten (ZA), Fortmond/Yssel (ZA), Fortstraat/Halle (Bronckhorst), Gandvoord/Barlo/Bredevoort, Gandvoort/Aalten, Gansfort (ZA), Gentvoort/Okkenbroek, Getfert/Gete(beek)/Enschede, Gramsfort/Renkum (> KVL), Grunsfort (> Renkum), Hackfort/Vorden (ZA), Hagenvoord/Heino, Hagenvoorde/Wijhe, Helvoirt, Hengforden (ZA), Hengforden/Diepenveen, Hersevoort/?, HetVoorde/Wilp, Honevorde/Liemers (> PgDix), Huigevoort/?, Hulsevoort/Rha, Hulsvorde/Coevorden (ZA), Hulzevoort/Lichtenvoorde, Huttenvoortsweg/Raalte, Ittervoort/Hunsel/Lbg, Kamervoort/Angeren, Koevoort/Boxtel, Kolvoort/Delden/Twente, Kranenburgwade/Utrecht, Kruisvoort/Wensen (Z.Vaassen; krt RZA), Lanckfoort/Gendringen (= Lantfort; krt KGH/1593), Landfort/Ulft (ZA), Langevoort/Enter, LangeVoort/Bornerbroek, Lentfert/Losser*, Lichtenvoorde (1637 Lichtenforde), Lobith/Rijn (> Lobith), Mansvoort/?, Markvoort/Markelo, Medevoort/Helmond, Montfoort/HollandseYssel, Montfort/Maasbracht, Nagelvoort/Lochem, Olthaarsvoord/Hengevelde, Oltvoort/Harfsen (ZA), Onstwedde/Gro, Ossefoort/Grollo (Drente), Oxevoorde/Schipbeek (ZA), Padevoort/Zeddam, Papenvoorde/Raalte, Papenvoort/Grollo/Dr, Pavert/?, Polsvoort/Lochem, Rosvoort/Lichtenvoorde, Rozenvoorde/Boxbergen, Rijkevoort/NB, Rijsvoorde/Loenen/Veluwe, Schaeffoerde/Schaveren(ZA), Schasfoort/Losser*, Schreevoord/Wildenborg (Lochem), Siebenverden/Wehl, Spikvoorde/Colmschate, Stapelvoort/Empe, Steinvoorde/Colmschate, Swafert/HengeloTw, Tervoort/NB, Voorde/Hummelo (ZA), Voordersteeg/Wilp, Voordesdijk/Markelo, Voordeweg/Twello, Voordtweg/Haaksbergen, Voorthuizen/N.Veluwe, Vorthusen/Elten (ZA), Voortsweg/Ootmarsum, Voortsweg/Saasveld, Voortweg/Boxmeer, Vorden/VordenseBeek (ZA), Vuilenvoorde/Handijksweg/Weerselo*, Wagenvoort/Eefde, Wagenvoort/Harfsen, Wennekinckvoort/Vorden (> Wientjesvoort), Westervoort/Arnhem, Westerfoort/Liemers (krt KGH/1593), Wickevoort/Antwerpen*, Wientjesvoort/Vorden (ZA), Wijnvoorde/Vorchten, Wynvoorde/Wijhe, Ysselfoort/HollandseYssel (ZA), Yzevoorde/Doetinchem (ZA), Zandvoort/Bathmen (ZA), Zandvoort/Haalderen, Zandvoort/Holten/Tw, Zandvoort/Wildervank-Gieten, Zandvoort/Zelhem, Zandvoort/ZH
** Ford, Zandvoort, Hundreds/Namen

Voorkennis:
()A forecnaw (voorkennis), foresceawian (voorzien), foresecgan (voorspellen), foreseon (voorzien), foreseoning (voorziening), foresith (vooruitzicht, voorspelling, voorschouw)
Freya (alias Frigg) is de Anglische godin van de liefde, vruchtbaarheid, huwelijk, passie, voorkennis en magie. Haar naam leeft voort in Vrijdag, Anglisch: Frigdaeg. Ze is gehuwd met Wodan. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor) en Balder. > Freya

Voornamen: > Mansnamen, Vrouwsnamen
Voorouders: > Familie
Voorspelling: > Waarzeggen

Voorraad:
()A baerg (berging, bergplek), baergan (bergen, verbergen, bewaren), cornpyt (korenput = droge put voor bewaren van koren), courpyt (=A cornpyt), hord (voorraad, schat), hordere (voorraadbeheerder, schatbewaarder), hordian (vergaren, bewaren, sparen), scatan (opbergen, bewaren), sceaddan (=A scata), stocc (stapel, voorraad)
¶ AWH: Wie bewaart, heeft wat voor later.

Voorst:
Regio langs de Yssel aan de oostkant van de Veluwe. Vermeld in 893nC als Forst (# goederenlijst Abdij PrŁm/Eifel). De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Wilp. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch foreste = bos, woud, jachtgebied, wildernis.
600nC++: Bron VIV/p10:

De hele gemeente Voorst ligt in de langgerekte zone ten westen van de IJssel, die vanaf de zevende eeuw dichter bevolkt raakte. Aan het eind van de achtste eeuw werden de eerste nederzettings- en bosnamen genoteerd.
 
700nC: Anno 2012 zijn in de moerassige uiterwaarde langs de Yssel bij De Hoven in Voorst houten resten gevonden van een brug over de Yssel naar Zutphen. Het was een lage brug met in het midden een klapbrug voor de scheepvaart. Rond 650nC neemt de bevolking van De Hoven erg toe. Mogelijk door Angelen uit stamland Angeln, die vluchten voor de Denen die rond die tijd Angeln veroveren. De gevonden resten bij De Hoven kunnen derhalve dateren van ergens rond het jaar 700nC toen de landbouw en economie in die streek zich sterk gingen ontwikkelen en een goede verbinding over de Yssel van belang werd.
** Engelse Brink

Voorst: Van
Adellijk geslacht. Alias de Vorst. Mogelijk afkomstig uit Voorst bij Zutphen.
1192-1227 Herman van Voorst. Komt om in de Sla bij Ane van 1227. #Quedam/p137
** Slag bij Ane
# Quedam/p137

Voorspellen: > Waarzeggen

Voortbewegen: (VTB:)
Lopen, rennen, springen, klimmen, kruipen, rollen en zwemmen zijn de oudste vormen van voortbewegen van mensen. Later komen boten, nog later karren en dan rijtuigen.
6000vC: Oudste boot van NW Europa gemaakt te Pesse in Drente > Schepen
2015: Regelmatig goed bewegen bevordert de bloedsomloop en dat is goed voor de gezondheid en de hersens. Goed geactiveerde hersens vertragen aftakeling. Aldus Marc Petit van Stichting Internationaal Alzheimer Onderzoek (ISAO). Overgewicht, hoge bloeddruk, stress en roken bevorderen Alzheimer. #DeTelegraaf 15.12.2015
** Bewegen, Lopen, Reizen, Transport, Wagens, Vaartuigen

Voorthuizen:
Alias Vorthusen. Dorp tussen 's Heerenberg en Elten. Diverse keren genoemd in oude oorkonden. #Quedam/p137

Voorzieningen:
()A bathus (badhuis), forseon (voorzien), forseoning (voorziening)

Vorchten:
Dorp aan de Yssel, ressorterend onder de gemeente Heerde. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit West Salland. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Forc (mansnaam) + tune (tuin, omheinde grond).
¶ In Vorchten staat een oude kerk, oorspronkelijk gebouwd 780nC, vrij zeker van hout. In 1982 voor 't laatst gerestaureerd. De onderkant van de kerk is gebouwd van tufsteen en heeft Romaanse boogruggen. Elke brug bestaat uit een serie boogjes. De bovenkant is van baksteen.
# FRI, DAB

Vorden:
Stad in de Achterhoek. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam Vorden lijkt derhalve afgeleid van ford = voorde = doodwaadbare plek in rivier. Met de rivier is vrij zeker bedoeld de Vordens Beek die daar stroomt.
¶ In de zuidoosthoek van Vorden ligt een meer met de naam Haller Laak (Lack). Het woord laak is kennelijk afgeleid van het Anglisch lace [lake] = meer.
** Hackfort, ASA
# FRI, KBG

Vorthusen:
Oud landgoed aan rivier De Wildt bij Elten (Westfalen). Vermeld in 970nC. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Noord Duitsland. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ford (voorde) + hus (huis). Dus: het huis bij de voorde.

Vortigern: (c 395-455; VTG:)
Naar zeggen een Keltische warlord in Brittannia. Mogelijk echter een Anglische heerser in Noord Brittannia. (> PgBrit/Aeglesthrep) Leeft in de periode dat de Romeinen zich terugtrekken uit dat land. Hierdoor ontstaat een machtvacuŁm, wat chaos, criminaliteit en oorlogen uitlokt. Volgens bron ASC (c 832nC++) doet Vortigern daarom in 449nC een beroep op de koning van Angeln (i.c. Offa van Angeln) om hem te helpen:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice, and ricsodon seofon winter. And on hiera dagum Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne gelathode, Bretta kuninge, gesothon Bretene on thaem stede genemned Ypwinesfleot, aerest Brettum to fultume, ac hie est on hie fuhton.
    Se kuning het hie feohtan ongean Peohtas; and hie swa duden, and sige haefdon swa hwaer swa hie comon. Hie tha sendon to Angle, and heton him sendan maram fultum; and heton him secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum.
vertaald:

449. Hier krijgen Martianus en Valentinus macht en regeren zeven winters. En op deze dag zijn Hengest en Horsa uitgenodigd door Wyrtgeorne [Vortigern], de getrouwe Britse koning, op zijn stede genaamd Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], eerste Brit om te helpen, ook hij heeft hier gevochten.
    Deze koning heeft gevochten tegen de Picten; en heeft gedood en gezegeviert waar hij komt. Hij zond toen naar Angle en vraagt hem meer troepen te zenden; en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia en de kust van dat land. Hij [de Anglische koning Offa] zond toen meer troepen [fultum]. Toen kwamen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxen, van Angelland en van Jutland.

De koning van Angeln geeft daarop gehoor aan het verzoek van Vortigern. Hengist en Horsa vertrekken naar Brittannia met een leger, dat voornamelijk bestaat uit Angelen, Saxen en Juten. Als de Picten zijn verslagen, blijven de meeste Anglische strijders in BrittanniŽ om zich daar duurzaam te vestigen. Zij laten ook vele stamgenoten van het Continent daarna overkomen. Daarmee is een begin gemaakt met de grootschalige migratie van Angelen en Saxen naar BrittanniŽ in de periode 450-550nC. > Massamigratie
425nC: De naam Vortigern is nogal curieus. Ze lijkt frapant veel op de naam Fritigern van een Gotisch leider (c 330-390) die zich bekeerd tot het Christendom en aanhanger is van het Arianisme. Mogelijk is Vortigern een Anglisch hoofdman die fungeert als vooruitgeschoven post in Brittannia. Dit bevestigt het vermoeden van diverse historici dat Angeln al ruime tijd bevoor 450nC Brittannia poogt te koloniseren. temeer daar Vortigern vraagt om meer troepen te sturen. Maw: Angelland heeft al eerder troepen gestuurd. Dat kan dan zijn gebeurd nadat de Romeinen Brittannia hebben verlaten. Dat is ergens rond 400nC. De eerdere zending van troepen zal dan ergens halfweg 400-449nC zijn gebeurd. Ofwel rond 425nC. Vortigern is dan circa 30 jaar. Dus in de prime van zijn leven. Rond die tijd zal hij dan in Brittannia zijn gearriveerd met een Anglisch leger.
¶ Bron ASC/Ingram/p25(1900*) schrijft:
A.D. 449 This year Marcian and Valentinian assumed the empire, and reigned seven winters. In their days Hengest and Horsa, invited by Wurtgern, king of the Britons to his assistance, landed in Britain in a place that is called Ipwinesfleet; first of all to support Britain, but they afterwards fought against them. The king directed them to fight against the Picts; and they did so; and obtained the victory wheresover they came. They then sent to the Angles, and disered them to send more assistence.
Hier wordt Vortigern Wurtgern genoemd. Uit deze tekst blijkt dat Hengest en Horsa Anglische legerleiders zijn afkomstig uit Angelland op het continent. Immers, ze landen in Brittannia en zijn dus afkomstig van elders. Na dit succes vraagt Wurtgern de Angelen om meer hulp te sturen. Kennelijk heeft Wurtgern dat eerder gedaan. En toen werden Hengest en Horsa gestuurd door de Angelen. Deze Hengest en Horsa moeten dus legerleiders zijn afkomstig uit Angelland op het continent. Hengest en Horsa zullen dan zelf ook Angelen zijn. Immers, buitenlandse legerleiders in het Anglische leger zullen niet erg vertrouwd worden door de Anglische legerleiding c.q. de Anglische koning. > HEH (Hengest & Horsa)
¶ De vraag resteert waarom Offa van Angeln een leger stuurt naar Brittannia. Vooralsnog lijkt dat de Grote Natheid in Angelland in de periode 300-600nC. Hele gebieden langs de kust van de Noordzee worden zwaar getroffen door langdurige regen, stormen en overstromingen. Het zeewater stijgt met circa 5 meter. Landbouw en veeteelt zijn nagenoeg onmogelijk. Vele Angelen migreren eerst naar hogere gronden in oostelijke gebieden, maar die worden geteisterd door enorme groei van de vegetatie door de langdurige neerslag. (> P36) In Brittannia lijkt de situatie beter. O.a. door de aanzienlijk hoger gelegen kustgebieden langs de Noordzee. > MCAB
Widsith is een Anglisch dichtwerk van circa 425nC. De auteur woont in Fivelingo (Noord Groningen). Hij vertelt over zijn vele reizen en ontmoetingen in de wereld van toen. Fivelingo wordt door de Grote Natheid zwaar getroffen. Het is nogal opmerklijk dat in Widsith niets wordt gemeld over die natheid. Mogelijk is in die periode de situatie nog niet zo ernstig. Dat stemt overeen met wat over die periode bekend is uit andere bronnen. Kenlijk begint de ellende pas ernstige vormen te krijgen rond die tijd of net iets later. > Widsith
Per saldo is het mogelijk dat koning Offa van Angeln wel beseft dat het zeewater erg stijgt en dat onheil nadert. Dat kan voor hem de reden zijn om vast te zorgen voor een veilig vluchtoord. Brittannia lijkt namelijk minder last te hebben van natheid. Bovendien bestaan de kusten voornamelijk uit hoge rotsen waardoor het gevaar van overstromingen beduidend minder is. Bovendien zijn de Romeinen daar weg en hoeft Offa weinig te vrezen van de bevolking die daar is gebleven.
** Offa van Angeln, Angle, Engist van Angeln, Fritigern, Kolonisatie, PgBit/Aeglesthrep
# WKP 19.11.07, ASP, DAB, KBG

Vossejacht: > Vossen

Vossen:
()A cubbe (jonge vos), cubbing (kubbejacht = jacht op jonge vossen), fox (vos), foxhound (jachthond), foxhunta (vossenjacht = jacht op vossen)
Vossen gelden al ver bevoor de jaartelling als sluwe, maar ook wijze dieren. O.a. in China, Japan en Europa. Boeren hebben minder liefde voor hen. Vossen roven namelijk hun kippen, ganzen en eenden en vreten die op.
Vossejacht: De vossejacht is een oeroud ritueel. Door overlast van vossen gaan boeren in de herfst gezamelijk jagen op vossen. Ze drijven de vossen met hun jachthonden op, sluiten ze in en schieten ze dood. Na de jacht drinken ze samen ergens een borrel op de goede afloop. Dit ritueel is in somige streken uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met veel fanfare en hoorngeschal.
2013: In Lincolnshire (GB) zijn vossen anno 2013 nog steeds populair. #BBC1/BH 18.9.2012
Geonamen:
- Nederland: Foxham/Hoogezand, Foxhol/Hoogezand, Vossebelt/Coevorden
- Vlaanderen: Vosselaar/Turnhout, Vossenhol/Maldegem
- Engeland: Fosdyke/Boston (Lincolnshire), Foxdale (Isle of Man), Foxholes (Yorkshire), Foxton (Northamtonshire), Foxup (NW Yorkshire)
** Vossen

Vrachtvervoer: (VRV:)
()A byrthan (beuren, dragen), byrthe (last), carre (kar), carrman (voerman, vervoerder, vrachtrijder), foder (wagenvracht), freht (vracht), furman (voerman, vrachtvervoerder), pac (pak, bundel, stapel), paccan (ww pakken, grijpen), pacesol (pakezel = ezel die pakken op de rug draagt), pachors (pakpaard = bepakt paard, paard dat pakken op de rug draagt), pachus (pakhuis = pand waar goederen worden opgeslagen), pacwaegn (pakwagen, goederenwagen), scot (schot, lading, vracht), styrtcarre (stortkar = kar met laadklep om vracht te storten; AS stortekarre)
** Transport, Voertuigen

Vrede:: (VRE:)
()A ferth (vrede), frea (vrede), freothu (vrede), freothuwebba (vredestichter), freothuwebban (vrede stichten), freth (vrede, erf), frethan (afrasteren), fridhu (vrede), fridhufeld (vredeveld = heideveld waar de as van gecremeerde mensen wordt uitgestrooid), fridu (vrede), frith (vrede), frith niman (vrede maken), frithian (tot vrede brengen, bevredigen), frithian (beschermen, verdedigen, schuilen), frithian (vreden = afrasteren, omheinen), haelfred (=A halfred), halfred (heil en vrede), happignis (tevredenheid, blijheid), husbreccing (huisvredebreuk), husfreath (huisvrede), hylfred (=A halfred), offrethan (afrasteren), paes (vrede, rust, veilige zone), paesbeorg (paasberg, vredeberg), paesfeld (=A fridhufeld), paesce (klein heideveld), paeslic (vredig, rustig), paesmacere (vredestichter, bemiddelaar), paesman (=A paesmakere), paesop (=A paesbeorg), pas (=A paes), pasce (=A paesce), payan (paaien, tevreden stellen), peas (=A paes), pes (=A paes), pesce (=A paes), refa (vrede), refan (reven = effenen, glad maken, tot orde brengen, tot rust brengen), refan (tot vrede brengen, rechtspreken), saet (sathe, zate, woonstede, nederzetting, vrede), saete (=A saet), sate (=A saet), satha (=A saet), sibb (vrede), tofreth (tevreden), tofrethnis (tevredenheid), umfreadan (omheinen), unfrea (onmin, vijandschap), warra (verwarring, wanorde, onvrede, onrust, strijd, oorlog), werra (=A warra)
1295vC Hettieten: Koning Hattusile II levert bij Kadesh slag tegen farao Ramses II van Egypte. Hierna wordt het eerste geschreven vredesverdrag ter wereld gesloten. ... Ze nemen de goden van overwonnen volken over om de vrede te bewaren. #DeTelegraaf/Reiskrant 15.11.2014; > PgGen/Hettieten
2016: Jordania is een land in het Nabij Oosten. Ondanks de vele onlusten en oorlogen in omringende landen is Jordania een oase van rust en vrede. Dat heeft te maken met het overheidsbeleid van Power of Humanity and Peace. De Jordaanse overheid luistert goed naar alle verschillende bevolkingsgroepen en zorgt in haar beleid dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan al hun wensen. Daardoor heerst er al decennia lang een klimaat van stabiele rust en vrede. Indirect zorgt dit beleid ook voor duurzame welvaart en tevredenheid. #MAXtv/EricaTerpstra 24.4.2016 > Menslijkheid, Humanisme
** Stamvrede, Heelkunde, Hylfred, Veiligheid, Paasberg

Vreden: stad in Westfalen > Blokken
Vreugde: > Vermaak, Evenementen

Vrienden: (VRI:)
¶ Weet wat je zoekt en je zal vinden. Weet wie je zoekt en je zal vinden. Elk moment is het begin van de rest van je leven. De meester koestert z'n vrienden en vaart immer wel. #SRK
¶ Vrienden zijn als planten. Hoe beter je ze behandelt, hoe mooier ze bloeien. Koester uw vrienden. Ze zijn goud waard. #SRK
¶ Wees zuinig op je vrienden. Goede vrienden brengen vreugde en welgaan. De meester is zorgvuldig en bereikt het hoogst bereikbare. Meer kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
** Vriendschap, Dierbaren, HEH (Hengest & Horsa)

Vriendschap: (VSH:)
()A Arwin (mansnaam AVA aran=arend + win=vriend), baes (baas, vriend), bool (broeder, kameraad), bosmfreond (boezemvriend), cornut (kornuit, metgezel), croenig (vriend, kameraad, kornuit), feolaga (makker, kameraad, collega, partner), freogan (ww vrijen), freond (vriend), freondscip (vriendschap), gaebber (gabber, makker, kameraad), gaebberan (gabberen, snateren, lachen), gemaec (gemak, passend bij), gemaecca (=A maeccer), gemate (=A mate), gesel (gezel, makker, kameraad), gesellig (gezellig), gesellighed (gezelligheid), leof (lief), leof (lof, liefde), leofa (genoegen, plezier, liefde, genegenheid, vriendschap), leofan (ww loven), leofon (leven), leofond (levend), leofondig (levendig), maecca (=A maeccer), maeccer (makker, maat, genoor), mate (maat, kameraad), nefa (neef, vriend, bekende), stridmaeccar (strijdmakker), waepenbrothor (wapenbroeder), waepennot (wapengenoot, wapenbroeder), win (vriend), wine (vriend), wyn (vreugde, genot, vriend), wynan (genieten)
¶ Opmerkelijk is dat de woorden maeccar (makker, maat, genoot) en gemaecca (makker, maat, genoot) zijn afgeleid van het woord gemaec (gemak, passend bij). Maw: een makker is iemand bij wie men zich op het gemak voelt en die bij je past. Kennelijk weten de Angelen al heel vroeg waar het in vriendschap of kameraadschap in essentie om gaat.
Bij je vrienden moet je je toch op je gemak voelen! Dat zegt de hoofdredacteur van Elseviers Uitgever in een interview met de AVROtv over Pim Fortuyn. (AVROtv 2.3.2012)
¶ De woorden gesel (gezel, makker, kameraad), gesellig (gezellig) en gesellighed (gezelligheid) geven verder aan dat vriendschap bij de Angelen betekent dat vriendschap ook gezelligheid betekent.
¶ De Anglische woorden gaebber (gabber, makker, kameraad) en gaebberan (gabberen, snateren, lachen) geven aan dat vriendschap bij de Angelen ook betekent dat men samen heerlijk kan gabberen, snateren en lachen.
¶ Recent onderzoek aan de Universiteit van Groningen toont dat culturele harmonie een belangrijke rol speelt bij partnerkeuze. Dit verschijnsel doet zich vooral voor in NO Nederland. (> Partnerkeuze) Kennelijk voelen partners zich bij elkaar op hun gemak als er een zekere culturele harmonie is.
** Liefde, Liefde & Verbondenheid, Broederschap, Gemak, Geluk, Relaties, HEH (Hengest en Horsa), Partnerkeuze

Vroege Middeleeuwen: > Tijdperken

Vronen:
Dorp in Noord Holland. Thans buurt in NO Alkmaar met de naam St Pancras. In 1297 woedt daar de Slag bij Vronen waarbij de opstandige West Friezen worden verslagen door de Hollanders na een zware en bloedige strijd. Vronen wordt in brand gestoken en verwoest. De overgebleven inwoners worden verbannen. Anno 1991 worden er resten gevonden van 132 mensen die daar rond die tijd leefden. Onder hen ook strijders die in de veldslag waren omgekomen.
# De Telegraaf 25.11.2011, NOS Journaal 25.11.2011

Vrouwen: (VRO:)
De positie van vrouwen is een graadmeter voor de beschaving.
5000vC++: Het pantheÔsme van de AriŽrs en Noord Europeanen is een zeer positieve factor. Het blijkt in ieder geval dat vrouwen een sterke sociale positie hebben.
3500vC++: Vrouwen in Egypte hebben een sterke positie. Ze kunnen erven, zelfstandig een beroep uitoefenen, een scheiding aanvragen en rechtszaken aanspannen. Ook kunnen ze farao worden. #DeTelegraaf/17.11.2016/pgD12
1295vC Hettieten: Hun rechtssysteem is zeer progressief en vrouwen hebben gelijke rechten. #DeTelegraaf/Reiskrant 15.11.2014; > PgGen/Hettieten
650vC++: De rechtspositie van vrouwen in Noord Europa is over het algemeen sterk. Zeker ook bij de Angelen. Zo kunnen ze eigen vermogen bezitten en erven van anderen. Bron cookit.e2bn.org/historycookbook 18.10.09 schrijft hierover:

Women could hold property and inherit lands. There was a clear difference in work between Anglo-Saxon men and women, but women could own property, hold land, swear oaths and take part in legal transactions. Crimes against women were heavily punished. Widows inherited from their husbands and had rights of custody of any children. It was not until the Norman Conquest that the system of primogeniture (inheritance by the first-born male) was introduced in England.

650vC++ Priesters: Volgens diverse bronnen zijn Germaanse (dus ook Angale) priesters zowel mannen als vrouwen. Dit strookt met het algemene Germaanse princiepe van gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.
200vC: In Wetwang (NO Yorkshire) zijn in 2013 resten gevonden van een soort buggy: een lichte paardekar met twee wielen, een boom, een dubbel juk en een verende zitting. De twee wielen hadden spaken en waren gespannen in een band van ijzer. Een soort buggy dus. Ze was bestuurd door een jonge vrouw gekleed in een rode jurk. De vondst is gedateerd op circa 200vC. De vrouw lag op haar linker zijde. Op grond van diverse gegevens was ze mogelijk een Anglische priesteres met roots in Twente. > PgBrit/Wetwang
800nC++: Door de toenemende macht van het Christendom worden de rechten van vrouwen in heel Europa steeds verder teruggeschroefd op grond van teksten en opvattingen uit het Oude Testament. Sinds het begin van de 20ste eeuw komt daar echter in West Europa weer meer verbetering in, dankzij de vrouwenbeweging en de niet-religieuse groeperingen. > Christendom
965nC: In dat jaar brengt ene Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij is afkomstig uit Cordoba in Spanje en schrijft over zijn bezoek o.a.:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De bewoners aanbidden Sirius [de Hondster], behalve de Christelijke minderheid die een kerk heeft...
...
Het recht op echtscheiding berust bij de vrouwen... Kunstmatig oog-make-up is ook een bizonderheid. Als ze dat doen, verdwijnt hun schoonheid nooit. Het is inderdaad groot in mannen en vrouwen.
1800++: Pas sinds de 19e eeuw worden vrouwen in Europa bewust van hun underdog positie en beginnen ze aan een langdurige en zware strijd om hun gelijkwaardige positie te heroveren. Het lijkt in dezen dan ook zeer aannemelijk dat de kenlijk tolerante Germaanse samenleving ondanks de christelijke onderdrukking toch op enigerlei wijze is blijven doorbestaan en uiteindelijk heeft gezorgd voor Reformatie, Verlichting, Liberalisme, Democratie en Mensenrechten.
1900++: Sinds begin 20ste eeuw komt in West Europa weer meer verbetering in de positie van vrouwen dankzij de vrouwenbeweging en de niet-religieuse groeperingen.
** Haithabu, Tolerantie, Partners

 
Vrouwenamen: > Vrouwsnamen

Vrouwsnamen: (VRN:)
()A Adela, Aelflaed, Aelfwynn, Aelid, Aethelberga, Aethelthryth, Ailde, Alid, Alma, Alyd, Ann, Anna, Anne, Babb, Beas, Bebba, Bess, Bowina, Bucly (Boekeli), Cisca, Cosse (Koosje), Cull, Darra, Dot, Dotty, Eadburg, Eadid, Ealhilde, Eanflaed, Eanid, Earma, Earwina, Elfleda, Elfwyn, Elfy, Ella, Elly, Elma, Elsa, Engelbertha, Engelina, Ercongota, Erma, Ermgarth, Esmea, Ethel, Ethelburh, Ethelflaed, Eufemia, Fea, Fenne, Geas, Gerada, Gishla, Godifa, Godilt, Gradda, Gwen, Gwendi, Gwendoline, Hadewig, Hadwig, Harrit (Hariet), Heasel, Hedwig, Hedwine, Hilda, Hisca (Hiske), Icke (Ieke), Ithamar, Lebbe, Leda, Lenny, Leny (Leentje), Lida, Lidwine, Lill, Loma, Ludgard, Lyda, Lynn, Lysbet, Lyssa, Margard, Marlin, Megan, Mennec (Menneke), Moll, Molly, Murgi, Nell, Oda, Olma, Otha, Owina, Pat, Peggy, Pheba, Phebe, Piba, Pippa, Plun, Pucly (Poekelie), Regenwise, Rowena, Sally, Seaxburg, Saexburh, Sisca, Stella, Swenna (Zwaantje), Waerburh, Winny, Winsy, Wise (Wies), Ycke (Ieke), Yolanthe, Yowina
** Mansnamen

Vruchtbaarheid: (VBH:)
- Donar: West Europese god van de donder, de vruchtbaarheid, het huwelijk en de doden. Zoon van Wodan en Frig. > Donar
- Eostre: godin van de vruchtbaaheid > Eostre
- Freya (alias Frigg) is de Anglische godin van de liefde, vruchtbaarheid, huwelijk, passie, voorkennis en magie. Haar naam leeft voort in Vrijdag, Anglisch: Frigdaeg. Ze is gehuwd met Wodan. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor) en Balder. > Freya
- Oranje: kleur van de vruchtbaarheid > Oranje
- Sirius: god/godin van de vruchtbaarheid > Sirius
- Sul: Anglische godin van de vruchtbaarheid > Sul
- Tanfana: Anglische godin van de vruchtbaarheid > Tanfana
** VVV

Vruchten: (VRC:)
()A acreberie (# framboos), aeppel (appel), aeppeltere (appelboom), apricos (abrikoos), baye (laurierbes), berie (bes, framboos), berig (=A berie), blosma (bloesem), blostm (bloesem), braem (=A brembel), brembel (braam = braamstruik, bes van braamstruik), bremel (=A brembel), castnut (kastanje), cers (kers), cerslaer (kerseboom), cranberie (veenbes), creoce (=A croce), criec (kers, pruim), croce (kroeze, kreuze; # bosbes), crosal (kruisbes), crote (kruit = slecht ooft), daedel (dadel), eawberie (bosbes), eordberie (aardbei), foxberie (vossebes), fruht (fruit, vrucht), fruhtenere (fruitboer), fyga (vijg), garnat (granaatappel), gosberig (kruisbes), haeselnut (hazelnoot), heopa (hiep = bes van hagedoorn), heathberig (bosbes), hinberies (wilde frambozen), huccleberie (kleine bes), limone (limoen, citroen), maelberig (moerbei), melo (zacht, sappig, rijp, vol, zuiver), mor (moerbei), nut (noot), ofet (ooft), ogest (oogst, oogstmaand, Augustus), ortgeard (boomgaard, fruitgaard), oust (=A ogest), paell (pelle = schil), paellan (ww pellen, schillen), pere (peer), perse (perzik), piccan (pikken, plukken), piccere (plukker), plume (pruim), prume (pruim), raisin (rozijn), raspberie (framboos), reof (knol), saep (sap), scael (schil), scalu (schil, dop), scell (schil), sla (slee; # pruim), slew (wilde pruim), smudpott (vuurpot = pot waarin vuur wordt gemaakt; gebruikt in fruitteelt tussen de fruitbomen tegen bevriezing van bloesem; voornamelijk vanaf 6 uur smorgens als de kou het ergst is), streawberige (aardbei), sumac (zure bes), weama (weeme, wheme = huis + hof + 2 morgen land + boomgaard), wulberie (wolbes)
3000vC++: Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2011): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes, en zelfs op wapens als als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen. ... Hoe de Egyptische tuinen de Grieken en Romeinen en veel later de kunstenaars uit de art-noueveauperiode inspireerden, zien we in de laatste vitrine."
650vC++: Bron LLZ/p2 schrijft: Daaruit weten we o.a., dat de Germanen nog geen ooftbouw kenden; alle vruchtennamen, behalve die van den appel, dien zij mogelijk in het wild kenden, zijn Romeinsch van oorsprong.
98nC: Tacitus: Germanen [Angelen] drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraat en karnemelk. De vruchten plukken ze in het wild. > Tacitus
** Peulvruchten, Tuinbouw

Vrij Germania: > PgGen/Germanen
Vrije Mannen: > Vrijen

Vrije Tijd: (VRT:)
2015: De drie meest gelukkige volken in de wereld zijn in volgorde AustraliŽrs, Denen en Nederlanders. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van de Verenigde Naties. De Denen zeggen dat ze zo gelukkig zijn omdat ze een goed evenwicht hebben tussen werk en vrije tijd. #NOStv/Journaal 17.3.2015
** Recreatie, Happiness

Vrijen:
btr vrije mannen/lieden itt onvrijen
()A ceorl (kerel, man, boer, dorpeling, vrijman), frea (vrije, heer), freaman (vrijman, vrije), frigea (=A frea, freaman), frihed (vrijheid, grondgebied), husleodas (huislieden = vrije en onvrije personen)
¶ Alle vrije volwassen mannen moeten ten alle tijde dienstplicht vervullen. Dat geldt dus voor circa 20% van de bevolking. #KVN
380-458nC: Widsith van Myrgingum in Fivelingo (Groningen) maakt als troubadour reizen door Europa en AziŽ. Hij draagt een gouden torque die hij van een koning kreeg, die hij op zijn reis heeft bezocht. Bij zijn thuiskomst in Myrgingum (in Fivelingo, Groningen) leent hij deze torque aan zijn vader. Dat zegt hij in regel 94-96:
94. minum hleodryhtne, tha ic to ham bicwom,
94. mijn torque, toen ik thuis bijkwam,
95. leofum to leane, thaes the he me lond furgeaf,
95. liefde ik te lenen, omdat hij me land vergaf,
96. mines faeder ethel, frea Myrginga.
96. aan mijn edele vader, vrijman in Myrginga.
> Widsith, Widsith van Myrgingum
400nC:
-- telt Angelland circa 7 miljoen inwoners
-- waarvan 20% volwassen vrije mannen
-- aantal weerplichtigen = 0.2 x 7 miljoen = 1.400.000 man
-- het Anglisch leger beschikt dus rond 400nC over een potentieel van circa 1.400.000 manschappen.
1350++: Bron GTW (p14-16) schrijft:

Twee grote ontginningen op de Veluwe waren het Olde Broek en het Nije Broek. Graaf Reinold II pakte het voortvarend aan. Op 25 februari [1334*] kwam er een oorkonde waarbij het recht van ontginnen van het Nije Broek werd gegund aan Johanne Veerenbartenssoons en Maarten Willems: ...
...
Een van de punten uit de oorkonde was dat de bewoners van het Nijbroek vrije lieden zouden zijn, en geen andere overheid hoefden te erkennen dan de graaf (hertog) van Gelre. Als hoofd van het richterambt Nijbroek werd een richter (rechter) aangesteld. Deze werd bijgestaan door uit de bevolking gekozen schepenen (raadslieden).
** Leger, Demografie, Offa van Angeln

Vrijheid: (VRH:)
()A fridome (vrijheid), frihed (vrijheid, grondgebied)
98nC: Tacitus: De Germanen dobbelen veel. Niet alleen om te gokken, maar ook om de toekomst te voorspellen of keuzes te maken. Bij hun laatste worp, als ze alles hebben verloren, zetten ze zelfs hun eigen vrijheid op het spel.
450nC++: De Anglische koningen en adel in Engeland hebben hun roots in Angelland op het Continent. Met hun migratie naar Brittannia nemen ze hun Continentale normen en waarden mee naar hun nieuwe homeland en geven daar nieuwe vormen aan. Ivan en Raymond Mitford-Barberton schrijven daarover in hun boek 'The Bowkers of Tharfield':

The Mitfords of Mitford trace their ancestry back to those remote times when the Anglian kingdom of Northumbria was a power in the land; when Oswald, Edwin and Cuthbert were not merely names, but living personages, asserting their power and influence in Church and State and social life. Northumberland is still favoured with not a few families which, like the Mitfords, lay claim to this honourable distinction. The Ridleys, formerly of Willimoteswick, now of Blagdon, the Middletons of Belsay, the Swinburnes of Capheaton, the Crasters of Craster, and probably a few others still represented in the country, though not directly connected with their ancestral properties, are distinguished for their descent from the old Anglian Nobility, who, having "come in" hundreds of years before "the Normans", brought with them, fostered and developed, the fundamental principles of those free institutions which made and have maintained England's greatness.
1375: Fredome is a noble thing to be sought and won at all costs. Citaat uit het gedicht The Brus, gechreven 1375 in het Anglesh door John Barbour. > Anglesh
¶ Vrijheidstrijders:
- Johan de Witt, regent en politicus van groot formaat. Schrijft Manifest van de Ware Vrijheid. Hij komt op voor de vrijheid van de Nederlandse ProvinciŽn. Johan wordt vermoord door een opgezweepte Haagse menigte. Zijn standbeeld staat aan de Hofvijver bij het Binnnhof in Den Haag.
- Johan van Oldenbarnevelt, raadspensionaris van groot formaat. Wordt na een politiek proces onthoofd. Leunend op een stok spreekt hij zijn laatste woorden tot het volk: Ik heb eerlijk en vroom gehandeld als een goed patriot. Zijn standbeeld staat bij het Binnenhof in Den Haag.
- Dwight Eisenhower, Amerikaanse president en oorlogsheld: De vrijheid leeft in het hart, de daden en de geest van de mens en moet elke dag opnieuw worden verdiend en vernieuwd. Zoniet, dan zal ze verwelken en sterven zoals een bloem wordt afgesneden van zijn levengevende wortels.
2013 Zambia: Zambiaanse vrouwen op het platteland leren al vroeg hoe ze hun man en zichzelf tevreden moeten houden. Ze voelen zich vrij en gelukkig als ook hun man tevreden is. #VPROtv/docu Kim Brand 20.2.2013
2015: Het positieve - vrijheid, al zeven decennia - overwint. Net als toen, in 1945. Olga Rains-Trestorff in Canada kijkt terug op haar leven. #DeTelegraaf 2.5.2015
** Liberalisme

VTO:
vergelijkend taaloverzicht
Bron WP stelt onder item Engelse Taal:

Binnen het Westgermaans vertoont het [Engels] een nadere verwantschap met de dialecten langs de Noordzeekust van Vlaanderen tot in Duitsland, doordat zich tussen 500 en 1000 zowel in deze landen als in het Engels speciale klankontwikkelingen hebben voorgedaan, de zgn. ingweonismen, zoals verlies van n voor dentale spirant ... Men onderscheidt Oudengels (tot eind 11de eeuw), Middenengels (tot ca. 1500) en Nieuwengels.

Op het Continent liggen de verhoudingen echter enigszins anders dan in Engeland, doordat er ook de Frankische taal aanwezig is. Door de onderlinge contacten tussen de Germaanse volkeren groeien de talen in de loop der eeuwen naar elkaar toe. In Engeland voltrekt dat proces zich ook, maar daar spelen de autochtone talen als Welsh en Gaelic een rol. Het volgende overzicht toont de taalcomponenten en de ontwikkelingen.

Taal
Anglisch
Anglisch
Saxisch
Frankisch
Saxisch
Normandisch
Angelland
    x
    x
    -
    -
    x
    -
Maerland
    x
    x
    -
    x
    x
    -
Engeland
    -
    x
    x
    -
    -
    x
Start
700vC
400nC
500nC
700nC
800nC
1066nC
 
Uit dit overzicht blijkt dat de talen in Angelland, Maerland en Engeland sinds 500 nC onderling geleidelijk gaan differentiŽren. Vooral de verovering van Engeland door Willem van NormandiŽ in 1066 heeft een enorme impact op de verdere ontwikkeling van het Engels dankzij het Normandisch Frans van Willem en zijn leger. De verwantschap van het Frans en het Frankisch zorgt ervoor dat de differnetiatie tussen Maerlands en Engels minder is, dan de differentiatie tussen het Mega Anglisch en de twee andere talen. In feite is de differentiatie van het Mega Anglisch beperkt, door de geringe invloed van andere talen. De ontwikkeling van die taal staat mogelijk zelfs vrijwel stil door het gebrek aan invloeden van andere talen. Uit het overzicht blijkt verder dat het Anglisch in Angelland tot 500nC de dominante taal is. Pas door de komst van de Saxen wordt dat Anglisch geleidelijk beÔnvloed. Maar het Anglisch en het Saxisch zijn verwante Germaanse talen. De veranderingen in het Anglisch zullen dus beperkt zijn.
¶ In 599nC bestaat grote verwantschap tussen de talen in de landen langs de Noordzee. Vele dialecten in Brittannia lijken sterk op streektalen op het Continent. O.a. Anglisch, Hollands, Zeeuws, Vlaams en Saxisch. #KVN
** Angelland, Angle, Maerland, Marlands, VWL, ATZA, Taal, ATZA, Angelnees, Kakkinees
# WP, DAB, KBG

Vuil: > Vuilnis

Vuilnis: (VLN:)
()A afylan (bevuilen), ator (=A ittor), attor (=A ittor), awsan (vervuilen), besem (bezem), beseman (bezemen, schoonvegen), besma (bezem), besutian (bevuilen), binn (afvalbak), bullsced (rotzooi, puinhoop), ceort (afval), cierran (keren, vegen), crung (kreng, kadaver), dearrig (modderig, vuil), ding (stront, mest), dingig (vuil, smerig), drab (drab), dreat (stront, poep), dreatig (vies, vuil), dreatpol (graspol op oude koepoep), drec (drek, mest, stront, modder), dreccarre (drekkar, strontkar, mestkar), drit (vuil, afval, poep), dritig (vuil, vies), dryte (=A dreat), dust (stof), dwaeg (schoon), dwaegan (wassen, schoonmaken), fald (vaalt, afval, mest), faldbac (afvalbak), ful (vuil), fuyl (vuil), fuylbac (vuilbak, afvalbak), fuyle (zn vuil, afval), fuylic (vuilnisbelt, stortplaats), fuylnis (vuilnis, vuiligheid), fyl (vuil), fylan (bevuilen, vervuilen, vuil maken), gemul (stof, veegsel, opgeveegd vuil), gorig (goor, morsig, vuil), horh (vuil, smerig), horhnis (vuiligheid, smerigheid), ittor (vuil, vies), ittor (vuilstort, stortplaats, vuilnisbelt), mocc (vuil, afval, smeerboel), modde (modder), moddig (modderig, besmeurd, vuil, vaal), mucc (vuil, mest), muccig (smerig), neast (vuil, vies), neastig (vuil, vies), osig (vies, vuil), osignis (vuilnis), paell (pelle = schil), paellbour (schillenboer), paet (=A pod), pisse (pis, urine), pod (troep, afval, smeerboel, mest), podder (poeder, vuilnis), podderig (vies, smerig), pot (=A pod), poup (poep), row (afval, vuil), scearn (drek), sceort (afval), scod (uitschot, afval), skyt (schijt, poep), smittian (bevuilen), smud (smet, vlek, vuil), smuddig (vuil, bevuild), sopp (afval, vuil), stencan (stinken), stinc (stank), stincan (stinken), stubba (stof, veegsel), suddel (bn vies, vuil), swil (bn vies), swil (zn swil, vies water, afval van schillen, etensresten e.d., o.a. gebruikt als varkensvoer), tip (afval, vuilnis), waest (afval), waestkyl (afvalkuil). waestput (afvalput)
Tamsbeek/Beltrum: Thans Kooigoot. Ontsprong in zgn stroe = een natte laagte. Deze stroe lag nabij de dorpskern van Beltrum. Ze werd op termijn gedempt met afval. Anno 2012 heet deze buurt De Stroet. De namen zijn afgeleid van Anglisch strou (stru) = Anglisch strout = drasland, moerassig gebied, natte laagte. De naam Tamsbeek is afgeleid van Anglisch Tam (mansnaam) + bece (beek). Dus: de beek van/bij Tam. De naam Tamsbeek prijkt anno 2012 nog op een hoeve aan de Peppelendijk in Beltrum.
** Itter, Beltrum, Reiniging

Vuur:
()A ablaese (in brand, in vlammen), aemerge (gloeiende kooltjes), asce (as), ascfaet (opslagplaats voor ast), ascfeager (asveger = borstel om as weg te vegen), ascfeld (asveld, strooiveld voor as), ast (vuur), astelidan (verbranden), axe (=A asce), baeke (=A beacan), baern (brandhout), baernan (branden), baerning (brandstof), baernte (veld waar brandhout wordt gehaald), banfyr (kampvuur gestookt met botten), bartel (houtschroot, brandhout), beacan (baken, straatlicht, vuurtoren), biernan (ww branden), blaec (vlam, licht, gloed), blaecan (blaken, gloeien, vlammen, branden, lichten), blaecaran (blakeren, schroeien, afbranden), blaecere (hanglamp; vuurpan = pan waarin vuur brandt), blaesan (blazen), blaesbealcge (blaasbalg), blaese (heldere vlam, vuur), blaespipe (blaaspijp om vuur aan te blazen), blawan (blazen), blawpipe (=A blaespipe), bleasan (blazen), blesan (blazen), bog (turf), bosse (schouw, schoorsteenmantel), braend (brand, vlam), braendan (branden, verbranden), braendere (brander, destilleerder), braendery (branderij), braendwer (brandweer), braent (brandhout, fakkel), braeth (braadlucht, brandlucht), braethan (braden, branden), brand (brand, vlam), brandere (brander, destilleerder), brandery (branderij), brond (brand, vuur, brandend stuk hout), brunst (brand, gloed), brunt (brandhaard), busfyr (bosbrand), byrnan (branden), caempfur (kampvuur), ceaman (stoken, verbranden), ceame (oven, stookplaats, schouw), ceamere (stoker; # beroep), ceamery (stokerij), ceamme (kemme = kamer met open haard), cluen (kleun = stuk turf), clun (=A cluen), coces (kooks), colbour (kolenboer = handelaar in houtskool, bruinkool, steenkool e.d.), colbraendere (kolenbrander = iemand die houtskool maakt), colbraendery (kolenbranderij = bedrijf dat houtkool maakt), cole (houtskool), dumpan (dompen, doven), eax (=A asce), ficc (fik, brand), ficcan (ww fikken, branden), fidleg (ijzeren ring rond stookgat), flakan (vlakkeren, vonken), flake (vonk, vlakkering), flamma (vlam), flint (flint, vuursteen), forbaernan (verbranden), fur (vuur), fyr (vuur), fyrbelle (vuurbel, alarmbel), fyrclocc (vuurklok = avondklok die meldt dat vuur gedoofd moet worden), fyrcorb (vuurkorf = korf met brandend hout), fyrhoc (vuurhaak = yzeren haak om iets boven vuur te hangen), fyrholt (brandhout), fyrman (brandweerman), fyrplaese (vuurplaats, haard), fyrsteal (vuurstal = kookgerei, komfoor), fyrtoran (vuurtoren), fyrwer (brandweer), fyrwud (brandhout), gas (gas), gasbagge (gasbalg of -buidel), gled (gloed, vuur), haete (hitte), haetu (hitte), hanc (trek), hat (bn heet), heard (haard), heordh (haard), heordhfyr (haardvuur), hoal (getand yzeren stang boven vuur om ketel aan te hangen), hreac (rook), hrostar (rooster in kachel), kwasing (kwazing = afgewaaid hout), lieg (zn laai, vlam), lieg (bn lichtelaaie), logge (houtblok), loggfyr (houtvuur), morgas (moerasgas), ontendan (ontsteken, aansteken), paesbace (paasvuur), pet (turf), pete (turf), pokan (ww poken), poke (zn pook), porgan (ww poken), potthoc (pothaak = haak om pot of ketel boven vuur te hangen), prodan (ww poken), prode (pook), race (vuurkuil), raec (asgat in haard), raefter (houtschroot, brandhout), reac (rook), rec (rook), recgeat (rookgat, schoorsteen), rind (schors), runstofa (platte kachel), russal (rooster in kachel), russalstocc (pook), scadde (turf), scorstin (schoorsteen), smeolan (smeulen), smidhcole (steenkool), smiec (smook, rook, brandlucht), smoca = (rook), smocian (roken), sot (roet), spearca (vonk), spearcan (ww vonken), stocan (stoken, branden), stocere (stoker, destilleerder), stocery (stokerij, destilleerderij), stochol (stookgat), stofa (stoof, kachel), sudda (zode, plag, turf), swaelan (branden, verbranden, in brand steken), swelan (smeulen, traag branden), tarf (turf), tengel (=A bartel, raefter), thrifot (drievoet = drie stokken waaraan een haak hangt boven een vuur om te koken, bakken of roosteren), tynder (tondel, aansteker), tynderbox (tondeldoos; # protovorm aansteker), uppokan (oppoken), wearmian (=A wirman), wierman (=A wirman), windbraec (windbraak, kwazing, afgewaaid hout), windfal (=A windbraec), wirman (warmen, opwarmen)
70miljVC++ Bushmen: Volk dat leeft in Zuid Afrika. Zelf noemen ze zich de San. Ze zijn de oudste vertegenwoordigers van de mensheid op aarde. Als enigen der Oermensen hebben zij de catastrofe van 65 miljoen jaar vC overleefd, toen een meteoor Mexico trof en nagenoeg alle leven op aarde uitroeide. San leven van jacht en verzamelen van plantaardige producten. Anno 2013 leven ze in kleine groepen in de Kalahari Woestijn en wonen in kleine hutten, opgebouwd uit boomtakken en bladeren. Jagen doen de mannen in kleine groepen met zelf gemaakte pijlen en bogen en speren. De vrouwen verzamelen zaden, noten, vruchten, wortels en kruiden. De San zijn een mooi, lichtbruin getint en vriendelijk volk. Ook hebben ze een goed gevoel voor humor. > PgGen/Bushmen
--- Vuur: De vaak koude nachten brengen de San door bij een kampvuur, met eten, verhalen en dansen. De vuren maken ze met een stok en droog zacht gras. De stok draaien ze tussen hun handen snel heen en weer op het zachte gras, waardoor dit even later ontvlamt. De vuren zijn mede bedoeld om leeuwen en andere roofdieren op een afstand te houden.
400.000vC++: mensen maken vuur #DWO
8000-4000vC Neolithicum: Mensen gaan dieren fokken en planten kweken voor eigen onderhoud, maken stenen gereedschap en gebruiken vuurstenen om vuur te maken. > PgGen/Neolithicum
700vC++: houtskool gebruikt om ijzer te smelten > Houtskool
336vC++: Grieken gebruiken steenkool > Steenkool
146vC++: turf als brandstof in de Lage Landen > Turf
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. > Balder
52nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Aardkluiten, die zij met de handen uitsteken, laten zij meer nog in de wind dan in de zon drogen en branden die om hun eten te koken en hun door de noordenwind verstijfde leden te warmen. Mogelijk gaat het hier om een soort turf.
100nC++: De Romeinen stoken veel hout. Dat is gebleken uit onderzoek van zgn oude lucht in poolijs. Mogelijk droeg dat bij tot de stijging van het water van de Noordzee in de periode 300-600nC en de grote natheid in Angelland in die tijd. > Klimaat, Grote Natheid
180-400nC: De Romeinen in Brittannia exploiteren vele belangrijke kolenvelden in dagbouw. De handel in steenkool strekt zich uit tot in heel Engeland en zelfs tot het Rijnland op het Continent. Steenkool wordt gebruikt voor de verwarming van badhuizen en rijke villa's.
 

500nC++: Hout is van oudsher een belangrijk bouwmateriaal voor o.a. brandstof, huizen, meubels, papier, karton, etc. Pas bij de intrede van bakstenen (12e eeuw) en plastic (20e eeuw) wordt hout relatief minder belangrijk. Rechts: brandhout opgestapeld langs de zijmuur van een oud Anglisch huis. Foto © TiedLight
 

850nC++: China maakt en gebruikt cokes voor verwarming en koken.
1000++: China gebruikt cokes om ijzer te smelten en smeden wegens houtgebrek.
1200++: Houtvoorraad in Engeland slinkt sterk. Het land schakelt over op steenkool. Later volgen andere landen op het Continent.
1650++: Europa gebruikt cokes. > Cokes
1850++: Nederland maakt en gebruikt moerasgas. > Moerasgas
1900++: West Europa maakt en gebruikt bruinkool.
 

Rechts: oude kolenkachel rond 1900AD. De kachel is gemaakt van dun plaatijzer. De stoofplaat boven wordt gebruikt om water of koffie warm te houden. Vaak ook gebruikt voor drogen van kleren aan een houten rekje of van natte schoenen. Achter de plaat de afvoerbuis van nog warme rook met daarop een ketel. Foto © TiedLight
 
2014: Aboriginals in de Outback van Australia maken nog steeds vuur met droog gras, wrijfstok en wrijfhout. (#BBCtv2film 7.11.2014) Deze techniek hebben ze vrij zeker geleerd van de Bushmen (San) in Zuid Afrika, het oudste volk ter wereld en waarvan alle andere volken in de wereld afstammen. De Bushmen leven al sinds circa 70miljoen jaar VC in Zuid Afrika. > PgGen/Bushmen
** Brandstoffen, Eostre, Zonnerad, Wagenwiel, Houtskool

 
Vuurbakens:
()A baeka (=A beacan), beacan (baken, straatlicht), beacan (baken, straatlicht, vuurbaken, teken), beacangield (bakengeld), beacanweard (bakenwachter), fyrbeacan (vuurbaken), fyrcorb (=A furcorb = vuurkorf = korf met brandend hout), fyrtoran (vuurtoren), lihthus (vuurtoren)

Vuurtorens zijn oorspronklijk open vuren die bij donker of duisternis worden aangestoken langs vaarwegen. Later worden de open vuurbakens steeds meer vervangen door ijzeren vuurkorven op palen. De manden worden gevuld met blokken hout, die bij donker aangestoken worden. Deze vuurbakens worden gebruikt tot ver in de 19e eeuw.
 
Bakenwachter: Vuurbakens worden onderhouden door bakenwachters. Zij moeten zorgen dat de baken steeds brandt als het nodig is. Daarvoor moeten ze dus steeds zorgen voor voldoende brandhout. Normaliter woont een bakenwachter vlakbij de baken waarvoor hij verantwoordelijk is.
Bakengeld: Passerende boten moeten zgn bakengeld betalen aan de regio waar de vuurbaken staat. Het geld wordt geÔnt door de bakenwachter. Het geÔnde geld gaat naar het regiobestuur.
300vC: Vuurtoren AlexandriŽ (Egypte) werkt met olielampen. De vuurtoren stort anno 1375 in door aardbeving.
100nC: Vuurtoren haven Porta bij Rome 110M hoog met op dak een groot houtvuur. #BBC4tv/2*.8.2016 > Romeinse Rijk
1850++: Hout als brandstof wordt vervangen door gas.
1900++: Gas als brandstof wordt vervangen door electriciteit.

Vuurtorens: > Vuurbakens
Vuurwapens: > Buskruit

VVV: Vruchtbaarheid, Vernieuwing en Volwassenheid
Herten zijn een oeroud symbool. In oude grotten staan vaak herten afgebeeld. Elk voorjaar schuurt een hert het vel van z'n gewei waardoor het een bloedrode kleur krijgt. Daardoor is de hert geassocieerd met Zon en Vuur. Daarom ook is de hert symbool voor Vruchtbaarheid, Vernieuwing en Volwassenheid. Per saldo wordt de hert daarom ook gezien als bemiddelaar tussen hemel en aarde. Ofwel: bemiddelaar tussen de goden en de mens. #SYM
** Vruchtbaarheid, Herten, Rood, Priesters

VWL: btr Vergelijkende Woorden Lijst > Pg Dixicon

Vijanden: (VYD:)
¶ Mijd uw vijanden, want zij hebben niets te bieden. Houd hen op een afstand, daarmee voorkomt u vele ergernissen. Houd hen op een afstand, daarmee voorkomt u vele teleurstellingen. Als grenzen worden overschreden, wijs hen dan terug. Met rustigheid kan men veel bereiken. Met redelijkheid kan men veel bereiken. Met fatsoenlijkheid kan men veel bereiken. Met serieusheid kan men veel bereiken. Met zakelijkheid kan men veel bereiken. Met correctheid kan men veel bereiken. Met koelheid kan men veel bereiken. Met afstandelijkheid kan men veel bereiken. Blijf bij uzelf. Blijf bij uw gevoel. Blijf bij uw verstand. Blijf bij uw waardigheid. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. Wie de goede weg blijft volgen, die heeft weinig te vrezen. #SRK
¶ Wie wil leven, moet kunnen leven met vijanden, want het leven kent vele vijanden. Wie wil leven moet kunnen strijden, want het leven kent veel strijd. Wie de goede weg blijft volgen, zal veel bereiken. Wie de goede weg blijft volgen, heeft weinig te vrezen. Wie de weg met God gaat, die zal rust en vrede vinden. Wie de weg met God gaat, die vindt ware kracht en zin. #SRK
¶ Wat heeft de vijand te vertellen? Wat heeft de vijand te zeggen? Wat heeft de vijand te bieden? Wat is de Waarheid? Wie kent de Waarheid? Hoe kan men in vrede samenleven met tegenstellingen? Wie goed luistert, die zal antwoorden vinden. Wie goed luistert, die vindt het ware. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. Wie de goede weg blijft volgen, die heeft weinig te vrezen. #SRK
¶ Leer uw vijand kennen en misschien wordt hij nog uw vriend. Want kennen doet begrijpen en begrijpen is vergeven. Leer uw vijand kennen en misschien wordt hij nog uw vriend. Want begrijpen is vergeven en vergeven is bevrijding. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. Wie de goede weg blijft volgen, heeft weinig te vrezen. Wie de weg met God gaat, die zal rust en vrede vinden. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
¶ Benader uw vijand zoveel mogelijk met openheid, eerlijkheid en waardigheid. Misschien wordt hij nog uw vriend. Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. De meester is geduldig en volgt de goede weg. Beter kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
** Zelfverdediging

W::

Waakposten:
Duno Heveadorp is een Anglische waakpost, die rond 50nC is gebouwd om de Romeinen lamgs de Rijn in de gaten te houden. Vanwege het continue gevaar van binnendringde Saxen bouwen de Angelen in de loop der tijd diverse bolwerken langs of nabij de grens met Saxenland. Ook bouwen ze zgn waakposten die bedreigingen tijdig kunnen signaleren.
** Duno Heveadorp (50nC++), Kraneburchten, Borgambt, Wakefield, Veiligheid

Waalborg: > Roderwolde

Waarden: (WRD:)
Wat is het leven zonder vrijheid? Wat is het leven zonder democratie? Wat is het leven zonder eerlijkheid? Wat is het leven zonder oprechtheid? Wat is het leven zonder redelijkheid? Wat is het leven zonder rechtvaardigheid? Wat is het leven zonder fatsoenlijkheid? Wat is het leven zonder vriendelijkheid? Wat is het leven zonder solidariteit? Wat is het leven zonder barmhartigheid? Wat is het leven zonder vriendschap? Wat is het leven zonder liefde? Wat is het leven zonder warmte? Wat is het leven zonder tederheid? Wat is het leven zonder geborgenheid? Wat is het leven zonder veiligheid? Wat is het leven zonder respect? Wat is het leven zonder voldoening? Wat is het leven zonder tevredenheid? Wat is het leven zonder vreugde? Wat is het leven zonder gelukkigheid? Wat is het leven zonder vrolijkheid? Wat is het leven zonder humor? Wat is het leven zonder hoop? Wat is het leven zonder geloof? Wat is het leven zonder vertrouwen? Wat is het leven zonder religie? Wat is het leven zonder vrede? Wie de goede weg blijft volgen, die zal veel bereiken. Wie de goede weg blijft volgen, die heeft weinig te vrezen. Wie de weg met God gaat, die zal rust en vrede vinden. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
** Normen, DGN, NEW (Normen en Waarden)

Waardigheid: (WDH:)
()A arweorth (eerwaarde), arweorthig (eerwaardig), arword (erewoord), earmin (hermelijn, bont), stoat (staat, waardigheid, rang, aanzien, eer), stoat (=A earmin), weordha (waarde), weordhan (waarderen), weordhig (waardig), weordhignis (waardigheid), weordscipan (waarderen, aanbidden), weordhscipe (waardering, aanbidding), weorth (wierde, waarde, buitendijks land, laag gelegen land), weorth (hoogte, land waarop een hoeve staat), weorth (wierde, terp, heuvel), weorth (bw waard), weorthan (worden), weorthig (waardig), weorthig (opzichter), weorthig (landgoed), weorthignis (waardigheid), Yor Weorthignis (Uwe Waardigheid)
 

5000vC++ Horus: In de Egyptische mythologie de zoon van oppergod Ossiris en de godin Isis. Hij is verwikkeld in een eeuwigdurende strijd met Set, die hem steeds achtervolgt, martelt, vermoordt, in stukken snijdt en de resten verbrandt. Horus ondergaat steeds het onvermijdelijke lijden met gelatenheid en herrijst daarna telkens weer. Hij wordt gezien als de god van het goede, die steeds weer herrijst uit de dood en daarna de goede weg weer vervolgt. Al in het begin van de Eerste Dynastie (2878-2818vC) wordt Horus gezien als de koningsgod en beschermer van de farao, die op aarde een zichtbare incarnatie is van hem. In hun hand dragen ze vaak het zgn Ankhkruis, teken van eeuwig leven.
 
Boven: de Egyptische god Horus met een een valkenkop en een zonnering, symbool van eenheid en eeuwig leven. De valkenkop symboliseert dat Horus alles scherp in de gaten houdt. (> Valk) De slang om de zonnering symboliseert het eeuwig vernieuwend proces, zoals een slang steeds z'n huid verliest en dan weer verder gaat.
** Eer, Herten, Hiernamaals, Eeuwig Leven

Waarheid: (WHD:)
()A eawa (eeuwige waarheid, wet, geloof), feager (eerlijk), gewiton (geweten), god (het goede, welgaan), god (bn goed), godnis (goedheid), gudh (zn goed, landgoed, god, godheid), treow (trouw, eerlijk), treowa (trouw, eerlijkheid), treowan (trouwen, huwen), treowe (waar, waareachtig, echt), treowth (waarheid)
1000vC++ MazdeÔsme: Het MazdeÔsme is een religie die ontstaat rond 1000vC in PerziŽ. Ze predikt een goede God (Ahoera Mazda) en zoeken naar waarheid, rechtvaadigheid, barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. Ze gelooft verder dat waarheid en goedheid uiteindelijk zullen overwinnen. > MazdeÔsme, AmazdeÔsme
650vC++ Angelland: Voor Angelen zijn eerlijkheid en trouw fundamentele waarden. Hun god Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Walhalla. #RRA > Wodan
¶ Gezien de Anglische vocabulair is in de Anglische cultuur waarheid een gekend begrip en wordt ze gekoppeld aan eerlijkheid, trouw en dierbaarheid. Kenlijk gaat het dus om termen met betekenis in de relationele sfeer. In de kern lijkt het erom te gaan dat een goede relatie onderlinge eerlijkheid vraagt. Eerlijkheid betekent waarheid. Kennelijk kan alleen eerlijkheid c.q. waarheid zorgen voor een goede en dus dierbare en duurzame relatie en derhalve wederzijdse trouw.
¶ Een diepe reden voor een goede en duurzame relatie lijkt te baseren op echtheid. Deze echtheid speelt een belangrijke rol in de oude Anglische cultuur. De termen echt, edel en adel blijken namelijk nauw met elkaar in verband te staan. Echtheid is weer nauw verbonden met eerlijkheid en waarheid. > Echtheid
¶ Waar waarheid wordt verdraaid of ontkend, zullen mensen onnodig lijden. Zoek de waarheid en verlos u van onwaarheid en het leven wordt verrijkt. De meester volgt de goede weg en raakt bevrijd. #SRK
¶ Wie goed ziet en luistert naar de wereld, die kent de feiten. Wie goed ziet en luistert naar zichzelf, die kent de kent de feiten. Wie de feiten goed kent, die kan goed beslissen. Wie goed kan beslissen, die zal veel bereiken. #SRK
** MazdeÔsme, AmazdeÔsme, Waarnemen, Echtheid, Objectivisme, WRT, Deugden, Adel

Waarnemen: > Luisteren, Waarheid

Waarzeggen: (WRZ:)
()A forebod (voorbode), foresecgan (voorzeggen, voorspellen), foreseon (voorzien), foresith (vooruitzicht, voorspelling, voorschouw), forespreacan (voorzeggen, voorspellen), palmestry (palmistrie = handleeskunde), wicca (wichelaar, waarzegger, tovenaar, mnl heks), wicca (bn slecht), wiccan (wikken, toveren), wiccaman (=A wicca), wiccan (wikken, wichelen, waarzeggen, toveren), wiccawif (waarzegster), wicce (heks), wickan (=A wiccan), wickel (=A wicca), wicrodd (wichelroede), wiglan (=A wiccan), wiglere (=A wicca), wiglian (=A wiccan), witega (profeet)
¶ Van oorsprong zijn tempels gebouwen met open dak waar sterrewichelaars de wil van de goden bestuderen. Later werden tempels gebouwd om een godheid te vereeren. Vooralsnog lijken de eerste tempels gebouwd in het oude Egypte. Ze werden opgetrokken van stokken en riet. > Tempels
Wicca's: Germaanse waarzeggerij wordt beoefent door mannen en vrouwen. De wicca's doen hun werk aan huis en ambulant. Ze trekken vaak langs hoeven om vragen te beantwoorden of voorspellingen te doen. Voor dit werk worden ze betaald met gaven in natura. > Menneke van Holten
Priesters: Germanen geloven in voortekens en noodlot. Het lot voorspellen ze met stukjes twijg van een vruchtboom. De stukjes krijgen elk een eigen teken ingekerfd. De priester neemt drie stukjes, kijkt naar de hemel en duidt de tekens. (#Tacitus 95nC) Ook vogels worden gebruikt bij voorspellingen. Aan de trek van vogels leest men de voortekens van het lot. Volgens Tacitus zijn wicca's dus priesters. > Priesters
Welda: Alias Velda. Anglisch god. Genoemd door Johan Picardt in zijn boek over de geschiedenis van Drenthe (1640). Welda geniet grote faam door zijn wichelarij, waarzeggen, bezweringen van de duivel en andere zwarte kunsten. #HDB/p30
Kraanvogels: In de oudheid worden kraanvogels bewonderd om hun onvermoeibaar vliegvermogen. Een vleugel van een kraanvogel is een amulet tegen uitputting. Uit hun trekgedrag in de lente en de herfst worden de boodschappen van de goden gelezen. > Kraanvogels
Wolven: De Germanen vereren de wolf als heilig dier. Odin wordt begeleid door de wolven Geri (de gretige) en Freki (de moedige), boodschappers en voorspellers van de toekomst.
Paarden worden gezien als vertrouwelingen van de goden. Priesters zien hen als belangrijkste bron van goddelijke informatie. Ze gebruiken het hinniken en snuiven van dravende witte schimmels als bron voor voorspellingen en raadgevingen.
Sjamanisme is de naam voor een oeroud, wijdverbreid, veelomvattend en zeer gevarieerd gebied van allerlei hocus pocus achtige zaken. Elke oude cultuur kent zijn eigen namen en vormen. Zo kent IndonesiŽ z'n doekoens, wonderdokters die o.a. ook doen aan droomuitleggen en voorspellen. In Amerika heten ze medicijnmannen.
** Freya, Tacitus

Waarzeggerij: > Waarzeggen

Wachtposten: (WPT:)
()A aweat (wacht, wachtpost, schildwacht, bewaking, nachtwake), aweatan (wachten, afwachten, bewaken)
** Waakposten, Kranenburchten

Wachttorens: > Kranenburchten

Waddengebied:
650vC++: Rond 650vC ontstaat langs de hele kust van de Waddenzee een uitgestrekt kweldergebied, dat alleen bij stormvloed onder water loopt. Anglische boeren uit Sleswig (Noord Duitsland) vestigen zich daar. Ze leven er op wierden, die ze zelf hebben gebouwd. Op de hoge delen van de kwelders verbouwen ze granen, oliehoudende zaden en duivebonen. In de lagere delen houden ze koeien en schapen. Ook wordt handel gedreven met het Romeinse Rijk langs de zuidovers van de Rijn.
412nC++: Na het vertrek van de Romeinen uit NW Europa sinds 412nC migreren vele Wadbewoners naar zuidelijke streken. Daarna komen andere Angelen uit noordelijke streken zich vestigen in het Waddengebied. Mogelijk hebben deze migraties te maken met het stijgen van het waternivo in de Noordzee en de Oostzee.
** Koolzaad, M35
# CVF, KBG

Waermond van Angeln (c 356-415) > Wermund van Angeln
Wagens: > Voertuigen

 

Wagenwiel:
Anglisch: waegnweol. Oeroud symbool van de goddelijke macht en grechtigheid. Voorgesteld als een wagenwiel van een ossekar. Als zodanig heden ten dage nog in gebruik bij inrit van huiserven in landelijke gebieden van NO Nederland, Engeland en Amerika. Qua symbool verwant aan het zonnerad. > Zonnewiel
Foto © KBG
 
3000vC: ondekking wiel in Egypte tijdens hijswerk stenen > PgGen
2700vC: mensen maken massieve en driedelige wielen #DWO
2700vC: eerste wagen ter wereld gebouwd in Egypte (*)
2500vC: wagenwiel (eikenhout) in Weerdinge/Drente. Dit lijkt te wijzen op vroege contacten tussen NO Nederland en Egypte. Mogelijk via Kreta.
1700vC++: Mensen maken spaakwielen. #DWO
** Wiel, Zonnerad, Voertuigen

 
Wakefield:
Stad in West Yorkshire. De naam is afgeleid van Anglisch wacefeld = bewakingszone, veiligheidszone. Anglisch wacefeld is een synoniem voor Anglisch tacefeld = taakgebied, verdedigingszone, veiligheidszone, etc. Circa 9 Km van Wakefield ligt de stad Castleford, gelegen aan rivier de Aire. Aldaar is door de Romeinen een fort gebouwd om de doorgang naar het zuiden te bewaken. Rond 410nC verlaten de Romeinen Brittannia. Rond 450nC en mogelijk al eerder wordt Yorkshire bevolkt door Angelen van Continentaal NW Europa, vrij zeker voor een groot deel uit NO Nederland. (> Neven) Mogelijk hebben zij het fort (kasteel) toen in bezit genomen en het gebied staatkundig en militair ingericht naar Anglisch model op het continent. (> Landinrichting) De afstand tussen de centra van Wakefield en Castleford is namelijk circa 9 Km. Hiermee vallen Wakefield en Castleford het meest dicht binnen de grenzen van de gemiddelde omvang van een borgambt. Dit sterkt de these dat Wakefield een oude Anglische borgambt (burough) is naar oud Anglisch model.
** Waakposten, Borgambt, Burchten, Burggraaf

Walburchten: > Burchten, Roderwolde (Waalborg)
Walburg: > Walburchten

Walhalla: (WLH:)
Oorspronklijk: Hal der Gesneuvelde Helden, de zgn Einherjars, soldaten die na een strijd worden voorgeleid aan Wodan, na selectie door Walkuren. Het Walhalla heeft 540 deuren. Door elke deur kunnen 800 einherjars naar buiten zodra de godenschemering valt. De soldaten moeten elke dag oefenen in vechten. De wonden die ze oplopen, genezen onmiddelijk. Ieder avond zitten ze aan een groot feestmaal, waarvoor een groot evertzwijn wordt geslacht, dat na het maal direct weer tot leven komt. Krijgers die elke strijd overleven en oud worden, plegen zelfmoord met een zwaard of speer om niet in bed te sterven (zgn strodood), maar om in het Walhalla te komen. (#WP) > Wodan, Walkuren
Later: In latere tijden krijgt Walhalla steeds meer de betekenis van Hemels Oord of Hemelrijk: een oord waar het goed toeven is..
1200-1500: #MDN (Middelnederlands):
--- Paradijs: 1. lusthof; 2. voorplein; 3. balkon
1956: #KEN:
--- Walhalla: paradijs of elysium van gesneuvelde helden
--- Paradijs: lusthof, hemel, heerlijk lustoord
--- Lusthof: tuin voor genoegen en ontspanning
--- Hemel: uitspansel, gewelf, plaats van volmaakt geluk, heerlijk oord, etc
--- Elysium = vallei waar eeuwige lente heerst, waar zaligen een eeuwige jeugd genieten
--- Held: 1. dappere strijder, iemand die uitblinkt door dapperheid en moed; 2. iemand die bijzonder uitmunt
--- Strijder: iemand die strijd; krijgsman; ijveraar
--- Krijgsman: soldaat, krijger
--- Krijger: soldaat, krijgsman
--- Yveraar: iemand die met ijver of geestdrift werkt voor een goed doel; vurig bewonderaar
1959: #COD
--- Walhalla (Valhalla) = palace in which souls of slain heroes feasted; from valhŲll (Old Norse) = hall of the slain
--- Hero = man of superhuman qualities favoured by the gods, demigod; illoustrious warrior
--- Heaven = sky, firmament; habbitation of God and his angels
1970*: #WP:
--- Hemel: = woning van de godheid en/of goden, verblijf van de doden die daar een hemelse zaligheid genieten
2010*: #PWO:
--- Hemel: = ether, lucht, zwerk, dampkring, firmament, hemelruim, uitspansel
1500vC++ Inglinga Saga: Odin bepaalt dat alle doden moeten worden verbrand samen met hun roerende have, want ieder komt met zoveel bezit in Walhalla als hem op de brandstapel is meegegeven. Dit gebeurt echter ook bij begraven. (#NEM/p18) > Dodendeel
1400vC++: Volgens bron RRA beveelt Odin/Wodan crematie, opdat de ziel van de gecremeerde terug gaat naar hem. Odin woont in Walhalla.
650vC++: Voor Angelen zijn eerlijkheid en trouw fundamentele waarden. Hun god Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Walhalla. #RRA

>>> Op grond van voorgaande quotes lijkt te blijken dat kenlijk in principe ieder eerlijk en trouw mens het recht heeft om toegelaten te worden tot Walhalla.

Walkuren: Mythologie: Vrouwen die gesneuvelde strijders naar het Walhalla leiden. Ze dragen wapens en rijden op snelle paarden. Ze adviseren Wodan wie mag leven of moet sterven. Romeinse historici schrijven over schrikaanjagende priesteressen die Germaanse strijders op hun veldtochten begeleiden en door het lot mensenoffers voor de goden aanwijzen. (#WP) > Walkuren
¶ Het is de vraag of in werklijkheid alle Angale Angelen het Walhalla kennen en daarover dezelfde visies hebben. (> Angalisme) Niet mag worden vergeten dat Walhalla oorspronklijk een Noorse visie is. Mogelijk hebben andere Angelen een andere visie. Helaas is daarover nog niets bekend.
Donar (Thor) is de Anglische god van de doden. Anglisch dor, dore = deur. Dor (Thor, Donar) lijkt daarmee een verwijzing naar een deurfunctie van Donar. Hij lijkt derhalve te worden gezien als de deur (poort) naar een andere wereld. (> Dor, Hiernamaals). Als zodanig lijkt hij een rol te spelen bij de beoordeling van mensen in hun laatste fase. Een soort finale rechtspraak dus. Aangzien rechtspraak gebaseerd moet zijn op rechtvaardigheid, mogen we veronderstellen dat Donar in zijn rol als hemelse portier in zijn oordelen over mensen de nodige eerlijkheid, redelijkheid en menslijkheid zal betrachten. Zoals ook de Egyptische god Horus dat doet. > Donar, Rechtvaardigheid, Tolerantie
2015: Zoon vraagt langs paranormale weg aan gestorven vader: Hoe is het pap? Vader: Het Walhalla, jongen. Seks, eten, seks, eten, seks, eten. De hele dag door, zeven dagen per week. #DeTelegraaf/15.6.2015/Rob Hoogland
** Zielkunde, Hagalaz, Hiernamaals, Levenskunde

Walkuren:
Germaanse mythologie: Vrouwen die gesneuvelde strijders naar het Walhalla leiden. Ze dragen wapens en rijden op snelle paarden. Ze adviseren Wodan wie mag leven of moet sterven. Romeinse historici schrijven over schrikaanjagende priesteressen die Germaanse strijders op hun veldtochten begeleiden en door het lot mensenoffers voor de goden aanwijzen. #WP
** Aesir

Wallen:
()A aecweal (eikenwal = aarden wal met eiken hakhout ter bescherming van akkerland tegen wild), blochus (fort, omwalde vesting), borc (=A burg), brace (akkerland begrensd door houtwal), brocce (bouwland omheind met houtwal), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting), burh (=A burg), caedwalla (kadewal, kademuur), caedweal (=A caedwalla), cingel (singel = gracht + buitenmuur, ringmuur, wal), eardweorc (aarden wal, landweer = verdegingswerk van aarde en zand), hagathorn (hagedoorn; # struik), hamstede (heemstede = groot landhuis, omgracht, met singels en muren: buitenmuren, ringmuren, wallen), holtrille (houtwal, takkenwal = wal van takken), motta (motte = omwald en omgracht huis, burcht), scorweal (schoorwal, kustwal, duinwal), thearn (doorn, stekel), thearn (landweer omringd door doornstruiken), thorn (=A thearn), walburg (walburg, borg), walda (=A wealda), waldan (=A wealdan), walla (wal, muur, kade, schans, ruÔne), waltace (waltake = omwalde bewakingszone), ward (waard, bewaarder, hoeder), weal (=A walla), wealburg (=A walburg), wealda (heerser, regeerder, bestuurder), wealda (ambtsgebied, bestuursregio), wealdan (regeren, heersen, besturen), wealdan (overweldigen, veroveren), wealde (weelde), wealtace (=A waltace), weolda (=A wealda), weoldan (=A wealdan), wieldan (=A wealdan)
** Veiligheid, Vestingen, Burchten, Landweren, Motte, Omheining, Houtwal

Wals:
Gehucht bij Gendringen in de Liemers/Achterhoek. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Slingeland. (> ASA) De naam Wals lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wal (mansnaam) + -s (van). Dus: (locatie) van Wal.
¶ In Norfolk (East Anglia) ligt het gehucht Walsingham. Norfolk is in 450-550nC bevolkt door Angelen uit Angelland. De naam Walsingham lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wals (Wals) + ing (volk) + ham (hem, oord). Dus: het oord van het volk van (uit) Wals.
¶ In Engeland bestaat een familie Walsh die genologisch afkomstig is uit NW Angelland op het Continent. (> Genologie) Hun roots kunnen derhalve mogelijk in Wals liggen. Dit feit sterkt de thesen:
- dat Walsingham in Norfolk is bevolkt door Angelen uit Wals in de Liemers
- en dat Wals in de Liemers al ver voor 450-550nC is gesticht door Angelen.
** TEHA

Walt:
Oer Anglisch voor landschap, i.c. woud, bos, vlakte, veld, etc. Ontstaan uit het Oud Germaans walthu. Latere Anglische vormen zijn weald, wold, wudo en wood.
** Wold

Waltakke: > Wapentace
Wandelen: > Lopen
Wanepe: > Paleizen

Wange:
Regio aan de Weser in NW Eemsland. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. Wenge is vermeld als Wanga op kaart KHS betreffend Saxenland rond 1000nC. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch wan (gebrek, arm, mand) + gaw. Mogelijk gaat het dus om arm land.
** Gouw

Wanneperveen: > Wanepe
Wassen: > HygiŽne, Reiniging

Wassing:
Nederlandse familienaam. Komt anno 1947 in Nederland totaal 324x voor met piek in van 83x in Gelderland. Anno 2007 totaal in Nederland 535x met hoogste frekwentie van 11x in Montferland, Gelderland.
¶ De regio Montferland wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Slingeland. De naam Wassing lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wass (mansnaam) + ing (volk). Dus: volk van Wass.
¶ Google geeft op 14.9.09 wereldwijd de volgende hits:
- Wassing -- 177.000x
- Wassingh -- 80.700x
- Wassink -- 230.000x
Hieruit blijkt dat de namen Wassing en Wassingh later voor een deel zijn versaxt tot Wassink. Deze versaxing begint in 911nC toen Angelland voor een deel in het Saxisch Rijk terecht kwam. (> Versaxing, Anglische identiteit)
¶ De naam Wassing vinden we terug in:
- Washington bij Middlesborough in NO Yorkshire, historisch een Anglische regio
- Washington bij Worthing in Wessex, historisch een Saxische regio waar ook veel Angelen zijn gesetteld.
Washington lijkt derhalve afgeleid van Washing (volk van Wass) + thun (tuin, erf, omheind land). Dus: land van de Wassings. Mogelijk waren de Washings (Wassings) afkomstig uit Montferland.
** ASA, TEHA, Versaxing, Anglische identiteit
# FRI, Meertens Instituut, KBG

Wapenfeiten:
Betreft highlights historie Anglisch volk.
** Oorlogen, Anglische macht, Offa van Angeln (gb 380nC), PgAngleTimes

Wapenrusting:
()A gorge (halsstuk van wapenrusting), hyrst (tooi, wapenrusting), waepens (wapens), waepenrocc (wapenrok = bovenkleed over wapenrusting)
10nC++: Wapenrusting Romeinse soldaten:
- hemd met korte mouwen
- korte rok van linnen of leer
- maliŽnkolder met brede plaatjes van metaal
- of: borstplaten
- brede gordel met buidel
- sandalen met hoge riembanden
- metalen helm en gezichtbescherming
- half gerond houten schild met rechte boven- en onderkant; rood en geel beschilderd met gevleugeld kruis
- soms: kop met huid van leeuw of beer ter afschrikking
- kort zwaard en/of speer
** Wapens

Wapens:: (WPS:)
()A angol (pikhaak, pikbijl), angon (speer, lans > Angon), arce (boog), arwe (pijl), bar (stormram), barta (brede bijl), batte (knuppel), becca (steekwapen), bilaex (strijdbijl), bile (bijl), bilhoc (bijlhaak, meshaak), bleade (mes, speerpunt), blyde (blijde = steenwerper), boccel (bokel; # slagwapen), boga (boog), braent (zwaard), bront (zwaard), busc (bus, buks, geweer, geschut, kanon), busccrut (buskruit), buscsceotar (busschieter, matroos), cnuppal (knuppel, knots, stam, stok), codd (kodde, knots, knuppel), cofe (ijzeren kapje onder een helm), colff (kolf, knuppel, knots), crucboga (kruisboog), dagga (kort zwaard), dolle (dolk), dork (dolk), dulc (dolk), earc (boog), earh (pijl), feon (gekartelde pijlpunt), flette (schild, wapenschild), flitaex (strijdbijl), frama (korte speer; >PgDix), franca (speer), gafeluc (speer), gar (speer, puntmes), gear (=A gar), gensa (soort mes), gesceot (geschut, geweer, kanon), glaefe (speerpunt, lancier), gorge (halsstuk van wapenrusting), gullig (groot mes), gysarm (tweesnijdende strijdbijl), handaex (handbijl), hasta (speer, lans > Hasten), hauwberc (maliŽnkolder), hearnes (harnas), helm (helm), helmbart (hellebaard), helmet (helm), heolstor (holster), heru (zwaard), hyrst (tooi, wapenrusting), isercot (pijlpunt, speerpunt), lance (lans), langboga (langboog), maesse (mes), meteseax (mes, dolk), otterspear (otterspeer = speer om otters te vangen), piccaex (pikbijl), picchoc (pikhaak), pice (piek, lans, steekwapen), pike (=A pice), poddersticc (geweer), pokan (steken), poke (dolk), pongart (pongert, pikhaak), praest (kleine knuppel met harde kop), rand (rand, schild), scaeth (schede voor mes, dolk of zwaard), sceaft (speer), scede (schede, wapenhoes), sceld (schild), sceot (schot), sceotan (schieten), scield (schild), seaxe (saxe, kromzwaard > saxe), scraemaseaxe (scramasaxe = scherp zwaard met giftige snijkant), sithe (zeisvormig wapen met lange steel), slecg (slagmes), spere (speer), sprincal (sprinkel = slagwapen), strael (pijl), sweord (zwaard), sweordcnobb (zwaardknop = knop om zwaard aan gordel te bevestigen), umbo (schildknop), ungol (=A angol), waepen (wapen), waepenmakere (wapenmaker), waepenmakery (wapenmakerij), waepenrocc (wapenrok = bovenkleed over wapenrusting), waepensmidh (wapensmid), waepensmidhery (wapensmederij)
Dagga: = kort zwaard, korte degen, grote dolk; ON dagge; ME dagger. Dit wapen is typisch Anglisch. In latere tijden is dit wapen opgenomen in het wapenschild van de Royal Anglian Army.
70miljVC++ Bushmen: Volk dat leeft in Zuid Afrika. Zelf noemen ze zich de San. Ze zijn de oudste vertegenwoordigers van de mensheid op aarde. Als enigen der Oermensen hebben zij de catastrofe van 65 miljoen jaar vC overleefd, toen een meteoor Mexico trof en nagenoeg alle leven op aarde uitroeide. San leven van jacht en verzamelen van plantaardige producten. Anno 2013 leven ze in kleine groepen in de Kalahari Woestijn en wonen in kleine hutten, opgebouwd uit boomtakken en bladeren. Jagen doen de mannen in kleine groepen met zelf gemaakte pijlen en bogen en speren. > PgGen/Bushmen
2miljvC++ mensen maken angols (soort pikhaak) > Angol
1.5miljVC Olodwai's/Z.Ngorongoro-Rifvallei-NoordTanzania: Aldaar zijn botresten van mensen gevonden uit 1.5 miljoen jaar vC. Verder ook pijlpunten en gereedschappen. #AnimalPlanet 5.12.2010 > PgGenline
200.800vC++ mensen maken speren #DWO
9000vC++ mensen maken pijlen en bogen #DWO
1300vC Exodus: Mozes trekt met de Joden uit Egypte. Ze worden achtervolgd door de Egyptenaren in strijdwagens getrokken door paarden.
800vC++: Kelten in Halbstadt/Salzburg importeren yzer uit Klein Azia, smeden wapens en helmen van yzer en bouwen een grote muur en gracht om hun stad. > PgGen/Kelten
650vC++: De wapens van Angelen en andere Germanen zijn doorgaans van zeer goede kwaliteit. Vooral de Frankische zwaarden en bijlen zijn beroemd. Voor de Saxen zijn het de zwaarden. Anglische soldaten zijn normaliter bewapend met speer, kort zwaard en schild. (# KVN, DAB)
 

650vC Rechts: aquarel van een Anglische krijger met een angolstok (grote meshaak), dagga (grote dolk) en veldbuidel rond 650vC, gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig onderzoek en analyse van de relevante feiten uit die tijd. (© STI)
 

500vC Vondst in Weerselo/Twente: speerpunt uit circa 500vC > Yzer
100vC In Ysselstein (Utrecht) is bij opgravingen in 2012 op 300 meter diepte gevonden een hak van been gemaakt uit de rechter stang van het gewei van een edelhert. De kenmerken van deze hak doen veronderstellen dat ze behoort tot de meest oorspronkelijke vorm van de angol. Het gebruik van metaal (i.b. ijzer) begint bij de Angelen al ruim bevoor 235nC. De regio Utrecht wordt rond 150vC bevolkt door Angelen. (> ASA) De gevonden hak zal derhalve kunnen dateren van ergens halfweg rond 100vC. > Angol
 

100vC-700nC Foto rechts (©): re-anactment van jonge krijger met Anglische outfit, speer en dagga. Aan de speer hangen linten in de kleuren groen en wit van het Anglisch koningshuis.
 
98nC Tacitus schrijft dat in Germania weinig ijzer wordt gevonden. De Germaanse wapens tonen dat volgens hem. Weinig soldaten hebben een zwaard of lans. #TAC/G6
 
¶ De wapens van de Angelen zijn normaliter gemaakt van hout, ijzer en leer. Voor lansen, speren, angols, pijlen en bogen gebruiken Angelen vooral ewholt (iefhout = taxushout). Taxus is hard, licht, buigzaam, duurzaam en makkelijk verkrijgbaar. Het groeit vaak vlak bij huis.
Rechts: taxusboompjes bij een oud Anglisch huis. > Taxus
 
100nC Tacitus: Bij de West-Germanen krijgt crematie geleidelijk de overhand tot in de eerste eeuwen van de jaartelling. Dit blijkt uit opgravingen en een tekst van Tacitus: Bij begrafenissen heeft geen ijdele praal plaats; alleen zij opgemerkt dat men de lijken van beroemde mannen met bepaalde houtsoorten verbrandt. De brandstapel overladen zij noch met een deken noch met specerijen; aan allen worden wapens, aan sommigen ook hun paard meegegeven. ... In latere eeuwen wordt alleen nog het paardetuig meebegraven #NEM/p18
200nC++ Nabij de Thorsberg Moor in NO Angeln zijn o.a. deposieten gevonden die vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard worden. Ze worden daarom in verband gebracht met de Marcomaane Oorlog van 166-180 nC. Ook is er een tekst gevonden:
owlthuthewaR / ni waje mariR
=
een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard
Volgens bron absoluteastronomy.com 4.6.09 staat deze tekst op een zwaard, en niet op een runesteen zoals eerder verondersteld. Gezien de tekst lijkt dit inderdaad meer waarschijnlijk. Kennelijk voeren de Angelen in die tijd dus ook zwaarden in hun gevechten. Zwaarden van krijgers zijn altijd gemaakt van gesmeed ijzer. > Thorsberg
230nC++: Angelen zijn superieure wapenmakers.
235nC: Rond dit jaar woedt een hevige veldslag in Harzhorn bij Hannover tussen Angelen en Romeinen. Uit vondsten in 2009 blijkt dat de Angelen speren met metalen speerpunten hebben, die ze vrij zeker zelf maken. Deze speerpunten zijn technisch van uitzonderlijk hoge kwaliteit en duidelijk superieur aan die van de Romeinen en Saxen. > Oldenrode
300nC++ Langs de Schipbeek in Colmschate bij Deventer wordt ijzer gesmolten en verwerkt. (> Yzer) De regio is al sinds 200vC bevolkt door Angelen. De Angelen aldaar zullen sinds die tijd dan zeker al over metalen wapens beschikken.
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. In graven en op offerplaatsen zijn gevonden: huisraad, speelgoed, munten en wapens. (#DeTelegraaf 2.5.2014) > Donkere Middeleeuwen

300-700nC Foto rechts (©) Re-enactment van een gevecht tussen Anglische strijders (links) en Saxen (rechts).
 
405nC++ Een tekst in het Anglische dichtwerk Widsith van rond 425nC roemt Offa van Angeln en zijn strijd tegen de Myrgings bij Fifeldore rond 405nC. Uit deze tekst blijkt dat de Angelen zeker ook zwaarden voeren in hun gevechten.

Offa weold Ongle,
Alewih Denum:
se waes thara manna
modgast ealra,
no hwaethre he ofer Offan   
eorlscype fremede,
ac Offa geslog
aerest monna,
cnithwesende,
cynerica maest.

Naenig efeneald him
eorlscipe maran
on orette.
Ane sweorde
merce gemaerce
with Myrgingum
bi Fifeldore;
heoldan forth sittan
Engle ond Swaefe,
swa hit Offa geslog.

Offa regeerde Angle,
Alewih de Denen;
hij was daar onder mannen
de allermoedigste,
niet echter overtrof hij Offa's
vermetele leiderschap,
en Offa veroverde
eerste maanden,
knecht (ruiter) wezende,
meeste van het koninkrijk.

Niemand evenaarde hem
meer leiderschap
op aarde.
Ene zwaard
merkte de marke (grens)
met Myrgingum
bij Fiveldore;
hielden voorts gescheiden
Angle en Swaefe
zo had Offa geslagen.

> Angeln, Angle, Angelland, HRAA
500nC: Bron WAB/p21 schrijft:
Nevertheless, the wapons, utensils, jewelery, and other objects left by the first Anglo-Saxon settlers [i.e. Angelen en Saxen] prove beyond doubt that they were a people of high culture ...
550nC++: Bron WAB/p84 schrijft:
Weland or Weyland, the blacksmith of the gods, still figures in English folklore; and close to the ancient Ridge Way along the Berkshire Downs ... there is a prehistoric tomb ... locally called Wayland Smith's Cave ... this group of stones originally formed the sepulchral chamber inside a burial mound ... and in Anglo-Saxon times ... may have been supposed to be Weland's forge owing to the finding there of bronze weapons ...
Berkshire is een historisch Anglisch gebied in centraal Engeland. Dit betekent dat de Angelen in Engeland rond 550nC nog wapens gebruiken gemaakt van brons.
625nC In Sutton Hoo (East Anglia) zijn vondsten gedaan, daterend van circa 625nC, die te maken hebben met koning Redwald (gb 565) van East Anglia. De gevonden artefacten vertonen veel gelijkenis met de Vendelcultuur in Oost Zweden. Suffolk wordt sinds circa 500nC bevolkt door Angelen afkomstig van het Continent. Onder de grote vondsten is een zgn grima, een helm met masker, gedragen door Anglische krijgers. (> Suffolk) Op de helm van Redwald zijn o.a. Anglische krijgers afgebeeld in korte tunieken en gewapend met speren en dolken.
625nC In Ezinge is in 1934 gevonden een zwaardknop van goud en ingelegd met almandiet (halfedelsteen), gemaakt rond rond 625nC. Het voorwerp is qua vorm en vakwerk vergelijkbaar met grafvondsten in Sutton Hoo in Engeland. Een zwaardknop diende om een zwaard aan een gordel te bevestigen.
1190 China: uitvinding buskruit en kanonnen > Buskruit
1227 15 juli++: Een grote troepenmacht verzamelt zich bij kasteel Nyenstede te Hardenberg. Bisschop Otto II van Lippe is aanvoerder. Vele vermaarde ridders sluiten zich aan. O.a. Bernard van Horstmar. Via de Vecht komen honderden boten beladen met proviand en wapens. Bisschop Otto maakt bekend dat ieder die veel Drenten doodt een aflaat krijgt. Otto en zijn soldaten trekken dan naar de Mommenriete in Ane. Ze zijn geharnast en zwaar bewapend. De Drenten hebben alleen spiesen, zeisen en knuppels. (#HED/p11+12) De zeis doet het meest denken aan een angol. Het is een wapen van boeren.
1600++: VOC gebruikt geweren en kanonnen. > Busschieter
** Oorlog, Yzer, Smeedkunst, Knotsen

Wapentace: > Wapentake

Wapentake: (WTK:)
Anglisch waepentace = verdedigingszone te bewaken door een Hundred (legereenheid van 100 militairen). De term is afgeleid van Anglisch waepen (wapen) + tacan (aanvallen, grijpen). Het gaat dus om een zone waar naar de wapens wordt gegrepen bij dreigend gevaar. > Hundreds
#COD: AL waepentace (waepengetaec) = wapentake =
1. een hundred = deelgebied van een shire
2. veiligheidsgszone te verdeigen door een hundred (= 100 militairen)
¶ Een wapentace kan ook een moeras zijn. Zoals in Wensley in Engeland, i.c. Yorkshire en Derbyshire. Beide locaties liggen aan natuurlijk drasland. > Wensley
Waltakke is een grote camping bij Lochem. Mogelijk was dit ooit een wapentake bij een wal. De omgeving was vroeger een groot moeras.
** Take, Veiligheid, Sheriff, Wapenveld

Wapenveld: (WPV:)
Dorp aan de Oude Wetering onder Hattem. Rond 1250 AD komt de naam voor als Wapengelde in de analen van het klooster Werden in Duitsland. Dit lijkt een verschrijving. Het woord gelde komt in Oud Nederlands voor als geldelant = onvruchtbaar land. De regio kenmerkt zich echter door vruchtbare rivierklei. In 1387 wordt Wapenveld geschreven als Wapenvelde. We mogen aannemen dat dit de oorspronklijke naam is voor de regio.
¶ De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit NW Overijssel. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch waepen (wapen) + feld (veld).
Wapentake: Wat met Wapenveld precies ooit is bedoeld, is vooralsnog niet zeker. Het kan een wapentake zijn geweest. Immers Anglisch waepentace = bewakingszone, veiligheidszone. > Wapentake
--- Dat Wapenveld een bewakingszone was, lijkt zeer goed mogelijk. Op de Veluwe en elders langs de Yssel lijken de Angelen al vroeg militaire bases te hebben. Bovendien ligt het gebied strategisch nabij de Yssel, waar in oude tijden vele rivierrovers opereren. > Legerplaatsen, Hundman
Revelingweg: > Reval

Warf:
Engels: wharf. OudEngels/Anglisch: hwearf = bank, shore; bank = oever, zandbank, COD: opgehoogde grond, hoogte, etc. Oud Nederlands: werf = plateau. Oud Fries kent de term warf = hoeve, opgehoogde grond voor hoeve (terp). Volgens bron WP is Werf: in West Nederland: grasland of voormalig grasland dat wat hoger ligt dan omringend land (hooiland, boerenerven). In Midden en Oost Nederland en aangrenzend Duitsland brink genaamd. In Oost Nederland hebben zich echter weinig Friezen gevestigd. Aangezien daar historisch veel Angelen hebben gesetteld, geldt daar dus de betekenis: warf = plateau, zandhoogte.
¶ In Eibergen bevinden zich de Warfendijk en de Warfslatweg. Warfendijk verwijst naar een dijk door een voormalig veengebied naar een warf (hoogte). De Warfslatweg naar een weg langs een slath (sloot) naar de warf. Zowel warf als dijk (dic) en slath zijn Anglische woorden.
** Werf, Warfendijk, Warfveendijk, Stellingwarf, Slath, Veendijken

Warfendijk:
Veendijk in het buitengebied van Eibergen. Het is een lange weg langs een warf. Gedeeltelijk is het een zandweg en voor de rest een klinkerweg.

De Warfendijk loopt naar een warf, een zandhoogte, die anno 2010 nog duidelijk zichtbaar glooit. Foto rechts toont de top van de warf.
** Veendijken, Warf
# FRI, KBG

Warfveendijk:
Een weg in het buitengebied van Lochem. De weg loopt over een vrij hoog en groot plateau in het landschap. Het gebied rond Warfveendijk zal dus veengebied zijn geweest, hetgeen overeenstemt met de historische gegevens. Hier geldt dus vrij zeker: warf = plateau, zandhoogte. De vroegere verveners in dit gebied waren voornamelijk afkomstig uit de regio zelf of uit andere gebieden in NO Nederland. Het gebied waar de Warfveenweg
 
loopt, lijkt geenszins (door mensen) opgehoogd, maar een natuurlijk hooger gelegen gebied. Het gebied is behoorlijk groot van omvang. Te groot om door mensen te zijn opghoogd voor bewoning. Op grond van genoemde feiten en thesen kan daarom nu het volgende worden geconcludeerd:
Aangezien het gebied nimmmer is bevolkt door Friezen, maar eerder door Angelen en later door Saxen,
- en de nabijgelegen streek Bolder verwijst naar de Anglische god Bolder (Balder) en dus verwijst naar de aanwezigheid van Angelen,
>> lijkt het vrijwel zeker dat de term warf in deze context afkomstig is uit het Anglisch, de taal van de Angelen die zich daar hebben gesetteld, ergens ruim vůůr de instroom van Saxen sedert circa 650nC.
De naam Warfveendijk in Lochem lijkt dus per saldo afgeleid van Anglisch hwearf (warf) + fen (veen) + dic (dijk).
** Warf, Bolder, Bolder Holten, Oud Anglisch, Angologie, Mega Angle, ASA, Angelland

 
Warffum:
Dorp in Noord Groningen. In de 9e eeuw Werfhem genaamd. Werfhem is Anglisch voor wharf + ham (hem, heem). Ofwel: de heem op de warf.
** Warf, ASA, Pg Dixicon (ham)

Warnsveld:
Stad bij Zutphen. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente.
- Op kaart 33 van bron RZA (1773) vermeld als Wansfeld. De betekenis van deze naam is vooralsnog onbekend.
- Op kaart 73 van bron HTN (1783) vermeld als Warringsveld. De betekenis van warring is vooralsnog onbekend. Iets zuidelijk van Liverpool in Engeland ligt de plaats Warrington.
¶ Op grond van deze feiten lijken de namen Warringsveld en Warrington afgeleid van Anglisch Warring = volk van Warr (mansnaam). Respectievelijk krijgen we dan:
- Warringsveld: AVA Warring + feld (veld) = veld van de Warring.
- Warrington: AVA Warring + tone (tuin, erf, oord) = oord van de Warring.
** Boggelaar, Hoekendaal

Warring: > Warnsveld
Warwick: > Scaerland
Warwik: > Scaerland
Warwyck, Van: Oude familienaam uit Amsterdam

Water:
()A aa (water), ae (water, rivier), aecwaeter (eikewater), apa (water), awa (water), bac (bak, waterbak), billoug (golf), brad (breed meer, plas), burna (bron, fontein, put, bronwater, drinkwater), cisterne (waterput), cwil (bron), cwillan (wellen, opborrelen), cwilpoldre (kwelpolder), cwilwaeter (kwelwater), dobba (dobbe = kuil, drinkplaats), dreappel (druppel), drincwaeter (drinkwater), ea (water, rivier), eagre (waterkruik), ebba (eb), flod (vloed), garsecg (zee, oceaan), gewat (water, rivier, kanaal, gracht), huswaeter (huiswater = water voor huislijk gebruik), linn (waterval), lopa (loop, beek, stroom), lopan (lopen, stromen), nett (nat), pump (pomp), pumpan (ww pompen), put (put), pytt (put), scepp (schep), sceppan (scheppen), sceppar (schepper = bestuurder van een zijlvest), scieppan (scheppen), sile (zijl, waterloop), silefest (zijlvest, waterschap), silt (zilt), siltan (verzilten, dichtslibben), siltig (ziltig), sipian (siepen, siepelen, sijpelen, traag en smal stromen), swil (vies, vuil water), sypalan (siepelen), sypan (siepen), upwaeter (vloed, overstroming), uth (golf), uthan (ww golven), waed (wad, water, zee), waefan (golven), waefe (zn golf), wael (bron, put, wel), waer (opspattend water), waet (nat), waeter (water), waeterbac (waterbak), waeterbour (waterboer = waterverkoper), waetercule (waterkuil, watergat), waeterfugol (watervogel), waetergeat (watergat = grondgat met water), waeterhol (watergat, poel, plas), waeteringe (wetering, afwatering, sloot, waterschap), waeterman (waterman = waterverkoper), waeterput (waterput), waeterscip (waterschap), waeterralle (waterral; # watervogel), waeterscyde (waterscheiding), waeterstand (waterstand), waeterwaeg (waterweg), waetnis (natheid), waetre (water), wafe (golf), wafian (ww golven), walem (bron, wel), wella (zn wel, bron), wellan (wellen, opborrelen), wellpal (welpaal = paal om opwellen van grondwater te bevorderen), wellput (welput = put met welwater), wellwaeter (welwater = opwellend grondwater), wilp (bronwater)
700-12vC: Op vele locaties ten noorden van de Rijn zijn sporen van bewoning en resten van begraafplaatsen aangetroffen uit de Yzertijd. De bewoning is intensief. De nederzettingen liggen voornamelijk langs beken en rivieren. (#OBA) E.e.a. zal te maken hebben met de behoefte aan water voor eigen gebruik en voor akkers en aan transport over water.
2013 Amazone/Peru: "We passeren houten huisjes waar de rivierbewoners leven, midden in de jungle. Het water van de rivier, waar wij doodziek van zouden worden, zelfs als we erin zouden zwemmen, kunnen zij probleemloos drinken. Kinderen in versleten kleertjes zwaaien lachend naar ons vanaf de kant. ... We kanoŽn met de vriendelijke rivierbewoners, die we niet verstaan - zij ons ook niet - maar hun lachtende gezichten staan in ons geheugen gegrift." (# De Telegraaf 28.9.2013 Isabel Michelotti)
** Wateren, Huiswater, -sub

Waterbeheer: > Waterwerken, Waterschappen, Water
Waterberg:/Anrhem > Hallehuis

Waterdieren:
()A coccel (kokkel), crabba (krab), creafit (kreeft), fisc (vis), granat (soort krab), lopustre (kreeft), muscle (=A mussel), mussel (mossel), musselman (mosselboer; raapt mossels uit slib op strand en verkoopt ze), ostar (oester), scell (schelp), scelp (schelp), ustar (oester), waeterraet (waterrat = grote rat die in moerassen leeft)
** Vissen

Wateren: > Waters
Watergebieden: btr meren, plassen, kolken, e.d. > Waters, Geologie

Watergeesten:
2016 Kappas: Japanse watergeeesten. #AVRO/TROStv 22.5.2016
** Watergoden, Geesten

Watergoden: (WTG:)
500vC++ Nicor: ON Nicer, Nicker. Kwaadaardige Anglische watergod wiens naam nog voortleeft in Engels Old Nick (de duivel) en nick (gevangenis; AL nic). Door sommigen wordt Nicor gezien als een kwaadaardige bosgeest. > Nicor
2014 Nagas: Buddhisten in bovenbied Mekongrivier geloven in Nagas, een watergod, die wijs en kwetsbaar is. Ze offeren hem daarom regelmatig melk van yaks (soort langharige buffel) om hem tevreden te stellen. Aan de andere goden offeren ze boter van yakmelk.
#BBC2tv 5.12.2014/Mekong

Waterleiding: > Watervoorziening

Waterlopen: (WTL:)
()A Amisia (Eems), ara (rivier, beek), aran (ww stromen), arm (arm = zijarm van beek of rivier), arnan (ww stromen, vlieden), benck (bank, oever), binnslut (afvoersloot, sloot voor vuil of overtollig water), born (grote beek of rivier), Bourna (Boorn = rivier in N.Drente-ZO.Friesland mondend in de toenmalige Middelzee), burna (bron), caneal (kanaal, sloot), coppe (bron), crike (kreek = smalle beek), crikke (kleine kreek), Denge (Dinkel/Tw), deop (diep = beek, rivier), dilf (gracht, sloot), dits (greppel, sloot), ditsan* (graven), dofe slath (dove sloot = zinloze sloot), dreggat (drecht, kreek = baggersloot, modderige sloot of geul), dule (greppel als grensmarkering), earm (=A arm), Emes (Eems), Fecta (Vecht), Fifle (Fivel), fleat (vliet = stroompje, riviertje), fleot (=A fleat), flit (=A fleat), flitan (vlieden), floh (vliet, stroom), flohan (vloeien, stromen), flow (=A floh), flowan (=A flohan), flume (rivier), flyte (=A fleat), fort (sloot), gaet (=A goet), ganc (gang, doorgang, vaarweg), Gete (Gete/Enschede; beek), goet (goot, waterloop), gong (=A ganc), grafan (ww graven), grafe (graaf = gegraven watergang), graft (gracht), greabba (gracht), greand (griend = begroeide wateroever), grep (greppel, sloot, goot, geul, gracht), gribba (=A grep), grift (grift = wetering, gracht), grob (=A grep), grobba (=A grep), grub (=A grep), grup (=A grep), gryp (=A grep), hanc (hank = dode rivierarm; kreek), haugh (zandige rivieroever), hole (riool, afvoer, greppel), houle (=A hole), Hunnepe (Dortherbeek/Gorssel), Hunus (Hunze), hwisprian (murmelen), Isel (Yssel), Isen (Yse > Yzevoorde), Isla (Yssel),


               

  boven: de belangrijkste waters in Nederland rond 400nC

lade (=A laed), laed (leiding, sloot, geul, wetering), lea (beek, rivier), leada (rivier, beek, etc), lop (loop, beek, stroom), lopan (lopen, stromen), mote (gracht, dijk), mutha (mond, monding), Mysse (Maas), nudh (waterloop, geul), nyde (=A nudh), ofor (oever), pothool (afvoerput), rabatte (geul), Reccla (Regge*), Regda (Regge), Resta (Reest), rey (sloot, greppel), Rhine (Rijn), rolpal (rollepaal = paal in bocht van vaarwater om boten midden op het water te houden en door de bocht te trekken), rull (beekje), rummelbece (slingerbeek), saele (stroom, rivier, waterloop), Scalda (Schelde), seag (zijp, stroom, beek, sloot, wetering), sec (beekje), sepel (beekje, stroompje, sloot), sepelan (=A sipelan), sic (beekje), sipe (=A sepel), sipelan (siepelen = traag stromen), slath (sloot, plas, slatland), Slinc (Slinge), slut (=A slath), sorce (bron), spreang (spreng = bron, beekje), straeng (strang = dode riverarm), stream (stroom, waterloop), streaman (ww stromen), swen (=A swin), swin (waterloop, geul), syp (zijp, stroom, beek, sloot, wetering), taem (traag stromend water), team (=A taem), telga (vertakking, zijarm), teme (=A taem), thame (=A taem), thime (=A taem), Thimes (Thiems/Hengelo TW), tylga (=A telga), waeter (water), waeterscyde (waterscheiding), waeterwaeg (waterweg), wella (oever, kade), wic (wijk = vaarsloot in polder), wiell (bron, waterbron), wiellan (wellen, opborrelen), worm (waterloop, beek, rivier)
700-12vC: Op vele locaties ten noorden van de Rijn zijn sporen van bewoning en en resten van begraafplaatsen aangetroffen uit de Yzertijd. De bewoning is intensief. De nederzettingen liggen voornamelijk langs beken en rivieren. (#OBA) E.e.a. zal te maken hebben met de behoefte aan water voor eigen gebruik en voor akkers en aan transport over water.
Locaties: BornseBeek/Borne, DeHagen/Almelo (> Almelo), Gammelkerbeek/Saasveld, Loolee/Almelo, Potlee/Zeldam (> Pot), Schipbeek (> Oxevoorde), Slinge/Groenlo, Spikkersbeek/Saasveld, Waarbeek (> Hengelo/Twente), Weezenbeek/Almelo, Yssel
** Waters, Waterwegen, Geologie, Hunze, Reccla, Regda (Regge), Resta (Reest), Thiems, Temse, Grachten, Uiterwaarden

Watermolens:
()A leada (leiding, watergeul, aanvoerkanaal bij watermolen), mella (molen), mellan (malen), myl (molen), mylan (malen), mylbece (molenbeek = beek langs een molen), raed (rad, wiel), waeter (water), waetermyl (watermolen), waeterraed (waterrad), waeterweol (waterrad), weolblaed (wielblad = schoep van waterrad), weolpyt (wielput = put waarin wiel van watermolen hangt)
1200vC++: De oudste watermolens komen rond 1200vC in gebruik in MesopotamiŽ. Vanuit MesopotamiŽ verspreidt de watermolen zich naar Europa en andere delen in de wereld. De oudste watermolens zijn zgn schoepenraden die werden gebruikt voor het malen van granen, persen van olie, bewerken van metalen, maken van papier en textiel.
¶ De oudst bekende watermolens:
- 1075nC: watermolen in Englefield bij OldWindsor/GB
Bron ASW/p76-7 (1960) schrijft:

There was often more than one mill in a village; Hatfield in Hertfordshire, for example, had four at the time of the Domesday survey. Not all the mills, however, would be as elaborate as the mill recently excavated at Old Windsor in Berkshire. This mill, which probably served the royal manor, had three vertical water wheels, working in parallel and turned by water flowing through a ditch dug for three-quarters of a mile across a bend in the Thames. The ditch, or leet [leiding, sloot], was twenty feet wide and twelve feet deep and was re-cut several times before it went out of use in the early eleventh century.
- 1126: kluismolen in Beek, Limburg
- 1188: watermolens in Twente
- 1225: watermolen "De Haller" in Diepenheim
- 1300: oliemolen bij havezathe Plekenpol in Winterwijk
- 1330: korenmolen de "Neermolen" in Maaseik/Limburg
- 1347: de Noordmolen te Azelo/Twente, vermeld in 1347 als de "Noort meule"
- xxxxx: watermolen in Langelo/Haaksbergen
- xxxxx: watermolen in Borculo
¶ In 1188nC is graaf Hendrik van Dale heer van Diepenheim. Hij komt uit Lippe in Westfalen. Een goederenlijst uit dat jaar noemt de watermolens van Twente.
¶ Watermolen "De Haller" in Diepenheim wordt genoemd in 1225 in een oorkonde over de parochiegrenzen.


          

Hierboven: de oude duo watermolen van Voorst in Gelderland in ernstig verval rond 1900.
** Molens, Plekenpol, Azelo, Diepenheim

Wateroverlast: > Watersnood
Waterplanten: > Planten & Struiken

Waterputten: (WPT:)
()A bac (houten bak, waterbak of emmer), cisterne (waterput), put (put), putcupe (kuip, tobbe), puthoc (puthaak), pytt (put), waeterput (waterput)
¶ Waterputten waren vroeger van groot belang voor mens en dier. Ze werden normaliter bij het huis gegraven. Later werden ze aan de binnenkant versterkt met wilgetakken of houten planken om instorting van de putwand te voorkomen. Weer later werden de putwanden gemetseld met bakstenen. Dat gebeurt na de introductie van bakstenen in de 13e eeuw. Putten met houten wanden dateren dus van vůůr 1200nC.
25nC: Vondsten Denekamp: boerderijen, waterputten, huisraad, etc > Denekamp
 

200nC: De Germaanse (Anglische) put van Wekerom/Ede (foto rechts) zal oorspronkelijk niet meer zijn geweest dan een gat in de kuil waarin ze rond 200nC is gegraven. Versterking van de binnenwand dateert van veel later. In Didam zijn dergelijke putten gevonden, die worden gerekend tot de oudste in hun soort. Ze dateren van rond 300nC. De put van Wekerom zal derhalve rond die tijd kunnen zijn versterkt met de holle boomstam.
 

300nC: Bron OVG (p87 ev) schrijft dat in de Achterhoek vele waterputten zijn gevonden van heel oude datum. O.a. in Wekerom en Ede (Rietkampen). De oudste zijn niet meer dan kuilen met versterkte wanden. Oorspronkelijk met wilgetakken, later met planken. In Didam zijn putten gevonden op de Kollenburg, die dateren van rond 300nC. De wanden bestonden o.a. uit uitgeholde boomstammen die door uitgraving in de grond zakten. Uit dezelfde periode is een put gevonden op het Hessenveld in het nabijgelegen Wehl.
750nC: Gezien genoemde feiten lijken de waterputten met wanden van planken geÔntroduceerd te zijn ergens halfweg 300-1200nC. Ofwel rond 750nC.
 

900nC++: Circa 900nC wordt steen gebruikt als putwand. Oorspronkelijk natuursteen, later baksteen. De putten worden dieper. Zo kunnen ook mensen op hoge zandgrond hun eigen putten slaan en hun watervooziening garanderen.
** Watervoorziening, Welputten, Wekerom, Appel, Steenbouw
 

 
Waters::
btr poelen, plassen, meren, etc
()A aa (water), aem (=A eam), Almera (Zuiderzee; later Ysselmeer), apa (water), aran (stromen, vlieden), arnan (=A aran), awa (water), beac (strand), bece (beek), bece (beek), benck (bank, oever), board (wal, kant, oever, strand), bord (=A board), borne (bron, put), borra (=A borne), burna (bron, stroom, beek), burra (bron, put, water), ciele (kil = watergeul), claeggeat (kleigat = gat in kleigrond gevuld met water), colc (kolk = plas, meer), deop (diep, diepte, watergat), diop (=A deop), dobba (dobbe = uitgeveende plas, plas in gemeen gebruik), dodda (dodde = plas, meertje), eam (water, rivier), ear (zee), flaess (vlaas = plas, heideplas), flod (vloed, stroom, rivier, overstroming), flodan (stromen, overstromen), floh (stroom, beek), flow (=A floh), flowan (vloeien, stromen), floyt (=A flute), flut (=A flod), flute (kleine plas of poel), garsecg (zee, oceaan), geat (gat = grondgat gevuld met water), gelf (golf), gelfan (ww golven), gesyd (plas, poel), gethidan (getijden), gewat (water, gracht, sloot, kanaal), hals (plas, meer), lace (meer, plas), lacu (=A lace), lahwa (poel, plas), leada (waterloop, rivier, beek, etc), linn (waterval), mar (meer, poel, plas), mare (=A mar), mare (zee), Maresdeop (zeegat tussen Texel en Nd-Holland), mear (=A mar), mere (meer, plas, zee), Middelsae (Middelzee; vrml nooderlijk deel Zuiderzee), nic (water, plas, kolk), ofor (oever), pitte (=A put), plump (plomp = poel, vijver, gracht), podel (=A puddel), pol (poel, rivier), puddel (smerige poel, moddergat), pull (=A pol), put (plas, meer, poel), putte (=A put), pyll (poel, vijver, rivier), ridh (rijt, stroom, beek), rilla (smalle stroom, beek, geul), sae (zee), sandgeat (zandgat = gat in zandgrond gevuld met water), scael (laag, ondiep), scalu (=A scael), scaluwe (=A scael), scoll (ondiepe plas of kolk), seadh (put, plas, poel), sic (zeik, beekje), silt (zilt), siltan (verzilten, dichtslibben), siltig (ziltig), slibb (slib), slibban (slibben, aanslibben, dichtslibben), slinc (slenk, geul, poel, kuil, moddergat), slond (kolk), sora (oever, kust, landingsplaats), spreang (spreng = bron, beekje), strand (strand), stream (stroom, waterloop), streaman (ww stromen), Sudsae (Zuiderzee; nu Ysselmeer), swil (vies, vuil water), syp (zijp, stroom, beek, sloot, wetering), teman (stromen), teme (traag stromende rivier), thame (=A teme), thime (=A teme), tub (plas, meertje), Vahal (Waal), waepel (poel, plas), waeter (water), waeterfeall (waterval), waetergeat (watergat = grondgat gevuld met water), waeterhol (watergat, waterbekken, bron, poel, plas), waey (waai, kolk, meer, plas), weal (wiel, kolk, poel of plas ontstaan door een dijkdoorbraak), wella (wel, bron), widapa (wijd water, groot meer), wielle (=A weal), wulf (draaikolk), wyer (vijver, molenvijver)
200vC++: In Wetwang (NO Yorkshire) is in 2013 gevonden een spiegel gemaakt van metaal (brons?), versierd en gevoerd met bruinrood otterhuid. De vondsten zijn gedateerd op circa 200vC. Archeologen denken dat spiegels werden gezien als vensters naar een andere wereld. Temeer daar mensen in die tijd:
- geloven dat meren een medium zijn tussen de aardse wereld en de andere wereld
- en dat otters heilige dieren zijn die tussen deze wereld en de andere (diepere) wereld heen en weer zwemmen.
(#BBC4tv Wetwang 21.1.2014) > PgAng/Wetwang
** Vaarwaters, Waterlopen, Watergebieden

Waterschappen: (WTS:)
()A scepper (schepper = bestuurder van een zijlvest = waterschap), sceppery (schepperij = zijlvest), silfest (zijlvest, waterschap), silfesting (=A silfest), waeteringe (wetering, afwatering, sloot, waterschap), waeterlaet (afwateringkanaal), waeterpenning (waterschapbelasting), waeterscip (waterschap)
1300++: De waterschappen in Nederland ontstaan rond 1300 AD. Ze zijn bedoeld om gezamelijk te zorgen voor veiligheid, nivo en kwaliteit van het water, onderhoud van de dijken, etc binnen het eigen gebied.
** Waterbeheer, Waterwerken, Dijken

Watersnood: (WTN:)
()A waeterhalf (door wateroverlast)
500vC-1100nC: Gronings: terp, wierde; Duits: Wurte of Warft = door mensen gebouwde heuvel voor bewoning en ter bescherming tegen wateroverlast. Huisterpen voor ťťn woning. Dorpsterpen voor meer woningen. De terpenbouw geschiedt in 500vC-1100nC langs de Noordzeekust van Zuid Jutland tot Noord Friesland. Terpen zijn circa 2 tot 7 meter hoog en beslaan een oppervlakte van 0.1 to 16 Ha. Ze bevatten meestal interessante archeologische artefacten, zoals huisraad en sieraden. In de 12e eeuw begint de bouw van dijken in Nederland, ter bescherming tegen hoogwater. Daardoor zijn terpen niet meer nodig en worden ze ook niet meer gebouwd. > Terpen
--- Kenmerken boerderijen in het verre verleden: O.a.: gebouwd op heagde, bylt e.d. (hoogte, bult) tegen wateroverlast
250nC++: De zee zorgt voor grote onverstromingen van kustgebieden in Groningen. De bewoners zijn gedwongen om hun woonstede op te hogen tegen de wateroverlast. O.a. in de wierde Biessum bij Delfzijl. Daar zijn de woonplekken circa 1.5 meter opgehoogd. #ARN/p49-51 > Biessum
300-550nC: Angelland geteisterd door stormen en grote wateroverlast.
300-600nC: De Grote Natheid. Water Noordzee stijgt > langdurige zware regens en stormen > grote overstromingen en veel landverlies langs kusten NW Europa > P36
400-500nC: In de loop van de 5e eeuw lijken vele nederzettingen in Drente te zijn verlaten. Vondsten in grafvelden bij o.a. Wijster-Looveen en Zweeloo wijzen echter op voortgezette of hernieuwde bewoning in de nabijheid. Deze verplaatsing kan zijn veroorzaakt door langdurige natheid en wateroverlast.
470nC: Prins Icel van Angeln (c 441-501) migreert rond 470nC met vele stamgenoten naar Brittannia. De reden dat Icel en zijn gevolg naar Brittannia migreren lijkt vooral gebaseerd op het steeds verder stijgen van het water van de Noordzee en de Oostzee in de periode 430-550nC. Angeln is een vrij vlak land met weinig hoogten, waar mensen veilig kunnen wonen tegen wateroverlast.
500nC: Salland is getroffen door wateroverlast. De Brink in centrum Deventer ligt anno 2013 circa 9 meter boven NAP. De Ysselkade ligt circa 6 meter boven NAP. (#www: NAP's Deventer/sep2013) Rond 500nC zal het NAP dus ook circa 5 meter zijn gestegen. De Brink zal dan circa 9-5=4 meter boven de nieuwe NAP liggen. En de Ysselkade circa 6-5=1 meter. T.o.v. het huidige (Ao 2013) normale nivo van het water in de Yssel ligt de kade circa 3 meter daarboven. (FRI) Per saldo is dus het water van de Yssel rond 500nC vergeleken met het huidige (Ao 2013) normale nivo 3-1=2 meter gestegen. Dit stemt overeen met het feit dat Centraal Salland in 300-500nC relatief natter is dan in de voorafgaande periode. (> SDV/p283) Salland ligt namelijk ingeklemd tussen de Yssel en de Vecht. Het water van de Vecht staat in open verbinding met de Yssel en zal dus rond 500nC eveneens met circa 2 meter zijn gestegen. Salland zal rond 500nC zeker voor een groot deel langdurig onder water staan. > P36, SDV/p283
1570: Allerheiligenvloed treft kusten NW Angelland. #CVF
1916-2016: zeespiegel stijgt met 14 cm > Zeespiegel
1953 februari: Zware storm teistert kusten Nederland en Engeland. Dijken breken. Veel land loopt onder. In Nederland verdrinken 1830 mensen en veel vee.
2013++ De Nieuwe Grote Natheid: > Watersnood
2013++-- Grote Natheid in Engeland > P36
2013----- Devonshire/GB getroffen door langdurige natheid > P36
2014----- jan: Somerset/GB nationaal rampgebied ivm langdurige regen
2014----- feb7: Zuid en Midden Engeland grote delen onder water door regen
2014----- feb7: Somerset/GB evacuatie mensen door grote overstromingen
2014----- feb12: evacuatie duizenden mensen wegens overstromingen
2014----- feb13: overstromingen o.a. in Sommerset en Thames Valley; water vies en besmet door riolen; electriciteit uitgevallen; vrachtauto's omgewaaid; 10-duizenden huizen verlaten
2014----- feb14: nog meer stormen, regen en overstromingen; huizen onder water o.a. in Severn regio, Blackpool, Alney, Marlow en Thames Valley
2014----- feb16: 16.000 huizen verlaten; 15.000 huizen zonder gas, water of licht; rivieren Severn en Thames ver buiten hun oevers
2014----- feb17: 670.000 huizen zonder stroom door wateroverlast
2014----- feb19: al 47 dagen slecht weer in Zuid Engeland; gevaar voor ontstaan sinkholes ofwel grote gaten waarin huizen, auto's en bomen diep wegzakken; waternivo in Surrey zakt wat (#BBC1tvNews 19.2.14); Somerset: 60 Km2 land onder water; dijken zijn zwak; rivieren kunnen watermassa niet snel lozen; Nederlands bedrijf Ten Heck pompt op megaschaal water weg in Somerset; bevolking zeer dankbaar; (#DeTelegraaf 19.2.14)
2014----- grote natheid in Nederland: > P36
2014----- mei27: zware regen in NO Nederland; hoogwater in Ommen; ponnies staan tot vlak onder hun buik in water; #NOStvJournaal
2014----- mei29: twee dagen zware regen in delen Nederland; water kan niet snel weg; akkers drijfnat; nog enige dagen zulk weer dan gaan gewassen dood; #NOStvJournaal
2014----- mei30: water Regge stijgt; uiterwaarden lopen onder; 31 ponnies in weiland bij Witharen bijna verdronken; #DeTelegaarf 30.5.2014
Deze gebeurtenissen in Engeland en Nederland zijn verglijkbaar met de Grote Natheid in Angelland in de periode 300-600nC. Alleen werden de mensen toen niet geŽvacueerd door de overheid, maar moesten ze zichzelf zien te redden.
2014----- New York bestudeert plan voor bouw van dijken en huizen op palen en terpen tegen extreme stormen en een zeespiegelstijging van twee meter. > Zeespiegel
2015----- Amerika gaat kustgebieden beschermen tegen de zee. O.a. met hulp van Nederland. > Zeespiegel
2015dec- West Engeland getroffen door hevige regens en overstromingen. Vele mensen geŽvacueerd. > P36
2016----- zeespiegel sinds 1916 gestegen met 14 cm > Zeespiegel
** Dijken, Veendijken, Zeespiegel, Klimaat, P36, Waterstanden, Waterwerken

Waterstanden: (WST:)
1621++: David Beck is schoolmeester in Den Haag, later in Arnhem. In zijn dagboek vertelt hij steevast hoe het weer is. Verder vertelt hij veel over wat hij eet, over zijn gezondheid en kwalen, zijn cotacten, de schrijfopdrachten die hij krijgt, over maanverduistering, het leven in de havens, de waterstanden van de Rijn, over zingen en muziek, over zijn voetreizen naar Nijmegen en Zutphen, etc. > Dagelijks leven
** Klimaat, Zeespiegel, Waterwerken, Dijken

Watervogels: > Vogels

Watervoorziening: (WVZ:)
()A amber (emmer), bac (houten bak, waterbak of emmer), burna (bron, put, bronwater, drinkwater), cisterne (waterput), coppe (bron), dobba (dobbe = plaats met water in gemeenschappelijk gebruik voor drink- of bluswater), drawpytt (diepe put met lang touw en emmer), eymar (emmer), gesyd (plas, poel), gewat (=A wade), loc (gat, kuil, poel, meer), pitte (=A put), plump (plomp = poel, vijver), pol (poel, rivier), pull (=A pol), pump (pomp), put (put, waterbak), putcupe (kuip, tobbe), puthoc (puthaak), putte (=A put), pyll (=A pol), pytt (put), reganwaeter (regenwater), seadh (put, plas, poel), sorce (=A burna), spreang (spreng = bron, beekje), spring (bron, waterloop), wade (wed, drinkplek voor dieren), wael (bron, put, wel), waeter (water), waeterforseoning (watervoorziening), waeterhol (waterput), waeterput (waterput), wella (wel, bron, put), wellan (wellen, borrelen), wellpal (welpaal = paal om opwellen van grondwater te bevorderen), wellput (welput = put met welwater), wellwaeter (welwater = opwellend grondwater)
Oudheid: Regenwater wordt opgevangen voor gebruik in huis en voor het vee. Daarnaast heeft men ook welputten met water dat uit de grond opwelt. Dit water wordt gebruikt als reserve voor droge tijden, zowel voor huis, vee als gewassen op het land.
3000vC++ Pakistan: De stad Mushinsulgaru in Noord Pakistan heeft watervoorziening. Water uit beken en rivieren wordt geleid naar de stad langs geulen van aardewerk. #BBCWorld 1.2.2014
3000vC++: irrigatiekanalen in Egypte > Kanalen
3000vC++: irrigatiekanalen in Oman/ZO.Arabia #Euronews/27.10.2015 > Kanalen
450vC++: Athene heeft open waterleiding van steen. > Griekenland
12vC++: Rome heeft goede watervoorziening. Langs de straten lopen open goten met schoon water. De goten zijn gemaakt van aardewerk. Elk huis heeft een aftap daarvan. #BBCtv/mrt2014/Hercularium
Angelland: Oorspronkelijk halen de Angelen hun water uit rivieren, beken en poelen. Vele huizen of nederzettingen hebben hun eigen poel, waaruit ieder water kan nemen. Sommige familienamen herinneren daar nog aan. Zoals Poelgeest en Polman.
950nC++: Boeren gebruiken veel grond, schapen vreten heidegronden kaal, varkens vreten eikels op in de bossen, productie van houtskool kost veel hout, veengronden worden uitgeturfd en ontgonnen, grote droogteperiodes, waterpeil daalt. Al deze factoren doen grote zandgronden en zandverstuivingen ontstaan. > Zandgronden
1450: In Kampen is een zgn ysselkogge gevonden (nov 2015) met in de boot een steenoven, slijptol, waterpomp en items uit de prťhistorie. De kogge meet 20x8 meter. Ze dateert uit de 15e eeuw. #DeTelegraaf/18.11.2015
--- Een kogge (kog) is een middeleeuws snelzeilend koopvaardijschip met ronde boeg. #KEE
1750++ Pomp: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... Sinds 1750 heeft de hoeve een pomp en een plee. Een hele vooruitgang. > Keuterboeren
** Water, Waters, Waterputten, Welputten, Wekerom

Waterwegen: Vaarwaters, Waterlopen, Scheepslijnen, Geologie, Banrsteen (Barnsteenroute), Waterwerken, Kanalen

Waterwerken: (WWN:)
()A bart (houten wegdek), brigge (brug), brycge (=A brigge), cal (dam), caneal (kanaal, sloot), cisterne (waterput), cringgrep (kringsloot), dam (dam), dic (dijk, dam, sloot, greppel), gewat (brug, veer, kanaal, gracht, sloot, diep, wed, drinkplaats voor dieren), graft (gracht), grep (greppel, sloot, gracht), gribba (greppel, gracht, sloot, goot, geul), grift (wetering, gracht), grup (greppel, sloot, gracht), gutta (goot), hole (riool, afvoer, greppel), houle (=A hole), inlaeth (inlaat), knipe (keersluis), loc (sluis), mote (gracht), pere (pier, strekdam), pol (poel, meertje, vijver), poldre (polder), polre (polder), pudd (sloot, greppel), puddel (poel met smerig water), pull (=A pol), pumpe (pomp), put (put), pyll (=A pol), pytt (put), rey (sloot, greppel), rottha (gracht), slath (=A slut), slath (sloot > Slath), slouse (sluis), spicca (planken brug bedekt met takkebossen en plaggen), spoy (zn spui, schutsluis), spoyan (ww spuien), staowa (stuw, waterkering), syll (sluis), syp (zijp, sloot, wetering), thula (gat, greppel, goot i.b. bij dijk of dam), tilla (brug), utlaeth (uitlaat), waeteringe (wetering, afwatering, sloot, waterschap), waeterlaet (afwateringkanaal), waeterwercan (waterwerken), wurwe (vijver)
4000vC tzunami treft Noordzee: Ontstaan van het Nauw van Calais. Deze gebeurtenis leeft nog voort in de veranderingen in Nederland langs de kusten en in het binnenland: het verdwijnen van wouden, de Romeinse waterwerken, de dijken, etc. > Kanaal
** Water, Polders, Dijken, Bruggen, Waterwegen, Watervoorziening

Watul:
Anglisch: mengsel van klei, turf en mest voor het pleisteren van muren. Door de turf en mest krijgen de muren een okergele kleur. ME: wattle. Naast turf worden ook vaak gedroogde zoden of riet gebruikt.
¶ In NO Nederland gebruikte men een mengsel van leem, koemest en ossenbloed. De kleur was uiteindelijk gelijk als die van watul.
2014: In Zuid Afrika worden hutten nog steeds gebouwd van palen en takken die worden ingesmeerd met een mengesel van klei en koeiestront. Voor de vloeren gebruikt men ook dit mengsel. Als de vloer droog is wordt ze glad geschuurd en gewreven. Daarna is ze mooi glimmend en sterk. #MAXtv 12.1.2014
** Huizen, Bruntingerhof, Ossenbloed, Wilgen
# COD, FRI, DAB, KBG

WC: > Secretie

Weaga van Angeln (c 290-350; WVA:)
Zoon van koning Weothulgeot van Angeln.
Koning van Angeln.
Zoon: Whitlaeg (gb 321).
** Angeln
# WKP 29.11.07 (ex Historia Britonum)

Wedergeboorte: (WGB:)
6000vC++ Horus: Egyptische god van Goedheid, Wijsheid, Gerechtigheid en Wedergeboorte > Horus

¶ De adelaar is een roofvogel. Vaak ook arend genoemd. Hij is een oeroud symbool van macht, gerechtigheid en wedergeboorte en komt voor in vele culturen voor. O.a. de oude Egyptenaren, de SoemeriŽrs en de Indianen in Amerika. > Adelaar
 
5000vC Stonehengers: Beschaving die vele stenen monumenten opricht in Ierland, Schotland en Engeland. I.b. Stonehenge bij Salisbury in Zuid Engeland. Verder Maes Howe op Orkney en Knowth (3200vC). Deze Megalitische cultuur gelooft in wedergeboorte en kent al in 3000vC crematie van doden. Al hun monumenten in Ierland, Schotland en Engeland staan met elkaar in verbinding. Ook doen ze al hersenoperaties. #BBCtv 8.10.2014
3000vC++: Austron = de Stralende: de Arische godin van de morgenstond ... en wedergeboorte. > Zonsopgang
650vC++: Eostre = de Anglische godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte. (> Eostre) Aangezien de Angelen via de Goten en Germanen voortkomen uit AriŽrs lijkt Eostre een Anglische modulatie van de Arische godin Austron. > SLA (Stamlijn Angelen)
Levensboom: Bron GGS/p52-53 noemt Balder de god van Lente en Licht. Hij is onkwetsbaar omdat de goden hebben beloofd hem geen kwaad te zullen doen. Alleen Loki (Loge) zweeg. Met de Winterzonnewende (Joelfeest) wordt Balders onkwetsbaarheid gevierd. Maar door een list van Loki wordt Balder dodelijk getroffen door een peil van Hyder, de blinde broer van Balder. Wodan gaat op zijn paard Lypnir de vluchtende Hyder achterna en weet hem te grijpen. Hyder wordt gedood en dan vastgebonden aan de Levensboom. In de zomer herrijst Balder echter weer. Deze gebeurtenissen symboliseren de eeuwige overgang van licht en warmte naar duisternis en kou. Ofwel de eeuwige cyclus van leven, sterven en herrijzen. > Joelfeest
** Arend, Balder, Herrijzenis, Eeuwig Leven, Onsterflijkheid, Kikkers, Zonsopgang, Joelfeest

Weefkunst: (WFK:)
()A bocrean (bokraan = stof geweven van geitehaar), canevas (canvas = sterk weefsel gemaakt van hennepdraad), comheod (komhut = hut met circa 15 cm verdiepte vloer. Dient als werkplaats. O.a. voor weven; > Didam), geloma (weefgetouw), harle (weefsel van vlas of hennep), hefelthread (weefdraad), herle (=A herle), loma (weefgetouw), linen (linnen), paell (pelle; # linnen), paellweafere (pellewever), pilow (pilo = half linnen half katoenen stof), pilowtaw (pilogetouw = weefstoel om pilo te maken), reat (weefkam), say (zijde), seolc (zijde), thraed (draad), twili (soort dubbeldraads weefsel), twin (twijn = dubbele draad), twist (draad, wrong, streng, koord), waet (gewaad, weefsel, doek), weafan (weven), weafere (wever), weafcomb (weefkam), weafcunst (weefkunst), weafery (weverij), weafgudh (weefgoed, weefsel, geweven stof), weafhut (weefhut), weafpinn (weefpin = pin om weefdraad te leiden), weafscut (weefschut = schot ter bescherming van wever), weafstol (weefstoel), weaftow (weefgetouw), webb (web, weefsel, ketting van weefgetouw), webban (weven), webbar (wever), webbcunst (weefkunst), webber (wever), webbestre (weefster), webbgudh (weefgoed, weefsel, geweven stof), webbstol (weefstoel), wefan (weven), wiff (wever), wiffan (weven), wiffere (wever), wull (wol)
2200VC++ mensen maken wol. #DWO
12vC-400nC: Volgens diverse bronnen zijn de Romeinen in de Romeinse Tijd onder de indruk van de weefkunst van de Germanen.
10nC++: Bron LLZ/p26 (1937) schrijft dat er in de terpenregio's archeologische vondsten zijn gedaan van na de jaartelling. Ze getuigen van een hogere ontwikkelingsnivo van de bewoners: benen voorwerpen als gewichten van weefstoelen, weefkammen, etc. Veel van deze vondsten liggen in het Fries Museum te Leeuwarden.
400nC++ Zweeloo in Drente is bekend om de Prinses van Zweeloo, een jonge vrouw van goede stand die leefde in circa 425-450nC. In haar graf zijn sieraden gevonden. De prinses droeg verder een gewaad van zeldzaam mooi geweven linnen en een ruitkeper.
450-550nC: Bron FBZ/p24 schrijft dat in 1918 een zgn weefkam is gevonden in een wierde bij Westeremden (N. Groningen). De kam is van taxushout en dateert uit de periode 450-550nC. Op de kam staat in runen de volgende tekst:

op haemu jibada aemlup -- iwi ok up duna le wimoed aeh thusa
letterlijk vertaald:
op heem geboden voorspoed -- ieven ook op duin lij weemoed bezit deze
vrij vertaald:
op de heem is voorspoed nodig -- ook de ieven op de duinlij hebben weemoed
- jibada = gibada = geboden (van ontbieden)
- iwi = ieven = taxusbomen
- le (ley, lo) = lij, laagland, loofbos op oeverwal
¶ Weven is tot in de 20e eeuw een belangrijke bron van inkomsten geweest voor arme boeren in NO Nederland. De komst van de Engelsman Ainsworth in Twente (Goor) in de 19e eeuw heeft een sterke push gegeven aan de ontwikkeling van de textielindustrie van Twente. Hierdoor nam de werkgelegenheid enorm toe. Talloze werkers uit o.a. Drente zijn zich sindsdien duurzaam gaan settelen in Twente.
** Garen, Spinnen, Prinses van Zweeloo, Outfit, Linnen, Textiel
++ Ezinge/Anglische hoeve

Weefsels: > naam, soort, Weefkunst, Textiel, Linnen

Weekdagen: 415nc++ (WKD:)
Anglisch: wicudaegs
Sunndaeg (Sunnandaeg) = zondag; gn naar de zon
Maendaeg (monandaeg) = maandag; gn de maan
Tiwesdaeg (tinxdaeg, tsinxdaeg, dingsdaeg) = dag waaop gedingt wordt; gn Tiwas, god van de Gerechtigheid
Wodnesdaeg = woensdag; gn Wodan, oppergod der Angelen
Goindaeg = woensdag
Thuresdaeg (thunresdaeg, thundardaeg) = donderdag; gn Thor/Donar, god van oorlog en donder > Donar
Frigedaeg = vrijdag; gn Frigg (Freya), godin van de liefde
Saeterndaeg = zaterdag; gn Saeter, god van de landbouw > Saeter
¶ Bron WAB/p82 schrijft:

The names of some of the ancient English deities are preserved to us in our words denoting the days of the week. "Sunday" is the Anglo-Saxon Sunnandaeg, the day dedicated to the Sun-god. "Monday" is Monandaeg, the Moon-god's day. "Tuesday" is Tiwesdaeg the day dedicated to Tiw, the dark god of war. "Wednesday" is Wodenesdaeg, Woden being the great god of gods. "Thursday" is Thunresdaeg, or Thunder's Day, thunder being a designation of Thor, god of storm and tempest. "Friday" is Frigedaeg, the day belonging to Frig, or Freya, the devine wife of Woden; and "Saturday" is Saeterndaeg, dedicated to Saeter, a form of Saturn.
¶ Bovenstaande ordening van de weekdagen weerspiegelt kenlijk de Anglische hiŽrarchie van de kosmische elementen. Opmerklijk is dat daarin Tiwaz (god van de Gerechtigheid) is geplaatst boven Wodan, die toch algemeen wordt beschouwd als de oppergod. (> Tiwaz) Dit lijkt te betekenen dat de Angelen vinden dat ook hun oppergod Wodan is onderworpen aan het recht. Deze opvatting vinden we terug in de Magna Charta (1215 AD) die willekeur en machtsmisbruik door de koning, adel en kerkelijke prelaten in Engeland voorgoed beŽindigd. > Democratie
415nC: Gezien de naturale namen van de weekdagen lijken de Anglische weekdagen geformuleerd bevoor de Katholieke Kerk de totale macht kreeg in de Anglische regio's. De namen van de Anglische weekdagen zijn geÔnspireerd door de Romeinse weekdagen. Deze Romeinse weekdagen zullen ergens tussen het begin en het einde van het Romeinse Rijk zijn benoemd. Dus ergens halfweg 24vC en 450nC. Dus rond 230nC. Aangezien de Angelen in Brittannia al rond 600nC gekerstend zijn, zullen de Anglische weekdagen ergens halfweg tussen 230 en 600nC zijn benoemd. Dus ergens rond 415nC. Dus bevoor de massamigratie van Angelen naar Brittannia.
Symbolen: De genoemde weekdagen verwijzen kenlijk naar levenswaarden, die voor de Angelen van primair belang zijn. I.c.:
- Sunndaeg = zondag > happiness > Zonnecultus, Happiness
- Maendaeg = maandag > lijden > Balder, Liefde, Lijden
- Tiwesdaeg = dinsdag > rechtvaardigheid > Tiwaz, Rechtvaardigheid
- Wodnesdaeg = woensdag > vonnis > Wodan, Rechtspraak, Oorlog
- Thuresdaeg = donderdag > onheil > Thor, Donar, Donder
- Frigedaeg = vrijdag > liefde > Frigg/Freya, Liefde
- Saeterndaeg = zaterdag > vruchtbaarheid > Saeter, Landbouw
** Goden, HKA (Historische Kernwaarden in Angelland)

Weekdieren: > Dieren
Weelde: > Welvaart

Weenk:
Buurtschap in Rietmolen/Neede. In de 14e eeuw staat daar het Hof te Weenk, een adelijk goed. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit Zuid Twente. De naam Weenk lijkt derhalve afgeleid van Anglisch wync (winc, wenc) = zn hoek, bocht, vleugel. De buurt ligt anno 2012 inderdaad aan een sterke bocht van de Weenkweg.
¶ De Wynken (Angl: Hwyncas [Weunkas]) zijn een Anglische stam wonend in ZW Mercia (GB). Volgens de Hidage lijst van circa 700nC bezitten ze daar 7000 hides grond = 350 Km2. Mogelijk zijn ze afkomstig uit Weenk. Uit deze regio zijn in 450-550nC Angelen gemigreerd naar Brittannia, o.a. naar Haxby in Noord Yorkshire.
** Wynken

Weer::
()A acolian (afkoelen, koud worden), aefen (avond), aefenglomung (avondgloed, schemering), aefnian (avond), beastar (biester = ruw, slecht, buierig), beorht (helder, stralend, schitterend), beostar (=A beastar), beostrig (biesterig), blaec (licht, gloed), blaesan (hard waaien), blaese (harde windvlaag), blaest (harde windvlaag, rukwind), blaexem (bliksem), blase (windvlaag), blawan (hard waaien), blayan (waaien), bleasan (hard waaien), blease (windvlaag), blesan (hard waaien), blese (windvlaag), blicsem (bliksem), boozan (bulderen, gieren, razen), boy (bui), bryse (bries), bystar (=A beastar), bystarwind (biesterwind = harde, buierige stormwind), bystrig (biesterig), caerd (koud), ceal (koel, koud), ceald (koud), cele (kil, koel), ciel (kil, koel), cis (kis = dun drijfijs), clud (wolk), cold (koud), cole (koel), daeg (douw, nevel), daegian (=A dagian), daegred (dageraad), dagian (dagen, dageraad, licht worden), daging (dagen, ochtendgloren), daw (dauw, ochtendgloren), dawan (ww dauwen, dagen, gloren), dawan (ochtendgloren), dawian (dauwen, dagen, gloren, dooien), dawing (ochtendgloren), deorc (donker), deorc maen (donkere maan), donnar (donder, gedonder), donnaran (ww donderen), donnta (gedonder), dreap (drop, drup, druppel), dreapan (ww druppen, druppelen), dreosan (druilen, motregenen), dropa (drop, drup, druppel), dropan (ww droppen, druppen, druppelen, druipen), drugad (droogte), dosc (duisternis), dostar (duister), dostarnis (duisternis), dox (=A dosc), doy (dooi), doyan (dooien), drug (droog), drugad (droogte), dryg (droog), drygad (droogte), ebba (eb), flaega (vlaag, windvlaag), flod (vloed), foag (mist, nevel), freosan (vriezen), frosta (vorst, vrieskou), full maen (volle maan), genip (nevel, mist), genipan (donker worden), gesweorc (gezwerk, bewolkte hemel), glaran (glaren, gloren), gloran (gloren), graeg (grijs, grauw), graw (grouw), grumbel (gerommel, donder), grumbelscyr (donderbui, onweersbui), grumbelsleg (donderslag), grumblan (grommelen, rommelen), gyr (guur), gysel (natte kou, vochtige kou), haegl (hagel), haeglan (hagelen), haeglscyr (hagelbui), haeglsten (hagelsteen), haeglstorm (hagelstorm), haete (hitte), haetu (hitte), hagalian (hagelen), hagol (hagel), hagolian (ww hagelen), hagolsten (=A haeglsten), hal (=A hel), hasig (wasig, nevelig, mistig), hat (heet), heafdwind (tegenwind), hefen (hemel), hefig (hevig), hefignis (hevigheid), hel (rijp, bevroren grond), hemmol (hemel, lucht), hleowe (luw, zonnig, warm), hliwe (=A hleowe), hly (=A hleowe), hrim (rijp, vorst, dunne sneeuwlaag), hweather (weer), hwett (bn nat), ies (ijs), is (ijs), isa (ijs), leoht (zn+bn licht), leohtan (lichten, weerlichten), leohting (bliksem), liht (licht), lihtan (=A leothan), lihting (= A leothing), logt (lucht), lougt (lucht), lugt (=A lougt), lyft (lucht, klimaat), maenscine (maneschijn), migga (druilregen), miggan (druilen, zeiken, motregenen), migh (wolk, mist), mighla (=A migh), mirce (donker, nat), misslan (miezelen, miezeren, dun regenen), missle (miezel, miezelweer), mist (mist), mistig (mistig), muggig (drukkend, benauwd), oulflyht (schemering), ran (regen), ranfeall (regenval), regan (regen), regn (regen), regnian (regenen), ren (regen), renan (regenen), renboge (regenboog), rendreap (regendrup), rin (regen), rinan (regenen), ruster (druilregen), rusterig (druilerig), scinan (schijnen, stralen; # licht), scor (zware bui), scur (=A scure), scure (bui, regenbui), scynan (schijnen, stralen; # licht), scyr (=A scure), sleat (natte sneeuw), sleatan (nat sneeuwen), snaa (sneeuw), snaw (sneeuw), snawan (sneeuwen), snawfeall (sneeuwval), snawflake (sneeuwvlok), snidhewind (snijdende wind), storm (storm), storman (ww stormen), stormflod (stormvloed), sunnliht (zonlicht), sunnrise (zonsopgang), sunnscine (zonneschijn), sunnsett (zonsondergang), thaw (=A daw), thawan (=A dawan), thawian (=A dawian), thawing (=A dawing), thundar (donder), thundarclap (donderklap), thundarslag (donderslag), thunor (donder), thunrian (donderen), twileoht (schemering), twiliht (schemering), uhta (ochtend), uhtagloran (ochtendgloren), updaw (opdooi), waet (nat), waetig (nattig), wawan (waaien), wearm (warm), weder (weer, weder), werlihtan (ww weerlichten), wind (wind), windan (waaien), windig (winderig, waaierig), winddore (draaiwind), windgust (windvlaag), windscure (windvlaag, windstoot, windhoos), wolc (wolk), wyrfalstorm (wervelstorm), wyrfalwind (wervelwind), ysig (ijzig), yslan (ww ijzelen), ysle (ijzel), yslig (ijzelig)
Donar: West Germaanse god van de donder, de vruchtbaarheid, het huwelijk en de doden. Zoon van Wodan en Frig. > Donar
1621++: David Beck is schoolmeester in Den Haag, later in Arnhem. In zijn dagboek vertelt hij steevast hoe het weer is. Verder vertelt hij veel over wat hij eet, over zijn gezondheid en kwalen, zijn cotacten, de schrijfopdrachten die hij krijgt, over maanverduistering, het leven in de havens, de waterstanden van de Rijn, etc. > Dagelijks Leven
1930: betreft ontginning en turfsteken tot circa 1930:
april-october: 5.00uur - 17.00uur 6 dagen per week
december-maart: geen werk wegens weinig daglicht en slecht weer
Ontgining en turfsteken gingen nagenoeg hand in hand. > Ontginning, Turf
** Temperatuur

Weerbaarheid: (WBH:)
wer (weer, dam, wierde), wera (soldaten), weran (weren, verdedigen), werbaer (weerbaar), werbaernis (weerbaarheid), wermaegth (weermacht, leger), werstand (weerstand)
¶ Weerbaarheid is een breed begrip. Angelland (Angle) is militair goed georganiseerd en heeft ook een vloot. De Angelen voeren diverse oorlogen en blijken geduchte strijders, die vele oorlogen winnen. Tacitus (c 100nC) roemt hun strijdvaardigheid. Daarnaast blijken Angelen ook mentaal goed weerbaar. Ze blijven niet lang bij de pakken neerzitten. In de periode 450-600nC migreren vele Angelen naar Brittannia, waar ze zich succesvol en duurzaam settelen. Andere Angelen in Angle verplaatsen gewoon hun nederzetting naar hoger en droger gelegen gebieden. Toch kennen Angelen ook grenzen en geloven ze in een zekere lšssigkeit (gelatenheid) en noodlot.
400-500nC: In de loop van de 5e eeuw lijken vele nederzettingen in Drente te zijn verlaten. Vondsten in grafvelden bij o.a. Wijster-Looveen en Zweeloo wijzen echter op voortgezette of hernieuwde bewoning in de nabijheid. Deze verplaatsing kan zijn veroorzaakt door langdurige natheid en wateroverlast.
450-550nC: Een deel van de bevolking van NO Nederland [i.c. West Angle] blijft in haar woongebied. Dat blijkt uit archeologische opgravingen in Zutphen, Deventer, Didam, Wijthmen, de Veluwe en het Vechtdal. Verder blijkt dat vele nederzettingen enige honderden meters zijn verplaatst. Vooral op de hoge zandruggen blijft de bewoning echter stabiel. #CAV/87-88
** Anglische Macht, Leger, Hundreds, Oorlogen, Vloot, Grote Natheid, MCAB (migratie), Lšssigkeit, Noodlot

Weerdingerwoud: (WDW:)
Bron DRG/p15 schrijft dat er in Anloo (bij de kerk), in Weerdingerwoud en in Grollerholt mogelijk ooit Germaanse tempels hebben gestaan. Aangzien Drente sinds 500vC wordt bevolkt door Angelen uit Groningen, zullen de tempels vrij zeker door Angelen zijn gebouwd.
** Tempels

Weergeld:
Anglisch: weargield (wergield) = boete voor manslag (doodslag) = zoengeld, vastgelegd in het oude landrecht. ON: weer = man; OA = wer. Dus: weergeld = de geldelijke waarde van een mens. Bij doodslag moet de dader het volle weergeld betalen. Bij zwaarder vergrijp een veelvoud daarvan en bij lichter vergrijp een deel van het weergeld. De dader moet de boete betalen aan de familie en verwanten van het slachtoffer. De preciese hoogte van het weergeld is nauwkeurig vastgelegd in het regionale landrecht. Het verschil in stand tussen edelen, vrijen en vrijgelaten slaven bepaalt de uiteiendelijke hoogte. In de Salische Wet moest voor slaven geen boete worden betaald.
--- In latere tijden krijgt Anglisch weargield ook de gewone betekenis van boete.
** Verzoening, CFO, Rechtspraak
# WP, DAB, KBG

Weerplicht: (WPL:)
()A fyrd (dienstplicht, weerplicht), fyrdman (dienstplichtige, weerplichtige, strijder, soldaat, militair), hereban (dienstplicht), wer (man, soldaat, weerplichtige), werpliht (weerplicht, dienstplicht)
¶ Alle volwassen vrije mannen in Angelland moeten ten alle tijde dienstplicht vervullen zodra dat nodig is. Dus bij oorlog of dreiging van oorlog. Deze weerplicht geldt voor alle volwassen vrije mannen, die samen circa 20% van de bevolking vormen. (# KVN, KBG) > Vrijen
400nC:
-- telt Angelland circa 7 miljoen inwoners
-- waarvan 20% volwassen vrije mannen
-- aantal weerplichtigen = 0.2 x 7 miljoen = 1.400.000 man
-- het Anglisch leger beschikt dus rond 400nC over een potentieel van circa 1.400.000 manschappen.
** Hundred, Hundreds, Leger, ARBA, Demografie, Offa van Angeln, Vrije Mannen

Weerstand:
btr gezondheid
Honing is lekker en gezond. Het wordt gebruikt op de boterham, in thee en in gebak. Honing bevat glucose en fructose (samen 70%), saccharose, water (20%), mineralen en vitaminen. Smaak en geur zijn afkomstig van aromastoffen. (#WP) Honing heeft een weldadige invloed op de mens, geeft rust en sterkt de weerstand.
** Gezondheid

Weerwolf: (WWF:)
()A wa (wee, pijn, verdriet), waje (weinig), wawulf (weerwolf; TW wawolf), werewulf (weerwolf)
¶ Een weerwolf is een man die soms verandert in een wolf.
** Wolven

Weesp:
Gemeente in Noord-Holland. Oudste vermeldingen rond 1150 AD: Wispe en Wesopa. De regio wordt al bewoond rond 250vC, die zich hebben gesetteld in de Aetsveldsche polder langs de oever van de Vecht. Rond 100vC settelen daar ook Angelen uit de Veluwe. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch wispe = natte weide. Deze etymologie strookt met de ligging van de Aetsveldsche polder langs de Vecht.
Aetsveld: Anglisch aetesfeld = haverveld.

Wegen:: (WGN:)
()A bacsten (baksteen), baeka (baken, straatlicht), baen (=A ban), baerm (berm, pad), ban (baan, weg, gangbare weg), bend (=A bent), bent (bocht, bond), bipaedh (zijpad), biwaeg (zijweg), bolwaeg (rondweg), bongwaeg (bonkweg = hobbelweg, hobbelige weg), brem (berm), breme (=A brem), cacwaeg (kakweg = weg waar gekakt wordt), calsid (kassei, kei, straatsteen, straat, verharde weg), calsidere (stratenmaker), cesling (straatsteen), clinc (klink, klinker = harde steen, baksteen, straatsteen), clincar (klinker, klink), cnuppelwaeg (knuppelweg = veenweg van boomstammen), cobban (bestraten), cobbe (kobbe = kei, straatkei), colsacc (doodlopende weg), cowwaeg (koeweg), cranga (bocht, kromming), Cyngswaeg (Koningsweg = weg tussen twee steden), dicwaeg (dijkweg), drife (dreef, drift = brede landweg), drift (=A drife), drifwaeg (drijfweg = weg waarlangs vee wordt gedreven), ealwaeg (ijlweg, snelweg), feldwaeg (veldweg, buitenweg), fenwaeg (veenweg), flintwaeg (keienweg), forestraet (winkelstraat), ganc (steeg), gare (nauwe weg), gatu (poort, nauwe straat), grenne (groene = weinig gebruikte landweg), grunne (=A grenne), haithawaeg (heideweg), Haughstrate (Hoogstraat = winkelstraat), helwaeg (=A holwaeg), herebaen (herebaan, legerweg = brede weg voor verplaatsing van legers en troepen), herewaeg (hereweg, legerweg), holtwaeg (weg door of langs bos), holwaeg (holle weg, lage diepliggende weg, lijkweg, handelsweg), lad (weg), ladna (weg naar), landwaeg (landweg), lane (laan, weg, straat), leadwaeg (=A drifwaeg), lendwaeg (zijweg), lone (=A lane), lycwaeg (lijkweg = weg waarlangs lijkkist wordt vervoerd), mael (jaagpad, promenade), menna (menweg, landweg, dreef), middelwaeg (middenweg), milstan (mijlpaal), moddwaeg (modderweg, modderige weg), mudtraec (=A moddwaeg), nenewaeg (achterweg, buitenweg), pad (=A paeth), paedh (=A paeth), paeth (pad, voetpad), pavement (plaveisel, bestrating), paveran (plaveien, bestraten, bestenen, bevloeren), pavere (stratenmaker), pea (pad, wegje), peth (heuvelweg), plafan (plaveien), plafaisal (plaveisel, bestrating), pot (=A paeth), rad (weg, straat), rade (=A rad), redwaeg (redeweg = kortse weg naar grafveld), rod (kruispunt), roda (=A rood), rodda (=A rood), rode (=A rood), roed (=A rood), rondwaeg (rondweg), rood (rode weg = weg van rode aarde), rot (=A rad), rotta (=A rad), rummelwaeg (slingerweg), saengalwaeg (slingerweg), sandwaeg (zandweg), scarm (strook langs weg tegen afbrokkeling), scydwaeg (scheidweg, grensweg), slaec (gladde weg), sleag (slechte weg), sleigh (=A sleag), snor (straatje, kleine straat), snur (=A snor), spucwaeg (spookweg =A lycwaeg), steag (steeg, smal pad), sten (steenweg, stenen weg, plaveide weg), stenrod (stenen weg), sticol (steil, moeilijk begaanbaar), sticolpaedh (moeilijk begaanbaar pad), stonwaeg (steenweg = met stenen geplaveide weg), straet (straat), straetere (stratenmaker), straetleoht (straatlicht), straetbow (stratenbouw), straetmakere (straatmaker), strait (straat), strat (=A straet), strate (=A straet), swearta (zwarte = veel gebruikte landweg), templewaeg (tempelweg = weg naar een tempel), tollwaeg (tolweg), trae (traa = smalle bosweg), traec (trekweg = zandweg met karresporen), treckwaeg (trekweg = weg waarlangs mensen te voet trekken; voetpad), twicc (tweesprong), twitt (steeg), umwaeg (omweg), utdrift (uitrit, drijfweg), waeg (weg, pad), wea (weg), weg (weg), wynd (smalle straat)
Oertijd: Voordat de mens op aard verschijnt hebben dieren al wegen. Olifanten, tijgers, apen en andere grote dieren banen zich een weg door bossen en velden. Ze onthouden deze wegen goed. Later volgen ze deze door henzelf gebaande wegen steeds weer. En zodoende ontstaan tamelijk vaste begaanbare wegen. Later doen de mensen hen dat na.
Rood (roed, roda, read) = rode weg = weg van rode aarde (= yzerhoudende grond). Komt in hele wereld voor. NB AH+LM+VL+NHL roed, rood; ME road
Hoogstraten: Anglisch Haughstrate = hoogstraat, hoge straat. De Hoogstraat in Doesburg loopt van het centrum naar een lager gelegen plas in een buitenwijk. #FRI/2014
--- Engeland: Dorpen en steden in Engeland hebben vaak een Highstreet, High Street. In dorpen zijn dat normaliter straten naar het centrum. In steden normaliter winkelstraten in het centrum.
--- Aangezien:
- hoogstraten kenlijk oude straten naar het centrum zijn
- en de centra van dorpen meestal leiden naar hun historische dorpskern
- en dorpskernen vaak de plekken zijn waar de dorpen zijn ontstaan
- en dorpen meestal ontstaan op hoge plekken in het land
- en steden normaliter zijn ontstaan uit oude dorpen
>>> zijn hoogstraten mogelijk de oudste straten van dorpen en steden.
Koeien: Vele oude dorpen en steden in Nederland hebben een Koepad, Koesteeg of Koeweg. Die liggen normaliter in of nabij het oude centrum. O.a. in Coevorden. Het zijn paden e.d waarlangs koeien achter elkaar plegen te lopen van de ene wei naar de andere, van de wei naar de stal, e.d.
2000vC++ Ossenweg: Noord-Zuid Duitsland > Ossenweg
250vC++: De Romeinen kennen al rond 250nC wegen en straten verhard met stenen.
10nC++: Bij het Domplein te Utrecht zijn houten resten gevonden van een Romeinse weg uit circa het jaar 10nC. #RCE/28.9.2011
200nC++ Zuid-Holland: De Romeinen leggen dijken en wegen aan waardoor het gebied bewoonbaar wordt. > Zuid-Holland
300nC++: Het stroomgebied van de Drentse A wordt doorsneden met vele wegen in noord-zuid richting. Anno 2012 is dat nog te zien aan de vele karresporen in het BalloŽrveld.
1050++: In Groningen Stad worden de wegen rond 1050nC verhard.
1150++: Oude Twentse Weg: Zwolle-Schuilenburg-Wierden-Almelo--- Duitsland.
1406++: Steenweg bij landgoed Kranenburg te Utrecht. > PgK-K/(Kranenburg Utrecht)
1550++: In Nederland ontstaat rond 1550 het postwezen. Ze zorgt er o.a. voor dat de toestand van de wegen langzamerhand beter wordt. (#INS 2011/4)
1800: Tot circa 1800 zijn vele wegen erg modderig met diepe kuilen en moeilijk begaanbaar. Dat maakt reizen moeizaam en traag. Vele steden zijn vaak lange tijd niet te bereiken. De vele pleisterplaatsen in Nederland zijn daarom onmisbaar. > Reizen
1800++: Wegen in Nederland worden op grote schaal verhard. I.e.: Vele oude zandwegen worden bedekt met een laag grint of steenslag. (#INS 2011/4) > Tolwegen
1827++: Aanleg Zuiderzeestraatweg Zwolle-Amersfoort. Een weg van 6.683.300 klinkers. Kosten: 350.000 toenmalige guldens. Het Rijk betaalt 15.000 gulden. De rest moet worden terugverdiend met veertien tolhuisjes langs de weg. De aanleg gaat van west naar oost. Vele stratemakers komen uit Putten. De mannen kruipen op hun knieŽn van Amersfoort naar Zwolle. Ze wonen waar ze werken. Bij de Ysselbrug is het geld op. Daarom blijven ze in Putten wonen. Anno 2015 is de weg goeddeels geasfalteerd.
--- Bevoor 1827 reed men per postkoets van Zwolle naar Amersfoort. Dat was luxe, alleen weggelegd voor rijken. Een rit van 12 uur. Voor de paarden was het zwaar. Een onconfortabele rit. In de winter is de Veluwe een grote modderpoel. In de zomer lopen de wielen vast in het rulle zand. En dan nog al die struikrovers die achter elke heidepol op de loer liggen.
#DeTelegraaf 18.7.2015/"Een stukkie straotweg" Diny Griede/Wezep
¶ Ken uw doel. Weet waar u naartoe wil. Ken uw wensen. Weet wat u wil bereiken. Ken de weg. Ken de problemen. Ken de antwoorden. De meester kiest de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. Beter kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
** soort, Heerbanen, Handelswegen, Hessenwegen, Landwegen, Paden, Veenwegen, Waterwegen, LACA, Postwegen, Transport, Voertuigen, Reizen, Tolgeld, Levensweg

Wegnamen: (WNM:)
Betreft namen van oude wegen en paden in historisch Anglische regio's geanalyseerd naar oud Anglisch gebruik. > HAG
Aalten: Romienendiek = de dijkweg waarlangs het Romeinse leger trok
Apeldoorn: Arnhemseweg = de weg naar Arnhem
Beekbergen/Gld: Enkweg = de weg langs de enk
Beekbergen/Gld: Veldhofweg = de weg langs het veld waar een hof staat
Beltrum/Gld: Goormansslathweg = de weg langs de sloot van een veenwerker
DenHaag: Kranenburgweg = de weg langs vrml landgoed Kranenburg
Ede: Diedenweg = weg van de Rijn langs Ede naar Flevomeer > Diedenweg
Eibergen: Warfendijk = de dijkweg langs de warf (hoge grond)
Eibergen: Warfslatweg = de weg langs de sloot bij de warf
Hengelo/Ov: Bornse Dijk = de dijkweg van Deurningen naar Borne
Vorden: Sietweg = Achterweg = de achterafweg = weg in buitengebied Vorden
Warnsveld: Boggelaarweg = weg langs een veen waar een boggelaar (veenwerker) woont
** Namen, Naamregels

Wehta van Angeln (c 360-420)
Zoon van koning Wihtlaeg van Angeln (gb 320) en NN.
Zijn nazaten worden koning van Kent.

Weiden: > Weiland

Weiland: (WLD:)
()A all (omheinde wei), angar (weide, grasland), anger (wei, veld), bealcge (hoog gelegen weide), beamt (beemd = waterrijk weiland), boowis (natte weide bij een stal), bracla (gescheurd weiland), bullart (stierenwei = wei met jonge stieren), cuweda (koeweide = 440x440 roeden = 0.57 Ha), dreas (dries = weide, grasland), drys (=A dreas), eowan (ww eeuwen = weiden, voeren), eowhurst (horst die begraasd wordt), eowland (schrale weide, begraasd land, grasweide), fael (klein veld, weide), faettweda (vetweide = weide van beste kwaliteit), fen (niet maaibaar weiland), fenn (natte weide), fihweda (veeweide), fugolweda (vogelweide = land ongeschikt voor akkerbouw), goscaemp (ganzenwei), gosweda (ganzenwei), graes (gras), graescamp (stuk grasland, weiland), graesland (grasland), grenta (weide), gros (=A grus), grun (=A grus), grus (gras, weiland), hale (omheinde wei), hall (omheinde wei), heortweda (hertenweide), hetting (weide, weiland), hlaera (laar = clearing, open plek in bos, weide, boomgaard, drasland), hlar (=A hlaera), honwaithe (hoenderwei), horsfael (paardeveld, paardewei), horsweda (paardewei), laer (laar = clearing, open plek in bos, bosweide), laes (grasland, weide, weiland), laesbroc (weidebroek = broekland gebruikt als weide = natte weide), leace (=A laes), leah (=A ley), ley (ligging, open grond, grasland, weide), made (=A maedland), maed (=A maede), maede (weiland, grasland, hooiland, uiterwaarde), maedeland (=A maede), maedere (maaier), maedke (kleine maed), maedland (=A maede), maedwe (=A maede), maen (meen = gemeenschappelijke weide), maer (weiland), maerce (weiland, grasland), maete (weide), maete (maet = laag gelegen natte weide of hooiland), maeth (=A maete), maethe (=A maete), mathe (=A maete), mead (weiland), meada (=A mead), mearsc (weidestreek), med (=A mead), meoce (kleine wei), mette (weide voor mestkoeien), mos (veengrond, moeras), mycen (meek, kleine wei), oxpenn (kleine ossenweide), oy (ooy = nat en laag weiland in bocht van rivier), oye (=A oy), pa (weiland), pas (beemd, weiland), pasture (weiland), pe (weiland), penn (omheinde weide), pogbylt (varkensbult, varkensweide), preat (=A prat), praet (weide, weiland, grasland), ric (weiland), rundcaemp (runderkamp, runderwei), sceapbealcge (schapenbult, schapenweide), scaephetting (schapenweide), sceran (=A scyran), scere (schere = maat voor grazers (NO Nederland); 1 koe = 1 schere; 1 vaars = 3/4 schere; 1 pink = 1/2 schere; een weiland van 20 scheren = een weiland waar hooguit 20 koeien mogen/kunnen grazen), sciran (=A scyran), scyr (stuk omgeploegd land), scyran (scheuren = omploegen van weiland om er bouwland van te maken), scyrthwang (scheurdwang = plicht om deel weiland om te zetten in bouwland), scyrweda (scheurweide = gescheurde weide), sen (weide), sticmaete (stikmate = weide waar vee kan grazen gebonden met touw aan stok), stoppelmaete (stoppelmaat = gemaaid grasland), swaeg (zwaag = weiland), synwede (natte weide, laag gelegen weide, weide in drasland), waetermaedwe (natte weide), waitha (weide), waye (wei, weide), wayland (weiland), weda (weide, wei, veld), wedaland (weiland), wede (weide), wee (wei, weide), wes (natte weide), wesland (nat weiland), wey (wei), wis (natte weide), wispe (natte weide), wys (natte weide), wyshace (clearing in bos bij natte weide)
Soortnamen: Balken in huizen, molens, schuren, karren, ploegen, zeisen en andere houtwerken hebben in het Anglisch vaak een eigen afzonderlijke soortnaam afhanklijk van hun aard of functie. Akkers en weiden hebben normaliter ook een eigen soortnaam. Dat heeft vaak te maken met hun gesteldheid, vorm, ligging of gebruik. > Soortnamen


          

    boven: historisch weiland met koeien (foto © STI)

¶ De gronden waar de Angelen wonen zijn vaak drassig en nat. Dergelijke gronden worden al in het verre verleden normaliter gebruikt als grasland voor het houden van vee (Angl: feoh). O.a. koeien (cowas), ossen (oxas), varkens (fearks), geiten (gatas), schapen (sceapas), ganzen (giesas) en kippen (cicens). Bron RZA (p109; 1773) schrijft hierover:

Zy [Sneek] legt ruim vier uuren van Leeuwarden, ..., in laage moerassige Landen, die geenszins tot Koornakkers, maar meest tot Weiden voor het Vee dienen; ...
** Grasland, Koeien, Veehouderij, Ossenwaard  

Wekerom:
Dorp nabij Otterlo op de Veluwe. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig van Apeldoorn.
¶ Het Wekeromse Zand is een groot natuurgebied bij Wekerom. Aldaar bevinden zich een Germaanse put en zgn Celtic Fields, een verkeerde naam voor zgn raatakkers.
¶ Raatakkers stammen uit de IJzertijd (700vC-12nC). Gezien de aanwezigheid van Angelen, lijken de raatakkers in Wekerom door hen te zijn aangelegd. Temeer daar de roggebouw bij de Angelen zeer belangrijk, zo niet kenmerkend is en raatakkers specifiek voorkomen in de Noord Germaanse landbouw.
¶ Gezien de noodzaak van water, zal de waterput vrijwel direct zijn aangelegd met de komst van de Angelen rond 200vC. Temeer daar de put gelegen is bij de raatakkers en deze raatakkers specifiek horen bij de Noord Germaans landbouwcultuur.

¶ De Germaanse (Anglische) put van Wekerom (foto rechts) zal oorspronkelijk niet meer zijn geweest dan een gat in de kuil waarin ze rond 200nC is gegraven. Versterking van de binnenwand dateert van veel later. In Didam zijn dergelijke putten gevonden, die worden gerekend tot de oudste in hun soort. Ze dateren van rond 300nC. De put van Wekerom zal derhalve rond die tijd kunnen zijn versterkt met de holle boomstam.
¶ De regio Wekerom wordt rond 200vC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig uit Apeldoorn. De Germaanse put zal dus vrij zeker zijn aangelegd door Angelen aldaar.
¶ Gezien de Anglische bevolking lijkt de naam Wekerom afgeleid van Anglisch wac = week (bnw) + rum = ruimte. Dus: weke ruimte, ofwel: gebied met weke grond. Wekerom ligt bij de bron van de Grote Valkse Beek, die dwars door het dorp loopt. Het is derhalve goed mogelijk dat de regio nogal nat en dus week was.
¶ In 814nC wordt Wekerom genoemd als Wicheromloo. De ch-klank = g-klank lijkt afkomstig van de Franken die daar circa 800nC settelen. De zachte g-klank komt niet voor in het Anglisch, maar is kenmerkend voor het Frankisch. Kennelijk heeft de streektaal de harde g-klank behouden in de vorm van Wekerom en is deze naam later weer officeel geworden.
¶ De oudste bebouwing van Wekerom ligt aan de Roekelse Weg. Daar staat o.a. de oudste boerderij van Wekerom.
** Waterputten, Raatakkers, Rogge, ASA
# FRI, WKP 8.9.10, DAB, KBG

Welbevinden: (WLB:)
Het is opmerklijk hoe sterk psychotherapie sinds de 20ste eeuw de nadruk legt op jezelf zijn ofwel echt zijn. Dat is namelijk goed voor je functioneren, welbevinden en zelfwaardering. Opmerkijk is dat bij de Oude Angelen echt zijn ook al erg wordt gewaardeerd en edel en adel wordt genoemd. > Echtheid, Edel, Adel
¶ Zie de wereld. Hoor de wereld. Voel de wereld. Ruik de wereld. Blijf bij uzelf, dan staat u sterk. Wie de goede normen en waarden volgt, die kent de weg. De meester is gerust en volgt de goede weg. #SRK
** Zelf, Welgaan, Happiness

Welda:
Alias Velda. Anglische god. Genoemd door Johan Picardt in zijn boek over de geschiedenis van Drenthe (1640). Welda geniet grote faam door zijn wichelarij, waarzeggen, bezweringen van de duivel en andere zwarte kunsten. #HDB/p30

Weldam:
Landgoed en kasteel in Goor, Twente. De naam is afgeleid van Anglisch wel (wel, goed) + dam (dam). Het goed wordt voor het eerst genoemd in 1380 als Wolter van Weldamme wordt beleend met "den Weldam vor des Stichts leen - gheleghen in den kerspel van Gore" door de bisschop vn Utrecht. In 1389 wordt Wolter genoemd als hij het goed Kevelham overdraagt aan Willem Splinter als onderpand van een lening. Op grond van Weldam staat een oud Anglicaanse kapel, die een streekfunctie vervult.
# FRI, weldam.nl 3.6.10, DAB

Welgaan: (WLG:)
()A god (bn goed), god (het goede, welzijn, welgaan), god daeg! (goede dag!; # groet), god gan! (goede reis!, het beste!), god niht! (goede nacht!), godnis (goedheid, welgaan), wel (bn wel, goed), wela (welzijn, welgaan), weldaega (welgaan, goede tijd), weldon (weldoen), welgan (welgaan), welnis (welzijn), wulthu (weldoen)
¶ In het Angalisme (Anglisch Naturalisme) is bidden een soort communicatie met een god of meer goden. Een gebed omvat lofuitingen jegens de aangeroepen god of goden, gevolgd door een verzoek. Meestal gaat het om geluk en voorspoed in het algemeen. Soms om succes in een belangrijke zaak. Bijvoorbeeld om beterschap bij ziekte, vruchtbaarheid van land of vee, geluk in de liefde, succes in de handel of succes in een strijd.
1850: In de 19e eeuw heeft een arts de volgende tien geboden geformuleerd:

  1. Uw voedsel zij eenvoudig en natuurlijk.
  2. Kleed u doelmatig.
  3. Zorg voor zuivere lucht.
  4. Bemin de zindelijkheid.
  5. Verschaf u eene matige beweging.
  6. Geniet eene geregelde rust.
  7. Wees voorzichtig bij al uwe ondernemingen.
  8. Blijf uwe driften of gemoedaandoeningen meester.
  9. Wagt u voor onmatigheid in spijs en drank.
10. Vlied den wellust.
1910: Physical and mental health go hand in hand. Aldus de Brit Baden-Powell (1857-1941), bedenker en oprichter van de Padvinderij. Deze uitspraak is een variant op het bekende gezegde A sound mind in a sound body.
--- E.e.a. betekent dat we ons algehele welgaan alleen kunnen bevorderen langs twee wegen, die we beide moeten gaan: de fysieke plus de geestelijk weg.
2014: Mensen in centraal SiciliŽ leven gezond, zijn gelukkig en worden heel oud. Ze halen makkelijk 106 jaar. De regio is arm en het leven is er karig. Ze leven eenvoudig. Ze verbouwen alleen wat graan en groente en houden wat koeien en kippen. Ze werken graag zonder te overdijven. Ze bewegen veel en tuinieren veel en met plezier. Ook drinken ze graag wijn. Ze vinden familie heel belangrijk. Ze voelen zich goed. Ze willen nooit doodgaan. Een man van 86 zegt dat hij zich 50 voelt. Hij ziet er bizonder gezond uit en heeft nauwelijks rimpels. Hij zegt dat hij vaak 't idee heeft dat hij nooit zal sterven. #MAXtv 22.1.2014
2014: Wim Hof (the Iceman) stelt dat het menslijk zenuwstel in principe vele zware beproevingen kan doorstaan. Het moet alleen goed geprikkeld worden om optimaal te functioneren. Hij traint mensen daarom door ze zo bloot mogelijk door sneeuw te laten lopen. Centraal gaat het om een goede ademhaling en koudheid. De intense kou stimuleert het zenuwstel beter te functioneren. Hierdoor voelen mensen zich beter. #VARA P&W 4.2.2014
--- Een man in Engeland lijkt de Iceman te bevestigen. Hij loopt elke dag bloot door het land, slaapt in een tent en eet wat hij tegenkomt. Hij doet dit al zes jaar en straalt veel gezondheid en happiness uit. #BBC4tv nacht 5.2.2014
2015: Positivisme sterkt de happiness en gezondheid en bevordert een lang leven. (#VARAtv/Pauw 3.3.2015) > Positivisme
2015: Mensen moeten minimaal 25 minuten per dag lopen om hun lichamelijke en geestelijke gezondheid te bevorderen. Dat is o.a. goed tegen obesitas. #BBC2tv/WorldNews 15.1.2015
2016: Lopen is goed voor het algehele welgaan. Vooral voor het emotionele welgaan. Dansen is helemaal perfect. Het bevordert het algehele welgaan en de happiness. #BBC1tv 19.4.2016
2016: Jordania is een land in het Nabij Oosten. Ondanks de vele onlusten en oorlogen in omringende landen is Jordania een oase van rust en vrede. Dat heeft te maken met het overheidsbeleid van Power of Humanity and Peace. De Jordaanse overheid luistert goed naar alle verschillende bevolkingsgroepen en zorgt in haar beleid dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan al hun wensen. Daardoor heerst er al decennia lang een klimaat van stabiele rust en vrede. Indirect zorgt dit beleid ook voor duurzame welvaart en tevredenheid. (#MAXtv/EricaTerpstra 24.4.2016) > Menslijkheid
¶ Al het goede dient het welgaan. Steeds het goede doende en het onnodig kwade latende, bereikt men uiteindelijk het hoogst bereikbare. Waar mogelijkheden eindigen, resten berusting en gelatenheid. Meer kan een mens waarlijk niet doen. De meester volgt de goede weg en ondergaat het onvermijdelijke lijden. #SRK
¶ Zie de wereld. Hoor de wereld. Voel de wereld. Ruik de wereld. Blijf bij uzelf, dan staat u sterk. Wie de goede normen en waarden volgt, die kent de weg. De meester is gerust en volgt de goede weg. #SRK
** Deugdzaamheid, Levenskunde, Hagal, Happiness, Gezondheid, Goedheid, Plichten, Deugden, Dansen

Welling:
Nederlandse familienaam. Komt in 1947 totaal 991x voor, voornamelijk in Gelderland (432x), met piek in Montferland. De regio Montferland is rond 150vC bevolkt door Angelen uit de regio Berkelland. Volgens de gangbare theorie zou de naam Welling derhalve kunnen zijn afgeleid van Anglisch wella (bron) + ing (volk). Dus: het volk bij de bron. (> Maashees)
¶ De naam Welling komt ook voor in Groessen, Liemers. Aldaar staat in het buitengebied de Wellinghoeve, een heel gezellig koffieterras zowel binnen als buiten in een mooie omgeving.
¶ De naam Welling komt ook voor als locatienaam in Oost Londen. Verder als familienaam in Amerika. Bekend is Tom Welling (gb 1977), model, later acteur, tv-regisseur en -producent.
¶ Welling komt ook voor in Engeland in Wellingborough en Wellington. Als familienaam en als plaatsnaam in:
- Wellingborough bij Northampton (Herefordshire)
- Wellington in Herefordshire, Salop en Somerset, historisch Anglische regio's.
Mogelijk zijn genoemde regio's ooit gesticht door Wellings uit Montferland. De namen zijn namelijk Anglisch te herleiden tot:
- Wellingborough: Welling + burg (burcht, borg): de borg van Welling
- Wellington: Welling + thun (tuin, erf, land): het erf van Welling
¶ Via de Rijn is er al in de Romeinse Tijd (12vC-400nC) scheepvaart tussen Angelland en Brittannia. Het lijkt derhalve zeer wel mogelijk dat er ooit een Welling was die vanuit de Liemers migreerde naar Londen en daar een kolonie stichtte, waaraan zijn naam werd verbonden. De Rijn stroomt in die tijd nog via de Oude Rijn naar Katwijk bij Rijnsburg. Daar zal het vertrekpunt dus moeten zijn geweest. (> Engelandvaarders) Mogelijk gebeurde de migratie ergens in 450-500nC, toen circa 3 miljoen Angelen vanuit Angelland migreerden naar Brittannia.
** Maashees, ASA, TEHA
# FRI, Meertens Instituut 7.7.2010, WKP 7.7.2010, DAB, KBG

Welputten:
Anglisch: wellputtan. Welputten zijn putten met welwater, zijnde water dat uit de grond omhoog welt op de bodem van de put. De bodem ligt normaltier ruim onder de spiegel van het grondwater, zodat er nagenoeg steeds voldoende water beschikbaar is in de put.
¶ Normaliter werd vroeger regenwater opgevangen voor gebruik in huis en voor het vee. Welputten dienden daarom als reserve van water voor droge tijden, zowel voor huis, vee als gewassen op het land.
150vC: In Angelheem bij Harreveld (Achterhoek) zijn welputten en goten gevonden, die naar schatting dateren uit circa 150vC. > Angelheem
** Watervoorziening, Waterputten, Angelheem

Welvaart: (WLV:)
()A gael (weelde), gaelig (weelderig), hael (heil, gezondheid, geluk, zegen, welvaart), hal (=A hael), real (royaal, prachtig, weelderig), realme (overvloed, paradijs, rijk, koninkrijk), wealdan (overweldigen, veroveren), wealde (weelde), wel (wel, goed), wela (welzijn, welgaan), weldaed (weldaad = goede daad), weldaega (welgaan, goede tijd), weldone (weldoen), welfeare (welvaart, welvaren), welltodo (welgesteld, welvarend), welta (weelde), wielle (weelde, rijkdom, rijk), Wulde (Terwolde/Yssel), wuldor (weelde, glorie, pracht), wuldrian (verheerlijken, prijzen, ophemelen), wuldur (=A wuldor)
Welda: Alias Velda. Anglisch god. Genoemd door Johan Picardt in zijn boek over de geschiedenis van Drenthe (1640). Welda geniet grote faam door zijn wichelarij, waarzeggen, bezweringen van de duivel en andere zwarte kunsten. #HDB/p30
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. Mensen zijn gezonder en langer dan de Romeinen bevoor 300nC en de Karolingers na 300nC. Dankzij internationale handelsrelaties bezitten ze o.a. munten uit Constantinopel, rode granaat uit India en Pakistan en kaurischelpen uit de Indische Oceaan. In graven en op offerplaatsen zijn gevonden:
- gouden halsringen, gespen en mantelspelden ingelegd met edelstenen
- rijk versierd glaswerk in alle kleuren groen van blauwgroen tot gelig
- huisraad, speelgoed, munten en wapens
#DeTelegraaf 2.5.2014
1800-2013: Geluk lijkt vrij onafhankelijk van materiŽle welvaart. Uit onderzoek blijkt dat sinds 1800 AD circa 87% van de mensen in Nederland zich doorgaans gelukkig voelt. In dezelfde periode stijgt de welvaart disproportioneel steeds hoger. #VARA/Pauw&Witteman mrt 2013
2016: Jordania is een land in het Nabij Oosten. Ondanks de vele onlusten en oorlogen in omringende landen is Jordania een oase van rust en vrede. Dat heeft te maken met het overheidsbeleid van Power of Humanity and Peace. De Jordaanse overheid luistert goed naar alle verschillende bevolkingsgroepen en zorgt in haar beleid dat zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan al hun wensen. Daardoor heerst er al decennia lang een klimaat van stabiele rust en vrede. Indirect zorgt dit beleid ook voor duurzame welvaart en tevredenheid. (#MAXtv/EricaTerpstra 24.4.2016) > Vrede, Menslijkheid, Humanisme
** Welda, Welgaan, Donkere Middeleeuwen, Happiness, Economie

Welzijn: > Welgaan

Wendelmoet: (Weynken) Claesdochter (gst Den Haag 1527)
Koopmansdochter uit Monnikendam. De eerste martelares van de Hervorming in Nederland. Werd een half jaar gevangen gezet. Daarna door het Hof van Holland in Den Haag om haar geloof gevonnist en aldaar gewurgd en verbrandt. Haar verhaal is beschreven in Het offer des Heeren. #WP

Wendholt: > Wenthold

Wengeloo:
Gebied bij Wijhe aan de Yssel. Aangegeven op kaart HTN/41 (1783). Wijhe wordt rond 100vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Wengeloo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch weng (hellend land langs water), + loo (lij, laagland, veen, moeras, loofbos op oeverwal).

Wens:
()A Wens- (Woens- = van Wodan), Wensdaeg (Woensdag = dag van Wodan; ME Wednesday [wensdei]), Woden (Wodan), Wodenaec (Wodaneik = oude eik waar Wodan wordt vereerd), Wodenesdaeg (=A Wensdaeg), Wodenes- (Wodans-; =A Wens-), wodig (woedend), wodlic (gek, geschift, krankzinnig), Wodnesdaeg (Woensdag; AV Wodans+dag), Woens- (=A Wens-), wysc (wens), wyscan (wensen)

Wensen:
Gehucht aan de zuidkant van Vaassen boven Apeldoorn. Aldaar is een voorde met de naam Kruisvoort. (#kaart RZA/1773) Op de kaart van Kuyk (1843) wordt dit gebied Het Veen genoemd, liggend tussen Vaassen en Westerenk. (#LPV/p31)

Wensing:
Familienaam mogelijk afkomstig uit Aalten. Deze regio is rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Wensing lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens (Wodenes = van Wodan) + ing. Dus: het volk van Wodan. Mogelijk gaat het om een grote familie die in die tijd priesters van de Anglisch god Wodan zijn. > Wodan, Priesters
Wensink: Anno 1950 komt de naam Wensing in Aalten en omgeving vooral voor in de vorm van Wensink. Meer westelijk komt steeds vaker de oude Anglische vorm Wensing voor. Wensink is een versaxing van de oorspronklijke Anglische vorm Wensing. Deze versaxing voltrekt zich sinds circa 1233 AD in enkele streken langs de grens met Duitsland, waar na 780nC enige Saxen zich duurzaam hebben gesetteld. > Versaxing

Wensley: Derbyshire, Engeland
Alias Darley. Stad aan rivier de Derwent. Het gebied van de stadsrand tot aan de Derwent helt omlaag en is moerassig. De regio is rond 500nC bevolkt door Angelen uit de NO kuststreken van Yorkshire. De naam Wensley lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens (Wodans-) + ley (lee, lij, lijzijde, lage, laagte, laagland, oever). Mogelijk was dit gebied ooit een executieplaats, waar veroordeelden in het moeras werden gedreven om langzaam maar zeker weg te zakken.
Darley: Deze alias van Wensley sterkt de these dat Wensley aan een moerasgebied ligt. C.q. dat Anglisch wens inderdaad verwijst naar een veengebied. Immers: Anglisch dearre = derrie, modder, veen, moeras. > Daarle, Darfeld
** Wensveen, Doodstraf, Wodan

Wensley: Yorkshire, Engeland
Dorp aan rivier de Ure. Het gebied van de dorpsrand tot aan de Ure helt omlaag en is moerassig. De regio is rond 500nC bevolkt door Angelen uit de NO kuststreken van Yorkshire. De naam Wensley lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens (Wodans-) + ley (lee, lij, lijzijde, lage, laagte, laagland, oever). Mogelijk was dit gebied ooit een executieplaats, waar veroordeelden in het moeras werden gedreven om langzaam maar zeker weg te zakken.
** Wensveen, Doodstraf

Wensveen: (WSV:)
Familienaam. Komt het meest voor in Reeuwijk, Zuid Holland. Ook bestaat de naam Van Wensveen. De naam lijkt per saldo te verwijzen naar een locatie, die mogelijk in Reeuwijk lag. Temeer omdat deze regio een oud veengebied is met veel water.
300nC++: Zuid Holland wordt in deze tijd bevolkt door Angelen. Vrij zeker afkomstig uit de Veluwe en Utrecht. (> Zuid Holland) De naam Wensveen lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens = Wodenes (van Wodan) + fenn (veen, slijk, moeras, drasland, natte weide). Dus: het veen van Wodan. Dit kan betekenen dat het Wensveen werd gebruikt als executieplaats. I.c. veengrond waar veroordeelden werden gedreven om langzaam maar zeker helemaal weg te zakken. > Doodstraf
Tempel is een locatie bij Reeuwijk. De weg erheen loopt vrij steil op. Aangezien de Angale Angelen hun tempels vaak bouwen op hoogten, kan de naam Tempel verwijzen naar een Anglische tempel die daar ooit stond. Aangezien Wensveen mogelijk verwijst naar Wodan, kan deze tempel gewijd zijn aan Wodan. > Tempels, Wodan
** Wensley, Woensdrecht, Veenlijken, Wreedheid


 

Wenthold: (WTH:)
In de Bergkerk te Deventer ligt een grafsteen van een Nilant Wenthold, gestorven in 1580. De grafsteen is nogal groot, hetgeen erop kan wijzen dat het om een belangrijk persoon gaat. Op de steen is zijn wapen afgebeeld: op een schild een merkteken zijnde twee gekruiste omgekeerde L-vormen. #FRIfeb2015
Grafsteen: Diverse grafstenen in de Bergkerk zijn zwaar beschadigd. Kenlijk door woedende Protestanen tijdens de beeldenstorm in 1566. Het wapen op de grafsteen van Nilant Wenthold vertoont geen beschadiging. Wel enige kaalheid door slijtage. #FRIfeb2015
Rechts: het wapen op de grafsteen van Nilant Wenthold in de Bergkerk te Deventer: twee omgekeerd L-tekens.
Laguz: Het L-teken rechts lijkt identiek aan het runeteken Laguz, Anglisch lagu = wet. Wenthold lijkt derhalve mogelijk een rechtsdienaar geweest.
Merkteken: Deze tekens komen in zeer vele oude familiewapens voor. Een relatie met runetekens is echter nog nimmer aangetoond. (> Merktekens) Het teken rechts kan derhalve iets anders voorstellen.
Angol: Het L-teken rechts kan dus ook voorstellen een angol, ofwel het kenmerkend slagwapen van de Angelen. > Angol.
 
Wapens: Dat genoemd teken op de grafsteen van Wenthold een angol kan voorstellen, lijkt zeer goed mogelijk. Immers, strijdwapens komen veel voor in heraldische wapens en militaire logo's. Meestal gekruist afgebeeld. In dit geval kan Wenthold een belangrijke militair zijn geweest.
 
Angol: De naam Angelen is afgeleid van het woord angel, dat doorgaans wordt vertaald met hoek, haak, vishaak. De naam Angelen lijkt echter eerder afgeleid van de angol, het kenmerkende wapen van de Angelen. (> Angol) Dit wapen wordt ook vaak genoemd als haecce of hoecce = Anglisch voor haak, hoek, pikhaak, pikbijl, etc. Een bisschopstaf heet in het Anglisch een haecce. Analoog daaraan kan Anglisch hoecce inderdaad ook gezien worden als een staf of wapen met een hoekvorm. NB Anglisch bilhoc = bijlhaak, meshaak, snoeimes, kapmes. Het lijkt derhalve denkbaar dat de naam Hoeken een bijnaam is voor Angelen. > Hoeken, Angol
 

Betekenis: De naam Wenthold lijkt afgeleid van Anglisch went (wending; AVA weandan = wenden, keren, ploegen) + hold (greep). Anglisch gripe = grip, greep, griep (mestvork). Per saldo lijkt de naam Wenthold afgeleid van Anglisch wenthold = greep om iets af te wenden. Een soort slagwapen dus. Gezien de gelijkenis van het merkteken in het wapen op de grafsteen van Wenthold en de angol, lijkt een wenthold identiek aan een angol.
Aangezien:
- de angol in algemeenheid een typisch Anglisch slagwapen is, > Angol
- en Deventer al sinds 200vC Anglisch gebied is,
>> lijken de twee gekruisde wentholds in het wapen van Nilant Wenthold te verwijzen naar een oeroude militaire functie in het Anglische leger,
- en aangezien de angol in algemeenheid een specifiek symbool is van Angelische strijders, > Angol
>> lijkt Nielant Wenthold zijn wapen te hebben gecopieerd van het wapen van het Anglische Leger.
--- Deze optie lijkt heel reŽel. De familienaam Hondman is afgeleid van Anglisch hundman (legerkapitein) en komt veel voor in Deventer en Oost Veluwe. > Hondman
--- De hoge concentratie van de familienaam Hondman (= Kapitein) op de Oost Veluwe en Deventer doet vermoeden dat aldaar ooit een grote Anglische legermacht was gestationeerd. Vele van deze hundmans zullen afkomstig zijn uit de regio en vele manlijke nazaten van hen zullen daar door de eeuwen heen zijn blijven wonen. > Patrilocalisme
Per saldo lijkt het zeer aanneemlijk dat het geslacht Nielant Wenthold in Deventer historische banden heeft met de Anglische legerplaatsen op de Oost Veluwe. Anno 2015 staan daar nog steeds de oude kazernes van 't Harde. > Legerplaatsen

 
Weothulgeot van Angeln (c 260-320; WVA:)
Koning van Angeln. Ghm NN.
Zoons: Weaga (gb 290) en Frithogar (gb 299).
** Angeln
# WKP 29.11.07 (ex Historia Britonum), KBG

Werden: locatie in Munsterland waar een klooster staat

Werdum:
Adellijk geslacht, mogelijk afkomstig van Wirdum in Fivelga, Noord Groningen. De naam is afgeleid van Anglisch wyrth (wierde) + ham (heem, huis). Dus: het huis op de wierde. Bekend: freule Ursula van Werdum, dochter van Hero van Werdum, Doopsgezinde martelares, veroordeeld tot de brandstapel en verbrand 13.11.1544 op de Galgenberg te Delden, gelijktijdig met freule Maria van Beckum, eveneens Doopsgezind. Hero van Werdum en diens broer Hicko zijn zwagers van Jan van Beckum, vader van Maria van Beckum.
** Beckum

Wereld:
Anglisch: weareld, wearelt, weorold, weyreld, woruld. ()A beaman (bomen), beorgan (bergen), bugges (insecten), dunan (duinen), earda (aarde), eorthe (aarde), deoran (dieren), haeras (heuvels), hyllan (heuvels), insectas (insecten), landas (landen), leadas (waterlopen, rivieren, beken), menscan (mensen), plantas (planten), meran (meren), saean (zeŽen)
** Geologie, Wateren, Dieren, Insecten, Steden, Planten & Struiken, Vegetatie

Wereldorde: > Weekdagen

Werewulf: weerwolf uit de Anglische mythologie

Werf:
EWB: mnl: waerf, werf, worf: erf, verhoogde grond langs water; ofries: warf = hoeve, opgehoogde grond voor hoeve; oeng: hwearf = oever, dam.
COD: wharf = wooden or stone platform beside which ship may be moored for loading or (un)loading; v.t. Moor (ship) at, store (goods) on; OE: hwearf, c.f. Du. & G werf.
WMN: 1. erf, tuin, onbebouwde ruimte rond een woning, bedrijf 2. kade, dam, dijk, oever 3. ding- of gerechtplaats 4. terp, plateau. Ook: waerf, warf, weref(t).
WP: Werf: West Nederland: grasland of voormalig grasland dat wat hoger ligt dan omringend land (hooiland, boerenerven); in Midden en Oost Nederland en aangrenzend Duitsland brink genaamd.
** Warf, Warfveendijk, Lex/A-Z (Aeglesthrep, OV78/194, Cranenburg Eikenduinen)

Werk:: > Werken

Werken:: (WRK:)
()A baes (baas), blodgield (bloedgeld = karig loon voor hard werken), bloccan (blokken, hard werken), comheod (komhut = werkhut met circa 15 cm verdiepte vloer), corwey (karwei, heredienst), cystod (opzichter, toezichthouder, inspecteur), daeghyrdere (daghuurder = iemand die dag aan dag ergens werkt), daeglan (dagloon), daegleanere (dagloner), deanan (dienen), deanere (bediende), deanst (dienst), deanstfolc (dienstvolk = knechten en meiden), deanstman (dienstman, edelman), flite (vlijt, ijver), flitig (vlijtig), forge (werkplaats, smederij, fabriek), fyrmest (eerste, baas, chef), geweorc (werk, werkstuk), gycan (kijken, controleren), gycere (controleur), gild (gilde), gospenning (loon van een boereknecht of- meid), heod (=A hut), huscniht (huisknecht), hut (hut, werkplaats, fabriek), ifer (ijver), ifrig (ijverig), labor (werk, arbeid, moeite, pijn, ellende), lan (loon), locere (opzichter, bewaker, toezichthouder), -man (-man, -werker, -boer, e.d.), marra (vriend, werkmaat), moo (moe, vermoeid), oferlocere (opzichter, opziener), oferlocian (overzien), pliht (plicht, taak), reevan (toezien), reeve (opzichter, toezichthouder), salta (zout, soldij, loon), sawt (=A salta), sawta (zout, soldij, loondienst), slofan (sloven, uitsloven), slofe (sloof = korte schort voor grof werk), slund (slonde = werkschort), salta (soldij, loon), sawta (=A salta), tace (taak, taakgebied, werkgebied), touw (werk), upperman (opperman, opzichter, werkman), warc (werk), warcen (ww werken), weard (opziener, toezichthouder, bewaker), wearf (werkplaats, bedrijf), weorc (werk), werc (werk, werkplaats, fabriek), wercan (ww werken), wercere (werker, werkman), wercman (werkman, werker, arbeider), wercsang (werkzang, werkliedje = zang onder het werken om het werk te verlichten), werk (werk), worcan (ww werken), worchus (werkhuis, fabriek), wyrc (werk), wyrcan (ww werken), wyrhta (waard, werker, maker)
1185vC Egypte: eerste werkstaking arbeiders. BBC4tv/Egypte 3.2.2016
1066 Engeland: Uit het Doomsday Book blijkt o.a. dat in 1066 Engeland een archaÔsch land is. Ruim 95% van de bevolking leeft en werkt op het platteland en slechts 5% in de steden. Waarschijnlijk verschilt Engeland daarin niet veel van andere landen in Europa.
1930 Veenwerk: betreft ontginning en turfsteken in Nederland tot circa 1930:
april-october: 5.00uur - 17.00uur 6 dagen per week
december-maart: geen werk wegens weinig daglicht en slecht weer
Ontgining en turfsteken gaan nagenoeg hand in hand. > Turf
2014: In Nederland is het ziekteverzuim onder ambtenaren van de provincies gemiddeld 4%. Drente scoort het laagst met maar 2,9%. Ze schrijft dit vooral toe aan de goede werksfeer, die is te danken aan een goed beleid. Drente probeert een goede werkgever te zijn: de sfeer moet goed zijn, mensen moeten plezier in hun werk hebben. #DeTelegraaf 11.7.2014
2015: De drie meest gelukkige volken in de wereld zijn in volgorde AustraliŽrs, Denen en Nederlanders. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van de Verneigde Naties. De Denen zeggen dat ze zo gelukkig zijn omdat ze een goed evenwicht hebben tussen werk en vrije tijd. #NOStv/Journaal 17.3.2015 > Vrije Tijd
2015: Denen halen fluitend hun pensioen. Ze werken 34 uur per week; het minst in heel Europa. Ze hebben minder stress. #DeTelegraaf 1.10.2015
¶ Leef niet om te werken. Werk om te leven. #SRK
¶ Het leven is werken, rusten en genieten. En voor alles is een eigen tijd. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
** Ambachten & Beroepen, Lonen, HETA, Relaxen

Werktuigen:
()A bortmylen (houtzaagmolen), gereawe (gereedschap, werktuig), hefbeam (hefboom), hefcrane (hefkraan), hiscrane (hijskraan), mangol (mangel), mylen (molen), mylraed (molenrad), mylstans (maalstenen), mylweol (molenrad), mylwic (molenwiek), mylwinc (molenwiek), persse (pers, drukpers), sagmyl (zaagmolen), sagmylen (zaagmolen), spinweol (spinnewiel), waetermylen (watermolen), waeterraed (waterrad), weafstol (weefstoel), webbstol (weefstoel), wince (lier, hijsmachine), windmylen (windmolen)
500.000vC++ Mensen maken werktuigen/gereedschap #DWO
500nC: Bron WAB/p21 schrijft:

Nevertheless, the wapons, utensils, jewelery, and other objects left by the first Anglo-Saxon settlers [i.e. Angelen en Saxen] prove beyond doubt that they were a people of high culture ...
** Molens, Hijskranen, Gereedschap

Werktijden: > Veenwerk

Wermund van Angeln (c 356-416; WRA:)
Alias Waermund van Angeln. Zoon van koning Wihtlaeg van Angeln.
Koning van Angeln.
Zoon: Offa (gb 380).

          

400nC: Hierboven: Offa (links) voor zijn vader koning Wermund van Angeln op de troon en met de angolstaf in de hand; rechts neemt ene Rigan zwaaiend afscheid. Tafereel uit circa 400nC. (prent c 1200AD bron NHS/p44-45)
416nC: Na de dood van zijn vader Wermund in 416nC wordt Offa koning van Angelland. Hij erft the large kingdom of Angel. #britannica.com/9.1.2010. > PgAng/Offa van Angeln
** Angeln, Angol, Offa van Angeln
# WKP, DAB

Werntley:
Mogelijk een Anglisch adellijk geslacht. Op Englumborg in Englum in NW Groningen woont Ao 1774 dame J. Werntleˇ, douairiŤre Van Rossum. Mogelijk is zij een telg uit een oud Anglisch geslacht. Englum ligt namelijk in Humsterland, dat al sinds circa 300vC Anglisch gebied is.
** Englumborg, Anglische adel

Wessel Gansfort: (1419-1489)
Mogelijk afkomstig uit Gansfort in Noord Groningen. Humanist, Magister Artium (1452 Keulen), onderwijzer (1455 Keulen, 1456 Heidelberg, 1459 Leuven, 1465 Parijs), Lijfarts bisschop Utrecht, reist naar Rome, Klooster Aduard, Olde Convent Groningen. Eerste Noord Europeaan die de Grieks taal beheerst. Is lid van de Aduarder Kring, een club van topgeleerden.
# NGE, CWK

West Angle: (WSA:)
Westlijk deel van Angle (Angelland) zover gelegen in Nederland. I.c.: NO Nederland, ofwel: Groningen, Drente, Overijssel + Gelderland
timetable:
500vC++ West Angle geleidelijk bevolkt door Angelen uit NW Duitsland:
500vC++ Reiderland/Groningen (# Eemsland)
500vC++ Oldambt/Groningen (S 1327nC; # Reiderland)
500vC++ Fivelingo/Groningen (S 405nC; # Oldambt) > Fivelga
400vC++ Humsterland/Groningen (# Fivelingo)
350vC++ ZuidGroningen (# Oldambt)
300vC++ NoordDrente (# ZuidGroningen)
300vC++ Stellingwarf (# NW Drente) (ZA)
300vC++ ZuidDrente (# NoordDrente)
300vC++ NO Overijssel (# ZuidDrente) > Overijssel
225vC++ Twente (# Vechtdal)
225vC++ Berkelland (# Twente)
200vC++ WestSalland (# Twente, Vechtdal)
200vC++ NoordVeluwe (# WestSalland)
200vC++ Graafschap (# Twente, Berkelland)
200vC++ Slingeland (# Berkelland) (ZA)
200vC++ ZuidVeluwe (# NoordVeluwe, Graafschap, Liemers)
150vC++ Liemers (# Graafschap, Slingeland) (ZA)
150vC++ West Angle onderdeel Anglisch Rijk
vC/nC
300-600 de Grote Natheid: water Noordzee stijgt > ontstaan zware stormen, grote overstromingen en veel landverlies langs kusten NW Europa (#KVN) > P36
400++-- Bron SDV/p282: "Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiŽle cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland .
405---- Offa van Angeln verslaat de Saxen bij Bremen > PgAng/Offa van Angeln
405---- Offa dringt Saxen terug naar oostkant Elbe > PgAng/Offa van Angeln
405++- geen Saxen in West Angle (NO Nederland)
425---- Widsith Anglisch dichtwerk afkomstig uit Fivelingo > Widsith
450++- Bron SDV/p282: Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied [West Angle] weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden."
450----- in Angelland wonen circa 8 miljoen Angelen > Demografie
450--550 4 miljoen Angelen migreren naar Brittannia > Demografie, Engelandvaarders
450--550 4 miljoen Angelen blijven in Angelland > Demografie
450--550 c 1.3 miljoen Angelen in West Angle > Demografie
450--550 Angelland deels ontvolkt door de migraties #CVF > PgAng/A5+
450++--- Angelland verzwakt demografisch, economisch en militair
450-1050 meeste Nederlanders wonen in West Angle > PgAng/Demografie
489----- koning Eomar van Angeln sterft
489----- einde Koninkrijk Angle
500-785 de Grote Collaps: Door de grote migratie van Angelen naar Brittannia raakt Angelland gedeeltelijk ontvolkt en verzwakt de bestuurlijke en militaire macht in ernstige mate. Circa 1/2 van de Angelen is gemigreerd. Angelland is daardoor relatief te zwak geworden om de instroom van Saxen, Friezen en Franken te weren. Toch blijft de helft van de Angelen in Angelland en behouden ze daar een relatief dominante positie. Door de zwakte van het centraal bestuur raken de Angelen echter hun samenhorigheid kwijt, vergeten ze langzamerhand hun identiteit en gaan ze zich deels identificeren met Saxen, Friezen of Franken. Desondanks hebben de oorspronkelijke Angelen her en der nog vele sporen achtergelaten. > Grote Collaps
550++-- de Grote Dissolutie Door de Grote Collaps raken de Angelen steeds meer hun eigen identiteit kwijt. > Grote Dissolutie
750----- In West Angle (NO Nederland) wonen circa 2.7 miljoen mensen. > Demografie
750-1000 In deze periode woont de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking in West Angle. Het gebied is vrij welvarend dankzij een redelijk sterke economie en vrij duurzame vrede.
775++-- Angelen migreren massaal van NW Duitsland naar NO Nederland op de vlucht voor de oprukkende Saxen uit NO Duitsland. Ze moeten wel want ze zijn militair erg verzwakt door de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC. Door de instroom van Angelen wordt NO Nederland belangrijk versterkt en kan het de opruk van Saxen sterk afremmen. Daardoor reikt Saxonia (Hertogdom Saxen) uiteindelijk niet verder dan NO Nederland. > Saxen, Saxonia, Demografie, KHS
780------ Saxen settelen in de Groninger Ommelanden en Dokkum
785------ Franken bezetten Neder-Angelland tot aan de Elbe
800------ In West Angle wonen circa 3 miljoen Angelen. > Demografie
801++-- Hof Englandi in Beekbergen mogelijk hofstad West Angle > Hof Engelandi
803------ Pax Anglorum verschrompeld tot West Angle > Pax Anglorum
880++--- West Angle onderdeel Neder-Lotharingen
1050---- Tot dit jaar is West Angle economisch, cultureel en militair het belangrijkste gebied van Nederland. Daarna wordt Holland steeds belangrijker.
1200---- Bisschop van Utrecht probeert met hulp van de Saxen, Friezen en Beieren NO Nederland (West Angle) in zijn macht te krijgen. > Pax Anglorum
1300-1516 West Angle onderdeel Bourgondisch Rijk
1516-1648 West Angle onderdeel Duitse Rijk > Versaxing
1648----- West Angle onderdeel Nederland
¶ In item ATZA wordt geconstateerd t.a.v. streektalen: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de [Anglische] twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-silbigheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid is dus te danken aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit diverse metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van de Anglische taaleigenschappen en andere elementen van de Anglische cultuur. (> ang/sax, ATZA)
¶ Tjada Amsterdam schrijft op ampt-epe.nl 8.6.2010 over wolfdaken. O.a.: Het wolfsdak komt in oostelijk Nederland veelvuldig voor. Gezien de context van het verhaal lijkt bedoeld te zijn dat de wolfdaken in NO Nederland meer voorkomen dan elders in het land. Veldonderzoek bevestigt dat wolfdaken inderdaad zeer frekwent voorkomen in NO Nederland. In Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland lijken wolfdaken zelfs overheersend. Zeker in de dorpen, gehuchten, buitengebieden van steden en overige landelijke gebieden. Genoemde regio's zijn in 500vC-300nC voornamelijk bevolkt door Angelen. Men kan zich daarom afvragen of wolfdaken niet specifiek behoren tot de historisch Anglische bouwstijl. > Wolfdaken
Cultuur: De cultuur van West Angle mag zeer ontwikkeld heten. > Aryanisme (650nC++; democratie), Raatakkers (500vC++), Urnencultuur (500vC++), Landinrichting, Handel (600vC++), Sieraden, Yzer (500vC++ productie), MEG (Maten & Gewichten), Constantinopel (400nC++; religie), Widsith (425nC; oudste Anglisch dichtwerk), Prinses van Zweeloo (425-450nC; weeftechniek)
¶ Overeenkomstig aan het voorgaande lijkt op grond van veldonderzoek dat de Anglische architectuur in de vorm van Anglische hoeven en villa's in NO Nederland sterker c.q. veelvuldiger voor te komen dan elders in Angelland. Deze architectuur vinden we ook opmerkelijk veel terug in Angeln, het oude stamland van de Angelen, en in delen van Engeland die historisch gerekend kunnen worden tot Anglische settelgebieden, i.b. het Lake District in Cumbria. In NO Nederland zijn relatief grote concentraties te vinden in de regio's:
- Orvelte-Westerbork
- Smilde-Geeuwenburg
- Ommen-Hoogeveen-Eursinge
- Slagharen-Kerkenveld
- Heino-Raalte-Holten
- Nijverdal-Notter-Rijssen
- Wierden-Enter-Rijssen
- Holten-Colmschate-Gorssel
- Zalk-Epe-Nunspeet-Heerde
- Twello-Teuge-Terwolde-Vechte
- Oxe-Gorssel-Harfsen
- Kootwijk-Asselt-Apeldoorn
- Beekbergen-Lieren-Loenen
- Wekerom-Roekel-WekeromseZand
- Ede-Kernhem-Lunteren
- Markelo-Goor
- Bentelo-Isidorushoeve
- Eibergen-Neede-Haarlo
- Varsseveld-Doetinchem-Drempt
- Westervoort-Zevenaar
- Persingen-Ooy-Erlecom-Millingen-Nijmegen
In al deze regio's gaat het zover bekend meestal maar om circa 10 tot 20 echte Anglische panden (hoeven of villa's) per regio. Wel zijn er vaak aardig wat semi-Anglische panden te zien. I.e.: panden die een aantal kenmerken vertonen die gerekend kunnen worden tot de Anglische architectuur. (> AAA)
¶ Kijken we naar het aantal twinnamen van locaties in Angelland en Engeland, dan lijkt vooralsnog dat de meeste twinnamen in Angelland gelegen zijn in NO Nederland. Dit lijkt te betekenen dat de grootste migratie van Angelen naar Brittannia afkomstig is uit West Angle. (> TEHA) Desondanks blijkt dat na de migraties naar Brittannia in 450-500nC de Anglische aanwezigheid in Throland gemiddelde 2.7x groter te zijn dan de Saxische. (> ang/sax) Dit strookt volledig met de eerder geconstateerde sterke aanwezigheid van Anglische taalelementen in de streektalen van West Angle.

Bevolkingsdichtheid 1967:

regio
Groningen
Drente
Overijssel
Gelderland  
totaal
inwoners
--508.173
--348.000
--932.946
1.508.173  
3.289.119
km2
-2.405
-2.685
-3.929
-5.124 
14.141
 
¶ Uit bovenstaande tabel blijkt de totale bevolkingsdischtheid van NO Nederland rond 1967 circa 3.289.119/14.141 = 233 per Km2. Rond 400nC is de bevolkingsdichtheid in heel Angelland 156 per Km2. In NO Nederland is dat dan zeker navenant. De bevolking is dus gegroeid met een factor 233/156 = 1.5 groot. Dus ondanks de massamigratie in 450-550nC naar Brittannia, is de bevolking toch toegenomen. Vrij zeker door natuurlijke aanwas. Sinds 550nC is er namelijk geen massale immigratie. Wel emigratie naar o.a. Amerika, Canada en AustraliŽ.
Bevolkingsgroei: bij HDG = 1.24 per eeuw.
1967: 3.289.119
1867: 2.652.515
1767: 2.139.253
1667: 1.725.101
1567: 1.391.210
1467: 1.121.949
1367: -.904.794
1267: -.729.673
1167: -.588.445
1067: -.474.553
-967: -.382.702
-867: -.308.631
-767: -.248.957
** FBAN, Angle, Angelland, AFA (Anglische Factor), ATZA, ang/sax, Anglisch Erfgoed, AAA (Anglische Architectuur), Anglische Identiteit, Wolfdaken, TEHA, Pax Anglorum, HACN, Landinrichting

West Anglisch: (400vC++; WAL:)
De taal die vroeger in West Angle werd gesproken is een afgeleide van het Oud Anglisch. Dit West Anglisch is geen grote eenheidstaal, maar een verzameling van vele streektalen, die een gemeenschappelijke basis hebben in het Oud Anglisch, maar daarnaast onderling verschillen zijn gaan vormen. Dat heeft te maken van de geÔsoleerdheid van vele regio's. De verschillen hebben veelal te maken met verschillen in klinkers, terwijl de medeklinkers nagenoeg stabiel en gelijk zijn. Zo bestaan er verschillen tussen aangrenzende streken in kra, krŤ of krŰ voor Anglisch crawe = kraai. Daarnaast zijn er ook verschillen in woorden voor dezelfde items. Vaak echter blijken die woorden toch ook weer een Anglische herkomst te hebben.
West Angle blijft overwegend Anglisch gebied waar relatief weinig Saxen zijn gaan settelen na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC. Het West Anglisch staat daardoor het meest dicht bij het Oud Anglisch van circa 600nC toen in Angle (Angelland) nog geen Denen en Saxen waren gaan settelen. Ook zijn er betrekkelijk weinig Franken gaan settelen in West Angle.
Oud Nederlands: NO Nederland (West Angle) is tot circa 1100nC het belangrijkste deel van de Nederlanden. Daar wonen veruit de meeste mensen. Vele van hen migreren sinds circa 400nC verder naar zuidelijke en westlijke delen van de Nederlanden. Aangezien NO Nederland sinds circe 500vC voornamelijk is bevolkt door Angelen, mogen we veronderstellen dat het Oud Nederlands taalkundig vrij dicht bij het Oud Anglisch en i.b. het West Anglisch moet staan. Taalkundig onderzoek in de 20e eeuw heeft dat ook zeer aannemelijk gemaakt. > TAES
Oud Engels: Op grond van de beschikbare gegevens lijken de Angelen in Engeland voornamelijk afkomstig te zijn uit Noordoost Nederland (West Angle), i.c. de regio's Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. (> TEHA) We mogen derhalve aannemen dat het West Anglisch vrij dicht bij het Oud Engels staat. In de praktijk blijkt de vocabulair in West Angle ook erg grote overeenkomsten te te tonen met het Oud Engels. > TAES, PgDix
** TAES, Anglisch, Demografie, ATZA, Oostnederlands, West Angle, P36

West Goten:
Goten die wonen in ZW Zweden. Uit hen zijn de Angelen voortgekomen.
** AFA (Afstamming Angelen), Goten, Angelen, Inglo Goten

Westerbork:
Streektaal: Westerburk. Brinkdorp in Midden Drente. Drents: Bork. Op kaart 50 vn bron RZA (1773) wordt Westerbork genoemd als Westerborg.
¶ De regio Westerbork wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Westerbork lijkt derhalve afgeleid van Anglisch west (west) + burc (burcht, borg). Dus: de burcht in het westen. > Maashees
** ASA, Maashees

Westeremden:
Dorp in Noord Groningen.
450-550nC: Bron FBZ/p24 schrijft dat in 1918 een zgn weefkam is gevonden in een wierde bij Westeremden. De kam is van taxushout en dateert uit de periode 450-550nC. Op de kam staat in runen de volgende tekst:

op haemu jibada aemlup -- iwi ok up duna le wimoed aeh thusa
vrij vertaald:
op de heem is voorspoed nodig -- ook de ieven op de duinlij hebben weemoed
- 945nC++: Fulda is een abdij van Benedictijnen in Hessen en is gesticht in 744 door Bonifatius, missionaris in Friesland. Het klooster bezit in 945nC in Groningen goederen bij Wirdum, Usquert, Feerwerd, Huizinge, Saxum, Baflo, Warffum, Westeremden en Loppersum. Voornamelijk dus in Fivelingo. #NGE
** PgLing/450-550nC

Westerveld: (WSV:)
Regio bij Beilen in Drente. De regio wordt circa 300vC bevolkt door Angelen. (> ASA) De naam Westerveld lijkt derhalve afgeleid van Anglisch west (west) + feld (veld).
¶ In Westerveld zijn gevonden:
- loper van een maalsteen uit circa 200nC > Maalstenen
- dekseltje van een wierookvatje uit circa 200nC
- zilveren beeldje (hol) van een os; kop afgebroken; circa 600nC
# Archeologisch Museum te Diever
Angale priesters: Gezien de vondst van de deksel van het wierookvatje en de zilveren os lijken in Westerveld rond 200-600nC Angale Anglische priesters te wonen en werkzaam te zijn. (> Angalisme, Priesters) Immers:
- wierook wordt vooral gebruikt door Angale priesters tijdens sacrale processen > Wierook
- ossen zijn in het Angalisme offerdieren > Offeren, Ossen
- rond 600nC zijn wonen er nog geen christenen in Drente; de kerstening van NO Nederland begint pas rond 750nC. > Kerstening
** Zuidwolde, Wiffing

Westervoorde: > Westervoort

Westervoort:
Kaart KCG/1557: Westerfort. Kaart KGH/1593: Westerfoort. Stad aan de Rijn in De Liemers met anno 2010 15.300 inwoners. Oudste vermelding dateert van 726nC. Was eeuwenlang bezit van de graven van Bergh. Sinds 1735 bezit van de stad Arnhem.
¶ De regio Westervoort wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Westervoort is derhalve vrij zeker afgeleid van Anglisch west (west = west of noord) + ford (voorde). Dus: de voorde (doorwaadbare plek) in/naar het westen of noorden.
¶ Tot 1850 betekent west = noord of west. (> Windrichtingen) De naam Westervoort kan dus oorspronkelijk zijn afgeleid van een voorde aldaar met de Anglische naam Westford (Westervoord). De oorspronkelijke betekenis van de naam Westervoort hangt af van de volgense opties:
-- A: de voorde in/naar het westen: Dit kan zijn een voorde in het westen tussen Westervoort en de Kleefse Waard bij Arnhem. Rond 12nC laat de Romeinse veldheer Drusus de zgn Drusus Gracht graven, een kanaal tussen de Rijn bij Arnhem en Angerlo/Doesburg. De Westervoorde zal dan rond die tijd zijn ontstaan.
-- B: de voorde in/naar het noorden: Dit kan zijn een voorde tuusen Westervoort en Huissen aan de overkant van de Rijn. Aldaar loopt een veerweg vanaf de dijk naar de Rijn.
Veerdiensten voeren normaliter over ondiep water, zoals oude voorden (doorwaadbare plekken > Voorden). Dit betekent dat zowel optie A als optie B de oorspronkelijke voorde kan zijn geweest waarnaar de stad Westervoort is genoemd. Vooralsnog is niet duidelijk welke voorde oorspronkelijk de Westervoorde is genoemd.
¶ In 405nC voert prins Offa van Angeln een campagne door Angelland om de Saxen en Myrgings te verjagen. Zijn tocht gaat tot Oeffelt aan de Maas onder Nijmegen. Mogelijk hebben Offa en zijn leger daarbij gebruik gemaakt van de voorde bij Westervoort. (> Offa van Angeln /Campagne) In dit geval zal bovengenoemde optie B (de voorde tussen Huissen en Westervoort de oorspronkelijke voorde zijn geweest waarnaar Westervoorde is genoemd. Deze voorde in de Rijn zal zo oud zijn als de Rijn daar stroomt. Dus al ver voor 12nC.
¶ De familienaam Westervoort komt in 1947 totaal 16x voor, alleen in Gelderland. De variant Westervoorde komt 1947 totaal 112x voor met piek van 50x in Overijssel. Gezien deze context lijkt de naam afkomstig uit Westervoort.
** Didam, ASA
# KGH, WKP 6.7.2010, Meertens Instituut 6.7.2010, KBG

Westrup:
Dorp aangegeven op kaart 50 van bron RZA (1773), gelegen tussen Zweeloo en Borger. De naam is afgeleid van Anglisch west (west) + throp (landgoed, dorp). De regio is rond 300vC bevolkt door Angelen vanuit Noord Drente.
¶ Anno 2010 heet de locatie Westdorp, gelegen op circa 1.5 Km ZO van Borger.
** ASA

Wetenschap: (WSP:)
()A ariman (rekenen, berekenen, ramen), arimed (rekenkunde), arimedlicu (berekenbaar), recenian (rekenen, berekenen, ramen), rekanan (= A recenian), tell (tal, aantal, getal), tellan (tellen, rekenen), wita (wetende, deskundige), witan (weten)
¶ Gezien de verbale verwantschap van genoemde Anglische woorden en hun latere Engelse equivalenten, mag worden aangenomen dat de Angelen al ruim bevoor hun massamigratie naar Brittannia in 450-550nC enige rekenkundige kennis bezitten.
** Tellen, Onderwijs

Wetland: > Drasland

Wetsteen: (WTS:)
()A wett (nat), wettan (wetten, slijpen, scherpen), wettstan (wetsteen, slijpsteen, scepter)
¶ Volgens bron RUD/12 is op het Noord Duitse waddeneiland Amrum een brokstuk van een wetsteen gevonden met de inscriptie thunn. De wetsteen dateert van rond 1000vC. Mogelijk gaat het om de roepnaam Authunn. In 1920 heeft ene Von Olshausen de inscriptie beschreven. Waarschijlijk komt de steen uit Nebel op Amrum. Deze bizondere vondst roept de vraag op of het hier gaat om de Egyptische zonnegod Aton. Het lijkt niet ondenkbaar, aangezien NW Europa al heel vroeg contacten heeft met de Mediterrane landen. Vooralsnog is helaas onbekend uit welk jaar de inscriptie dateert. Bij een zeer oude datum is er mogelijk een link met de ring van Odin.
¶ In het graf van koning Redwald (gb 565) te Sutton Hoo (Suffolk, East Anglia) is ook een wetsteen gevonden. Het is een versierde staaf met bovenop een ring en daarop een hert of eland. Staf en ring worden geassocieerd met Odin. De staf symboliseert de speer van Odin, waarin zijn mytische kracht schuilde.
** Zonnering, Odin, Redwald, Herten

Wetten:
()A ae (wet), aew (wet), eagth (echt, wettig), eawa (geloof, wet), ewe (=A eawa), lagu (wet), laguman (=A witman), loy (regel, wet, gebruik, voorschrift), oew (wet), unwitu (onwettig, schandalig, misdadig), wit (wet, gebod), witman (gerechtsdienaar), witu (wet, wetten, geboden)
900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:

Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de BaloŽr Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse [Anglische] priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
Aangezien NO Nederland in de periode 300vC-775nC voornamelijk wordt bewoond door Angelen uit Noord Duitsland, hebben we hier dus te maken met Anglische tempels. Pas sinds 150nC komen geleidelijk ook Saxen wonen in dit gebied. De culturele verschillen tussen Angelen en Saxen zijn echter gering. Zeker door het verbond dat beide Germaanse volken sluiten in 125nC in het gebied tussen de Eems en de Elbe.
** Bestuur, Lex Anglorum, NEW, Eawa

Weven: > Weefkunst

WEW:
De Wolden en het water
Ontwikkeling landschap en waterstaat ten oosten van stad Groningen sinds de volle Middeleeuwen
W.A. Ligtendag
RegioProjekt Uitgevers, Groningen 1995

Weyland:
Alias Weland, Wayland. Anglische mythologie: yzersmid van de goden. Als een paard een hoefijzer verliest, brengt hij een nieuwe aan als je een muntstuk legt onder een bepaalde steen. #WAB/p84
550nC++: Bron WAB/p84 schrijft:

Weland or Weyland, the blacksmith of the gods, still figures in English folklore; and close to the ancient Ridge Way along the Berkshire Downs ... there is a prehistoric tomb ... locally called Wayland Smith's Cave ... this group of stones originally formed the sepulchral chamber inside a burial mound ... and in Anglo-Saxon times ... may have been supposed to be Weland's forge owing to the finding there of bronze weapons ...
Berkshire is een historisch Anglisch gebied in centraal Engeland. Dit betekent dat de Angelen in Engeland rond 550nC nog wapens gebruiken gemaakt van brons.

Wezep: > Engeland Wezep

WGO:
De wapenboeken der Gelders-Overijsselse Studentenverenigingen
Mr O. Schutte
Gelderse Historische Reeks
De Walburg Pers, Arnhem 1975

Wibald van Englandi (c 720-780nC; WVE:)
Landheer wonend op Hof Englandi te Beekbergen, Gelderland. Ghm NN.
Zoon: Podolf van Englandi (gb 755).
Mogelijk is Wibald een zoon van de laatste koning van Angeln. Motieven:
- Englandi is de huidige regio Engeland in Beekbergen. Deze regio is genoemd naar de Angelen die daar woonden. > Engeland Beekbergen
- In 801nC schenkt Podolf, zoon van Wibald, zijn hof in Englandi, annex weiden en rechten, alsmede het woud Braclog (Bruggelen) schenkt aan de Abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur.
** Engeland Beekbergen, Xx van Angeln (720-780nC), Koningen, Hof Englandi

Wichelarij: > Waarzeggen, Wichelroede
Wichelen: > Waarzeggen

Wichelroede: (WGR:)
()A dowsan (wichelen, met de wichelroede lopen), dowsarodd (wichelroede), roddere (roedeloper), wiglan (wichelen, waarzeggen, toveren), wiglere (wichelaar, waarzegger, tovenaar), wiglrodd (wichelroede), wiglroddere (wichelroeder, wichelroedeloper), wicrodd (wichelroede)
¶ Een wichelroede is normaliter een gevorkte tak van een haselaar of wilg, later soms van metaal. De roedeloper zoekt daarmee naar ertsaders, water en bepaalde objecten.
Hazelaar: De tak van een hazelaar moet op Wodensdaeg (woensdag) met een stenen mes in ene snede van een hazelstruik genomen worden. > Hazelaars
Rabdomantie is de kunst van het wichelroedelopen. Het woord is afgeleid rhabdomant (roedeloper) zijnde afgeleid van Grieks rhabdos (staf, staaf, stok) + mantis (profeet). (#KEN) Wichelroedelopen is dus al een heel oude bezigheid.
¶ Een wichelroeder loopt door het land met een wichelroede in zijn handen. De punt recht vooruit gericht. Als de roede omlaag slaat, zal daar in de grond iets aanwezig kunnen zijn van enig belang. Althans dat is het geloof. Zo spoort men de beste plekken op voor waterputten, huizen, gebouwen of kerken. De ideale plek is waar zgn leylijnen elkaar kruisen. Leylijnen zijn aardstralen die uitgaan van bepaalde gesteldheden in de bodem. Waar de roede omlaag slaat, bevindt zich een kruising. Een wichelroedeloper zou daar gevoelig voor zijn. Er zijn mensen die dat geloven. Anderen zien dat echter als kwakzalverij.

Widsith: (WDS:; c 425nC)
Oud Anglisch dichtwerk in the Exeter Book, een bundel Oud Engelse gedichten uit de 10e eeuw. De tekst is een herschrijving van de oorspronklijke tekst, die met een brand verloren is gegaan. De oertekst is vrij zeker geschreven in het Anglisch van Fivelingo in NO Groningen. Ze wordt beschouwd als het oudste dichtwerk van de Engelse literatuur. Gezien haar bron is ze dat ook van de Nederlandse literatuur.
350-550nC: In het dichtwerk komen vele helden voor uit de 4e-6e eeuw. Het is daarom ook een belangrijke historische bron. Tevens toont het werk de belangrijke rol van een troubadour in de Germaanse tijd.
400nC: In Loppersum is gevonden een zgn ribbelurn van 17.5 cm hoog, daterend uit circa 400nC. Deze ribbelurn komt veel voor in de Anglische regio's op het Contintent en in Brittannia. De urnen worden uit de hand gevormd, bestempeld met ribmotieven en zwart gepolijst. Ze zijn veelal bol en hebben een standvoetje. De meeste van deze urnen zijn gebruikt in urnenvelden. > Urnen
400nC++: In Wirdum (Fivelingo) zijn gevonden: een beeldje van Minerva (Romeinse godin van de wijsheid) + scherven van terra sigialata (Romeins aardewerk) + twee bronzen beeldjes van Mercurius (Romeinse god van handel). (> Wirdum) Deze vondsten lijken te betekenen dat Groningen al vroeg contacten heeft met Zuid Europa. Vrij zeker handelscontacten. > AXR

Genoemde vondsten getuigen van een zeker ontwikkeld cultureel nivo in de regio, waarin Widsith goed past. Zeker ook gezien de internationale contacten van de regio. En nog temeer daar Wirdum slechts op 2 Km afstand ligt van Merum, waar Widsith lijkt te zijn ontstaan. Op grond van het voorgaande mag derhalve worden gesteld dat Widsith vrij zeker een Anglisch dichtwerk is. > Myrgingum, Fivelingo
400nC++: Museum Oudheden in Leiden bezit sieraden uit 400-600nC gevonden in Wijnaldum (Frl), Wijchen (Gld), Rijnsburg (ZH) en Maastricht (Lbg). De sieraden zijn van goud en bezet met rode granaten (halfedelstenen). Uit onderzoek blijkt dat de stenen mogelijk afkomstig zijn uit India en Pakistan. Dit betekent dat er in die tijd al een oud groot handelsnetwerk bestond van India tot in Nederland. #DeTelegraaf/27.10.2012
425nC: Naar zeggen is het oorspronklijk dichtwerk geschreven op perkament. Dit document is echter verloren gegaan. Anglische monniken in Engeland hebben het dichtwerk echter later weer op schrift gezet.
--- Perkament wordt al sinds circa 300vC gebruikt voor documentatie. (> Perkament) De oertekst van Widsith kan derhalve zeker al met de oudste versie op perkament zijn gesteld. Dus ergens rond 425nC in Fivelingo. Deze oertekst lijkt te zijn geschreven in het Anglo-Gotische alfabet. > Widsith/bron
Widsith is een Anglisch woord. Het betekent letterlijk Wijd Zicht. Deze naam is identiek aan Wijde Blick zoals het huis van de Anglische god Balder heet. > Balder
¶ Sommigen zien Widsith als een geÔdealiseerd zelfportret van Caedmon, die een troubadour zou zijn. In feite was Caedmon een devoot kloosterling in Noord Engeland, die nooit op het Continent lijkt te zijn geweest. Bovendien verraadt het dichtwerk nergens enige religieuse of Christelijke visies.
Widsith lijkt in alle opzichten een normaal mens van goede huize en met ruime geestelijke kennis en belangstelling. Waar hij die heeft opgedaan, is vooralsnog niet bekend. Het Christelijk onderwijs in NW Europa start rond 550nC. Christelijke kloosters komen pas rond 750nC met de kerstening. (> Onderwijs, Kerstening) We lijken derhalve te mogen concluderen dat ook in de prť-christelijke tijd al onderwijs wordt gegeven.
¶ Op grond van de tekst van het dichtwerk blijkt Widsith een troubadour afkomstig uit Fivelingo. Na vele omzwervingen keert hij uiteindelijk terug naar zijn geboortegrond.
De naam Widsith lijkt te betekenen dat de auteur de mythologie van Balder kent en waardeert. Namelijk: Anglisch Widsith (Wijd Zicht) is identiek aan Wid Blic (Wijde Blick) = naam van het woonhuis van de Anglisch god Balder. Bovendien blijkt uit de tekst dat Widsith is geboren in Myrgingum, een regio in Fivelingo in NO Groningen. > Myrgingum

--- 't Wijde Zicht: Dit is de naam van een prachtig pand aan het kanaal tussen Zwartewater en Leenders in de Kop van Overijssel. Dit pand heeft inderdaad een groots en wijds uitzicht op de hemel, het water en het land aan de overkant. (foto's boven; @)
#FRI 26.3.2016
--- Wijdzicht: Dit is nog steeds de naam van een klassiek type Nederlandse jacht anno 2006. #DOC/2006
Datering: Onderstaande feiten vormen vooralsnog een basis voor de datering van Widsith:
- 300-600nC: Water Noordzee stijgt 5 meter. (> P36) Widsith zegt daar niets over.
- 350nC: De oudste kloosters in NW Europa dateren van rond 350nC. Ze staan voornamelijk in het zuiden van Frankrijk en Duitsland. Gezien zijn kennis van de wereld lijkt Widsith geschoold in een klooster.
- 400nC: Water Noordzee is 2.5 meter gestegen. (> P36) Widsith zegt daar niets over. Mogelijk was de situatie nog niet ernstig genoeg.
- 405nC: Widsith toont veel verse kennis van de militaire campagne van prins Offa van Angeln in 405nC.
- 450-550nC: Massamigratie Angelen van Continent naar Brittannia. Dit proces lijkt toch dramatisch genoeg om vermeld te worden. Widsith zegt daar niets over. Zijn werk zal dus ergens tussen 400 en 450nC kunnen zijn geschreven. Dus ergens halfweg rond 420nC.
- 500nC: Water Noordzee 5 meter boven normaal. (> P36/Herculaneum) De toestand lijkt toch ernstig. Widsith zegt daar niets over.
- 752-800nC: Kerstening van Angelland. Widsith zegt daar niets over.
- Widsith toont veel historische en geografische kennis. Hij zal die kennis ergens in een klooster kunnen hebben opgedaan. Vreemd genoeg zegt het werk niets over het Christendom.
- Widsith toont nauwelijks religieuse i.c. Christelijke visies. Hij zal dus geboren kunnen zijn ruim bevoor de kerstening van Angeland sinds circa 752nC.
- De auteur van het werk Widsith kan zijn kennis hebben opgedaan in een klooster van Naturale Anglische priesters. > Priestering
>> Op grond van deze feiten en jaartallen zal Widsith kunnen dateren van ergens tussen 405 en 450nC. Dus van ergens halfweg rond 425nC. Gezien de inhoud van Widsith zal het dichtwerk geschreven moeten zijn in de laatste jaren van de auteur (Widsith van Myrgingum) zelf. Gezien de gemiddelde leeftijd van 60 jaar van mensen in zijn tijd, zal de auteur dus rond het jaar 400nC kunnen zijn geboren.
¶ Hieronder een selectie uit de Widsith waarin hij en zijn homeland Myrgingum worden genoemd:

1. Widsith matholade, wordhord onleac,
1. Widsith sprak mateloos, de woordenvloed stroomde voort,
2. se the monna maest maegtha ofer eorthan,
2. deze man die het meest vermocht over aarde,
3. folca geondferde; oft he on flette gethah
3. bij volken ginds verweg; vaak werd hij bejubeld
4. mynelicne maththum. Him fram Myrgingum
4. in ontembare mate. Hij uit Myrgingums
5. aedhele onwocon, He mid Ealhilde,
5. adel ontwoken, Hij met Ealhilde,
6. faelre freothuwebban
6. trouwe vredestichter
23. Witta weold Swaefum, Wada Haelsingum,
23. Witta regeerde Swafen, Wada Haeslingum.
24. Meaca Myrgingum, Maerchealf Hundingum.
24. Meaca Myrgingum, Maerchealf Hundingum [Hunsingo?].
35. Offa weold Ongle, Alewih Denum:
35. Offa regeerde Angle, Alewih de Denen;
36. se waes thara manna modgast ealra,
36. hij was daar onder mannen de allermoedigste,
37. no hwaethre he ofer Offan eorlscype fremede,
37. niemand overtrof Offa's vermetel leiderschap,
38. ac Offa geslog aerest monna,
38. en Offa veroverde in de eerste maanden,
39. cnithwesende, cynerica maest.
39. knecht/ruiter wezende, meest van het koninkrijk.
40. Naenig efeneald him eorlscipe maran
40. Niemand evenaarde hem meer leiderschap
41. on orette. Ane sweorde
41. op aarde. Ene zwaard
42. merce gemaerde with Myrgingum
42. merkte vermaard de grens met Myrgingum
43. bi Fifeldore; heoldon forth sidhdhan
43. bij Fiveldore; hielden voorts gescheiden
44. Engle ond Swaefe, swa hit Offa geslog.
44. Angelen en Swaefen, zo heeft Offa geslagen.

 

Noot 1: Met genoemd Fifeldore is vrij zeker bedoeld de regio Fiveldore in Noord Groningen. Deze regio omvat het hele bozemgebied van rivier de Fivel, die vanuit Noord Drente door Groningen stroomt naar de regio Dijkemer tussen 't Zand en Garsthuizen, waar in dei tijd de Fivel nog in de Waddenzee uitmondt. > Fiveldore
Rechts: kaart van Angle. (© BCK)
> Angeln, Angle, Angelland, HRAA
 

Noot 2: Legt Offa in de regels 42-44 van Widsith de grens tussen Angelen en Swaefen bij Fiveldore of verslaat Offa de Swaefen bij Fiveldore en drijft hij hen daarmee uit Myrgingum terug naar hun stamland in Midden/Zuid Duitsland? Aangezien:
- de Swaefen afkomstig zijn uit Noord/Midden Duitsland
- en Angelland sinds circa 150vC zich uitstrekt tussen Denemarken, de Elbe, de Rijn en de Noordzee,
>> mogen we aannemen dat Offa bij Fiveldore de Swaefen verslaat en hen terug drijft naar hun stamland in Noord/Midden Duitsland.

 

Noot 3: Op grond van Noot 2 en de regels 42-44 van Widsith mogen we aannemen dat Myrgingum een regio is gelegen in NO Groningen nabij Fiveldore. Mogelijk gaat het om het gehucht Merum aan de Fivel en gelegen tussen Loppersum en Wirdum.
 

80. mid Lidwicingum ic waes ond mid Leonum ond mit Longbeardum
80. met de Lidwicingums was ik en met Leonums en met Longobarden
81. mid Haethnum ond mid Haeledhum ond mid Hundingum
81. met Haethnums en met Haeledhums en met Hundingums [Hunzingers?].
84. Mid Moidum ic waes ond mid Persum ond mid Myrgingum,
84. Met Meden was ik en met Perzen en met Myrgingums,
86. ond Mofdingum ond ongend Myrgingum,
86. en Mofdingums [Modum/1568=Meeden?] en tegen Myrgingums,
94. minum hleodryhtne, tha ic to ham bicwom,
94. mijn torque, toen ik thuis bijkwam,
95. leofum to leane, thaes the he me lond furgeaf,
95. liefde ik te lenen, omdat hij me land vergaf,
96. mines faeder ethel, frea Myrginga.
96. aan mijn edele vader, vrijman in Myrginga.
117. Eadwine sohte ic ond Elsan, Aegelmund ond Hungar,
117. Eadwine zocht ik en Elsan, Aegelmund en Hungar,
118. ond the wloncan gedryht Withmyrginga
118. en het flonkerend gedrocht Withmyrginga [Wittewierum/TenBoer?]
119. Wulfhere sohte ic ond Wyrmhere; ful oft thaer wig ne alaeg
119. Wulfhere [Woltersum?] zocht ik en Wyrmhere [Wierum?]; soms woedt daar strijd
120. thone Hraeda here heardum sweordum
120. hun Raad hier zwoer met harde beloftes
121. ymb Wistlawudu wergan sceoldon
121. dat ze in Wistlawoud vermoorden zouden
122. ealdne ethelstol aetlan leodum.
122. de oude etstoel van adelijke lieden
¶ Uit de tekst blijkt dat Widsith is geboren in Myrgingum en dat hij gedetaillerd op de hoogte is van de geografie, de situate en de historie van Myrgingum. Vooral zijn kennis van Offa van Angeln en diens strijd met Myrgingum kent hij goed. Hij zal derhalve zeker uit Myrgingum afkomstig zijn en zeker niet lang na de campagne van Offa van Angeln hebben geleefd.
Rechts: Kaart van Angle. (© BCK) De Swaefen wonen rond 400nC nog tot in Midden Duitsland. Later werden ze verder terug gedreven tot aan de oostkant van de Saale.
¶ De uitgangen -gum (-um) en -ga, -inga in geonamen zijn specifiek voor Noord Groningen en NO Friesland. De uitgang -ga is afgeleid van Anglisch gaw (gouw, ga, go). In latere eeuwen verandert de uitgang -ga in de uitgang -go, -ingo. Fivelga wordt Fivelingo.
Rechts: de kaart van NO Groningen rond 405nC gebasserd op alle beschikbare relevante gegevens. Alleen de geonamen zijn geactualiseerd, muv Angelslengi (Enzelens bij Garrelsweer). (© BCK) Deze naam betekent: de slenken waar Angelen wonen. Slenken = gebied met veel geulen en moddergaten. (> Angelslengi) Naastgelegen Merum is vrij zeker de locatie waar prins Offa van Angeln met zijn leger in 405nC de Myrgings heeft verslagen. > Myrgingum
 

¶ De genoemde locaties Hundingum [Hunsingo?], Mofdingum [Modum=Meeden?], Wythmyrginga [Weytwaerdt/Farmsum?], Wulfhere [Woltersum?] en Wyrmhere [Wierum?] lijken alle te liggen in Noord Groningen.
¶ Hunsingo komt sedert circa 700nC voor onder de namen Hunusga, Hunesga en Hunesgo voor. (#Quedam/p110)
Rechts: Hunsingo op een oude kaart van circa 1770.
 
De genoemde geonamen lijken alle te vinden in Noord Groningen en aangrenzend NO Friesland. Daarmee lijkt de these bevestigd dat Myrgingum in Fivelga (Fivelingo) ligt.
Ethelstol: Widsith (c 425nC):
120. thone Hraeda here heardum sweordum
120. hun Raad hier zwoer met harde beloftes
121. ymb Wistlawudu wergan sceoldon
121. dat ze in Wistlawoud vermoorden zouden
122. ealdne ethelstol aetlan leodum.
122. de oude etstoel van adelijke lieden
--- De etholstol is een raad c.q. rechtbank van edele lieden. Daaruit is in latere tijden de etstoel ontstaan, een raad en rechtbank van gegoede boeren (de etten). Deze etstoel is in Drente nog in gebruik tot in de 19e eeuw.
--- De tekst van Widsith 120-122 toont dat de etstoel al een oud begrip is in Angelland. Widsith is namelijk afkomstig uit Myrgingum, een regio in NO Groningen.
¶ ¶ Per saldo lijkt Widstih inderdaad afkomstig uit Myrgingum en lijkt dit Myrgingum te liggen in NO Groningen, i.c. Fivelingo.
** Myrgingum, Fivelga, Hundinga, Troubadours, Widsith van Myrgingum, Offa van Angeln, Angle, PgLing/Widsith
# britannica.com 9.1.2010, KBG, DAB

Widsith/bron: (c 425nC; WBR:)
Widsith van Myrgingum uit Fivelingo (Groningen) maakt als troubadour reizen door Europa en AziŽ. Zo veblijft hij o.a. enige tijd in PerziŽ. Rond 425nC componeert hij zijn ervaringen in een Anglisch dichtwerk met de naam Widsith (= Wijd Zicht). Dit dichtwerk wordt in de 10e eeuw opgenomen in the Exeter Book, een bundel Oud Engelse gedichten uit de 10e eeuw. De oertekst is vrij zeker gecomponeerd in het Anglisch van Fivelingo in NO Groningen. (> Widsith) Ze wordt beschouwd als het oudste dichtwerk van de Engelse literatuur. Gezien haar bron is ze dat ook van de Nederlandse literatuur.
Geschrift: Naar zeggen is het oorspronklijk dichtwerk geschreven op perkament. Dit document is echter verloren gegaan. Anglische monniken in Engeland hebben het dichtwerk echter later weer op schrift gezet.
--- 300nC: Perkament wordt al sinds circa 300vC gebruikt voor documentatie. (> Perkament) De Angelen in Angelland hebben al sinds 650vC contacten met de OriŽnt. (> AXR) Ze kunnen perkament dus zeker al snel na 300vC kennen. De oertekst van Widsith kan derhalve zeker al met de oudste versie op perkament zijn gesteld. Dus ergens rond 425nC in Fivelingo.
--- 340nC++: Het West Gotische alfabet is in 340nC ontworpen door Wulfila, bisschop van de West Goten en Angelen. (> Wulfila) Aangezien Widsith lijkt te komen uit een goed en ontwikkeld milieu, is het vrij goed mogelijk dat de oer Widsith is geschreven in het Anglo-Gotisch alfabet. > ALFA
¶ Hieronder een selectie uit de Widsith waarin hij en zijn homeland Myrgingum worden genoemd:

1. Widsith matholade, wordhord onleac,
1. Widsith sprak mateloos, de woordenvloed stroomde voort,
2. se the monna maest maegtha ofer eorthan,
2. deze man die het meest vermocht over aarde,
3. folca geondferde; oft he on flette gethah
3. bij volken ginds verweg; vaak werd hij bejubeld
4. mynelicne maththum. Him fram Myrgingum
4. in ontembare mate. Hij uit Myrgingums
5. aedhele onwocon, He mid Ealhilde,
5. adel ontwoken, Hij met Ealhilde,
6. faelre freothuwebban
6. trouwe vredestichter
...
84. Mid Moidum ic waes ond mid Persum ond mid Myrgingum,
84. Met Meden was ik en met Perzen en met Myrgingums,
etc

De vraag die hier rijst is of Widsith inderdaad bij de Meden in MediŽ (Media) en bij de Perzen in het zuidelijker PerziŽ (Persia) is geweest. Het lijkt dat deze vraag bevestigd moet worden. Immers, de inleidende tekst luidt:

2. se the monna maest maegtha ofer eorthan,
2. deze man die het meest vermocht over aarde,
3. folca geondferde; oft he on flette gethah
3. bij volken ginds verweg; vaak werd hij bejubeld Bovendien lijkt de naam Widsith (= Wijd Zicht) ook te verwijzen naar verre zichten ofwel horizons c.q. landen. De oerauteur van Widsith kan zijn inspiratie ook wel persoonlijk hebben verkregen van anderen, die daar ooit wel zijn geweest, of uit oude overleveringen, die hij hoorde.
** Widsith, Media

Widsith van Myrgingum (c 380-458nC) (WVM:)
Zoon van Xx van Myrgingum (c 363nC) en NN in Myrgingum, een regio rond Merum tussen Wirdum en Loppersum in Fivelingo in NO Groningen. Widsith en zijn vader zijn vrije mannen, dwz geen horigen of slaven maar grondbezitters.
Geboorteplaats: Waar Widsith is geboren, kan blijken uit de volgende tekst van hem:
80. mid Lidwicingum ic waes ond mid Leonum ond mit Longbeardum
80. met de Lidwicingums was ik en met Leonums en met Longobarden
84. Mid Moidum ic waes ond mid Persum ond mid Myrgingum,
84. Met Meden was ik en met Perzen en met Myrgingums,
86. ond Mofdingum ond ongend Myrgingum,
86. en Mofdingums [Modum/1568=Meeden?] en tegen Myrgingums,
94. minum hleodryhtne, tha ic to ham bicwom,
94. mijn torque, toen ik thuis bijkwam,
95. leofum to leane, thaes the he me lond furgeaf,
95. liefde ik te lenen, omdat hij me land vergaf,
96. mines faeder ethel, frea Myrginga.
96. aan mijn edele vader, vrijman in Myrginga.
>>> Uit deze regels lijkt te blijken dat Widsith afkomstig is uit Myrgingum.
¶ Waar Widsith zijn historische en geografische kennis heeft opgedaan, is vooralsnog niet zeker. Mogelijk heeft hij die voor een groot deel opgedaan uit mondelinge overleveringen en vertellingen zoals gebruikelijk in zijn tijd. Het kan zijn dat hij echter weldegelijk vele reizen heeft ondernomen. O.a. naar verre landen. Zo beweert hij o.a. dat hij in PerziŽ is geweest.
¶ Het feit dat Widsith over veel historische kennis beschikt over items in Europa en AziŽ (o.a. PerziŽ) en dat hij kan schrijven betekent voor die tijd dat hij vrij zeker uit een welgesteld milieu komt en dat hij niet de oudste zoon is. Naar Anglisch gezinsrecht moet de oudste zoon immers op de hoeve blijven en samen met zijn vader de hoeve en het land beheren. Jongere zoons mogen studeren en reizen. > Lex Anglorum > Gezinsrecht
¶ De tekst van Widsith toont geen christelijke kennis of bronnen. De kans is dus klein dat Widsith in aanraking is geweest met christenen. Aangezien Widsith echter is geschreven in de Anglische taal en in Romeins schrift, lijkt het mogelijk dat Widsith ergens in een klooster enige jaren onderwijs heeft gevolgd.
¶ Dat Widsith uit een welgesteld milieu komt blijkt uit de regels:

94. minum hleodryhtne, tha ic to ham bicwom,
94. mijn torque, toen ik thuis bijkwam,
95. leofum to leane, thaes the he me lond furgeaf,
95. liefde ik te lenen, omdat hij me land vergaf,
96. mines faeder ethel, frea Myrginga.
96. aan mijn edele vader, vrijman in Myrginga.
--- Uit regel 96 van Widsith blijkt dat:
- Widsith's vader een frea = vrijman = geen horige of slaaf maar een vrij man met eigen bezit en stemrecht
- Widsith's vader is ethel = edel, van adel = iemand met eigen bezit > Adel
- Widsith's vader nog leeft als Widsith thuiskomt in Myrginga na zijn lange zwerftocht
- Widsith's vader aan Widsith land heeft geschonken
- Widsith daarvoor heel dankbaar is
- Widsith leent zijn vader uit dankbaarheid een dure torque = een halsband van goud of zilver; de torque is dus eigendom van Widsith!
--- De torque is een sieraad voor Anglische soldaten en wordt al gedragen door de Anglische militaire invaders van Brittannia in 450-550nC. Hieruit lijkt te blijken dat Widsith een soldaat is. Hij bezit immers een torque. Gezien de Anglische context zal hij vrij zeker dienen in het Koninklijk Anglisch Regiment, een expeditieleger. Dat kan de reden zijn dat Widsith zo vele reizen maakt. Gezien de periode, zijn goede kennis van zaken en zijn bewondering voor prins Offa van Angeln kan hij zelfs hebben gediend onder deze beroemde prins. > Sieraden, KAR, Offa van Angeln
--- Als Widsith inderdaad soldaat is onder prins Offa van Angeln tijdens de slag tegen de Saxen, dan zal hij al sinds z'n 15e jaar in diens leger kunnen hebben gediend. Aangezien prins Offa rond 405nC de Saxen verslaat, zal Widsith dan rond 380nC kunnen zijn geboren.
timetable:
- 415nC++: Waar Widsith heeft leren schrijven is niet bekend. De kerstening van NW Europa begint rond 550nC. De kerstening van Angelland begint rond 752nC. (> Kerstening) Widsith schrijft Anglisch in Romeinse schrift. Het lijkt derhalve dat Widsith ergens sinds z'n 15e jaar enige jaren studeert in een Naturaal Anglisch klooster. Mogelijk in Priestering bij Zelhem, vooralsnog de enig denkbare optie. Temeer daar Widsith niets schrijft over Christenen en over hen niets lijkt te weten. > Priestering
- 420nC++: Na zijn studie wordt Widsith troubadour en reist hij vele jaren door Europa. Hij ontmoet kennelijk nogal wat grootheden op die reis. Troubadours zijn in die tijd graag geziene gasten. Ze brengen immers muziek, nieuws en verhalen van elders en worden dan ook graag ontvangen door locale en regionale grootheden. > Troubadours
- 425nC: Gezien de tekst van Widsith zwerft Widsith van Myrgingum in dit jaar in Noord Persia. > Widsith, Media
- 445nC++: Widsith keert terug naar z'n geboorstreek Myrgingum, waar hij grond heeft gekregen van zijn vader.
- 450nC: Rond 450nC schrijft Widsith zijn dichtwerk Widsith.
** Widsith, Myrgingum, Fivelga, Priestering

Wieken:
Buurtschap in Gendringen in de Liemers. Aangezien in de Liemers sinds circa 300vC Angelen wonen evenals in het nabij gelegen Engbergen (3 Km NO), zal Wieken vrij zeker ook Anglisch gebied kunnen zijn. Er is bovendien een Anglische stam genaamd de Hwicce (Wicci, Wiccia) dat zich rond 370nC vestigt in de Cotswolds, Centraal Engeland. Gezien hun alias Wicci kunnen ze heel goed afkomstig zijn uit Wieken. De Angelen in Wieken hebben zich aldaar dan circa 250vC gesetteld.
¶ Circa 9 Km NO van Newmarket in East Anglia ligt het dorp Wicken. Mogelijk is dit dorp gesticht door Angelen afkomstig van Wieken in De Liemers.
** Hwicce, TEHA, Locatienamen, Engbergen, ASA, PgBrit/Wiccas

Wiel:
()A raed (rad, wiel, wagenwiel), wehol (=A weol), weohhol (=A weol), weol (wiel, rad), weolblaed (wielblad = schoep van waterrad), weowol (wiel), waegnweol
timetable:
- 3000vC: ondekking wiel in Egypte tijdens hijswerk stenen > PgGen
- 2700vC: mensen maken massieve en driedelige wielen #DWO
- 2700vC: eerste wagen ter wereld gebouwd in Egypte (*)
- 2500vC: wagenwiel (eikenhout) in Weerdinge/Drente. Dit lijkt te wijzen op vroege contacten tussen NO Nederland en Egypte. Mogelijk via Kreta.
- 1700vC++: Mensen maken spaakwielen. #DWO
** Wagenwiel, Voertuigen

Wielen: > Wiel, Wagenwiel

Wientjesvoort:
Oude locatie gelegen aan de Baakse Beek in Kranenburg bij Vorden en genoemd naar een voorde (doorwaadbare plek) in de Baakse Beek aldaar. In 1850 is daar het huidige Huis Wientjesvoort gebouwd. Voordien stond er een herberg met de naam Wennekinckvoort. De naam Wennekinckvoort lijkt derhalve de orginele naam van de voorde.
¶ De regio Vorden wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit de regio Lochem. (>ASA) De naam Wennekinckvoort lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wennic (mansnaam) + ing (volk) + ford (voorde).
** Voorden

Wierden:
Wierd is een Gronings woord voor terp: een heuvel waarop mensen wonen, beschermd tegen hoogwater en stormvloeden.
** Terpen, Ezinge

Wierook: (WIR:)
()A wirec (wierook)
¶ In Westerveld/Drente is gevonden een deksel van een wierookvatje uit circa 200nC. (> Westerveld) De regio wordt bewoond door Angelen. Wierook lijkt derhalve bij Angelen rond 200nC een gekend product te zijn.
¶ Wierook wordt beschouwd als heilige rook. Haar substantie wordt gemaakt van een soort hars. Normaliter zijn het priesters die wierook gebruiken tijdens sacrale diensten.
¶ Aangezien:
- Westerveld rond 200nC Angelen wonen > ASA
- en het wierookdekseltje is gevonden in Westerveld
- en het dekseltje dateert uit circa 200nC
- en wierook normaliter wordt gebruikt door priesters tijdens sacrale diensten
- en het christendom pas rond 750nC wordt gepredikt in Drente en de rest van Nederland
>> lijkt het wierookdekseltje aan te tonen dat in Westerveld rond 200nC Anglische priesters wonen en werkzaam zijn.
** Westerveld

Wiffing:
Familienaam uit Westerveld in Drente. Westerveld wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam Wiffing lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wiff (wever) + ing (volk).
¶ Volgens de Engelse historicus Beda (672-735) behoort het Anglisch koningshuis van East Anglia tot het geslacht Wiffing. Elders lijkt de naam niet of nauwelijks voor te komen. Gezien het zgn patrilocalisme lijkt het derhalve mogelijk dat de Wiffings van East Anglia afkomstig zijn uit Westerveld in Drente.
Suffolk: Bizondere relaties van Drente met East Anglia zijn o.a. de Buntings en de Wiffings. Mogelijk hebben zij het Suffolk paard meegenomen naar Engeland. > Paarden/Suffolk
** Patrilocalisme, Westerveld, Zuidwolde, PgBrit/East Anglia, Redwald van East Anglia

Wig van Sleswig (c 345-405) (WVS:)
Zoon van Freawin, onderkoning van Sleswig.
Dood samen met zijn broer Cedd in een gevecht Eadsgil, de agressieve koning van de Saxen in Holstein. De Saxen zijn erg boos en bedreigen continu het leven van de twee broers. Wig besluit daarom rond 370nC naar Engeland te migreren en daar een rustiger bestaan op te bouwen. Hij vestigt zich daar in de Cotswolds (regio Uper Thames), samen met een grote groep Angelen.
Sleswig is tot circa 650nC een onderdeel van het koninkrijk Angle. Temeer omdat het in een gebied ligt waar sinds circa 600vC hoofdzakelijk Angelen wonen. Wig moet dus inderdaad een burggraaf zijn van de stad Sleswig, gelegen in het koninkrijk Angle. Als zodanig is hij mogelijk verwant aan het Anglische koningshuis.
Zoon: Gewis (gb 380).
** Sleswig, Haithabu; PgBrit: Gewisse, Cotswolds, UTR/UK, Wychwood, Hwicce
# AHM, HNF, DAB

Wihtlaeg van Angeln (c 320-380)
Zoon van koning Weaga van Angeln.
Koning van Angeln.
Zoons: Wermund (gb 356) en Wehta (gb 360).
** Angeln
# WKP 29.11.07 (ex Historia Britonum), DAB

Wilde Jacht:
Anglisch: Wilde Hunta. Bij de Germanen is Twaalf Nachten de periode tussen 25 december en 6 januari, de periode na het Joelfeest. In deze periode hebben de geesten vrij spel en stormt de Wilde Jacht van de Wilde Herr (wilde heir), het dodenleger, aangevoerd door Wodan op zijn wita hengest (witte hengst) door het luchtruim. Het is een periode van zware beproevingen.
** Kalender, Twaalf Nachten, Wodan, Sinterklaas

Wildenberg: > Rabbinge

Wildernis:
()A adesa (adze = kapmes om planten en struiken weg te kappen), adesan (clearen, wegkappen, etsen), awestan (woest, onontgonnen laten), brecan (ontginnen, in cultuur brengen van woest gebied), bronc (wild, woest), bronc (wildernis, woestenij), foreste (bos, woud, jachtgebied, wildernis), forestere (boswachter, jachtopzichter), hac (=A hax), hacta (=A hax), hax (clearing in wildernis of bos), mor (moer = woeste grond, heide), morgas (moerasgas), morhenn (waterhoen; # vogel), morig (wild, verwilderd), moriga (woest land), moring (veenderij), morland (woest land, veenland, moerasland), morman (veenwerker), myr (woest land, wildernis, moeras), myrgynne (moerasland, wildernis, woest land), sump (zomp, drasland), sumpig (drassig), ofergrownet (verwilderd), unsaelig (onzalig, ellendig, armzalig, onhebergzaam, woest, verdorven, slecht), weste (woest), westland (woest land, woestenij), wilde (wildernis), wildeor (wildernis), wilderd (wildernis, woest gebied), wilderness (wildernis), wolde (dichtbegroeide, zompige wildernis), wolle (=A wolde), wollebeam (wolleboom = moerasboom; # els), wyst (woest, braak, onbebouwd), wysta (woeste, woestenij = woest, braak, onbebouwd land), wystland (woestland, woeste, onontgonnen land)
** Bronc, Wolle, Wolleboom, Moerasland, Woestland, Ontginning

Wilgen:
()A boxe (strook grond met wilgen langs water), cnottwelig (knotwilg), hrisholt (rijshout = takken en twijgen van wilgen en andere taaie houtsoorten), kwasing (o.a dun wilgenhout), potbrinc (pootbrink = grond waarop poten/stekken van werfhout of eiken telgen worden uitgezet), sale (wilg, omheining van wilgetenen, schutting, erfscheding, omheide ruimte), seal (=A sale), sealh (=A seal), stufwelig (knotwilg), tan (=A then), then (teen, teng, tengel = wilgentak), thenas (tenen, wilgetakken), thun (vlechtwerk van wilgetakken, schutting), waend (van wilgetenen gevlochten wand), waenna (wan = platte mand van gevlochten wilgetenen om kaf van koren te scheiden), wealt (gebied met veel wilgen), wearbusk (wilgenbos), wearf (wilg), wearfholt (werfhout = wilgenhout), wearfslat (laag en drassig land met wilgen), wele (wilg), welig (wilg), welig (=A seal), weligan (wilgen), wey (wilg), wide (wilg), widhdhe (band van wilgetakken), wigge (wilg), wilig (wilg), wiligblom (wilgenbloem), wiligbroc (wilgenbroek = drasland met wilgen), wiligholt (wilgenhout), wiligmatt (wilgenmat = mat gevlochten van wilgetenen), wiligtan (wilgenteen), wiligthen (wilgenteen), wimm (wilgetak, twijg, teen)
¶ Boomsoort (Latijn: Salix) met talloze varianten. Wilgen groeien op alle gronden en overal in NW Europa. In Nederland en Vlaanderen is de wilg het meest populair. In Nederland vooral in Gelderland, Limburg en Zuid Holland. Wilgehout is sterk, taai, vochtwerend, licht, goedkoop en ruim verkrijgbaar.


          

¶ Wilgenhout wordt o.a. gebruikt voor het maken van klompen (Angl: clumpan, holblocs). Er is een oud kinderliedje daarover, waarvan de Anglische versie als volgt luidt:

holt snidhan
thicce weligan
clumpan macian
thaet sceal cracian
    
hout snijden
dikke wilgen
klompen maken
dat zal kraken
 
¶ Wilgen worden van oudsher veel gebruikt als erfafscheiding en langs sloten en plassen, waar de wortels de grond goed vasthouden. Knotwilgen (Angl: cnottweligan) worden gemaakt door regelamtig snoeien van de soort Salix Alba. Rijshout (Angl: hrisholt) bestaat uit jonge wilgetenen.
Wilgetenen zijn jonge wilgetakken. Ze worden gebruik voor het vlechten van matten, schuttingen, muren, manden, korven, kransen, e.d. Wilgematten worden ook vaak gebruikt voor beschoeing van oevers en zinkstukken voor dijken.
¶ Door hun enorme toepasbaarheid en nuttigheid hebben wilgen een grote economische waarde door de eeuwen heen. Bij de verkoop van percelen worden wilgen vaak apart geteld, getaxeerd en meeverkocht.
1960: De wilgenindustrie biedt tot circa 1960 werk aan vele beroepsgroepen. Daarna neemt plastic voor een groot deel de rol over van wilgentenen.
2000++: Plastic wordt een groot milieuprobleem. Overal op het land en zelfs op zee hoopt zwerfplastic zich in grote hoeveelheden op. Dit tast de leefbaarheid voor flora en fauna in ernstige mate aan.
Waarde: Wilgen hebben niet alleen grote economische waarde, maar ook grote landschappelijke en culturele waarde door hun oer Nederlands karakter. Vooral Gelderland, Limburg en Zuid Holland besteden daar gelukkig veel aandacht aan. Bovendien is de afval van wilgen maklijk en veilig te verwerken, zonder nadelige gevolgen voor mens en milieu.
** Klompen, Vlechtwerk, Landbouw (Anglische boer), Watul
# FRI, WP, DAB, KBG

Willibrord: Engelse missionaris in Angelland > Kerstening

Wilp:
Rond 785nC Huilpa genoemd. (#LVP) In 1557 Wellop. (> KVL) Dorp aan de Yssel zuidelijk van Deventer, ressorterend onder Voorst. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit de regio Deventer. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch wella (wel, bron, put) + op (heuvel, top, hoogte, berg). Dus de welput op de hoogte. Volgens andere bronnen is wilp = bronwater. Dit bronwater kwam uit een grote kolk aldaar.
¶ In 768nC bouwt de Engelse missionaris Lebinus een kerk in Wilp. Anno 2012 staat deze kerk daar nog steeds.
** Lebinus
# VIV/p15, DAB, FRI

Winchester: > PgBrit

Windrichtingen: (WDR:)
()A adune (=A beneothan), beneothan (beneden, noorden), bufan (boven, zuiden), dune (=A adune), east (oost), eost (oost), north (noord), sud (zuid), suth (zuid), suther (zuider), suthlic (zuiderlijk), suthweard (zuidwaarts), ufan (=A bufan), underneodhan (=A beneothan), upper (opper, boven), west (west), weste (westlijk), westlic (westlijk)
Tot circa 1800nC geldt:
boven = zuidwaarts, ten oosten of hoger gelegen (soms)
beneden = noordwaarts, ten westen of lager gelegen (soms)
oestwert = zuidwaarts of ten oosten van > oest = oost of zuid
onder = beneden
westwart = noordwaarts of ten westen van > west = noord of west
Op Middeleeuwse en latere kaarten ligt het zuiden vaak boven en het noorden onder. De aanduidingen 'boven', 'beneden', etc bieden echter onvoldoende houvast om de ligging van een iets of iemand te bepalen in hedendaagse termen.
Bawah: = Maleis voor: onder, benedenkant. Anglisch bufan = boven, zuiden. Bawah en bufan liggen fonologisch dicht bij elkaar.
Aangezien 1:
- Maleis en Anglisch beide een Arische taal zijn > Maleis
- en bufan en bawah fonologisch dicht bij elkaar liggen
- en Anglisch bufan = zuidwaarts = onderkant windrichtingen
- en Maleis bawah = onder, onderkant
- en Sumba en Sumbawa Indonesisch eilanden zijn onder (= ten zuiden van) de evenaar
- en Sumbawa ten noorden van Sumba ligt
- en Sumbawa kan zijn afgeleid van Sumba Bawa = Onder (Zuid) Sumba
- en Angelland boven de evenaar (= ten noorden) ligt
- en Anglisch bufan is afgeleid van be + ufan (=A* ofen = oven)
- en een oven = hete ruimte
>>> lijken Maleis bawah en Anglisch bufan beide te wijzen naar een regio ergens tussen Indonesia en Angelland in. Mogelijk naar de evenaar = de regio waar de zon het meest hoog staat = meest warme regio van de aarde = soort bakoven. Mogelijk noemen de AriŽrs dat gebied zoiets als Buva = Bakoven. Voor de Sumbanezen en de Angelen ligt dit gebied kenlijk onder hun eigen woongebied. Posities worden in de oudheid dus aangegeven ten opzichte van de grote Bakoven = Evenaar. Kenlijk onderscheiden beide volken alleen: op of in de bakoven en onder de bakoven. Beiden volken vinden daarbij kenlijk dat ze onder = zuid de bakoven wonen.
Aangezien 2: zowel Angelen als Sumbanezen vinden dat ze onder de bakoven (evenaar) wonen, lijken beide volken al heel vroeg de evenaar te kennen en te weten dat het daar normaliter erg heet is.
Aangezien 3: de oude volken al vroeg lijken:
- kennis te hebben van de evenaar
- en kennis te hebben van sterren en andere hemellichamen en hun kosmische banen > Sterrenkunde
- en op deze kennis lijken te navigeren
>>> lijken zowel Angelen als Sumbanezen al vroeg hun posities tov de evenaar en hemellichamen bepaald te hebben.
Aangezien 4:
- de oude volken oorspronklijk en langdurig de zon vereeren > Zonnecultus
- en de termen oost en west al vroeg worden gebruikt
- en oost = waar de zon opkomt
- en west = waar de zon ondergaat
- en deze volken hun positie tov de evenaar lijken te kennen
- en gezien hun migraties al heel vroeg verre reizen maken
>>> mag worden geconcludeerd dat de kennis van de windrichtingen bij de oude volken al heel vroeg bekend is
- en dat deze kennis al vroeg noodzakelijk is geweest als hulpmiddel voor hun oriŽntatie tijdens hun verre reizen.

** Richting, Utrecht Stad (Kaart 17e eeuw), Navigatie
# RKR/p125

Winkelhaak:
Anglisch: wincelhaca (haca, hoc) = winkelhaak, hoekhaak
NB in de haak = in de winkelhaak = in orde (# Van Dale Etymologisch Woordenboek)
Symbool voor architectuur en bouwkunde. Attribuut van de apostel Thomas, schutspatroon van de architecten. De winkelhaak is identiek aan het teken voor het getal 7, in religies en mystiek een heilig symbool, dat vaak het goddelijke voorstelt. Ook stelt het voor de deugdzaamheid en rechtvaardigheid. De winkelhaak wordt ook gezien als symbool van de geest die de materie overwint. Als zodanig wordt het vaak gevonden op graven van Vrijmetselaars. # SSP, DAB
Astronomie: Sterrenbeeld aan de zuidelijke sterrenhemel. Eigenlijke naam is Norma et Regula, aldus genoemd door Nicolas de Lacaille in het midden van de 18e eeuw.
Qua symbool is de winkelhaak identiek aan het sterrenbeeld Kraanvogel.
Bouwkunde: Hulpmiddel voor het bepalen en tekenen van rechte hoeken, zowel in de tekenfase als in de bouwfase van bouwkundige projecten.
China: In China is de winkelhaak het symbool voor het opbouwen en van heiligende toverkrachten in de mystieke leer van Foe Hsi, die de I Tjing zou hebben geconcipieerd. Hij wordt voorgesteld met een slangvormig onderlijf en een winkelhaak in de hand. #SSP
Heraldiek: In de heraldiek komt de winkelhaak al in oude tijden voor. Ruim vůůr het ontstaan van de Vrijmetselarij in het begin van de 18e eeuw. Een winkelhaak in een familiewapen betekent dus zeker niet persť dat die refereert naar de Vrijmetselarij. Vaker stelt het iets voor uit de algemene symboliek.
Letterhistorie: In het Fenisisch schrift stelt de winkelhaak de klank G voor.
In het ArchaÔsche Griekse schrift stelt de winkelhaak de letter gamma (C) voor. Via het Romeinse schrift is hieruit de huidige letter C ontstaan, aanvankelijk uitgesproken als G of Chť, later als K.
Regeermacht: In de Egyptische hieroglyfen beeld de faraostaf regeren uit. De winkelhaak in het wapen van Kranenburg Scharmer beeld vrij zeker hetzelfde uit. Deze winkelhaak is namelijk ingevoerd rond 1690 door Jan Harkes Kranenburg (gb 1660). Hij is grietman in Spijk (Gro). Dus een burgermeester met rechtsprekende macht.
Vrijmetselarij: Het 7e cq centrale symbool in de Vrijmetselarij. Symbool van het goddelijke en de rechtvaardigheid. De Achtbare Meester draagt als ambtsteken een winkelhaak op de borst. Hij is voorzitter van de Loge. Volgens J. BaurnjŲpl (1793) is de winkelhaak het symbool van Gods liefde en de naastenliefde. Vele Vrijmetselaars hebben een winkelhaak op hun grafsteen.
¶¶ De Vrijmetselarij ontstaat formeel op St Jansdag 24 juni 1717 met de oprichting in Londen van de eerste Grootloge. De voorgeschiedenis begint echter al in de Middeleeuwen uit de Britse Steenhouwers Gilde, de (stone) Masons. Vandaar de naam Freemaconry. James Anderson, een presbyteriaanse geestelijke, schrijft het boek 'Constitutuions' (1723), dat geldt als het wetboek van de Freemacons.
** Angol, Gamma, Kranenburg Scharmer, Grietman
# SSP, DAB

Winkels:
()A bacery (bakkerij), baecere (bakker), baecery (bakkerij), baecestre (bakker), barbur (barbier, chirurgijn, kapper), caeppar (kapper), cnippere (kapper), cniphus (kapper, kapperzaak), colbour (kolenboer = handelaar in houtskool, bruinkool, steenkool e.d.), colebour (=A colbour), colman (warmoezenier, groenteboer), crodman (kruideman, kruidenier), crodnere (kruidenier, drogist, apotheek), drenchus (=A drichus), drinchus (drankhuis, bar, cafee, taveerne), ethus (eethuis, restaurant), fiscere (visser, viswinkel), fiscsceopa (viswinkel), flaeschus (slagerij), forestraet (voorstraat, winkelstraat), grenbour (groenteboer), haughstrate (hoogstraat = winkelstraat), lyshus (drankhuis, slijterij), milcbour (melkboer), pottery (pottebakkerij), pottmakery (pottebakkerij), sceopa (winkel, pand), sceopan (winkelen, shoppen), scoppa (schuur, winkel), scoppan (winkelen, shoppen), surgyn (chirurgijn), wincel (winkel), wincle (winkel), waerehus (warenhuis), waermosbour (groenteboer), waermosere (warmoesier = groenteboer), waermossceopa (groentewinkel)
Winkel: =A wincel, wincle = winkel, shop = zaak die levensmiddelen e.d. verkoopt voor gewoon gebruik; ON wincle; AS winkel. Betekenis is afgeleid van wincel = hoek. Winkels worden in het verleden bij voorkeur gevestigd op de hoek van twee of meer straten. Daar komen immers de meeste passanten c.q. potentiŽle klanten langs.
** Handel

Winnen:
Je moet je richten op winnnen. Niet op verliezen. #VARA/Pauw/hardloper 5.9.2016

Winschoten:
Volksmond: Winskoot. Stad in NO Groningen. Oudste vermelding: Windtschote (1391), later Wynschote, Wynschotte, etc. De naam Windschote lijkt dubieus gezien de latere consekwente namen Wynschote, Wynschotte, etc.
¶ De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Reiderland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Win (mansnaam) + s (van) + cot (kot, kote, kleine hoeve) = Winscot = de kote (kleine hoeve) van Win.

Winst:
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse (i.c. Anglische) geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius.
** Paralogie, Mercurius, Balder, Handel, Kapitalisme

Winsum:
Stad in NW Groningen. De regio wordt rond 400vC bevolkt door Angelen uit Fivelingo. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Win (mansnaam) + s (van) + um (huis, heem, oord). Dus: het oord van Win.

Winter:
()A Winter = Winter. AVA winne (gewin, winst, oogst, verworfenheid, lijden, dood, strijd) + teran (teren, verteren). Dus: teren op de oogst van afgelopen jaar. Bij slechte oogst wordt de winter een periode van honger en lijden.
¶ Bron ZWH/p74 schrijft over het leven op de boerderij: "De winter was de tijd waarin de mannen hout gingen hakken voor het vuur en de vrouwen de handen vol hadden aan naai- en verstelwerk."
** Seizoenen, Schaatsen

Winterdepressie: > Licht

Winterswijk:
Stad in het oosten van de Achterhoek, nabij de Duitse grens. De naam is afgeleid van Anglisch winter (winter) + wick (wijk). De regio is rond 150vC bevolkt door Angelen, vrij zeker uit Berkelland.
** ASA, Plekenpol, Wensing

Winterzonnewende: (WZW:)
Bron GGS/p52-53 noemt Balder de god van Lente en Licht. Hij is onkwetsbaar omdat de goden hebben beloofd hem geen kwaad te zullen doen. Alleen Loki (Loge) zweeg. Met de Winterzonnewende (Joelfeest) wordt Balders onkwetsbaarheid gevierd. Maar door een list van Loki wordt Balder dodelijk getroffen door een peil van Hyder, de blinde broer van Balder. Wodan gaat op zijn paard Lypnir de vluchtende Hyder achterna en weet hem te grijpen. Hyder wordt gedood en dan vastgebonden aan de Levensboom. In de zomer herrijst Balder echter weer. Deze gebeurtenissen symboliseren de eeuwige overgang van licht en warmte naar duisternis en kou. Ofwel de eeuwige cyclus van leven, sterven en herrijzen.
** Balder, Joelfeest, Joelfeest, Hyder

 

Wirdum:
Dorp bij Loppersum in NO Groningen. Gronings: Wirrem. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch wyrth (wierde) + ham (hem, heem, huis). Dus: het huis op de wierde. Ao 2010 330 inwoners. Het dorp is gebouwd op twee wierden. De NH Kerk ligt op de grootste wierde. Daaromheen ligt het oude dorp. Bij de kerk staan grote stenen van een oude Anglische ael (altaar). Op de foto rechts onder de twee grote ramen. De naturale Angelen bouwden hun ael
 
vaak op een hoogte. Met de kerstingen van NO Nederland sinds circa 752nC worden kerken vaak gebouwd bij een oude ael. > Ael, Naturalisme, Kerstening
¶ In 1894 is in Wirdum een beeldje gevonden van Minerva, de Romeinse godin van de wijsheid. Zij draagt een helm en in de rechterhand houdt ze een platte schaal. Het beeldje is 10.6 cm hoog. In Wirdum zijn ook scherven gevonden van terra sigialata (Romeins aardewerk) en twee bronzen beeldjes van Mercurius, de Romeinse god van de handel. Wirdum is dus zeker al bewoond in de Romeinse tijd (12vC-450nC).
¶ Bron VWB schrijft dat rivier de Fivel oorspronkelijk uitmondt bij de kerk in de haven Amisia van Wirum. Zeker nog in de tijd van Menko (1213-1276), abt van klooster Bloemhof te Wittewierum. Waar genoemd Wirum ligt, is niet duidelijk. Op een kaart van Groningen uit 1589 is wel Onderwierum aangegeven ter plekke van het huidige Onderdendam, maar nergens een Wirum. Mogelijk lag Wirum dus wat hoger dan Onderdendam en nabij Kantens. Een andere optie lijkt Wirdum, dat in het Gronings immers Wirrem (= Wirrum) wordt genoemd. Het dorp grenst aan Garrelsweer aan de oude loop van de Fivel richting Appingedam.
¶ Henk de Wilde in Wirdum (Gro) mailt 27.8.2010 hierover dat Wirum z.i. een verschrijfing is en dat het feitelijk Wierum moet zijn, waarmee Wittewierum wordt bedoeld, waar de Fivel op korte afstand langs liep. Het klopt z.i. wel dat Wirdum in de volksmond Wirrum wordt genoemd, maar dat ligt toch een paar honderd meter van het Damsterdiep (vroeger Fivel). Door het dorp Wirdum heeft vroeger de Wirdummermaar gelopen, maar in de 1970-jaren is het deel door het dorp gedempt. Niet door de inwoners, maar door de gemeente Loppersum. Het gedempte deel door het dorp is nu een wandelpad genaamd Dronkenmanspaadje. Aldus Henk de Wilde.
** ASA, Fivel, Werdum

Wisselveen:
Anglisch: wiscfenn = veen dat afwisselend droog of nat is en waar geen bomen groeien.
¶ Wisselvenen zijn gevaarlijk. Als ze droog zijn lijken ze op normale vaste grond waarover gelopen kan worden. Wie dat waagt, kan het duur bekopen. Tijdens de Slag om Ane (1227nC) lokt Rudolf II van Coevorden met zijn leger Drentse boeren bij Ane bisschop Otto van Lippe van Utrecht met zijn leger ridders en soldaten naar een wisselveen, die in die periode droog lijkt. De overmoedige Otto en zijn leger draven in vol galop richting Rudolf en de Drenten een halve mijl verder, aan de overkant van het wisselveen. De gevolgen zijn rampzalig. Otto en alle ridders, paarden en manschappen belanden in het veen. Door hun zware harnassen en wapens verdwijnen ze alle in de diepte. Rudolf en de Drenten hebben gewonnen. De macht van Bisdom Utrecht over het Noorden is definitief gebroken. Drente en Groningen zijn verlost. > Ane (Slag bij Ane)
¶ Ook anno 2011 kunnen mensen zich vergissen en in een wisselveen belanden. Mei 2011 loopt een meisje in Rheden over een droge poel en zakt daarin meteen weg tot aan haar buik. Dankzij de hulp van vader en zoon Rekswinkel werd ze nog net gered. "Ik denk dat ze naar ons toe wilde komen om te kijken of te helpen met de vissen. De vijverbodem zag er droog uit, maar vlak daaronder was het een en al blubber. Ze was er nooit alleen uitgekomen." reageert vader Rekswinkel. (De Telegraaf 30.5.2011)

Wistlawudu: (WLW:)
Deze naam komt voor in het Anglisch dichtwerk Widsith (c 425nC):
120. thone Hraeda here heardum sweordum
120. hun Raad hier zwoer met harde beloftes
121. ymb Wistlawudu wergan sceoldon
121. dat ze in Wistlawoud vermoorden zouden
122. ealdne ethelstol aetlan leodum.
122. de adelijke lieden van de oude etstoel
¶ De naam Wistlawudu lijkt afgeleid van Anglisch wist (gewest) + la (vergaderplaats) + wudu (woud, bos). Dus: het bos waar het gewest vergadert. Mogelijk gaat het om Grollerholt in Drente. Temeer daar provincie Groningen en Gorecht tot in 1049 onderdeel zijn van Drente (# Quedam/pXI) en Widsith uit Groningen komt. Dat zo zijnde, blijkt uit de naam Wistlawudu dat Drente rond 450nC een gewest is van het Anglisch Rijk.
98nC: Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. (#TAG/G5) ... En verder dat Germanen vinden dat het niet past bij de grootsheid van goden om hen binnen tempelmuren op te sluiten, of ze op enigerlei wijze te vergelijken met mensen. Ze hebben veel ontzag voor hun goden, wijden bossen en wouden aan hen en roepen ze aan met hun namen om hogere machten te beheersen. (#CAB/p86) E.e.a. lijkt erop te wijzen dat de Angelische gewesten hun vergaderingen altijd in wouden houden. Kenlijk om met hulp van hun goden hun problemen beter aan te kunnen.
Grollerholt: Dorp in Drente. Daar staat een grote steen op zes kleine keien. (#FRI 2013) Dit is de plek waar de Drentse edelen hun vergaderingen hielden. Totaal zijn er dus zeven stenen. Het getal zeven verwijst in vele oude culturen naar volmaaktheid. (> Zeven) De zes kleine stenen symboliseren mogelijk de zes grote werken die samen het grote geheel (grote steen) dragen. Tot de zes grote werken worden normaliter gerekend: Eerlijkheid, Wijsheid, Rechtvaardigheid, Zorgvuldigheid, Daadkracht en Barmhartigheid. Anglisch: Aerlicnis, Wisdom, Rihtignis, Sargfealdignis, Daedcraeft and Baermheortignis. > Zes


          

boven: de vergadersteen in Grollerholt

** Widsith, Etstoel, Grollerholt, Groningen (provincie), Hof Englandi


Witan:
()A teghn (leenman), thain (leenman). thegn (leenman), wit (wit, zuiver, fit), wit (weet, kennis, notie, begrip, verstand), wita (hij die weet, weter, deskundige, wijze, raadgever), witan (weten), Witan (Raad van Wita's = Raad van Wijzen), Witan Gemot (=A Witan), Witanagemot (=A Witan)
¶ De Witan is de Raad van Wijzen van de Anglische koningen in Angelland en later ook in Engeland. EWB: Oud Engels, Oud Saxisch, Gotisch: witan = weten. Arisch: veda = ik weet. Webster (2005): wita = one who knows. Witan kan dus worden geÔnterpreteerd als: de Raad van Zij Die Weten. Oud Engels: Witena Gemoot: Ontmoeting (bijeenkomst) van hen die Weten, i.c. Wijzen ofwel Wijze Mannen. Ofwel de Witan = de Raad van Wijzen.
¶ De koning heeft thegns (teghns, thains = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan ook genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. #WAB/p178
¶ De samenstelling van de Witan is niet vast. Ze wordt ad hoc samengesteld op grond van de omstandigheden. I.e.: de problemen die besproken moeten worden, de aard van die problemen en de deskundige autoriteiten op dat gebied. Meestal gaat het om staatszaken, zoals landhervorming, belasting, zware criminaliteit, oorlog, vrede, koninklijke huwelijken, benoemingen voor belangrijke posten, etc.
¶ Wie de Witan steeds samenstelt en hoe dat geschiedt, is vooralsnog niet bekend. De koning zal daarbij een belangrijke rol kunnen hebben. Echter, een structurele verantwoordelijkheid leggen bij ťťn persoon leidt ongetwijfeld tot gevaarlijke machtsvorming c.q. machtsmisbruik. Dat is voor het land uiteraard zeer riskant.

          
 
630nC: Afbeelding hierboven stelt mogelijk voor koning Penda van Mercia (575-655) in vergadering rond 630nC met zijn wita's (raadsleden) van de Witan (Raad van Wijzen). De afbeelding is afkomstig uit de Engelse Hexateuch uit de 11e eeuw.
# British Library; EU Public Domain; USA No ©
- Koning Penda draagt de zgn hertekroon en heeft een zwaard en een staf in handen. De hertekroon is een oeroude Anglische kroon van ver bevoor de kerstening van Engeland sinds circa 600nC. > Koning, Herten
- De mutsen van de afgebeelde wita's zijn zgn puntmutsen, Anglisch paepes, papes. Deze puntmutsen worden door de Angelen al gedragen ver bevoor de komst van het Christendom in Engeland rond 650nC. De puntmutsen zijn geen mijters. Die doen pas rond 950nC hun intrede.
- Op de afbeelding staan drie wita's met rode kleding. Rood lijkt de specifieke kleur van de outfit van Angale priesters. > Priesters/Outfit/ Kleuren
- Mutsen: Vijf wita's dragen een gele/goude muts en vier een witte. De kroon van de koning is wit/zilver. Waar dat op wijst, is vooralsnog onbekend. Geel/goud en wit hebben de volgende symbolische betekenissen:
-- Geel: Kleur van de zon, eeuwigheid en geluk.
-- Goud: Kleur van volheid, volwassenheid, welgaan, zon en het manlijke.
-- Wit: Kleur van zuiverheid, wijsheid en volmaaktheid. Veel gedragen kleur bij priesters.
-- Zilver: Kleur van de zuiverheid, de maan en het vrouwelijke.
-- De oude Angelen hechten meer aan zilver dan aan goud!
-- De koning zelf draagt een kroon in wit/zilver. Samen met de drie mutsen in wit/zilver zijn er dus vijf witte/zilveren en vijf gele/gouden leden. Per saldo is er dus evenwicht. De bedoeling hiervan is vooralsnog niet duidelijk.
** Landraad, Koning, Angle (Angelland)
# WKP/13.9.9, EWB, SYM, DAB, KBG

Witheringas:
Anglisch volk wonend in Witheringa, Noord Mercia (=* Withern/Lincolnshire). Hun gebied omvat in 750nC 600 hides (= 30 Km2). Hun herkomst en de betekenis van hun naam zijn vooralsnog onbekend.
¶ Mogelijk zijn de Witheringas afkomstig uit Wettringen bij Steinfurt nabij Rheine in NW Duitsland en zijn ze rond 500nC gemigreerd naar vanwege de langdurige natheid in Angelland. Lincolnshire lijkt vooral bevolkt door Angelen uit Overijssel, Gelderland en aangrenzende regio's nabij de rivier de Ems in NW Duitsland.
** PgBrit (Angelen, Stamgebieden, Lincolnshire)

Witte Wiefen:
Volgens het volksgeloof in NO Nederland (West Angle) zijn witte wiefen oude heksen die in de herfst in schemer en duisternis door de bossen en over velden zweven op hun bezemsteel. Ze maken mensen en dieren aan het schrikken met hun verschijning en hun krassend en krijsend geschreeuw. Waarom ze dat doen is niet duidelijk.
¶ Gezien hun appearence lijken witte wiefen personificaties van de ijle witte nevelbanken die in de herfst in bossen en boven velden hangen. Ze beklemmen erg en maken de sfeer erg spooky.
White Ladies: In Engeland kent men White Ladies. Mogelijk worden daarmee nonnen bedoeld. > PgBrit/Bevere Manor
** Schimmenrijk

Witte Wieven: > Witte Wiefen
Wittekin: > Blokken

Wittelte:
Alias Ao 1040: Wittelhte; 1185*: Wiltholte; 1330: Wilthalte, Wittelte. Dorp onder Diever in Drente. #Quedam/p139

Witten:
Dorp nabij Roderwolde en circa 20 Km zuidoost bij Assen.
** Roderwolde

Wizards:
()A wisard {AVA wise=wijs + ard=aard} (wijze man, sjamaan, tovenaar)
** Priesters, Heksen, Sjamanisme

WKT: Wijsheid, Kracht en Taaiheid
Analyse van de historie van de Angelen in Angelland leert dat het Anglisch volk in de loop der eeuwen getoond heeft te beschikken over veel wijsheid, kracht en taaiheid. Hun strijd tegen de Denen, Romeinen, Marcomanen, Saxen, Myrgings en Swaefen is langdurig maar succesvol. Nergens tonen de continentale Angelen zich primair agressief. Ze tolereren veel, totdat hun eigen bestaan en veiligheid op het spel staat. Ook hun nazaten in Brittannia blijken over de genoemde eigenschappen te beschikken.
** HCAB, Pacifisme, Lšssigkeit, Hagall

 
Wodan:
()A Alfaeder (Alvader = Wodan), Grim (bijnaam van Wodan), grim (grim, streng, wreed, boosaardig), grima (masker), grimaran (grimeren = gezicht kleuren), grimas (grimmas = onechte grijns), grimere (boze man, onaardige man), grimig (grimmig), wod (woede), wodan (woeden), Woden (Wodan), Wodenaec (Wodaneik = oude eik waar Wodan wordt vereerd), Wodenbeor (Wodanbier)
Woede: Anglisch wod = woede. De naam Wodan lijkt hiervan afgeleid. De vereering van Wodan is dus in feite de verheerlijking van woede. Kenlijk is hij een projectie van de woede. Verheerlijking van Wodan is derhalve verheerlijking van de woede. Mogelijk bedoeld om mensen strijdbaar te maken tegen bedreigingen. Derhalve lijkt Wodan feitelijk op een soort oorlogsgod. > Woede
¶ Voor Angelen zijn eerlijkheid en trouw fundamentele waarden. Hun god Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Walhalla. #RRA > Walhalla
Wodan wordt gezien als de oppergod van de Germanen en tegelijkertijd identiek aan Odin, de oppergod van de Goten en Angelen. Hij is gehuwd met Frigg, godin van de liefde en vruchtbaarheid. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor, god van de donder) en Balder (god van de liefde, welsprekendheid, etc). Volgens de Anglo-Saxon Chronicle en de Historia Britonum: Wecta, Baeldaeg, Casere en Wihtlaeg. > Hyder
Odin: Volgens bron RRA beschouwen de Anglische koningen zich als nazaten van Wodan. Op grond hiervan kan men aannemen dat Wodan de oppergod is van de Angelen. Uit nader onderzoek blijkt echter dat Odin de ware oppergod van de Angelen lijkt te zijn. > ODA, Odin
Outfit: Wodan is vaak afgebeeld als een forse man met baard en met zwarte breedgerande hoed en lange zwarte mantel. Zijn paard is wit, heeft acht benen en heet Sleipnir. Wodan is altijd vergezeld door zijn knechten Eckhard en Oel. Zijn wapens zijn donder en bliksem en een speer, waarop een slang is gekerfd. Twee zwarte raven vliegen altijd met hem mee. Zij informeren hem over alle mensen op aarde.
Grim: Wodan's bijnaam is Grim, wat wreed en boosaardig betekent. Dit lijkt niet te rijmen met de vermeende gelijkheid met de populaire en zeer goedaardige Griekse god Hermes.
Grima: Wodan is altijd vermomd en draagt dan een grima. Dat is een masker of helm in Oud Anglisch. Deze grima wordt ook gebruikt door Anglische koningen en soldaten.
Wilde Jacht: Na het Joelfeest was dit het feest van Wodan. Er werd dan veel bier gedronken en luidruchtig gezongen. De Christenen maken van Wodan's feest in latere eeuwen hun Sinterklaasfeest.
Odin: Wodan wordt gezien als de oppergod van de West Germanen en tegelijkertijd identiek aan Odin, de oppergod van de Noord Germanen. Hij is gehuwd met Frigg, godin van de liefde en vruchtbaarheid. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor, god van de donder) en Balder (god van de liefde, welsprekendheid, etc). Volgens de Anglo-Saxon Chronicle en de Historia Britonum: Wecta, Baeldaeg, Casere en Wihtlaeg. > Hyder
Wodansberg/Rheden: Locatie Pasop (bos + Wodanberg + offerberg). Daar vereerden de Angelen hun god Wodan.
600vC++: Eeuwenlang laten Angelen na het maaien een schoof op de akker achter voor het paard van Wodan. #HED/p8;KBG
150vC++ Wensing: Familienaam mogelijk afkomstig uit Aalten. Deze regio is rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Wensing lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens (Wodenes = van Wodan) + ing. Dus: het volk van Wodan. Mogelijk gaat het om een grote familie die in die tijd priesters van de Anglisch god Wodan zijn. > Wensing, Priesters
Woensdag: Wodan's naam leeft voort in Woensdag; Anglisch: Wodenes-daeg = de dag van Wodan. Deze dag heet bij de Romeinen 'dies mercurii', de dag van Mercurius, de god van de handel en winst. Dat Wodenes-daeg en Dies Mercuri beide dezelfde weekdag voorstellen, suggereert overeenkomst tussen Wodan en Mercurius. Deze is echter nog niet gevonden.
¶ Bron OBN/p160 schrijft dat de Romeinen de goden uit een andere cultuur de namen geven van hun eigen goden, die er het meest op lijken. Zo noemen ze Wodan naar hun eigen god Mercurius. Angelen en Bataven zouden omgekeerd hetzelfde doen.
Mercuriua: In de tijd van de Romeinse Keizers is de verering van Mercurius wijd verbreid onder de Kelten en Germanen. Wodan wordt bij de oude Germanen gezien als identiek aan Mercurius.
Hermes: Mercurius is de equivalent van de Griekse Hermes, de god van de handel, kooplieden, dieven, kunstenaars, muziek, wetenschap, welsprekendheid en liefde en begeleider van de doden naar het hiernamaals. Hij was een knappe man en zeer populair bij de Grieken.
50vC Mercurius: Romeinse god van de handel. De Angelen noemen hem Wincfot Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijnbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de Anglische god Balder. > Mercurius, Balder
Per saldo lijkt Wodan een mix van puur Anglische opvattingen over Wodan en hun percepties van de Romeinse god Mercurius. Vooralsnog is niet bekend hoe de Angelen hun god Wodan precies zien. Mogelijk is hun visie op hem in ruimte en tijd gedifferentieerd.
9nC++: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
50nC: Angale priester offert in Yde (Drente) jonge vrouw van 20 jaar aan de goden > Veenlijken
¶ Het Maleise woord hutan [oetan] betekent bos, woud. Dit Maleise [oetan] lijkt verdacht veel op [woodan]. Aangezien:
- de Maleise taal via het Arisch verwand is aan het Anglisch > Maleis
- en Maleis [oetan] nagenoeg identiek klinkt als Anglisch [woodan]
- doet denken aan Engels [woe:d] = wood = woud,
- en Wodan wordt veŽert in bossen en wouden
- en [woodan] doet denken aan [woe:d, woud]
>>> kan men afvragen of Wodan mogelijk van oorsprong een bosgod is. Een god die leeft in donkere wouden en vrees aanjaagt. En die men alleen tevreden kan stellen door regelmatig mensen te offeren aan hem. Als zodanig symboliseert hij de donkere dreiging van bossen en wouden, waarin mensen kunnen verdwalen en omkomen. Om hem tevreden te stellen en zichzelf daarmee gevrijwaard en dus veilig te voelen, gaan mensen in de verre oudheid daarom zelf medemensen aan hem offeren. Daarvoor kiezen ze dan mensen die ze zelf als bedreiging c.q. als crimineel zien. Zodoende zijn ze af van twee angsten.
100nC: Tacitus noemt Wodan de belangrijkste god van de Germanen. Op gezette tijden krijgt hij mensenoffers. Donar en Mars krijgen dieren geofferd. > Tacitus
100nC++: Op de Tafelbergheide bij Blaricum zijn duizenden kiezels (bewerkte stenen) gevonden van rond de jaartelling. Op de kiezels zijn te zien Wodankoppen, monsters, dierenkoppen, goden en gezichten van voorouders. > Kiezels, Blaricum

150nC++: Sinds circa 150nC lijkt Wodan de oppergod van de Angelen en andere Germanen. (> ODA) De naam Wodan is afgeleid van de Germaanse naam Wothanaz. Daarin zit de Germaanse wortel wuth = woede. Vereering van woede is anno 2010 nog steeds aanwezig tot diep in Rusland. Vooralsnog is niet zeker of Wodan door alle West Germaanse stammen gelijkelijk wordt gezien. Rechts: Anglische munt uit circa 150nC met beeltenis van Wodan.
300nC++: In Reeuwijk (Zuid-Holland) heeft mogelijk een Anglische tempel gestaan gewijd aan Wodan. > Wensveen
415nC++: In de weekdagen komt Wodan op de vierde plaats, na de Zon, de Maan en Thor (god van de Gerechtigheid). Het lijkt daarmee dat hij niet de belangrijkste kosmische figuur is in het Angalisme (Anglisch Naturalisme), maar wel de centrale figuur. > Weekdagen, Angalisme
415nC++: De Anglische ordening van de weekdagen weerspiegelt kenlijk de Anglische hiŽrarchie van de kosmische elementen. (> Weekdagen) Opmerklijk is dat daarin Tiwaz (god van de Gerechtigheid) is geplaatst boven Wodan, die toch algemeen wordt beschouwd als de oppergod. (> Tiwaz) Dit lijkt te betekenen dat de Angelen vinden dat ook hun god Wodan is onderworpen aan het recht. Deze opvatting vinden we terug in de Magna Charta (1215 AD) die immers vindt dat het recht voor iedereen geldt. Ook voor de koning, adel en kerkelijke prelaten in Engeland. > Democratie
¶ In de weekdagen komt Wodan op de vierde plaats, na de Zon, de Maan en Thor (god van de Gerechtigheid). Het lijkt daarmee dat hij niet de belangrijkste kosmische figuur is in het Angalisme (Anglisch Naturalisme), maar wel de centrale figuur. > Weekdagen, Angalisme
450nC: Volgens bron Historia Regum Britanniae Book 6 noemt ene Hengest de goden van zijn volk: Saturnus, Jupiter, Mercurius, Frea (Frya) en andere goden die de wereld regeren. Maar in bizonder Mercurius, die ze Wodan noemen. #WKP/10.11.10
450nC: Eerder genoemde Hengest is feitelijk Engist van Angeln (c 405-465nC), afkomstig uit Angeln in Sleswig tegen de Deense in Noord Duitsland. Engist (Hengest) is leider van een leger huurlingen bestaande uit Angelen. Hij vestigt zich vůůr het jaar 430nC met zijn leger in Humsterland (NW Groningen). Rond 435nC vertrekt hij met z'n leger naar Brittannia om zich aan te sluiten bij de Britse warlord Vortigern. > Engist van Angeln
800nC++: Ondanks de kerstening van Angelland blijven de oude Angale waarden voortleven. Vele Angelen brengen nog vaak offers aan hun goden en laten na het oogsten liever twee schoven op de akker staan voor het paard van Wodan, dan dat ze ťťn schoof geven aan de pastoor. #HED/p9;KBG
** Eerlijkheid, Goden, Grima, Odin, Frigg, Donar, Bolder, Oda, Wilde Jacht, Sinterklaas, Wynaldum, Wodanmunt, Wodanbier, Grimbergen, Cultusplekken, HenotheÔsme, Veenlijken, Wensveen
# RRA, WP, KBG

Wodanbergen:
I.c. bergtopen waar Angelen hun god Wodan vereeren.
- Hattem: Wodanberg
- Hoekelum: Wodanberg
- Rheden: Pasop (bos + Wodanberg + offerberg)
- Ruurlo: Wodanberg (Godsberg)
** Wodan, Cultusplekken

Wodanbier: > Rogge, Bier
Wodaneiken: > Eiken, Cultusplekken (Wolfheze)

Wodanmunt:
I.e. munten met de beeltenis van Wodan erop. In gebruik in NW Europa in de periode circa 500vC-700nC.
** Geldstelsel

Wodannisme: > Wodan, Angalisme

Woede:
AL wod = woede. De naam Wodan is hiervan afgeleid. > Wodan
De vereering van Wodan is dus in feite de verheerlijking van woede. Kenlijk is hij een projectie van de woede. Verheerlijking van Wodan is derhalve verheerlijking van de woede. Mogelijk bedoeld om mensen strijdbaar te maken tegen bedreigingen. Derhalve lijkt Wodan feitelijk op een soort oorloggod.
** Boosheid, Emoties, Wodan

Woensdrecht:
Dorp bij Hoogerheide onder Bergen op Zoom. Kaart RZA/10 (1773) toont dat het dorp in 1773 ligt in het gebied Verdronken Land van Zuid-Beveland. Het is dus in die tijd en ruim bevoor een zeer nat veengebied.
450nC: De regio Woensdrecht wordt rond 450nC bevolkt door Angelen uit de Betuwe. (> ASA) De naam Woensdrecht lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Wens (Woens = Wodans) + dreggat (modderige geul, kreek). Mogelijk was deze locatie ooit een executieplaats, waar veroordeelden in de modder werden gedreven om langzaam maar zeker weg te zakken.
** Wensley, Wensveen, Doodstraf

Woestland: (WSL:)
()A awestan (woest, onontgonnen laten), boya (woest gebied), brecan (ontginnen, in cultuur brengen van woest gebied), bronc (wildernis, woestenij), mor (moer = woeste grond, heide), waestland (slecht, onbruikbaar land), westeland (woest land, woestenij), wilderd (wildernis, woest gebied), wilderness (wildernis), woland (woest drasland), wysta (woeste, woestenij = woest, onbebouwd land, onontgonnen land), wystland (woestland, woeste, onontgonnen land)
Boyeweg in Noorbeek, Limburg. De weg leidt naar drassige hooilanden (beemden) met poelen en moerasbos.
¶ Woeste gronden zijn in het verleden van groot belang voor de landbouw. Op heidevelden worden schapen, geiten en kippen geweid en plaggen gestoken. In bossen wroeten varkens, o.a. op zoek naar wormen, torren en eikels. In uiterwaarden grazen ossen. > Heideland, Bosland, Ossen
¶ Varkens worden in het verleden normaliter uitgelaten op woeste grond, waar ze voedsel kunnen zoeken. De Poggenheide en Poggenbelt in Nieuw Heeten (Twente) is zo een oud sutk woeste grond uit het verleden.
¶ Woeste gronden zijn ook veel gebruikt voor legerplaatsen. In het Rivierengebied liggen vele plaatsen met heer (leger) of afleidingen daarvan. O.a.: Herwijnen, Herewaarden, Harmelen en Herveld. Ook anno 2011 liggen vele legerplaatsen op woeste gronden.
1250nC++: Bron ZWH/p30 schrijft:

Na circa 1250 veranderde er iets: er kwam meer geld in omloop, de pacht kon betaald worden en menige horige kocht zich nu vrij. Intussen nam de bevolking toe en de kleine boeren wilden ontginnen, waardoor woeste grond begeerlijk werd. Maar er was nog genoeg ruimte. Bos, moeras, veen - grote gebieden waarin iedereen (voorlopig) zijn gang kon gaan. De bossen leverden bouwmateriaal voor de huizen die toen nog van hout waren: bovendien werd er veel hout gestookt. Daarnaast waren ze het jachtterein voor de varkens die er eikels vonden. De hei leverde plaggen, ook een bouwmateriaal, en voer voor de schapen. Temidden van die woeste gronden werden boerderijen gebouwd als eilandjes van cultuur.
¶ Woeste gronden zijn ook van groot belang voor de biodiversiteit. In de ongerepte en ongecontroleerde natuur kunnen vele planten en dieren ongestoord leven en zich ontwikkelen. Later kan de mens dan gebruik maken van nuttige nieuwe soorten.
¶ Per saldo zijn woeste gronden ook van groot belang voor natuurliefhebbers die er hun rust en plezier vinden, wat goede invloed heeft op hun geluk en welzijn.
** Varkens, Poggen, Geologie, Wildernis, Ontginning
# FRI, KVN, KBG

Woestijnen: > Zandgronden, Zandverstuivingen

Wol:
()A caerd (kaarde = soort vezelkam, wolkam, hekel), caerdan (ww kaarden = kammen van vezels, wolkammen, hekelen), cember (wolkamer), cnyttan (breien), comminge (wolkammer), duffel (wollen stof), hnoppa (wolvlok), lambwulle (lamswol), locc (lok, wollegras), sceap (schaap), sceapas (schapen), scoddig (kunstwol uit lompen), taesan (tezen = wol pluizen), taesle (kaarde = wolkam), waeterwull (waterwol = lage kwaliteit wol), woll (wol), wollbeam (wolleboom = moerasboom; # els > Wolleboom), wollcot (wolkeet = keet waarin wol wordt bewerkt), wull (wol), wullcomb (wolkam = kam om woldraden te scheiden), wullig (wollig), wullmaerct (wolmarkt)
2200vC++: mensen maken wol #DWO
** Schapen, Spinnen, Weven

Wold:
Bron Vrouger: Oud Saxisch woord voor een gebied met landerijen, zoals open plekken, grasland of bouwland, gelegen tussen bossen en bossingels. Oud Fries: wout of wolt. Anglisch: wud, wudu; later: wald = open landstreek, weide, struikgewas. Komt veel voor in plaatsnamen in Noord Nederland. Vaak in groepen bij elkaar. Bijvoorbeeld in Groningen: De 7 Wolden (Harkstede, Scharmer, Kolham, Slochteren, Hellum en Siddeburen), Oostwold bij Siddeburen, Kropswolde, Woltersum, Noordwolde, Zuidwolde, Wolddijk, Woldendorp, Finsterwolde, etc. Drente: Roderwolde, Foxwolde, etc. Friesland: Eernewoude, Siegerswoude, Duurswolde, etc. Oost-Friesland: BŲhmerwold, Georgiwold en Simonswolde.
Bron EWB: woud: Oud Saxisch, Oud Fries, Oud Hollands: wald; Oud Engels: weald. Vrij zeker afgeleid van Oud Germaans walthu = open veld. Het landschap in Noord Europa bestond voornamelijk uit grote open vlakten begroeid met gras en weinig bomen.
** Roderwolde, Wychwood
# Vrouger nov 2007 p 41, EWB, KBG

Wolfdaken:
Een wolfdak (of wolfsdak) is een zadeldak met een driehoekige stuk dak boven de voorgevel van een woning en soms ook aan de achterkant. Dit stuk wijkt schuin naar achter. Een wolfdak is een oude bouwstijl die veel voorkomt in Nederland en Angeln. Het oudst bekend wolfdak dateert van 1126 en staat op de Kluismolen aan de Schoolstraat 64 te Beek (Bree). Rechts: hoeve Kranenburg met wolfdak aan de Peizerweg te Groningen gebouwd rond 1710. (foto © BCK)
 
Tjada Amsterdam schrijft op ampt-epe.nl 8.6.2010:
Aan boerderijen herken je de streek. Voor de boerderijen op de Veluwe is het dak een kenmerkend onderdeel van de regionale bouwstijl. Kenners noemen het wolfsdak. Boerderijen vertegenwoordigen altijd de oudste bouwvorm in een gebied. Hun vormgeving is pure functionaliteit, ontstaan in de praktijk met wat er in het gebied aan bouwmateriaal voorhanden was en wat de bedrijfsvoering vereiste. Dat laatste had alles te maken met de grondsoort waarop werd geboerd. Alleen een klein detail mocht wel eens wat minder functioneel zijn; alleen maar 'voor het mooie'. Waarom ook niet?
De oudste dakvorm van boerderijen is het schilddak, een dak waarvan alle vier dakvlakken (voor, achter en twee zijkanten) even hoog waren. De onderrand van het dak zat aan alle vier zijden op eenzelfde hoogte. Bij de prehistorische boerderijen reikten die onderste dakrand tot bijna aan de grond; zo'n boerderij bestond dus vooral uit dak, en maar heel weinig gevel.
Naarmate de mensen vernuftiger werken en over betere materialen en gereedschappen konden beschikken, pasten ze ook hun onderkomens aan. Door de gevels te verhogen ontstond binnen al meer leefruimte voor mens en dier. Nog weer later ontstond daaruit het wolfsdak. Daarbij is het dakvlak aan de voor- en achterzijde van de boererij verkort. Die stukjes dak worden de wolfseinden genoemd.
Het wolfsdak komt in oostelijk Nederland veelvuldig voor. Het kortere wolfseind vloeide voort uit het verhogen van de voor- en achtergevel, zodat daarin (meer) plaats was voor deuren en ramen. Vooral aan de achterkant (het bedrijfsgedeelte) van de boerderij was dat handig. Daar kon op die manier een hoge en brede deeldeur worden geplaatst, waardoor een wagen vol hooi in zijn geheel naar binnen gerede kon worden. Je kon het hooi dan zo vanaf de wagen naar de zolder boven de deel steken. Bovendien werd door een wolfseind de zolderruimte vergroot, meer ruimte voor hooiopslag dus. (einde citaat)
¶ Field research bevestigt de stelling van Tjada Amsterdam dat wolfdaken zeer frekwent voorkomen in NO Nederland. In Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland lijken wolfdaken zelfs overheersend. Zeker in de dorpen, gehuchten, buitengebieden van steden en overige landelijke gebieden. Genoemde regio's zijn in 500vC-300nC voornamelijk bevolkt door Angelen. Men kan zich daarom afvragen of wolfdaken niet specifiek behoren tot de historisch Anglische bouwstijl.
¶ Wanneer het wolfdak z'n intrede doet, is niet met zekerheid te stellen. Tjada Amsterdam plaatst het wolfdak na de schilddaken van de prehistorische boerderijen en na het verhogen van de gevels. Bron WP schrijft dat de Prehistorie de periode is vůůr het ontstaan van geschreven documenten. Dat is dus in 3000vC, als de Hieroglyfen (beeldschrift) ontstaan in Egypte. Nadien worden eerst de gevels verhoogd en daarna pas komen de wolfdaken. Die gevels bestaan al rond 800nC. (> Huizen) Het kerkje (huis) te Zelhem dateert van 801nC, heeft verhoogde gevels maar geen wolfdak. Het oudste bekende wolfdak dateert van 1126nC, zoals eerder is genoemd. Het wolfdak zal dus als stijlelement rond 950nC kunnen zijn ingevoerd.
 
¶ Foto links toont een oud huis in de buurt van Powick ten zuiden van Worchester in Engeland. Dit gebied wordt al in de 7e eeuw bewoond door de Hwicce, een Anglische stam, die waarschijnlijk afkomstig is uit de regio Wieken in De Liemers, Gelderland. Het huis dateert uit de 19e eeuw. (foto ©) Mogelijk is het zelfs ouder. Duidelijk is te zien dat het ook een soort wolfdak heeft.
Per saldo lijkt het dus dat wolfdaken een typisch Anglische bouwstijl zijn en dat ze mogelijk al in zwang zijn ver vůůr 450nC, het jaar dat vele Angelen naar Brittannia migreren.
 
** Suxwort, Prehistorie, Huizen

Wolfheze: > Dingplaatsen, Wodaneiken

Wolle:
Kropswolde heet gewoon Wolle in de volksmond. Aangezien de regio een oud Anglisch settlegebied is met weinig Saxische invloeden, lijkt het dat wolle Oud Anglisch is voor wolde = dichtbegroeide, zompige wildernis.
** Kropswolde

Wolleboom:
- Anglisch: wollebeam, afgeleid van wolle (dichtbegroeide, zompige wildernis) + beam (boom). Dus: moerasboom. Mogelijk gaat het hier om de els, die voornamelijk groeit in natte veengebieden en bijdraagt aan de verlanding daarvan. > Elzenbroek, Engeland Aalten (Lage Wolboomsdijk)
- Boomsoort in Afrika en AziŽ met grote vruchten. Als de vruchten rijp zijn, barsten de schillen open en komen daaruit grote vlokken plantenwol, waarin zaden zitten. De wind drijft deze volkken naar andere groeiplekken.
- In Afrika en AziŽ wordt de wol van de wollebomen gebruikt voor de fabricage van garens. De garens worden geverfd en daarna gebruikt voor het weven van kleurrijke stoffen.
- In IndonesiŽ groeit de pohon cappoc (kappokboom), een variant van de Afrikaanse en Aziatische wolleboom. Kappok bestaat uit grote vlokken plantenwol. Ze wordt gebruikt voor het vullen van matrassen en kussens. (# FRI)

Woluspa:
Germaans scheppingsverhaal. Odin/Wodan en zijn helpers Hoenir en Lothurr maken samen de mens uit een boomstam waarin ze het leven blazen. Hoenir geeft de mens daarna 'wit en hroering', ofwel fitheid en beweging.
# RRA, KBG

Wolven: (WVN:)
()A wulf (wolf)
¶ Een wolf is een roofdier uit de groep hondachtigen. Bij de Germanen vereerd als heilig dier. Odin wordt begeleid door de wolven Geri (de gretige) en Freki (de moedige), boodschappers en voorspellers van de toekomst.
Weerwolf: Anglisch werewulf = weerwolf; TW wawolf. Een weerwolf is een man die soms verandert in een wolf. > Weerwolf
3000-2000vC: De verering van wolven door de Germanen is nogal vreemd. Wolven doden en eten namelijk ook vee, volwassen mensen, kinderen en huisdieren. Hoe e.e.a. te rijmen valt, is vooralsnog niet duidelijk. Mogelijk was de verering alleen in de tijd dat de Germanen nog voornamelijk jagers en verzamelaars zijn. Dus circa 3000vC-2000vC.
500vC++: Later worden wolven echter steeds meer bejaagd, gedood en verdreven. Dat moet haast wel te maken hebben met het feit dat de Germanen zich sinds circa 2000vC duurzamer settelen, waardoor de betekenis van landbouw en veeteelt toeneemt. Daardoor ging ook de bevolking toenemen. Wolven worden daardoor een steeds groter kwaad voor de mensen en hun landbouw en veeteelt.
1815: In Limburg worden kinderen en volwassen mensen dood gebeten en verslonden door wolven. De overheid voert een wet in die mensen het recht geeft wolven dood te schieten.
1850++: Uiteindelijk leven sinds de 20ste eeuw geen wolven meer in West Europa. In 1850 wordt de laatste wolf dood geschoten in Schinveld (Lb). Verder naar het noorden en oosten komen ze echter anno 2009 nog tamelijk veel voor. (# LabyrintTV 25.3.2013)
1897: De laatste officiŽle waarneming van een wolf in Nederland dateert van 1897. (# De Telegraaf 17.4.2013)
2009: In Zweden leven anno 2009 circa 250 wolven. Begin 2010 moeten daarvan 27 worden afgeschoten wegens het gevaar voor andere dieren en voor mensen.
2010++: Naturonderhoud en jagers willen de wolven weer terug in Nederland. Zogenaamd om de omvang van groot wild op peil te houden. Anderen protesteren daar heftig tegen. Ze vrezen voor het gevaar voor mens, dier en vee en bizonder voor kinderen.
2011: Wandelaars op de Veluwe en in de bossen van Duiven beweren aldaar wolven te hebben gezien. (# De Telegraaf 17.4.2013)
2013: Oost Nederland wordt bedreigd door wolven, die al zijn gesignaleerd op circa 200 Km van de grens met Duitsland.
2013 juni: In Denemarken kind doodgebeten en verscheurd door wolven uit Duitsland. Bevolking boos en verontrust.
# WP, NOS Journaal 3.1.2010, DAB, KBG

Wonden: > Aandoeningen

Wonen:
()A bays (huis, hut, onderkomen), belafan (verblijven), bothus (boothuis, woonboot), bucfaest (vaste woonplaats), cell (huis, woning), cember (kamer), clusnere (kluizenaar), crut (krot), dwellan (wonen), dwelling (woning), earf (erf), hus (huis, woning), husbonda (man, echtgenoot), husbreccing (huisvredebreuk), huscniht (huisknecht), husfraw (huisvrouw, echtgenote), husfreath (huisvrede) husgast (huisgeest), husgos (huisgans, waakgans), hushold (huishouding), husholdan (huishouden), husholding (huishouding), hushound (huishond, waakhond), husian (ww huizen), husinge (huis + alles wat erbij hoort), husleodas (huislieden = bewoners van een huis), husmaerc (huismerk), husman (huisman, bewoner, inwoner, pachter, boer), husmate (huismaat, huisgenoot), huswaeter (huiswater = water voor huislijk gebruik), huswif (huisvrouw), huswirth (huisbaas), hut (hut), inhave (inboedel), newman (nieuwling = iemand die pas ergens is gekomen), sale (zaal, huis zonder kamers, woonkamer, woonstee), set (zetel, woonplek), setl (zetel, woning, verblijf), side (=A set), sitl (=A setl), sittan (wonen, verblijven), sitte (woning), sittel (=A sitl), stea (stee, woonplaats, verblijfplaats), wician (wonen, verblijven), wintersetl (winterzetel, -verblijf), wondar (woner, bewoner), wonian (wonen), wonna (woning), wonnacott (woonhuis, pachthuis), wonnan (wonen, genieten), wudhus (boshuis), wudman (bosmens, bosbewoner), wunian (wonen), wuning (woning), wunnan (wonen), wunnere (bewoner)
¶ Naar zeggen wonen Saxen graag in bossen. Angelen daarentegen zouden meer voorkeur hebben voor open gebieden. > Bosmensen
450nC++: Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. Soms moeten ze vechten voor hun landheer. Thuis voelen ze zich echter het meest gelukkig. #WAB/p171
** Woningen, Huizen, Huizen & Hoeven, Hutten, Boerderij, Woonplekken, Nederzettingen, Erfzaken, Huisraad, Tuin, KBB, Slapen, Vuur, Watervoorziening, Verlichting, Verhuizen

Woning: > Woningen
Woningen: > Wonen, Huizen, Huizen & Hoeven, Hallehuis, Veenhutten, Plaggehut, Holwoning, Hielspitten, Grotwoningen
Woongebieden: > Woonplekken
Woonland: > Wonen, Nederzettingen, Dorpen, Steden, Landschap, Landinrichting, etc

Woonplekken: (WOP:)
9400vC: De Maasvlakte is een regio aan de monding van de Maas bij Rotterdam. Aldaar zijn in 2013 archeologische vondsten gedaan daterend uit circa 9400vC. I.c. resten van mensen en dieren. O.a. een menselijke schedel, gereedschappen, harpoenpunten en resten van voedsel en van bewoning. Uit de vondsten blijkt dat de mensen in dit gebied optimaal gebruik maakten van hun omgeving. Ze woonden hoog in de duinen en strandwallen waar het veilig was. Vandaar konden ze ook goed vissen en jagen. (# NOSjournaal 24.1.2013, De Telegraaf 25.1.2014)
¶ Naar zeggen wonen Saxen graag in bossen. Angelen daarentegen zouden meer voorkeur hebben voor open gebieden. > Bosmensen
650vC++: Vele Angelen wonen van oudsher in vrij natte gebieden. (> Moerasvolk) Het is dan nodig om daar hoog en droog te wonen. Daarom worden vele huizen gebouwd op heuvels en hoogten in die natte gebieden.

Rechts: schilderij van een oude veehoeve op de top van de cnolle in De Knolle in Drente. (© O.G.) De Angelen bouwen hun huizen bij voorkeur op een hoogte om zo min mogelijk last te hebben van water en natheid. Ze hebben echter ook water nodig. Ze kunnen dus ook weer niet te hoog of te ver van water wonen.
 
---100nC: Bron SDV/p281-82 schrijft dat in NO Nederland tot circa 100nC de mensen voornamelijk wonen in zgn einzelhŲfe (losse erven). De hoeven staan nog erg op zichzelf en veraf van elkaar. Rond 100nC gaan ze meer clusteren. Eerst is ieder erf nog erg gericht op zichzelf, maar rond 250nC gaan de hoeven onderling samenwerken en komen er gemeenschappelijke voorzieningen en regels. Hierdoor verdubbelt het aantal huishoudens.
¶ Het kiezen van een goede woonplek is van oudsher een belangrijke zaak. Een goede woonplek moet garanderen:
- makkelijke beschikbaarheid van duurzaam genoeg schoon water; i.c. rivier, beek, meer, poel of grondwater voor een put
- voldoende beschikbaarheid van grond voor wonen en voedselvoorziening
- voldoende beschikbaarheid van hout voor bouw, gereedschap, koken en verwarming
- voldoende bruikbare verbinding over land en/of water met andere wooncentra
- voldoende veiligheid tegen natuurgeweld en criminaliteit
Gezien genoemde eisen bood wonen aan een rivier of beek van oudsher de beste kansen. Vandaar dat de oudste setlers ook voornamelijk daar gaan wonen. Voor de Angelen in Angelland zijn dat in chronologie: de Slei, Eider, Elbe, Eems (Ems), Fivel, Hunze, Vecht, Regge, Dinkel, Berkel, Schipbeek, Yssel, Rijn, Oude Rijn, Rotte, Waal en Maas.
¶ Elke beroepsgroep heeft daarbij specifieke eisen:
- ambachtslieden: op eigen erf bij hun werkplek nabij hun klanten
- ambtenaren: op eigen erf nabij hun werkplek
- apothekers: in eigen apotheek nabij centrum
- avonturiers: op eigen erf of zwerfplek
- boeren: op eigen erf bij hun akkers en weiden
- boeven: op eigen erf of in gevang
- bouwvakkers: op eigen erf nabij hun werk of onderweg
- herbergiers: in eigen herberg aan verkeersweg
- holbewoners: in eigen holwoning
- huurlingen: op eigen erf, bij anderen of in legerkamp
- jagers: op eigen erf nabij hun jachtgebied
- kooplieden: op eigen erf naarbij hun klanten
- kleermakers: in eigen atelier nabij hun klanten
- kloosterlingen: in eigen klooster
- kroegbazen: in eigen kroeg nabij dorpscentrum
- kruideniers: in eigen kruidenshop nabij centrum
- kunstenaars: in eigen atelier of elders
- landarbeiders: op eigen erf of bij hun boer
- magistraten: op eigen erf nabij hun werkplek
- marskramers: op eigen erf of onderweg
- ondernemers: op eigen erf nabij hun klanten
- ordebewakers: op eigen erf nabij hun werkplek
- schippers: op eigen erf in of nabij hun thuishaven
- vissers: op eigen erf nabij hun viswaters
- vrachtrijders: op eigen erf nabij hun klanten
- wegwerkers: op eigen erf nabij hun werkplek
- werklieden: op eigen erf nabij hun werkplek
- werklozen: op eigen erf of elders
- winkelers: in eigen winkel nabij hun klanten
- zorgverleners: op eigen erf nabij hun cliŽnten
- zwervers: in eigen grondhut of elders
 
---950nC:

          

 
Boven: Ondanks het ontstaan van grotere nederzettingen wonen de meeste Angelen nog tot in de 10e eeuw vaak eenzaam en afgelegen. Daarna gaan ze steeds meer wonen in dorpen en steden.
1572: De woonplekken van mensen varieert sterk naar hun beroep. Op onderstaande afbeelding is dat duidelijk te zien.


          

 Groningen anno 1572

De afbeelding hierboven is een detail uit 'Groeninga', een ets uit de stedenatlas van G. Braun en F. Hogenberg anno 1572. Ze laat zien dat er mensen wonen in de stad, of buiten op het land, of tijdelijk op een boot. De koetsier op de wagen zal ergens onderweg in een herberg moeten slapen. Alles heeft te maken met het beroep dat iemand uitoefent. Ambachtslieden zullen zeker voor dorp of stad kiezen. Evenals magistraten en ambtenaren. Boeren, jagers en vissers zullen kiezen voor de buitengebieden.
** Boerderijen, Komhutten, Veenhutten, Grondhutten, Holwoningen, Huizen, Buitenplaatsen, Nederzettingen, EinzelhŲfe, Steden, Habitat

 
Woordenschat: > Anglische cultuur, PgDixicon, PgLinguana

Worst:
Anglisch: wyrst. Worst wordt gemaakt van varkensvlees of rundvlees.
1850++: Bron ZWH/p74 schrijft over het even op de boerderij: "De knollen voor het vee werden in de herfst geplukt. En dan was al weer gauw de slachttijd aangebroken. In november of december werd er bij alle boeren een varken of koe geslacht. De slachter kwam daarvoor aan huis en hij zorgde ook voor het inzouten van het vlees terwijl de vrouwen metworst, leverworst, braadworst en bloedworst maakten."
1920++: Worstfabrieken staan vaak nabij varkensfarms, die doorgaans staan in regio's met gemengde agrobedrijven, zoals in Twente en Salland. De twee grootste worstfabrieken staan in Deventer. Daar wordt o.a. de Gelderse worst gemaakt. #KUOZ/p32
** Vlees

Wouden: (WDN)
()A wald (=A wold), walda (heerser, regeerder, bestuurder), walda (ambtsgebied, bestuursregio), waldan (besturen, beheren, regeren), weald (=A wold), weold (=A wold), wold (woud), wud (=A wold), wudu (=A wold)
Spreekrecht: btr in vergaderingen, e.d.
--- Anglisch yearig = mondig, volwassen = recht van spreken; ON jarich
--- Bomen zijn vaak vergaderplekken in diverse oude culturen. (> Bomen) Alleen zij die spreekrecht hebben mogen daaraan deelnemen.
- De Oude Angelen vergaderen normaliter in bossen, bij voorkeur in eikenbossen.
> Grollerholt, Dingplaatsen
- Maleis bitjara = bespreken. Dat gebeurt in oude tijden vaak onder een grote boom.
- Australisch Aboriginal yarra = spreken; boom

Dat bomen vaak vergaderplekken zijn in oude culturen heeft mogelijk te maken met de wijsheid en geborgenheid die ze uitstralen. Vooral grote ouden beuken en eiken. En grote wariginbomen in Indonesia.


          

boven: de vergadersteen in Grollerholt

9nC++: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
50nC: Angale priester offert in Yde (Drente) jonge vrouw van 20 jaar aan de goden.
> Veenlijken
775nC++: Missionaris Ludger (742-809) is een harde man. Zijn missiegebied is NO Nederland en Westfalen. De religie van de Germanen noemt hij heidens en vindt dat die uitgeroeid moet worden met wortel en tak. Heilige wouden worden omgehakt en heilige stenen omver gegooid. #OVG/p132
¶ Het Maleise woord hutan [oetan] betekent bos, woud. Dit Maleise [oetan] lijkt verdacht veel op [woodan]. Aangezien:
- de Maleise taal via het Arisch verwand is aan het Anglisch > Maleis
- en Maleis [oetan] nagenoeg identiek klinkt als Anglisch [woodan]
- en [woodan] doet denken aan Anglisch wud [woe:d, woud] en wod (woede, gekte)
- en Wodan wordt veŽert in bossen en wouden
>>> kan men afvragen of Wodan mogelijk van oorsprong een bosgod is. Een god die leeft in donkere wouden en vrees aanjaagt. En die men alleen tevreden kan stellen door regelmatig mensen te offeren aan hem. Als zodanig symboliseert hij de donkere dreiging van bossen en wouden, waarin mensen kunnen verdwalen en omkomen. Om hem tevreden te stellen en zichzelf daarmee gevrijwaard en dus veilig te voelen, gaan mensen in de verre oudheid daarom zelf medemensen aan hem offeren. Daarvoor kiezen ze dan mensen die ze zelf als bedreiging c.q. als crimineel zien of mensen die te zwak zijn om zichzelf te verdedigen. Zodoende zijn ze af van hun eigen angsten.
** Wodan, Bretwalde, Heiligdommen, Heilige Stenen, Kerstening, Bosland

Wreedheid: (WRH:)
()A grim (grim, streng, wreed, boosaardig), scaelc (streng, wreed, slecht, gemeen, boos, verkeerd), wradh (wreed), wraedhdhu (boosheid, toorn, woede, wreedheid), wraedhnis (wreedheid), wraet (wreed), wraetlic (wreed, wreedaardig)
** Doodstraf, Mensenoffers, Walkuren, Wensveen, Galgen, Brandstapel, Zonnerad, Criminaliteit, Rode Donderdag, Offers, Offerplaatsen, Veenlijken, Christendom

WRT: Waarheid, Rechtvaardigheid en Trouw
Voor Angelen zijn Waarheid, Rechtvaardigheid en Trouw belangrijke normen. Hun god Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar zijn Walhalla. #RRA > Walhalla
¶ De belangrijke betekenis van waarheid bij de Angelen is terug te vinden in hun afbeeldingskunst. O.a. op de zgn Wodanmunten, waarop de beeltenis van Wodan gestyleerd, maar desondanks zeer natuurlijk overkomt. > Geldstelsel
¶ Bij de Angelen in Engeland komt waarheid eveneens terug in hun afbeeldingskunst. Dit verandert na de invasie van de NormandiŽrs in 1066. De Normandische afbeeldingskunst romantiseert en spiritualiseert. Daardoor kregen hun afbeeldingen een abstract en onnatuurlijk karakter.
¶ De grote rol die waarheid en trouw spelen bij de Angelen is een uiterst belangrijk element in hun cultuur. Alleen waarheid en trouw hebben immers rechtvaardigheid en vooruitgang in de Europese samenleving tot stand kunnen brengen. Zowel maatschappelijk als wetenschappelijk en technisch.
¶ Een diepe reden voor een goede en duurzame relatie lijkt te baseren op echtheid c.q. waarheid. Deze echtheid speelt een belangrijke rol in de oude Anglische cultuur. De termen echt, edel en adel blijken namelijk nauw met elkaar in verband te staan. Echtheid is weer nauw verbonden met eerlijkheid en waarheid.
¶ Waar waarheid wordt verdraaid of ontkend, zullen mensen onnodig lijden. Zoek de waarheid en verlos u van onwaarheid en het leven wordt verrijkt. De meester volgt de goede weg en raakt bevrijd. #SRK
¶ De betekenis van trouw wordt gedemonstreerd in het x-kruis die verbondheid en trouw uitbeeldt. Dit x-kruis staat o.a. op de Wodanmunten van de Angelen en in de Asbole van de Angel-Saxen, die rond 150nC een duurzaam verbond sluiten op de heidevelden in Lunenburg. Ook komt het x-kruis voor als nokkruis op nokdaken in NO Nederland.
** Waarheid, Echtheid, Eerlijkheid, Rechtvaardigheid, Trouw, Walhalla

Wulfila: (311-371nC) (WLF:)
Afkomstig uit AlexandirŽ. Wordt bisschop van de Oost Goten in Zuid Rusland. Vertaalt de Bijbel in het Gotisch. Ontwerpt daartoe een eigen Gotisch Alfabet, gebaseerd op het Griekse Alfabet.
340nC++: Het Oer Anglisch is in feite de taal van de Inglings en andere West Goten, die afkomstig zijn uit ZW Zweden en NO Denemarken. De taal van deze zgn Inglo-Goten is het Gotisch. Deze taal is voor het eerst vastgelegd door bisschop Wulfila rond 340nC. Hij vertaalt de bijbel in het Gotisch en creŽert daarvoor een eigen Gotisch Alfabet waarvoor hij het Griekse Alfabet als voorbeeld neemt.
** Dzjim, Kerk, Arianisme, Alfabet

Wijchen:
Stad aan de Rijn bij Nijmegen. Bestaat al in de Steentijd (9000-2000vC). Er is een graf gevonden uit de IJzertijd (800-12vC). In de Romeinse Tijd (12vC-450nC) wonen er voornamelijk rijke Romeinen. Uit die tijd zijn de resten van twee Romeinse villa's opgegraven. Mogelijk hebben zich rond 500 nC Angelen gevestigd in Wijchen. Later migreren ze naar Engeland, waar ze Hwicce of Wiccia worden genoemd. Het kasteel van Wijchen dateert van de 14e eeuw.
** Migratiestromen, Mega Angle
# WP, WKP 25.5.09, KBG

Wijde Blik:
De Anglische god Balder woont in de van verre stralende stede genaamd Breidablik, wat tegenwoordig Brede Blik heet, ofwel De Wyde Blick, zoals nog vele oude woningen anno 2012 in Nederland heten. Een prachtig voorbeeld is de oude hoeve De Wijde Blik in Harfsen aan de voet van een belt links aan de weg van Harfsen naar Laren bij Lochem. > Balder, Harfsen
Widsith is een Oud Anglisch dichtwerk, oorspronkelijk geschreven door Widsith van Myrgingum ergens rond 425nC. Widsith is een Anglisch woord, dat letterlijk Wijd Zicht betekent. Deze naam is identiek aan Wijde Blick zoals het huis van Balder heet. Widsith is inderdaad een dichtwerk dat ruim zich geeft op talrijke personen en volken in Europa en elders in een zeer brede tijdspanne, van de Perzen, IndiŽrs, Grieken, Romeinen en vele Germaanse volken. De naam Widsith lijkt te betekenen dat Widsith de mythologie van Balder kent en waardeert. Deze these is nogal reŽel, aangezien Widsith's voorouders afkomstig zijn uit Myrgingum, een regio in NO Groningen. > Widsith, Myrgingum

Wijhe: > Hengevelde

Wynaldum:
Terpdorp 8 Km NO van Harlingen in Friesland. Mogelijk hebben daar in de 7e eeuw nC Angelen gewoond. Die kunnen rond 250vC daar zijn komen settelen vanuit het meer oostelijk gelegen Anglische gehucht Aengum (Anjum). De naam Wynaldum lijkt dan afgeleid van Anglisch: Wynald (mansnaam) + um, ham (huis, oord). Dus: het huis of oord van Wynald. > Aengum
250vC: Genoemde Wynald is mogelijk afkonstig uit Aengum, het huidige Anjum ten oosten van Harlingen. Deze Wynald van Aengum is vrij zeker een Anglische boer, want de oudste Anglische settlers in Noord Nederland zijn voornamelijk boeren met gemengd bedrijf. Wynald zal geleefd hebben rond 220-160vC. > Waddengebied
650nC: Bron AWA (1841) schrijft dat in Wynaldum is gevonden een gouden gesp van Anglische stijl, daterend uit de 7e eeuw nC.
650nC: In de Tjitsma Terp aldaar is in de jaren 1950 de Fibula-speld gevonden: een mantelspeld van goud, versierd en belegd met edelstenen (almaldien). De mantelspeld dateert van circa 650nC en vertoont grote overeenkomst met sieraden uit het graf van de Anglische koning Redwald (gst 625nC) te Sutton Hoo in Suffolk in East Anglia. De fibula is gevonden in kleine stukken en op verschillende momenten. In de jaren 1980 zijn nog 10 kleine fragmenten gevonden en augustus 2009 wordt het laatste stukje gevonden door amateur Rinze Couperus uit Bolsward. Dankzij deze laatste fragmenten is nu duidelijk dat de kopplaat van de fibula het masker (grima) van Wodan voorstelt.
** ASA, Suffolk, Archeologie
# De Telegraaf 29.12.09, DAB, KBG

Wijn:
()A win (wijn), winbow (wijnbouw)
¶ Wanneer de wijnbouw in Nederland start, is vooralsnog niet bekend.
5000vC: Wijnkruiken in Mesopotamia. Dus ook wijnbouw
4000vC++: Wijnbouw in Armenia.
---10nC: Romeinen maken wijn alleen voor soldaten. #AVROtv/8.11.15
10nC++: Romeinen maken wijn voor verkoop op de markt. #AVROtv/8.11.15
10nC++: Levendige handel tussen Rijnland, Londen en de rest van Brittannia. O.a. wijn en aardewerk. > Rijnland
25nC++: Romeinse wijnschepen met roeispanen op Mozel en Rijn: Speciaal voor deze waters gebouwd voor vervoer van wijnvaten. De boten zijn van hout en 18 meter lang en hebben een dek. Anno 2015 zijn daarvoor twee dieselmotors nodig. Het Mozeldal is zeer geschikt voor wijnbouw. Op een gedenksteen in Neumagen-Dhron is zo een Romeins wijnschip afgebeeld. #DeTelegraaf 6.8.2015
1550++: Nederland en Engeland hebben vele wijngaarden. #WP
1800: Napoleon verbiedt verdere wijnbouw in Nederland om de Franse wijnbouw te beschermen en te bevoordelen.
2013: In Gelderland en Limburg wordt al vele jaren wijn verbouwd. Met succes! In 2013 spreekt men van bizondere kwaliteit.

Wijnbouw: > Wijn

Wynken:
Anglisch: Hwyncas [Weunkas]. Anglische stam wonend in ZW Mercia. Volgens de Hidage lijst van circa 700nC bezitten ze 7000 hides grond = 350 Km2. Ze zijn mogelijk afkomstig uit de buurtschap Weenk bij Rietmolen/Neede in Twente. Uit die regio zijn in 450-550nC Angelen gemigreerd naar Brittannia, o.a. naar Haxby in Noord Yorkshire.
** Weenk, PgBrit/Wynken

Wyrm: draak uit de Gotische mythologie > Draken, Beowulf
Wijsdommen: > Gewoonterecht
Wijsheden: > Wijsheid, HAWA, Angalisme, Echtheid

Wijsheid: (WSH:)
()A aegenwis (eigenwijs), aegenwished (eigenwijsheid), asmeagan (overleggen, nadenken), bille (=A bulle), braegan (denken). braegn (brein, hersens), bulle (bul, diploma, oorkonde), cenning (begrip, oordeel, verklaring), cinnis (kennis), cliever (handig, slim), cnaa (zn kennis, bn knap, ww weten), cnaalaeg (kennis), cnaw (kenner, weter), cnaw (knap, deskundig), cnawacre (kennisakker, hennepakker), cnawan (kennen, kunnen, weten), cnawe (kennis, deskundigheid, wetenschap), cnawere (kenner, weter, deskundige), cnawlaeg (kennis), cnawan (kennen, kunnen, weten), cnawig (knap, kundig, deskundig, bekwaam), cnawlaeg (kennis), cudh (kunde, vaardigheid), cudhlic (duidelijk, zeker), deggan (denken, menen, weten), degge (gedachte), deggere (filosoof, wijsgeer), deggert (=A deggere), dull (dom, dwaas), dull (dom, dwaas persoon), dullig (dom, dwaas), gleaw (voorzichtig, wijs), knaa (=A cnaa), knaalaeg (=A cnaalaeg), laered (geleerd), lytdwisard (wijsneus), lyteran (leuteren), scriba (schrijver, geleerde), scriban (schrijven), searu (verstandig, wijs), taecan (onderwijzen, leren, les geven), tauth (gedachte), tauthar (denken), thencan (denken), thencean (denken), thowt (dacht, gedachte), unwis (onwijs, dom), watan (ww weten), wis (wijs, verstandig), wisard (wijze man, sjamaan, tovenaar), wisdom (wijsheid, kennis), wisgere (wijsgeer, filosoof), wished (wijsheid), wislic (wijslijk, verstandig), wisshed (zekerheid), wissian (wijzen, leiden), wissing (wijzing, gids, leidraad), wisslic (zeker), wit (weet, kennis, notie, begrip, verstand), wita (wijze, deskundige, raadgever), witan (ww weten), Witan (Raad van Wita's), witega (wijze, geleerde, profeet), witman (wijze man, deskundige), wordhord (woordenschat), wottan (ww weten)
6000vC++ Horus: Egyptische god van Goedheid, Wijsheid, Gerechtigheid en Wedergeboorte > Horus
Odin is de oppergod van de Angelen. Hij is de god van de wijsheid en poŽzie. Wijsheid heeft hij gekregen van de reus Mimir (de hoeder van de Wijsheid) in ruil voor een oog. De PoŽzie krijgt hij door te drinken van de dichtdrank Mede uit de vaten van de reus Suttung. Kennis van de magie en runen krijgt hij door negen dagen en nachten aan een boom te hangen, doorboord door zijn eigen speer. Vandaar zijn naam Hangagud. Odin heeft vele bijnamen. De bekendste is Snorri. > Odin
Witman: Gehucht in Slagharen. (#FRI/apr2015) Mogelijk woonde daar ooit een witman, ofwel een Anglische wijze man.
Witman: Familienaam. Mogelijk afkomstig uit Heerde.
Ware liefde, wijsheid en barmhartigheid brengen een lang en gelukkig leven. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
** Wijsheden, Denken, Kennis, Onderwijs, Vaardigheden, Witan, Minerva, HAWA, Echtheid

Wijster: > Wyster

Wyster:
Gemeente in Midden Drente. De regio ligt op een hoogte in historisch laagveen. De namen Westerhaar, Looveen en Marsweg herinneren daar nog aan.
300vC: De regio Wyster wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. (> ASA) De naam kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch wysta (woeste, woestenij = woest, onbebouwd land, onontgonnen land) + -er (iemand of iets verbonden met ...). Mogelijk is de betekenis dus: hoogte bij de woeste. Met de hoogte kan Westerhaar zijn bedoeld. Immers, Anglisch haera, haru = zn haar, hare = begroeide hoogte, zandrug, zandhoogte, zandige heuvelrug, hoog gelegen heidegrond. In dit kader kan Wyster ook een verbastering zijn van Westerhaar. Dat kan dan de oorspronklijke hoogte zijn waarnaar Wyster is genoemd.
300vC-200nC: Vele huisplattegronden in NO Nederland model Wijster/Drente. #SDV
100nC++: groeiende contacten tussen Germanen [Angelen] en Romeinen waardoor o.a. ontstaan grote nederzettingen als bij Wijster. > Nederzettingen
200nC: Anno 2014 zijn in Wyster in een put resten gevonden van een leren schoen uit de Romeinse Tijd. Van deze schoen heeft het Drents Museum te Assen een copy gemaakt. Het is een soort platte veterschoen maat 44 met fraai vlecht- en sierwerk en sporen aan de hiel. Ze lijkt derhalve van een ruiter te zijn geweest. (#TV Drenthe 24.82014) Maat 44 is nogal groot en hoort anno 2014 vaak bij mensen met een lengte van circa 1.83 meter.

X::

 

X-Kruis:
Het X-kruis (schuinkruis, saltire) komt voor in vele historische vlaggen. O.a. die van Mercia, Ierland en Schotland. Middeleeuwse Engelse ridders en krijgers voeren een rood X-kruis met witte randen op hun wapenschilden. Het rode X-kruis op het witte veld symboliseert de eenheid in vrijheid.
 
100nC++ Volgens bron RGT staat het runenteken X voor Gebo dat geven betekent. De uitspraak is een harde G zoals in het Engelse woord gift. (> Futhark) Op pagina 55 schrijft bron RGT verder:
Het is ook het teken dat door bloedbroeders wordt gemaakt, als de ingesnede polsen worden gekruist in een rituele bloedruil. Daarom betekent Gebo ook mystiek verbond en rituele verbintenis. Op een meer wereldlijk niveau kan het duiden op het sluiten van elke belangrijke verbintenis.
¶ Een sterk bewijs voor de juistheid van voorgaande stelling is te vinden in het X-teken dat in heden en verleden vaak is gebruikt als teken van verbintenis, o.a. bij een huwelijk. Een zgn alliantieteken dus. Bijvoorbeeld in genealogiŽn. Zo betekent Jan Valkenier x Miriam van Frieswijk dat Jan Valkenier is gehuwd met Miriam van Frieswijk. Verder wordt bloedcontact door velen nog steeds beschouwd als een symbool voor ultieme eenwording. Het X-kruis of Gebo heeft dus nog steeds een sterke mystieke betekenis. Opmerkelijk in dezen is dat bij bloedcontact en bij huwelijk ook nog steeds gesproken wordt over bloedbanden en bloedverwantschap.
550nC++ Op de oudste munten van Engeland is een zgn X-kruis afgebeeld. Engelse ridders en krijgers voeren in die tijd schilden met een rood X-kruis. Dit is ook het symbool van de Gewisse (= bondgenoten), die voornamelijk bestaan uit Angelen. Dit X-kruis is gelijk aan de letter X (Geofu, Gyfu) in de Futhark, het oude Runen-alfabet. Dit teken staat voor de moderne letter G en wordt uitgesproken als de g-klank in Geoffrey.
** Broederschap, Redbole, Asbole, Liefde & Verbondenheid, Solidariteit

Xx van Angeln: (c 444-504nC)
Zoon van koning Eomar van Angeln en NN.
Koning van Angeln. Ghm NN. Zoon: Xx van Angeln (gb 479nC).
** Radiger

Xx van Angeln: (c 479-539nC)
Zoon van koning Xx van Angeln (gb 444nC) en NN.
Koning van Angeln. Ghm NN. Dochter: Erma van Angeln (gb 514nC). > Radiger
Nazaten:
Xx van Angeln (c 510-570) koning van Angeln
Xx van Angeln (c 545-605) koning van Angeln
Xx van Angeln (c 580-640) koning van Angeln
Xx van Angeln (c 615-685) koning van Angeln
Xx van Angeln (c 650-710) koning van Angeln
Xx van Angeln (c 685-745) koning van Angeln > Hof Englandi
Xx van Angeln (c 720-780) prins van Angeln
** Koningen, Xx van Angeln (gb 720nC)

Xx van Angeln: (720-780nC)
Het lijkt zeer wel mogelijk dat de laatste koning Xx van Angeln (c 685-745nC) een zoon had. Deze prins Xx van Angeln (c 720-780nC) kan na het einde van het koninkrijk Angle rond 737nC zijn gevlucht naar Beekbergen waar hij het Hof Englandi sticht. Als dit juist is, dan is deze prins Xx van Angeln mogelijk dezelfde als Wibald van Englandi (c 720-780nC), landheer te Beekbergen.
** Wibald van Englandi

Xx van Myrgingum: (c 525-585) > Myrgingum::

Y::

Yde:
Dorp bij Eelde in NW Drente. Aldaar is in 1897 een veenlijk gevonden van een jonge vrouw die de naam Meisje van Yde kreeg. Uit onderzoek blijkt ze te hebben geleefd in de 1e eeuw nC en van Germaanse origine. Aangezien Yde echter ligt in een gebied waar 300vC-450nC alleen Angelen wonen, zal ze zeker van Anglische oorsprong zijn. Het hoofd van het Meisje van Yde is gereconstrueerd aan de University of Manchester. Ook haar kleding is deskundig gereconstrueerd. Daarna is ze opgesteld in het Drents Museum te Assen.
¶ Uit onderzoek blijkt dat het meisje van Yde ongeveer 10 jaar oud was toen ze stierf. Naar zeggen is haar lichaam in het veen gelegd als offer aan de goden. (# De Telegraaf 28.3.2013) Waaraan ze stierf, is vooralsnog niet bekend.
** Veenlijken

Ye: > PgBrit
Yeavering: > Jever, PgBrit

Yggdrasil:
Boom van kennis in de Germaanse mythologie. Yggdrasil verbindt de Bovenwereld (goden) met de Onderwereld (draken en demonen) en daartussen de Mensenwereld.
** Mythologie, Edda

Ynglinga Saga: > Inglinga Saga
Ynglings: > Iglings
Yrvan: > Balder, PgGenline
Yshuizen: > Kelders
Yshutten: > Kelders
Yskelders: > Kelders

Yssel:: (YSS:)
Anglisch: Hisla, Isla, Isel. In 815nC wordt de naam Hisla genoemd.
¶ De Yssel is een rivier in NO Nederland. Oorsronkelijk stromend via de Oude Yssel uit de Achterhoek naar Angelre (Angerlo) en Doesburg en daarna verder langs o.a. Zutphen, Deventer, Zwolle en Kampen. Rond 12nC laat de Romeinse veldheer Drusus de zgn Drusus Gracht graven, een kanaal tussen de Rijn bij Arnhem en Angerlo/Doesburg. Hierdoor raakt de Oude Yssel in onbruik en verzandt daardoor langzaam.
---1700: Zeker tot in de 17e eeuw opereren vele rivierrovers op de Yssel. Zij plunderen dorpen, buitenhuizen en schepen.
¶ De Yssel is van oudsher een belangrijke en druk bevaren rivier. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee in 1933 wordt ze steeds minder belangrijk. Hierdoor groeit de regio Ysselland economisch minder sterk dan voorheen.
** Ysselland

Ysselfoort:
Oude familienaam. Herkomst onbekend. Mogelijk voorde aan de Hollandse Yssel. Toenmaals Ysselfort genaamd. Daaromtrent is slag geleverd in de 17e eeuw. Mogelijk tegen Spanjaarden. #FRI

Ysselfort: > Ysselfoort

Ysselland: (YSL:)
Ofwel IJsselland.
()A Brandreada (Brandrode = oudste koeiensoort van Nederland), dic (dijk, dam, sloot, greppel), dic (dijkweg = dijk in veengebied), dican (ww dijken, bedijken, indijken), gorse (buitendijks land, aangeslibt land), Hisla (Yssel 815nC), ooy (uiterwaarde, waard), scor (schor = buitendijks aangeslibt land dat alleen bij hoog water onderloopt), upprel (oprit naar top van dijk), utandic (buitendijk, buitendijks), uterweard (uiterwaarde = land tussen dijk en rivier), utland (buitendijks land), utsate (buitendijks land), utsleag (uiterwaarde), wang (dam, dijk, kade), weard (weerd, waard = buitendijks land), weardmaester (waardmeester = toezichthouder uiterwaarden), weringe (wering, dijk), Ysel (Hisla, Isla, Isle, Isel, Ysle, Ysla = Yssel = rivier in Gelderland en Overijssel)
¶ Ysselland omvat het hele gebied langs de rivier Yssel van Arnhem tot Kampen. In dit gebied hebben vrij zeker vele Angelen gewoond, waarvan een deel in 450-550nC migreert naar Brittannia. > Yssel

   
 

boven: Ysselland op de kaart van Marten Carle Cresfeldt (c 1560)

¶ Bron VIV/p10:

Bij eerder onderzoek naar veld- en boerderijnamen in die gemeenten [Hattem, Heerde en Epe] bleek hoe groot het verschil was tussen de namenrijkdom van de IJsselvallei en de namenarmoede op de hoge zandgronden [van de Veluwe]. Opvallend groot was bijvoorbeeld het verschil tussen het Apeldoornse dorp Uddel op het middendeel van de Veluwe, waar veldnamen schaars zijn, en de vruchtbare gronden van de Apeldoornse dorpen Beemte en Broekland met enkele honderden veldnamen.
400vC++: De oudste koesoort in Nederland is de Brandrode (Angl: Brandreada). Ze komt oorsrponkelijk alleen voor in het Yssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. De Brandrode lijkt door hen meegenomen naar Engeland. Op vele fotokaarten van rond anno 1900 zijn ze goed te zien. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig. Brandrodes komen anno 2010 nog voor in Leusveld bij Hall (Eerbeek), in De Worp bij Deventer en op boerderij Angelhoven in Kernhem bij Ede. (#FRI) Rechts (afb ©): Brandrodes bij een poel in een wei > Angelhoven
 
700nC: Anno 2012 zijn in de moerassige uiterwaarde langs de Yssel bij De Hoven in Voorst houten resten gevonden van een brug over de Yssel naar Zutphen. Het was een lage brug met in het midden een klapbrug voor de scheepvaart. Rond 650nC neemt de bevolking van De Hoven erg toe. Mogelijk door Angelen uit stamland Angeln, die vluchten voor de Denen die rond die tijd Angeln veroveren. De gevonden resten bij De Hoven kunnen derhalve dateren van ergens rond het jaar 700nC toen de landbouw en economie in die streek zich sterk gingen ontwikkelen en een goede verbinding over de Yssel van belang werd.
1225++: Dijkenbouw langs de Yssel in Gelderland en Overijssel. Elke bezitter van grond langs de Yssel moet op eigen terrein een dijk bouwen die voldoet aan de eisen. O.a. aansluiting met buren, materiaal, omvang, etc.


      

    boven: Ysselwaarde met koeien en oude Anglische hoeve in Leuvenheim
   Ao 2013 (foto ©) > Leuvenheim

Heidekoeien zijn een oud ras dat normaliter op heidevelden leeft. Ze zijn bont met bleek bruin-rode of zwarte vlekken. Mogelijk zijn ze afkomstig uit Sleswig-Holstein of Zuid Denemarken, waar ze door de Angelen zijn meegenomen naar Nederland. Tot in de 18e eeuw komen ze hier nog voor op heidevelden in Drente. Anno 2014 worden ze weer uitgezet in de heidevelden en uiterwaarden langs de Yssel. (#NTRtv/Nostalgie nov2014) > Heidekoe
** Voorst, Angerlo, Heggen, Hengevelde Wijhe, Hengforden, YTL-Route

 
YTL-Route:
Lincolnshire aan de westkust van Engeland lijkt aardig bevolkt door Angelen uit Overijssel en Gelderland. (> PgBrit/Lincolnshire) Mogelijk zijn ze daar in 450-550nC gaan settelen vanwege de langdurige natheid in Angelland. (> M35) De route die ze volgen lijkt te gaan via de Yssel over de Zuiderzee door het Maresdeop bij Texel en dan pal west naar de Wash in Lincolnshire. De afstand Texel naar de Wash is circa 300 Km. Deze afstand zal met een kielboot van die tijd onder normale omstandigheden ongeveer anderhalve dag duren.
** MAB-Routes, Kielboot, Reisroutes, Handelsroutes, Scheepslijnen, Veerdiensten

Yzer: (ijzer:)
()A clappstan (klappersteen = bol van versteend leem met daarin ijzeroer), geatan (ww gieten), goriser (moerasijzer), hut (ijzergieterij), hutceorl (ijzergieter), isen (ijzer), iser (ijzer), isergeatery (ijzergieterij), iserhut (ijzerhut, ijzergieterij), isermin (ijzermijn), isermyl (ijzermolen = watermolen die blaasbalg aandrijft om vuur ijzeroven aan te blazen), iserofen (ijzeroven; # smeltoven), isern (ijzeren, van ijzer), iserofen (ijzeroven = veldoven gemaakt van verharde klei), isersmidh (ijzersmid), iserur (ijzeroer), iserweorc (ijzerwerk, ijzerfabriek), meltan (smelten), mieltan (=A meltan), mosiser (moerasijzer), ora (oer = ijzeroer = moerasijzer), rust (roest), sleac (slak = gestolde smelt van ijzer en zandkorrels = restproduct smelten van ijzer), uriser (ijzeroer), wulf (klomp ruwijzer gewonnen uit ijzeroer)
2200vC++: mensen maken dingen van ijzer #DWO
800vC++: Kelten in Halbstad/Oostenrijk importeren ijzer uit Klein Azia en smeden daarvan o.a. zwaarden en helmen. #BBCtv/TheKelst 2015 > PgGen/Kelten
700vC++: Yzertijd > Yzertijd
600vC++: Yzer gemaakt en gebruikt in Europa.
500vC: Rond deze tijd verschijnen de eerste ijzeren voorwerpen. Het is in die tijd gelukt met nieuwe technieken hogere smelttemperaturen te bereiken. #GVT/p13
300vC++ Orvelte? > Orvelte
250vC++ Twente: In Twente wordt op diverse plaatsen moerasijzer gevonden. In Weerselo is gevonden een speerpunt. In de Waarbeek bij Hengelo een armband. De vondsten dateren van rond 250vC. In die tijd komen de eerste Germanen [Angelen] zich vestigen in Twente. GVT/p13
12vC-450nC Den Nul: Nabij Den Nul wordt ijzer gewonnen. > Fortmond
12vC-450nC Colmschate: In Colmschate wordt grootschalig ijzer geproduceert. De grondstof is moerasijzer (ijzeroer), dat wordt gewonnen in de omliggende beekdalen. I.b. de Schipbeek. Aldaar staat anno 1756 nog steeds een ijzergieterij.
-- Productie: Yzeroer wordt verhit in ovens. Gesmolten ijzerdeeltjes klitten samen tot zgn wolf = klomp ruwijzer. Restproduct: slak = gestolde smelt van zandkorrels. #CAV/p49
12vC-1050++ Vechtdal: Kleinschalige ijzerproductie in het Vechtdal, i.c. Lenthe, Emmen, Oosterdalfsen, Welsum, Zwolle. Archeologen vonden slakken en resten van ovenwanden. #CAV/p49
50nC++ Rijnland: In het Rijnland wordt steenkool gebruikt voor het smelten van ijzererts. Dit lijkt te betekenen dat de Angelen in Angelland het gebruik van steenkool in die tijd ook al kennen.
98nC: Tacitus schrijft dat in Germania weinig ijzer wordt gevonden. De Germaanse wapens tonen dat volgens hem. Weinig soldaten hebben een zwaard of lans. #TAC/G6
150nC++: Grootschalige ijzerproductie in Heeten en Wesepe. #CAV/p49
200nC++ Angeln: Nabij de Thorsberg Moor in NO Angeln zijn o.a. deposieten gevonden die vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard worden. Ze worden daarom in verband gebracht met de Marcomaane Oorlog van 166-180 nC. Ook is er een tekst gevonden:

owlthuthewaR / ni waje mariR
=
een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard
Volgens bron absoluteastronomy.com 4.6.09 staat deze tekst op een zwaard, en niet op een runesteen zoals eerder verondersteld. Gezien de tekst lijkt dit inderdaad meer waarschijnlijk. Kennelijk voeren de Angelen in die tijd dus ook zwaarden in hun gevechten. Zwaarden van krijgers zijn altijd gemaakt van gesmeed ijzer. > Thorsberg
200nC Zelhem: Aan de Doetinchemse Weg in Zelhem zijn in 1999 honderden smeedslakken gevonden. Ze bewijzen dat daar ijzerindustrie is geweest. #ZLH/2014
300nC Colmschate: Langs de weg Deventer-Colmschate zijn gevonden zes ijzerovens (Angl: iserofens) van circa 300nC. De vondst toont dat de locale bevolking in die tijd kennis had om uit moerasijzer ruw ijzer te winnen. De ovens waren klein en rond en hadden lemen wanden. Ze werden gestookt op houtskool. Vooralsnog zijn ze de oudste ijzerovens ooit gevonden in Nederland. (Gem.Deventer 2011)
300nC Apeldoorn: In Apeldoorn zijn anno 2011 gevonden 7 kuilovens voor het smelten van ijzeroer daterend uit circa 300nC. (# RTL4 19.4.11) De regio wordt rond 100vC duurzaam bevolkt door Angelen uit West Salland. De ovens tonen derhalve dat de Angelen aldaar rond die tijd de kunst van het smelten en smeden van ijzer ook al kennen.
400nC++: Peelo/Drente heeft eigen smid, die ijzer smelt uit moerasijzer. > Peelo
500nC++ Ede: Yzerindustrie in Ede een van de grootste van NW Europa. #ODE/p51
950nC Appelburg: Resten van ijzeroer en ijzerslakken binnen de wallen van Appelburg bij Nijkerk tonen dat nabij de burgt moerasijzer is gewonnen en verwerkt. > Appel
1000++: China gebruikt cokes om ijzer te smelten en smeden wegens gebrek aan hout.
1364: In 1364 is een kapel gebouwd in Cranenburg bij Stade NW van Bremen. De kapel staat naast de veenborg Cranenburg. Segebaldo Marschalck van Cranenburg schenkt in 1461 de kapel een klok met de inscriptie Anna bin ick geheten, Segebalde leth mi gethen.
Vindplaatsen: Yzeroer komt van oudsher in NO Nederland veel voor. Vooral in de veengebieden van Apeldoorn, Colmschate (Schipbeek), Ede, LaagKeppel, Olst (moerassen), Peelo/Drente (Marsdijk), Terborg (Akkermansbeek), Ulft, Yzerhorst/Vierakker, Yzerhorst/Warnsveld en Yzerlo/Aalten.
Moerasyzer: Het mosiser (moerasijzer, ijzeroer) wordt geschept uit de veenlaag in de vorm van plakken. Daarna: gedroogd, verzameld, geklopt (klein gemaakt), gewassen, en gesterkt (gemengd met andere stoffen). Daarna wordt het mengsel gemengd met kalk en gesmolten in een hoogoven. Het kalk bindt zich dan met de vuile stoffen. Hierdoor ontstaan grote klonten, die worden afgeschept. Het schone mengsel van hete vloeibare ijzer wordt gegoten in vormen en afgekoeld. Als de ijzerbroodjes koud en hard zijn, worden ze verzameld, gestapeld en verkocht voor verder bewerking door smederijen.
2011 Salland: In centraal Salland zijn vele ijzerhoudende laagtes met moerasijzer. #SDV/p283
** Smeedwerk, Ermelo, Dronten, Scharlebelt

Yzeroer: > Yzer

Yzertijd:
2000vC++ -- Syria-Egypte
700-12vC -- Europa
2000vC++: De Yzertijd begint rond 2000vC bij de Hettieten in SyriŽ. Vandaar verspreidt de ijzertechniek naar Egypte. Via Egypte leert rond 700vC ook Europa het ijzer kennen als grondstof voor het maken van wapens en gereedschap.
700-12vC: Op vele locaties ten noorden van de Rijn zijn sporen van bewoning en en resten van begraafplaatsen aangetroffen uit de Yzertijd. De bewoning is intensief. De nederzettingen liggen voornamelijk langs beken en rivieren. #OBA
** Hijken (hoeve), Arnhem, Thanatologie
# WP, DAB
++ Boerderij Dongen

Yzervoorde: > Yzevoorde

Yzevoorde:
Gehucht bij Doetinchem. Op kaart 23 van bron RZA (1773) aangegeven als Isenvorde. Op kaart 83 van bron HTN (1783) als Yssenvoort. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Yzevoorde lijkt derhalve afgeleid van Anglisch isen (ijzer) + ford (voorde).
¶ Yzevoorde ligt aan de Turfweg van Doetinchem. De regio zal derhalve een veengebied zijn. Inspectie ter plekke (feb 2011) leert dat het gebied een nat laagveen is. Het ijzer zal derhalve zijn gewonnen uit mosiser, ofwel moerasijzer.
¶ Per saldo lijkt de naam Yzevoorde te zijn afgeleid van een voorde waar ijzer werd gevonden en mogelijk ook gewonnen.
** Yzer, ASA, Maasheem, Voorde, Voorden

Yzo Sckeremere (c 1288-1348)
= Eizo van Scharmer. In 1323 redger (rechter) te Scharmer. Yzo =A Yse, Yso (mansnaam). Sckeremere is afgeleid van Anglisch scaer (inham) + mere (meer, plas).
** Redger, Scharmer

Z::

ZA: = zie aldaar

Zaaltorens:
Betreft soort mottekasteel met hoge toren, gebruikt als uitkijkpost en als woning. Meestal gebouwd door en in bezit van landadel als versterkte woonstede. Ze bestaan meestal uit twee etages, hebben vierkante torens met plat dak en kantelen. Daarnaast staat meestal een lager bijgebouw. Rond de toren is vaak een ringgracht met een aarden wal, muur of palissade. Zaaltorens komen in heel NW Europa voor, zij het met vaak enige regionale verschillen in architectuur.
** Kranenburg Leiden, Burchten, Kranenburchten, Cranbourne Towere

Zalk:
Alias Sallijck (1557 > KVL). Dorp aan de Yssel, aan de overkant van Zwolle. Oudste vermelding is Santlicke, daterend uit 1213. Aan de Zwolse kan ligt nog een gebied dat ooit bij Zalk hoorde. De Zalkerdijk aldaar herinnert daar nog aan.
¶ De regio Zalk wordt rond 50vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. Mogelijk waren het voornamelijk beverjagers. Door de beverjacht zijn de laatste bevers in Nederland uitgestorven. In 1825 wordt in Zalk de laatste bever van Nederland doodgeslagen met een roeispaan. Een klein monument aan de Zalkerdijk/Kerkstraat herinnert daar nog aan.
¶ Kaart HTN/31 (1783) toont dat Zalk voor een groot deel bestaat uit moerasland. O.a. is daar de Zalker Broek. Tussen de dorpskern van Zalk en de Zalker Broek is het gebied eveneens aangegeven als moerasland. Zalk zelf zal zeker op een zandhoogte liggen, anders was er nimmer gebouwd.
¶ Gezien de aanwezigheid van Angelen kan de oude naam Santlicke zijn afgeleid van Anglisch sand (zand) en licc (lik, smalle strook). Dus: een smalle strook zand. Zalk lijkt dus inderdaad gebouwd op een smalle strook zand, wat voor een drasland normaal is.
¶ In Zalk staan anno 2011 nog diverse huizen en hoeven die duidelijk van Anglische architectuur zijn. Ook de regiotaal lijkt nog duidelijke Anglische sporen te laten horen.

          

boven: een van de vele mooie Anglische woningen in Zalk

¶ Naar zeggen stond in Zalk ooit een pand met de naam Ongelkamp. Deze naam verwijst duidelijk naar Anglische aanwezigheid. Ongel is namelijk een zeer oude variant van Angel, naast Engel, Ingel en Ungel. Van dit rijtje komen Ongel, Ingel en Ungel echter weinig voor. E.e.a. geldt zowel in Nederland als in Engeland. Vooralsnog is de preciese locatie van Ongelkamp nog niet gevonden. Noch in Zalk, noch aan of nabij de Zalkerdijk aan de Zwolse kant van de Yssel.
** Buckhorst, Ongelkamp, Ongel, Beverjacht, AAA
# FRI, DAB

Zand: > Zandgronden, Grond

Zandgronden: (ZGR:)
()A diffal (zandvlakte), leafeld (zandvlakte), liefeld (zandvlakte), sand (zand), sandgerefa (zandgraaf = ambtenaar die zandgronden beheert, i.c. verstuiving inperkt en voor begroeiing zorgt), stufan (stuiven), stufacre (stuivakker = akker bij zandverstuiving), stufbeorg (stuiveberg, zandberg), stufbylt (stuivebelt), stuffen (stuivveen), stufsand (stuifzand, zandverstuiving, zandduin), twilhar (twilhaar = dubbele zandheuvel), witloc (zandkuil)
98nC: Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. #TAG/G5
--- Tacitus noemt geen zandgronden. Kennelijk zijn die er nog niet.
950nC++: Boeren gebruiken veel grond, schapen vreten heidegronden kaal, varkens vreten eikels op in de bossen, productie van houtskool kost veel hout, veengronden worden uitgeturfd en ontgonnen, grote droogteperiodes, waterpeil daalt. Al deze factoren doen grote zandgronden en zandverstuivingen ontstaan. Daarom worden zgn zandgraven aangesteld. Zij moeten zorgen voor bescherming en beplanting van de zandgronden zodat er weer bossen en heidevelden ontstaan. #ALT/Apeldoorn/p251ev
1500++: Grote zandvlaktes in Drente door langdurig turf steken. O.a. Dwingelerheide en Drouwerzand. Gevolg: zandstormen > akkers, weilanden en vegetatie bedreigd, straten overdekt met dikke zandlaag, ontstaan meters dikke duinen, verdwijning bossen. (#OmroepDrenthe 11.8.2014) > Turf
1850: Vegetatie in Drente gehalveerd. Drouwerzand in Drente is inmiddels 1 Km lang geworden. #OmroepDrenthe 11.8.2014
1900++: Drente heeft vele en grote zandverstuivingen. Provincie begint met terugdringen: zandvlaktes worden beplant en beschermd. > Planten, bomen, dieren, insecten, wormen, etc keren terug. #OmroepDrenthe 11.8.2014
1900++: Bron Overijssel 1880-1930 citeert een tekst:

De reiziger, die per staatsspoor van Zwolle naar Almelo reist ziet, wanneer hij het station Raalte gepasseerd is, nu niet zoo heel veel dat hem zou kunnen verlokken te Nijverdal uit den trein te stappen om er de omstreken te bezichtigen. De heuvelreeks van Holten tot ver voorbij Hellendoorn doemt langzamerhand aan den gezichteinder op; heidevelden en moerassen strekken zich heinde en verre uit, slechts hier en daar afgewisseld door de dennenbosschen, waarmee de berghelling vooral in noordwestlijke richting begroeid is. Groote uitgestrektheden heide worden sedert de laatste paar jaren met dennen beplant, voornamelijk onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij, doch van uit de verte gezien schijnt het veld nog kaal. Plotseling, als de trein in den berg gekomen is en zijn weg volgt door eene nauwe gleuf, ziet men ter weerszijden niets dan het mulle zand, waarin zwaluwen hunne nesten hebben uitgegraven. Een enkel oogenblik nog, daar stuift de locomotief in het dal naar beneden.
Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... Oorspronkelijk was de hoeve een keuterstede waar keuterboeren woonden. De grond was arm. Het erf ligt op een uitloper van de Drunense Duinen, die zijn van wit zand. Erger kon niet. De mest voor de akkers kwam van de potstal. In de hele winter stonden de koeien op hun eigen mest. In het voorjaar was de mest heel hoog opgepot, klaar om in de zaaitijd te worden uitgereden. > Keuterboeren
** Heideland, Zandverstuivingen

Zandpol:
Dorp bij Nieuw Amsterdam in ZO Drente. De regio ZO Drente is rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. Zandpol is derhalve vrij zeker afgeleid van Anglisch sand (zand) + pol (poel). Dus: poel in zandig gebied.
** ASA

Zandsteen: > Steenbouw

Zandverstuivingen:
Heidevelden zijn tot in de 20e eeuw een belangrijke bron van bestaan. Men houdt er schapen, haalt er brandhout en steekt er plaggen voor de stallen. Het intensief gebruik van de heidevelden leidt echter her en der tot grote zandverstuivingen. #NDD/p39
2014: BeduÔne man leeft eenzaam met vrouw en kinderen in de kale woestijn van NO IsraŽl. Hij is goed ontwikkeld en spreekt goed Engels. Hij houdt met heel zijn hart van de woestijn en is er zielsgelukkig. Hij wil absoluut niet weg. #BBCtv GreatRailroads Marco Portillo 16.12.2014
** Heideland, Zandgronden

Zandvoort:
Anglisch sandford = zandige voorde, voorde met daarin een zandhoogte.
¶ Zandvoort is een locatienaam die voorkomt aan de kust bij Haarlem en in Drente tussen Gieten en Wildervank. Ook als kleine locatie in een oud veengebied bij Bathmen in Salland, Overijssel. En als locatie aan de Zandvoortweg in Zelhem in de Achterhoek. Al deze locaties liggen in gebieden waar zich in 300vC-300nC Angelen hebben gesetteld. In deze context is de naam Zandvoort te herleiden tot Anglisch sand (zand) en ford (voorde). Derhalve: een voorde (doorwaadbare plaats) bij een zandhoogte of een zanderige plek bij een rivier of beek. > Voorden/Zandvoort
¶ De naam Zandvoort komt ook voor als locatienaam Sandford in de regio's Devon, Somerset en Eden, historisch Anglische gebieden in Brittannia. Evenals Santforth in Cumbria, NW Engeland. > Cumbria
¶ Zandvoort komt verder ook voor als familienaam. Mogelijk is de naam afkomstig uit de regio Bathmen waar een locatie Zandvoort (oud: Sandfoord) ligt, zijnde een zandhoogte in een veengebied. Aldaar staat een oude hoeve met een rosmolen.

Zang: > Zingen

Zaterdag: (ZTD:)
()A Saeterndaeg = zaterdag; genoemd naar Saeter, god van de landbouw. > Saeter
Wassen: Tot in de 16e eeuw wassen mensen zichzelf, hun kleren en hun vaat bij een put of in een beek. Later doen ze dat meer thuis. Ze gebruiken daarvoor een tobbe. Tot in de 20e eeuw wassen ze zichzelf 1x in de week met warm water, ofwel koud water waaraan kokend water wordt toegevoegd. Normaal gebeurde dat op zaterdag.
** Weekdagen

Zeden: > Deugden
Zedigheid: > Deugdzaamheid, Maagden
Zee:: > Waters
Zeedieren: > Waterdieren

Zeeland: (ZLD:)
150nC++: Zeeland bevolkt door Angelen uit Zuis Holland.
400nC++: Bron OVK: De magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. O.a. in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woont alvorens naar Engeland af te zakken. > Pint, FŲhr
- Middelburg/Zeeland -- Middlesbrough/NO.Yorkshire
- Oud Zeeuws: angel: dunne lat om reet te dichten > Angel
Engel, Engelbert, e.d. zijn namen die veel voorkomen in Groningen en de Zeeuwse eilanden uitgezonderd Tholen en Philipsland. Opmerkelijk genoeg wordt Groningen als sedert circa 500vC bevolkt door Angelen uit NW Duitsland. Op de Zeeuwse eilanden zijn meer aanwijzingen dat zich daar ook Angelen hebben gevestigd.
** Eng-

Zeemacht: (ZMT:)
()A aesc (oorlogschip gemaakt van essenhout), ammiral (admiraal), fleot (vloot, oorlogsvloot), flot (vlot, boot), flothere (vlootleger, mariniers, piraten), flota (=A fleot), hierdraeden (wachtschip = oud oorlogschip in haven; o.a. gebruikt voor training), scip (schip, boot), scipan (verschepen, vervoeren, varen), sciphere (zeemacht, oorlogsvloot)
480vC++: Athene bouwt oorslogsschepen: 35 meter lang, roeiers + zeilen + groot ramblok om vijandelijke schepen kapot te rammen. (#BBCtv 21.8.2015) > Griekenland
449nC: In dit jaar stuurt koning Offa van Angeln een grote vloot met soldaten naar warlord Vortigern in Brittannia. In 468nC beschikt Angelland kenlijk over een grote vloot. Het lijkt derhalve dat zulks in 449nC ook al zo is. > ASC/449
537nC: Een Anglische vloot van 400 schepen vaart de Rijn op omdat een Anglische prinses haar geliefde wil dwingen met haar te trouwen. (> Radiger) Hieruit kan men concluderen dat Angelland in die tijd kenlijk nog maritieme macht bezit. Hoe groot die vloot is en uit wat voor schepen ze bestaat, is vooralsnog niet bekend.
** Militaria

Zeenivo: > Zeespiegel

Zeep:
()A saippu (rode haarverf), sap (=A sape), sapan (ww zepen, inzepen), sape (hars, zeep), seothan (zieden, koken, braden, smelten)
3000vC in Egypte wordt zeep gemaakt van geurige oliŽn en vetten van planten en dieren
2800vC in Babylon wordt zeep gemaakt
2500vC Goten gebruiken saippu = rode haarverf als ze strijd voeren
2200vC recept voor maken van zeep op kleitablet in BabyloniŽ
650vC Angelen kennen zeep via hun handelscontacten met Kreta
Zeepzieden: Zeep wordt gemaakt uit vetten en olies: lijnolie, raapolie, hennepolie, levertraan, boter, potas en loog. Het mengsel wordt in grote koperen ketels op vuur ziedend heet gemaakt. Door stevig roeren ontstaat een stevige zeepmassa, die door afkoeling na enige dagen is verhard. Dan wordt de harde massa in handzame stukken zeep gesneden.
** HygiŽne

Zeeroutes: > Scheepslijnen

Zeeroverij: (ZRV:)
150nC: Romeinen bouwen legerkamp in de duinen bij Ockenburg (Den Haag) om er een kustverdediging te bouwen. Ze slapen in simpele hutjes van hout. Er zijn daar ook vele andere vondsten gedaan. #DeTelegraaf 27.8.2015
De kustverdediging is vrij zeker bedoeld tegen zeeroverij. > Ockenburg
290-450nC: Bron WAB/p21 schrijft:

The practical raids [of the Angels and Saxons] which preceded the main migrations began as early as the last years of the Third Century A.D.; and by the year 368 they had become so frequent and so audecious that the great Roman General, Theodosious, was sent to Britain with a large army to meet the menace, and succeded in driving the raiders back across the sea. --- and by the beginning of the Fifth Century the famous Second Legion, Augusta, which was recruited on the Rhine, had been transfered from South Wales to Kent, while a mixed collection of Belgians, Gauls, Dalmatians, and other auxiliary forces was spread along the manaced coast, it being Roman custom to garrison each province of the Empire with regiments from another province, the British troops, therefore, being then stationed for the most part abroad.
Zeerovers: > Zeeroverij

Zeerijp:
Regio: Zeeraip. Dorp in Noord Groningen. De naam herinnert nog aan de tijd van Fiveldore, de grote baai in Noord Groningen. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch sae (zee) + ripe (reep, strook land). Zeerijp lag dus kennelijk net aan de zuidkant van de baai van Fiveldore, tussen Loppersum en 't Zand. Dat moet ruim bevoor 1050nC zijn geweest. De kaart hierboven toont namelijk de situatie rond 1050nC. De baai moet zich derhalve eerder veel dieper landinwaards hebben uitgestrekt.
1170++: In Zeerijp bij Lopperseum (Noord Groningen) zijn resten gevonden van een oude oven waarin bakstenen werden gebakken. De stenen werden in de beginperiode vooranmelijk gebruikt voor de bouw van kerken en borgen. FRI/aug2013
** ASA, Fiveldore
 

 

Zeespiegel: (ZSP:)
100miljVC: zeenivo stijgt 300 meter #VRTtv 12.2.2014 > Pg/Gen
30miljVC: zeenivo daalt #VRTtv 12.2.2014
5.6-5.3miljVC: Middellandse Zee is een droge diepe vallei. Oorzaak: Zeestraat bij Gibraltar afgesloten van Atlantische Oceaan door daling waternivo van de oceaan als gevolg van aangroei ijskap Antartica. #DeTelegraaf 26.11.2015
2miljVC: zeenivo 150 meter lager dan anno 2000nC #OOD/p7
10.000vC Zwarte Zee: Gelegen tussen Rusland, RoemeniŽ, Griekenland, Turkije en de Kaukasus. Volgens geologen ontstaan na de Laatste IJstijd (2miljoen-10.000vC) door een doorbraak van de Atlantische Oceaan. Door het smelten van de ijsmassa na 10.000vC steeg het oceaanwater. Het water kwam boven de drempel in de zeebodem bij Gibraltar en stortte in de Middellandse Zee, waar het water ook ging stijgen. Het water in de Zwarte Zee steeg toen ook door de verbinding met de Middellandse Zee. In de loop van enige jaren ging hierdoor het water in de Zwarte Zee met circa 35 meter omhoog. Dit proces voltrok zich rond 6500vC. Omwonenenden vluchtten met hebben en houden naar hoger gelegelen gebieden.
# NGTV 2009, DAB, KBG
8500-8300vC 8.2 Event: Mini Ystijd NW Europa. Massa's ijs smelten in Noord Amerika en het smeltwater stroomt in de Atlantische Oceaan. Zeespiegel stijgt circa 2 meter per eeuw. De Golfstroom wordt koud en het klimaat in Europa navenant ook. Nederlandse kust verdrinkt en wordt groot waddengebied. Het hoge water stroomt via de Middelandse Zee naar de Zwarte Zee, waar het water circa 35 meter stijgt. # De Telegraaf 4.3.2010, KBG
7000vC: Engeland en Continent (Frankrijk, BelgiŽ + Nederland) geologisch nog met elkaar verbonden. Noordzee tussen Schotland, NW Duitsland, Denemarken en Noorwegen. Later ontstaat Het Kanaal door stijging zeespiegel. #VRTtv 2.4.2013
6500vC Zondvloed: In vele culturen komt een verhaal voor over een zondvloed. O.a. in oude Hindu bronnen en het Oude Testament. De oudste bron is het Gilgamesj Epos, genoemd naar koning Gilgamesj van MesopothamiŽ, die rond 2800vC leeft. Volgens dit epos wordt de mensheid onder leiding van de goden gered van deze ramp. De ramp zou circa 3000 vC kunnen zijn gebeurd. De tekst staat op Tablet XI in de vermelde regels. Het gaat over Gilgamesj die zoekt naar onsterfelijkheid maar dan na zware beproevingen terugkeert in Uruk. Hij ziet daar de massieve muren, raakt in vervoering en brengt dan een lofzang over de duurzame werken van sterfelingen. Hij beseft dat mensen onsterfelijkheid kunnen bereiken door duurzame werken van beschaving en cultuur. Maar de natuur is soms vele malen sterker.

Muur, luister naar me.
Zoals de Apsu zal je het afdekken.
Ik kan niet leven in jouw stad.
Ninurta ging door met overstromen van de dijken.
Geen persoon kon een andere zien.
Zes dagen en zeven nachten kwamen de storm en de vloed.
En offerden een offer.
De lapsis lazuli om mijn nek.
Niemand kon de destructie overleven.
Apsu = ab (water) + zu (ver) = de onderwereldse oceaan van zuiver water in de Mesopothaamse mythologie = de god van deze oceaan = Engur. Apsu is identiek aan Enki, de Sumerische god van het water en de wijsheid. Hij werd ook Ea genoemd, evenals bij de Hettieten, waar hij ook de god van de wijsheid is.
¶¶ Latere navertellingen van het Gilgamesj Epos verminken het verhaal en gebruiken het om er eigen denkbeelden in te leggen. Van een megaramp is geen sprake. Het is niet meer dan een locale ramp. Dat wil echter niet zeggen dat er misschien ooit een andere megavloed is geweest, waarover verhalen zijn overgeleverd en later vastgelegd. Zo is volgens geologen de Zwarte Zee ontstaan rond 6500vC door een doorbraak van de Atlantische Oceaan via de Middelandse Zee. Daardoor is 72.000 Km2 land ondergelopen in een periode van circa 2.5 jaar. Herinneringen aan deze ramp zijn gebleven in de vorm van overleveringen, die de basis zijn van latere verhalen over een zondvloed, die zich mogelijk ook in de eigen regio voltrok. We moeten daarbij bedenken dat niet alleen het gebied rond de Zwarte Zee moet zijn overstroomd, maar zeker ook andere gebieden langs de Middenlandse Zee, die relatief laag liggen ten opzichte van de zee. # WP, WKP 2.10.09, DAB
6100vC: Tzunami treft kustgebieden NW Europa. Mogelijk door landslide in Noorwegen. Ontstaan Noordzee. Noord Britannia raakt los van Continent NW Europa. Nagenoeg alle leven gedood. #BBC4tv 12.10.2014
6100vC: Noordzee circa 18 meter diep
6100-4000vC: Noordzee stijgt circa 32 meter = 1.5 meter per eeuw
4000vC: Noordzee circa 50 meter diep; 32 meter boven nivo 6100vC
4000vC++: Het Kanaal (Nauw van Calais, English Channel): zeeweg tussen Brittannia en Continent. > Kanaal
600vC++: Mogelijk stijging water Noordzee. > Veenlijken
315vC: Cymbrische Vloed: Stormvloed teistert kusten Denemarken en Noord Duitsland. Cymbren en Teutonen vluchten naar veilige oorden in het zuiden. (#EML/M.Eggink/apr2015) Vele Cymbren en Teutonen blijven achter. Ook de Angelen aan de oostkust van Sleswig-Holstein. Kenlijk is de situatie daar nog houdbaar. > Cymbren
120vC++: Achtergebleven Cymbren en Teutonen migreren massaal naar Zuid-Europa. Mogelijk wegens verdere stijging zeewater. > Cymbren
200-450nC: zeespiegel Noordzee stijgt aanmerkelijk > P36
200-500nC: zeenivo Noordzee stijgt 5 meter = 1.67 meter per eeuw > sub 500nC
250nC++: grote onverstromingen kustgebieden Groningen > woonplekken circa 1.5 meter opgehoogd > P36
300-550nC: Hollingstedt is een rivierhaven aan de Treene in Midden Sleswig. Ruim 20 Km vanaf de kust van de Noordzee. De oude haven van Hollingstedt ligt anno 2010 circa 5 Km van het water van de Treene. Lang voordien lag de haven echter nog aan het water. Mogelijk heeft dat te maken met de stijging van het water van de Noordzee in 300-500nC. Daarna trekt het water weer langzaam terug. Uit die tijd zijn ook vele vondsten van aardewerk gedaan, die getuigen van een levendige interregionale handel. > Hollingstedt
350nC++: Water Noordzee stijgt. De wierden (terpen) worden daarom hoger en hun indeling wordt aangepast. > Ezinge
400nC: De Romeinen verlaten Brittannia.
412nC++: Angelen uit Groningen migreren naar Drente, Overijssel, Gelderland, N.Brabant en Limburg op de vlucht voor stijgend zeewater > PgAng/Waddengebied
425nC: zeenivo Noordzee 3.8 meter boven nivo 200nC
430-500nC: Zeespiegel stijgt verder. Zware stormen teisteren kusten Noordzee en Oostzee. Gevolg: grote overstromingen en veel landverlies. > PgAng/P36
 

Rechts: Nederland rond 450nC
- het Ysselmeer is groter en snijdt diep in Drente, Salland en de Veluwe
- het Flevo-eiland is gespiltst in twee kleine eilanden
- tussen de grote eilanden zijn grote zee-armen
- Noord Groningen en Noord Friesland zijn sterk afgekalft
- Holland en Zeeland zijn gescheiden door een grote zee
 

500nC: ook Salland getroffen door wateroverlast > P36
550nC: stad Heraclion in Nijldelta zakt weg in bodem; mogelijk door stijging zeespiegel i.c. grote natheid #BBC2tv 16-17.10.2104
600nC: zeenivo bij Herculaneum/Napels 5 meter gestegen
Herculaneum is een stad aan de voet van de Vesuvius in de Golf van Napels. Rond 600nC is het zeenivo daar 5 meter gestegen. De hoogste stand die het zeewater daar heeft bereikt. Gemeten in 2013. #BBC4tv 19.9.2013
--- Aangezien de Golf van Napels in open verbinding staat met de Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan en de Noordzee, zal ook het water langs de kusten van de Noordzee en Ysselmeer met 5 meter zijn gestegen.
600nC: einde stijging zeespiegel #KVN
600nC-2014: zeenivo daalt 5 meter = 36 cm per eeuw > P36/Heraculaneum
¶ De Grote Historische Schoolatlas van H. Hettema Jr. (Tjeenk Willink NV, Zwolle, 1968) toont Nederland:
-- in de Romeise Tijd (12vC-400nC)
-- de grote eilanden zitten allemaal nagenoeg aan elkaar vast
-- het Ysselmeer (Flevomeer) is beduidend kleiner dan anno 2013
-- het Flevo-eiland is tamelijk groot
- voor het jaar 450nC (begin Middeleeuwen)
-- het Ysselmeer is groter en snijdt diep in Drente, Salland en de Veluwe
-- het Flevo-eiland is gespiltst in twee kleine eilanden
-- tussen de grote eilanden zijn grote zee-armen
-- Noord Groningen en Noord Friesland zijn sterk afgekalft
-- tussen Holland en Zeeland ligt een grote zee
- tijdens de feodale versnippering (c 1100-1428)
-- de Noordzee heeft nog verder toegeslagen: Waddenzee, Ysselmeer en de zee tussen Holland en Zeeland zijn aanzienlijk vergroot. Deze situatie moet echter al rond 600nC zijn bereikt, want de periode van Grote Natheid eindigt namelijk rond die tijd.
Al deze feiten wijzen op een sterke toename van de zeespiegel van de Noordzee in de periode 200-600nC. Het klimaat zal derhalve navenant zeker ook beduidend natter zijn geweest.
1607: Tzunami treft zuidkust Engeland, i.b. Somerset. Circa 200 miles landinwaards alles onder water. Vele mensen verdrinken. #BBC4tv/6.5.2015
1880++: NAP = Normaal Amsterdams Peil = 9 cm boven gemiddeld nivo zeewater bij Den Helder. Ingevoerd om metingen onderling te kunnen vergelijken.
1916-2016: Zeespiegel stijgt met 14 cm ofwel 1.4 mm per jaar. #DeTelegraaf 24.2.2016
2000: zeenivo 150 meter hoger dan 2miljVC #OOD/p7
2011++: Anno 2011 worden terpen gebouwd in het Rivierenland wegens de grote overstromingen van de laatste jaren. #NOSJournaal jun 2011
2014: NAP 0-LYN: Lijn door Zeeland-Z.Holland-NW.Overyssel-Friesland waar Nederland op nul meter boven NAP ligt. #VARAtv VroegeVogels 18.11.2014
2014: New York bestudeert een plan voor de bouw van dijken en huizen op palen en terpen tegen extreme stormen en een zeespiegelstijging van twee meter. #DeTelegraaf/T4 5.12.2014
2015: Amerika gaat kustgebieden beschermen tegen de zee. O.a. met hulp van Nederland. #NPO/Nieuwsuur 12.3.2015
2015-3000: Zeespiegel stijgt met 1.70 meter volgens onderzoekers TU Delft. Oorzaak is CO2-uitstoot waardoor ijs van Noord- en Zuid-Pool zal smelten. Waterpeil Nederlandse duinen zal 83 cm stijgen. #DeTelegraaf 24.6.2015
2016: Zeespiegel sinds 1916 met 14 cm gestegen = 1.4 mm per jaar. #DeTelegraaf 24.2.2016
** Klimaat, P36, P68

Zeesse:
Alias Zees. ON Seisse, Seysse. Oude marke in schoutambt Ommen.
** Marke

Zeevaart: > Scheepvaart

Zegen: (ZGN:)
()A bledsa (zegen; ON blesse; ME bless), blesseth (gezegend; ON geblessed; ME blessed), bledsian (zegenen; ON blessen; ME bless), bledsing (zegen), bleodsian (zegenen), bledsing (zegen), bletsian (zegenen), bledsing (zegen)
¶ Oud Anglisch bloedsian, bledsian, bletsian = zegenen; ME bless
Bloedsian etc heeft te maken bloeden = OE blodan. Het lijkt daarmee dat zegenen in oude tijden een nogal bloederige happenig is. > Bloedoffers, Bloedwraak
1600++ Londen: In de 17e woont in een arme buitenwijk van Londen een familie met de naam Blessed: vader, moeder en 12 kinderen. Het gaat hen vele jaren redelijk goed. Maar dan slaat het noodlot toe. Vader wordt werkloos en het gezin lijdt honger. Na enige tijd wordt de vader ziek en sterft. Enige tijd later sterft ook de moeder van honger en ziekte. De kinderen komen in een groot internaat van de kerk. Daar blijven ze enige dagen en worden dan doorgestuurd naar een groot internaat buiten Londen. Daar leven ze enige jaren in nogal erbarmlijke omstandigheden. Ze moeten zwaar werken voor de kost. De situatie is zo erg, dat het ene na het andere kind bezwijkt en sterft. Alleen ťťn zoon blijft leven. Hij werkt in een grote smederij. Daar ontmoet hij een andere jongen met wie hij goed overweg kan. Ze besluiten te vluchten en in hun levensonderhoud te voorzien met hap- en snapwerk. Na enige tijd besluit de jonge Blessed elders een bestaan op te bouwen. Hij vlucht naar een dorp in Zuid Yorkshire, waar hij trouwt en een winkel begint. Het gaat voorspoedig en het echtpaar krijgt 13 kinderen. Hun nazaten verhuizen later weer naar Londen, waar ze verder een goed bestaan weten op te bouwen. In 2014 maakt de BBC een prachtige documentaire van deze aangrijpende familiehistorie. Samen met een zeer flamboyante nazaat van de Blessed familie. Hij laat op indrukwekkende wijze zien wat hem deze familiehistorie allemaal aandoet. #BBCtv Family Tree 28.8.2014

Zeldam:
Buurtschap in Goor. De buurt is genoemd naar erve Seldam. Deze naam is afgeleid van Anglisch Sell (mansnaam) + dam (dam). Gezien de historische migratiestromen zal dit gebied rond 225vC zijn bevolkt door Angelen vanuit de regio Hardenberg.
¶ Zeldam heette vroeger Kotwik, eerder als Cottwick geschreven.
** Sel, Cottwick, ASA

Zelf: (ZLF:)
Het is opmerklijk hoe sterk psychotherapie sinds de 20ste eeuw de nadruk legt op jezelf zijn ofwel echt zijn. Dat is namelijk goed voor je functioneren, welbevinden en zelfwaardering. Opmerkijk is dat bij de Oude Angelen echt zijn ook al erg wordt gewaardeerd en edel en adel wordt genoemd. Naast Waarheid vinden de Oude Angelen ook Echtheid belangrijk. Voor hen is Echt = Edel = Adel = Heil. > Echtheid, Edel, Adel, Heil
¶ Zie de wereld. Hoor de wereld. Voel de wereld. Ruik de wereld. Blijf bij uzelf, dan staat u sterk. Wie de goede normen en waarden volgt, die kent de weg. De meester is gerust en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Wie zichzelf lief heeft, die kan ook anderen lief hebben. #SRK
¶ Kom op voor uzelf. Strijdt voor uzelf. Verdedig uzelf en uw rechten. Wie zichzelf verliest, die belandt in een moeras. #SRK
¶ Wie zichelf respecteert en voor zichzelf opkomt, die kan ook anderen en hun rechten respecteren. #SRK
¶ Wie anderen en hun rechten niet respecteert, die vervalt van kwaad tot erger en riskeert crimineel te worden. #SRK
¶ De meester komt op voor de eigen rechten en respecteert die van anderen. Meer dan dat kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
¶ Wie alleen de eigen rechten kent en niet de plichten, die raakt in isolement en riskeert ondergang. Want ware samenleving betekent respect voor elkaars rechten. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
Blijf uzelf. Dan staat u altijd sterk. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
** Echtheid, NEW, Ziel, Welbevinden, Happiness, Zelfzorg

Zelfgenezing: > Lijden

Zelfheid: (ZLH:)
Ware happiness vraagt voldoende levensruimte, goede normen en waarden en voldoende zelfheid. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK
** Happiness, Zelf, Levensruimte, Echt, NEW, LHL

Zelfkennis: > HIZA

Zelfstandigheid:
Zo veel mogelijk jong en zelfstandig leven met visie bevordert een lang en gelukkig leven. #BBC4tv 21.3.2017
** LHL

Zelfverdediging: (ZVD:)
¶ Veiligheid en zelfverdediging zijn onderdelen van de mensenrechten. Daaronder vallen o.a. verdediging van eigen lijf en goed, erfgoed en rechtmatige belangen. Ook de Angelen kennen die rechten. Ze voeren met succes vele oorlogen tegen vijandige lieden die hun leefgebied binnendringen of bedreigen. #SRK
¶ Ieder mens heeft het recht zichzelf en de eigen rechten en belangen te verdedigen. Waar mogelijkheden eindigen, resten berusting en gelatenheid. De meester berust in onmacht en ondergaat het onvermijdelijke lijden. Meer kan een mens waarlijk niet doen. #SRK
¶ De Here onze God is een goede God. Hij is de God van Liefde, Rechtvaardigheid en Barmhartigheid. Hij roept niet op tot discriminatie, geweld of moord. Nochtans is elk mens gerechtigd zichzelve te verdedigen. #SRK
** Mensenrechten, Beowulf, Oorlog, Krijgskunde, Offa van Angeln, Vijanden

Zelfzorg: (ZZG:)
()A barbur (barbier, chirurgijn), comb (kame), comban (ww kammen), cniphus (kapper, kapperszaak), cnippere (kapper), earlapel (oorlepeltje), gewiht (gewicht), meaga (pis, plas), meagan (pissen, plassen), poup (poep), poupan (poepen), sceara (schaar), scearan (scheren), selfa (zelf), sorgan (ww zorgen), tub (tobbe, badtobbe, badkuip), waeg (gewicht), waegan (wegen), wascan (wassen, schoon maken)
¶ Zorg goed voor uzelf. Niemand anders doet 't voor u. Niemand anders kan het beter dan u. De meester volgt de goed weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
¶ Wie zichzelf vergeet, die raakt van de wal in de sloot. #SRK
¶ Zorg goed voor uzelf, dan helpt God u. #SRK
¶ Wie lief is voor zichzelf, die zal veel bereiken. Wie lief is voor zichzelf, die kan ook lief zijn voor anderen. #SRK
¶ Wees zuinig op uzelf. Niemand is gebaat bij uw lijden. Uzelf het allerminst. #SRK
¶ Heb de wereld lief gelijk uzelf en de Here uw God bovenal. #SRK
¶ Wie goed voor zichzelf zorgt en de wereld, die is een meester. Wat kan men meer wensen dan dat. #SRK
¶ Wie de weg met God gaat, die zal veel bereiken. Wie de weg met God gaat, die heeft weinig te vrezen. #SRK
** Zorgen, NEW, Deugden, Koning, Bezinning, Meditatie, Conditie, Consumptie, HygiŽne, Slapen, Geneeskunde, Outfit, Vermaak

Zelfzijn: > Zelf

Zelhem:: (ZLH:)
Alias Selehem (801nC), Zellem (1773; kaart RZA). Stad in de Achterhoek. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch: Sell (mansnaam) + ham (heem, oord). Dus: de heem van Sell.
500vC: In het Wolfersveen bij Zelhem is in 1941 een urnenveld opgegraven daterend uit circa 500vC. > Urnencultuur
200vC: Zelhem mogelijk bevolkt door Angelen uit de regio Berkelland. > ASA
Lindense Laank: In Zelhem ligt een stuk bos genaamd Lindense Laak. Aangezien de regio vroeger moerasland was waar Angelen woonden, lijkt Laak hier afgeleid van Anglisch lace (laak, meer, plas). Dus: het Lindse Meer. Mogelijk heet dit meer rond 801nC Widapa (= groot meer), genoemd in een acte waarin Ludger grond krijgt voor de bouw van zijn kerk. Later is dit meer kennelijk droog gelegd voor ontginning. Nadien is het Widaplah (= laagte bij het grote meer) genoemd. Weer later Wideplo en Weppele. (# WKP 14.12.2012, KBG)
Stellingweg: In het buitengebied van Zelhem loopt de Stellingweg, een rechte, verharde weg richting Het Zand. De naam van de weg lijkt afgeleid van Anglisch Stel (mansnaam) + ing (volk, toebehoren) + waeg (weg).
--- Familienaam: Stelling is een familienaam die voonramelijk voorkomt in Noordoost Nederland. De Stellingweg kan dus zijn vernoemd naar een familie die daar ooit woonde. > Stelling
--- Naar zeggen wordt de weg pas na 1945 zo genoemd. Deze weg is de enige weg die is verhard met puin, i.c. uit Het Zand, een jong aangeplant landgoed. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitse bezetters daar namelijk een stelling gebouwd bestaande uit luchtafweergeschut en zoelichten. In 1944 bouwen ze er een lanceerplaats voor V1 raketten. De weg heet daarom ook wel de Moffenweg. (# Fred Wolsink 20.10.2014)
--- Oude naam: Vooralsnog is niet bekend hoe de weg bevoor 1945 heet.
--- Op kaart GHG/473 (Zelhem; > kaarten) van anno 1886 is een rechte weg te zien van De Heurne naar Varssel, die de weg Zelhem-Ruurlo snijdt en naar Het Zand loopt. Dit gebied is groen gekleurd met zwart ingetekende kruinen, wat volgens de Legenda betekent dat het een gebied is met opgaand naaldhout is. Linksboven is een perceel met een aantal evenwijdige paden of sloten dat doet denken aan raatakkers. Bij de wegen staan geen namen. Ook niet bij genoemde weg DeHeurne-Varssel. Op het oog lijkt dat de Stellingweg te zijn. Deze weg moet dan al dateren van ruim bevoor 1886. Op de kaart is de weg aangegeven met stippels, wat volgens de Legenda betekent dat het een sintelweg is. Waarom deze weg er zodanig is, kan vooralsnog niet worden verklaard. Het lijkt in dit kader veel op een inrit van een landgoed c.q. een oud buitenhuis zoals elders ook is te zien. Van een derglijk landgoed aldaar is vooralsnog echter niets bekend. Op genoemde kaart is in de nabijheid van het eindpunt van de sintelweg wel een klein boonvormig gekromd object getekend. Dit object is in de Legenda niet verklaard. Het doet echter denken aan een poel, maar enigermate ook aan een ruÔne.


          

                      boven: kaart van Het Zand en Stellingweg anno 1886

Inspectie ter plekke (okt 2014) leert dat:
- de kaart de huidige situatie heel goed weergeeft
- en dat de Stellingweg:
1: op de kaart rechts vanaf de weg naar Ruurlo
-- een sintelweg is (leembrokken), die maar een kort eind als zodanig zichtbaar is,
-- dan snel alleen bestaat uit twee zandsporen met een hoge en sterk vergrasde middenkam
-- en dat op de hoek Ruurloseweg/Stellingweg rechts een pand staat
2: de sintelweg links vanaf de weg naar Ruurlo doorloopt richting Het Zand
-- deze weg tot aan de eerste zijweg links een grindweg was, die later is asfalteerd
-- rechts langs deze weg twee huizen staan
-- deze weg vanaf de eerste zijweg links een oude zandweg is, die verder doorloopt richting vierprong
3: op de kruising verderop een monument staat voorstellend een rood zoeklicht, kenlijk verwijzend naar de voormalige Duitse luchtafweer aldaar.
Raatakkers: (800vC++) De oudste raatakkers stammen uit de IJzertijd (800vC-12nC). Boeren op de zandgronden leggen vierkante velden aan van 40x40 meter met walletjes eromheen om verstuiving van de grond te voorkomen. Ze verbouwen afwisselend verschillende gewassen of laten de grond braak liggen en er vee op weiden. Zo ontstaan in de loop van vele jaren hele complexen van akkers. Middenin staan de huizen, schuren en stallen. Op bovenstaande kaart van Het Zand is linksboven een constructie te zien die sterk wijst op raatakkers. Die sterken weer de these dat Zelhem is gesticht door Angelen. Het lijkt er immers op dat zij die techniek hebben meegenomen uit Angeln. Daar is die techniek weer meegnomen uit hun voormalig homeland in Zweden. > Raatakkers, Angelen
Toonkweg: Mogelijk afgeleid van Anglisch Tonc (mansnaam) + waeg (weg).
Toorweg: Zandweg in buitengebied van Zelhem. Aldaar zijn archeologische resten gevonden uit de periode rond de jaartelling. (FRI jul 2013) De naam Toorweg lijkt afgeleid van Anglisch dore (deur, toegang, toeganspoort) en waeg (weg). De weg gaf dus mogelijk toegang tot een belangrijke site. Mogelijk een omheinde nederzetting. Ook is mogelijk dat de Toorweg verwijst naar Thor (Donar), de Anglische god van de donder etc, maar die ook een soort deurfunctie had bij het Walhalla. > Donar, Walhalla
Veldhoek: Bij Zelhem ligt de buurtschap Veldhoek. Aangezien Zelhem rond 200vC is bevolkt door Angelen, kan de naam zijn afgeleid van Anglisch feld (veld) + hoc (hoek).
200nC Yzer: Aan de Doetinchemse Weg in Zelhem zijn in 1999 honderden smeedslakken gevonden. Ze bewijzen dat daar ijzerindustrie is geweest. (#ZLH/2014) > Yzer

801nC: Ludger (742-809; missionaris) bouwt een kerk te Zelhem. Foto rechts: een replica van die kerk, gebouwd op de plaats van de oorspronkelijk kerk nabij het centrum van Zelhem. (> Ludger) De kerk is in die tijd nauwelijks meer dan een woonhuis. Alleen het interieur is aangepast. Het bestaat uit zitbanken, preekstoel en altaar. Qua bouwstijl is de kerk verder nagenoeg identiek aan de huizen uit die tijd in NO Nederland.

Angalisme: Dit is het oude geloof van de Angelen, dat zeker tot circa 900nC een belangrijke rol speelt. (> Angalisme) Het feit dat Ludger in 801nC een kerk bouwt in Zelhem doet vermoeden dat Zelhem in die tijd een belangrijk Anglisch i.c. Angaal centrum is. Immers:
- de Christelijke missionarissen bouwen hun kerken normaliter bij een locatie waar veel mensen wonen die ze kunnen bekeren > Kerstening
- bovengenoemde Toorweg is mogelijk een plek waar de Anglische god Donar (Thor) wordt vereerd > Donar
- nabijgelegen hoeve Priestering lijkt een Angaal klooster te zijn > Priestering
- nabijgelegen locatie Kreynck lijkt mogelijk te duiden op de aanwezigheid van Angale priesters > Kreynck
- nabijgelegen buurt Heidenhoek is mogelijk een gebied waar Angelen wonen die zich niet willen bekeren tot het Christendom > Heidenhoek
- raatakkers zijn een vorm van landbouw die door de Angelen is meegenomen uit hun stamland Angeln; de mogelijke raatakkers op bovenstaande kaart kunnen derhalve getuigen van hun aanwezigheid in de regio > Raatakkers
Tolerantie: Uit het feit dat Ludger in 801nC z'n kerk mag bouwen in Zelhem blijkt dat de Naturale Angelen aldaar nogal tolerant zijn. Hun eigen oude Anglische naturale opvattingen bieden kennelijk voldoende ruimte aan andersdenkenden. Dat kan van de christenen niet gezegd worden gezien de ernstige vervolgingen door hen gepleegd tijdens en na de kerstening. > Kerstening, Tolerantie
1400++ Versaxing: Rond deze tijd worden circa 30% van alle -ingnamen onder Saxische invloed veranderd in -inknamen. J.B. Makkink schrijft in zijn boek "Rondom het Boerenleven in Zelhem" (Uitg. Remmelink-Zelhem 1956; p 21): "Andere oude erven die omstreeks 1400 of iets later voorkwamen, waren o.a. Claepsinck, Tentinck, Garwerdinck, Wanninckhaeghe, Beslokhorst, Oldenhaeve, Nijenhaeve, Lettinck en Wentinck." > Versaxing
1936: 't Loo is een buurtschap in Zelhem gelegen aan de Hummeloseweg, vroeger een oude grintweg naar Hummelo, oorspronklijk genaamd Grooteweg van Doesborgh naar Zelhem. Aldaar staat hoeve Kranenbarg. Eigenaars en bewoners zijn de familie Kranenbarg.

          

Boven: hoeve Kranenbarg rond 1936. De ansichtkaart is verzonden in 1938. Op de foto staan Gerrit Willem Kranenbarg (met kruiwagen) en enige buurtkinderen. Hij is de 2e zoon van Marinus Kranenbarg, toenmalig eigenaar van de hoeve. De hoeve is gebouwd rond 1880 en is van het type Hallehuis, dat in de regio meer voorkomt. > PgK-K/Kranenbarg Zelhem
** Sel, Ludger, Huizen, Aldenhaeve Zelhem, Tieckenslaegte, Kousmansbuskes

Zes:
()A siex (zes), siex god weorcas (zes goede werken)
¶ Tot de zes goede werken worden gerekend: Eerlijkheid, Wijsheid, Rechtvaardigheid, Zorgvuldigheid, Daadkracht en Barmhartigheid. Anglisch: Aerlicnis, Wisdom, Rihtignis, Sargfealdignis, Daedcraeft and Baermheortignis.
¶ De zes komt ook voor in de Hagal (zes armen) en het Zonnerad. Beide zijn belangrijke symbolen van het Angalisme, het gedachtengoed van de oude Angelen.
** Hagal, Zonnerad, Angalisme, Zeven

Zeven:
()A seofon (zeven)
¶ Het getal zeven is een oeroud symbool dat in vele culturen voorkomt. Ze verwijst naar de volmaaktheid van de schepping. Een week heeft daarom zeven dagen. De weekdagen zijn vernoemd naar de belangrijkste grootheden van de Schepping. > Weekdagen, Pantheon
¶ In de Numerologie betekent:
7 = 3 (alles omvattend priciepe) + 4 (de fasen van de dynamische wereld)
3 = 1 (volmaaktheid) + 2 (dualiteit der dingen)
¶ Volgens een andere becijfering geldt:
7 = 1 (volmaaktheid) + 6 (de goede werken)
 

¶ Tot de zes goede werken worden gerekend: Eerlijkheid, Wijsheid, Rechtvaardigheid, Zorgvuldigheid, Daadkracht en Barmhartigheid. Deze goede werken worden uitgebeeld door het zonnerad, een oeroud symbool van de goddelijke macht en grechtigheid. Rechts: een zonnerad op de buitenmuur van de Waag (16e eeuw) in Deventer. In de Waag werd gewogen en recht gesproken.
Foto © BCK (TL)
** Grollerholt, Zonnerad, Zes, Angolstaf, Acht
 

 
Zichzelf: > Zelf

Ziekenhuizen: (ZKH:)
()A giesthus (gasthuis = ziekenhuis, hospitaal, bejaardenhof), sale (zaal, ontvangsthal, gasthuis), spital (hospitaal, ziekenhuis, gasthuis)
750nC++ Bron ZWH/p10 schrijft:

Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. ... Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk. De kloosters namen in die samenleving een uiterst belangrijke plaats in. We moeten ons de monniken van toen niet voorstellen in vrome afzondering in hun cel. ... Het klooster deed dienst als herberg voor reizigers maar tevens als ziekenhuis, en met hun kruidentuin waren de monniken de eerste apothekers.

Ziekte: > Ziektes
Ziektes: > Aandoeningen
Ziel: > Zielkunde

Zielkunde: (ZLK:)
()A mod (hart, geest, ziel), sawel (ziel), sawol (ziel), sawul (ziel)
8000-4000vC Neolithicum: Mensen gaan dieren fokken en planten kweken voor eigen onderhoud, maken stenen gereedschap en gebruiken vuurstenen om vuur te maken. Ontstaan van landbouw, veeteelt, begrip eigendom, eigendomsrechten en eigendomsconflicten c.q. strijd en oorlog, politieke besluitvorming en religie: heuvels met ringgrachten, altaars, offeren van ossen en begrip van ziel en hemel.
> PgGen/Neolithicum
¶ Anglisch sawul (sawel, sawol) = ziel. De Oude Angelen blijken dus te geloven in een ziel. #SYM: Bloed wordt in de Oudheid gezien als de zetel van de ziel en de levenskracht.
Hagedis: Bron SYM/p40/Eidechse schrijft dat de hagedis het symbool is van de zonaanbidder, die steeds de zon opzoekt om zich te warmen aan haar stralen. De hagedis is daardoor het symbool voor de ziel die steeds het Licht opzoekt om weer tot leven en kracht te komen.
600vC++: Egyptenare geloven in een ziel die na de dood overgaat naar het Dodenrijk van Osiris. Ze kennen daarom ook een goede dodenzorg, die een goede overgang naar het Dodenrijk moet zeker stellen. #K&K/Avro okt2013
¶ Volgens bron RRA beveelt Wodan crematie, opdat de ziel van de gecremeerde terug gaat naar hem. Dat geldt in bizonder bij de Anglische royals die immers afstammen van hem. (> Crematie) Volgens een oude overlevering wordt de Anglische god Balder met zijn paard op de brandstapel gecremeerd. Zijn ziel herrijst echter in een andere wereld. (> Balder) Ook goden hebben dus een ziel.
200vC++: In Wetwang (NO Yorkshire) is in 2013 gevonden een spiegel gemaakt van metaal (brons?), versierd en gevoerd met bruinrood otterhuid. De vondsten zijn gedateerd op circa 200vC. Archeologen denken dat spiegels werden gezien als vensters naar een andere wereld. Temeer daar mensen in die tijd:
- geloven dat meren een medium zijn tussen de aardse wereld en de andere wereld
- en dat otters heilige dieren zijn die tussen deze wereld en de andere (diepere) wereld heen en weer zwemmen.
(#BBC4tv Wetwang 21.1.2014) > PgAng/Wetwang
Een gekwelde ziel is de ziel van een dode, die iets gruwelijks heeft meegemaakt en z'n verhaal wil vertellen om tot rust te kunnen komen. De Oude Angelen proberen met deze zielen in harmonie te komen door met hen te communiceren. O.a. middels een priester, die dan het medium wordt genoemd. #BBC1tv/Barnaby/jun*2015
Onsterfelijkheid: Het HinduÔsme beschouwt de ziel als een vonk die is aangestoken door God en niet meer zal doven. (#VPROtv: Van Bihar tot Bangalore; Jelle Brand Cortius; jan 2013) Het HinduÔsme komt voort uit het Aryanisme (ZA). Hoe de Angelen daarover denken is echter voorslanog niet bekend. Aangezien het Angolisme ook via de Germanen en Goten is voortgekomen uit het Aryanisme, lijkt het mogelijk dat de Oude Angelen ook geloven in de onsterfelijkheid van de ziel.
Heelkunde: Eerst moet de ziel helen, dan kan het lichaam helen. Dit is het adagium van de historische heelkunde.
890nC: Alfred de Grote van Wessex (848-901) is sinds 871 koning van Wessex. Hij noemt zich Rex Anglorum en Bretwalda. Ofwel: Koning van de Angelen en Heerser van heel Brittannia. Hij ziet Engeland dus als het land bewoond door (voornamelijk) Angelen. De taal van het land moet dus in zijn ogen het Anglisch zijn. Alfred schrijft en vertaalt Latijnse werken in zijn volkstaal, dat door de taalgoeroes Oud Engels c.q. het Oudste Engels wordt genoemd. Zo vertaalt hij o.a. De Cura Pastoralis (Over de Zielszorg) van Gregorius de Grote.
2015 Nepal: Now my sole is content! Aldus een Nepalese vrouw n.a.v. enige belangrijke problemen in haar leven, die zijn opgelost naar haar tevredenheid. (#BBC4TV/12.9.15) Opmekrlijk is dat ze zegt dat haar ziel tevreden is en niet dat ze zelf tevreden is, terwijl ze dat toch lijkt te bedoelen. Kenlijk ziet of beleeft ze haar zelf als haar ziel.
2015: Even stones have a soul. Aldus een Tamil beeldhouwer. #BBC4tv/Treasures of the Indus/14.9.2015
** Priesters, Aryanisme, Angolisme, Hiernamaals, Herrijzenis, Dodenrijk, Hemelrijk, Hemelvaart

Zielskunde: > Zielkunde
Zielszorg: > Zielkunde

Zielsverhuizing: (ZVH:)
2000vC Zonneboot: Symbolische voorstelling uit de Zonnecultus. De boot is daarin het voertuig dat de ziel van de mens naar het Hiernamaals brengt. In Zweden is een rotstekening gevonden met twee mensen en een zonneboot, daterend uit circa 2000vC.
2000vC++ Egypte: Egyptenaren geloven in een ziel die na de dood overgaat naar het Dodenrijk van Osiris. Ze kennen daarom ook een goede dodenzorg, die een goede overgang naar het Dodenrijk moet zeker stellen. #K&K/Avro/okt2013
1900vC++ Griekenland: De Styx is in de Griekse mytholgie een rivier die de Bovenwereld verbindt met de Onderwereld. Een dode wordt met een boot door Charon naar de andere wereld geroeid. #MOK
1000vC-200nC Maya's: Honden en wolven worden in de hele wereld in alle tijden vereerd. Zo ook bij de Maya's, waar overledenen worden begeleid naar het dodenrijk met een hond van terracotta.
650vC++ Angelland: Volgens bron RRA beveelt Wodan crematie, opdat de ziel van de gecremeerde terug gaat naar hem. (> Crematie) Volgens een oude overlevering wordt de Anglische god Balder met zijn paard op de brandstapel gecremeerd. Zijn ziel herrijst echter in een andere wereld. > Balder
650vC++ Angelland: Voor Angelen zijn eerlijkheid en trouw fundamentele waarden. Hun god Wodan brengt immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Dodenrijk. (#RRA) > Dodenrijk, Walhalla
** Zielkunde, Hemelvaart, Hiernamaals, Hemelrijk, Wedergeboorte

Zierikzee: (ZRZ:)
400nC++: Bron OVK: De magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. O.a. in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woont alvorens naar Engeland af te zakken. > Pint, FŲhr
** Zeeland

Zieuwent: (ZIW:)
[Ziewent] Dorp in de Achterhoek. De naam is naar zeggen afgeleid van synwede = natte weide, laag gelegen weide, weide in drasland. Deze afleiding lijkt plausibel. Kaart RZA/22 (1773) laat namelijk zien dat Zieuwent ligt in een groot moerasgebeid met de naam des Heren Veen. > Kaarten
Hoog-Keppel: Hier ligt een locatie met de naam Sieuwent, gelegen op circa 25 Km pal west van Zieuwent. Het betreft akkerland gelegen op tamelijk hoge grond. #FRImei2014
De regio Zieuwent wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. (> ASA) De naam Zieuwent lijkt derhalve afgeleid van Anglisch sieo [sjeu] (hoogte) + weand (akker). Analoog aan de situatie in Hoog-Keppel kan Zieuwent hier dus ook betekenen akkerland gelegen op hoge grond. Deze betekenis is zeker plausibel. In het centrum van Zieuwent ligt namelijk de locatie De Haare. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch haru = haar = begroeide hoogte, zandrug, zandhoogte. Op De Haare heeft dan ooit akkerland gelegen. Inspectie ter plekke leert dat De Haare inderdaad behoorlijk hoog ligt ten opzichte van de nabije omgeving. De locatie is inmiddels volgebouwd met huizen en andere panden. #FRImei2014
Des Heeren Veen is als gezegd in 1773 een groot moerasgebied. Pas in de 19e eeuw wordt het gebied droog gelegd en ontgonnen. Als de Angelen hier omtrent 200vC settelen, zullen ze dat zeker doen op de hoge gronden. Hun akkers zullen ze zeker ook zo hoog mogelijk aanleggen. Natte grond is namelijk slecht voor gewassen. De Angelen gebruiken die gronden normaliter als weidegrond voor koeien. Vaak zelfs specifiek voor ossen. > Ossen

Ziewent: > Zieuwent

Zilver: (ZLV:)
()A seolfor (zilver)
98nC: Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. Ze hebben liever zilver dan goud. Bootjes van zilver geven ze elkaar als geschenk. Goud, zilver en ijzer worden er weinig gevonden. #TAG/G5
** Munten, Sieraden, Metalen

Zingen::
()A cantere (zanger), crunan (kreunen, soft zingen), crune (kreun, soft lied), deadsang (dodenzang = zang bij afscheid van een dode), folcsang (volkszang, volksliedje), galan (zingen), gale (gaal, zangvogel), gesang (gezang, lied), granta (klaagzang), hliodh (lied), rey (rei, reidans, danslied), sang (zang, gezang, song, lied), sangere (zanger), singan (zingen), wercsang (werkzang, werkliedje = zang onder het werken om het werk te verlichten)
98nC: Tacitus schrijft 98nC dat de Germanen oude liederen zingen waarin zij o.a. de god Twisto bezingen. > Twisto
¶ Tacitus schrijft ook dat de Griekse god Hercules ooit Germania bezocht en dat sindsdien de Germanen hem vereren. Als ze ten strijde trekken wordt hij het eerst bezongen en pas daarna de eigen Germaanse krijgsgoden. Hun zingen is hard en luid, waarbij ze hun schilden gebruiken om het geluid te versterken. Daarmee bemoedigen ze zichzelf en jagen ze hun vijand angst aan. > Hercules
400nC++: In vele Anglische streken kregen op adellijke landgoederen de maaiers na het oogsten van de rogge het zgn Wodanbier geschonken. Dan zongen ze de Rygesang (Roggelied):

Weald, Weald, Weald!
Heafan wit what happeth
Sewanth adune fram heafan
Fulla crucen and singan heveth He
upan holt growath manigly
He is nat barn and werdath nat eald   
Weald, Weald, Weald!
Woud, Woud, Woud!
Hemel weet wat gebeurt
Ziende omlaag vanaf de hemel
Volle kruiken en zingen heeft Hij
op een hout groeit meniglei
Hij is niet geboren en wordt niet oud
Woud, Woud, Woud!
 
965nC: In 965nC brengt Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij schrijft dat de stad bekend is van Ysland tot Bagdad. Ibrahim is een Joodse Arabier uit Cordoba in Spanje. Bron WKP (25.11.07) citeert hem o.a.:
Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan...
...
Het is inderdaad groot in mannen en vrouwen. Verder, nooit heb ik slechter horen zingen dan van deze mensen. Het is een grommen dat uit hun kelen opwelt, gelijk dat van een hond, maar dan nog meer beestachtig.
Jammer dat Ibrahim zich zo laat gaan. Niemand heeft hem ooit verweten dat Arabisch gezang voor velen klinkt als vreselijk gejammer van iemand die zwaar wordt mishandeld.
1100nC++: Wilgenhout wordt o.a. gebruikt voor het maken van klompen (Angl: clumpan, holblocs). Er is een oud kinderliedje daarover, waarvan de Anglische versie als volgt luidt:

holt snidhan
thicce weligan
clumpan macian
thaet sceal cracian
    
hout snijden
dikke wilgen
klompen maken
dat zal kraken
 
1200nC++: Tot ver in de 20e eeuw wordt aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens tussen Groningen en Gelderland het oude en beroemde lied Singmatow (Zingmaardoor) gezongen als mensen voor de gezelligheid bij elkaar komen. Het lied dateert naar zeggen uit circa 1200 AD en bestaat uit 28 korte couplettten in de regiotaal over her pastoor sin cow, ofwel de koe van heer pastoor. Vooralsnog zijn maar drie coupletten achterhaald:
And an pott fol waegnsmeor,
waegnsmeor, waegnsmeor
and an pott fol waegnsmeor
fan her pastoor sin cow.
O sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow, wow, wow,
sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow.

And the olde Inglisc miss,
Inglisc miss, Inglisc miss,
hev an niwes tandgebis
fan her pastoor sin cow.
O sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow, wow, wow,
sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow.

Sleswig-Holsten mear umslung,
mear umslung, mear umslung,
handelt now in oxetung
fan her pastoor sin cow.
O sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow, wow, wow,
sing ma tow, sing ma tow
fan her pastoor sin cow.

> PgLinks/Angelen
1544++: Freule Maria van Beckum was een Doopsgezinde martelares die op 13.11.1544 ter dood is gebracht op de brandstapel op het Galgenveld in Ambt-Delden op last van regentes Maria van Hongarije. Na de vuurdood van Maria van Beckum verschijnt het lied: Ein new lied van twei jongfrawen van adel te Delden, drey meil van Deventer, verbrand. Het lied verhaalt haar dood samen met Ursula van Werdum, haar schoonzuster. (> Werdum) Tot in de 19e eeuw planten de Doopsgezinden uit Hengelo jaarlijks op 13 november een groene tak op de plaats van de executie. > Beckum, Tolerantie
¶ Naar zeggen bestaat er een bundel met oude Anglische zeemansliedjes. Helaas is die bundel vooralsnog niet gevonden.
Folcsang: volkszang, volksliedje. De Amerikaan Alan Lomax was een liedjesjager die de wereld afreisde om oude volksliedjes vast te leggen. Hij constateerde dat in regio's met vele trieste, klagende liedjes de vrouwen in de samenleving worden gemarginaliseerd. Terwijl in regio's met vele vrolijke liedjes vrouwen gelijkwaardig worden behandeld. Verder zag hij volksliedjes als oeroude boodschappen en wijsheden, overgeleverd van generatie op generatie. (# Lomax, the song hunter; documentaire; BelgiŽ2/Canvas 5.5.2011)
Straetsangers: Dat zijn rondzwervende straatzangers die langs de straten en wegen lopen en liedjes zingen om mensen te vermaken. Vooral over moorden en rampen, maar vooral ook over pikante, hilarische en trieste zaken. Ze gebruiken daarbij een zgn roldoek (Angl roldeoc). Daarop zijn taferelen geschilderd die betrekking hebben op de liedjes.
Wercsang: werkzang, werkliedje = zang onder het werken om het werk te verlichten. Kwam voor tot in de jaren 1930 in Engeland (vissers, wolwassers, etc), ItaliŽ, Spanje, Portugal, Amerika (slaven, dwangarbeiders). Alan Lomax heeft daar veel over vastgelegd.
1621++: David Beck is schoolmeester in Den Haag, later in Arnhem. In zijn dagboek vertelt hij steevast hoe het weer is. Verder vertelt hij veel over wat hij eet, over zijn gezondheid en kwalen, zijn cotacten, de schrijfopdrachten die hij krijgt, over maanverduistering, het leven in de havens, de waterstanden van de Rijn, over zingen en muziek, over zijn voetreizen naar Nijmegen en Zutphen, etc. > Dagelijks Leven
1940-45: Londen en andere grote steden in Engeland worden zwaar getroffen door meedogenloze Duitse bombardementen. De Britten weten deze vreselijke tijd te overleven mede dankzij Community Singing, dat hen mentaal enorm sterkt. Begeleid door een piano worden prachtige en vrolijke Britse liederen gezongen. Deze Britse mentaliteit heeft sterk bijgedragen tot de uiteindelijke overwinning. #DVB
1941-45: Nederlandse gevangenen in de Japanse kampen in Nederlands IndiŽ worden zwaar mishandeld en ondervoed door de Jappen. Velen komen om in deze hel. Anderen proberen van elke dag iets leuks te maken ondanks alle verschrikkingen en ellende. O.a. door onderlinge solidariteit, zingen, voetbal en lezingen. Dat sterkt hen mentaal enorm. Velen van hen weten daardoor te overleven. #FRI > PgKbg/Jappekampen, IndonesiŽ
** Inglisc Miss, PgLinks/Muziek & Zang
# FRI, DAB, KBG

Zitgym:
Rustige omgeving. Goede stoel. Goed gezeten. Hoofd vooruit kijkend. Handen steeds op de dijen. Tien rustige tellen.
- Dan benen strekken. Benen afwisselend 5x links op en rechts neer bewegen. (luchtfietsen)
- Tien rustige tellen.
- Dan benen strekken en 5x ronddraaien in tegengestelde richting.
- Tien rustige tellen.
- Dan benen strekken en 5x ronddraaien in gelijke richting.
- Voeten op de grond. Handen op de dijen.
- Tien rustige tellen.
- Dan armen voorwaards strekken en 5x op en neer bewegen in tegengestelde richting.
- Tien rustige tellen.
- Dan armen zijwaards strekken en 5x voorwaards ronddraaien.
- Tien rustige tellen.
- Dan armen zijwaards strekken en 5x achterwaards ronddraaien.
- Tien rustige tellen.
- Oefeningen naar wens herhalen. Totale oefening echter niet langer dan 15 minuten.
#SRK

Zoeken:
¶ Weet wat u zoekt en u zal vinden. #SRK
¶ Wie antwoorden zoekt, die moet goed luisteren en kijken. Want wie zoekt, die zal vinden. De meester is geduldig en vindt het ware. #SRK

Zoelmond:
Dorp tussen Beusichem en Ravenswaay in de Betuwe. De regio wordt rond 405nC bevolkt door Angelen uit de Zuid Veluwe. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch sul [soel] (zuil) + munt (berg, heuvel, hoogte). Dus: de hoogte bij de zuil. Mogelijk gaat het om een heilge zuil waar een Anglische godheid werd vereerd. > Godenpalen
¶ Anglisch sul kan ook moddergat betekenen. De naam Zoelmond heeft in dat geval de betekenis van de hoogte bij het moddergat.
¶ Uit archeologische vondsten blijkt dat Zoelmond een Germaanse (Anglische) nederzetting is geweest. Verder is er een munt gevonden van Philippus Arubs (de Arabier) uit circa 250nC. (#DeTelegraaf 2.8.2014) Marcus Julius was een Romeinse keizer in 244-249nC.

Zoengeld:
()A earfsoone (bij erfenis te betalen deel van zoengeld), soongield (aan slachtoffer of diens erfgenamen te betalen geld ter verzoening ivm rechtszaak)
** Weergeld, Verzoening

Zomer:
()A sumor (zomer), cransumor (kranenzomer = nazomer als de kraanvogels overvliegen)
¶ Bron ZWH/p74 schrijft over het leven op de boerderij: "In de lente kregen het huis en de deel een grote schoonmaakbeurt. Op het land werden de aardappels gepoot en de haver werd gezaaid. De molshopen werden verstrooid en de mest werd op het land uitgeharkt waarna ze, als ze was gedroogd om te kunnen dienen als strooisel voor varkens en koeien.
... Dan volgde het wieden van de haver en het zaaien van de bieten. Inmiddels was dan de tijd alweer rijp om te gaan hooien; er werd gemaaid met de machine, getrokken door een of twee paarden. Vervolgens was de rogge aan de beurt. Als die los was en aan de 'gas' stond van 4 of 6 schoven, werd daar traditioneel een borrel op gedronken: 'stoppelhanen' heette dat feest ('hanen' verwijst naar de haan of de hanen die bij deze gelegenheid werden gegeten; het betrof de hanen van de voorjaarsbroed). Waren de schoven droog, dan werd alles naar binnen gereden en vervolgens moest er snel worden geploegd omdat het knolzaad vůůr 10 augustus gezaaid moest zijn. Aansluitend maaide men de haver en rooide de aardappelen. De knollen voor het vee werden in de herfst geplukt."
** Seizoenen, Stoppelhanen

Zomp: > Punter

Zon:
()A sunna (zon), sunnandaeg (=A sunndaeg), sunnblom (zonnebloem), sunnblomsaed (zonnebloemzaad = oliehoudend zaad), sunndaeg (zondag), sunnganc (zonnegang = gang of baan van de zon), sunnhod (zonnehoed), sunnliht (zonlicht), sunnrise (zonsopgang), sunnscine (zonneschijn), sunnsett (zonsondergang)
¶ Bron WAB/p82 schrijft: The names of some of the ancient English deities are preserved to us in our words denoting the days of the week. "Sunday" is the Anglo-Saxon Sunnandaeg, the day dedicated to the Sun-god.

Zon, Vuur en Maan: (ZVM:)
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijnbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de Anglische god Balder.
** Mercurius, Balder

Zondag: (ZND:)
()A Sunndaeg (Sunnandaeg) = zondag; genoemd naar de zon.
¶ Aangezien christenen de naturale Angelen heksen noemen, mogen we aannemen dat ze daarmee bevestigen dat de naturale Angelen primair zonaanbidders zijn. Ofwel dat de zonnecultus voor de naturale Angelen het meest belangrijke religieuse element is. Deze these wordt bevestigd door het feit dat de Anglische week begint met Zondag. Dan volgen de grootheden Maan (maandag), Tiwas (dinsdag), Wodan (woensdag), Thor (donderdag), Freya (vrijdag) en Saeter (zaterdag). > Weekdagen
** Zon, Zonnecultus

Zondvloed: > Zeespiegel

Zonlicht: (ZNL:)
Zonlicht is voor mens, dier en plant van onmisbaar belang. Het is onmisbaar voor bestaan, ontstaan, groei en alle andere levensprocessen. De mensheid beseft dat ook al heel vroeg sinds haar bestaan. Niet voor niets aanbidt ze al vroeg in de geschiedenis de Zon.
Elke ochtend een kwartier vol daglicht is onmisbaar voor onze biologische klok. Aldus lichtexpert Wout van Bommel. Vele mensen voelen zich minder energiek in de donkere wintermaanden. Licht blijkt uitermate belangrijk voor ons welbevinden. Veel daglicht verbetert het slaapritme. O.a. bij alzheimers, die vaak een onregelmatig slaapritme hebben. In een stoel bij het raam doet hen beter dan in een duister hoekje. Daglicht stelt van alles bij in ons lichaam. Veel duisternis werkt slecht op de gezondheid. Dagelijks houdt onze biologische klok de tijd bij en reguleert ze het slaap/waak proces. Bij daglicht produceert ze het hormoon cortisol, dat energie geeft; in het donker produceert ze melatonine, het slaaphormoon. Wie weinig daglicht krijgt, kan ernstig ontregeld raken. De bioklok produceert dan bij daglicht melatonine instede van cortisol. Gevolg: overdag moeheid en slaap. Mensen hebben daarom elke ochtend een flinke dosis zonlicht nodig om het goede bioritme vast te houden. Kunstlicht helpt niet. Het heeft te weinig lux. Een zonnige zomerdag levert 100.000 lux. Advies: zo donker mogelijk slapen en minimaal 7.5 uur per nacht. Florence Nightingale ontdekte in de 19e eeuw al dat veel daglicht een positief effect heeft op de genezing van patienten. Conclusie: Goed gebruik van licht en donker is heel belangrijk voor de gezondheid. #DeTelegraaf 21.12.2015 > Licht
2015: Veel zonlicht is goed tegen depressiviteit. #FRI/2015mei
** Licht, Zonnecultus, Depressie, SZB

Zonnebad: > SZB
Zonneberg: > Zonnebergen

Zonnebergen: (ZNB:)
()A col (kol = heuvel; heks), haegtes (heks), hecs (heks; heuvel), sunna (zon), sunnabeorg (zonneberg = hoogte waar de zon wordt aanbeden; offerplaats aan de zonnegod), sunnbeorg (=A sunnabeorg)
Zonneberg: Anglisch sunnbeorg = zonneberg = hoogte waar de zon wordt aanbeden. Vaak een offerplaats aan de zonnegod.
¶ Bron RRA schrijft:

English place-names evidence suggests that hills were very often used for heathen temples.
Sunnabeorg = zonneberg = hoogte waar de zon wotdt aanbeden door Angale Angelen. Vaak een offerplaats aan de zonnegod. Historische locaties:
- Gravenberg/Kernhem/Ede > Kernhem
- Zonnebergdijk/Heeten
- Zonnebergstraat/Wilp
- Zonnebergweg/Ootmarsum*
¶ Waarom Anglisch hecs heks en ook heuvel betekent, is vooralsnog niet zeker. Mogelijk heeft dat te maken met de oeroude Anglische zonnecultus. Op een heuvel is het doorgaans zonniger dan op lagere grond. Heuvels zijn ook plekken waar goden worden aanbeden en vaak ook tempels staan. Anglische priesters werden door christenen ook wel heksen genoemd, wat mogelijk verwijst naar de zonnecultus van de Angelen. De naam heks is namelijk afgeleid van hagedis, een dier dat ook een echte zonliefhebber is. > Heksen
Gravenberg/Kernhem: Hoogte waar de zonnecultus werd bedreven door de naturale Angelen. > Naturalisme, Kernhem
** Zonnecultus, Naturalisme, Angalisme, Hemelse Hoogten

Zonneboot:
Symbolische voorstelling uit de Zonnecultus. De boot is daarin het voertuig dat de ziel van de mens naar het Hiernamaals brengt. In Zweden is een rotstekening gevonden met twee mensen en een zonneboot, daterend uit circa 2000vC.
** Zonnecultus, Zielsverhuizing

Zonnecultus: (500.000vC++ ZCL:)
()A sunna (zon), sunnabeorg (zonneberg = hoogte waar de zon wordt aanbeden), sunnandaeg (zondag = 1e dag van de week), sunnbeorg (zonneberg = offerplaats aan de zonnegod), sunnblom (zonnebloem), sunndaeg (zondag), sunnganc (zonnegang = gang of baan van de zon), sunnliht (zonlicht), sunnrise (zonsopgang), sunnscine (zonneschijn), sunnsett (zonsondergang)
In ancient times the sun is seen as creator of all live. #BBC4tv/Egypt 6.12.2016
500.000vC++: Zonnecultus
- 200.000-150.000vC De Grote Scheuring: Noord en Zuid Amerika raken los van Afrika en Europa. #BBC2 23.6.2013 > PgGen/DGS
- 2013 Argentina: De Mapuchť Indianen zijn de oudste bewoners. Zij wonen daar al vele eeuwen bevoor de komst van de Spanjaarden in de 16e eeuw. Zij geloven in geesten en goden. Hun huizen bouwen ze gericht op het oosten om de zon te vereeren. (MAXtv Erica Terpstra 27.12.2013) Deze zonnecultus vinden we terug bij de Egyptenaren, de BabyloniŽrs, de Germanen en de Angelen. (> Zonnecultus) Dit lijkt te betekenen dat de Zonnecultus al rond 200.000vC in het hele gebied van Afrika, Europa en Amerika bestaat. Mogelijk geldt e.e.a. ook voor andere cultuurkenmerken.
- Aangezien:
- de Zonnecultus voorkomt zowel in Eurasia en Zuid-Amerika
- en de Grote Scheuring plaats vindt in 200.000-150.000vC
>> kijkt het aanneemlijk dat de Zonnecultus al ruim bevoor de Grote Scheuring ontstaat en dat de volken van Eurasia en Zuid Amerika die cultus hebben meegenomen uit Afrika.
>> Gezien de tijd die e.e.a. vergt, lijkt de Zonnecultus te kunnen zijn ontstaan rond 500.000vC ergens in Afrika. > PgGen/Zonnecultus, DGS
11.000-8500vC: De zonnecultus is heel oud. Nagenoeg alle volken in de oudheid vereren de zon als bron van kracht, warmte, leven en liefde. In Ierland zijn stenen gevonden uit de Steentijd (11000-8500vC) met uitgebeitelde zonmotieven: ringen met daarin een zon met zonnestralen. Bekende zonnegoden zijn Ra (Egypte), Sjamas (Babylon), Amaterasoe (Japan) en Helios (Griekenland).
8000vC++: De religie van de AriŽrs in Arya is oorspronkelijk sterk polytheÔstisch. Er zijn goden die nagenoeg identiek zijn aan die van het HinduÔsme, dat sinds circa 100vC bestaat. Zoals Indra, Varoena en Shiva. Ahoera Mazda van de AriŽrs is oppergod, schepper en opperste rechter. Hij wordt vaak afgebeeld met een zonnering in de hand boven een grote gevleugelde zonnering, het symbool van goddelijkheid. Later wordt hij Ormoezd genoemd, ofwel Wijze Heer.
--- De Angelen (650nC++) zijn verre afstammelingen van de AriŽrs in Arya. Zij kunnen dus de zonnecultus via die lijn hebben meegekregen. > Afstamming, Aryanisme
5000vC++ Ra: Ra is de oppergod van de oude Egyptenaren. Hij wordt al vereerd in sinds circa 5000vC. Ra wordt voorgesteld als een man met de kop van een valk. De valk is daarbij het symbool van verheven schoonheid en alziendheid, als kenmerken van de goddelijkheid. Later wordt ook de god Horus als zodanig afgebeeld. Zonnegoden fungeren vaak als opperste rechter.
--- Wetsteen: Volgens bron RUD/12 is op het Noord Duitse waddeneiland Amrum een brokstuk van een wetsteen gevonden met de inscriptie thunn. Mogelijk gaat het om de roepnaam Authunn. In 1920 heeft ene Von Olshausen de inscriptie beschreven. Waarschijlijk komt de steen uit Nebel op Amrum. Deze bizondere vondst roept de vraag op of het hier gaat om de Egyptische zonnegod Aton. Het lijkt niet ondenkbaar, aangezien NW Europa al heel vroeg contacten heeft met de Mediterrane landen. Vooralsnog is helaas onbekend uit welk jaar de inscriptie dateert. Bij een zeer oude datum is er mogelijk een link met de ring van Odin.
3000vC++: Austron = de Stralende: de Arische godin van de morgenstond. Kenlijk hebben de Angelen haar overgenomen. Zij noemen haar Eostre: godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte. Aangezien de Angelen voortkomen uit de AriŽrs kan Austron ook al een godin van de wedergeboorte, lente en vruchtbaaheid zijn. > Zonsopgang, Wedergeboorte, Eostre
2563vC++: De zonnecultus overruled soms alle andere mythische culten. I.b. in Egypte tijdens de 5e Dynastie (2563-2423vC). Daar zijn tempels gebouwd zonder beelden, maar wel met een zonnering en een obelisk. Later is farao Amenhotep IV (1410*-1350vC) een overtuigd aanhanger van de zonnegod Aton en noemt zich daarom Achnaton. Aton wordt alleen afgebeeld als zonnering waar zonnestralen uitkomen met ankhkruisjes aan het einde. > PgMon/Ra
1750-1200vC Hettieten: Volk wonend in centraal en zuid Turkye. De Hettieten hebben circa 1000 goden. Ze nemen namelijk de goden van overwonnen volken over om de vrede te bewaren. Hun rechtssysteem is zeer progressief en vrouwen hebben gelijke rechten. Als grafgift geven ze een zonneschijf mee. Het Anglisch heeft woorden gemeen met de Hettitische taal. Mogelijk hebben ze ook andere gemeenschaplijke culturele waarden. > PgGen/Hettieten
1367vC++ Aton (Egyptisch: zonneschijf): naam van de Egyptische zonnegod. Hij wordt afgebeeld als een zonneschijf waaruit zonnestralen lopen. #WP
1000vC Zonnering: Uit de concrete zonnecultus ontwikkelt zich in de loop der tijden geleidelijk de abstracte en onzichtbare God. Eerst wordt de godheid nog uitgebeeld met een zonnering. Zoals in Egypte met Ra. Maar ook bij het MazdeÔsme (1000vC) waar oppergod Ahoera Mazda wordt voorgesteld als een oude wijze man met een zonnering in de hand, boven een gevleugelde zonnering. Nog later wordt de zonnegod vervangen door de onzichtbare God. > Zonnering
650vC++ Maagden worden al in de verre oudheid vereerd. O.a. in PerziŽ (Anahita) en in Griekenland (Athena). Ze zijn het symbool voor reinheid, zuiverheid en zedigheid. Ook hebben maagden vaak een ceremoniŽle rol als priesteres bij de verering van de oppergod. O.a. in PerziŽ, in BabyloniŽ bij de verering van de zonnegod (oppergod) Sjamsj en in Peru bij de verering van de zonnegod Inti. De Angelen kennen de maagd Tanfana als maagd en godin. > Tanfana
650vC++ Eostre: Anglische godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte. Dit geeft aan welke belangrijke culturele rol de zon speelt bij de oude Angelen. > Eostre
50nC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijnbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de Anglische god Balder. > Mercurius, Balder
400nC: De zonnecultus is voor de Angale Angelen de meest belangrijke cultus, zoals in de meeste delen in de wereld van die tijd.

    
 
Boven: Een Angale Anglische priester brengt bij zonnegloren een offer aan de rijzende zon. Aquarel gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek van alle relevante feiten. (© STI)
--- Ceremonie: Wat de ceremonie hierboven precies inhoudt, is vooralsnog niet met zekerheid bekend. Het offerdier (wild zwijn) wordt verbrand. De rook stijgt op naar de Anglische zonnegod c.q. oppergod. (> Oda) Dan volgen enige rituele handelingen en prevelementen. Daarna roept de priester oppergod Oda op het offer te aanvaarden en de aanwezigen te zegenen. Tot slot spreekt hij de aanwezigen toe en sluit het ritueel af.
415nC++: Het Oer Angalisme (ofwel het Oer Anglisch geloof) laat zich het best beschrijven door de namen van de weekdagen die rond 415nC zijn vastgelegd:

Sunndaeg = zondag; gn naar de zon
Maendaeg = maandag; gn de maan
Tiwesdaeg (Thingsdaeg) = dinsdag; gn Tiwas, god van de Gerechtigheid
Wodnesdaeg = woensdag; gn Wodan, oppergod van de Angelen
Thuresdaeg = donderdag; gn Thor, god van de oorlog en donder
Frigedaeg = vrijdag; gn Frigg (Freya), godin van de liefde
Saeterndaeg = zaterdag; gn de god Saeter > Saeter

Uit bovenstaande hierarchie blijkt dat de Zon de primaire rol speelt bij de Oer Angelen. Het Zonnegeloof en de Zonnecultus staan centraal. Daarna volgen in rangorde de overige dagen van de week en de goden waarnaar ze zijn genoemd. > Weekdagen, Geloof
Zonneberg: Anglisch sunnbeorg = zonneberg = hoogte waar de zon wordt aanbeden. Vaak een offerplaats aan de zonnegod. > Zonnebergen
Oranje: Anglisch orranny. Oranje is de kleur van liefde, kracht, geluk, vruchtbaarheid en de rijzende en ondergaande zon. Priesters van HinduÔsme (3000vC++) en Budhisme (300vC++) dragen oranje overkleden op hun wit gewaad. Wit is de kleur van zuiverheid en wijsheid. Mogelijk is deze kleurcombinatie meegnomen uit de Arische cultuur, waar het HinduÔsme uit voortkomt. Ook het Angalisme (naturale Anglisch geloof > Angalisme) heeft z'n verre roots in de Arische cultuur. (> Oranje) De zonnecultus is een primair onderdeel van het Angalisme.
Orison: Anglisch orison = gebed, bede. Mogelijk heeft dit woord te maken met de horizon en de oranje gloed van de opkomende zon.
Zonkant: Vele oude steden in West Angle liggen aan de zonkant van een rivier: Arnhem (Rijn), Dalfsen (Vecht), Deventer (Yssel), Doesburg (Yssel), Elst (Rijn), Olst (Yssel), Ommen (Vecht), Rhenen (Rijn), Rotterdam (Rijn), Wijhe (Yssel), WijkByDuurstede (Rijn), Zutphen (Yssel), Zwolle (Yssel). Aan de zuidkant is dat beduidend minder. Dit is nogal opmerklijk. Mogelijk heeft dit te maken met de Zonnecultus van de Oude Angelen. Aan de zonkant van een rivier kan je de zon goed zien op- en ondergaan. > Zonnesteden
Zonaanbidder: Bron SYM/p40/Eidechse schrijft dat de hagedis het symbool is van de zonaanbidder, die steeds de zon opzoekt om zich te warmen aan haar stralen. De hagedis is daardoor het symbool voor de ziel die steeds het Licht opzoekt om weer tot leven en kracht te komen. Aangezien de Oude Naturale Angelen primair zonaanbidders zijn, lijkt de term heks (hagedis) een scheldwoord te zijn van christenen jegens de naturale Angelen. I.b. jegens de naturale Anglische priesters.
Aangezien christenen de naturale Angelen heksen noemen, mogen we aannemen dat ze daarmee bevestigen dat deze naturale Angelen primair zonaanbidders zijn. Ofwel dat de zonnecultus voor de naturale Angelen het meest belangrijke religieuse element is. Deze these wordt bevestigd door het feit dat de Anglische week bebint met Zondag. Dan volgen de grootheden Maan (maandag), Tiwas (dinsdag), Wodan (woensdag), Thor (donderdag), Freya (vrijdag) en Saeter (zaterdag). > Heks, Naturalisme, Weekdagen
De adelaar wordt vaak geassocieerd met de zon en geldt verder als symbool voor de oppergod. O.a. Jupiter, Zeus en Ahoera Mazda. > Adelaar
Ritueel: In de ordening van de Anglische weekdagen neemt de Zon de eerste plaats in. (> sub Heksen) Ze staat dus boven alle andere cultusfiguren. De naturale Angelen vereren de Zon o.a. door hun gezicht naar de Zon te keren, hun hoofd te ontbloten en voor haar te buigen. > Weekdagen, Angalisme
¶ De belangrijkste jaarlijkse feestdagen van de naturale Angelen hebben alle te maken met de Zon: Eostre (lentefeest), Harfsunne (herfstzon) en Joel (wederkomst van de Zon).
Gravenberg/Kernhem: Hoogte waar de zonnecultus werd bedreven door de naturale Angelen. > Naturalisme, Kernhem
1500: Zonnecultus Inca's in Zuid-Amerika. #BBCtv 19.1.2015
2013 Patagonia: Gebied in Argentinia. De Mapuchť Indianen zijn de oudste bewoners. Zij wonen daar al vele eeuwen bevoor de komst van de Spanjaarden in de 16e eeuw. Zij geloven in geesten en goden. Hun huizen bouwen ze gericht op het oosten om de zon te vereeren. (MAXtv Erica Terpstra 27.12.2013) NB:
--- 200.000-150.000vC: Noord en Zuid Amerika raken los van Afrika en Europa (#BBC2 23.6.2013) Dit lijkt te betekenen dat de Zonnecultus al in die tijd bestaat.
2014 Navajo: In de woestijn van de Grand Canyon in de Verenigde Staten woont een oud echtpaar van de Navajo Indianen. Ze wonen eenzaam in een grote open vlakte. Ze houden geiten voor de melk, het vlees en de verkoop. Al hun kinderen zijn gaan wonen in nabijgelegen dorpen en steden. Het echtpaar wil voor geen goud weg. Ze leven nog in de oude Navajo stijl en tradities. Zo staan zij elke morgen vroeg op en gaan dan buiten staan om de zon te begroeten die in grote pracht opkomt. Deze oeroude ceremonie duurt zeker een half uur. #MAXtv Erica Terpstra 19.2.2014
2014 Yezidi: (Yazidi, Yizidi) Volk in Noord Irak. Ze zijn zonaanbidders. In juli 2014 vluchten ze naar Koerdistan op de vlucht voor geweld. #BBCWorldtv
2014: Navajo Indianen in Amerika offeren elke morgen bij zonsopgang bloemen aan de goden voor een goede en gezegende dag. En als ze op reis gaan, laten ze een sjamaan voor hen offeren voor een goede afloop van de tocht. #MAXtv Erica Terpstra jul2014
2015: Iedereen is vrolijk als de zon schijnt. Mensen glunderen en vechten voor een plekje op het strand. Genieten van de zon en van elkaar. Een verliefd stel krijgt de lente in de bol. Ze dansen of ze het strand voor zichzelf hebben. De zon doet z'n best. Het is lente. #DeTelegraaf 9.3.2015
2015: Weten dat de zon er is, stelt me gerust. Dat is leven. #Lewis/filmBBCtv/KRO-NCRVdec2015
2016 India: Hindu tempels hebben de hoofdpoort op het Oosten gericht, i.c. daar waar de zon opkomt. Als teken van liefde en respect voor de Zon, de brenger en hoeder van al het leven. #BBC4tv/25.10.2016
2017 Engeland: The sun makes everything happier! #BBC1tv/27.1.2017
¶ De zonnecultus is een voorloper van het theÔsme. De zon is in deze optiek de machtige manifestatie van de Onzichtbare God. De verering van de zon is derhalve een vorm van verering van de Onzichtbare Ware God. #SRK
** Angalisme, Positivisme, Zonnering, Zonnerad, Zonlicht, Oosten, Lente, Eostre, Paasvuur, Harfsunne, Joelfeest, Zuid-Oosten, Ith Hils (zonnerad), Olde Roop, Hagelkruis, Zuid-Oosten, Heks, Pg/Gen
# WP, DAB, KBG

Zonnegoden: (ZNG:)
Maagden worden al in de verre oudheid vereerd. O.a. in PerziŽ (Anahita) en in Griekenland (Athena). Ze zijn het symbool voor reinheid, zuiverheid en zedigheid. Ook hebben ze vaak een ceremoniŽle rol als priesteres bij de verering van de oppergod. O.a. in PerziŽ, in BabyloniŽ bij de vereering van de zonnegod (oppergod) Sjamsj en in Peru bij de verering van de zonnegod Inti. > Tanfana
5000vC++ Ra: Oppergod van de oude Egyptenaren. Hij wordt al vereerd in sinds circa 5000vC. Ra wordt voorgesteld als een man met de kop van een valk. De valk is daarbij het symbool van verheven schoonheid en alziendheid, als kenmerken van de goddelijkheid. Later wordt ook de god Horus als zodanig afgebeeld. Zonnegoden fungeren vaak als opperste rechter.

Zonneleen: > Allodium

Zonnerad: (ZRD:)
()A sunnraed (zonnerad)
Oeroud symbool van de goddelijke macht en grechtigheid.
 

¶ Rechts: een zonnerad op de buitenmuur van de Waag (16e eeuw) in Deventer. In de Waag werd gewogen en recht gesproken. Foto © BCK (TL)
> Zeven, Zonnewiel
 

 

¶ Bij de Angelen komt het zonnerad voor als een rad met zes spaken, die aan de einden zijn gebogen. Vooral Anglische soldaten dragen een schild met zonnerad. Koning Offa van Angeln (gb 380nC) voert ook zo'n schild.
Foto rechts (©): een Anglisch zonnerad op de Bloemencorso in St Jansklooster (NW Overijssel) zomer 2010.
 

¶ De Ith Hils zijn een groot heuvelgebied in Hannover, waar al sinds 250vC Angelen wonen. Aldaar ligt de Koppenberg (CoppenbrŁgge) waar een oude ding- en offerplaats ligt. De Angelen lieten daar zonneraden branden tijdens hun rituelen. Enkele bewoners uit Koppenberg zouden daar ter dood veroordeeld zijn. Dat zou de oorsprong zijn van de overlevering van de Rattenvanger van Hamelen.
** Wagenwiel, Zonnecultus, Offa van Angeln, Ith Hils (zonnerad), Hagal, Tiwaz

 

Zonnering: (5000vC++; ZNR:)
Stamlijn Angelen: AriŽrs (8000vC-200vC Caucacia-Arya) > Germanen (5000vC-3000vC Arya-Khwarizm/CentraalAziŽ) > Goten (3000vC-2500vC Khwarizm-OekraÔne) > Balten (2500vC++ OekraÔne-Litouwen-Letland) > Litouwers (2500-2000vC OekraÔne-Litouwen) > WestGoten (2000-1500vC Litouwen-ZW.Zweden) > Inglings (1500-665vC ZW.Zweden) > Inglo-Goten (800-600vC ZW.Zweden) > Angelen (650vC++ ZW.Zweden-Angelland)

¶ Links: De Egyptische god Horus (5000vC++) met boven z'n hoofd een zonnering, symbool van eenheid en eeuwig leven. Hij wordt gezien als de god van het goede, die steeds weer herrijst uit de dood en daarna de goede weg weer vervolgt. Al in het begin van de Eerste Dynastie (2878-2818vC) wordt Horus gezien als de koningsgod en beschermer van de farao, die op aarde een zichtbare incarnatie is van hem. In hun hand dragen ze vaak het zgn Ankhkruis, teken van eeuwig leven.
 
 
 
2000vC++: De Zonnering is een symbool van Odin, de Noord Germaanse oppergod. In Zweden is een steen ontdekt uit de Bronstijd (2000-800vC) waarop twee boten, mannen en een grote ring zijn uitgebeiteld.
 
Dit symbool is mogelijk afkomstig uit Egypte. Zoals de letter O in het Latijnse schrift afstamt van de Egyptische hiŽroglyf O. Deze Egyptische O staat voor het Alziend Oog, dat waakzaamheid en macht betekent. Maar ook is de O identiek aan de zonnering van Ra, de oppergod van Egypte. Al deze kwaliteiten vinden we terug bij Odin.
1000vC++: MazdeÔsme in PerziŽ predikt waarheid, rechtvaadigheid, barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. (> PgMon/MazdeÔsme) Deze waarden vinden we terug bij de Germanen, Goten en Angelen.
--- Ahoera Mazda is de oppergod, schepper en opperste rechter. Hij wordt vaak afgebeeld met een zonnering in de hand boven een grote gevleugelde zonnering, het symbool van goddelijkheid. Later (circa 500vC) wordt hij Ormoezd genoemd, ofwel Wijze Heer. Ormoezd is een Goede en Barmhartige God, die oproept tot het goede. Zarathoestra (7e eeuw vC) bezingt hem op prachtige wijze in zijn Gatha's. Zo ontstaat het Zoroastrisme ofwel het MazdeÔsme. > PgMond/MazdeÔsme
650vC++: De Angelen stammen af van de Inglings, een koningsgeslacht uit Zweden. Zij zullen derhalve de mythen van de Inglings zeker hebben meegenomen naar hun eigen homeland Angeln rond 650vC. > Angelen
--- Gezien de belangrijke gelijkenissen tussen de waarden van het Angalisme en die van het MazdeÔsme, lijkt het heel wel mogelijk dat de zonnering van Odin (de oppergod van de Angelen) een symbool is dat de Angelen hebben meegekregen van de ring van Ahoera Mazda via hun stamlijn van de AriŽrs. Mogelijk heeft het MazdeÔsme de zonnering overgenomen van de Egyptenaren, met wie ze zeker al oude contacten hebben. Temeer daar beide religies dezelfde liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid predikken. > Angalisme, God, Odin
** Zonnecultus, ODA, PgGen

Zonnesteden: (ZNS:)
Vele oude steden in West Angle liggen aan de zonkant van een rivier: Arnhem (Rijn), Dalfsen (Vecht), Deventer (Yssel), Doesburg (Yssel), Elst (Rijn), Olst (Yssel), Ommen (Vecht), Rhenen (Rijn), Rotterdam (Rijn), Schoonhoven (Rijn/Lek), Westervoort (Rijn/Yssel), Wijhe (Yssel), WijkByDuurstede (Rijn), Zutphen (Yssel), Zwolle (Yssel). Dit is nogal opmerklijk. Mogelijk heeft dit te maken met de Zonnecultus van de Oude Angelen. Aan de zonkant van een rivier kan je de zon goed zien op- en ondergaan.
** Zonnecultus

Zonnetempels: tempels gewijd aan de zon of een zonnegod
Zonnewende: > Winterzonnewende, Joelfeest

 

Zonnewiel: (ZNW:)
Anglisch: sunnweol. Oeroud symbool van de goddelijke macht en grechtigheid. Voorgesteld als een wagenwiel van een ossekar. Als zodanig heden ten dage nog in gebruik bij inrit van huiserven in landelijke gebieden van NO Nederland, Engeland en Amerika. Maar ook in India als oersymbool van het HinduÔsme. Qua symbool verwant aan het zonnerad. Foto © STI
 


Zonsopgang: (ZOP:)
()A daeg (dageraad, douw, nevel), daegian (dageraad), dagian (dageraad), dagan (dageraad), Eostre (godin van de dageraad), sunnrise (zonsopgang)
¶ De zonsopgang is kenlijk een zeer belangrijk element van de Zonnecultus.
3000vC++: Austron = de Stralende: de Arische godin van de morgenstond. Kenlijk hebben de Angelen haar overgenomen. Zij noemen haar Eostre: godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte. Aangezien de Angelen voortkomen uit de AriŽrs kan Austron ook al een godin van de wedergeboorte, lente en vruchtbaaheid zijn. > Wedergeboorte
650vC++ Eostre: Anglische godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte. Dit geeft aan welke belangrijke culturele rol de zon speelt bij de oude Angelen. > Eostre
Voordeur: Huizen, hoeven, borgen, kastelen, etc, worden tot ver in de Middeleeuwen vaak gebouwd met de voordeur gericht op het zuidoosten, daar waar de zon opkomt. Deze traditie bevestigt de belangrijke rol die zon speelt bij de Angelen. > Eostre
--- 1067: Cranbourne Tower in Windsor ligt op een hoge heuvel in Cranbourne Forest. Ze is gebouwd rond 1067nC. De Tower bestaat uit een hoge toren, waartegen een kleinere toren en lagere delen zijn aangebouwd. De voordeur zit in de hoge toren en is gericht naar het zuidoosten, daar waar de zon opkomt.
--- 1080: Huys Cranenburch te Leiden is een soort motte: een semi ronde woontoren met ramen en een ingang met uitgebouwde gevelpoort. Ze is gebouwd rond 1080nC. Het huis is circa 6 meter hoog. De hoge gevelpoort is gericht naar het zuidoosten. Eind 19e eeuw worden de laatste resten van het huis gesloopt. > Zuid-Oosten
Vondenis = vonnis, besluit (Angl: fondnis). In volksvergaderingen en rechtspraak vinden de eigenerfden het recht uit de eerder genomen besluiten. Zo ontstaat het Gewoonterecht. Het vergaderen gebeurt in de open lucht bi climmender sonne. > Dingen
2014: Navajo Indianen in Amerika offeren elke morgen bij zonsopgang bloemen aan de goden voor een goede en gezegende dag. En als ze op reis gaan, laten ze een sjamaan voor hen offeren voor een goede afloop van de tocht. #MAXtv Erica Terpstra jul2014
** Zonnecultus

Zorg:: > Zelfzorg

Zorgen:
¶ Maak u niet te veel zorgen over morgen. Elke dag heeft genoeg aan z'n eigen kwaad. #SRK
¶ Zie de vogels in het veld. Zij maaien niet en zaaien niet en toch zorgt de Here onze God voor hen. #EVG
¶ Maak u geen zorgen over de toekomst. Wie dan leeft, die dan zorgt. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. #SRK
Wie lang en gelukkig wil leven, die zorge goed voor zichzelf, de vrienden en de wereld. De meester volgt de goede weg en bereikt het hoogst bereikbare. Wie de weg met Jezus gaat, die zal herrijzen. Wie de weg met God gaat, die zal waarlijk leven. #SRK > LHL, NEW
** Problemen, Angst

Zorgvuldigheid: (ZRV:) > Echtheid, Zes, Wistlawudu, Veiligheid

Zout:
()A daerie (=A daring), daering (zilte veengrond), daeringdelfan (darinkdelven = zoutwinning door verbranden van gedroogde plaggen uit zilte veengrond waardoor zout overblijft), gable (gabel = zout), gabletoll (zoutbelasting), salta (zout), salta (soldij, loon), sawt (zout), sawta (soldij, loondienst), sawtan (zouten, inzouten), sealt (zout), sealta (zoutveld = veld met veel zout), sealtan (zouten, inzouten, insmeren met zout tegen bederf; # vlees), sealtdic (zoutdijk, dijk waarlangs zout werd vervoerd), sealtfaet (zoutvat = vat waarin zout wordt bewaard), sealtmayne (zoutmijn), sealtpanne (zoutpan = groot gat of kuil waarin zout water wordt gedaan om te laten verdampen door de zon; daarna wordt het zout eruit geschept en verder bewerkt), sealtscepp (zoutschep = groot houten schep waarmee zout wordt opgeschept), wich (zoutbron), wig (zoutbron), wych (zoutbron)
Zout wordt gehaald uit zoutmijnen of uit zeewater gewonnen met grote zoutpannen in zoutziederijen. O.a. langs de vroegere Zuiderzee bij Edam staan in de 16e eeuw enige grote zoutketen en zoutziederijen. Daar werden diverse families heel rijk van. O.a. het geslacht Keetman.
Zout wordt ook gewonnen uit kustveen, dat 2x per dag wordt overspoeld met zeewater. Het kustveen wordt gedroogd en dan verbrand. De as wordt uitgespoeld en ingdampt, zodat alleen het zout overblijft. KVN/p18
Zout is een belangrijk ruil- en betaalmiddel. Het woord soldij heeft daarmee te maken. Soldaten werden namelijk betaald met zout.
300vC++: Zoutwinnig langs de Noordzee. Mogelijk zijn de Angelen later actief in de zoutmijnen bij Lunenburg.
300vC++: In de regio Gerner/Engelland te Dalfsen zijn afgelopen jaren archeologische vondsten gedaan. De Gerner Marke blijkt al in de Yzertijd te zijn bewoond. Er zijn voornamelijk resten van oude boerderijen gevonden. Er blijkt zowel landbouw als veeteelt te zijn geweest. In die tijd zijn er ook contacten met Noord Duitsland en ScandinaviŽ. Zo was er o.a. handel in zout, dat aan de kusten van de Noordzee werd gewonnen.
300vC++ Exorcisme: In Engeland strooien Angelen zout om de duivel te verjagen. Dit gebruik dateert uit de prť-christelijke tijd (33nC++). (#BBCtv/HamptonCourt 21.2.2015) Dit ritueel kan door de Angelen in Engeland zijn meegenomen uit Angelland op het Continent tijdens de massamigratie in 450-550nC vanwege de Grote Natheid in Angelland. (> Massamigratie, Grote Natheid) Het kan derhalve al dateren uit de beginperiode van de zoutwinning langs de Noordzee.
250nC: Zoutwinning in Wygate Park bij Spalding in Lincolnshire eindigt, mogelijk wegens klimaatverandering en overstromingen, die verder winnen van zout nagenoeg onmogelijk maken. #WKP/13.6.2012
500-1000nC In deze periode wordt zout gewonnen uit de zoutvenen rond Zoutkamp. O.a. door ene jonker Ewsum. > Zoutkamp
1500++: Bij Edam aan de Zuiderzee staan in de 16e eeuw enige grote zoutketen en zoutziederijen. Daar werden diverse families heel rijk van. O.a. het geslacht Keetman.
** Mijnbouw, Engeland Dalfsen

Zoutkamp:
Stad in NW Groningen. Rond 450vC settelen Angelen in de regio. De naam kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch sealt (zout) + caemp (kamp). Rond 900nC Soltcampum genoemd.
¶ In 500-1000nC wordt zout gewonnen uit de zoutvenen rond Zoutkamp. O.a. door ene jonker Ewsum.
¶ Vondsten (#NGE):
- 0nC: aantal Romeinse munten (denarii) van rond de jaartelling.
- 40nC: In 1991 29 zilveren Romeinse munten, die aldaar rond 40nC zijn begraven.

ZuidAfrikaans: > Afrikaners
ZuidHolland: > Zuid-Holland
Zuid-Afrika: > Afrikaners

Zuid-Holland: (ZHL:)
200++: Kaninefaten in Zuid Holland > Kaninefaten
290-450nC Angelen + Saxen: Bron WAB/p21 schrijft:

The practical raids [of the Angels and Saxons] began as early as the last years of the Third Century A.D.; and by the year 368 they had become so frequent and so audecious that the great Roman General, Theodosious, was sent to Britain with a large army to meet the menace, and succeded in driving the raiders back across the sea. All along the coast from Norfolk to the Solent there were now great forts, where troops were stationed to guard the shores against attack --- you may see them still standing at Yarmouth, Richborough, Pevensey, Portsmouth, and elsewhere;* and by the beginning of the Fifth Century the famous Second Legion, Augusta, which was recruited on the Rhine, had been transfered from South Wales to Kent, while a mixed collection of Belgians, Gauls, Dalmatians, and other auxiliary forces was spread along the manaced coast, it being Roman custom to garrison each province of the Empire with regiments from another province, the British troops, therefore, being then stationed for the most part abroad.
300nC++: Na het vertrek van de Romeinse troepen uit Zuid Holland in 276nC raakt het gebied ontvolkt. Rond 300nC komen immigranten uit het Noorden. Angelen en Saxen. Voornamelijk boeren. Tot op heden zijn weinig archeologische vondsten gedaan uit die tijd. Een armtierig dorpje bij Katwijk en grafheuvels bij Katwijk, Rijnsburg en Monster. De Saxen vormen een ware plaag langs de kusten en riviermonden. De Romeinen bouwen daarom versterkingen, na 400 Litus Saxonicum genoemd, met posten in Brittenburg, Voorne, Goeree en mogelijk Ockenburg.
360nC: Op het FH-terrein (in Voorburg?) is een crematiepot met crematieresten opgegraven, die wordt gedateerd op 275-450nC. De pot vertoont grote gelijkenissen met Angel-Saxisch aardewerk uit Noord Duitsland en Oost Engeland. Aangezien Noord Duitsland vůůr 400nC en Oost Engeland na 400nC overwegend zijn bevolkt door Angelen, gaat 't mogelijk om Anglisch aardewerk zoals o.a. gevonden in Norfolk in 1933-38. Crematierpot + resten lijken derhalve vrij zeker afkomstig van een Angel. Derhalve lijkt daar vrij zeker al een Anglische gemeenschap aanwezig te zijn in die tijd.
400nC++: Angelen zijn een West-Gotisch volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten. #NAE/1937
440nC: Engist van Angeln (gb 405nC) verblijft in Leiden waar hij de burcht van Leiden zou hebben gebouwd. > Leiden, Engist van Angeln
** Crematie, Urnencultuur, Voorburg, Redbole, Bleiswijk, Noordwijk, Leiden, Maasvlakte, Poelgeest, Oegstgeest, Afrikaners
# semafoor.net 8.10.09, KBG

Zuid-Laren:
Vroeger Lare genaamd. #Quedam/p111
Anglisch lare (lariga, leariga) = mooie regio, streek.
De regio is rond 300vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. > ASA

Zuid-Nederland: (ZNL:)
150-350nC: migratie kleine groepen Angelen naar Zuid Nederland (#SDV/p283); mogelijk op de vlucht voor Saxen > Ockenburg, ASA

Zuid-Oosten:
Belangrijk bouwwerken van de Angelen hebben in het verre verleden hun ingang, poort en voorgevel meestal gericht op het zuid-oosten, daar waar de zon opgaat. Deze traditie lijkt te duiden op de vereering van Eostre, de Anglische godin van de dageraad, vruchtbaarheid, landbouw, lente, nieuwe groei en wedergeboorte.
** AAA, Zonsopgang, Hof Englandi (grafheuvel), Kranenburg Leiden, Cranbourne Tower Windsor, Eostre, Zonnecultus

Zuidwolde:
Gemeente in ZW Drente, gelegen tussen Hoogeveen en rivier de Reest. Zuidwolde wordt al genoemd rond 1250 AD in een oorkonde. (#WP) De oudste vermelding is Suthwolda.
¶ De regio Zuidwolde wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch sud, suth (zuid) + wold (woud, bos, landschap) of wolde (dichtbegroeide, zompige wildernis). Kaart RZA/46 (1773) toont grote moerasgebieden bij Zuidwolde. Gezien deze grote moerassen lijkt wolde = dichtbegroeide zompige, wildernis de juist optie.
Avereest: Kaart RZA/46 (1773) Averreest =A Afer the Reest = Over de Reest: gehucht aan de Reest bij De Wijk. > Rabbinghe/Avereest
Fort: Dit is een gehucht gelegen nabij een stuw annex brug in de Reest Vervangende Leiding. Kennelijk gaat het om een oude zijarm van de Reest. Mogelijk is de stuw annex brug aangelegd in een voorde, die daar voorheen lag. De naam Fort is derhalve mogelijk afgeleid van Anglisch ford (voorde). Van een vesting (fort) is daar immers geen sprake. Bovendien zijn vele bruggen in Nederland gebouwd op plekken waar voorheen een voorde lag. (> Bruggen) Wel stond aldaar ooit een boerderij met de naam Het Fort. Deze boerderij is daar ergens in de 18e-19e eeuw gebouwd. De naamgever veronderstelde kennelijk dat de geonaam Fort een verwijzing was naar een fort (vesting) die daar ooit stond.
Foorthuis: Gezien het patrilocalisme lijkt deze familienaam afkomstig uit Haren bij Groningen. Ook kan de naam afkomstig zijn uit Voorthuizen bij Barneveld. Aangezien haar frekwentie anno 2013 tamelijk laag is, lijkt het ook mogelijk dat ze afkomstig is uit Avereest en verwijst naar een huis bij de fort (voorde) aldaar, i.c. boerderij Het Fort. Deze boerderij dateert immers uit circa 1800 AD, hetgeen de lage frekwentie van de familienaam kan verklaren. > Patrilocalisme
¶ Als de naam Fort inderdaad verwijst naar een voorde die aldaar ooit lag, dan is het mogelijk dat prins Offa van Angeln rond 405nC daar met zijn leger is overgestoken richting Ommen tijdens zijn campagne tegen vijandige indringers. > Offa van Angeln (Campagne)
Southwold: In Suffolk (East Anglia; GB) ligt de stad Southwold. Het is mogelijk dat Southwold is gesticht rond 500nC door Angelen uit Zuidwolde. In de periode 450-550nC zijn immers vele Angelen uit o.a. Drente gemigreerd naar Brittannia vanwege de langdurige grote natheid in Angelland. (> P36) Deze optie lijkt vrij reŽel. Immers het koningsgeslacht de Wiffings is mogelijk ook afkomstig uit Drente, i.c. uit nabijgelegen Westerveld. > Wiffing
** Rabbinghe

Zuilen: > Totempalen, Godenpalen

Zuivel:
()A butere (boter), buttor (boter), buttormilc (karnemelk), cese (kaas), cesemaercet (kaasmarkt), cesemakere (kaasmaker), cesemakery (kaasmakerij), cesesteckere (kaasschaaf), cesesticcere (kaashandelaar), cies (kaas), cyrin (karn), cyrinan (karnen), cyrinmilc (karnemelk), cyse (kaas), daege (zuivelfarm), gyrtpappe (gortepap), hwaeg (wei = melksubstantie), melc (melk), melcan (ww melken), meoloc (=A melc), milc (=A melc), milcbour (melkboer), milcman (melkboer), ream (room, volle melk), sufel (zuivel), wrangel (wrongel = gestremde melk)
¶ Genoemde producten kennen de Angelen zeker al ver bevoor 550nC. (> T550) Ze lijken dus al vroeg aan veeteelt te doen. Hetzij voor eigen consumptie of voor verkoop aan derden.

400vC++: De oudste koesoort in Nederland is de Brandrode (Angl: Brandreada). Ze komt oorsrponkelijk alleen voor in het Yssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. Mogelijk is de Brandrode door hen meegenomen of gefokt. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig. Brandrodes komen anno 2010 nog voor in Leusveld bij Hall (Eerbeek) en op boerderij Angelhoven in Kernhem bij Ede. (#FRI) Rechts (afb ©): Brandrodes bij een poel in een wei > Angelhoven
 
52nC++: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren. > Chauken
98nC: Tacitus: Germanen drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraad en karnemelk. De vruchten worden geplukt in het wild. > Tacitus
600nC++: In Somerset (HAG, ZO Engeland) maken de eerste Anglische settlers rond 600nC al kaas voor de verkoop. (BBCtv 30.9.2010)
** Koeien, Veehouderij, Weiland

Zutphen:
Alias Sutfene (#HTH/p71), Sudfene (#HTH/p71), Sutphan (1233nC++; #Quedam/p126). Stad aan de IJssel. Oudst bekende naam Suthven = Zuidveen. Rond 200vC wordt de regio bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch suth (zuid) + fen (veen).
** Graafschap, ASA, Revel

Zwarte Kunst: (ZWK:)
500vC++ Welda: Alias Velda. Anglische god. Genoemd door Johan Picardt in zijn boek over de geschiedenis van Drenthe (1640). Welda geniet grote faam door zijn wichelarij, waarzeggen, bezweringen van de duivel en andere zwarte kunsten. #HDB/p30
** Waarzeggen, Wichelen, Toveren, Heksen, Welda

Zwarte Zee: > PgGenline/Zondvloed
Zwartwaterland: regio in NW Overijssel > Hoekman

Zweden:
- 300.000vC: Zweden is al bewoond bevoor de Steentijd (300.000vC). Dat blijkt uit archeologische vondsten. De oerbevolking bestaat deels uit Finse Sjamanieten.
- 2000-12vC: In de Brons- en Yzertijd (2000-12vC) heeft Zweden al contacten met het buitenland. Mogelijk met Kreta.
- 2000vC: Rond 2000vC schijnen volken uit de Don-regio in Zuid Rusland zich in Zweden te vestigen. #TOX
- 1000vC: Rond 1000vC migreren vele Zweden naar Denemarken, waar ze zich duurzaam settelen.
- 400nC++: In Zuid Zweden wonen Angelen. > ZZW
- 450-1500nC: In de Middeleeuwen (450-1500nC) heeft Zweden intensieve handelscontacten met Constantinopel. Dat blijkt uit Oost Romeinse munten, gevonden in de bodem van Sk‚ne.
- 750-1066nC: Aan de Vikingtochten (750-1066nC) nemen de Zweden nauwelijks deel! Alleen naar vestigingen langs de kust van Finland en in de Dnepr-regio. Toch is Trelleborg in Sk‚ne (Zuid Zweden) een belangrijk bolwerk van de Vikings.
** Oerzweeds, Odin, ZZW, AXR
# WP, TOX, DAB

Zweeloo:
Zweeloo is een esdorp onder Coevorden. Anno 2009 circa 3000 inwoners. De naam komt voor als Suelo (1298-1304), Swele (1335), Zweelo (1851-1900).
¶ De oudste sporen van bewoning in Zweeloo dateren van 600-200vC. Uit die tijd zijn resten gevonden van gereedschappen van vuursteen en van wapens. Gezien vondsten uit de Trechterbekercultuur nabij Zweeloo is het gebied mogelijk al bewoond sinds 3500 vC. In het gebied rond Zweeloo zijn ook diverse veenlijken gevonden, die dateren uit circa 100vC. De regio is rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam Zweeloo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Sweal (mansnaam) + low (laagte). Dus de laagte van Sweal.
¶ Zweeloo is bekend om de Prinses van Zweeloo, een jonge vrouw van goede stand die heeft geleefd in circa 425-450nC. Haar graf is ontdekt in 1952 tijdens graafwerk. In haar graf zijn ook sieraden gevonden: bronzen spelden, een ketting met glazen kralen, een ketting met kralen van barnsteen, een zilveren ring, zilveren toilet garnituur, een bronzen sierspeld in vlindervorm, grote losse kralen van banrsteen en van glas en bronzen armbanden, ringen en sleutels en een ketting met een bevertand. De prinses droeg een gewaad van zeldzaam mooi geweven linnen en een ruitkeper. Gezien al deze biezondere artefacten moet zij wel van goede stand zijn geweest. Vandaar dat ze titel prinses kreeg. De vondsten worden bewaard in het Drents Museum te Assen. De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) schrijft daarover op 19.2.1979:

Samenvatend kan gesteld worden, dat de prinses behoorde tot een niet onbemiddelde familie, die tot een hoge sociale klasse behoorde, gezien het aantal rijke vondsten. Door de verscheidenheid van vondsten in het graf en de "bijbehorende familiegraven" staat vast, dat men in Zweeloo toendertijd [5e eeuw nC] al internationael contacten heeft gehad. De kralen komen bijvoorbeeld bijv. uit het Elbe en Wesergebied. Het gesmolten bronsfragment is afkomstig van een inheemse, Romeinse bronssmid ...
De bevertand aan een snoer die de prinses om haar hals droeg, kan wijzen op de aanwezigheid van bevers in Zweeloo of daaromtrent. Het kan ook zijn dat de bevertand afkomstig was van elders. Gezien de contacten van Zweeloo met verre gebieden in Noord Europa, kan dat o.a. zijn van Beveroe in Angeln (Noord Duitsland). Beveroe betekent bevereiland vanwege het grote aantal bevers dat daar voorkwam. Beverjacht is van oudsher tot in de 19e eeuw een uitermate lucratieve bezigheid. Bevervellen waren kostbaar en werden voornamelijk gebruikt voor kleding. Bevervlees was daarbij neveninkomst. (> Beverjacht)
¶ Deze statements maken duidelijk dat de Angelen in Olfrisia in de 5e eeuw nC en zeker al ruim voordien, op de hoogte zijn van de expansieruimte naar het zuiden. Zij hebben zich in ieder geval rond 150 nC vandaaruit al gevestigd in Angelsloo bij Emmen, circa 11 Km zuidoostelijk van Zweeloo. In dit verband is het interessant dat de uitgang -loo in plaatsnamen vaak duidt op een Anglische locatie. (> Loo) Gezien de nabijheid van Angelsoo, kan e.e.a. betekenen dat ook Zweeloo oorspronkelijk een Anglische nederzeting is. Mogelijk is ze dan circa 200 nC vanuit Angelsloo gesticht. Circa 23 Km zuidwestlijk bij Hardenberg ligt een gebied met de naam Engeland, dat vrij zeker ook een Anglische nederzetting is. Mogelijk is het hele gebied tussen Angelsloo, Zweelo en Engeland/Hardenberg reeds vroeg (150-300nC) al bevolkt door Angelen.
NH Kerk Sinds de 8e eeuw komt Zweeloo onder Frankisch bestuur. Tegelijkertijd wordt het Christendom ingevoerd en wordt er een kerk gebouwd. Rond 1100 nC staat er een houten kerk met een fundament van veldstenen op een natuurlijke heuvel van 8 meter boven NAP. In 1252 wordt de houten kerk afgebroken en vervangen door een stenen kerk met dikke muren van kloostermoppen, een brede voorgevel en Romaanse bogen. Vooraan op het dak staat een kleine zwarte toren met spits. Deze zgn dakruiter is gedekt met eikenhouten schaliŽn, hetgeen zeer zeldzaam is. Op de nok staat een wit stiepelteken van Protestante signatuur. In de 19e eeuw wordt de kerk gerestaureerd en komen er Gotische bogen bij. In de buitenmuren zitten opmerkelijk veel gaten, lijkend op duivegaten. Enige van die gaten zijn daarom afgesloten met een baksteen. Anno 2009 staat deze opmerkelijke kerk er nog steeds. Qua stijl doet ze niet denken aan kerken in Friesland of Saxenland. De kleine houten toerenspits op het dak doet erg Noors aan, zoals de kerk in Tingvoll in Noorwegen. Dit type kerk komt ook voor in Angeln. O.a. in Tolk, Norderbarup (St Marien, 13e eeuw), Pahlen (district Ditmarschen), Uelsby (St Jakobus) en Haithabu/Sleswig (St Andreas). De kerken in Angeln zijn veelal gebouwd op een heuvel en worden gekenmerkt door Romaanse bogen, meer nog dan elders in Europa. Ook de NH kerk in Zweelo heeft Romaanse bogen. Ook de brede voorgevel van de kerk doet sterk denken aan de genoemde kerken in Angeln. Per saldo lijkt de architectuur van de NH kerk te Zweeloo sterk op diverse kerken in Angeln. Zodanig, dat ze een bevestiging lijkt van Anglische invloeden in Zweeloo. De vele duivengaten in de muren zijn uniek. Naar zeggen hadden vele kauwen daar vroeger hun nesten gebouwd. Enige gaten zijn daarom gedicht met bakstenen. De gaten zouden zijn bedoeld om er makkelijk steigers te kunnen plaatsen voor noodzakelijk onderhoudwerk. Vincent van Gogh heeft tijdens zijn verblijf in Nieuw Amsterdam (Drente) een dag vertoeft in Zweeloo en er een schilderij gemaakt van de kerk.
** Loo, Ossenweg, Angelen, Migratiestromen, Prinses van Zweeloo
# coevorden.nl 3.6.09, sh-tourismus.de 8.6.09, WKP 6.6.09, FRI, Jan Warmolts te Zweeloo (streekhistoricus), DAB, KBG

Zwemmen: > Naaktheid
Zwerven: > Reizen, Landlopers
Zwervers: > Reizen, Landlopers

Zwolle:
Alias Swollae (1233nC++). Hoofdstad van Overijssel. In 1230 tot stad verheven door bisschop Wilbrand van Utrecht. #Quedam/p126

Zwijnen: > Varkens & Zwijnen

Zijderoute: (3000vC-1450nC; ZDR:)
ZwarteZee-Constantinopel-China vv
¶ De Zijderoute is een handelsroute waarlangs oorspronkelijk voornamelijk zijde uit China wordt vervoerd naar andere gebieden in AziŽ en Europa. Later worden ook steeds meer vervoerd satijn, thee, wierook, robijnen, diamanten, parels, porselijn, papier, paarden, buskruit, rabarber, perzikken, sinaasappels, muskus en vele andere producten.
¶ De Zijderoute is ruim 11.000 Km lang en duurt vele maanden. Ze gaat op zwaar beladen kamelen, paarden en ezels in grote caravanen langs lange bergketens en vele oasen in uitgestrekte woestijnen. De route is eeuwenlang de belangrijkste verbinding tussen Oost en West.
Zijroutes: De Zijderoute heeft vele zijroutes naar andere gebieden. O.a. Bagdad, Damascus, Isfahan, Samarkand, Tasjkent, Turkestan, Iran, Antiochia, Kashgar, Urumqi, Xian, Hotan en India.
--- Nagenoeg al deze routes gaan door woeste gebieden met woestijnen, bergen, wilde dieren en rovers. Maar ook met herbergen, waar de reizigers kunnen eten, drinken en slapen. #DVB
3000vC++: Volgens legende wordt zijde rond 3000vC bij toeval ontdekt in China. Een oude vrouw gooit per toeval een cocon van de zijderups in een pan met heet water. Tot haar verbazing ziet ze een lange dunne draad uit de cocon komen. Ze vist de draad uit de pan en merkt dat die mooi glimt en erg sterk is. Meteen gooit ze wat meer cocons in het water en verzamelt de draden. Ze droogt ze en gaat ze dan verven. Als de geverfde draden droog zijn, gaat de vrouw er een mooi gewaad van weven. Iedereen in haar omgeving is wild enthousiast en gaat zelf zijdedraad trekken en verven en er mooie gewaden van weven. Zo ontstaat de zijde-industrie. Al gauw wordt de zijde bekend in heel China en ver daarbuiten. En zo ontstaan de zijdhandel en de Zijderoutes. Enige eeuwen later wordt de ontdekking en fabricage van zijde door de Chinezen toegestreven aan een godin. Ze krijgt een mooi standbeeld waar jaarlijks vele mensen haar komen bewonderen. #BBC4tv 1.5.2016
2000vC++: Tussen Haithabu in Angle en Azia bestaat een oeroude handelsroute, samengesteld uit de Barnsteenroute (Ossenweg-Balkanroute)- Constantinopel-Zijderoute. Langs deze weg zijn vele culturele uitwisselingen tussen Europa en Azia.
300vC++: China bouwt de Chinese Muur tegen invasies van barbaarse Mongolen.
--- Chinese Muur is 21.000 Km lang. Great wall kept traders on the Silk Road safe. #DiscoveryTV/20.2.2017
200vC++ Culturele uitwisseling. Door de Zijderoute en haar vele zijroutes ontstaat op grote schaal handel in zijde en andere goederen, die gepaard (gekameeld!) gaat met grootschalige culturele uitwisseling op vele gebieden: taal, techniek, wetenschap, kunst en cultuur. Tevens vindt er op kleine schaal migratie van mensen en dieren plaats. Al deze aspecten zijn anno 2016 nog zichtbaar langs en nabij de zijderoutes. #BBC4tv 1.5.2016
530nC: In Constatinopel wonen Angelen. Vooralsnog is niet bekend hoe groot de groep Angelen daar is en sinds wanneer ze daar wonen. Echter, als ze genoemd worden, dan zal het toch zeker gaan om een noemenswaardig grote groep, die daar zeker al ruime tijd woont. Deze Angelen zullen zeker het bestaan kennen van de Zijdroute. Ook lijken zij de intermediars tussen het Verre Oosten en hun broeders in Angelland. > Constantinopel
1260-63: Marco Polo maakt voetreis naar China via de Zijderoute. De route wordt vooral gebruikt voor handel tussen Persia en China. De reis gaat normaal in colone met paarden, ezels en kamelen, beladen met handelswaren. O.a. sieraden, keramiek en stoffen. Uit China wordt vooral zijde meegenomen. De weg is slecht en gevaarlijk. Er zijn veel rovers. Marco reist via Syria - Turkye - Bagdad - Hormoez/Persia - Samarkand - Zuidroute: Sea of Death woestijn - Takamanan Desert - Yuna Bergen (12 dagen langs smal pad door bossen met veel wilde dieren; o.a. beren) - Lake Luku - TaToe (Peking; hoofdstad China). Soms staat er een herberg langs de weg. Ze hebben o.a. grote slaapkamers met vele bedden en ramen. De reis duurt drie jaar. #ALZtv 8.4.2016 + 14.4.2016 > Marco Polo
--- Bron ALZtv/14.4.2016 toont verder enige opmerklijke items mbt een matriagaal bergvolk nabij het einde van de route:
- Op een veld staat een hoge paal met kleurige lange linten bevestigd aan een draaischijf bovenop de top. Feestelijk geklede jonge jongens en meiden houden ieder een lint vast en draaien ordelijk rond de paal. Het is een jaarlijks festijn waaraan ze veel plezier beleven en een gevoel van samenhorigheid krijgen. Dergelijke evenementen zijn tot in de 20-ste eeuw ook gehouden in Nederland en Engeland in de maand mei waar ze meibomen werden genoemd. #DVB
- De meisjes rond de lintenboom dragen opmerklijke donkere hoeden met vele fel grote gekleurde bloemen in rood en geel. Deze hoeden doen sterk denken aan feesthoeden van dames in Beieren.
- Als een raam van de kamer van een jonge vrouw open staat en er staat een ladder tegenaan, dan mag een jongeman via de ladder naar de jonge vrouw klimmen en haar verwennen. Dit gebruik doet sterk denken aan een gelijksoortig traditie in Noordoost Nederland tot in de 20ste eeuw. Men noemt dat zekerstelling. Als een kind wordt geboren, moeten de jongelingen trouwen.
--- Men kan zich afvragen of in deze gevallen sprake is van overname van culturele gebruiken via oude contacten tussen dit deel van China aan de Zijderoute en NW Europa. I.b. door Chinezen die naar NW Europa reisden en daar genoemde culturele gebruiken hebben leren kennen en meegenomen naar hun homeland. > Meiboom, Sex
1450: Een belangrijk nevenaspect van de handelscontacten is de uitwisselingen van wetenschap, techniek, cultuur en kunst. Rond 1450 neemt het handelsverkeer langs de Zijderoute steeds meer af door de opkomst van de internationale scheepvaart.
2011: De Golden Eagle Express is een luxe treinreis van Amsterdam via Moskou naar Beijing (Peking) langs de oude steden van de zijderoute: Volgograd (Rusland), Karakum Woestijn (Kazachstan), Khiva (Oezbekistan), Ashgabat (Turkmenistan), Merv (Oezbekistan), Samarkand (Oezbekistan), Tahskent (Oezbekistan), Almaty (Kazachstan), Urumchi (China), Turpan (China), Jiayuguan (China), Xian (China) en Beijing (China). De route is 11.000 Km lang, duurt 21 dagen en gaat door 5 landen. #DeTelegraaf 12.11.2011
** Eurasia, Thee, Eurasiaroute

ZZW: Zuid Zweden
¶ De Anglische Mark fungeert vergelijkbaar als de pint = glas, beker, kan of pot van 6dL. In bron OVK (15.1.2009) over maten en gewichten in Friesland zegt auteur M.A. Holtman uit Kantens:

Laatst was ik in het British Museum. Daar hebben ze een verzameling aardewerk waarvan ze niet eens doorhebben dat het maten zijn! Ik heb toen die conservator aan zijn jasje getrokken en gezegd: hť, dat is een pint, de oermaat van de Angelen. Vijfhonderzeventig milimeter precies. Die maat kom je tegen in Friesland, maar daar heet 't een halfmengel.
...
En de magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. Holtman heeft 'm ook gevonden in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woonde alvorens naar Engeland af te zakken, meent Holtman.

 

===