Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - anglahall - contact

A-B pagina, Kranenburgia, Kranenburg, Cranenburgh, Kranenborg, Kranenberg  
 
Documenten

De documenten op deze pagina zijn nagenoeg orgineel.
The documents on this page are largely original.

inhoud / contents

Brieven van Roelof Kranenburg
Genealogie Kranenburg Chicago
Genealogie Kranenburg Kijfhoek



Brieven van Roelof Kranenburg (gb 1834 Groningen)


Verzameling brieven van Roelof Kranenburg (gb 1834) aan zijn ouders in Groningen. Roelof is in 1852-1855 in Deventer in de leer bij de Gebr De Visser, drogisterij annex verfhandel in de Overstraat. Jan de Visser en Willem de Visser zijn Roelofs patroon. Roelof verblijft in die tijd in een logement van heer Broekhuizen te Deventer. Hendrik Ipes Kranenburg (gb 1795 te Scharmer) en Aukje Everts Postema zijn de ouders van Roelof. Zij hebben een zaak in Koloniale Waren in de Steentilstraat, waar Roelof later z'n bedrijf in Glas- & Verfwaren start. Hij heeft broers en zusters, w.o. Ipoj en Hendrik.
Met veel dank aan Flip ten Cate, achterachterkleinzoon van Roelof Kranenburg.
............................................................................... .........................................

Aan H. Kranenburg, Groningen

Deventer 14 Mei 1852

Lieve Ouders, Broeders en Zusters,

Ik ben gezond en heb tot mijn blijdschap in uwe brief gelezen dat gij ook allen wel zijt. Het is nu vrijdag de 14den en ik heb nu eerst vanmorgen om 10 uur mijn koffer, braskoof (?) en goederen gekregen en uur later de schroefjes en brief. Ik heb zondagmiddag eerst een oogenblik met J. de Visser en toen alleen op geluk af gewandeld. Van Deventer kan ik u weinig moois zeggen want het is een ongeregelde en benepen stad. De groote Overstraat waar ik in woon heet groot maar het is weinig grooter als het gangetje naast u en komt op den brink uit. (Wij eten hier nooit spek maar altijd Rundvleesch of Vischen dus gelijk Vader. Van Middag hebben wij Pannekoeken gegeten.) Zondag ll. heb ik dadelijk naar Dom. Metzlr geweest om hem te vragen en Woensdag om 1 uur heb ik ze voor 't eerst bezocht. Dom. Metzlar is gelijk Dom. Boon want toen ik er Woensdag onder het spelen van 1 heen ging zeide hij tegen mij ik zoude naar 10 minuten weer gaan wandelen en om 1 waren er al weer uit. Wij behandelen hier de 12 geloofsartikelen.
Zondag zal W. de Visser de juffer weer naar huis brengen en zijn dus bijna het geheele jaar zonder juffrouw (een onaangenaam leven). Deze juffer komt 1 a 2 maal int jaar om te schoonen.
Wij gaan 't avonds om 10 uur naar bed en staan om 5 a 6 weer op, eenmaal in de week brij met syroop. Zoodra ik kan zal ik naar de burgemeester gaan. Wat affaire van mij betreft gevoel ik als het niet veranderd weinig genie voor.
Groeten van mij aan allen
Noem mij uw liefhebbende zoon en Broeder
R. Kranenburg

NB Groeten aan u van de heeren de Vissers. Gij schrijft mij ook zoodra gij op reis gaat en ook wat dag gij Deventer komt, nietwaar Vader?

---------------------------------------------------------------------------------

Deventer 8 Juni 52

Lieve Ouders, Broeders en Zusters,

Graag gezond en met blijdschap heb ik ook uw aller gezondheid vernomen.
't Is hier deze week kermis, veel meer kramen en tenten zijn hier als gemeenlijk te Groningen, onder andere Duports Meister Diorama Paardespel en eenige andere kleine tenten. Andere week Tentoonstelling van bloemen en wie weet welke pretten nog meer. De Koning en zijn familie is op 't Loo maar hoe lang die blijft is onzeker. Vader moest maken dat Vader een dag met de dames hier stil was, dat konden wij nog eens met elkaar naar 't Loo toe gaan enz. Ik wens u een goede en plizierige reis ook de beterschap van uw oogen lieve Vader. Naderhand zal ik Hendrik (kleine) wat meer schrijven waar gij mij naar vraagt etc. Nu is het geen Zondag en schrijf deze brieven in haast. De compliment aan allen en aan Johannes en Albertine.

Noem mij uw Liefhebbende Zoon en Broeder
R. Kranenburg

---------------------------------------------------------------------------------

Den Heer H. Kranenburg te Groningen
Steentilstraat
Deventer, den Mei 1853 [Poststempel: Deventer 24 mei 1853]

Geliefde Ouders, Broeders en Zusters !!

Met genoegen vernam ik hedenmorgen uw aller welstand uit den brief waarin ik ook de som van 175 fl in bevond. Ik heb het mijn patroon ter hand gesteld welke u door dezen ook zijne groete brengt. Wij zijn ook allen wel en ik kan mij tot dusverre verheugen dat ik dit jaar met meer plezier zondags hier ben daar ik reeds vijf kamaraden heb. Wilt gij de namen weten, welnu zij heten Boom en Boom, ten Bruggenkate, Scholten, Timan, allen ferme jongelingen. Gisteren, terwijl wij wandelden, werd het voorstel geopperd om aanstaande zondag over acht dagen een tentwagentje en paard te huren om met ons zessen naar het Loo te gaan om het park en Lustslot van Z.M. Willem de II te bezigtigen. Over veertien dagen is het hier ook kermis en na alle gedachten wel een zeer drukke daar Duport, van Lier, Wolschlger, Balus (? Blauw?) en Dassee reeds aanvrage gedaan hebben om de kermis te Deventer met hun tegenwoordigheid te vereeren. Hadde vader nu ook maar een banknoot van 25 50 fl voor mij in gedaan doch het komt zeker van de drukte anders was er wel een goede som voor mij bij gezonden opdat ik eens een goede kermis etc. kon houden.
Onlangs kreeg de patroon een kommissie van 2 fles zoutzuur (Acidum Muriaticum) (goed van 15 cent de vijf ons en iedere fles inhoudende ongeveer 200 medld) daar meneer geen twee fles in zijn entre pt had werden door hem de volgende regelen aan de commissie gever verzonden. Mijnheer, Daar mijn handel zich niet bij zulke groote hoeveelheden bepaalt en mijn debiet maar gering is kan ik deze kommissie niet verzenden (een waar koopman)?
De biologie heeft weder plaats gemaakt voor het door Electrisiteit in beweging brengen voorwerpen. Hier gelijk elders worden ook verschillende proeven genomen, onder anderen bragten de diakenen ook een tafel in beweging welke door zoveel tikken ook de ouderdom van n der aanwezigen aanduidde. Zij plaatsten ook een hoed op de tafel welke op bevel zich dan naar den eenen, dan naar den anderen begaf, en Mijnheer Jan en ik bragten door oplegging der pinken een geldbak in beweging en Arentz en ik door tegenhouding der vingers een sleutel waar wij van 2 tot 10 ponden gewigt aan hingen. Den koperen vijzel (slechte geleider der electrisiteit) draaide ook door ons beiden. Wanneer men zoo gemakkelijk dingen door de Electrisiteitsstroom in beweging kan brengen, behoeven wij strak onze natuurlijke kracht niet meer in werking brengen, gemakkelijk is het draaijen en dansen der voorwerpen te verklaren doch dat de tafel de vraag naar de ouderdom van een der aanwezigen beantwoordt blijft nog een raadsel.
Tot predikant der Hervormde Gemeente alhier is verkozen J.C. Zaalberg , thans leeraar te Hendrik Ido Ambacht, volgens zijn schrijven is hij het bijna met de Groninger leer eens en wordt daarom hier door verscheidenen met tegenzin tegemoet gezien. Vele discussies hebben hier ook plaatsgehad over het benoemen van een lid voor de tweede Kamer. Hoewel sommigen niet tegen Storm van 's Gravesande waren (voormalig lid der Tweede Kamer) prefereerden dezelve toch Mr. J.R. Thorbecke en dit werd door de andere partij zeer euvel opgenomen, evenwel zal, daar Thorbecke reeds op twee andere plaatsen benoemd is, Storm van 's Gravesande alle de stemmen wel op zich vereenigen.
Daar het reeds acht uren is moet ik deze laten liggen tot morgenochtend elf uur, mocht ik nog iets te vermelden hebben wil PS zetten.
Na groete dan aan u allen Hoen - Martha, Rmeling, Aukje, Ipoj, en petit Hendrik allen buitenshuis, verders aan Oomes Tantes, Grootmoeder, Grootvader, neven, nichten, vrienden en vriendinnen alsmede aan Trientje van Grootvader etc. etc.
Noem mij uw liefhebbende zoon en broeder,
Roelof.

Deze is met een gutta percha pen geschreven, doch hij bevalt mij niets.
P.S. Daar ik niets meer weet te vermelden einig ik na u alle beste toegewenscht te hebben.

---------------------------------------------------------------------------------

Deventer, 25 Aug. 1853

Lieve Ouders, Broeders en Zusters!
Zoo meteen kom ik van de boot (donderdagavond 7 uur) en het eerste wat ik dus doe na mij een weinig verkleed te hebben u zoo een en ander mede te delen, evenwel moet ik u, voor ik verder ga, zeggen dat ik zoo gezond ben als een visch. 't Is ook geen wonder zoo eenige franc en vrij te zijn. Zondagochtend gingen wij om 5 uur op weg om eenige dagen te gaan logeren, met mijn vriend wiens ouders te Nunspeet wonen - doch laat ik u eerst beter met mijn vriend bekend maken. Het is een zoon van de dokter te Nunspeet (Schouten). Het is een jongeling wiens ligchaam het mijne bijna volkomen gelijkt en met wien ik zeer sympathiseerde. Hij woonde hier gedurende de tijd van twee jaren als leerling en bediende in een apotheek. Nu met Augustus had hij zijn tijd hier voleindigd en is zondag na zijn ouderlijke woning gegaan om van daar weder een ander betrekking te zoeken - nog heeft hij niets doch heeft te Amsterdam eenigen aan de hand - mogt hij te Amsterdam niet klaar komen, wenschte hij wel te Groningen in voornoemde betrekking geplaatst te worden om aldaar de lessen in dde Physie. Chemie en Botanie bij te woonen - mogt gij soms iets weten, dan zoudt gij hem, zijn ouders en mij zeer verpligten indien gij het mij schreeft. Liever wil hij te Amsterdam in de wensch elkander daar weder te ontmoeten want het deugt in Deventer voor mij ook zeer weinig. Alzoo heb ik mijn vriend naar zijne ouderlijke woning gebracht en daar van Zondag tot Donderdag gelogeerd. Wij wandelden 's ochtends om 5 uur eerst naar Epe, een dorp 3 uur van Deventer. Daar ontbeten wij eerst zamen terwijl zijn Vader (dokter Schouten) intusschen met paard en rijtuig kwam om van daar te halen - vergezeld zijn van zijn dochter en nog een zoon. Den heer Schouten is in alles een man gelijk Oom Boelmans, naar ligchaam dik, steeds vrij in zijn uitdrukkingen jegens allen en dezelfde royaliteit. Zijn oudste dochter is een mooi meisje van zestien jaar welke ik niet durf beschrijven, doch met wien ik menige grap heb uitgevoerd (te veel om te schrijven). We reden met ons vijfen verder zamen naar Nunspeet waar Mevrouw ons verwelkomde, zeer blij over de komst van haar zoon en mijn bezoek. Waarlijk een aardig mensch, trachtende op alle manieren ons plezier aan te doen. Het eerste oogenblik was natuurlijk pijnlijk doch ras gevoelde ik in die familie mij juist op mijn stoel. Onmogelijk kan ik al de genoegens mij aangedaan beschrijven, doch dit kan ik u zeggen dat hen teleurstelde dat ik slechts vijf dagen bleef. Minstens had men veertien dagen verwacht, van daar dat op zondag en maandag de reis naar Nijkerk en verder met haar familie uit Nijkerk naar het kamp van Zeist bepaald was, doch hoe ik mij ook ergerde van spijt, ik had maar verlof tot donderdag, in stilte had men reeds boodschap naar mijn Patroon gegeven dat ik langer bleef, doch den heer Schouten vertelde het mij en ik wist dat mijn Patroon wel zeggen zoude van ja, maar dan moest ik van 't Winter te huis blijven. Dus Donderdag was spoedig genaderd en vertrok met de belofte dezen zomer nog eens te rug te komen. Mijnheer Schouten en hetzelfde gezelschap waar wij mede gehaald waren brachten mij naar Kampen - waar wij door een wijnkooper Gluijstein ten din genoodigd werden - doch ook dat genot en invitatie kon ik niet aannemen, daar ik vernam dat de boot naar Deventer om 1 uur voer. Gezegde wijnkooper wilde mij tot morgen houden, doch dan hadde ik tegen de wil mijns patroons gehandeld, daar dezen er tegen was dat ik een dag later te huis kwam. Ik heb mijn heer nog gevraagd dat als het soms vrijdag wierd ik dan gerust kon wezen en blijven, doch hij heeft dit geweigerd. Zoo ging ik dan terug na eenige dagen alleraangenaamst te hebben doorgebracht en tevens met verdriet dat ik op de hoogte van plezier reeds weer moest naar huis gaan en werken. Maar enfin! Ik ben er alwer en de eerste confusie is over! Dus daarom niet getreurd! Moedig aan! Het meest spijt het mij dat ik een vriend kwijt ben.
Wanneer ik te huis kom (wie weet wanneer) dan verwondere het u niet dat ik Roelof Schouten of diens zuster Emilie medeneem - ten minste wanneer gij er ook behagen in schept en zelui mijn invitatie aannemen.
Dat het mij verheugde eindelijk na verloop van een week acht, negen, een brief van u te ontvangen lijdt geen twijfel, meer verblijdt het mij dat vader en allen het zoo druk hebben, zoo dat er geen oogenblik over was dat er een lettertje aan mij werd gezonden - doch meest verheugde mij uw aller gezondheid. Ik ben zoo als ik vooren gezegd heb ook zoo gezond als een visch en wensch u en mij het steeds te blijven.
Verleden week verraste mij het bezoek van Smit en Juffr. Betje - vreemd zag ik toen ik vernam (opsiende) dat Betje Smit in een wagentje mij zoo groette. Spoedig trok ik een ander Jas en broek aan en reed met hen naar de Platvoet (half van Deventer) en wenschte hen goede reis, terwijl ik weer op Deventer aanstapte. Twee dagen daarna bracht de mij (zoo als ik hem) onbekende Ledeboer mij de Complimenten van u allen - Hij dat hij een groot vriend van Papa was - ik weet het niet?
Meer weet ik u niet te schrijven, doch hij is ook al aardig lang. Na u nogmaals het beste toegewenscht te hebben, noem ik mij uw liefhebbende Zoon en Broeder Roelof.
Groete aan allen.

PS En Naatje Hoen woont nu ook te Groningen, doe haar de Compliment s'il vous plait.

Aan Moeder

Lieve Moeder,

Mijn lieve moeder 'k durf het wagen
U een commissie op te dragen
't Is bij Johannes Rmeling,
Die schrijft maar op de rekening

Vooreerst! Wilt hem dan nu eens vragen
Of hij zoo goed is zorg te dragen
En hij want 'k heb er thans geen zier
Mij sturen wil wat postpapier

Vraag dan meteen, nu gij daar zijt,
Aan Jans (mits hij 't heeft aan de tijd)
Of hij soms ook bij al zijn boeken
Iets over verwen weet te zoeken

Daar 'k zondags op mijn 't huisblijfdag
Wel graag iets stichtlijks lezen mag
Zoo moet ik u hierbij verzoeken
Te zenden een van Zschokkesboeken

Wilt dan als gij eens mocht gaan loopen
Goed voor twee boezroenen kopen
En ook bij Jakob van der Plas
Voor mij een nieuwe Zomerjas

Gaat dan naar Hendrik Klein van Laren
En koop wat Manilla sigaren
Doch niet zulk bogt als van weler
Dan gun ik hem geen nering meer

Bestel dan ook een anker wijn
Maar 't moet niet van de slechtste zijn
Doch van de allerbeste soort
Zooals tot een cadeau behoort

Voorts zoudt gij mij ook zeer verpligten
Mij ommegaande te berigten
Hoe of ik 't met mijn ondergoed
Voor 't zomer - toch wel maken moet

Gaat even dan naar Van der Velde
En zeg hem dat hij u eens meldde
Hoe of 't met mijn horlogie gaat
En of het loopt, of stille staat

En zegt hij mooglijk 't is reeds klaar
Zoo neem het, en bewaar het maar
En is Papa op reis voor zaken
Hij kan er steeds gebruik van maken

Wilt dit maar 'k mogt nog iets bedenken
't Geen gij mij zeker wel wilt schenken
't Verzoek is slechts een kleinigheid
Waarmee hij mij zeer verblijdt

Zoo gaat naar Broeder Martint
En vraag of hij, want 'k heb verlt
Mij niet wil lenen Jezus leven
Door Meyboom populair beschreven

Terwijl het laatste dat 'k nog vraag
Is wat of gij voor mij vandaag
Aan Hendrik Boelmans hebt gegeven,
Want daarvan heb 'k hem niet geschreven

En: voor ik soms 't nog mogt vergeten
Laat ik u nog bij dezen weten,
Dat gij ook d'andren uit mijn naam
Iets geeft; doch beter met u t'zaam

En als dan nu geen andre zaken,
U 't voorst beletten klaar te maken
Verzoek ik in de andre week
Mij het te zenden met Schierbeek.

Uw Roelof.
Deventer, den 8sten Maart 1854

---------------------------------------------------------------------------------

April 1854

Lieve Ouders, Broeders en Zusters

Wanneer gij u mijnen brief van den 1sten dezer weer te binnen brengt, dan zult gij u zeker herinneren dat ik, u gaarne bij het teruggezondene nog iets wilde toezenden, voornamelijk als geschenk op Moeders verjaring. Eigene bezigheden en hindernissen, desgenen welke het vervaardigd heeft, beletteden het den 2den April te zenden, edoch: verledene week heb ik mij laten dagueryotiperen, en verzoek ik u moeder zoo goed te zijn dit als een cadeau uwer verjaring aan te merken, terwijl ik Vader vraag, dit: mijn portret ook eenigzins als op uw verjaring geschonken te willen aannemen, want zooals gij weet staan de foondsen tegenwoordig zeer slecht. Ik kan niet over mijn effecten negotie klagen, daar ik ze nog al vroegtijdig van de hand heb gedaan, maar toch, dat geld heb ik niet in andere zaken gestoken; zoodat het nu renteloos ligt, daar komt nu dan nog bij een dure tijd, weinig verdiensten etc (de schoen verzolen is tenminste reeds 10 ct opgeslagen) zoodat het (wel vermindert maar niet meerder wordt). Evenwel alle zaken kunnen in weinig oogenblikken eene andere wending nemen. Moge dan ook in het Oosten het krijgsklaroen zich weder doen horen en alle natin, als met geestdrift voor den oorlog vervuldt zijn. Mogen dan ook Vorsten het bloed hunner onderdanen doen vloeyen voor de handhaving hunner eigene, vermeende, heilige regten, en den grond gretig het gestolde bloed doen inzwelgen. Toch is daar n Machtige: die temidden van het heirgste oorlogsvuur, of den steeds voortrukkende en overwinnende natie, als met een donderslag ten toeroept: Tot hiertoe en niet verder! Magtig is dat woord hetwelk als met n oogopslag alle volkeren weder den vriendschapshand doet reiken, terwijl Hij daar tusschen spreekt: Vrede zij onder u! Welk een bang aanzien sommige zaken dan ook mogen hebben, en het harte benaauwen, daaar is En die alles bestiert, die: wanneer oorlog alle menschen verbittert of levensbehoeften ontbreken, het aardrijk na haar dood het winterkleed gezuiverd te hebben, zijn lieve zon doet opgaan om boomen te doen uitbotten en velden door hare stralen te verkwikken zoodat zij na den milden regen genoten te hebben, zich als in feestgewaad tooyen, om naderhand hare volle aren uit te schudden ter voeding aller menschen. Dus ook wij: ook ik geen zorg, moge dan ook mijn geldzakje (namelijk mijn eigendom) ledig worden, ik besteed het goed. Ik zoude ook niet weten wat er beter mede uit te voeren, daar niets, noch kleeren, eten etc. mij ontbreekt. Behoorlijk genot en op fatsoenlijke wijze geld verteeren wordt mij niet belet, dus met te meer genoegen, geef ik dan ook iets u van het mijne. Zoo'n portret is duur. O neeen, daar zoude ik bijna de prijs van het portret ter neer geschreven hebben, maar dat is het gebrek van zulke jongens die eerder spreken als zij zich bedacht hebben.
Bij dezen kan ik u ook schrijven dat wij in de andere week een vaatje bier krijgen. Ik hoop er goed van te drinken, maar vrees dat het razend zuur zal zijn, althans sedert eenige jaren heeft het reeds vooraan op stelling, in de kelder, te Lochem gelegen, zoodat ik begin te vreezen dat het niet heel aannemelijk zal zijn, te meer daar eigene, inwendige, gistingskracht het nog eerder tot bederf hebben doen overgaan, en zooals menigmaal dan het geval is, is het in zeer slechte vaatjes voorhanden, terwijl ik daar nog kan bijvoegen, dat de fabriek waarvan het afkomstig is, niet zeer in alle opzigten sooliede kan genoemd worden. Gij begrijpt reeds wat ik met bovenstaande bedoel, nietwaar? Anders zal ik het u duidelijk maken. Lees met attentie! In de volgende week, of misschien reeds morgen, zullen wij het onuitsprekelijke? Genoegen hebben de oudste der Dames De Visser uit Lochem, hier gedurende 14 dagen te logeren te krijgen. Veel heb ik daar niet mede op, want hoe men dezulken ook moet respecteren, nemen zij altijd een toon van heerschappij aan (un air distingu), schoon onze hond er goed bij vaart, daar hij dan de eer mag genieten, door een dame op hare schoot gestreeld en geliefkoosd te worden. En ding is slim, en d.i. 's morgens om 4 5 uur haalt zij de menschen reeds uit hunnen zoete sluimering.

Ik ben gezond, en houdt mij maar bij het spreekwoord dat ik het heb als een luis op een zeer hoofd en daarmede Vaartwel!!!
Uwen liefhebbenden Roelof

Verzoek mijne groeten aan allen!
Familie! Vrienden! En Vriendinnen!

-----------------------------------------------------------------------------------

Zondag den 21 Mei 1854

Geliefde Ouders, Brors en Zusters

Komaan! een brief geschreven,
'k Heb mooglijk wel de tijd
Want in mijn zondags leven
Is 't werken mij tot spijt
En mocht Patroon soms razen
Ik geef er weinig om,
Daar zijn nog andre bazen,
Die nemen mij werom.

Dan komen boeren klagen,
Met buikpijn, koorts en kramp,
Of andre soort van plagen,
't Schijnt wel een zondagsramp
Den een is wat verkouden
Of heeft pijn in zijn buik,
Een andre kan 't niet houden,
Van zeerte in zijn pruik.

'k Moet dan maar raad verschaffen
En helpen waar ik kan
Het boek van Kees van Draffen
Is meest mijn radensman
Schoon; niet voor alle kwalen
Geeft 't boek mij goede raad
Het wil nog wel eens falen
Vaak is 't ook lullepraat

Doch: is er slechts wat koude
In 't ligchaam; vastgezet
Het best dat 'k daarvoor houde:
Neem twee lood Alkant
Met n lood bloem van Zwavel
En drie lood Orvitaan
Teek dat maar in je snavel
't Zal dan wel beter gaan

Of; heeft men overladen
En wenscht men diarhe
'k Geef dan maar Zenebladen
Of beter: - Alo.
Het eerste wordt getrokken
En drinkt men net als thee,
Het tweede moet je slokken
- Neemt al het vuile mee.

Dan komen z'ook al vragen
Wat moet 'k aan kiespijn doen?
Al mijne tanden knagen -
"Vriend! neem een stuk katoen:
En doop het in wat eather
En stop het in de mond
Na twee uur is het beter
't Is 't beste dat ik vond.

Een andre, is verlegen,
Met jicht en podregra,
'k Heb reeds op 't been gelegen
Een lap met tinctura
Och man! 't Zal weinig baten
't Is kou sints lang vergaard
Je moest j'eens aderlaten
Voot 't u een ziekte baart

Zoo geet het in dez winkels
Des zondags'morgens steeds
Terwijl die boerenkinkels
Vertellen zoveel leeds
Den ene komt ons kwellen
Met een recept voor 't paard
Een andre komt vertellen: -
't Is niet de moeite waard.

Een derde. Zeer tevreden,
Over Doomnees preek,
Wil voor 't huiswaarts treden
't Geld doen in de week
En voor dochter kopen
Wat beste pepermint
En zoethout (want 't leert lopen)
Voor 't allerjongste kind.

Maar met de ambachtsmannen
Is 't erger nog gesteld
Verdwenen! zijn de plannen
Vroeg wordt je uit bed gescheld
En met half open oogen
De slaapmuts op het hoofd
En, twee pond verf gewogen,
Van zoete slaap beroofd

Van kerk gaan is geen sprake:
Dan liever verwen gaan,
Dat wij ons ieder lake
'k Blijf van de kerk vandaan
Want zooals vroeger Vader
Mij leerde, nog als kind,
Zoo is 't: waar men vergader
Ik niet mijn plaatse vind

Laat koopman mij maar geven
Al wat ik hem bestel
Hij moet van mij ook leven
'k Betaal hem net zoo wel.

En zoo gaat zondagmorgen
Voor onze luidjes heen,
Altijd voor andren zorgen
Zelfs zondags op de been.

Ik zoude na u mijne complimenten gemaakt te hebben; mijn naam hier onder kunnen schrijven en eindigen: doch juist zoo met een ontvang ik Vaders brief en 'k zal mij dus haasten dezelve los te breken, en zien of er ook iets voor mij in zit. hm! hm! hm!

-------------------------------------------------------------------------------

Deventer den 18 Juny 54
Geliefden!

Gedost in onze zondagskleeren, stapten wij vol blijdschap en hoop - zoo eigen aan het vurig gemoed van den jongeling - in een open rijtuig, bespannen met een weliswaar oud, doch nog moedig paard. Reeds hoog was de lentezon ten hemel gestegen en wierp mild hare lieflijke stralen over het nog weinig tijds tevoren gedrenkte aardrijk. Zachtkens blies de wind over veld en door Bosch en speelde met onze los om het hoofd hangende haren. Regts vertoonden zich niets dan heuvelen en dalen, waartusschen soms eenzaam en verlaten, hier en daar, eene schamele boerenwoning prijkte, terwijl we eene lange wijle ter linkerzijde niets dan uitgestrekte bosschen zagen, waarin de nachtegaal met hare verrukkelijke melodien ons oor aangenaam streelde. Doch! heerlijker vertoonde natuur zich achter die bergen - evenals onze harten zich ruimer gevoelden bij het aanschouwen der schoone te veld staande gewassen. Bekoorlijk prijkten in die boogaarden de bloeyende vruchtboomen, terwijl hare bloesems eene aangename geur verspreiden. Het gegons der beijen, het gekweel der hoog in de lucht vliegende vogelen - het geloei der koeyen - en het gedruisch der kikvorschen vormde wel een wonderlijk contrast; doch deed onze gehoorzenuwen lieflijk aan. Geheel de natuur was als een feestgewaad getooid, en verkwikte zich in de warme voorjaarszon, in de hope op een milder, en meer krachts ontwikkelend saizoen. Wij - die deze dag als tot een vreugde dag gekozen hadden, waren verrukt; en we hadden ons dan ook nog niet lang beziggehouden met het beschouwen der heerelijke natuur taferelen, of helder klonk ons het lied uit de bost [borst?] en weergalmde over de uitgestrekte velden, tot zoolang wij het aardig gelegen dorpje Vaassen met al hare omringende papiermolens voor ons, als in eene digte lommer gehuld zagen liggen. Een net kerkje (Deo, aan God gewijd) staat in het midden van het dorp, als op zichzelf, omgeven met een rij populieren; terwijl eene breede gracht de pastorij der R.K. Pastoor en het kerkje insluit. Stapvoets reden wij door het dorp tot wij: na de beide kopermolens en eenen waterval gezien te hebben - bij een niet zeer voornaam logement stilhielden, met het doel om het kasteel Kannenburg en zijn bosschen te bezigtigen. Een oud ridderlijk gebouw, in eene diepe gracht opgebouwd - met kleine vensterruiten - en drie torens erboven op: voorzien met schutgaten - en eene breede ophaalbrug van voren ter intgang, vertoont zich in het midden van een digt, doch klein en slecht onderhouden Bosch, waarin de eekhorentjes naar verkiezen op het donzig gras dartelen, of fluks, bij het vernemen van eenig geritsel, tegen de boomen opklauteren. Het zooveel besproken Kannenburg viel ons dan ook magtig uit de hand, schoon de schilderijen welke in de vestibule rondom aan den wand hingen, onze aandacht trokken en ons tot navraag drongen, om de afkomst van het aloud adelijk slot te vernemen. Regt boven de deur welke naar de wapenkamer leidt, hant het levensgroote portret van den generaal Van Rossem (stichter van het kasteel) aan eene tafel gezeten, bedekt met staatspapieren; terwijl aan de andere kant hangt, met ter regterzijde hare zeven zoons en ter linker hare zeven dochteren. De andere portretten stellen eenige uit de familie voor, wier achter, achter, kleinkinderen op den huidigen dag bewonen, ofschoon men gelooven moet, dat de reeds sedert eeuwen bestaan hebbende familie met dezen zal uitstreven daar het nu door twee broers bewoond wordt, en waarvan een gehuwd doch geen nakomelingen bezit. Nadat wij dit alles gehoord en gezien hadden, gingen wij weder naar ons logement terug en vervolgden, na ons met het sap der druiven gelaafd te hebben, onze reis naar Apeldoorn. In het hotel de Kroon (of ook wel genoemd het Engelse Hoerhuis) stapten wij af en plaatsten ons voor het huis, onder een met struikgewas begroeid afdak. Onze dampende thee, welke wij met grote teugen inzwolgen, leschte onze kwellende dorst en spoedig daarna - na onze bestoovene kleederen afgeschuyerd te hebben - grepen we onze wandelstokken en gingen op weg naar Z.M. lustslot het Loo. Trots verhief zich voor onze blikken, het vorstelijk paleis, waarop de oranje en driekleurige vlaggen wapperden - Majestueus prijkte het koninklijke gebouw, met al hare kostelijk gedrapeerde kamers, en de stallingen en koetshuis als twee vleugelen aan weerszijden opgebouwd. Het wemelde er van dames - pages - lakeyen en van in schitterend livrei gestoken knechts, temeer daar nu juist de Koning, zijne gemalin en de geheele hofstoet op het Loo aanwezig waren. Dadelijk meldeden wij ons bij den Opzigter van het Loo aan en verzochten het ark te mogen zien. Op het gelui van een klok kwam er dadelijk een geleider, welke ons eerst de luisterrijk versierde schouwburgzaal liet zien., en daarna ons vergezelde, langs alle vijvers gestremd met netten, waarin goudvissen waren; naar alle watervallen, fonteinen, en allen in volle bloei staande bloemen en gewassen. Schitterend prijkte in het midden van het park de Louisetempel, het boudoir, de vischfokkerij, de hertekam, alle gondels of gieken - voorzien met de namen Prins v Oranje, Prins Maurits, Prinses Marrianne etc etc. Jammer maar dat Z.M. juist op het Loo was omdat (uit order van Sire) het verboden was, zonder bijzonder toegangsbillet - zijne liefelingen, zijne konijntjes - te mogen zien, schoon het mij toch zozeer niet intresseerde, van wegens ik ze al bij een ander (na-aper) gezien hadt. Na dan alles gezien en bewondert te hebben, begaven wij ons danig vermoeid weder naar ons Hotl, en vielen daar, als hongerige wolven, op het voor ons gereed gezette middagmaal aan, bestaande uit brood, ham, kaas en een heerlijk glas Bordeaux wijn. Onder het genot van eene geurige Havannah en een fles Hochheimer, bragten wij verder voor het huis, onzen middag en een gedeelte van den avond door, totdat: de zon reeds lang achter hare kimmen gedoken, en eene koude avondwind, ons deed besluiten de terugtogt aan te nemen. Aanspannen, het voldoen der rekenning, ons gereed maken was het werk van een oogenblik, en hadden dan ook in weinig oogenblikken het Loo en alle schoons, en smerigs, achter de rug. Onze vrolijkheid duurde voort tot wij weder Deventers oude bolwerken waren ingereden en het doffe getrappel des paards ons als uit een droom deed ontwaken - om ons spoedig in Morpheus' armen te werpen - en daarna in de werkelijkheid terug te voeren.

--------------------------------------------------------------------------------

Donderdag den 22sten Juny

Hoe weinig de kermis hier ook om 't lijf hadt, kon ik toch niet nalaten een paar keer naar Duport (het eenigste spel van aanbelang) te gaan en, naar het bal hetwelk hier donderdag l.l. gegeven is bij van Eede in de Societeit. Heerlijk mooi was het stuk Magdalena dat zij gaven, doch het weerglas der liefde was miserabel flaauw schoon het door een aardig stukje gevolgd wierd het Welbewaakte Kind, waarin de Jonge Juffrouw Samethini heel mooi haar rol vervult. Een lust was het het kind te zien dansen, hetwelk zij, na afloop der Comedie, met Jacqui deed op hett bal. Bamberg en Mevr. Samethini kwamen naderhand er ook, om zich met dansen te vermaken. De nasleep van een eersten echt heb ik ook gezien, maar dan moet je je buik vasthouden van 't lagchen, zelfs Bamberg en Jacquis welke de hoofdrollen er in vervullen konden zich bijna niet bedwingen, omdat zij uit hun eigen, er zooveel bij maakten. Twee droppels water is flaauw, doch aardiger is Tanchon of de lierspeelster waarin Mevr. Klein mooi speelt evenals zij uitmunt in de Magdalena. Maar komaan de kermis is gedaan - en - bij velen de beurs ledig zoo dat zij zeker groote verligting in de broekzakken zullen voelen. Gisterenavond ben ik bij den logementhouder Broekhuis ontboden, omdat er daar familie van mij was. Zooals ik dacht, een stuk van eenen neef daar te zien, was het ook, want iemand welke ik mij niet herinner ooit gezien te hebben, sprak mij aan als neef en ik: in dezelfde taal antwoordende, verzocht eenige nadere inlichtingen. Hij was Pieter Postema (broer van Jan en Evert, beide nu dood), woonende te Ommerschans. Hij tracteerde mij op een glas grog (geliefkoosde Deventerdrank) en te zamen spraken wij zoo wat over familiezaken. Hij doel zijns komst was: omdat zijn zoon Harmen welke gedreigd was dood te worden gestoken, doch gelukkig het staal op zijn horlogie afgestuit, nu voor de Arronddissementsregtbank moet verschijnen. Gij wilt dit wel eens aan Grootmoe schrijven of zeggen en blijf na alle beste gewenscht te hebben uw liefhebbende zoon en Broer Roelof
De groeten van mij - en van P. Postema.

--------------------------------------------------------------------------------

Donderdag den 27sten Julij 1854

Geliefde Ouders, Broeders en Zusters!
Vreugde en droefheid, leed of druk, pijn of smart, genot en ontbering; alles wisselt elkander op deez aarde af. Heden rijk: morgen soms arm! heden verheugd; morgen in droefheid ter neer geslagen; Heden zich nog in het bij zijn van dierbare betrekkingen gelukkig gevoelende; morgen - in diepe rouw gedompeld. Ach hoe wanen wij ons soms dat de dood ons niet van elkander kan scheiden - dat dit leven een leven is zonder einde - maar toch; eindelijk slaat het uurtje dat het laatste zal zijn en de dood voert ons van deze aarde, naar eene andere betere woning. Gelukkig de mensch! Die werkt als ware het, dat hij altijd zal leven en die zoo leeft dat hij morgen zich gerust en blijde ter eeuwige ruste legt. Deze gedachten doorkruisten dezen morgen mijn hoofd (dwz) op den dag dat ik uw brief van den 23sten op den 26sten Julij ontving. Scheiden? Het is naar waaarheid, zooals ge (nl. I.) zegt. Ook mij spijt haar afsterven , omdat velen in hare vriendschap deelden. Voor ruim drie weken ben ik met Jan nog een paar dagen naar Lochem geweest, waarover zij zich zeer verheugde en mij zooveel genoegen deed als in haar vermogen was. Hoewel naar ligchaam misvormd bezat zij een edeldenkend hart - een hart dat zich het lot van zoovelen aantrok - Geen bedelaar schelde vergeefs aan hare deur - geen beehoeftige badt te vergeefs om ondersteuning - geen arme moeder in het kinderbed, of zij mocht zich soms te goed doen aan hare spijzen. Juist 's avonds voor haar dood kwam de kapitein te Lochem aan, en hadden nl Jan en Willem het plan gemaakt om Zondag aanstaande beide naar Lochem te gaan om haar verjaringsfeest te vieren. In zeventien jaren hadden de zoons en dochters niet zamen in de ouderlijke woning geweest, dus stelden zij zich daar veel genoegen van voor - maar: de mensch wikt, God beschikt.
Uw liefhebbende Zoon en Broer. Roelof
P.S. Ik schrijf deze niet om dadelijk te zenden maar omdat ik niets beters wist te doen.

--------------------------------------------------------------------------------

Deventer den 10 Sept 54
Lieve Ouders Brors en Zusters!
Onder het blazen des conducteurs van het door Hendrik zoo dikwijls op zijn klarint gespeelde stuk, rolden wij Groningens poorten uit. Hoewel het een allerprachtigste nacht was en de maan een zacht kwijnend licht over de stille aarde wierp, hoewel de schitterende sterren als door het luchtruim zweefden en ons des scheppers almacht verkondigden - toch konde ik met mijne togtgenooten, de slaap niet tot Assen uit mijne oogen weeren, maar had Morpheus mij reeds spoedig in zijne magt om mij te doen rusten en te laten droomen van de zoo spoedig vervlogen gelukkige dagen. Slapende stapte ik te Assen uit de diligence om na gefluit te hebben er ook slapende weder in te stappen. Mijne medgezellen waren ook allen spoedig ingesluimerd en den een viel al ronkende menigmaal tegen den ander om hem zijne illussin te verdrijven en hem in de werkelijkheid - de diligence - terug te voeren. Zoo reden wij droomende naar Meppel waar we een kop koffij gebruikten en machinalement weder in de postwagen stapten. Ten acht ure arriveerden wij te Zwolle en gevoelde ik daar eerst regt dat ik mijn alln leven weder zoude moeten beginnen. Niet zeer aangenaam vervolgde ik dan ook mijne reis naar Deventer, om daar weder het bijzijn van geliefde betrekkingen te moeten missen en als op mijzelf, alleen mijne weg te moeten bewandelen. Met weinig lust begon ik dan ook mijne werkzaamheden, dezelve om zes uur stakende om mijn opgenomene boodschappen uit te voeren en hier of daar een bijna onontbeerlijk geworden kop koffij met een boterham te gebruiken, hetwelk mij bij een mijner kennissen wierd aangeboden. Vanmiddag is het mijn uitgaansmiddag en hoop ik in gezelschap van mijn vrienden dezelve eens regt genoegelijk door te brengen daar dit een mijner grootste vermaaken in mijn verblijf te Deventer is. Terwijl ik hier zoo zit te schrijven, vliegen die oogenblikken welke ik bij u was mij menig keer weer door het hoofd. Dan meen ik in mijne gedachten Hendrik met zijne juffer nog te zien zitten en terwijl ik op reis naar hier was zie ik hem beladen met zijne handschoenen naar Loppersum rijden. Dan weer hoor ik Ipoj vol gloed redeneeren van zijn schoone en verbeeld ik mij hem reeds op weg te zien om een blaauwe scheen te halen f die zo zoete eerste liefdeskus. Maar verbeelding is slimmer als de derdedaagsche koorts: het is spreekwoord en wil mij dus maar liever bij de zekerheid houden ofschoon ik spoedig iets meer van mijn beide amoureuse broers hoop te vernemen. Juffer Dommering een beetje schurfetrig en de Notarisdochter anders zoo als Hendrik zegt een knappe meid heeft bij geluk of ongeluk de tanden uit haar mond verloren. Ziet daar dan twee idealen van schoonheid aanminnigheid etc etc voorwaar types voor een roman. Evenwel hoop ik haar na verloop van tijd als mijns schoonzusters te mogen begroeten. Ik ben gezond en hoop spoedig uw aller welstand ook te mogen vernemen.
Na groete aan allen en uwe log
Spoedig wensch ik dat moeder mij mag schrijven dat zij gezond en frisch is.
Ben uw liefhebbende Bror, Zoon en Neef,
Roelof.

--------------------------------------------------------------------------------

Deventer den 4 Octob 54

Geliefde Ouders, Brors en Zusters!

Reeds lang is de zon achter hare kimmen gedoken - de dag welke voor weinige oogenblikken ons geheel omstraalde heeft plaats gemaakt voor het donkere nachtfloers. Langzaam treedt de maan uit hare schuilhoek te voorschijn en rijst met zachte luister al hooger en hooger. Sterren als bezaaid aan het luchtruim lichten en flikren daar als zoovele hemelbollen aan de transen. Een verheven gevoel doorstroomt den mensch bij den aanblik van al dit schoone en goede. Men gevoelt zich als nader bij de Godheid gebracht wiens hand in een wenk dat alles doet te voorschijn treden of als in n oogeblik dat alles weder plaats doet maken voor dikke duisternis of helderlichte dag. Niet willekeurig handelt de Schepper met zijne natuurelementen - alles is aan wetten (door Hemzelven ingesteld) verbonden. In 24 uur wentelt de aarde om haar as tegelijk in n jaar om de zon (die zich ook weer in zichzelve beweegt) draayende. Drom zweven en draayen weder die menigvuldige sterren en planeten, met hare wachters of manen. Bepaalde oogenblikken waait de wind uit dien, en weder andere tijden uit den tegenovergestelden hoek. Eb en vloed wisselen elkander af - Stilte of storm - lles is gebonden aan die natuurwetten welke alles doet bewegen en zijn. Ja! week eenig natuurverschijnsel slechts een vingerbreedte van zijne plaats - het gansche heelal zoude te niet zinken. Verschoon deze mijne ontboezeming welke reeds zoo menigmaal door annderen is geschreven en wedergeschreven, zoodat het bij grooten en kleinen eene tienmaal bekende zaak is - toch heeft men oogenblikken waarin [kennelijk ontbreekt er een vel in de brief] En onze buurman een glas madeira geschonken. Hartelijk verheugd was ik spoedig een gouden horlogie te zullen ontvangen ook al ter mijner 20ste verjaring. Ik dank u. niet omtrent niet te ontvangen, maar in de veronderstelling alsof ik het reeds had. Mijne pronkzucht wenscht het spoedig te kunnen dragen dus is het niet teveel gevergd hoe eerder ik het heb hoe liever. Misschien kent Ipoj Schierbeek van zoo nabij dat hij het wel mede zou kunnen nemen f (ja, ik weet het niet) met de Post?

Ipoj! Dat ben ik niet met u eens altijd en voornamelijk in dat vak het juiste milieu of Hollands gezegd de middenweg te kiezen want ik vrees altijd voor een stijve nek. Gij weet het is een lastige kwaal - de hals en nek vol watten gestopt, natuurlijk de vele tipjens buiten de doek - katoentjes in de ooren - niet regts of links te kijken uit vrees een nekbeen te breken. Nu kom jij zoo maar eens bij een juffer waarop uw hart verzot is doch de mond bijna niet in staat behoorlijk uwe liefdesverklaring te doen en in uw zelf mompelende: die beroerde nek, 'k wou dat de juffer maar vlak voor mij bleef zitten, doch niet dan hier, dan daar. Een blaauwtje man zit er dood op. Volstrekt keur ik het niet goed hoog in de lucht te kijken, want dan loop je gevaar velen voorbij te loopen, ja zelfs ondersteboven te loopen, zoodat je van schrik eerst later bemerkt dat het een dame was die je wel graag woudt hebben maar nu eer verwoedt dan verliefd op je is. Evenmin laag bij de grond want de beau [seye?] is erg gebeten op voetzoekers. Dus broertje, dan eens hoog dan eens laag dan eens in het midden zal mogelijk het beste nog maar zijn. En dezulken zijn ook het beste in der dames smaak. Ik voor mij denk daar aan nog niet. Mijn broers moeten mij eerst de weg gemakkelijker maken en met hun voorbeeld toonen dat zij het aan het regte eind hebben.
Nu dank en groete aan allen
Uw Roelof
Tot later.

Hierin:

4 October
Lieve Vader
Dank voor uwe wensch! Tot dusver heeft God mij geleidt zoo spreekt gij. Ja, als een kind leidde hij mij bij zijne hand op dit dal, steeds, al rukte ik mijne arme er uit, wilde hij hem weer terugnemen en mij rondvoeren op het anders zoo duistere pad. Ik bidde met u dat Hij mij verder zal leiden, hoe krom de paden dan ook zijn, het is niet moeylijk meer want het doel waarheen wij ons begeven is de heerlijkheid Gods. Ik ontving vanmorgen de couponnetjes waarvoor ik u Vader dank en wensch dat het gebruik daarvan door mij welgevallig mag zijn.
Ik ben gezond en wensch u dan bij voortduring ook toe.
Vader zegt dat de jenever zoo duur is, doch wat is niet duur? Artikelen in dit vak welke naar ik hoor in geen 50 jaar prijsverandering hebben ondergaan zijn in de laatste tijd aanmerkelijk in de hoogte gestegen. Mijn Patroon heeft zich ook eens in de handel gewaagd want hij heeft een vat Cremortartarie (300 pond) tegen de prijs van f 60 gekocht en 6 fles terpentijn tegen 30 gulden. Et eerste is nu reeds op f 80 en het laatste f 36. De wijn zal ook wel duur worden door de in de druiven heerschende ziekte, althans de Wijnsteen en Cremortart loopen zeer daardoor in de hoogte. Specerijen worden ook duur. Op het vat Nagelen als Vader het nog heeft, kan u nog wel wat verdienen. Ik eindig na u alle beste gewenscht te hebben en ben uw liefhebbende zoon
Roelof.

October 4
Lieve Moeder!

Gewigtig is deze dag Moeder! Alweer een schreedtje nader aan 't Huis van den Vader. Negentien jaren vlogen zoo achter een volgende over mijn hoofd - voor mij was die verloopene tijd (schoon weinig doornen distelen vertoonden zich in die tijd voor mijne voeten doch de lente was het dus ver, nog, welhaast is zij voorbij en maakt plaats voor de hete zomer, al hooger en hooger klimt de zon voor mijn aangezicht, heeter en heeter worden zijne stralen, totdat zij allengskens voor de naderende herfst. Naar osn oordeel, wanneer men des menschen loopbaan op zeventig of tachtig mag rekenen - is voor mij de lente voorbij. Het bloempje heeft zich geopend en prijkt op het schitterende veld doch met die bloempjes groeit ook het onkruid. Wel roeit de landman het uit doch de wortel kan hij maar niet vatten. Alzoo ook ik mijn vierde gedeelte des levens is om, alzoo de lente voorbij. Het onkruid groeit met kracht op. Maar wacht, het onkruid mag de vrucht niet verstikken. Het moet met wortel en al uitgeroeid worden, want dan eerst ziet met het schitterende der bloem of vrucht - dan is het leven heerlijk. Mijn dank breng ik u Moeder voor de wensch, dat God zijn zegen er op schenke. Lang heeft Moeder mij niet geschreven dus kunt ge wel denken dat het mij aangenaam was er een te ontvangen en ik blijf dus niet in gebreke u een weer om te zenden.
Met mijn kleding is het op het oogenblik nog goed gesteld dus zullen wij daar wel over spreken wanneer ik te huis kom want die elf week zijn spoedig vervlogen. Ik hoop u alsdan allen te ontmoetten in de beste welstand, mij zult gij niet weerherkennen want ik ben niet meer die kleine Lilliputter maar behoor in het land der reuzen.
Alzoo Moesje blijf gezond en vergeet niet uw liefhebbende zoon Roeltje.

--------------------------------------------------------------------------------

Deventer den 29 October 54

Geliefden!

Mijn dank - eenigste wat ik u kan aanbieden - breng ik u van ganscher harte voor het mij geschonkene horlogie toe. Hoewel eene naauwkeurige beschouwer geene draaijing der wijzers opmerkt, is het toch met regt het zinnebeeld des tijds. Hij wijst ons met zekerheid het voorspoeden des tijds, doet ons jaren in weken en dagen - eeuwen in jaren verdelen; is ons een gids bij alle onze daden en werkzaamheden en doet ons opmerken, dat de geest en ontwikkeling des menschdoms steeds daarmee moeet vooruitgaan. 2 jaar heb ik hier reeds doorgebracht, en hoop na verloop van 6 maanden weder in u midden te zijn. Gemakkelijk was en is mijn taak hier; toch doet mij het denkbeeld eene zwaardere last te moeten torschen, mij niet afschrikken, want met vereenigde krachten valt zij niet zoo zwaar te dragen en zal ligchaam en verstand meer doen ontwikkelen dan het aan de leiband eens anderen te loopen. Evenwel het is mij goed hier een tijdlang te zijn, daar ik een vak leer hetwelk ik misschien bij een ander niet kan leeren.

De programma, koek en afscheidspreek van Dr Meijboom waren mij welkom. Laatste heb ik gelezen en vind die, met u, mooi. Dr. Zaalberg heeft op dezelfde avond alhier zijn afscheidspreek gehouden. Erwijl de klok vier uur tekende en dit door het slaan een hare geeerde stadgenoteoten nmeedeelde verliet eene niet zeer talrijke schare het heiligdom, eenigen om de preek in hunne woning te herdenken, anderen om na verloop van enige minuten zich er wederom heen te begeven ter bijwoning der afscheidsrede van Dr. Zaalberg. Hartelijk sprak hij tot zijne hoorders naar 2 Corinten 6 vers 1. En wij, mede arbeidende bidden dat gij de Genade Gods niet te vergeefs moogt ontvangen hebben, ofschoon zooals trouwens zijn gewoonte is, hij, eene al te hooge dunk van zich zelven als gods gezant aan de dag legde. Nadat de klok reeds acht uren geslagen hadt eindigde de leeraar zijne toespraak, terwijl velen geroerd toch hunkerden naar koffij en boterham en sommigen als spreeuwen gaapten. De man welke een boterham in zijn zak had gesloten lachte in zijn vuistje, terwijl een ander goede vriend wien bij ongeluk een naast hem staand man als een reiger in de jaszak hadt gespogen door het ledigen zijner maag, sterk naar eenige hartsversterking verlangde. Als aanhanger van laatste dient nog: dat zeker geacht man uit de kerk wierd gedragen daar men in dwaling verkeerde en een flaauw mensch voor een dronken kerel even lakoniek buiten de deur zetteden. Een ander vertelde mij dat de lieve jeugd, zonder erg natuurlijk, een boer aan eene boerin hadden vastgemaakt en: terwijl de boer even wilde opstaan, de boerin hem heel bescheiden meedeelde dat zij niet wenschte me te gaan.
Gezondheid is steeds mijn deel en wensch u allen hetzelfde toe. Ook Hendrik Klein wensch ik van harte beterschap en verzoek hem mijn groete te doen; benevens alle andere betrekkingen, vriendjes en vriendinnetjes.

Uw liefhebbende
Roelof
De groete van Jan aan u allen en inzonderheid aan een op hem hoopend meisje.

--------------------------------------------------------------------------------

Ongedateerd 1 (op hetzelfde briefpapier als april 1853)

Geliefden!

Ik heb: doch laat ik hier maar niet over beginnen, want het is pas donderdagavond, en er bestaat misschien nog gelegenheid, voor ik deze zaterdag verzend eenig berigt van u te ontvangen. Gij zult zeker wel zeggen dat ik het nog uitstellen kan, u enige regelen te schrijven, zoodat ik alsdan meer zoude weten te schrijven of te beantwoorden, doch ik ben nu toch eenmaal aan 't schrift en zal dus maar tot zoolang vervolgen, tot mijne hersenkast niets meer bij elkander weet te schrapen, te meer daar ik weinig lust aan 't lezen heb, schoon: de IJsselbode, zoudt gij zeggen, naast u ligt - Mis: dat is het geval niet doch (zooals men gewoonlijk zegt: de geleerde pakt zich tusschen boeken en geschriften) aan mijn rechterhand ligt Gerardin Revue Brittanique, terwijl links de Huisvriend en het Nederlandsch Magazijn liggen. Doch geen van dezen oefenen zooveel aantrekkingskracht op mij uit, dat ik er een van ter hand zal nemen. Evenwel moet gij niet denken dat alle deze boeken mij behooren schoon men wel eens gaarne met een anders veeren pronkt, doch het zoude toch te vergeefs gefluit zijn als het paard niet pissen wil, daar gij wel weet dat ik niet een zoo gewigtig en geleerd persoontje ben dan ik mij bij een ander, door mij tusschen eens anders boeken te pakken en hem iets voor te pogchen, wel zoude kunnen doen schijnen. Maar enfin ik lul daar maar weer wat op de pof en zoude u misschien met zoo'n geleuter vervelen. Dus eerst eens een pijp aangestoken: of zooals Jan zoo meteen zegt, de tabak, en alsdan nog maar eens verder bedacht wat er zoowat te vertellen of te schrijven valt. Treurig gingen twee mannen met langzamen tred thuiswaarts en schoon de sterren als zoovele werelden, fonkelende, in het luchtruim zweefden, terwijl de maan, zacht kwijnende, hen vriendelijk scheen te willen toelagchen, toch het was duister in hunne ziel, geen maan of sterren of eenig ander beeld scheen hen eenige verademing of verligting te schenken. Zoo begon menig romanschrijver met eene aandoenlijke geschiedenis, doch niet altijd komen bij of behoeven bij die verhalen zulke fantastische beelden gevoegd te worden, de geschiedenis is soms op zichzelf reeds aandoenlijk genoeg. Zoo is het dan ook met de beide Heeren. Beide hebben zij, plat uitgedrukt, een paar schenen geloopen. Aan den een is de schoone ontvoerd en daarbij alle zijne schoone illusies, terwijl den ander het aan moed of verstand ontbrak om zijn amazne te behagen. Beide zijn zij verslagen en schoon zijn het zich schijnbaar in het geheel niet aantrekken geloof ik toch dat zij als arme kluizenaars verder hun leven zullen moeten doorwandelen tot aan hun dood. Doch genoeg, gij weet nu dat zij beide een blaauwtje hebben geloopen, hetgeen op die leeftijd nogal van eenige beteekenis is dunkt mij.
Zooals gij weet woedde hier l.l. week eene hevige brand: de vlammen stegen tot hoog in de lucht terwijl de vonken boogsgewijze gelijk een vuurregen tot op verre afstand weder ter aarde vielen. In het eerst scheen het blusschen onmogelijk te zijn doch met vereenigde krachten was men de brand in bijna 3 uuren meester. Natuurlijk was ik er dadelijk weer met mijn neus bij en heb daar als zoovele anderen mijn best gedaan en druipnat doen worden.
Deventer vergenoegd zich niet meer met 4 Dommis maar wil er nu vijf. In den kerkeraad is gisteren goedgekeurd den koning approbatie te verzoeken tot het beroepen eener vijfde leeraar, alsmede iss men dan ook nog hier van plan een garnizoenskerk te bouwen. Of het een en ander van gevolg zal wezen hangt natuurlijk van onzen geerbiedigden Koning af, doch men denkt algemeen het wel tot stand zal komen. Welnu een paar domins zullen hier wel te krijgen zijn, althans gij weet er zeker wel een paar goeden: bijv. Dom. Romeling en Hoen want dan zoude er ook zoveel geharrewar niet zijn. Wij willen het dan tenminste maar voor bepaald houden en eindigen na u alle beste gewenscht te hebben uw liefhebbende
Zoon en Brortje Roelof.

Hoe is het nu toch te Veenwouden?

Groete aan allen!

--------------------------------------------------------------------------------

Ongedateerd 2 [jaarwisseling 1854/1855].
(kennelijk een inlegvel bij een andere brief)

Bij nevensgaand billet heb ik eerstens nog eenige regelen te voegen vr ik u met een paar andere dingen bekend maak. Eene philosophische beschouwing van den overgang van het oude in het nieuwe jaar te leveren, ben ik niet bij magte, evenmin als gij van mij eene zedenkundige brief wenscht te ontvangen - toch mag ik niet nalaten u, bij den intrede eener nieuwe tijdkring Heil en zegen, voorspoed en geluk! toe te roepen. Mogten wij allen in den afgeloopen jaarkring ruim ons deel ontvangen van des Onzienlijken goedheid - mogten wij allen als aan zijnen zegenenden Vaderhand geleidt worden - mogen onse harten ook tot niets als dank, oneindige dank gestemd wezen, ook nu wer staren, hopen wij op de toekomst. Bekommerd vragen wij: wat zal 't ook nu wer zijn? Wij pogen vooruit te zien - door het floers hetwelk nog voor het toekomende gespannen te blikken - zoo gaarne willen wij den sluyer dezen nieuwen tijdkring opligten om te vernemen of niets dan geluk ons weder wachtende is - doch tevergeefs! Geen antwoord ontvangen wij op onze onrustige vragen. En waartoe ook? Rusten niet alle dingen in des vaders hand? Maakt Hij het niet tot een ieders best? Doet hij niet zelfs alle dingen medewerken ten goede? Ja, mogen er dan ook aan den horizont dikke, sombre, dreigende onwersbuyen te zamen pakken - achter die nevelen blikt nog de zonneschijn. Ja mogen orkanen woeden, die alles op hare grondvesten doet schudden en beven - door de wind wordt de lucht weder schoongevaagd en het heerlijke zonlicht treedt weder schoner als tevoren te voorschijn. Tren we dan blijmoedig het nieuwe jaar wer tegemoet - de een den ander bijstaande waar zijn krachten mochten te kort schieten.

Boven sprak ik dat ik u nog met een paar dingen wilde bekend maken; wenschende dat het u welgevallig moge zijn. Primo! A priori! zeggen de geleerden en ik zeg heen na! In plaats van met Mei a.s. weder bij u te komen wordt mijne komst een paar maanden vervroegd, doordien mijn Patroon zoo gelukkig mogt zijn, te slagen in het verwerven eener plaatsvervanger voor mij. Het is ook een Logchemsche wien tegenwoordig bij zijn Vader op het kantoor werkzaam is, doch wenschte zoo spoedig mogelijk in een andere betrekking geplaatst te worden. Wegens de weinige drukte welke hier vr de maand Mei heerscht wilde mijn Patroon hem liever iets vroeger hebben, om hem tegen het meerder wordend debiet eenig zins met de routine der zaak te hebben bekend gemaakt. Mij komt het ook niet ongevallig voor, althans wanneer ik bij u nog dezelfde sympathie aantref om zelve eene affaire te beginnen.
In de andere maand regt mijn Patroon er een glaskooperij bij op, daar de glaskooper alhier meer en meer overhellen tot die oude staathuishoudkunde. Zij hebben namelijk met de verwers en glazemakers een verbond aangegaan om aan niemand te verkoopen of crediteren dan aan hen welke een patent bezitten als glazemaker of verwer. (Wonderlijk dat men in den tegenwoordigen tijd nog zijne toevlugt neemt tot die aloude monopolie stelsels!). Ook dit treft zeer goed daar ik alsdan ook nog eerst eenigzins met den glashandel bekend word.
Maandag den 7 of 8 Januarij komt hier de eerste reiziger met wien mijn Patroon evenals de anderen mij in kennis wilde brengen, om zelf dan beter met hen te kunnen spreken. Vader wil wel zoo goed zijn mij op een en ander spoedig te antwoorden en er zijne goedkeuring aan hechten, edoch wilt gij voor mij eene betrekking met 700 800 salaris en het daar aan verbondene vrije leven op te sporen - 't is mij goed!
Uw Roelof

--------------------------------------------------------------------------------

Ongedateerd 3

Geliefden!
Vooreerst adresseer ik mij tot Hendrik Boelmans, om hem de goede overkomst te verwittigen van het muntbillet. Evenals hij, uit naam van Oom Boelmans het mij tot cadeau aanbied, verzoek ik hem ook uit mijn naam oom een Tante er mijnen dank voor toe te brengen, en bijvoegende dat ik het tot een niet onnuttig doel zal besteden.
Ten tweeden: wend ik mij nogmaals tot H.B. maar nu, in zijn betrekking als boekhandelaar. Wees dan zo goed om voor mij: Blikken in het leven der natuur, door A. Bernstein, te bestellen. Er zijn bereids bij G.T.N. Suringar te Leeuwarden drie nommers verschenen. Get.: 1. Waar blijven de dingen; 2. Het binnenste der aarde; 3. Het weder. Vooreerst zullen er 6 nommers verschijnen om bij grooter debiet er mede te continueren. Deze stukjes zooals gij weet kosten 90 cent, mits men het bestelle voor het verschijnen van het 4de nommer.

Zaterdag den 3den Maart kom ik te Groningen en hoop enige mijner brors te Meppel aan te treffen. Om zeven uur gaan ik op schaatsen van hier, over de IJssel naar Zwolle en vervolg mijnen weg over het Zwarte Water tot Meppel waar ik, u aantreffende, verder in gezelschap met u naar Groningen rijd. Woensdag l.l. heb ik mijn schaatsen gebroken, maar heb voor 75 cent een paar anderen gekocht waar ook al niet veel aan gelegen is. Enfin, ik zal het er maar op doen daar ik toch nog de beste rijder ben van mijne kennissen. Niets bijzonders weet ik u op het oogenblik te schrijven en eindig dus na u het beste gewenscht te hebben.
Uw Roelof

De groete!

--------------------------------------------------------------------------------

Hamburg maart 1880

Lieve Rie
't Is zondagmorgen half tien. 'k Heb mijn thee en broodje op en heb ik mij op mijn slaapkamer begeven om u eenige letteren van mij te doen geworden. Vooreerst moet ik u berichten dat ik gezond ben en wou ik dat ik eventjes wist hoe of het met vrouw en kind was. Zoo gaarne zou ik wenschen dat Annes hoesten over was en dat onze beste moeke zich met het kleine lekkere ding goed amuseerde. 'k Wil het echter maar hoopen en reken ik daar in mijn gedachten ook op. 't Spijt mij Rie je te moeten melden dat wij eerst maandagavond eerst terugkomen. 'k Hoop met de trein van 8 uur tenminste wanneer er op die trein vanaf hier aansluiting is. Onmogelijk kunnen we hier vandaag vandaan. Ge moet weten dat gisteren en eergisteren avond gedurende de stille week alle theaters, alle concerten, opera's gesloten zijn en nu wordt vanavond alles weer geopend - de Heer Egener waarmee wij gisteren conferentie hadden deelde ons mede dat hij in onderhandeling was met eenige artiesten uit het Concordia concerthuis en dat hij bepaald voorstelde heden avond de voorstellingen bij te wonen en te oordelen. 't Spreekt vanzelf dat we daar aan voldoen want ik zou zoo gaarne wenschen dat wij voor het Groninger publiek met iets goeds in de kermis voor den dag kwamen. De heeren Tetrode en Gorter zijn over onze vriend Stiel uitstekend voldaan - Maar verbeeld je ook wat ontvangst enz wij hadden. Toen we te Hamburg arriveerden wachtte hij ons op het perron en stond de vigilante klaar die ons met hem naar het Hotel vervoerde - Daar gekomen stond er een fijn diner klaar twelk eindigde met Champagne. Een prachtig dineetje voor ons 3, hij en zijn compagnon de heer Bekker. Daarna (10 uur) eenige voorname caffs bezocht die prachtig zijn en toen om een uur naar bed. Gisteren morgen dadelijk wat met een open rijtuig getoerd en toen kwam de heer Stiel ons alweer uitnodigen tot een dejeuner om 12 uur (ook al weer met Champagne). Daarna heeft hij ons verschillende merkwaardigheden enz enz laten zien tot aan het diner 't welk hij bij zijn vrouw deed en wij aan table d'Hote - Na afloop hiervan hield den Heer S. ons weer af en liet hij ons verschillende zien in St Pauli - waar wij per tram naar toegingen - zoo was de afloop van deze ook zeer aangenaam. Straks om elf uur zal hij ons weer afhalen om bij hem aan huis te ontbijten - en famille - Hij woont namelijk op een villa een half uur buiten de stad. 't Is hier prachtig weer en denk ik dat we vanndaag ons wel weer kunnen amuseeren. Hebt ge ook al weer eens een brief van de groote schat - wat zal die wel zeggen dat ik als Herr Director naar Hamburg ben?
En nu lieve Rie, schik je er maar in dat ik alleen plezier heb. We hoopen met eenige weken dat te zamen te hebben.
Kus de kleine schat voor mij en wees steeds gezond.
Uw Roelof.

Aantekeningen.
Jan de Visser en Willem de Visser zijn Roelofs Patroon in de drogist in Deventer, waar hij van 1852 tot 1855 ruim twee jaar in de leer is. Willem de Visser, drogist, geb. Arnhem ca 1821, zn.v. Willem de Visser (rijksontvanger) en Maria Henriette Six, X Deventer 29-1-1857 Isabella Maria Abbing, geb. Deventer ca. 1830.




Genealogie Kranenburg Chicago


Descendants of Huybert Dircksz. from Hazerswoude. (With special reference to immigrants with surname Kranenburg in the USA.)
Document Courtesy Dale Kranenburg in Chicago, IL.

I
Huybert Dircksz, born in Hazerswoude (ZH) circa 1595, died after 1661. j.m. (=bachelor) from Hazerswoude (near Leiden). He was married in Nieuwkoop (ZH) on Sunday September 18, 1622 in church
(1) to Machtelt Teunis, died before 1655. (She was widow of Gerret GIJSEN, born in Nieuwkoop (ZH), died before 1622.)
From this marriage:
1 Teunis Huybertsz (KRANENBURG), christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday September 24, 1623, follows II.
2 Maritge Huyberts, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday July 11, 1627.
He was married on Thursday February 4, 1655 in church
(2) to Marritge JACOBS, born in Nieuwkoop (ZH).
From this marriage:
3 Jacob Huyberts, christened on Sunday June 27, 1660.

II
Teunis Huybertsz (KRANENBURG), christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday September 24, 1623, son of I. He was married to Gooltje Gerrits (KOOY).
From this marriage:
1 Cornelis (KRANENBURG), christened in Nieuwkoop (ZH) on Thursday January 7, 1655.
2 Cornelis Teunisz KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday November 5, 1656, follows III.
3 Machtiltge (KRANENBURG), christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday July 10, 1661.
4 Dirck (KRANENBURG), christened in Nieuwkoop (ZH) on Friday October 6, 1662.

III
Cornelis Teunisz KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday November 5, 1656, son of II. He was married to Marritje Stoffels VAN WIERINGEN.
From this marriage:
1 Annitje KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday September 10, 1679.
2 Teunis Cornelisz KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday October 5, 1681, follows IV.
3 Weyntje KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday October 18, 1682.

IV
Teunis Cornelisz KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday October 5, 1681, son of III. He was married
(1) to Beertie Claas VAN WIERINGEN.
He got the banns published on Friday December 1, 1719 and was married in Nieuwkoop (ZH) on Sunday December 17, 1719 in church
(2) to Merrigie Klaas KOOIJ, born in Aarlanderveen (ZH). From this marriage:
1 Marrigje KRANENBURG alias Merrigie, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday April 18, 1723.
2 Klaas Teunisz KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened on Sunday March 17, 1726, follows V.

V
Klaas Teunisz KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened on Sunday March 17, 1726, son of IV. He was married in Nieuwkoop (ZH) on Wednesday May 3, 1752 in church to Marretje Dirksz VAN DER NEUT, born in Bodegraven (ZH).
From this marriage:
1 Neeltje KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday March 11, 1753.
2 Teunis Klaasz KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Sunday May 15, 1757, follows VI.
3 Helena KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday November 22, 1761.

VI
Teunis Klaasz KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Sunday May 15, 1757, son of V. He was married in Nieuwkoop (ZH) on Sunday August 22, 1779 in church to Marietje Pieters VAN LEEUWEN, born in Nieuwkoop (ZH).
From this marriage:
1 Klaas KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday November 21, 1779.
2 Pieter KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened there on Sunday March 4, 1781, follows VII.
3 Klaas KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday March 3, 1782.
4 Neeltje KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday April 25, 1784.
5 Dirk KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday March 19, 1786.
6 Leendert KRANENBURG, christened in Nieuwkoop (ZH) on Sunday November 25, 1787.
7 Leendert KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened on Monday March 1, 1790.
8 Leendert KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened on Sunday September 4, 1791.

VII
Pieter KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH), christened there on Sunday March 4, 1781, son of VI. He was married in Nieuwkoop (ZH) on Sunday January 17, 1802 to Beertje Klaase GARENTJE, born in Mijdrecht (U), living in Zevenhoven (ZH).
From this marriage:
1 Theunis KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Friday July 9, 1802, christened on Sunday July 25, 1802, follows VIII-a.
2 Marigje KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Monday August 17, 1807, christened on Sunday September 6, 1807.
3 Leendert KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Friday August 10, 1810, follows VIII-b.

VIII-a
Theunis KRANENBURG, schuitenjager (bargeman) and turfschipper (peat shipper), born in Nieuwkoop (ZH) on Friday July 9, 1802, christened on Sunday July 25, 1802, living in Nieuwkoop (ZH), son of VII. He was married to Johanna DE GRAAF. They were not married in Nieuwkoop or Lisse.
From this marriage:
1 Pieter KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday May 6, 1831 (Ned. Herv. (Dutch Reformed)), follows IX-a.
2 Hugo KRANENBURG, born in Nieuwkoop (ZH) on Saturday November 3, 1832, follows IX-b.
3 Leendert KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Thursday August 11, 1836.
4 Teunis KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday February 23, 1838.
5 Johanna KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday January 18, 1842.

VIII-b
Leendert KRANENBURG, landbouwer (farmer), born in Nieuwkoop (ZH) on Friday August 10, 1810, son of VII. He was married (1) to Hendrika KROMHOUT, born on Thursday December 27, 1798. He was married in Lisse (ZH) on Thursday February 19, 1874
(2) to Maria MIJLAND, born circa 1838, daughter of Dirk MIJLAND and Johanna WILDERINK.
From this marriage:
1 Leentje KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday November 23, 1874, died there on Sunday October 20, 1889.
2 Pieter KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Saturday March 4, 1876, died there on Friday March 24, 1876.

IX-a
Pieter KRANENBURG, workman (arbeider) and schuitenjager (bargeman), born in Lisse (ZH) on Friday May 6, 1831 (Ned. Herv. (Dutch Reformed)), died on Friday August 19, 1892, son of VIII-a.
Pieter was born on a peat-boat. In his birth record the official residence of his parents was given as Nieuwkoop. He was married on Sunday April 19, 1857 to Antje MOL, dienstbode (maid servant), born in Amsterdam (NH) on Saturday November 3, 1827 (Roman Catholic), died in Lisse (ZH) on Thursday November 24, 1887, daughter of Klaas MOL and Catharina VAN BAAR. Settle in the house number 114 in the Dorpstraat in Lisse on August 12, 1857.
From this marriage:
1 Teunis KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday January 22, 1858, follows X-a.
2 Nicolaas KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday November 21, 1859, died there on Wednesday September 4, 1861.
3 Nicolaas KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday July 25, 1862 (Roman Catholic), follows X-b.
4 Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Wednesday December 7, 1864. She was married in Lisse (ZH) on Thursday May 6, 1886 to Johannes Petrus RIPHAGEN, schoenmaker (cobbler), living in Purmerend (NH), son of Jan RIPHAGEN and Elisabeth BONN.
5 Leendert KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Wednesday December 7, 1864.

IX-b
Hugo KRANENBURG, schippersknecht (barge hand), born in Nieuwkoop (ZH) on Saturday November 3, 1832, son of VIII-a. He was married in Lisse (ZH) on Sunday March 13, 1859 to Catharina KLEYWEG, born in Lisse (ZH) on Sunday October 11, 1835, daughter of Johannes KLEYWEG and Petronella VAN DER KLANT.
From this marriage:
1 Anna Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday January 24, 1860. She was married in Lisse (ZH) on Thursday October 16, 1879 to Dirk DUBBIS, molenaarsknecht (miller's man), born on Saturday March 5, 1853, son of Hendrikus Jacobus DUBBIS and Johanna PROOPER.
2 Petronella KRANENBURG, born on Friday April 25, 1862. She was married on Thursday November 1, 1883
(1) to Gerardus BEKKER, son of Pieter BEKKER and Christina LOOPER.
She was married in Lisse (ZH) on Wednesday September 13, 1893
(2) to Martinus NIJLAND.
3 Hugo KRANENBURG, born on Tuesday November 24, 1863, follows X-c.
4 Johannes KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday December 6, 1864.
5 Johannes KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday January 14, 1867.
6 Johannes KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Wednesday June 17, 1868.
7 Teunis KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Saturday August 28, 1869, follows X-d.
8 Elisabeth KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Wednesday January 15, 1873.
9 Jacob KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday March 28, 1876, died there on Friday August 25, 1876.
10 Johanna KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Saturday June 9, 1877, died there on Tuesday October 16, 1877.
11 Johanna KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday September 20, 1878. She was married in Lisse (ZH) on Thursday March 29, 1906 to Albert Jan BURGERS, tuinknecht (gardener's man), born in the year 1880, son of Albert BURGERS and Elisabeth NESSELAAR. Depart 31.3.1906 to Elst (Gld).
12 Jacob KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday September 20, 1878, follows X-e.

X-a
Teunis KRANENBURG, besteller (postman?) and stoombootdekknecht (deck hand on a steamboat), born in Lisse (ZH) on Friday January 22, 1858, buried in Hackensack, NJ, son of IX-a. He was married in Lisse (ZH) on Thursday March 24, 1881 to Gijsberta VAN DE WAKKER, born in Harderwijk (Gld) on Saturday January 12, 1861 (Ned. Herv. (Dutch Reformed)), died in the year 1924, daughter of Adrianus VAN DE WAKKER and Dirkje KLOS. Of the various places of residence of the family, Zijpe, Lisse, Zaandam, Leiden, Oude Wetering, Sassenheim, Leiderdorp and again Leiden, we know the following dates: Zijpe: around 1890. Lisse: 1892-1897. Zaandam: until 20 July 1898. Leiden, Piet Heinstraat 11: until 5 August 1899. Alkemade (Oude Wetering) until 13 August 1900. Sassenheim. Leiderdorp: until 7 July 1904. Leiden, Langegracht 173 and Sophiastraat 30: until 30 March 1914. During the last period in Leiden, the family changes religion: from Ned. Herv. (Nederduits Hervormd) to Hersteld Apostolisch (Restored Apostolic), a Protestant sect. In the records of the Leiden archives three dates are given for emigration to the USA. Teuntje and Nicolaas 30 March 1913 to "Amerika". Pieter, 4 July 1913 to "New York". Teunis (father), Gijsberta (mother), Antje, Hugo and Johannes 30 March 1914 to "Amerika". Gijsbertus lived in Leimuiden, and the records of his emigration should be in the Leimuiden town hall.
From this marriage:
1 Antje KRANENBURG, born in Amsterdam (NH) on Friday September 6, 1889, died in Lisse (ZH) on Saturday April 22, 1893.
2 Nicolaas KRANENBURG alias Nicholas, born in Zijpe (NH) on Wednesday December 10, 1890. Departs 27 May 1909 to Leimuiden (close to Oude Wetering). He was married to Elizabeth KRATZ.
3 Teuntje KRANENBURG alias Tillie, dienstbode (maid servant), born in Lisse (ZH) on Wednesday March 2, 1892, died in Chicago, IL in the year 1972. Moves 27 January 1910 as maid servant to Zoeterwoude (near Leiden). Returns to the parental home 21 April 1911. She was married to William FRYER.
4 Pieter KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday February 12, 1894, died there on Saturday September 7, 1895.
5 Gijsbertus KRANENBURG alias Bert, born in Lisse (ZH) on Sunday April 28, 1895, follows XI-a.
6 Pieter KRANENBURG alias Peter, kruidenier (grocer), born in Lisse (ZH) on Saturday June 12, 1897, buried in Hackensack, NJ. Sails on 4 July 1913 to New York. Died in the Black Town Explosion.
7 Antje KRANENBURG alias Anna, born in Zaandam (NH) on Thursday June 2, 1898, died in Newark, NJ. She was married to William BACATCELAS.
8 Hugo KRANENBURG, born in Oude Wetering, Alkemade (ZH) on Wednesday August 30, 1899, follows XI-b.
9 Johannes KRANENBURG alias Joe, born in Sassenheim (ZH) on Saturday March 2, 1901.
10 Elisabeth KRANENBURG, born in Leiden (ZH) on Friday November 25, 1904, died there on Sunday January 19, 1908.
11 Maria Cornelia KRANENBURG, born in Leiden (ZH) on Monday January 13, 1908, died there on Monday January 13, 1908.

X-b
Nicolaas KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday July 25, 1862 (Roman Catholic), died on Thursday May 10, 1888, son of IX-a. He was married to Wilhelmina Louise TROOST, born in Harderwijk (Gld) on Tuesday April 23, 1861 (Roman Catholic). After Nicolaas'death, widow and son move in with the family of Teunis and Gijsberta. They depart to Haarlemmermeer 29 Aug 1891.
From this marriage:
1 Teunis KRANENBURG, born on Thursday December 3, 1885, follows XI-c.

X-c
Hugo KRANENBURG, born on Tuesday November 24, 1863, son of IX-b. He was married to Wilhelmina WIJNHOUT, born in Heerde (Gld) on Sunday June 21, 1863.
From this marriage:
1 Willem KRANENBURG, born in Haarlemmermeer (NH) on Wednesday December 29, 1880. Departs 21.9.1905 to Haarlemmermeer.
2 Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday November 23, 1885, died there on Monday November 15, 1886.
3 Egbertje KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Saturday September 3, 1887, died there on Sunday November 27, 1887.
4 Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Sunday December 30, 1888. She was married in Lisse (ZH) on Thursday May 21, 1908 to Nicolaas VAN DER LEEDE, born circa 1882, son of Pieter VAN DER LEEDE and Wilhelmina Agatha VERBEEK. Depart 17.6.1908 to Haarlemmermeer.
5 Egbertje KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Sunday March 15, 1891, died on Saturday February 10, 1906.
6 Hugo KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Thursday August 31, 1893.
7 Aart KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Wednesday June 26, 1895.
8 Teunis KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday September 7, 1897.
9 Marinus KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday December 30, 1898.

X-d
Teunis KRANENBURG, bloemistenknecht (florist hand), born in Lisse (ZH) on Saturday August 28, 1869, son of IX-b. He was married to Hendrika WIJNHOUT, born in Haarlemmermeer (NH) on Sunday September 25, 1870.
From this marriage:
1 Hugo Hendrik KRANENBURG, vrachtrijder (truck driver), born on Sunday February 9, 1896.
2 Egbertje Johanna KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday September 7, 1897, died there on Monday October 17, 1898.
3 Egbertje Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Thursday February 1, 1900. She was married in Lisse (ZH) on Thursday August 28, 1924 to Adrianus VAN KESTEREN, slager (butcher), born in Hillegom (ZH) circa 1898.
4 Aart Johannes KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Tuesday August 13, 1901.
5 Catharina KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday July 17, 1905.

X-e
Jacob KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Friday September 20, 1878, son of IX-b. He was married to Evertje KULK, born in Lisse (ZH) on Thursday January 25, 1883.
From this marriage:
1 Hugo KRANENBURG, born in Lisse (ZH) on Monday June 15, 1908.

XI-a
Gijsbertus KRANENBURG alias Bert, schippersknecht (shippers mate), born in Lisse (ZH) on Sunday April 28, 1895, died in (NY) (?), son of X-a. Moves to Leimuiden on 18 March 1910.
His son from an unknown woman:
1 Bert Tunis KRANENBURG, born in Chicago, IL on Wednesday March 2, 1927, follows XII-a.

XI-b
Hugo KRANENBURG, born in Oude Wetering, Alkemade (ZH) on Wednesday August 30, 1899, died in Chicago, IL on Tuesday April 30,1963, buried in Mount Hope Cemetary, son of X-a. Was born at half past one in the morning in house no 90 in precinct A in Oude Wetering. He was married on Saturday November 3, 1928 to Helen Genevieve KOHM, born in Chicago, IL on Monday January 2, 1911.

XI-c
Teunis KRANENBURG, born on Thursday December 3, 1885, son of X-b. He was married on Thursday June 18, 1908 to Anna VAN DER SPRUIT, born on Friday June 1, 1888. Sue Kranenburg-Bohse wrote: My husbands father and mother and siblings came from Holland when my father-in-law was 6. He died in 1971, but I believe was born in 1916. His first name was Teun, his father Teunis. They came on a private boat, cattle and all. There were 5 children, William, Teun, John, Dan and Min. The story is that they settled in New Jersey, thought they were buying a farm or farm land, but were scammed out of their money - they then moved on to Illinois.

This page was modified from its original to exclude living persons.
This page was compiled by:
Dr. J. Lucassen Mathenessenlaan 11 2343 HA Oegstgeest
Tel: (31) 71 5156152
Fax: (31) 71 5157895
E-mail: lucassen@euronet.nl

 

Birth certificate of Pieter Kranenburg in Nieuwkoop (Holland) on May 7 1831.

          

  

DUTCH

In het jaar een duizend acht honderd een en dertig, den Zevenden der maand Mei is voor ons Assessor gedelegeerd Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente van Lisse, Kanton Noordwijk, Provincie Zuid-Holland, gecompareerd Teunis Kranenburg, oud Acht en Twintig jaren, van beroep Turf Schipper, wonende te Nieukoop welke ons heeft verklaard, dat Zyne Huisvrouw Johanna de Graaf op den Zesde dezer Maand Mei, des Morgens ten half Zeven ure, in het Turfschip Alhier bevallen is van een kind van het mannelijk geslacht, aan hetwelk hij bij deze geeft de voornaam van Pieter
    De gemelde verklaring is opgemaakt in tegenwoordigheid van Jan Maarburg van beroep Werkman, oud vier en Zestig jaren, en van Adrianus Lagerenberg van beroep Schoonmaker oud vijf en dertig jaren, wonende beide te Lisse.
    En is deze Acte van Geboorte na gedane voorlezing door de Comparanten nevens ons ondertekend behalven de Vader welke verklaard niet te kunnen schrijven.

ENGLISH

In the year one thousand eight hundred thirty one, the seventh of the month May has appeared before us Assessor delegated Officer of the civil registration of Lisse, Area of Noordwijk, Province Zuid-Holland Teunis Kranenburg, aged twenty eight years, of profession peat boatman, living in Nieukoop who has declared to us that his lawful wife Johanna de Graaf on the sixth of this month May, at six thirty in the morning, in the peat boat moored here has given birth to a child of the male gender, to which he hereby gives the name of Pieter
    This certificate is made in the presence of Jan Maarburg of profession workman, aged sixty four years, and of Adrianus Lagerenberg of profession cleaner aged thirty five years, both living in Lisse.
    And this certificate of birth after reading overloud has been signed by those present and by myself except the father who has declared not to be able to write.




Genealogie Kranenburg Kijfhoek


Document Courtesy Dale Kranenburg in Chicago, IL.

Nine generations of Kranenburg

Nine generations of Kranenburg.

Data for the first five generations (until Maarten Kranenburg, born in 1775) are from H.J. Barendregt "Het geslacht Kranenburg uit Kijfhoek.", a typewritten report, published in 1974. My grandmother, Grieta Kranenburg, represents the ninth generation.

Some lines, starting with children mentioned below, have been extensively researched by Mr Barendregt, others have not yet received attention. Mr. Barendregt mentions in an introduction, that his work was carried out at the request of a number of people, some of whom lived in the USA and Canada.

Jaap Lucassen

E-mail: lucassen@euronet.nl
uuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuu

IX
Teunis (CRANENBURGH), born circa 1595.
He was married to Cornelia SCHIPPER.
From this marriage:
1
Cleis Teunisz CRAENENBURGH, born in Kijfhoek, IJsselmonde circa 1625, see VIII.
2
Simon Teunisz CRAENENBURGH, born in Kijfhoek in the year 1630.
VIII
Cleis Teunisz CRAENENBURGH, born in Kijfhoek,IJsselmonde circa 1625, died before Monday April 22, 1697.

Was farmer in West Barendrecht near Carnisse from 1659. There he buys a house on May 16, 1665 near Koedood. In 1673 he lives on the farm Heuvelstein in the polder called "Het buitenland van Rhoon". From 1680-96 he is dike-reeve and from 1688-96 treasurer of the Molenpolder near Rhoon. In 1685 and 1689 magistrate of Rhoon, in 1677 deacon and in 1679-95 church-elder.

He was married in Dubbeldam. He was married on Sunday August 24, 1659 in church (1) to Neeltje WOUTERSDR, born in Dubbeldam, christened on Sunday January 9, 1633, died before Monday April 3, 1684, daughter of Wouter HUYGHSZ and Catalynk ADRIAENSDR.
From this marriage:
1
Arien Cleisz CRANENBURGH,christened in Barendrecht on Sunday May 23, 1660.
2
Ariaentje Cleisdr CRANENBURGH,christened in Barendrecht on Sunday November 2, 1664.
3
Elisabeth Cleisdr CRANENBURGH,christened in Barendrecht on Sunday November 2, 1664.
4
Theunis Cleisz CRANENBURGH,christened in Barendrecht on Sunday February 17, 1669, see VII.
5
Lena Cleisdr CRANENBURGH, born in Rhoon circa 1675.
He was married in Barendrecht. He was married on Monday April 3, 1684 in church (2) to Annetje MAERTENSDR, christened in Barendrecht on Sunday July 25, 1632, buried on Wednesday March 23, 1712.
VII
Theunis Cleisz CRANENBURGH,christened in Barendrecht on Sunday February 17, 1669, died after Thursday February 27, 1727.
He was married in Barendrecht on Sunday July 15, 1696 in church (1) to Maria Gerritsdr VAN DER MEULEN,christened in Barendrecht on Saturday January 1, 1661, died before Friday September 28, 1714, daughter of Gerrit Woutersz VAN DER MEULEN and Ariaentje ARIENSDR.
From this marriage:
1
Cleijs KRANENBURG, christened in Barendrecht on Sunday June 2, 1697, died in Carnisse on Saturday September 19, 1699.
He was married in Herkingen on Sunday October 21, 1714 in church (2) to Geertje Laurens VAN DEN BERGH,born in Herkingen, died after Thursday February 27, 1727.
From this marriage:
2
Lourens KRANENBURG, christened in Ooltgensplaat on Sunday January 10, 1717, died after Sunday May 13, 1759. He was married to Teuntje Leenderts VOORWINDE.
3
Maarten KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Saturday July 23, 1718, died before Sunday March 7, 1723.
4
Arij KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Thursday January 4, 1720, died before Thursday February 27, 1727.
5
Maarten KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday March 7, 1723, see VI.
6
Klaas KRANENBURG, born circa 1725.
7
Arij KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Thursday February 27, 1727.
VI
Maarten KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday March 7, 1723, died after Sunday August 29, 1762.
He was married on Sunday June 10, 1742 to Lijsbeth Hendriks VIJFSCHOOF, born in Dirksland, died after Sunday August 29, 1762, daughter of Hendrik VIJFSCHOFF.
From this marriage:
1
Geertruij KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday June 9, 1743.
2
Hendrik KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday September 4, 1746, see V.
3
Teunis KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday December 14, 1749.
4
Leuntje KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday August 6, 1752.
5
Teuntje KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday April 13, 1755.
6
Teunis KRANENBURG, christened on Sunday July 3, 1757.
7
Teunis KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday April 27, 1760.
8
Adriana KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday August 29, 1762.
V
Hendrik KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday September 4, 1746, died after Sunday February 28, 1779.
He entered a notice of marriage in Oude Tonge on Sunday May 14, 1769 to Kaatje Herberts GROOTENBOER, christened in Klundert on Sunday November 26, 1747, died in Sommelsdijk on Thursday January 5, 1809, daughter of Herbert Geertse GROTENBOER and Adriana Cornelisse HOLLEMANS.
From this marriage:
1
Lysbeth KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday July 23, 1769.
2
Adriana KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday March 28, 1773.
3
Maarten KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday April 23, 1775, see IV.
4
Herbert KRANENBURG, christened on Sunday December 28, 1777.
5
Leunis KRANENBURG, christened on Sunday February 28, 1779.
IV
Maarten KRANENBURG, christened in Sommelsdijk on Sunday April 23, 1775, died on Tuesday August 31, 1819.
Was in 1813 coast guard in Goedereede. Many people were enlisted in the period 1810-13 to try and fight the smuggling of British merchandise.
He got the banns published in Sommelsdijk on Thursday July 14, 1803 in church to Maatje DE GEUS, labourer, christened in Ooltgensplaat on Sunday October 20, 1771, died in Sommelsdijk on Friday October 2, 1829, daughter of Simon Simons DE GEUS and Maria Jacobs COORNDIJKER.(She was married before on Monday January 25, 1796 to Job Arensz VERLEE.)
From this marriage:
1
Kaatje KRANENBURG, born on Sunday November 4, 1804.
2
Rebecca KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Friday October 16, 1807, christened on Monday November 23, 1807, died in Anna Paulowna on Saturday December 25, 1886.
She was married in Sommelsdijk on Sunday November 29, 1829 to Leendert VAN GRONINGEN, born in Sommelsdijk, christened on Sunday November 10, 1805, died in Zijpe after 1865, son of Cornelis VAN GRONINGEN and Grieta VERWERS.
3
Hendrik KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Tuesday October 19, 1813, see III.
III
Hendrik KRANENBURG, labourer, born in Sommelsdijk on Tuesday October 19, 1813, died in Zijpe on Saturday March 12, 1864.
The family lived in house nr 137 in Sommelsdijk. House nr 145 was the school building. On October 29 1852 they departed from Sommelsdijk on the South-Holland island of Overflakkee to den Helder in North-Holland. Hendrik, "Pietje",Simon, Arenen Maatje were registered there on November 1, 1852. They lived in house 310. On June 15, 1854 they moved to Zijpe, of which the Anna Paulowna-polder, reclaimed from the sea in 1846 was then still a part.
He was married in Sommelsdijk on Sunday May 31, 1835 to Sijtje KIEVIT, labourer, born in Sommelsdijk in December 1813, died in Anna Paulowna on Wednesday March 31, 1875, daughter of Abraham Cornelisz KIEVIT (day labourer, agricultural worker) and Grieta Johannesse VAN WOUWEN (labourer).
From this marriage:
1
Simon KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Monday October 5, 1835, died on Tuesday January 5, 1836.
2
Abram KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Thursday June 15, 1837, see II.
3
Simon KRANENBURG, labourer, born in Sommelsdijk on Saturday October 24, 1840, died in Amsterdam after 1914. He was married in Zijpe on Saturday July 15, 1865 to his cousin Grieta VAN GRONINGEN, born in Sommelsdijk on Thursday October 31, 1839, daughter of Leendert VAN GRONINGEN and Rebecca KRANENBURG.
4
Maatje KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Wednesday January 31, 1844, died in Zijpe on Sunday January 10, 1858.
5
Arien KRANENBURG, born in Sommelsdijk on Monday October 30, 1848, died in Ogden, Utah on Sunday April 2, 1922.
First lived, as did his brothers Abraham and Simon at the Schorweg in Breezand, Anna Paulowna. Afterwards in Wieringerwaard, den Helder, Hoorn and Amsterdam. In Amsterdam he and his family were converted to the Mormon religion and were baptised on 11 May 1889. They emigrated to the USA from Amsterdam on 7 September 1894 and settled in Utah. Reportedly his two elder daughters, Sijtje and Dieuwertje (later Sadie and Maggie) went earlier to earn money for the crossing of the rest of the family. Arien offered to take his 13 year old orphaned niece Grieta Kranenburg with him. She then lived together with her twin brother Jan at the farm of her future parents-in-law, Jan Pranger and Antje Vos. The story goes that Antje Vos did not want to have the twins separated.

Arien died as a result of a conflict with a bull.

He was married on Friday May 3, 1872 to Maartje PEETOOM, born in Barsingerhorn on Wednesday October 16, 1850, died in Ogden, Utah on Tuesday February 19, 1935, daughter of Pieter PEETOOM (labourer) and Maartje DE VOS.
6
Grieta KRANENBURG, born in Zijpe on Sunday September 24, 1854, died in Wieringerwaard on Tuesday March 14, 1882.
Probably died during childbirth.
She was married in Wieringerwaard on Sunday May 8, 1881 to Pieter DE VRIES, miller and baker,born in Texel circa 1854,son of Gerrit DE VRIES (labourer) and Antje JONGERLING.
7
Maatje KRANENBURG, born in Zijpe on Sunday December 26, 1858. She was married in Anna Paulowna on Thursday April 26, 1877 to Louwrens DOORN, labourer and grave digger, born in Zijpe in the year 1852, son of Jan DOORN and Maartje VAN DER MAND.
Guardian of Grieta Kranenburg.
II
Abram KRANENBURG, labourer, bornin Sommelsdijk on Thursday June 15, 1837, died in Anna Paulowna on Sunday June 29, 1890.
He was married in Zijpe on Saturday March 3, 1866 to Maria PRANGER, born in den Helder on Wednesday April 26, 1843, died in Anna Paulowna on Saturday August 25, 1883, daughter of Willem PRANGER (farm hand, labourer, dockworker and peasant) and Aaltje DISSEL (maid servant).
From this marriage:
1
Hendrik KRANENBURG, farmer, born in Zijpe on Monday November 19, 1866, died in Anna Paulowna on Friday September 24, 1948,buried there.
Hendrik Kranenburg aged 23 when his father died. Initially he took care of his younger brothers and sisters. "Uncle en Aunt Trijn" had a farm near the railway bridge over the "Noordhollands kanaal".
He was married in Anna Paulowna on Sunday September 23, 1894 to Trijntje PRANGER, born in den Helder on Sunday March 2, 1873, died in Anna Paulowna on Sunday April 25, 1954, buried there,daughter of Jan PRANGER (farmer and dredging mill boss) and Antje VOS.
2
Aaltje KRANENBURG, born in Zijpe on Friday April 22, 1870, died in Anna Paulowna on Tuesday January 22, 1935. She was married in Anna Paulowna on Sunday December 6, 1891 to Dirk PRANGER, dredging mill boss, born in den Helder on Monday May 18, 1868, died circa 1942, son of Jan PRANGER and Antje VOS.
Lived in a house-boat in Amsterdam. Grieta Kranenburg went there to help him.
3
Sietje KRANENBURG, born in Anna Paulowna on Thursday January 11, 1872, died in the year 1929. She was married to Jan OTT, engineer in den Helder's gas works and ship engineer, born in Wervershoof on Monday August 24, 1868, died circa 1918.
Died in 1918 when his ship struck a mine.
4
Johanna Maria KRANENBURG, born on Tuesday June 2, 1874.
Lives in the house of brother Hendrik. Departs to Zijpe July 3, 1895.
She was married to Hendrik DUNK, carpenter, born in the year 1870.
5
Jacob KRANENBURG, labourer, born in Anna Paulowna on Saturday December 9, 1876, died there on Saturday April 22, 1967.
Also lived with his brother Hendrik. Bought a farm at the Balgweg.
He was married in Anna Paulowna on Friday December 6, 1901 to Pieternella DROOGER, born in Anna Paulowna on Sunday May 18, 1879, died there on Sunday October 8, 1967.
6
Pieter KRANENBURG, born in Anna Paulowna on Sunday July 14, 1878, died there on Wednesday September 15, 1954.
Lived first in brother Hendrik's house. Departs March 27 1901 to den Helder.
He was married to Geertje DE WIT, born in Wieringen on Tuesday September 22, 1885 (mennonite), died in Anna Paulowna on Sunday July 19, 1964.
7
Grieta KRANENBURG, born in Anna Paulowna on Wednesday December 14, 1881, see I.
8
Jan KRANENBURG, born in Anna Paulowna on Wednesday December 14, 1881, died there on Sunday March 2, 1980. He was married in Anna Paulowna on Sunday October 14, 1906 to Anna PRANGER, born in Middelie on Monday May 21, 1883, died in Anna Paulowna on Thursday January 1, 1959, daughter of Jan PRANGER and Antje VOS.
I
Grieta KRANENBURG, born in Anna Paulowna on Wednesday December 14, 1881, died there on Thursday July 23, 1964.
She was married in Anna Paulowna on Saturday November 1, 1902 to Jan PRANGER, labourer, hunter and farmer, born in Zaandam on Friday November 7, 1879, died in Anna Paulowna on Wednesday August 27, 1975, son of Jan PRANGER and Antje VOS.

This report was made on November 5, 1996 with Haza-Data 7.1 by: J. Lucassen.

The output of the (Dutch) genealogy program Haza-Data to a word-processing program contains a number of codes. In the above example these codes were converted in WP51 by means of a simple macro into HTML codes.

The names are in principle "clickable". When

A HREF="xxx"
is replaced with

A HREF="filename"
, a picture file referring to the relevant name can be included.

For an on-page illustration, replace

A HREF="xxx"
(for example) with

IMG ALIGN=BOTTOM SRC="filename" WIDTH=150

 

Pg Lexicon